Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Handelingen
Hoofdstuk 10

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Een zekere man nu in Caesarkeizerea met de naam Corneliusvan een hoorn, hoofdman over honderd van de legerafdeling genaamd de Italiaanse, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Het koninkrijk was in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter verkondigd en verworpen; het was in Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde en Samariawaker aangekondigd en nu wordt het uitgedragen naar de grenzen van het land. De Ethiopische proseliet werd door Filippuspaardenvriend bereikt. Nu wordt ons een "proseliet van de poort" voor ogen gebracht in de persoon van Corneliusvan een hoorn.

Er waren twee klassen van proselieten: de proseliet van rechtvaardigheid en de proseliet van de poort. De eerst werd, door besnijdenis en eenwording met het Joodse ritueel, ingelijfd in het Joodse volk. De tweede, die "vrezers van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker" of "de devoten" werden genoemd, wezen afgoderij af en erkenden de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van IsraŽlstrijder van God als de enig ware Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, maar waren niet besneden en gaven slechts karig gehoor aan de ceremoniŽle zaken. Hoewel hoog geacht, zoals Corneliusvan een hoorn, werden ze beschouwd als zijnde buiten de grenzen van het JudalofÔsme, omdat ze "onbesneden" en "van de naties" waren. Het werd als een misdaad gezien als een Jood binnen ging in het huis van zoín proseliet of als men een maaltijd met hem at.

Zo bereikt de koninkrijksboodschap, zoals die werd verkondigd door de twaalf apostelen, in Corneliusvan een hoorn de verste limiet. Dit verklaart de buitengewone druk die op Petrusrots werd gebracht, want geen van de Joden dacht dat de proseliet van de poort inbegrepen was in de koninkrijksopdracht. Eerst was het woord aan alleen de Joden (inclusief de proselieten van rechtvaardigheid), dan wordt de Hellenisten het evangeliegoede bericht gebracht, gevolgd door de verachte Samaritanenmensen uit de landstreek Samaria - waker. Nu Corneliusvan een hoorn is inbegrepen, wordt de oorspronkelijke opdracht van de twaalf vervuld in twee van de drie gebieden: Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en Samariawaker (1:8). Ze slaagden er niet in naar alle naties te gaan, zoals Hij hen had opgedragen (Luk. 24.47).

Omdat Corneliusvan een hoorn een Romekrachtin was, afstammeling van Jafet, en de eunuch een EthiopiŽr was, mogelijk behorend tot Cham, en de Joden Semnaam, faamieten waren, werden alle zonen van Noachrust bereikt via hun vertegenwoordigers. Dit was typerend voor de verspreiding van het koninkrijk over de hele aarde, wanneer het opgericht zal worden in kracht bij de terugkeer van ChristusGezalfde. Zijn rechtsgebied zal alle afstammelingen van Noachrusts zonen omvatten en alle families van de aarde insluiten. Zijn redding zal gekend zijn van zee tot zee.

Aangezien de Romekrachtinen de Joden minachtten, waren de tekenen van de werking van de Geest van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker in Corneliusvan een hoorn zeer opmerkelijk, zelfs voordat hij om Petrusrots liet roepen. Centurions waren niet van nature vroom of Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkervrezend, noch gaven ze aalmoezen aan de Joden of baden ze tot Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Corneliusvan een hoorn geloofde de Schrift, anders zou hij IsraŽlstrijder van Gods suprematie niet erkend hebben. Hij kende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, anders zou hij niet voortdurend tot Hem hebben gebeden. Daarom werd de redding die hier aan hem werd verkondigd niet vooraf gegaan door bekering. Ze was van dezelfde aard als die welke Petrusrots verkondigde op de Pinksterdag. Het was een verlossing die zijn toegang tot het koninkrijk zeker stelde.

Volgens Salomoman van vredeís verzoek (1Kon. 8:41-43), dat JAHWEH alles zou doen waarom de vreemdeling vroeg die tot Zijn huis bad, komen Corneliusvan een hoorní gebeden en aalmoezen op als een herinnering voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Toch moest hem geleerd worden dat al zijn zegeningen tot hem komen via IsraŽlstrijder van God. Daarom wordt hem gezegd Petrusrots te roepen. Dit is in directe antithese met de huidige waarheid, want nu, tijdens IsraŽlstrijder van Gods afvalligheid, krijgen we onze zegeningen rechtstreeks van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.

