Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
1Petrus
Hoofdstuk 1

[Commentaar-Inleiding]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

Petrusrots aan de stammen in de verstrooiing - Inleiding.

Petrusrots’ brieven komen overeen met Petrusrots’ persoonlijke ervaringen. In tegenstelling tot Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine was hij een devoot Israëlstrijder van Godiet, die de MessiasGezalfde aanvaardde bij aanvang van Diens bediening, niet een krachtig vervolger na Zijn hemelvaart. Zijn naam werd veranderd van Simongehoord (heeft JAH) (Horende), de zoon van JohannesJAH is genadig, naar Petrusrots (Rots), de zoon van Jonaduif (Duif). Als zodanig werd hij het fundament waarop de Besnijdenis ekklesia is gegrondvest. Hij was de leider van de twaalf apostelen, maar werd voorbij gestreefd door Jakobushielenlichter, de broer van de Heer, die geen apostel was, toen de Pinkster ekklesia sektarisch werd. Hem werden de sleutels van het koninkrijk gegeven – bekering en doop – en hij gebruikte ze bij het openen van de verkondiging er van. Hij werd gekozen om het te openen voor proselieten, zoals Corneliusvan een hoorn, maar gehoorzaamde pas nadat hij een speciaal visioen had gekregen. Zijn koers werd door de ekklesia in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter zeer bekritiseerd.

Als zijn brieven er niet waren, zouden we ons zeer afvragen "Wat is er toch van Petrusrots geworden?", want hij (net als de rest van de twaalf apostelen), verdwijnt uit de geschiedenis in het boek Handelingen, kort nadat Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine vooraanstaand wordt.

Het karakter van Petrusrots’ brieven wordt aangegeven door de persoonlijke opdracht die hem door de Heer werd gegeven, na Diens opstanding (Joh. 20:15-19). Ze zijn gebaseerd op zijn bijzondere genegenheid voor zijn Heer. Daarin voert hij de opdracht uit om de lammeren te laten grazen en de schapen van Zijn kudde te hoeden. En daarin weerspiegelt hij het lijden waarmee hijzelf op het punt stond zijn Heer te verheerlijken. Deze brieven zijn bijzonder passend voor het gelovig overblijfsel in Israëlstrijder van God, die lijden en sterven in de vreselijke vervolgingen die aan de inwijding van het koninkrijk vooraf gaan. Ze staan in contrast met JohannesJAH is genadig’ brieven, in die zin dat hij en zijn geschriften speciaal van belang zijn voor hen die (net als hijzelf, in geest) leven doorheen de tijd van beproeving en zonder te sterven het koninkrijk binnen gaan. De speciale aanleiding voor Petrusrots’ geschriften schijnt de grote vervolging van de Christenen onder Nero te zijn, vanwege de valse beschuldiging dat zij Romekracht in brand hadden gestoken. Niet alleen werden ze in de keizerlijke stad onderworpen aan vreselijke martelingen, maar de vervolging verspreidde zich naar de provincies in het hele gebied van Romekrachtinse heerschappij.

Petrusrots schreef aan de verbannenen van de verstrooiing in de noordelijke provincies van wat nu Klein-Azië wordt genoemd. Dit beperkt het beslist tot de Besnijdis, want de heidenen werden daar nooit uit hun eigen land verstrooid. Dit kan echter niet verwijzen naar de algemene verstrooiing van de Joden, want maar weinigen van hen waren van het geloof. Het verwijst zonder twijfel naar het feit dat, van de verstrooiing na de steniging van Stefanuskrans, voortdurende vervolgingen in het land vele Joodse Christenen in verbanning had gedreven. Na asiel te hebben gevraagd aan hun sterke mede landgenoten te midden van de afgodendienaren, ondervinden ze nu dat ook deze tot vervolgers waren geworden door Nero’s bevel.

