Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Handelingen
Hoofdstuk 22

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 "Mannen, broeders en vaders! Hoor*m nu mijn °verdediging aan jullie!" Hij nu beweerde: Mannen, broeders en vaders, hoort*! De God van de heerlijkheid werd gezien* door onze Abraham, zijnde in MesopotamiŽ, voordat deze in Charran woonde (SW)[Hand. 7:2]
2 Horend* nu dat hij hen toeriep in de Hebreeuwse omgangstaal, verschaften zij veeleer rust. En hij zegt met nadruk:
3 "Ik ben een Joodse man, geboren zijnde in Tarsuseen stad in CiliciŽ in Klein AziŽ in °Ciliciëland van Celix, maar grootgebracht in deze °stad, gedisciplineerd zijnde aan de voeten van Gamaliëlmijn loon is God overeenkomstig de exactheid van de van de vaders geŽrfde wet, een geestdriftige zijnde van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zoals jullie allen vandaag zijn. Maar een zekere FarizeeŽr in het Sanhedrin, genaamd GamaliŽl, leraar van de wet, geŽerd door heel het volk, stond* op en draagt* op de mensen een beetje buiten te doen (SW)[Hand. 5:34] - Want ik getuig van hen dat zij ijver hebben voor God, maar niet naar verstand (SW)[Rom. 10:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

We kunnen niet anders doen dan de openingswoorden van de apostel bewonderen. Zijn gebaar had het tumult doen ophouden. Nu zijn zijn woorden er op berekend bij hen sympathie voor hem op te wekken, als hij laat zien dat hij perfect begrijpt waarom zij hem vervolgen, want hijzelf had hen overtroffen in zijn verlangen de ketterij uit te wissen die hij nu verdedigt. Hij had zeker getuigen onder hun leiders die er van konden getuigen dat hij van hen gezag had ontvangen om zijn vervolging uit te breiden tot buiten de steden.


4 Ik, die deze °weg tot op de dood vervolg*, zowel mannen als vrouwen bijeen bindend en overleverend tot in cellen, Saulus nu verwoestte de ekklesia, de huizen binnen gaande, zowel mannen als vrouwen naar buiten slepend. Hij gaf hen over in de gevangenis. (SW)[Hand. 8:3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

"De weg" betekende op de lippen van de apostel het ware geloof en het juiste leven. Kennelijk was dit een zinsnede naar de eigen keuze van de discipel. "Het pad" van het Boedisme is een interessante parallel.


5 zoals ook de hogepriester voor mij getuigenis gaf, en al de raad van oudsten, bij wie ook brieven ontvangend* voor de broeders, ging* ik tot in Damascusvergoten bloed, of: bedrijvig, om ook die daarheen zijn gegaan, gebonden zijnde, tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter te leiden, opdat zij gestraft zullen worden. en vraagt* van hem brieven naar Damascus, naar de synagogen, zodat, indien hij enigen van de weg zou vinden*, zowel mannen als vrouwen, hij hen, gebonden zijnde, zou leiden* naar Jeruzalem. (SW)[Hand. 9:2]
6 Het gebeurde* nu tot mij, bij mijn gaan en naderen tot Damascusvergoten bloed, of: bedrijvig komend, rond het middaguur. Plotseling flitste* vanuit de hemel een aanzienlijk licht rondom mij. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Nooit tevoren had de apostel zoín gelegenheid gehad om zijn eigen volk te vertellen over zijn ontmoeting met de MessiasGezalfde. We kunnen veel leren uit zijn toespraak over de status van de gelovigen in Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde bij deze crisis. De belediging van het kruis had opgehouden. Ze werden beschouwd als gewoon een andere Joodse sekte. De menigte demonstreerde niet tegen het noemen van JezusJAH redt als de MessiasGezalfde. Velen van hen geloofden dat en de rest tolereerde het.