De verblijfplaats van Petrusrots op dat moment is suggestief. De naties worden vaak aangeduid met de zee, en hij was zo ver als mogelijk was gegaan op het land, want hij was aan zee. Zijn honger is typerend voor de honger van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker naar de aanbidding van al Zijn schepselen Ė niet IsraŽlstrijder van God alleen; en daarom wordt Petrusrots gezegd "te offeren en eten". De ceremonieel onreine dieren moeten staan voor hen onder de naties die door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker werden gereinigd. Daarom moeten we Corneliusvan een hoorn beschouwen als iemand die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker had gereinigd voordat Petrusrots hem ontmoette.

Petrusrots, net als alle Joden, was zo vooringenomen door zijn geboorte en opvoeding, dat het voor hem vrijwel onmogelijk was zoiets als omgang hebben met een heiden te overwegen, of zelfs met een proseliet van de poort, hoe vroom die ook mocht zijn. Daarom bestaat de afvalligheid van IsraŽlstrijder van God grotendeels uit het weigeren een kanaal van zegen voor de naties te zijn. Dit leidde er toe dat ze Petrusrots gingen bevragen en Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine achtervolgen.

Het visioen alleen was niet voldoende om door de vooringenomenheid van Petrusrots heen te breken, want hij kon niet inzien wat het betekende. Maar de aanwezigheid van de drie mannen, die ceremonieel onrein waren, net als de dieren die hij zojuist in het visioen had gezien, maakte zijn koers helder. Hij durfde niet de omgang met hen te weigeren of geen acht te slaan op de roep van Corneliusvan een hoorn. Het karakter van Corneliusvan een hoorn was bewijs dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hem had gereinigd. Petrusrots kon hem niet langer klasseren als gewoon of onrein. Het feit dat Corneliusvan een hoorn van zijn inkomen gaf aan het volk van het verbond was zeer in zijn voordeel, want in het oordeel van de naties dat vooraf gaat aan het koninkrijk, worden de naties geoordeeld naar hun behandeling van de zonen van IsraŽlstrijder van God (Matt. 25:31-46).