Hoewel deze brieven geen hedendaagse interpretatie kunnen hebben, zullen ze zonder twijfel hun volste toepassing vinden bij de zonen van Israëlstrijder van God, nadat de huidige bedeling van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers genade voorbij zal zijn, en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker opnieuw met de Besnijdenis omgaat en zij door beproevingen omringd zullen zijn, zoals deze brieven voorzeggen en in voorzien. Alleen in zo’n atmosfeer en in zo’n tijd zal de boodschap die Petrusrots brengt ten volle op prijs gesteld worden en echt verstaan worden. Precies zoals het voor hem moeilijk was de brieven van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine begrijpen (2Petr. 3.16), zo is het alleen door een serieuze inspanning dat wij onszelf kunnen verplaatsen in de positie van hen aan wie deze brieven zijn gezonden, en dat we in staat zullen zijn gedeeltelijk hun boodschap te begrijpen. Petrusrots ontving zijn opdracht om deze brieven te schrijven van de Heer, na Diens hemelvaart. Aan de kust van de zee van Tiberiasstad vernoemd naar Keizer Tiberius, na de wonderbaarlijke visvangst, krijgt hij de opdracht Zijn lammetjes te weiden en Zijn schapen te hoeden (Joh. 21:15-17). Dit is de bediening die hij in deze twee pastorale brieven vervult.

Het volk aan wie de brieven zijn geadresseerd (en niet "de kerk die Zijn lichaam is"), is een "gekozen ras, een koninklijk priesterschap, een heilige natie".


   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

DE STRUCTUUR VAN 1 Petrus
1:1,2.   Inleiding passend bij een brief.
1:3-12.     Introductie - dankzegging - voorafschaduwing van het
    onderwerp van de brief.
1:13-2:10.        Bemoediging (algemeen) met het oog op het einde.
2:11-4:6.         Bemoedigingen (bijzonder) over lijden en heerlijkheid.
4:7-19.        Bemoedigingen (algemeen) met het oog op het einde.
5:1-9.         Bemoedigingen (bijzonder) over lijden en heerlijkheid.
5:10,11.     Afsluiting - gebed belichamend het doel van de brief.
5:12-14.   Afsluiting passend bij een brief.

1 Petrusrots, een afgevaardigde van JezusJAH redt ChristusGezalfde, aan de uitgekozen, in het buitenland wonenden, van de verstrooiing van Pontuslandstreek in het noorden van Klein Azië, van Galatiëland van de Galli, van Kappadociëprovincie van goede paarden, van Asiahet westelijk deel van wat nu Turkije heet en van Bityniëeen gewelddadig rennen,De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren? (SV)[Joh. 7:35] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Let op het contrast tussen Petrusrots, een apostel van JezusJAH redt ChristusGezalfde, en Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine, een apostel van ChristusGezalfde JezusJAH redt. Petrusrots gaat verder op grond van Zijn huidige verwerping op aarde, Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine op grond van Zijn verhoging in de hemel.

De verbannenen waren die Joden die hun huizen in het land van hun vaders hadden verlaten, mogelijk ten gevolge van vervolging. Sindsdien zijn de Joden verstrooid over heel de aarde. Petrusrots’ brief zal een speciaal beroep hebben gedaan op hen die, in de tijd van het einde, nadat de Heer nogmaals begint om te gaan met Zijn volk Israëlstrijder van God, gekozen zijn onder de naties en lijden voor hun geloof.


2 overeenkomstig de voorkennis van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, de Vader, in heiliging van geest, tot in gehoorzaamheid en besprenkeling van het bloed van JezusJAH redt ChristusGezalfde. Moge genade en vrede aan jullie vermeerderd worden! omdat die Hij tevoren kent*, Hij ook tevoren bestemt* tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn °Zoon, opdat °Hij de eerstgeborene zal zijn onder vele broeders (SW)[Rom. 8:29] - Maar wij behoren °God altijd te danken over jullie, broeders, geliefd zijnd door de Heer, dat °God aan jullie de voorkeur geeft* als eerstelingen tot redding, in heiliging van de geest en geloof in de waarheid (SW)[2Thess. 2:13] - en tot Jezus, de Middelaar van een nieuw verbond en tot het bloed van de besprenkeling, dat beter spreekt dan Abel. (SW)[Hebr. 12:24] - Barmhartigheid, en vrede, en liefde zij u vermenigvuldigd. (SV)[Judas 2]
3 Gezegend zij de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en Vader van onze °Heer, JezusJAH redt ChristusGezalfde, Die, overeenkomstig Zijn °vele ontferming, ons opnieuw verwekt* tot in een levende hoop door de opstanding van JezusJAH redt ChristusGezalfde vanuit doden, Gezegend zij de God en Vader van onze °Heer, Jezus Christus, de ons zegenende* in alle geestelijke zegen te midden van de ophemelsen, in Christus (SW)[Efe. 1:3]
4 tot in onvergankelijk en onbezoedeld en niet verwelkend lotbezit, in de hemelen voor jullie bewaard zijnde, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Het lotdeel van de Besnijdenis is hemels van aard en bron, maar zal op aarde worden genoten. Een concreet voorbeeld is het hemelse Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, dat uit de hemel komt, helemaal voorbereid voor hun verblijf op de nieuwe aarde. Het koninkrijk wordt "het koninkrijk van de hemelen" genoemd; niet omdat het in de hemel zal zijn, maar omdat de hemelen zullen heersen.


