Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
1Petrus
Hoofdstuk 3

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Evenzo de vrouwen, onderschikt wordend aan de eigen mannen, opdat, ook indien sommigen ongezeglijk zijn aan het woord, zij zonder een woord door het gedrag van de vrouwen gewonnen zullen worden, onderschikt zijnde aan elkaar in de vreze van Christus, 22 de vrouwen aan de eigen man, als aan de Heer, (SW)[Efe. 5:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De taken binnen een huwelijksrelatie worden door Petrusrots en Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine met kenmerkend verschil behandeld. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine (Efe. 5.21) gelast onderschikking en liefde in het licht van de relatie tussen ChristusGezalfde en de kerk; Petrusrots wijst terug naar Saravorstin en Abrahamvader van vele volken.


2 toeschouwend* het zuivere gedrag van jullie in vrees,
3 van wie het sieraad (laat het niet van buiten zijn, van het vlechten van haren, van het omhangen met bewerkte gouden dingen, of van het aantrekken van bovenkleding, Zo ook de vrouwen, in fatsoenlijke kleding, met bescheidenheid en gezond verstand, zich niet sierend met vlechten of goud of parels of kostbare kledij, (SW)[1Tim. 2:9]
4 maar de verborgen mens van het hart, in het onvergankelijke van de zachtmoedige en rustige geest) duur is in het zicht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
5 Want zo versierden ook eens de heilige vrouwen zichzelf, die in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hoopten, onderschikt wordend aan de eigen mannen,
6 zoals Saravorstin aan °Abrahamvader van vele volken gehoorzaamde*, hem heer noemend, van wie jullie kinderen waren geworden*, goed doende en geen enkele schrik vrezend. Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggend: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is? (SV)[Gen. 18:12]
7 Evenzo de mannen, samen wonend overeenkomend kennis, als met een zwakker gebruiksvoorwerp, aan het vrouwelijke eer toekennend, als ook aan mede-lotbezitters van allerlei genade van leven, opdat jullie in de gebeden niet gehinderd worden. De mannen, hebt de vrouwen lief, zoals °Christus liefheeft* de ekklesia en Zichzelf overgeeft* voor haar (SW)[Efe. 5:25]
8 Nu het einde: wees allen gelijk gezind, meevoelend, broederlijke genegenheid hebbend, innerlijk welwillend, nederig gezind,
9 niet kwaad in plaats van kwaad teruggevend, of een scheldwoord in plaats van een scheldwoord, maar integendeel: zegenend, omdat jullie hiertoe werden geroepen*, opdat jullie zegen als lotbezit zouden ontvangen, Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; (SV)[Matt. 5:44] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

Net als onze Heer in Zijn rede op de berg, zetten de apostelen een veel hoger markering dan de wet voor het gedrag van hen die kandidaten zijn voor het koninkrijk. Vergelijk Matt. 5:39, enz. en Luk. 6:27 enz. Een oog voor een oog, ofwel strikt recht, maakt plaats voor een vergevende geest. Dit wordt zelfs verder doorgevoerd in verband met de huidige genade. We moeten het kwaad overwinnen met goed (Rom. 12:21) en gloeiende kolen hopen op de hoofden van onze vijanden en zegenen die ons vervolgen (Rom. 12:14). Kortom: we dienen te wandelen in liefde (Efe. 5:2).


10 want wie leven wil, liefhebben en goede dagen waarnemen, laat hem de tong doen ophouden* vanaf kwaad en de lippen geen bedrog spreken*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Dit citaat uit Psalm 34:12-16, zonder enige introducerende zinsnede om de relatie er van te laten zien met het voorhanden onderwerp, geeft aan dat de Psalmen als geheel perfect in overeenstemming zijn met de bediening die bij Petrusrots en de twaalf behoorde. Onze ervaring zou tot op een zekere hoogte met hen moeten harmoniėren, maar zou ver moeten rijzen boven hun hoogste denkbeelden over gedrag. "Het leven liefhebben en goede dagen zien" is een veel lager motief dan dat wat ons wordt gepresenteerd.


11 En laat hem kwaad vermijden* en laat hem goed doen*. Laat hem vrede zoeken en laat hem haar najagen*. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken. 14 Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na. 15 Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep. 16 Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien. 17 Tsade. Zij roepen, en de HEERE hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden. (SV)[Psalm 34:13-17]
12 Want de ogen van de Heer zijn op rechtvaardigen en Zijn oren tot hun smeekbede. Maar het gezicht van de Heer is op die kwade dingen doen.
13 En wie zal jullie kwaad behandelen, in het geval dat jullie geestdriftigen zullen worden voor het goede?
14 Maar indien jullie ook mogen lijden vanwege rechtvaardigheid, weesm gelukkigen! Maar het zal niet zijn dat jullie hen zullen vrezen met vrees, ook niet dat jullie verontrust zullen worden, Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. (SV)[Matt. 5:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14-15

Met het oog op de komende storm van vervolging, citeert en varieert Petrusrots een woord uit Jes. 8:12-13, dat onder gelijke omstandigheden werd gesproken, maar met de verlangrijke vervanging van "JAHWEH van menigten" door "de Heer ChristusGezalfde". Ons de Joodse eerbied herinnerend voor de letter van de Schrift en de intense dreiging van het geen andere Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker dan de Ene hebben, zien we hoe vast Petrusrots er van overtuigd is dat ChristusGezalfde de JAHWEH van de Hebreeuws Schrift is.


