De eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
1 Korinte
Hoofdstuk 12

Dit is een eigen SchriftWoord vertaling.

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Maar aangaande de geestelijke dingen, broeders, wil ik niet dat jullie onwetend zijn. en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, 6 want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. (SV)[Hebr. 12:5,6]
2 Jullie hebben waargenomen, dat, toen jullie nog van de natiën waren, jullie naar de geluidloze °afgoden werden geleid, als weggeleid wordende. Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren. (SV)[1Kor. 14:1]
3 Daarom maak ik aan jullie bekend dat niemand in geest van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker sprekend zegt: "Banvloek is JezusJAH redt," en niemand kan zeggen: "Heer is JezusJAH redt," anders dan in heilige geest. Doch Jezus zeide: Belet het hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in mijn naam en kort daarna smadelijk van Mij zal kunnen spreken. (SV)[Marc. 9:39]
4 En er zijn toedelingen van genadegaven, maar het is dezelfde geest, Nu hebbend genadegeschenken naar de ons gegeven genade, naar °gelang van ons °geloof, of dat nu profetie is, (SW)[Rom. 12:6] - een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, (SV)[Efe. 4:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

De drievoudige behandeling van het onderwerp van "genadegaven" (zoals ze in het Grieks worden genoemd) wordt aangegeven in de openingszin. Eerst worden de genadegaven opgesomd, zoals ze aan een ieder door de geest worden toebedeeld, in de verzen zeven tot elf. Dan wordt het Heer zijn van ChristusGezalfde in de toedeling geïllustreerd door het beeld van het menselijk lichaam, in de verzen twaalf tot zeven en twintig. De rest van het hoofdstuk overdenkt de werking van de genadegaven onder de beschikking van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.


5 en er zijn toedelingen van bedieningen en het is dezelfde Heer, En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, (SV)[Efe. 4:11]
6 en er zijn toedelingen van inwerkingen, maar het is dezelfde Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Die het alles in allen inwerkt.
7 Maar aan ieder wordt de openbaarmaking van de geest gegeven, tot het nuttig zijnde. om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, (SV)[Efe. 4:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

De geest die we ontvangen hebben, hoewel een, toont zichzelf in een verscheidenheid aan manieren. Dit was onder de Korintiërs veel duidelijker dan vandaag, want de tekenen die deze onvolwassen bedeling kenmerkten waren nauw verbonden met de wonderlijke uitingen die de verkondiging van het koninkrijk begeleidden. Zoals het volgende hoofdstuk uitlegt, zijn, nu de volwassenheid is gekomen, zulke tentoonspreidingen van de kracht van de geest niet in overeenstemming met de perfectie of volwassenheid van deze geheime bediening.

Geestelijke toebedelingen waren niet beperkt tot één lid van de ekklesia, of zelfs tot een paar. Elk werd een speciaal bewijs gegeven van de aanwezigheid van de geest, met het oog op de zegen van allen. Geen van deze toedelingen, of het nu ging om wijsheid, genezing of talen, was de uitkomst van natuurlijke vermogens. En niemand kon ze verkrijgen. Ze werden aan een ieder toebedeeld buiten menselijke medewerking om. Hoewel deze toedelingen niet langer worden gegeven, blijft het goddelijk principe nog steeds bestaan, dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zijn instrumenten kiest, geheel buiten hun natuurlijke kwalificaties om.


