De eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
1 Korinte
Hoofdstuk 10

Dit is een eigen SchriftWoord vertaling.

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Want ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broeders, dat onze °vaders onder de wolk waren en allen doorheen de zee kwamen 21 En JAHWEH gaat vůůr hun aangezicht bij dag in een wolkkolom, om hen te gidsen op de weg, en 's nachts in een vuurkolom om hen licht te geven, om dag en nacht te gaan. 22 En de wolkkolom verwijdert zich bij dag en de vuurkolom bij nacht niet voor het aangezicht van het volk. (SW)[Ex. 13:21,22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De verlossing van IsraŽlstrijder van God uit Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) was typerend voor de geestelijke verlossing die de onze is in ChristusGezalfde. Allen werden verlost door het bloed van het Paschahet paasmaal lam, maar zeker niet allen deden Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een genoegen in de reis door de wildernis. Ze gingen allen met droge voeten door de Rode Zee, allen werden geÔdentificeerd met Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, allen aten het manna en allen dronken het water dat door Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halení staf uit de rots kwam in de woestijn. Maar ondanks deze voorrechten faalden ze in zelfbeheersing; in hun hart gingen ze terug naar de vleespotten van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), keerden ze zich tot afgodendienst, zondigden en klaagden ze. Dit zijn precies de zonden waarin sommigen van de KorintiŽrs vast zaten. En deze dingen zijn voor ons nog steeds van kracht, tenzij we, net als de apostel, onze lichamen onttrekken aan slavernij.


2 en allen worden gedoopt* tot in °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, in de wolk en in de zee,
3 en allen aten dezelfde geestelijke spijs, 4 En JAHWEH zegt tot Mozes: "Aanschouw! Ik zal voor jullie brood doen regenen vanaf de hemelen, en het volk zal uit gaan en zij rapen op wat zij op die dag nodig hebben, opdat Ik hen beproef: Gaan zij bij Mijn wet of niet? ... 35 En de zonen van IsraŽl aten het manna veertig jaren, totdat zij bij een bewoond land kwamen. Zij aten het manna tot zij aan de rand van het land van Kanašn kwamen. (SW)[Ex. 16:4,35]
4 en allen dronken dezelfde geestelijke drank, want zij dronken vanuit een hen volgende geestelijke rots. De rots nu was de ChristusGezalfde. 6 Aanschouw Mij daar staande voor jouw aangezicht op de rots in Horeb en jij slaat op de rots, en er gaan wateren van hem uit en het volk drinkt." En Mozes doet dat voor de ogen van de oudsten van IsraŽl. (SW)[Ex. 17:6]
5 Maar niet in de meerderheid van hen had* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een welbehagen, want zij werden neergeveld* in de woestijn. 16 Omdat JAHWEH niet in staat was dit volk naar het land te brengen dat Hij aan hen zwoer, slacht Hij hen af in de wildernis. (SW)[Num. 14:16]
6 Deze dingen nu werden typen van ons, opdat wij niet begeerders van kwade dingen zijn, zoals ook diegenen begeren*. 4 En het samenraapsel dat in hun midden was hunkerde met een hunkering; en zij keren terug. En ook huilen de zonen van IsraŽl, en zij zeggen: "Wie zal ons vlees te eten geven? (SW)[Num. 11:4]
7 Wordm ook niet afgodendienaars, zoals sommigen van hen, net zoals het is geschreven: Het volk gaat zitten* om te eten en te drinken, en zij staan op om plezier te maken. 6 En vroeg in de volgende dag staan zij op en zij doen opstijgoffers opgaan en zij brengen vrede offers dichtbij. En het volk zit, etend en drinkend. En zij staan op om plezier te maken. (SW)[Ex. 32:6]
8 Wij zullen ook niet ontucht plegen, zoals sommigen van hen ontucht plegen, en zij vallen* in één dag, drieŽntwintig duizendtallen. 1 En IsraŽl woont in Sittim. En het volk begint ontucht te bedrijven met de dochters van Moab. ... 9 En die dood gingen in de plaag waren vier en twintig duizend. (SW)[Num. 25:1,9]
9 Wij zullen de Heer ook niet uitproberen, zoals sommigen van hen Hem uitproberen en door de slangen omkwamen*. 5 En het volk spreekt tegen Elohim en tegen Mozes: "Waarom doen jullie ons opgaan van Egypte, om te sterven in de wildernis? Want er is geen brood en er is geen water, en onze ziel is geÔrriteerd door het luchtige brood." 6 En JAHWEH zendt de slangen, die branden, onder het volk en zij bijten het volk en veel volk van IsraŽl sterft. (SW)[Num. 21:5,6]
10 Morm ook niet, net als sommigen van hen morren* en omkwamen* door de uitroeier. 2 En alle zonen van IsraŽl morren tegen Mozes en tegen Ašron. En heel de vergadering zegt tot hen: "Och, dat we stierven in het land van Egypte of, oc, dat wij sterven in deze wildernis. ... 36 En de mannen die Mozes zond om het land te verkennen, die terugkeerden en tegen hem morden en heel de vergadering deden mopperen over het land, (SW)[Num. 14:2,36]
11 Al deze dingen nu zijn typologisch overkomen* aan wie het werd geschreven*, maar als attendering naar ons toe tot wie de einden van de aionen hebben bereikt. 7 Van alle dingen echter is het einde genaderd. Wees dan verstandig en wees nuchter in gebeden (SW)[1Petr. 4:7] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De aionen worden verdeeld in twee klassen. De eerste drie, die voorbereidend zijn, en de laatste twee, die de "aionen van de aionen" worden genoemd, die het kwaad van de eerste klasse omvormen in goed. De laatste twee aionen, inclusief de duizendjarige heerschappij en de heerschappij van de heiligen in de nieuwe hemelen op de nieuwe aarde, zijn de vrucht en voleinding van de boze aionen. In geest bracht Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine hen die onder zijn bediening stonden in de nieuwe schepping, die het geestelijk tegendeel is van de aion die ingewijd wordt door de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde. Het is alleen zo dat de voleindingen van de aionen de KorintiŽrs al bereikt hadden.


