Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De eerste brief van Paulus aan Timoteüs
1 Timoteüs
Hoofdstuk 3

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Betrouwbaar is het woord. Indien iemand hunkert naar het ambt van toezicht, dan begeert hij een ideaal werk. 6 indien iemand niet aan te klagen is, de man van één vrouw, gelovige kinderen hebbend, niet in beschuldiging van liederlijkheid of niet onderschikt; 7 want de toezichthouder moet, als beheerder van God, niet aan te klagen zijn*, niet zelfingenomen, niet driftig, niet aan wijn verslaafd, geen vechtersbaas, niet inhalig, 8 maar gastvrij, veel houdend van het goede, verstand tonend, rechtvaardig, rechtschapen, zelfbeheersing hebbend, [Hebr. 13:2] 9 het betrouwbare woord overeenkomstig het onderwijs hooghoudend, opdat hij in staat zal zijn ook op te roepen in de gezonde °onderwijzing en die tegenspreken te ontmaskeren. (SW)[Tit. 1:6-9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Elke ekklesia in Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine’ dagen schijnt twee onderscheiden klassen van ambten te hebben gehad, als we ze zo mogen noemen. Er waren de opzieners (ook wel overzieners en bisschoppen genoemd) en de dienaren (of oudsten of diakenen). De opzieners schijnen het algemeen overzicht over de ekklesia en haar leden te hebben gehad, terwijl de dienaren een onderschikte plaats innamen, dat soort dienst leverend dat de ekklesia nodig had. Hier worden de kwalificaties voor deze posities gegeven. Jonge en niet beproefde mannen waren voor deze verantwoordelijkheden niet welkom. Ja, het lijkt voor vanzelfsprekend te worden aangenomen dat de opziener een oudere is (vergelijk Tituswilde duif 1:5 en 1:7). Zowel de opzieners als de dienaren moeten hun geschiktheid aantonen door hun eigen huishouding onder controle te houden.


2 Het is dan voor de toezichthouder bindend onbesproken te zijn, de man van één vrouw, nuchter, verstand tonend, ordentelijk, gastvrij, vaardig in het onderwijzen,
3 niet aan de wijn verslaafd, geen vechtersbaas, maar welwillend, niet vechtlustig, niet veel houdend van geld,
4 het eigen huis op ideale wijze vooraan staand, zijn kinderen in onderschikking hebbend, met alle eerbaarheid.
5 Maar indien iemand niet heeft waargenomen hoe in zijn eigen huis vooraan te staan*, hoe zal hij de ekklesia van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verzorgen?
6 Geen beginneling, opdat hij niet, beneveld wordend, tot in het oordeel van de duivelVerdachtmaker zal vallen.
7 Het is echter ook bindend een ideale getuigenverklaring te hebben vanaf de buitenstaanders, opdat hij niet in smaad zou vallen en in de strik van de duivelVerdachtmaker. want we voorzien in het goede, niet alleen voor het oog van de Heer, maar ook voor het oog van mensen. (SW)[2Kor. 8:21]
8 Bediendendiakonous - ons woord diaken komt hier van , weesm op dezelfde wijze eerbaar, niet met twee tongen sprekend, niet op veel wijn acht gevend, niet inhalig,
9 het geheim van het geloof hebbend in een rein geweten.
10 Maar laat ook dezen eerst getoetst worden; laat hen daarna, niet aan te klagen zijnde, bedienen.
11 Vrouwen, weesm op gelijke wijze eerbaar, geen verdachtmaaksters, nuchter, betrouwbaar in alles. 3 op dezelfde wijze de oude vrouwen, in houding, zoals het de gewijden betaamt, geen verdachtmaaksters, niet verslaafd zijnde aan veel wijn, leraressen van het goede (SW)[Tit. 2:3]
12 Bediendendiakonous - ons woord diaken komt hier van , laat hen mannen zijn van één vrouw, hun kinderen en de eigen huizen op ideale wijze vooraan staande,
13 want die op ideale wijze bedienen* verwerven voor zichzelf een ideale rang en veel vrijmoedigheid in het geloof in ChristusGezalfde JezusJAH redt.
14 Deze dingen schrijf ik aan jou, hopend sneller naar jou toe te komen,
15 maar in het geval dat ik traag zal zijn, opdat jij zal waarnemen hoe het bindend is in het huis van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te verkeren, dat is de ekklesia van de levende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, de steunpilaar en basis van de waarheid. Daarom dan zijn jullie niet langer gasten en bijwoners, maar jullie zijn mede-burgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20 gebouwd zijnde op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Christus Jezus Zelf de hoeksteen is, 21 in Wie het gehele gebouw, samengevoegd zijnde, groeit tot een heilige tempel in de Heer, 22 in Wie jullie ook zijn samen gebouwd tot verblijfplaats van God, in geest. (SW)[Efe. 2:19-22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

In deze brief is de ekklesia de publieke uitdrukking van de waarheid. Ze wordt "Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers huis" genoemd, zoals een pilaar in de tempel deze omhoog hield en de waarheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker tentoonspreidde. In Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine’ tweede brief aan Timotheüsgodsvereerder, geschreven nadat de afval was begonnen, noemt hij de ekklesia een "groot huis", waarin zowel eerbare als andere voorwerpen aanwezig zijn. Dat is vandaag ook het geval. De kerk is niet langer "de steunpilaar en basis van de waarheid."


16 En zoals beaamd wordt, groot is het geheim van de eerbiedigheid, dat openbaar werd gemaakt* in vlees, werd gerechtvaardigd* in geest, werd gezien* door boodschappers, werd geproclameerd* in de natiën, werd geloofd* in de wereld, werd opgenomen* in heerlijkheid. 14 En het Woord werd* vlees en woont in een tent onder ons. En wij slaan* Zijn °heerlijkheid gade, een heerlijkheid als van een enigverwekte bij de Vader, vol van genade en van waarheid. (SW)[Joh. 1:14] - 19 En inderdaad dan werd de Heer Jezus, na tot hen te spreken*, opgenomen* tot in de hemel en gaat zitten* aan de rechterkant van °God. (SW)[Mar. 16:19] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Niet alleen is het manuscript bewijs tegen de lezing "Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geopenbaard in het vlees", maar ook andere overwegingen dwingen ons tot deze conclusie. In de typerende leer van de tabernakel vertegenwoordigde Zijn vlees het gordijn (Hebr. 10:20). Maar het gordijn onthulde niet, maar veeleer verborg het de goddelijke aanwezigheid. Men kan niet zeggen dat het die openbaarde. De zinsnede "gerechtvaardigd in geest" is ook omgerijmd wanneer ze op ChristusGezalfde wordt toegepast. De verkondiging onder de naties is niet op z’n plaats, omdat zulk een bediening pas werd begonnen, lang nadat Hij was "opgenomen in heerlijkheid."

De hele passage houdt zich bezig met gedrag. Het geheim van toegewijd gedrag is terug te voeren naar haar verschillende uitingen in hen die haar onderdanen zijn. Het zou bekend gemaakt moeten worden in het vlees door de ideale daden die het voortbrengt; het geniet rechtvaardiging in geest, het is het onderwerp van de inspectie van engelen (Efe. 3.10), het wordt verkondigd onder de naties en zal van de wereld verwijderd worden voordat de Heer verschijnt in oordeel.





Terug naar de index.
Naar 1 Timoteüs 4
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.