5 die in de macht van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verzekerd bewaard worden, door geloof, tot redding, gereed om onthuld* te worden in de laatste periode, En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken. (SV)[Joh. 10:28] - En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen. (SV)[1Pet. 5:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Er worden twee onderscheiden reddingen voor ons gebracht in deze passage, waarvan geen verwijst naar wat gewoonlijk met de term wordt bedoeld. De eerste is de redding waar de trouwen van Israëlstrijder van God zo naar hebben verlangd, de verlossing die tot hen komt bij de komst van hun MessiasGezalfde. Het is geen redding van zonde, maar van de naties en van SatanTegenstander, en van de oordelen van de tijd van het einde. Het luidt het millennium in. Het was geen hedendaags bezit, maar zal onthuld worden bij de onthulling van JezusJAH redt ChristusGezalfde.


6 in welke jullie jubelen; indien het bindend is op dit moment korte tijd bedroefd gemaakt wordend in allerlei beproevingen, Acht* alles vreugde, mijn broeders, wanneer jullie zouden vallen* in allerlei beproevingen, (SV)[Jak. 1:2
7 opdat de toetsing van jullie °geloof, van hogere waarde dan bewerkt goud, dat verloren gaat, maar door vuur getoetst wordend, gevonden zal worden tot lof en heerlijkheid en eer in de onthulling van JezusJAH redt ChristusGezalfde, maar Hij kent den weg, die bij mij is; Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen. (SV)[Job 23:10] - Ziet, Ik heb u gelouterd, maar niet als zilver, Ik heb u gekeurd in den smeltkroes der ellende. (SV)[Jes. 48:10]
8 Die jullie, niet waarnemend, liefhebben, in Wie jullie, niet ziende op dit moment, maar gelovend en verheerlijkt zijnde, jubelen in onuitsprekelijke vreugde, Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben. (SV)[Joh. 20:29]
9 het einde van jullie °geloof ophalend, de redding van jullie zielen. Maar nu, bevrijd zijnde* van de zonde, en slaaf geworden van °God, hebben jullie je heiliging tot vrucht en de voleinding: aionisch leven (SW)[Rom. 6:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

De andere redding was een hedendaagse ervaring. We lezen in de Schrift zelden van de redding van de ziel. De ziel is het voelende deel van een mens, dat wat lijdt en geniet. Uiteindelijk zal alle redding uitlopen op bevredigende en heerlijke gevoelens. In de tijd van beproeving waar Petrusrots naar verwijst, schijnt er maar weinig plaats te zijn voor zo’n redding, maar het is te vinden in de blijdschap en triomf van geloof.


10 Aangaande welke redding de profeten opzoeken* en uitvorsen, profeterend* aangaande de in jullie zijnde genade, Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die gij ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die gij hoort, en hebben ze niet gehoord. (SV)[Matt. 13:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

De profeten voorzegden de redding die door Petrusrots werd verkondigd; de genade die tot ons is gekomen was voor hen verborgen (Efe. 3:8,9).