12 Daarom: die meent te staan, laat hem uitkijken dat hij niet zou vallen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Hier overdenkt de apostel opnieuw niet de redding, maar de volharding in beproeving van de kant van hen die gered zijn. Redding is geheel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, door ChristusGezalfde. Niemand hoeft bezorgd te zijn over de werkzaamheid of kracht er van. Maar bovenop de redding is er de mogelijkheid van het verkrijgen van een beloning, van het winnen van een prijs. Dit vereist van ons dat we goed letten op ons gedrag.


13 Geen beproeving heeft jullie genomen anders dan menselijke, maar Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Die trouw is, zal niet toelaten dat jullie beproefd* worden boven wat jullie kunnen dragen, want Hij zal samen met de beproeving ook de uitkomst maken, zodat jullie kunnen doorstaan. 9 En jij weet dat JAHWEH, jouw Elohim, de Elohim is, de El Die trouw is, het verbond en de vriendelijkheid in acht nemend voor die Hem liefhebben en voor hen die Zijn instructies in acht nemen tot in duizend generaties. (SW)[Deut. 7:9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker beproeft ons niet om ons af te breken, maar om ons op te bouwen. Daarom zendt Hij ons niets dat niet te dragen valt. Hij maakt echter niet "een weg van ontsnapping", zoals velen van Zijn heiligen door ervaring hebben ondervonden. Als Hij dat zou doen, waarom of hoe kon dat hen in staat stellen het te ondergaan? Ze zouden het niet hoeven te verdragen als Hij het van hen weg zou nemen. Hij maakt een voortzetting. Dit woord komt opnieuw voor in HebreeŽn 13:7 "de voortzetting van hun gedrag overpeinzend" Alle grote voorbeelden van beproeving werden ondersteund door een overdenken van het vervolg. JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) hield de scepter in de gevangenis. Davidgeliefde droeg de kroon in Adullam. Zelfs Job wist dat hij zijn Verlosser zou zien. We zouden niet moeten proberen aan beproeving te ontsnappen, maar genade zoeken om het te doorstaan. We zouden ons er niet mee bezig moeten houden, maar de gezegende uitkomst overdenken die ze zal voortbrengen.


