Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Handelingen
Hoofdstuk 11

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 De afgevaardigden en de broeders nu, die van Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde zijn, horen* dat ook de natiën het woord van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ontvangen*.
2 Toen nu Petrusrots omhoog ging* tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, stonden* degenen vanuit de besnijdenis in tweestrijd tegen hem,
3 zeggend: "Jij kwam binnen bij mannen die een voorhuid hebben en jij at samen met hen." Want voordat sommigen van Jakobus kwamen* at hij samen met de naties, maar toen zij kwamen* trok hij zich terug en scheidde zich af, vrezend degenen uit de besnijdenis (SW)[Gal. 2:12]
4 En Petrusrots, beginnend*, zette* achtereenvolgens aan hen uiteen, zeggend: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Dit nieuwe vertrek is zo belangrijk dat Petrusrotsí herhaling voor zijn verontwaardigde broeders volledig wordt weergegeven, want het verwijdert het grote obstakel dat in de weg lag voor de verdere verspreiding van het evangeliegoede bericht. De opdracht die door de elf van de Heer was ontvangen (Luk. 24:33,47) omvatte de onbesnedenen. Ze hadden het bekend gemaakt in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde en Samariawaker en het gehele land van IsraŽlstrijder van God, maar alleen tot de Besnijdenis. Geen van de discipelen dacht er ook maar aan het te verkondigen aan hen die van een andere natie waren, ook al waren zij, net als Corneliusvan een hoorn, vrome en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkervrezende mensen. Deze afsluiting bewijst dat de Pinkster ekklesia geen enkele van de heidenen omvatte, maar absoluut allen uitsloot, behalve die van Joods bloed waren. Zij konden, uiteraard, niet de Hellenisten uitsluiten, of Joden die neigden naar de Griekse cultuur, want zij waren geen Grieken, maar besneden IsraŽlstrijder van Godieten.

Ook kunnen we niet het geval van Corneliusvan een hoorn nemen als het begin van het evangeliegoede bericht aan de naties als zodanig. We vinden niet dat dit geval werd opgevolgd door het evangeliseren van de Onbesnedenheid in het land. Ja, het schijnt totaal geen gevolg te hebben gehad in deze richting. Na de dood van Stefanuskrans en de daarop volgende vervolging, spraken de discipelen tot geen anderen dan alleen de Joden (19). Andere vluchtelingen uit Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, echter, die van Cyprische en Cyrenische oorsprong waren, en die enige van de tradities van het JudalofÔsme zelf hadden verlaten, spraken tot die Joden in het Syrische AntiochiŽstad van Antiochus - nu Antakya, die ook Griekse gewoonten hadden aangenomen. De eerste maal dat het evangeliegoede bericht aan de afgodendienaren werd verkondigd was mogelijk het geval van Sergius Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine, proconsul van Cypruskoper (-land) (13:7), of Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí prediking aan het volk van Lystravrijkoping (14:7). Doorheen zijn vroege bedieningen, echter, ging Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine niet alleen naar de synagogen en predikte eerst tot de Joden, maar hij sprak ook tot de vrome en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkervrezende proselieten, zoals Corneliusvan een hoorn, voordat hij naar de Onbesnedenheid ging. Zulke bekeerlingen van het JudalofÔsme vormden de kern van de meeste ekklesias die door hem gegrondvest werden, voor zover het hun heidense inhoud betrof. Zie 13:43, 14.1, Lidia, 16:14, 17:4, 18:4 (contrast :6) en Justusrechtvaardig :7. De heidenen waren een aparte klasse.