11 doorzoekend tot in wat of welke periode de geest van ChristusGezalfde in hen duidelijk werd gemaakt, tevoren getuigend van de lijdenssmarten van ChristusGezalfde en de heerlijkheden na deze dingen. Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? (SV)[Luc. 24:26] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Het lijden dat ChristusGezalfde betrof was duidelijk voorzegd in de Hebreeuwse Schrift, in het bijzonder in types als JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) en Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, Davidgeliefde en Hezekia. Zijn aardse heerlijkheden werden ook onthuld, inclusief Zijn verhoging als de Zoon van de mensen en als de Zoon van Davidgeliefde. Hij ontvangt de allerhoogste plaats op aarde, maar er is zelfs geen hint van hemels hoofdschap. Deze zijn de naspeurbare rijkdommen van ChristusGezalfde. De profeten wisten niets van de "onnaspeurbare rijkdommen". Deze bestaan uit Zijn hemelse verhoging, en werden aan Petrusrots en Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine onthuld. Petrusrots vertelt ons dat "in de hemel gegaan zijnde, boodschappers en gezaghebbers en krachten aan Hem onderschikt* zijnde" (3:22;SW). Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine geeft Hem de plaats van universele suprematie, en vertelt over een tijd waarin allen in de hemelen alsook die op aarde in Hem samengevat worden (Efe. 1:10). Hierover bleven de profeten stil. Het was een geheim, of "mysterie" dat pas onthuld werd toen de hemelse bestemming van de ekklesia, die ChristusGezalfde’ lichaam is, bekend was gemaakt.


12 Aan wie het werd onthuld* dat niet voor zichzelf, maar voor jullie, zij deze dingen bedienden die nu aan jullie werden verkondigd* door hen die jullie evangeliseren, heilige geest afgevaardigd wordend vanaf de hemel, waarin boodschappers begeren te bukken om te kijken*. dat nu bekend* zou worden aan de overheden en de gezaghebbers in de hemelse gewesten, door de ekklesia, de veelkleurige wijsheid van °God (SV)[Efe. 3:10]
13 Daarom: de lendenen van jullie °denkwijze omgordend*, nuchter zijnde, hoop*m op volmaakte wijze op de aan jullie gebracht wordende genade in de onthulling van JezusJAH redt ChristusGezalfde, Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende. (SV)[Luc. 12:35] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

De genade die er voor ons is komt vóór de onthulling van JezusJAH redt ChristusGezalfde, bij Zijn komst in de lucht, voorafgaand aan de apocalyptische oordelen die Zijn openbaarwording begeleiden. Dat is niet het geval voor hen aan wie Petrusrots schrijft. Het is pas na Zijn onthulling dat de zegeningen die zijn verwachtten, de hunne worden. De onthulling zelf is Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers middel om het koninkrijk en alle bijhorende voordelen te brengen.


14 als kinderen van de gehoorzaamheid, niet gevormd wordend naar het vroegere in de onwetendheid van jullie begeerten, en wordt niet gelijk gevormden aan deze °aion, maar worden jullie omgevormd door de vernieuwing van het denken, opdat jullie onderzoeken wat de wil van °God is: het goede en welgevallige en volgroeide. (SW)[Rom. 12:2]
15 maar overeenkomstig Die jullie roept, Die heilig is, worden jullie ook zelf heiligen in alle gedrag, Dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid! (SV)[2Pet. 3:11]
16 omdat het namelijk is geschreven: "Jullie zullen heiligen zijn, want Ik ben heilig." Want Ik ben JAHWEH, jullie Elohim, en jullie heiligen jezelf en worden heilig, want Ik ben heilig. En jullie zullen jullie zielen niet bevuilen met iets van de zwerver die zwerft op het land. (SW)[Lev. 11:44]
17 En indien jullie de Vader aanroepen, Die zonder aanziens des persoons oordeelt overeenkomstig het werk van ieder, zullen jullie in vrees verkeren in de tijd van jullie °bijwonerschap, Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils! (SV)[Psalm 89:27] - Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken. (SV)[2Kron. 19:7] - Wanneer gij zegt: Ziet, wij weten dat niet; zal Hij, Die de harten weegt, dat niet merken? En Die uwe ziel gadeslaat, zal Hij het niet weten? Want Hij zal den mens vergelden naar zijn werk. (SV)[Spreuk. 24:12]
18 waargenomen hebbend dat jullie niet met vergankelijke dingen, met zilvergeld of met bewerkt goud, werden losgekocht* vanuit het zinloze van jullie gedrag, van het door de vaders overgeleverde,
19 maar met het kostbare bloed van ChristusGezalfde, als van een smetteloos en vlekkeloos lam, in Wie wij hebben de loskoping door Zijn °bloed, de vergeving van de zonden naar de rijkdom van Zijn °genade (SW)[Efe. 1:7]
20 tevoren gekend zijnde, inderdaad vóór de neerwerping van de wereld, maar openbaar gemaakt wordend in het laatste van de tijden, vanwege jullie, zoals Hij ons verkiest* in Hem vóór de nederwerping van de wereld, opdat wij heilig zijn, vlekkeloos voor Zijn aangezicht, in liefde (SW)[Efe. 1:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Het feit dat ChristusGezalfde’ offer bekend was, zelfs vóór de nederwerping, werpt een schitterend licht op Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers plan en doelstelling. Het laat zien dat offer niet een nakomende gedachte is om een niet voorziene ramp te repareren, maar dat het vooraf gaat aan zonde, en dat zonde werd geïntroduceerd om er gelegenheid aan te geven. Sprekend als een mens: er zou nooit zonde zijn geweest als Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker niet eerder een Offer had voorbereid, en het zou niet op zichzelf overdacht moeten worden, maar als een van de noodzakelijke factoren in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers grote doelstelling om de diepe diepten van Zijn liefde te onthullen en de grenzenloze ruimte van Zijn aanhankelijkheid.