7 En ik val* bovendien op de grond en ik hoor* een stem, tot mij zeggend: "Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vorm, Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vorm, waarom vervolg jij mij?"
8 Ik nu antwoordde* en ik zeg: "Wie bent u, Heer?" Hij zei bovendien tot mij: "Ik ben JezusJAH redt, de NazoreeŽruit Nazaret, Die jij vervolgt."
9 En degenen nu die samen met mij zijn slaan* inderdaad het licht gade, maar de stem van de tot mij sprekende horen* zij niet. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

De schijnbare tegenstrijdigheid tussen dit en het eerste verslag van zijn roeping (9:7) is eenvoudig te verklaren. De mannen die bij hem waren hoorden een geluid, maar herkenden het niet als de stem "van Hem die tot mij spreekt". Het Griekse woord betekent zowel stem als geluid. Ze staarden naar het licht, maar niet naar de Ene uit Wie het straalde.


10 Ik nu zei: "Wat zal ik doen, Heer?" En de Heer zei tot mij: "Ga, opstaande*, tot in Damascusvergoten bloed, of: bedrijvig, en daar zal tot jou gesproken worden aangaande alle dingen die voor jou verordend zijn te doen*." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Met bewonderenswaardige tact legt Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine de nadruk op punten die nodig waren om zijn toehoorders te winnen, maar laat hij weg wat hun verontwaardiging kon opwekken. De Heer Zelf had hem verteld dat hij naar de naties gezonden zou worden (26:17) en werd door Ananiasgenadig is JAH bevestigd (9:15). Toch weerhoudt hij zich er van om op dit moment ook maar iets over de naties te zeggen. De wijsheid hiervan wordt bevestigd wanneer zij weigeren hem verder te horen, toen hij de naties had genoemd (:21).


11 En omdat ik niets zag vanwegeeig. vanaf de heerlijkheid van dat °licht, kwam ik, aan de hand geleid door degenen die samen met mij zijn, tot in Damascusvergoten bloed, of: bedrijvig.
12 Een zekere Ananiasgenadig is JAH nu, een toegewijd man overeenkomstig de wet, van wie getuigenis gegeven wordt door al de daar wonende Joden, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

In dezelfde geest introduceert hij Ananiasgenadig is JAH als een "een vroom man naar de wet", al zijn geloof in de MessiasGezalfde weglatend. Hij spreekt van "de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van onze vaders" en van dopen en de bekende profetische formule van "Zijn Naam aanroepend".


13 naar mij toe komend en bij mij staande*, zei: "Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vorm, broeder, kijk* weer!" En ik, op het zelfde uur, kijk* weer, naar hem!
14 Deze nu, hij zei: "De Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van onze °vaders bestemt* jou voor om Zijn °wil te kennen* en de Rechtvaardige waar te nemen en om de stem van Hem uit Zijn °mond te horen*, De God van Abraham en de God van Isašk en de God van Jakob, de God van onze įvaderen, verheerlijkt* Zijn įJongen2), Jezus, Die jullie inderdaad overgeleverd* en verloochend* hebben voor de ogen van Pilatus, toen deze oordeelde* Hem vrij te laten (SW)[Hand. 3:13]
15 dat jij getuige voor Hem zal zijn naar alle mensen van welke dingen jij hebt gezien en hoort*.
16 En nu, waarom stel je uit? Sta* op, word gedoopt* en word schoon gebaad* van jouw °zonden, Zijn °naam aanroepend*!" En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen. (SV)[Joel 2:32]
17 Het gebeurde* nu bij mijn terugkeren* tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en bij mijn bidden in de gewijde plaats, dat mij een extase overkwam, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Hier wordt niets gezegd over Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí verblijf in ArabiŽsteppeland (Gal. 1:17-18) en het feit dat hij pas drie jaren na zijn roeping naar Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter terugkeerde. Wat van belang was voor zijn toehoorders was dŠt hij terugkeerde en met het volle vertrouwen dat zij, die zo goed zijn boosaardige vurigheid tegen de volgelingen van JezusJAH redt kenden, niet zouden falen zijn getuigenis over Hem te geloven. Hij bespreekt zelfs dit punt met de Heer Zelf. Hoe konden ze weigeren te luisteren wanneer ze heel wel wisten hoe keihard hij zijn vervolging had uitgevoerd en zelfs deel had genomen aan de moord of Stefanuskrans?