2 eerbiedig en °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker vrezend, samen met heel zijn °huis, vele giften uit ontferming doende aan het volk en °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker onder alles smekend.
3 Hij nam in een visioen openlijk waar, ongeveer om het negende uur van de dagdrie uur 's middags , een boodschapper van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker bij hem binnen komend en tot hem zeggend: "Corneliusvan een hoorn!" Petrus nu en Johannes gingen op in het heiligdom tegen het uur van het gebed, het negende, (SW)[Hand. 3:1]
4 Deze nu, aandachtig naar hem kijkend* en zeer bevreesd wordend, zei: "Wat is het heer?" Hij nu zei tot hem: "Jouw °gebeden en jouw °giften uit ontferming gingen* omhoog, tot in aandenken, vlak voor °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
5 En nu, zend* mannen tot in Joppemooi en laat een zekere Simongehoord (heeft JAH) halen*, die bijgenaamd wordt Petrusrots. De namen nu der twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder; Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder; (SV)[Matt. 10:2]
6 Deze logeert bij een zekere Simongehoord (heeft JAH), een leerlooier, wiens woonhuis is bij de zee."
7 Als nu de boodschapper, die tot hem spreekt, weg kwam, ontbiedt* hij twee van de huisslaven en een eerbiedige soldaat van hen die steeds bij hem blijven.
8 En alles aan hen ontvouwend*, vaardigt* hij hen af tot in °Joppemooi.
9 In de volgende morgen nu van hun over de weg gaan en tot de stad naderend, ging* Petrusrots omhoog, op het dakterras, om te bidden*, om het zesde uur van de dag.twaalf uur in de middag
10 Maar hij werd* uitgehongerd en wilde proeven. Maar terwijl zij het voorbereidden, kwam* een extase op hem. Ik was in de stad Joppe, biddende en zag in een vertrekking van zinnen een gezicht, namelijk een zeker vat, gelijk een groot linnen laken, nederdalende, bij de vier hoeken nedergelaten uit den hemel, en het kwam tot bij mij; 6 Op welk laken als ik de ogen hield, zo merkte ik, en zag de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels. 7 En ik hoorde een stem, die tot mij zeide: Sta op, Petrus, slacht en eet. 8 Maar ik zeide: Geenszins, Heere, want nooit is iets, dat gemeen of onrein was, in mijn mond ingegaan. 9 Doch de stem antwoordde mij ten tweeden male uit den hemel: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken. 10 En dit geschiedde tot driemaal; en alles werd wederom opgetrokken in den hemel. 11 En ziet, ter zelfder ure stonden er drie mannen voor het huis, daar ik in was, die van Cesarea tot mij afgezonden waren. 12 En de Geest zeide tot mij, dat ik met hen gaan zou, niet twijfelende. En met mij gingen ook deze zes broeders, en wij zijn in des man huis ingegaan. (SV)[Hand. 11:5-12]
11 En hij aanschouwt de hemel, geopend zijnde, en een zeker gebruiksvoorwerp neerdalend als een groot laken, aan vier beginpunten neergelaten wordend op de aarde,
12 waarin al de viervoeters en kruipende dieren van de aarde en vliegende schepsels van de hemel waren.
13 En een stem kwam* tot hem: "Petrusrots, opstaande*, slacht en eet!"
14 Maar °Petrusrots zei: "Het zij verre van mij, Heer, want ik at nooit iets ongewijd en onrein!"
15 En weer, een tweede keer, kwam een stem tot hem: "De dingen die °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker reinigt*, ontwijd jij toch niet!" Hetgeen ten monde ingaat, ontreinigt den mens niet; maar hetgeen ten monde uitgaat, dat ontreinigt den mens. (SV)[Matt. 15:11]
16 Dit nu gebeurde* drie maal en meteen werd het voorwerp tot in de hemel opgenomen*.
17 Terwijl nu °Petrusrots in zichzelf verbijsterd was over wat het visioen dat hij waarnam ook maar moge zijn, neem waar, de onder °Corneliusvan een hoorn afgevaardigde mannen staan* bij het poortgebouw, vragend* naar het woonhuis van °Simongehoord (heeft JAH).
18 En luid roepend* informeerden* zij om vast te stellen of Simongehoord (heeft JAH), die bijgenaamd wordt Petrusrots, in deze plaats logeert.
19 En °Petrusrots was in beslag genomen aangaande het visioen. De geest zei tot hem: "Neem waar, drie mannen zoeken jou! En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabaszoon van vertroosting en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. (SV)[Hand. 13:2]
20 Maar sta* op, daal af en ga samen met hen, in niets in tweestrijd staande, want ik heb hen afgevaardigd."
21 Petrusrots nu, afdalend* tot de mannen, zei: "Neem waar, ik ben die jullie zoeken! Wat is de reden waarom jullie aanwezig zijn?"
22 Dezen nu zeggen*: "Corneliusvan een hoorn, de hoofdman over honderd, een rechtvaardig en °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker vrezend man, van wie bovendien getuigenis wordt gegeven door heel de natie van de Joden, wordt door een heilige boodschapper in kennis gesteld* jou te laten halen* tot in zijn °huis om bij jou uitspraken te horen*."
23 Hen dan binnen roepend* verleent* hij logies. De volgende morgen nu, opstaand*, kwam hij samen met hen uit en enige van de broeders, van die vanaf Joppemooi, kwamen met hem mee. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

De reis van Joppemooi naar Caesarkeizerea zou langs de zeekust gaan. Zo ging Petrusrots langs "de limieten van het land". De locatie van Caesarkeizerea is ongetwijfeld ook typerend. De geografische locatie er van komt overeen met Corneliusvan een hoorn morele positie. Het was aan de rand van het JudalofÔsme, nabij de daarbuiten liggende heidense wereld.

Later leren we dat zes broeders uit Joppemooi Petrusrots vergezelden naar Caesarkeizerea. Dit was verstandig om te doen, want Petrusrots wist heel goed dat hij zijn daad zou moeten verdedigen door zo tegen alle Joodse prioriteit en vooroordeel in te gaan. Het is waar, er was niets in hun Schrift dat alle sociale omgang met vreemdelingen verbood, maar de apostelen, alsook de andere discipelen, waren door gebruiken en traditie krachtiger gebonden dan door de goddelijke onthulling. Met het oog op de storm van protest die zeker zou opsteken, vergezellen de zes mannen Petrusrots, zodat zij zijn verslag van de gebeurtenis konden bevestigen.