21 die door Hem in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geloven, Die Hem wekte* vanuit doden en heerlijkheid aan Hem gaf, zodat het geloof en de hoop in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zijn. Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. (SV)[Joh. 14:6] - maar ook terwille van ons, aan wie het op punt staat toegerekend te worden, die in Hem geloven Die Jezus, onze °Heer, opwekt* uit de doden (SW)[Rom. 4:24]
22 Jullie °zielen gereinigd hebbend in de gehoorzaamheid van de waarheid, tot de ongeveinsde broederlijke genegenheid, heb*m dan elkaar op intense wijze waarachtig lief vanuit het hart, Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt. (SV)[Joh. 13:34]
23 opnieuw verwekt zijnde, niet vanuit vergankelijk maar van onvergankelijk zaaisel, door het levende en blijvende woord van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. (SV)[Joh. 1:13] - Want het woord van God is levend en werkend en vuriger dan ieder twee-snijdend zwaard en doordringend tot deling van ziel en van geest, zowel van de gewrichten als het beenmerg en is een rechter van gevoelens en gedachten van het hart. (SW)[Hebr. 4:12] - Van mij is een bevel gegeven, dat men in de ganse heerschappij mijns koninkrijks beve en siddere voor het aangezicht van den God van Daniel; want Hij is de levende God, en bestendig in eeuwigheden, en Zijn koninkrijk is niet verderfelijk, en Zijn heerschappij is tot het einde toe. (SV)[Dan. 6:26] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Wedergeboorte is een vereiste voor toegang tot het koninkrijk (Joh. 3:3). In geest springen wij over het koninkrijk heen en gaan de nieuwe schepping binnen (2Kor. 5:11), die pas een fysieke werkelijkheid zal worden na de duizend jaren. Er is een enorm verschil tussen de twee. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine verkondigt de nieuwe geboorte niet. Dat is nauwelijks voldoende om de grote verandering te beschrijven die nodig is om ons geschikt te maken voor onze hemelse bestemming. In de opstanding zullen we niet alleen vernieuwd, maar veranderd worden (1Kor. 15:52). Zoals we nu zijn zouden we nooit ons hemels lotdeel kunnen betreden. Daarom zijn wij de voorwerpen van een radicale herschepping. De Besnijdenis zal in het koninkrijk op aarde zo’n grote verandering niet nodig hebben om hen geschikt te maken voor de omstandigheden die er in die dag zullen zijn, en daarom wordt het beeld van wedergeboorte gebruikt. De Heer sprak over het koninkrijk als "de wedergeboorte" (Matt. 19:28), waarin de oude schepping vernieuwd zal worden, de vloek verwijderd, de wet onderhouden, door een volk dat een ander hart zal hebben (Jer. 31:36), en de oude aarde zal haar sabbat genieten. Daarom is wedergeboorte niet de schepping van een nieuwe mens, maar het regeneratie van de oude.


24 omdat namelijk alle vlees is als gras en al haar heerlijkheid is als de bloem van gras. Het gras verdort en de bloem valt* uit, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Jesajaheil is JAH 40:6-8


25 maar de uitspraak van de Heer blijft tot in de aion. Dit nu is de uitspraak: het tot jullie geëvangeliseerde! Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. 7 Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. 8 Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid. (SV)[Jes. 40:6-8]





Terug naar de index.
Naar 1 Petrus 2
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.