18 en Hem waarnam, tot mij zeggend: "Haast* je en kom met snelheid uit vanuit Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, omdat zij namelijk de getuigenverklaring van jou aangaande Mij niet zullen aannemen." Daarbij sprak en discussieerde hij met de Hellenisten1). Dezen nu namen op zich hem te vermoorden*. 30 Dit nu wetende* leidden* de broeders hem naar Caesarea en zij zonden* hem weg naar Tarsus. (SW)[Hand. 9:29,30] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Dat dit een plechtig getuigenis is tegen de Joden wordt duidelijk uit de uitspraak van de Heer dat zij Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí getuigenis niet zouden ontvangen, hoe verlangend hij ook was om ze te winnen. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine wordt hier gebruikt in het land, net zoals hij daarna in Romekracht was voor de verstrooiing, om de afvallige natie een plechtige aanduiding te geven dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker voor een tijd klaar met hen was en nu op het punt stond de naties ter hand te nemen.


19 En ik zei: "Heer, zij zijn op de hoogte dat ik het zelf was die in U geloven per synagoge in de cel zette en ranselde.
20 En toen het bloed van Stefanuskrans, Uw °getuige, werd vergoten*, was ik zelf er bij staande en goedkeurend en de bovenkleding van die hem uit de weg ruimen bewakend." Doch Saulus keurde de moord op hem goed. En op die dag kwam* er een grote vervolging over de ekklesia die in Jeruzalem is en zij werden allen verspreid* over de gebieden van įJudea en Samaria, behalve de apostelen. (SW)[Hand. 8:1]
21 En Hij zei tot mij: "Ga, zodat ik jou zal delegeren, ver weg, tot in natiën." Aan mij, de minder dan de minste van alle heiligen, werd gegeven* de genade dit aan de naties te evangeliseren*: de onnaspeurlijke rijkdom van įChristus (SW)[Efe. 3:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Hier zien we de oorzaak van IsraŽlstrijder van Gods afvalligheid blootgelegd worden. Zij hadden een kanaal van zegen moeten zijn voor de andere naties, maar in plaats daarvan hielden ze alle geschenken van JAHWEH voor zichzelf en weigerden ze die te delen met de minder begunstigde naties. Ze waren als de slaaf die tien duizend talenten schuldig was, maar, omdat hij niets had om mee te betalen, zijn schuld kwijtgescholden zag. Maar toen hij een medeslaaf vond die hem veel minder schuldig was, weigerde hij barmhartig te zijn en wierp hij hem in de gevangenis. Daarop werd zijn Heer boos en gaf hem over aan de kwellers (Matt. 18:23). IsraŽlstrijder van God is de tien duizend talenten schuldenaar. De naties waren hun medeslaven. IsraŽlstrijder van God kreeg vergeving, maar omdat zij weigerden de zegen door te geven aan de naties, werd de vergeving ingetrokken en sinds die tijd is de natie in de handen van de kwellers. Slechts een paar jaren daarna werd Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter vernietigd, de natie verstrooid en verdreven uit het land, om de aarde te bewandelen, veracht door de naties die zij verkeerd hadden behandeld.


