Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
1Petrus
Hoofdstuk 2

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Dan alle kwaadaardigheid en alle bedrog en huichelarij en afgunsten en alle ten nadele spreken wegdoende, Jullie zouden moeten afdoen de oude mens, volgens jullie eerdere gedrag de verdorven zijnde, naar de verlangens van de misleiding, (SW)[Efe. 4:22]
2 verlang*m als pasgeboren baby's naar de logische, onvervalste melk, opdat jullie daardoor zullen opgroeien tot redding, Ik geef jullie melk te drinken*, geen vast voedsel, want jullie waren nog niet in staat dat te verdragen, ja ook nu zijn jullie daar niet toe in staat, (SW)[1Kor. 3:2]
3 wanneer namelijk jullie proeven dat de Heer vriendelijk is. Vreest den HEERE, gij Zijn heiligen! want die Hem vrezen, hebben geen gebrek. (SV)[Psalm 34:9]
4 Tot Wie naderbij komend, een levende Steen, door mensen inderdaad verworpen zijnde, maar bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker uitgekozen, in ere gehouden, De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden. (SV)[Psalm 118:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Onze Heer, sprekend tot de hogepriesters en oudsten, vertelde hen dat het koninkrijk van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van hen weggenomen zou worden en gegeven worden aan een natie die de vruchten er van zou voortbrengen; en als bewijs citeerde Hij Psalm 118:22,23. De gelijkenis van de wijngaard werd bij deze gelegenheid tot hen gesproken (Matt. 21:33-46). Zij vervulden deze gelijkenis door Hem te verwerpen. En Hij nam het koninkrijk van hen weg en geeft het aan hen die Hem ontvangen, en die kern vormen van de gelovige natie van die dag.


5 ook julliezelf als levende stenen opgebouwd worden tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offers ten offer te brengen*, wel aangenaam voor °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, door JezusJAH redt ChristusGezalfde. in Wie het gehele gebouw, samengevoegd zijnde, groeit tot een heilige tempel in de Heer, 22 in Wie jullie ook zijn samen gebouwd tot verblijfplaats van įGod, in geest. (SW)[Efe. 2:21,22] - En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen IsraŽls spreken zult. (SV)[Ex. 19:6] - Ik smeek jullie dan, broeders, door de barmhartigheden van įGod, dat jullie je įlichamen stellen* tot een levend, heilig en welgevallig offer aan įGod, jullie įlogische eredienst, (SW)[Rom. 12:1]
6 Omdat het namelijk in de Schrift is omvat: "Neem waar, Ik plaats in Sionburcht een steen, een sluitsteen in de uiterste hoek, uitgekozen, in ere gehouden. En die in Hem gelooft zal niet te schande gemaakt worden." Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten. (SV)[Jes. 28:16] - gebouwd* zijnde op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Christus Jezus Zelf de hoeksteen is, (SW)[Efe. 2:20] - Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? (SV)[Matt. 21:42] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Jesajaheil is JAH 28:16


7 Aan jullie dan, aan die geloven, is de eer, maar voor de ongelovigen: "Een steen die de bouwers verwerpen*, deze was geworden* tot het hoofd van de hoek" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Petrusrots zelf, al snel na de Pinksterdag en voor de hogepriesters, beschuldigde hen van het verwerpen van de Steen die de hoeksteen moest worden (Hand. 4:11).


8 en een steen van aanstoot en een rots van valstrik, die zich ook stoten aan het woord, ongezeglijk zijnde, waarin zij ook werden geplaatst*. Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van IsraŽl, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem. (SV)[Jes. 8:14]
9 Maar jullie zijn een uitgekozen ras, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een volk tot verwerving, zodat jullie de deugden wijd en zijd zouden berichten van Degene Die jullie roept* vanuit de duisternis tot in Zijn wonderbaarlijke °licht, Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn. (SV)[Deut. 7:6] - Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 6 En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen IsraŽls spreken zult. (SV)[Ex. 19:5,6] - Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. (SV)[Jes. 9:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

Toen JAHWEH Zijn volk naar Zichzelf bracht op adelaarsvleugels, had Hij als doel dat zij Zijn bijzondere schat zouden zijn, boven alle volken, en dat zij een koninkrijk van priesters zouden zijn en een heilige natie (Exo. 19:4-6). Tot op heden hebben zij, door hun ongeloof, dit ideaal niet bereikt, maar zij die ChristusGezalfde ontvangen zullen het vervullen in het komende koninkrijk. Als koningen zullen zij voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker heersen over de naties en als priesters de naties bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker brengen.