14 Juist daarom, mijn geliefden, vlucht vanaf de afgodendienst! 21 Kindertjes, bewaak julliezelf tegen de afgoden! (SW)[1Joh. 5:21]
15 Ik zeg als tot verstandigen: Oordeel*m wat ik met nadruk zeg.
16 De drinkbeker van de zegening, die wij zegenen, is het niet de gemeenschap van het bloed van de ChristusGezalfde? Het brood dat wij breken, is het niet de gemeenschap van het lichaam van de ChristusGezalfde? 26 Terwijl zij eten, neemt Jezus brood en zegenend breekt Hij het. En gevend aan de leerlingen zei Hij: "Neem, eet, dit is Mijn lichaam." 27 En de drinkbeker nemend en dankend*, geeft Hij deze aan hen, zeggend: "Drink allen vanuit hem, 28 want dit is Mijn bloed van het nieuwe verbond, het aangaande velen vergoten wordend, tot in het laten gaan van zonden. (SW)[Matt. 26:26-28]
17 Want wij, de velen, zijn ťťn brood, ťťn lichaam, want °allen hebben wij deel vanuit het ene brood. zo zijn wij, de velen, ťťn lichaam in įChristus, maar afzonderlijk leden van elkaar (SW)[Rom. 12:5]
18 Bekijkm °IsraŽlstrijder van God overeenkomstig het vlees! Zijn die eten van de offers geen deelgenoten van het altaar? 6 Elke mannelijke onder de priesters zal het eten, in een heilige plaats zal het gegeten worden. Het is heiligheid van heiligheden. ... 15 En het vlees van het offer van lofuiting van zijn vredeoffers zal in de dag van zijn naderingsgeschenk gegeten worden. Niets er van zal overblijven tot de morgen. (SW)[Lev. 7:6,15]
19 Wat dan zeg ik met nadruk? Dat een afgodenoffer iets is, of dat een afgod iets is? Dan over het eten van de afgodenoffers: wij hebben waargenomen dat er geen afgod is in de wereld en dat er geen God is dan …ťn! (SW)[1Kor. 8:4]
20 Maar dat de dingen die de natiŽn offeren, zij offeren aan demonen, en zij offeren niet aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. En ik wil niet dat jullie deelgenoten van de demonen worden. 17 Zij offeren aan demonen, niet Eloah. Elohim kenden zij niet. Zij kwamen tot nieuwe die dichtbij waren. Jullie vaders werden door hen niet met afgrijzen vervuld. (SW)[Deut. 32:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Er schijnt weinig twijfel te zijn dat de heidense godheden niet slechts mythen waren, maar echte demonen. Deze zijn vandaag door het dolle heen in het spiritisme en misleiden vaak de heiligen door ze te laten geloven dat zij de heilige Geest van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zijn, door de gaven na te doen die gegeven werden tijdens de verkondiging van het koninkrijk.