8 Want aan die wordt door de geest inderdaad een woord van wijsheid gegeven, maar aan de ander een woord van kennis, overeenkomstig dezelfde geest,
9 en aan een ander geloof, in dezelfde geest, en aan een ander genadegaven van gezondheden in de ene geest,
10 en aan een ander inwerkingen van machten en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheid maken van geesten, en aan een ander soorten van talen en aan de ander vertaling van talen. en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. (SV)[Hand. 2:4]
11 Maar dit alles bewerkt de ene en dezelfde geest, aan ieder de eigen dingen toedelend zoals Hij besluit. Want ik zeg door de genade, de mij geschonkene*: aan een ieder °onder jullie zijnde, niet hoger te streven dan past, maar streef naar zelfbeheersing, iedereen, zoals °God toebedeelt naar de maat van het geloof. (SW)[Rom. 12:3]
12 Want net zoals het lichaam één is en vele leden heeft, maar de leden van het ene °lichaam, die vele zijn, één lichaam zijn, zo ook de ChristusGezalfde. Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde functie hebben, 5 zo zijn wij, de velen, één lichaam in °Christus, maar afzonderlijk leden van elkaar (SW)[Rom. 12:4,5] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Het beeld van het menselijk lichaam is het meest opmerkelijke van alle beelden van onze relatie met ChristusGezalfde. Het is een schitterend voorbeeld van eenheid met diversiteit in het gebied van de schepping. De geestesdoop verenigt allen die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geloven met elkaar en met ChristusGezalfde, en verdrijft alle lichamelijke onderscheid dat de mensheid verdeelt in verschillende en tegenwerkende klassen, ze één makend in Hem. In ChristusGezalfde is er geen Griek of Jood, slaaf of vrije, man of vrouw. In de Heer, echter, in verband met dienstbetoon, blijven deze verschillen nog bestaan.


13 Want ook in één geest worden wij allen tot in één lichaam gedoopt*, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen worden wij één geest te drinken gegeven*, Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers een in Christus Jezus. (SV)[Gal. 3:28] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Het lichaam van JezusJAH redt, of van de Heer, duidt Zijn lichamelijk gestel aan. Het Lichaam van ChristusGezalfde, echter, is een heel andere gedachte. ChristusGezalfde, of de Gezalfde, is meer een titel dan een naam. Het doet denken aan een officiële positie. We zijn niet met hem verbonden door lichamelijke banden, zoals Israëlstrijder van God dat was, maar door puur geestelijke banden. Dit wordt krachtig voorgesteld door de twee figuren die gebruikt worden: dopen (of onderdompelen) en drinken. Één geest, binnen en buiten, bindt ons samen en verenigt ons met ChristusGezalfde. De ware ekklesia, of "kerk", valt vandaag niet te zien in de veelheid aan organisaties van het Christendom, met hun vele hoofden, maar in de ene, geestelijke, eenheid, samengesteld uit allen die ChristusGezalfde’ geest hebben, waardoor zij verenigd zijn met het levende organisme waarvan ChristusGezalfde Zelf het Hoofd is.

Alle leden van dit geestelijk Lichaam zijn wederzijds afhankelijk van elkaar. Sommigen verzorgen de ene taak, anderen een andere, maar geen kan zonder de ander. Niemand kan zijn eigen plaats in het lichaam kiezen, want Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker reserveert dit geheel voor Zijn eigen kracht. Het is nutteloos een functie in te nemen die ons niet goddelijk is toegewezen. We falen wanneer we niet de taak uitvoeren waarvoor de Geest van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ons heeft voorbereid. Een ieder zou ernstig de moeite moeten nemen zijn eigen plaats in het Lichaam te ontdekken, of die nu hoog of laag is, eerbaar of laag, en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers genade zoeken om die te vervullen. Niemand kan nu apostel of profeet zijn, want hun werk is voltooid. Weinigen kunnen leraar zijn, maar het werk van een pastor, die de heiligen weidt, of een evangelist, die het evangeliegoede bericht verkondigt, is, met mate, open voor allen in een privé of zelfs openbare sfeer.