10 die eens 'niet een volk' waren, maar nu het volk van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zijn, die niet ontferming verkregen hebbend, nu echter ontferming verkegen hebben. En zij ontving wederom, en baarde een maarter; en Hij zeide tot hem: Noem haar naam Lo-ruchama; want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis IsraŽls, maar Ik zal ze zekerlijk wegvoeren. ... 9 En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-ammi; want gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn. (SV)[Hos. 1:6,9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

De zinsneden "niet een volk" en die "niet barmhartigheid hebben ontvangen" worden meestal aan de heidenvolkeren toegewezen, in tegenstelling tot IsraŽlstrijder van God. Deze passage wordt dan aangehaald ten gunste van het zonder onderscheid toepassen van Petrusrotsí brieven op alle mensen van alle tijden, in het bijzonder op de huidige ekklesia die ChristusGezalfdeí lichaam is. Maar een nauwere overweging zal aantonen dat deze passage precies het tegenovergestelde bewijst, want ze citeert uit de profetie van Hoseahulp (van JAH), die spreekt over de zonen van IsraŽlstrijder van God, en kan onmogelijk geÔnterpreteerd worden als voor enig ander volk. Een passage leest als volgt (Hos. 1:9-11):

"En Hij zeide:
Noem zijn naam Lo-ammi;
want gijlieden zijt Mijn volk niet,
zo zal Ik ook de uwe niet zijn.
Nochtans zal het getal der kinderen IsraŽlstrijder van Gods
zijn als het zand der zee,
dat niet gemeten noch geteld kan worden;
en het zal geschieden dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn:
Gijlieden zijt Mijn volk niet;
tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen des levenden Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers.
En de kinderen van Judalof, en de kinderen IsraŽlstrijder van Gods
zullen samenvergaderd worden,
en zich een enig hoofd stellen,
en uit het land optrekken;
want de dag van Jizreel zal groot zijn."

De begeleidende passage is net zo duidelijk (Hos. 2:23):
"En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien,
en zal Mij ontfermen over Lo-ruchama;
en Ik zal zeggen tot Lo-ammi:
Gij zijt Mijn volk;
en dat zal zeggen: O, mijn Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker!

Deze citaten kunnen zeer zeker niet verwijzen naar enige ander volk dan de gekozen natie.


11 Geliefden, ik roep jullie op, als bijwoners en in het buitenland wonenden, zich te onthouden van de vleselijke begeerten, die oorlog voeren tegen de ziel, Hoor, HEERE! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders. (SV)[Psalm 39:12] - Want degenen van įChristus Jezus kruisigen het vlees, samen met de hartstochten en de lusten. (SW)[Gal. 5:24] - Want het vlees begeert tegen het vlees en de geest tegen het vlees, want deze staan tegenover elkaar, dat jullie niet doen wat jullie maar willen. (SW)[Gal. 5:17]
12 het gedrag van jullie in de natiën ideaal hebbend, opdat in welke zij ten nadele van jullie spreken, als van kwaaddoeners, zij, vanuit de ideale werken toeschouwend, °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zouden verheerlijken in de dag van omzien. Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. (SV)[Matt. 5:16] - Maar wat zult gijlieden doen ten dage der bezoeking, en der verwoesting, die van verre komen zal? Tot wien zult gij vlieden om hulp, en waar zult gij uw heerlijkheid laten? (SV)[Jes. 10:3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

"Het gedrag van jullie onder de naties" of heidenen, bevestigt onze conclusie dat Petrusrots schrijft aan hen van zijn eigen natie, buiten het land.


13 Jullie zullen onderschikt worden aan elke menselijke schepping, vanwege de Heer, hetzij aan de koning, als aan de superieur zijnde, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Het word "schepping" hier is hetzelfde woord dat altijd zo wordt weergegeven in elke andere voorkomende plaats. Het idee dat scheppen een voorrecht is van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, leidde mogelijk onze vertalers er toe het hier te veranderen in "verordening". Maar het zijn contexten als juist deze die de Engelse lezer aan moeten sporen zijn begrip van dit woord te corrigeren, want volgens deze passage kan een mens scheppen, en het woord betekent niet "tot stand brengen wat tot dan toe niet bestond".