5 "Ik was in de stad Joppemooi, biddend, en ik nam in extase een visioen waar: een zeker voorwerp, neerdalend als een groot laken, aan vier beginpunten neergelaten wordend vanuit de hemel en het kwam tot op mij,
6 waarin ik, aandachtig kijkend*, beschouwde. En ik nam de viervoeters van de aarde waar en de wilde dieren en de kruipende dieren en de vliegende schepsels van de hemel.
7 En ik hoor* ook een stem, tot mij zeggend: "Sta* op, Petrusrots! Slacht* en eet!"
8 Maar ik zei: "Het zij verre van mij, Heer! Want nooit kwam het ongewijde of onreine tot in mijn °mond binnen!"
9 Maar de stem antwoordde* voor de tweede keer vanuit de hemel: "De dingen die °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker reinigt* ontwijd jij toch niet!"
10 Dit nu gebeurde* drie maal en alles wordt weer omhoog getrokken* tot in de hemel.
11 En neem waar, direct staan* drie mannen bij het huis waarin wij waren, naar mij toe afgevaardigd zijnde vanaf Caesarkeizerea.
12 De geest nu zei tot mij met hen mee te komen, in niets in tweestrijd staande*. En ook deze zes °broeders kwamen samen met mij en wij kwamen binnen tot in het huis van de man. Hen dan binnen roepend* geeft* hij hen onderdak. De volgende morgen nu, opstaand*, kwam* hij samen met hen naar buiten en sommige van de broeders, die uit Joppe, kwamen* met hem. ... 45 En de gelovigen uit de besnijdenis werden verbaasd*, zovelen als samenkomen* met įPetrus, dat ook over de naties het geschenk van de heilige geest uitgestort is geworden. (SW)[Hand. 10:23,45]
13 Hij nu bericht aan ons hoe hij de boodschapper in zijn °huis waarnam, staand en zeggend: "Vaardig* af naar Joppemooi en laat Simongehoord (heeft JAH), bijgenaamd Petrusrots, halen*. nam* in een visioen duidelijk waar, rond het negende uur van de dag, een boodschapper van God bij hem binnen komend* en tot hem zeggend*: Cornelius! 4 Deze nu starende* naar hem en zei*, angstig wordend*: Wat is het Heer? Doch deze zei* tot hem: Jouw įgebeden en jouw įaalmoezen stegen* op in de herinnering voor įGod. 5 En nu, zend* mannen naar Joppe en laat een zekere Simon komen*, die bijgenaamd is Petrus. (SW)[Hand. 10:3-5]
14 Die zal uitspraken tot jou spreken in welke jij gered zal worden, jij en heel jouw °huis." En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis. (SV)[Hand. 16:31]
15 En als ik begin* te spreken valt* de heilige °geest op hen, net zoals in het begin ook op ons. En zij worden allen gevuld* met heilige geest en zij beginnen* te spreken in andere talen, zoals de geest hen gaf voor te dragen. (SW)[Hand. 2:4]
16 Ik nu wordt herinnerd* aan de uitspraak van de Heer, hoe Hij zei: 'JohannesJAH is genadig doopt* inderdaad in water, maar jullie zullen in heilige geest gedoopt worden.' want Johannes doopt* wel met water, maar jullie zullen heilig gedoopt worden in geest, niet na vele van deze dagen. (SW)[Hand. 1:5] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Petrusrots zag een nieuw belang in de woorden van de Heer (1:5), dat hij niet had gezien op de Pinksterdag. JohannesJAH is genadigí doop ging nooit verder dan de Joden. Nu het evangeliegoede bericht tot deze proseliet komt, neemt de doop van de geest voorrang boven die in water, en is het Petrusrotsí rechtvaardiging voor het geven van IsraŽlstrijder van Gods rite aan deze heiden.


17 Indien dan °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aan hen het gelijke geschenk geeft*, zoals ook aan ons die geloven* op de Heer JezusJAH redt ChristusGezalfde, wie was ik? Was ik in staat om °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te verhinderen*?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

De voortdurende neiging, in deze rol, van het lichamelijke naar het geestelijke, wordt goed geÔllustreerd door de gaven die aan Corneliusvan een hoorn en zijn vrienden werden gegeven, als een teken van hun aanvaarding door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Het teken van het verbond, de besnijdenis, was in het vlees. Het gebrek hieraan sloot hen uit van de zegeningen van het koninkrijk. In IsraŽlstrijder van God volgde de geest het baden van hun lichamelijk gestel in het ritueel van het dopen. Maar de Heer Zelf doopt deze onbesneden vreemdelingen in geest, voordat ze in water gedoopt worden. De geest stijgt uit boven en regeert de lichamelijke rite. In het geval van deze proselieten volgde het ritueel van het dopen op het ontvangen van de geest (hand. 16:15; Rom. 6:3; 1Kor. 1:14-16), vanwege hun band met het JudalofÔsme, maar het schijnt niet algemeen toegepast te zijn in het geval van non-proselieten (1Kor. 1.17; Efe. 4:5; Kol. 2:12).


