Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen
1Tessalonicenzen
Hoofdstuk 2

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)



1 Want jullie, broeders, hebben zelf waargenomen dat onze °entree bij jullie niet leeg is geworden. want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus, (SV)[1Thess. 5:9]
2 maar hoewel tevoren lijdend en beledigd wordend, zoals jullie hebben waargenomen in Filippi (stad van) Filippus, naar de vader van Alexander de Grote, zijn* wij vrijmoedig in onze °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker om tot jullie het evangeliegoede bericht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te spreken*, in veel strijd. Toen nu haar eigenaars zagen, dat hun kans op voordeel verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen naar de markt voor de overheid, 20 en toen zij hen bij de hoofdlieden gebracht hadden, zeiden zij: Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn, 21 en zij verkondigen zeden, die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen. 22 Ook de menigte schoolde tegen hen samen en de hoofdlieden scheurden hun de kleren van het lijf en lieten hen met de roede geselen; 23 en na hun vele slagen gegeven te hebben, wierpen zij hen in de gevangenis met bevel aan de bewaarder hen zorgvuldig te bewaken. 24 Daar deze zulk een bevel ontvangen had, zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten zorgvuldig in het blok. (SV)[Hand. 16:19-24] - En hun weg nemende over Amfipolis en Apollonia, kwamen zij te Tessalonica, waar een synagoge der Joden was. 2 En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen en behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, 3 door aanhalingen uitleggende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze de Christus is, die Jezus, die ik zeide hij u predik. 4 En enigen van hen lieten zich overtuigen en sloten zich bij Paulus en Silas aan, en ook een grote menigte Grieken, die God vereerden, en tal van voorname vrouwen. 5 Maar de Joden werden afgunstig en namen enkelen van het minste straatvolk te hulp, veroorzaakten een oploop, en brachten de stad in rep en roer; en zij stormden op het huis van Jason aan met de bedoeling hen voor de volksvergadering te brengen. (SV)[Hand. 17:1-5]
3 Want onze °oproep is niet vanuit dwaling, noch vanuit onreinheid, noch in bedrog;
4 maar zoals wij getoetst zijn door °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker om toevertrouwd* te worden met het evangeliegoede bericht, zó spreken wij niet om mensen te behagen, maar Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Die onze °harten toetst. in overeenstemming met het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd. (SV)[1Tim. 1:11] - Want overtuig ik nu mensen of °God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen behaagde, zou ik nooit slaaf van Christus zijn. (SW)[Gal. 1:10] - Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart verlost; (SV)[Psalm 7:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

PAULUS' INTREDE

Er is een overweldigende verleiding om mensen een genoegen te doen bij het evangeliseren. Het geweldige succes van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine’ korte bediening in Thessalonica (grieks) overwinning van Thessalië, genoemd naar de zus van Alexander de Grote kwam voort uit zijn vastberadenheid om Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, koste wat kost, een genoegen te doen.


5 Want wij waren nooit met een woord van vleierij gekomen*, zoals jullie hebben waargenomen, noch met een voorwendsel van hebzucht, Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is getuige, Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; (SV)[Hand. 20:33] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

De apostel geeft ons, bij het bespreken van zijn eigen motieven en methoden, een ideaal waarmee we al zulke inspanningen kunnen testen. Vleierij is uitgesloten. Hebzucht wordt afgewezen. Hijzelf kreeg niet eens levensonderhoud voor zijn werk, want de Filippenzen zonden hem zelfs in Thessalonica (grieks) overwinning van Thessalië, genoemd naar de zus van Alexander de Grote hulp (Filip. 4:16). Hoe velen willen vandaag voor zo’n loontje werken? Als apostel verdiende hij de hoogste eer en kon hij het van hen gevraagd hebben, maar hij gaf er de voorkeur aan geen heerlijkheid van mensen te krijgen. Zijn persoonlijke aanwezigheid was zwak en zijn voordrachtsvermogen verachtelijk (zo zeiden de Korinthiërs – 2Kor. 10:10), maar zijn liefde was groot, zijn zachtmoedigheid aandoenlijk, zijn zwoegen en werk, vermijdend voor hen een last te zijn, waren welsprekender dan woorden en zijn gedrag stond boven alle verdenking.


6 noch heerlijkheid zoekend vanuit mensen, noch vanaf jullie, noch vanaf anderen, kunnend in zwaarte zijn als afgevaardigden van ChristusGezalfde. Eer van mensen behoef Ik niet, ... 44 Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de eer, die van de enige God komt, niet zoekt? (SV)[Joh. 5:41,44]
7 Maar wij waren zachtaardig geworden* in jullie midden, zoals in het geval dat een voedster haar eigen °kinderen zal koesteren. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Welk beeld zou méér aandoenlijk de echte aanhankelijkheid van de apostel voor de Thessalonicenzen kunnen overbrengen dan dat van een zogende moeder? Hoe onzelfzuchtig en zacht en zelfopofferend is haar zorg! De ziel is de zetel van het gevoel. Hen zijn eigen ziel te geven brengt de gedachte over dat hij, net als een echte moeder, ten behoeve van hen alle ongemak of vermoeidheid zou willen verdragen.