14 hetzij aan gouverneurs, als door hem gezonden wordend tot rechtverschaffing van kwaaddoeners, maar tot lof voor de goeddoeners, Herinner hen eraan onderschikt te zijn aan soevereinen en gezaghebbers, meegaand, klaar zijnd voor alle goede werk (SV)[Titus 3:1]
15 omdat zo de wil van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is, goed doende het gebrek aan kennis van de onverstandige mensen te doen verstommen,
16 als vrijen, en niet de vrijheid hebbend als dekmantel voor de kwaadaardigheid, maar als slaven van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Want jullie, broeders, werden tot vrijheid geroepen*; alleen, gebruik niet de vrijheid als aansporing voor het vlees, maar slaaft voor elkaar door de liefde! (SW)[Gal. 5:13]
17 Eer*m allen! Hebm de broederschap lief! Vreesm °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! Eerm de koning! in broederlijke įliefde voor elkaar, elkaar teder beminnend in eerbetoon, elkaar hoog achtend, (SW)[Rom. 12:10] - Mijn zoon! vrees den HEERE en den koning; vermeng u niet met hen, die naar verandering staan; (SV)[Spreuk. 24:21]
18 De huisslaven zullen onderschikt worden aan jullie °eigenaars, in alle vrees, niet alleen aan de goeden en welwillenden, maar ook aan de krommen, Slaven, weest gehoorzaam aan de heren naar het vlees, met vrees en beven, in eenvoud van jullie įharten, als aan įChristus (SW)[Efe. 6:5]
19 want dit is genade, indien iemand, vanwege het geweten van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, droefheden doorstaat, op onrechtvaardige wijze lijdend.
20 Want welke is de verdienste, indien, zondigend en met vuisten geslagen wordend, jullie zullen verduren? Maar indien jullie, goed doende en lijdend, zullen verduren, is dit genade bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
21 Want tot in dit werden jullie geroepen*, omdat ChristusGezalfde ook ten behoeve van jullie leed, aan jullie een kopieermodel nalatend, opdat jullie erop zouden volgen in Zijn °voetsporen, Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet. (SV)[Joh. 13:15] - Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij. (SV)[Matt. 16:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

De voetstappen volgend die onze Heer achterliet terwijl Hij op aarde was, wordt vaak gezien als de ideale menselijke houding voor gelovigen in ChristusGezalfde. En dat is het ook Ė voor de Besnijdenis, aan wie Petrusrots schrijft. Hoewel Zijn kanaal zijnde waardoor de waarheid voor vandaag onthuld zou moeten worden, hield Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hen weg van contact met ChristusGezalfde tijdens het leven van onze Heer op aarde, zowel voor als na Zijn opstanding. Het was pas na Zijn opstijging in heerlijkheid dat Hij Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vormus riep, en zijn naam veranderde in Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine, en hem een medium maakte voor de bijzondere waarheid die van kracht is tijdens de afvalligheid van IsraŽlstrijder van God. Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vormusí roeping had al lang tevoren gebeurd kunnen zijn, maar werd opzettelijk uitgesteld om overeen te komen met de waarheid die aan hem zou worden toevertrouwd. Hij, en wij, kennen ChristusGezalfde alleen als opgevaren en verheerlijkt. Indien wij met Zijn aardse leven verbonden waren, zoals de Syro-Foenitische vrouw (Mark. 7:26), zouden we niet meer dan een paar kruimels van IsraŽlstrijder van Gods tafel kunnen krijgen. Hij handelt in heerlijkheid niet zoals Hij handelde op aarde. Nu maakt Hij geen onderscheid tussen Jood en heiden, maar giet onuitspreekbaar grotere genade uit over beide dan mogelijk was toen Hij de Dienaar van de Besnijdenis was (Rom. 15:8). De sleutel voor gedrag dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een genoegen doet is het nadoen van Zijn huidige houding ten opzichte van ons in onze relaties met onze medemensen. Het is niet redelijk Zijn voetstappen na te volgen toen Hij alleen kwam voor de verloren schapen van het huis van IsraŽlstrijder van God en Zich weghield van contact met het buitenland. Zijn wandel in het land is geen model voor ons gedrag buiten het land. Daarom worden we opgeroepen imitatoren van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine te zijn, omdat hij van ChristusGezalfde is (1Kor. 11:1), want hij kende ChristusGezalfde als opgevaren en verheerlijkt. En wij worden aangemoedigd om imitatoren van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te zijn, als geliefde kinderen (Efe. 5:1). Zoín plaat hadden wij, zondaars uit de heiligen, niet toen ChristusGezalfde Zich beperkte tot de begunstigde natie.


22 Die de zonde niet doet*, en ook werd er geen bedrog in Zijn °mond gevonden*; En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. (SV)[Jes. 53:9]
23 Die, uitgescholden wordend, niet terug schold, lijdend niet dreigde, maar het overleverde aan Die op rechtvaardige wijze oordeelt; Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; maar Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. (SV)[Jes. 53:7]
24 Die onze °zonden Zelf in Zijn °lichaam omhoog bracht* op het hout, opdat, wegkomend van de zonden, wij zouden leven voor de rechtvaardigheid; door Wiens striem jullie gezond gemaakt zullen worden. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; maar wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. (SV)[Jes. 53:4] - Moge het daar niet van komen*! Wij, die stierven* aan de zonde, hoe zullen wij daarin nog leven? ... 11 Reken jullie dus dan wel dood voor de zonde, maar levend voor įGod in Christus Jezus. (SW)[Rom. 6:2,11] - Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. (SV)[Jes. 53:5]
25 Want jullie waren als dwalende schapen, maar nu keerden* jullie om naar de Herder en Toezichthouder van jullie °zielen. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; maar de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. (SV)[Jes. 53:6]




Terug naar de index.
Naar 1 Petrus 3
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.