22 Zij nu hoorden hem tot op dit °woord en zij heffen* hun °stem omhoog, zeggend: "Neem zo iemand weg vanaf de aarde, want hij behoort niet te leven!" Want de menigte van het volk volgde, schreeuwend: Weg met hem! (SW)[Hand. 21:36]
23 Vanwege hun luidkeels roepen en de bovenkleding gooien en stof werpen tot in de lucht,
24 beveelt* de hoofdman over duizend hem binnen te geleiden tot in de legerplaats, zeggend hem met geselingen te ondervragen, opdat hij te weten zal komen om welke reden zij zo tot hem terug riepen.
25 Als zij hem nu voorbereidend uitstrekken* met de riemen, zei °Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine tot de naast hem staande hoofdman over honderd: "Is het jullie geoorloofd een mens, een Romekrachtin en onveroordeeld, te doen geselen?" Maar įPaulus verzekerde hen: Ons in het openbaar geselend*, onveroordeeld, mannen behorende tot de Romeinen, zij werpen* ons in de gevangenis, en nu werpen* ze ons in het geheim buiten? Zo niet! Maar laten zij, komende*, ons uitleiden*! (SW)[Hand. 16:37] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Bij verscheidene eerdere gelegenheden werd Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine tegen de woede van zijn eigen landslieden beschermd door de tussenkomst van de Romekrachtinse macht. Gallioiemand die op melk leeft had de tafelen tegen hem gekeerd (18:12-17) en de schrijver van Efezetoegestaan had hem vrijgesproken (19:37), maar nooit tevoren had hij een beroep moeten doen op zijn Romekrachtinse burgerschap als verdediging tegen zijn eigen verwanten. In Filippi (stad van) Filippus - paardenvriend, naar de vader van Alexander de Grote had hij het gebruikt, niet om zichzelf er achter te verschuilen, maar ten behoeve van het evangeliegoede bericht. Nu echter, nu de natie uiteindelijk is overgegeven aan het oordeel, aarzelt hij niet om te gaan staan op zijn rechten als Romekrachtins staatsburger. Hij was al vijf maal geslagen door de joden (2Kor. 11:24) en het was niet nodig nog meer te verdragen.

Omdat hij een Romekrachtins burger was, had de kapitein niet het recht Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine te binden, en nog veel minder om hem vůůr de rechtszaak te geselen. Maar het feit dat hij hem onwettelijk bond plaatste Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine in een voordelige positie, waaraan nog het respect werd toegevoegd dat behoorde bij iemand die zoín burgerschap had ontvangen bij de geboorte, terwijl de kapitein het verkreeg door het te kopen. "Ik ben een Jood" baatte niets bij de Joden. Maar bij zijn verklaring dat hij een Romekrachtin is, wordt zijn woord direct aanvaard. Het was een halszaak onwettig het bezit van het burgerschap te claimen.


26 Dit nu horend* komt de hoofdman over honderd naar de hoofdman over duizend toe en bericht*, zeggend: "Wat staat u op het punt te doen? Want deze °mens is Romekrachtin."
27 De hoofdman over duizend nu, naar hem toe komend, zei tot hem: "Zeg mij, ben jij Romekrachtin?" Deze nu zei met nadruk: "Ja."
28 De hoofdman over duizend nu antwoordde*: "Ik verwierf* met een grote hoofdsom dit °burgerrecht." °Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine nu zei met nadruk: "Maar ik ben ook zo geboren."
29 Onmiddellijk dan nemen* degenen die op het punt staan hem te ondervragen afstand van hem. Ook de hoofdman over duizend nu werd bevreesd*, beseffend dat hij Romekrachtin is en dat hij het was die hem gebonden heeft.
30 En in de volgende morgen, besluitend het zekere te weten* van wat hij beschuldigd wordt door de Joden, maakt* hij hem los en hij beveelt* de hogepriesters en heel het Sanhedrinraadsvergadering samen te komen. En °Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine naar beneden leidend, doet hij hem in hun midden staan*. De agenten nu berichten* aan de officieren deze woorden. Deze nu waren bang, horende dat zij Romeinen zijn. (SW)[Hand. 16:38]



Terug naar de index.
Naar Handelingen 23


   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.