14 want ook is het lichaam niet één lid, maar vele.
15 In het geval dat de voet zal zeggen: "Omdat ik niet hand ben, ben ik niet vanuit het lichaam," is deze dan hierdoor niet vanuit het lichaam?
16 En in het geval dat het oor zal zeggen: "Omdat ik niet oog ben, ben ik niet vanuit het lichaam;" is dit dan hierdoor niet vanuit het lichaam?
17 Indien heel het lichaam oog zou zijn, waar is dan het gehoor? Indien het geheel gehoor zou zijn, waar is dan de reuk?
18 Maar nu plaatste* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker de leden, een ieder van hen, in het lichaam, zoals Hij wil.
19 Maar indien alles één lid was, waar bleef het lichaam?
20 Maar nu zijn er inderdaad vele leden, echter één lichaam.
21 En het oog kan niet tot de hand zeggen: "Aan jou heb ik geen behoefte," of weer het hoofd tot de voeten: "Ik heb aan jullie geen behoefte."
22 Maar veeleer zijn de zwakker schijnende leden van het lichaam noodzakelijk,
23 en welke wij menen meer ongeëerd deel van het lichaam te zijn*, deze omkleden wij bovenmatiger met eer en onze °onfatsoenlijke delen hebben bovenmatiger achtenswaardigheid.
24 Maar ons °achtenswaardige heeft daaraan geen behoefte, maar °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker mengt* het lichaam samen, aan het tekort hebbende bovenmatiger eer gevend,
25 opdat er geen scheuring in het lichaam zal zijn, maar dat de leden op gelijke wijze ten behoeve van elkaar bezorgd zullen zijn. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Het is het voorrecht van allen die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker liefhebben om met Hem samen te werken bij het voorkomen van splitsing in het Lichaam van ChristusGezalfde, door het onderhouden van een passend kennen van hun afhankelijkheid van alle andere leden en een goddelijke bekommernis en sympathieke houding met betrekking tot hun welzijn; en dit ook wanneer mede-leden hen verachten en hen vervolgen. Het Lichaam is één. We hoeven alleen maar daar in overeenstemming mee te handelen. ChristusGezalfde is het Hoofd er van. We hoeven alleen maar Zijn plaats te erkennen.


26 En wanneer één lid lijdt, lijden alle °leden samen. Wanneer één lid verheerlijkt wordt, verheugen alle °leden zich samen.
27 Jullie nu zijn het lichaam van ChristusGezalfde en de leden vaneig. vanuit een deel. omdat wij leden zijn van Zijn lichaam. (SV)[Efe. 5:30]
28 En die plaatste* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker inderdaad in de ekklesia: eerst afgevaardigden, ten tweede profeten, ten derde leraren, vervolgens machten, vervolgens genadegaven van gezondheden, ondersteuning, besturen, soorten van talen. En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, 12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus (SV)[Efe. 4:11,12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

In de latere onthulling (Efe. 4:11), "passend bij overstijging" (12:31), hebben we een herziene lijst van de gaven. Daar worden de mindere genadegaven, zoals krachten, genezing en talen, weggelaten. Dat dit het geval zou zijn wordt in het volgende hoofdstuk voorzegd (13:8), waar ons verteld wordt van een tijd waarin de gave van talen zou ophouden. Maar de herziene lijst die in Efeziërs wordt gegeven, kijkt terug en ook vooruit . Apostelen en profeten zijn niet langer nodig voor de opbouw van het Lichaam van ChristusGezalfde. Ons wordt nadrukkelijk verteld dat profetieën afgeschaft zullen worden (13:8), zodra de volwassenheid zal zijn gekomen. Ze waren alleen nodig zolang Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers geschreven onthulling nog onvolledig was. Daarom zijn, vandaag, de bijzondere gaven beperkt tot drie: evangelisten, pastors (of herders) en leraren.


29 Niet allen zijn afgevaardigden, niet allen zijn profeten, niet allen zijn leraren, niet allen hebben machten,
30 niet allen hebben genadegaven van gezondheden, niet allen spreken in talen, niet allen interpreteren. Ik wilde wel, dat gij allen in tongen spraakt, maar liever nog, dat gij profeteerdet. Wie profeteert, is meer dan wie in tongen spreekt, tenzij hij het ook uitlegt, zodat de gemeente stichting ontvangt. (SV)[1Kor. 14:5]
31 Maar weesm geestdriftig naar de grotere °genadegaven! En nog toon ik jullie een weg overeenkomstig de overtreffendheid. Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren. (SV)[1Kor. 14:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

De meeste van de genadegaven waren voorbijgaand, passend bij de onvolwassenheid, en daarom probeert de apostel hen te leiden naar die welke zullen blijven in de aankomende, allesoverstijgende bedeling, waarin wij ons vandaag bevinden.





Terug naar de index.
Naar 1 Korinte 13
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.