15 maar heilig*m de Heer, ChristusGezalfde, in jullie °harten, steeds gereed voor een verdediging tegenover elk die van jullie een woord terugvraagt aangaande de hoop in jullie, maar met zachtmoedigheid en vrees, Gijlieden zult niet zeggen: Een verbintenis, van alles, waar dit volk van zegt: Het is een verbintenis; en vreest gijlieden hun vreze niet, en verschrikt niet. 13 Den HEERE der heirscharen, Dien zult gijlieden heiligen, en Hij zij uw vreze, en Hij zij uw verschrikking. (SV)[Jes. 8:12,13]
16 een goed geweten hebbend, opdat waarin zij ten nadele van jullie spreken, als van kwaaddoeners, zij te schande gemaakt zullen worden die jullie goede °gedrag in ChristusGezalfde smadelijk behandelen.
17 Want het is beter goed doende te lijden (indien de wil van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker dat moge willen), dan kwaad doende,
18 omdat ook ChristusGezalfde eenmaal aangaande zonden ten behoeve van ons stierf, de Rechtvaardige ten behoeve van de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zal leiden, inderdaad ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt wordend in geest, Die eens en voor altijd stierf aan de zonde, maar Die leeft; Hij leeft voor °God. (SW)[Rom. 6:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Begrip van dit betoog van de apostel zal ons door deze moeilijke passage heen helpen. Het onderwerp is lijden voor het doen van goed. Het voorbeeld is ChristusGezalfde en het lijden dat Hem overkwam zoals het naar Zijn discipelen kwam, vanwege de zonde die Hem omringde. Het betoog is dat Hij, hoewel ter dood gebracht, nu verhoogd is, zelfs boven de boodschappers en gezaghebbers en machten van het geestelijke gebied (:22), daar zullen zij die lijden voor het doen van goed op een bepaald moment ook verhoogd worden.

Met dit in gedachten is het duidelijk dat het niet het evangeliegoede bericht is dat verkondigd wordt aan de geesten in de gevangenis, want dat zou helemaal buiten de lijn van het betoog vallen. Het zou aanduiden dat, als gevolg van hun lijden, hun vijanden beėvangeliseerd zullen worden. Dat soort genade is vreemd aan Petrusrots’ brieven. Het woord dat hier wordt gebruikt is niet evangeliseren, maar verkondigen, bekend maken. Het vertelt ons niet dat zij gezegend werden, maar dat Hij verhoogd was. En wat is er meer aannemelijk dan dat, na Zijn hemelvaart, Hij verkondigd zal worden als de universele Soeverein aan heel de schepping, gehoorzaam of rebelerend?


19 waarin Hij ook aan in de cel gegaan zijnde geesten proclameert*, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Wie zijn deze gevangen geesten? Zijn zij niet dezelfde die Petrusrots noemt in zijn tweede brief (2:4), die neergeworpen werden in de duistere grotten van Tartarusafgrond - de plaats waar "gevallen" engelen worden bewaard, en de boodschappers in Judaslof (Griekse vorm van Juda)’ brief, die niet hun eigen soevereiniteit behielden, maar hun eigen woonplaats verlieten?

Het feit dat zij geesten genoemd worden verzekert ons dat zij niet menselijk zijn. De verkondiging werd niet aan het gedaan tijdens de dood van onze Heer, maar nadat Hij levend was gemaakt. Het was een teken van Zijn verhoging. Op het juiste moment zullen allen aan Hem onderschikt worden, niet alleen Israėlstrijder van God op de aarde in het koninkrijk, en heel de rest van de mensheid in de opstanding, maar alle soevereiniteit en gezag en macht in het geestelijke gebied, zodat bij de voleinding Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zal worden Alles in allen.


20 aan die eens ongezeglijk waren*, toen het geduld van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker afwachtte* in de dagen van Noachrust , toen de ark werd geconstrueerd, waarin weinigen, dit is acht zielen, doorheen het water werden behouden*,
21 waarvan de doop de representatie is, die nu ook jullie redt; niet het wegplaatsen van het vuil van het vlees, maar de vraagstelling van een goed geweten voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, door de opstanding van JezusJAH redt ChristusGezalfde, mogen wij naderen met een waar hart, in de zekerheid van geloof, met harten besprenkeld van een boos geweten en het lichaam gebaad in schoon water (SW)[Hebr. 10:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Doop, met bekering, zijn de twee noodzakelijkheden voor intrede in het koninkrijk (Hand. 2:38).


22 Die is aan de rechterhand van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, tot in de hemel gegaan zijnde, boodschappers en autoriteiten en machten aan Hem onderschikt wordend. die werkt* in de Christus, opwekkende* Hem uit doden en Hem zettend* aan Zijn rechterhand, te midden van de ophemelsen, 21 boven alle soevereiniteit en gezag en kracht en heerschappij en alle naam die genoemd wordt, niet alleen in deze °aion, maar ook in de toekomende, (SW)[Efe. 1:20,21]




Terug naar de index.
Naar 1 Petrus 4
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.