18 Deze dingen nu horend* houden zij zich rustig en zij verheerlijken* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zeggend: "Dus °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geeft* ook aan de natiën de bezinning tot leven." Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven. (SV)[Hand. 13:48]
19 Dezen dan, inderdaad verstrooid wordend vanaf de verdrukking die over Stefanuskrans kwam, kwamen doorheen tot Feniciëpurperland (net als Kanašn) en Cypruskoper (-land) en Antiochiëstad van Antiochus - nu Antakya, tot niemand het woord sprekend dan alleen tot Joden. Doch Saulus keurde de moord op hem goed. En op die dag kwam* er een grote vervolging over de ekklesia die in Jeruzalem is en zij werden allen verspreid* over de gebieden van įJudea en Samaria, behalve de apostelen. 2 En vrome mannen zijn* įStefanus slippendragers, en zij maken* grote rouw over hem. 3 Saulus nu verwoestte de ekklesia, de huizen binnen gaande, zowel mannen als vrouwen naar buiten slepend. Hij gaf hen over in de gevangenis. 4 Zij dan, inderdaad verspreid* zijnde, gingen* verder, het woord evangeliserend. (SW)[Hand. 8:1-4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Hier gaat het verhaal terug naar de dagen van de grote vervolging in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, toen alle gelovigen verstrooid werden (8:19. Sommigen van hen kwamen door het Syrische AntiochiŽstad van Antiochus - nu Antakya, waar zij tot Hellenisten spraken. Later (14:27), toen Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine en Barnabaszoon van vertroosting terugkeerden naar AntiochiŽstad van Antiochus - nu Antakya, informeerden zij de broeders dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een deur naar de naties (zoals de Grieken) opende. Indien de vluchtelingen uit Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter eens tot de Grieken in AntiochiŽstad van Antiochus - nu Antakya hadden gesproken, dan zou dit voor hen geen nieuws zijn geweest. In vers 20 is vrijwel net zoveel gewicht van handschriftbewijs voor beide lezingen, Hellenisten of Grieken. De Alexandrinus heeft de kortere vorm HellÍnas (Grieken), terwijl de Vaticanus het langere HellÍnistas (Hellenisten) heeft. De SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligtticusschrijver kopieerde de langere vorm, maar incorrect; euaggelistas (evangelisten). Een van de corrigeerders, echter, gaf zijn voorkeur aan voor HellÍnas door tussen de regels llÍÖn te schrijven.


20 En enigen vanuit hen waren Cypriotische en Cyreneïsche mannen, die, komend tot in Antiochiëstad van Antiochus - nu Antakya, ook tot de Hellenisten1) spraken, de Heer JezusJAH redt evangeliserend.
21 En de hand van de Heer was met hen. Bovendien keert* een talrijk getal, het gelovend*, om op de Heer. Velen nu van de horenden* het woord geloven* en het aantal van de mannen was ongeveer vijfduizend geworden. (SW)[Hand. 4:4]
22 Het woord nu aangaande hen wordt gehoord* tot in de oren van de ekklesia die in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter was, en zij delegeren* Barnabaszoon van vertroosting naar Antiochiëstad van Antiochus - nu Antakya, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

De discipelen in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter waren meestal voor vuur voor de wet en het ritueel, maar Barnabaszoon van vertroosting was vol van heilige Geest en geloof en kwam zo overeen met Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers doelstellingen.


23 die, aankomend, de genade van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker waarnemend, zich verheugde*. En hij riep allen op om naar het voornemen van het hart in de Heer te blijven, En als de synagoge gescheiden was, volgden velen van de Joden en van de godsdienstige Jodengenoten Paulus en Barnabas; welke tot hen spraken, en hen vermaanden te blijven bij de genade Gods. (SV)[Hand. 13:43]
24 want hij was een goed man en vol van heilige geest en van geloof. En een aanzienlijke schare werd toegevoegd* aan de Heer. Doch hij, vol zijnde van heilige geest, starend* in de hemel, nam* de heerlijkheid van God waar en Jezus, staande aan de rechterhand van įGod (SW)[Hand. 7:55] - En de hand des Heeren was met hen; en een groot getal geloofde, en bekeerde zich tot den Heere. (SV)[Hand. 11:21]
25 Hij nu kwam uit tot in Tarsuseen stad in CiliciŽ in Klein AziŽ, om Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vormus op te zoeken*. Dit nu wetende* leidden* de broeders hem naar Caesarea en zij zonden* hem weg naar Tarsus. (SW)[Hand. 9:30] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Barnabaszoon van vertroosting wist dat Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vormusí opdracht voor de naties was, daarom onderkende hij dat AntiochiŽstad van Antiochus - nu Antakya het gepaste veld was voor zijn roeping.