24 De volgende morgen nu kwam hij binnen tot in °Caesarkeizerea. °Corneliusvan een hoorn nu verwachtte hen, zijn verwanten en de intieme vrienden bijeen roepend*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Corneliusvan een hoorn schijnt veel van zijn afhankelijken en vrienden met zich meegedragen te hebben met zijn achting voor de Joden en hun religie. Ook zij waren in een bepaalde mate voorbereid op Petrusrotsí boodschap. Zij werden niet, zoals Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí bekeerlingen, overgebracht van duisternis naar licht en van afgoderij naar aanbidding van de ware Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Zij hadden al veel licht en aanbaden de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van IsraŽlstrijder van God. Daarom is de verkondiging voor hen zowat dezelfde als die voor de Joden.


25 Als nu gebeurde* dat °Petrusrots binnen kwam, kwam* °Corneliusvan een hoorn hem tegemoet. Vallend aan zijn °voeten aanbidt* hij.
26 Maar Petrusrots doet* hem overeind komen, zeggend: "Sta op! Ik ben zelf ook mens!" Ik neem geen eer van mensen; (SV)[Joh. 5:41]
27 En met hem in gesprek zijnde kwam hij binnen en vond velen samengekomen zijnde.
28 Bovendien zei* hij met nadruk tot hen: "Jullie zijn op de hoogte hoe ongeoorloofd het is voor een Joodse man zich te voegen bij of samen te komen met iemand van een andere stam, en aan mij toont* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geen enkel mens ongewijd of onrein te noemen. Doch de stem antwoordde mij ten tweeden male uit den hemel: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken. (SV)[Hand. 11:9]
29 Daarom kwam ik ook zonder tegen te spreken, gehaald wordend. Ik informeer dan om vast te stellen om welke woord jullie mij laten halen*."
30 En °Corneliusvan een hoorn zei* met nadruk: "Vanaf de vierde dag was ik tot aan dit °uur vastend. En op het negende uur, biddend in mijn °huis, neem waar, een man stond* in mijn °zicht in schitterende kleding, Petrus nu en Johannes gingen op in het heiligdom tegen het uur van het gebed, het negende, (SW)[Hand. 3:1] - En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen. (SV)[Luc. 24:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

Corneliusvan een hoorn noemt de boodschapper, of engel, die hij had gezien, een man. Er is in de Schrift geen garantie voor de populaire gedachte dat engelen altijd vleugels hebben, zoals de Cherubs. Ze verschijnen gewoonlijk in menselijke vorm.


31 en hij zegt met nadruk: "Corneliusvan een hoorn, jouw °gebed wordt verhoord* en jouw °giften uit ontferming worden in het zicht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker herinnerd*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

De bekering van Corneliusvan een hoorn is niet in overeenstemming met de waarheid voor vandaag. Redding wordt niet aangeboden aan hen die toegang tot Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hebben in gebed, want zulken zijn al gered. Ze is voor zondaars en de goddelozen en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers vijanden (Rom. 5:1-11). Ze is niet gebaseerd op werken (Rom. 11:6). Corneliusvan een hoorn en zijn vrienden waren aanvaardbaar voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker omdat zij Hem vreesden en rechtvaardig handelden en dit was voordat Simongehoord (heeft JAH) naar hen werd gezonden. Ze bezetten de plaats van de godvrezende IsraŽlstrijder van Godiet voordat ChristusGezalfde kwam. Ze kwamen vergeving tekort en gaven die kwamen met de verkondiging van het koninkrijk. Deze worden nu de hunne gemaakt door de leider van de twaalf apostelen. Hun zegen is verbonden met en hangt af van de zegen van IsraŽlstrijder van God in het koninkrijk. Onze zegen hangt af van het tegendeel; ze volgt op IsraŽlstrijder van Gods afvalligheid. Corneliusvan een hoorn wordt gezegend in overeenstemming met de profetische voorzegging over de naties in het koninkrijk, zoals het zal zijn in de milleniale aion. Wij worden gezegend in overeenstemming met een geheime bediening, waarvan de profeten niets wisten, die pas onthuld kon worden nadat de koninkrijksverkondiging was uitgegaan naar het volk en proselieten als Corneliusvan een hoorn.