8 Zo zeer gehecht zijnde aan jullie, hebben wij een welbehagen aan jullie niet alleen het evangeliegoede bericht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker mee te geven*, maar ook onze eigen °zielen, omdat namelijk jullie voor ons geliefden waren geworden*.
9 Want jullie herinneren je, broeders, onze °moeite en de inspanning, nacht en dag werkend om niemand van jullie te belasten*, proclameren* wij jullie het evangeliegoede bericht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien. (SV)[Hand. 20:34]
10 Jullie en °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zijn getuigen hoe op rechtschapen wijze en op rechtvaardige wijze en op onberispelijke wijze wij voor jullie, die geloven, waren geworden*,
11 net zoals jullie hebben waargenomen hoe één ieder van jullie als een vader zijn eigen kinderen bemoedigt en troost [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Het beeld van een vader is niet minder hartelijk. Zijn bekommernis voor de zijnen is spontaan en echt. Hij heeft het welzijn van zijn kinderen op zijn hart. Zo handelde Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine met zijn geliefde heiligen in Thessalonica (grieks) overwinning van Thessalië, genoemd naar de zus van Alexander de Grote.


12 en getuigenis geeft tot jullie om op °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker waardige wijze te wandelen, Die jullie roept* tot in Zijn eigen °koninkrijk en heerlijkheid. Ik, de gevangene in de Heer, nodig jullie dan uit te wandelen waardig de roeping waarmee jullie geroepen werden (SW)[Efe. 4:1] - Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. (SV)[1Petr. 5;10]
13 En vanwege dit ook danken wij °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker op ononderbroken wijze, omdat, het woord van GodGrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker , bij ons gehoord, accepterend, jullie niet het woord van mensen ontvangen*, maar zoals het waarlijk is: het woord van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, dat ook inwerkt in jullie, die geloven. Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. (SV)[2Thess. 2:13] - Want ik maak jullie het evangelie bekend, broeders, het evangelie door mij gebracht*, dat het niet is naar de mens, 12 want ook niet ontving* ik het van een mens, noch werd het mij geleerd*, maar door openbaring van Jezus Christus. (SW)[Gal. 1:11,12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

PAULUS' DANKZEGGING

Niets is van groter belang dan dat de Schrift, in haar oorspronkelijke zuiverheid, ontvangen wordt als het woord van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Griekenland en de aangrenzende provincies waren beroemd om hun filosofieën. Maar welk daarvan bracht ooit gevolgen voort die te vergelijken zijn met een paar woorden, gesproken door de apostel? Hij die er niet in slaagt verder te komen dan de prediker, naar de Ene Wiens woord hij spreekt, heeft minder dan niets. Die de woorden van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hoort ontvangt alles.


14 Want jullie, broeders, waren nabootsers geworden* van de ekklesias van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, die in °Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde in ChristusGezalfde JezusJAH redt zijn, want jullie leden dezelfde dingen, jullie ook onder de eigen stamgenoten, zoals ook zij onder de Joden, Maar de Joden werden afgunstig en namen enkelen van het minste straatvolk te hulp, veroorzaakten een oploop, en brachten de stad in rep en roer; en zij stormden op het huis van Jason aan met de bedoeling hen voor de volksvergadering te brengen. (SV)[Hand. 17:5]
15 van hen die ook de Heer JezusJAH redt doodden* en de profeten, en ons verjaagden* en °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker niet behagen en tegengestelden zijn aan alle mensen, deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood. (SV)[Hand. 2:23]
16 ons verhinderend tot de natiën te spreken*, opdat zij gered zullen worden, in het aanvullen* van hun °zonden, altijd. Maar de boosheid haalt* hen in tot in het einde. Maakt ook gij de maat uwer vaderen vol! 33 Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel der hel? (SV)[Matt. 23:33,34] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Wat een vertoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers soevereine genade! De Joden, met al hun voordelen en hun goddelijk ritueel, krijgen een voorsmaak van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers verontwaardiging, zoals die getoond zal worden in de dag van de Heer. Na het beleg van Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter onder Tituswilde duif, was hun tempel verwoest, hun stad platgewalst en heel hun regeringssysteem tot een einde gebracht. Wanneer ze teruggaan naar hun land en opnieuw hun religieuze riten vestigen, ontmoeten ze de meer desastreuze verontwaardiging van JAHWEH. De Thessalonicenzen, die geen recht hadden op Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers barmhartigheid, lijden onder hun landgenoten, maar wordt immuniteit beloofd in de dag van Zijn verontwaardiging.


17 Maar wij, broeders, verweesd wordend vanaf jullie voor de periode van een uur, voor het gezicht, niet in het hart, beijveren* ons des te bovenmatiger om jullie °gezicht waar te nemen, in veel begeerte, Nacht en dag bidden wij vurig, dat wij uw aangezicht mogen zien en voltooien wat nog aan uw geloof ontbreekt. (SV)[1Thess. 3:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

PAULUS BEDROEFD

Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine werd lang voordat hij wenste te gaan, weggetrokken van de Thessalonicenzen, want Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker had ander werk voor hem te doen, in het bijzonder in Korintheverzadigd, waar hij deze brief schreef. Hij schijnt dat zijn verlangen pas enige jaren later werd ingewilligd, toen hij via Macedoniëprovincie in noord Griekenland op weg was naar Griekenland (Hand. 20:2).


18 omdat wij namelijk naar jullie toe willen* komen, ik, Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine, inderdaad zelfs éénmaal, zelfs tweemaal, maar de SatanTegenstander hindert* ons.
19 Want wie is onze hoop of vreugde of lauwerkrans van het beroemen? Of zijn het niet jullie vlak voor onze °Heer JezusJAH redt in Zijn °aanwezigheid? vasthoudend het woord van leven tot mijn roem in de dag van Christus, opdat ik niet ren* in vruchteloosheid, noch dat ik zwoeg* in vruchteloosheid. (SW)[Filip. 2:16]
20 Want jullie zijn onze °heerlijkheid en °vreugde!



Terug naar de index.
Naar 1 Tessalonicensen 3
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.