Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Handelingen
Hoofdstuk 6

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 In deze °dagen nu, de leerlingen vermeerderend, ontstond* er een gemor van de Hellenisten1) tegen de HebreeŽn, dat hun weduwen in de dagelijkse °bediening over het hoofd werden gezien*. En het verkregene en de eigendommen deden zij weg en zij verdeelden ze onder allen die enige behoefte hadden. (SW)[Hand. 2:45] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Het is van belang duidelijk het verschil te begrijpen tussen de "HebreeŽn" en de "Hellenisten." De laatsten waren geen heidenen, zij waren net zo echt IsraŽlstrijder van Godieten als de HebreeŽn. De Hellenisten waren zij in de natie die de oude gebruiken en tradities in grote mate hadden afgewezen en de Griekse cultuur hadden aangenomen. Alle klassen spraken Grieks, maar de HebreeŽn gebruikten ook een Aramhoogese landstaal voor onderling contact. De Hellenisten waren grotendeels Joden die in vreemde landen hadden gewoond en de gewoonten en manieren van de Grieken hadden aangenomen. Op een bepaalde manier waren de Hellenisten HebreeŽn, maar deze uitdrukking raakte geleidelijk beperkt tot hen die trouw waren aan de oude tradities. Dus toen Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine over zichzelf sprak als HebreeŽr onder de HebreeŽn, bedoelde hij dat hij geen Hellenist was, maar nauw vasthield aan het JudalofÔsme en de invloed van een vreemde cultuur en gewoonten had weerstaan. De gebruikelijke definitie van een Hellenist Ė "een Grieks sprekende Jood" - is niet afdoende, want alle Joden spraken Grieks. Onze Heer en Zijn apostelen gebruikten het in hun openbare verhandelingen en de meest ongeletterde kon hen begrijpen. Alleen zo af en toe gebruikten ze Aramhoogese uitdrukkingen. De HebreeŽn keken neer op de Hellenisten, en daarom vormden zij een aparte klasse van leerlingen.


2 De twaalf nu, de menigte van °leerlingen tot zich roepend*, zeggen*: "Het is niet behagend voor ons om het woord van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker na te laten* om aan tafels te bedienen.
3 Broeders, kiesm nu zeven mannen vanuit jullie midden waarvan getuigenis gegeven wordt, vol van geest en van wijsheid. Die zullen die wij aanstellen voor deze °behoefte. Het is nodig ook een goed getuigenis te hebben van de buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak zou komen* en in de valstrik van de Lasteraar. (SW)[1Tim. 3:7] - En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; (SV)[Luc. 4:1]
4 Maar wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het woord."
5 En het woord behaagt* in het zicht van al de menigte. En zij kiezen* uit: Stefanuskrans, een man vol van geloof en van heilige geest en Filippuspaardenvriend en Prochoruskoorleider en Nikanoroverwinnaar en TimongeŽerd en Parmenasdie volhoudt en NikolaŁsvolksoverwinnaar, een proseliet uit Antiochiëstad van Antiochus (tegenstander), nu Antakya, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Hoewel deze zeven namen alle Grieks zijn, schijnt het feit dat ťťn proseliet, Nicolas, inbegrepen was, aan te geven dat alle partijen vertegenwoordigd waren. Alleen de eerste twee worden opnieuw genoemd in de Schrift. Ze schijnen zich niet beperkt te hebben tot het dienen aan tafels, maar hadden een leidende rol in het evangeliegoede bericht.


6 die zij doen staan* in het zicht van de afgevaardigden. En biddend* plaatsen* zij de handen op hen. Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan. (SV)[Hand. 13:3]
7 En het woord van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker groeit* en het getal van de leerlingen in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter werd vermeerderd*. Bovendien gehoorzaamde een enorm talrijke schare van de priesters aan het geloof. En het Woord Gods wies, en vermenigvuldigde. (SV)[Hand. 12:24] - Zij, inderdaad, dan, zijn įwoord verwelkomend*, worden gedoopt* en worden toegevoegd*, in die įdag ongeveer drieduizend zielen. ... 47 įGod lovend en genade hebbend naar heel het volk. En de Heer voegde dagelijks de geredden toe in dezelfde plaats (SW)[Hand. 2:41,47]
8 Stefanuskrans nu, vol van genade en van macht, deed grote wonderen en tekenen onder het volk. En er kwam vrees op iedere ziel, en vele wonderen en tekenen geschieden door de apostelen. (SW)[Hand. 2:43]
9 En sommigen van die vanuit de synagoge, van die Libertijnen genoemd worden en van Cyreneeërs en van Alexandrijnen en die vanaf CiliciŽCiliciŽ = het land van Celix en Asiahet westelijk deel van wat nu Turkije heet, staan* op, discussiërend met °Stefanuskrans. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