32 Zend* dan tot in Joppemooi en laat Simongehoord (heeft JAH) komen*, die bijgenaamd wordt Petrusrots. Deze logeert in het woonhuis van Simongehoord (heeft JAH), een leerlooier, bij de zee. Het gebeurde* nu dat hij een aanmerkelijk aantal dagen in Joppe bleef*, bij een zekere Simon, een leerlooier. (SW)[Hand. 9:43]
33 Direct dan zend* ik mijn mensen naar u toe. Daarbij deed u op ideale wijze door mee te komen. Wij nu zijn dan allen aanwezig in het zicht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, om alle dingen te horen* die vanaf de Heer aan u zijn geboden."
34 Petrusrots nu, zijn °mond openend*, zei: "In waarheid, ik begrijp dat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker niet handelt met aanziens des persoons, Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt; (SV)[Deut. 10:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34-35

Deze uitspraak leert niet dat de vrees van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en rechtvaardige werken de plaats innemen van geloof in ChristusGezalfde, maar dat zij de plaats innemen van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen. Mensen als Corneliusvan een hoorn, die snakken naar de levende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zijn kandidaten voor het koninkrijk, maar moeten het woord van leven horen om gered te worden (11:14). Mensen als Corneliusvan een hoorn zijn zij die het koninkrijk binnen zullen gaan wanneer de naties geoordeeld zullen worden (Matt. 25:34-36).


35 maar in elke natie is die Hem vreest en rechtvaardig werkt, aangenaam voor Hem. En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij. (SV)[Joh. 9:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Petrusrotsí verkondiging aan de naties staat in contrast met die van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine. Hij verhaalt het leven van onze Heer en Zijn weldadige daden in het land, leidend naar Zijn opstanding. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine begint bij Zijn dood en opstanding en verkondigt Zijn hemelvaart en Zijn hemelse heerlijkheden. Kort gezegd: Petrusrots verkondigt "JezusJAH redt ChristusGezalfde" en Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine predikt "ChristusGezalfde JezusJAH redt". De eerste legt de nadruk op Zijn verwerping op aarde, de laatste op Zijn aanvaarding in de hemel.


36 Dit is het woord dat Hij afvaardigt* tot de zonen van IsraŽlstrijder van God, vrede door JezusJAH redt ChristusGezalfde evangeliserend. Deze is Heer van allen. Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen, en rukte hen uit hun kuilen. (SV)[Psalm 107:20]
37 Jullie hebben de uitspraak waargenomen die neerwaarts in heel °Judea gebeurd is, beginnend* vanaf °Galileakring, na de doop die JohannesJAH is genadig proclameert*: Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij wedergekeerd naar Galilea; .... 17 Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. (SV)[Matt. 4:12,17]
38 JezusJAH redt, Die vanaf Nazaretjonge spruit of bewaker, hoe °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Hem zalft* met heilige geest en met macht, Die doorheen het land kwam, weldoener zijnde en allen gezond makend die getiranniseerd worden door de duivelVerdachtmaker, omdat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker met Hem was. De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; (SV)[Jes. 61:1] - Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is. (SV)[Joh. 3:2]
39 En wij zijn getuigen van alle dingen die Hij doet*, zowel in de landstreek van de Joden als in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter. Die zij ook uit de weg ruimen*, hangend* op een hout, Deze, overgegeven naar de specifieke raad en voorkennis van įGod, hebben jullie, door handen van wettelozen, opgehangen* en vermoord ... 36 Laat dan heel het huis van IsraŽl zeker weten dat įGod Hem ťn Heer ťn Christus maakt*, deze įJezus die jullie kruisigen (SW)[Hand. 2:23,36] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

39

Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine kon geen plaats hebben in dit getuigenis, want hij was geen getuige van het aardse leven van onze Heer. Naast het zijn van een voorbeeld van de toekomstige zegen van de gelovige naties in het koninkrijk, die beloond zullen worden naar hun behandeling van IsraŽlstrijder van God, was het geval van Corneliusvan een hoorn ongetwijfeld goddelijk bedoeld om de vrijwel onoverbrugbare kloof te overbruggen tussen de bedieningen van Petrusrots en Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine, tussen de evangeliŽn van de Besnijdenis en van de Onbesnedenheid. Hier zien we de zegeningen van de Besnijdenis , gegeven door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aan hen die onbesneden zijn, en op zoín wijze dat er niet aan Zijn hand kon worden getwijfeld. Daarom stelt Petrusrots (15:7) dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hem koos om eerst tot de naties te spreken, en hij werd in staat gesteld Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí opdracht aan de Onbesnedenheid te bevestigen. Als Petrusrots niet zo zijn voorbereid, dan zou het voor Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine vrijwel onmogelijk zijn geweest om zijn vroege bedieningen onder de naties uit te voeren, want hij zou niet alleen de ongelovige Joden, maar ook de discipelen en de apostelen zich stevig tegen zijn werk zien verzetten. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine beperkte zich niet tot bekeerlingen tot het JudalofÔsme, zoals Corneliusvan een hoorn en zijn vrienden, maar had een boodschap van genade, passend bij afgodendienaren die nooit van de ware Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hadden gehoord. Toch werd het principe dat aan Petrusrots werd geleerd ook op hen toegepast, want Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker bevestigde hen door geestelijke gaven, die duidelijk maakten dat Hij hen had gereinigd.