26 En hem vindend, leidde hij hem tot in Antiochiëstad van Antiochus - nu Antakya. Het gebeurde* nu ook aan hen dat zij een hele jaargang in huis genomen* worden, in de ekklesia, en de aanzienlijke schare onderwijzen*. Bovendien, in Antiochiëstad van Antiochus - nu Antakya worden de leerlingen voor het eerst als Christenen betiteld. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

De titel "Christen" is Latijns in zín uitgang, en schijnt daarom door de Romekrachtinen te zijn gegeven. Ze wordt slechts twee maal meer genoemd (26:28 en 1Pet. 4.16), en was een uitdrukking van minachting. Ze werd nooit door de heiligen zelf gebruikt, hoewel er honderden passages zijn waar wij de uitdrukking vandaag zouden gebruiken. De titel ontstond mogelijk door het feit dat hier, voor de eerste maal, heidenen, Romekrachtinen, de aanbidding van de synagoge verlieten voor het geloof van ChristusGezalfde. Ze spraken voortdurend van ene "ChristusGezalfde" en hun landslieden gaven hen deze nieuwe naam uit spotternij. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine gebruikt deze term nooit. Alleen Petrusrots gebruikt ze voor zijn mede heiligen van de Besnijdenis, die geloofden.


27 In deze °dagen nu kwamen profeten omlaag vanaf Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter tot in Antiochiëstad van Antiochus - ny Antakya. En er waren te Antiochie, in de Gemeente, die daar was, enige profeten en leraars, namelijk Barnabas, en Simeon, genaamd Niger, en Lucius van Cyrene, en Manahen, die met Herodes den viervorst opgevoed was, en Saulus. (SV)[Hand. 13:1] - En als wij daar vele dagen gebleven waren, kwam er een zeker profeet af van Judea, met name Agabus; (SV)[Hand. 21:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

"AntiochiŽstad van Antiochus - nu Antakya" (Antiocheia) schijnt een samenvoeging te zijn van anti (in plaats van) en och (hebben, handhaven). Het voorvoegsel veronderstelt dat de twee steden (11:27 en 13:14) de plaats innamen van Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter bij het verspreiden van het evangeliegoede bericht. Ze worden voorgehouden als de basis van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí evangeliegoede bericht aan de heidenen, terwijl de Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter ekklesia uiteindelijk verstrooid werd. Daarom kan dit heel goed het belang van hun naam zijn. Zij hadden een plaats in plaats van Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter.

In het koninkrijk zal het evangeliegoede bericht weer vloeien uit de heilige stad.


28 Eťn vanuit hen, genaamd Agabussprinkhaan, opstaande*, duidt* door de geest de grote hongersnood aan die op het punt staat te zullen zijn op heel de bewoonde wereld. Deze gebeurde* onder Claudiusmank, kreupel.
29 Aangezien enige van de leerlingen welvarend* waren, bepalen* zij ieder van hen iets te zenden aan broeders die in °Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde wonen, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29

Het is niet aannemelijk dat Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vormus met de bijdrage helemaal naar Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter ging, want in zijn Galatenbrief geeft hij aan dat hij veertien jaren lang de heilige stad niet bezocht na zijn terugkeer uit Damascusvergoten bloed, of: bedrijvig. De reden schijnt te zijn dat er een vervolging gaande was door Herodeszoon van heros - held of afgod, en er ook een hongersnood was in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, zodat het niet verstandig was de stad binnen te gaan.


30 wat zij ook doen*, afvaardigend* naar de oudsten door de hand van Barnabaszoon van vertroosting en van Saulusafgebeden (van God). Barnabas nu en Saulus keerden wederom van Jeruzalem, als zij den dienst volbracht hadden, medegenomen hebbende ook Johannes, die toegenaamd werd Markus. (SV)[Hand. 12:25]



1) Hellenisten: Joden die de Griekse levensstijl aanhingen.

Terug naar de index.
Naar Handelingen 12


   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.