21 Jullie kunnen niet de drinkbeker van de Heer drinken én de drinkbeker van demonen! Jullie kunnen niet deelhebben aan de tafel van de Heer én aan de tafel van demonen. 22 van het houten altaar, drie ellen hoog en twee ellen was zijn lengte. En zijn uitgehakte hoeken en zijn lengte en zijn zijmuren waren van hout. En hij sprak tot mij: Dit is de tafel die voor het aangezicht van JAHWEH staat. (SW)[Eze. 41:22]
22 Of maken wij de Heer jaloers? Wij zijn toch niet sterker dan Hij? 21 Zij, zij maken Mij jaloers met een niet-El. Zij tergen Mij door de afgoden van hun zinloosheid. En Ik zal hen jaloers maken op wat geen volk is. Door een ontaarde natie zal Ik hen tergen. (SW)[Deut. 32:21]
23 Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd, maar niet alles bouwt op. Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is bijdragend. Alles is mij geoorloofd, maar ik zal niet door iets onder gezag gesteld worden (SW)[1Kor. 6:12]
24 Laat niemand het zijne zoeken, maar dat van de ander. 4 Ieder lette niet op de dingen van zichzelf, maar een ieder ook op de dingen van anderen. (SW)[Filip. 2:4]
25 Alles wat in de vleeshal verkocht wordt, eet dat, niets vragend onderzoekend vanwege het geweten.
26 Want van de Heer is de aarde en haar °volheid. 1 Een Davidische psalm. Van JAHWEH is de aarde en haar volheid, de wereld en haar inwoners in haar. (SW)[Psalm 24:1]
27 Indien iemand van de ongelovigen jullie roept en jullie willen gaan, eet alles wat aan jullie wordt voorgezet, niets vragend onderzoekend vanwege het geweten. 8 En tot in welke stad ook jullie ook maar zullen binnenkomen en zij jullie zullen ontvangen, eet de dingen die aan jullie voorgezet worden. (SW)[Luc. 10:8]
28 Maar in het geval dat iemand tot jullie zal zeggen: "Dit is een gewijd offer," eet dan niet vanwege hem die het aangeeft* en vanwege het geweten. Maar niet in allen is de kennis, maar sommigen maken tot op heden gebruik van de afgod, en eten het als afgodenoffer; hun įgeweten, zwak zijnde, wordt vervuild. (SW)[1Kor. 8:7]
29 Maar ik zeg: niet het geweten van jouzelf, maar dat van de ander. Want waarom wordt mijn °vrijheid geoordeeld door het geweten van een ander?
30 Indien ik met dankbaarheid deelheb, waarom word ik gelasterd om iets waarvoor ik dank? 4 Want elk schepsel van God is ideaal en niets is verwerpelijk, indien het genomen wordt met dankzegging (SW)[1Tim. 4:4]
31 Hetzij jullie dan eten, hetzij jullie drinken, hetzij jullie iets doen, doem alles tot de heerlijkheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! 17 En alles wat jullie ook maar zullen doen in woord of in werk, doe alles in de naam van de Heer, Jezus Christus, de God en Vader dankend door Hem. (SW)[Kol. 3:17]
32 Worden jullie niet aanstoot gevend ťn aan Joden ťn aan Grieken ťn aan de ekklesia van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Wij zouden elkaar dan op geen enkele manier moeten oordelen. Maar oordelen jullie liever zo: plaats geen įstruikelblok of valstrik voor de broeder. (SW)[Rom. 14:13] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32

Het is in de studie van "bedelingswaarheid" gebruik om het menselijk ras te verdelen in "de Jood, de heiden en de kerk van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker", en de verdeling te baseren op deze passage. Het is echter goed op te merken dat de indeling hier niet IsraŽlstrijder van God en de naties is, maar Jood en Griek. De Jood staat voor de religieuze mens, de Griek voor de rationele mens. De een vroeg om tekenen, de ander zocht het in wijsheid. Dezen, in het bijzonder de Jood, zouden een gevoelig geweten hebben over zaken van klein belang, en zouden gemakkelijk beledigd kunnen worden. Hun moderne vertegenwoordigers vieren dagen, en zien af van voedsel en hebben heilige en wereldse zaken. En zachte bekommernis om hun geweten zal ons er van weerhouden voor hen een struikelblok te worden.


33 zoals ook ik in alles allen behaag, niet het nut van mijzelf zoekend, maar het nut van de velen, opdat zij gered zullen worden. 20 En ik werd* voor de Joden als Jood, opdat ik Joden zou winnen; voor degenen onder wet als onder wet (niet zelf onder wet zijnde), opdat ik die onder wet zijn zou winnen. 21 Voor degenen zonder wet als zonder wet, (niet zonder wet van God zijnde, maar wettig van Christus), opdat ik degenen zonder wet zou winnen. 22 Ik werd* zwak voor de zwakken, opdat ik de zwakken zou winnen. Voor įallen ben ik alles geworden, opdat ik in elk geval enigen zou redden. (SW)[1Kor. 9:20-22]


Terug naar de index.
Naar 1 Korinte 11
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.