40 Deze wekt* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker op in de derde dag en Hij geeft* Hem kenbaar te worden, Maar jullie doden* de Veroorzaker van het leven, Die įGod opwekt* uit de doden, waarvan wij getuigen zijn (SW)[Hand. 3:15]
41 niet aan al het volk, maar aan getuigen, die tevoren door °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geselecteerd waren, aan ons die samen aten en samen dronken met Hem na Zijn °opstaan* vanuit doden. Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn. (SV)[Joh. 14:17] - Jezus zeide tot hen: Komt herwaarts, houdt het middagmaal. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende, dat het de Heere was. 13 Jezus dan kwam, en nam het brood, en gaf het hun, en den vis desgelijks. (SV)[Joh. 21:12,13]
42 En Hij geeft* ons opdracht om tot het volk te proclameren* en te betuigen* dat Deze de door °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker bepaald zijnde Rechter van levenden en doden is. Want hiertoe stierf* en leeft* Christus, opdat Hij zou heersen* over doden en levenden. (SW)[Rom. 14:9]
43 Aangaande Deze geven al de profeten getuigenis. Ieder die in Hem gelooft zal door Zijn °naam het laten gaan van zonden in ontvangst nemen." En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggend: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. (SV)[Jer. 31:34]
44 Nog terwijl °Petrusrots deze °uitspraken spreekt, valt* de heilige °geest op allen die het woord horen. En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons; (SV)[Hand. 15:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

Op de Pinksterdag kwam de oproep tot bekering bij een volk dat JezusJAH redt ChristusGezalfde al had verworpen. Petrusrots zegt niet over berouw tot Corneliusvan een hoorn (11.18).


45 En de gelovigen vanuit de besnijdenis waren* buiten zichzelf, zovelen als meekomen* met °Petrusrots, dat ook op de natiën het geschenk van de heilige geest is uitgegoten.
46 Want zij hoorden hen sprekend in talen en °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker groot maken. Dan antwoordde* Petrusrots. En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden (SV)[Hand. 19:6]
47 "Niemand kan iemand het water verhinderen*, dat dezen niet gedoopt* worden die de heilige °geest in ontvangst namen, zoals ook wij." Terwijl zij nu voortgingen op de weg, kwamen* zij bij een water, en de eunuch zei: Zie*, water! Wat verhindert mij gedoopt* te worden? (SW)[Hand. 8:36]
48 Hij nu gebiedt* aan hen gedoopt* te worden in de naam van JezusJAH redt ChristusGezalfde. Dan vragen* zij hem enige dagen te verblijven*. En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus. (SV)[Hand. 19:5] - Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen (SV)[Joh. 4:40] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

48

Door de doop werden zij verenigd met het gelovend overblijfsel van de natie van IsraŽlstrijder van God, want de naam die werd gebruikt is dezelfde (2:38). Het is echter duidelijk dat dit een losse eenheid was, want het feit van hun onbesnedenheid zou hen weghouden van de tempel en van alles wat de discipelen gemeen hadden met de Joodse natie. In de praktijk was zelfs de sociale omgang altijd op een zeer twijfelachtige en aarzelende basis. Velen van de discipelen zouden nooit omgang hebben met de Onbesnedenheid en zelfs Petrusrots zelf, nadat hij vrijmoedig zijn koers met Corneliusvan een hoorn en ook de betrokken waarheid had verdedigd, werd geÔntimideerd door de heersende oppositie, zodat hij in AntiochiŽstad van Antiochus - nu Antakya eerst at met de Onbesnedenheid en zich dan terugtrok en zich afzonderde, uit angst voor de partij die geleid werd door Jakobushielenlichter, de broer van de Heer (Gal. 2.11,12).




Terug naar de index.
Naar Handelingen 11


   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.