Er waren honderden synagogen in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, waarvan sommige door de verschillende groepen Joden in vreemde landen werden onderhouden. Rond 63 na ChristusGezalfde zond Pompey een groot aantal Joden naar Romekracht. Toen zij bevrijd werden en naar Judalof terugkeerden, vormden zij de synagoge van de Bevrijden. Deze synagogen schijnen voornamelijk samengesteld te zijn uit Hellenisten. Naar alle waarschijnlijkheid behoorde Saulafgebeden (van God) hebreeuwse vormus van Tarsuseen stad in CiliciŽ in Klein AziŽ tot de synagoge van CiliciŽstreek in het zuid-oosten van Klein AziŽ.


10 En zij waren niet sterk genoeg om de wijsheid en de geest te weerstaan* waarin hij sprak. Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen u zetten. (SV)[Luc. 21:15]
11 Dan kochten zij mannen om, zeggend: "Wij hebben van hem gehoord, lasterlijke uitspraken sprekend tegen Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker". En de hogepriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet. 60 En hoewel er vele valse getuigen gekomen waren, zo vonden zij toch niet. 61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen. (SV)[Matt. 26:59-61]
12 Bovendien brengen* zij het volk en de oudsten en de schriftgeleerden in beroering. En erbij staande* slepen* zij hem mee en zij leiden hem tot in het Sanhedrinraadsvergadering.
13 Zij doen bovendien leugenachtige getuigen staan*, zeggend: "Deze °mens houdt niet op uitspraken te spreken tegen deze °heilige °plaats en de wet. Toen spraken de priesters en de profeten tot de vorsten en tot al het volk, zeggend: Aan dezen man is een oordeel des doods, want hij heeft geprofeteerd tegen deze stad, gelijk als gij met uw oren gehoord hebt. (SV)[Jer. 26:11] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Deze synagogen waren zonder twijfel zeer laks in hun aanhangen aan de Joodse wet en gewoonten, maar ze schaamden zich niet om Stefanuskrans hiermee aan te klagen, om zo het Sanhedrinraadsvergadering tegen hem op te zetten. Het valse getuigenis bestond niet uit het aanvoeren van klachten, die in feite geen grond hadden, maar in het verdraaien van de waarheid, net zoals gedaan werd in de zaak van de Heer. Ja, zij brachten precies dezelfde aanklacht tegen hem in (Matt. 26:61). Toen ChristusGezalfde op aarde was, was Zijn lichaam de echte tempel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (Joh. 2:21). JAHWEH erfde niet Herodeszoon van heros - held of afgodí schitterende stapel stenen. De Shekinah heerlijkheid woonde er niet. De enige keren dat dit gebouw door de goddelijke Schittering werd bewoond was toen Hij in haar hoven kwam. Toen Hij het voor de laatste maal verliet, riep Hij uit: "Zie*, jullie įhuis wordt verlaten gelaten" (Matt. 23:38). Stefanuskrans had ongetwijfeld deze waarheid aan hen duidelijk gemaakt en mogelijk had hij ook de voorzegging van onze Heer benadrukt over de vernietiging van Herodeszoon van heros - held of afgodí heiligdom, zodanig dat geen steen op de andere zou blijven staan (Matt. 24.2). Maar in geen geval had hij kunnen zeggen dat ChristusGezalfde (Die zij verachtelijk de Nazareneruit Nazaret noemden) Zelf de tempel zou vernietigen. In tegendeel! Hij zei dat, wanneer zij het vernietigden, Hij het zou oprichten (Joh. 2.19). Dit deed Hij bij Zijn opstanding (Joh. 2:22). En nu verlicht de heerlijkheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers aanwezigheid het gezicht van Stefanuskrans, zodat hij, voor dat moment, de boodschapper (of engel) van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker voor hen wordt.


14 Want wij hebben van hem gehoord, zeggend dat JezusJAH redt, de NazoreeŽruit Nazaret, deze °plaats zal slopen en de gebruiken zal veranderen die Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen aan ons overlevert*." En zij zijn aangaande u bericht, dat gij al de Joden, die onder de heidenen zijn, leert van Mozes afvallen, zeggend: dat zij de kinderen niet zouden besnijden, noch naar de wijze der wet wandelen. (SV)[Hand. 21:21]
15 En aandachtig naar hem kijkend* namen allen die in het Sanhedrinraadsvergadering gezeten waren zijn °gezicht waar als ware het een gezicht van een boodschapper.


1) Hellenisten. Mensen die er de Griekse levensstijl op na hielden.



Terug naar de index.
Naar Handelingen 7
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.