Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Handelingen
Hoofdstuk 7

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Maar de hogepriester zei: "Indien deze dingen zů zijn..." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De toespraak van Stefanuskrans is een model voor het presenteren van de MessiasGezalfde aan de Joden. Ze struikelden over Zijn lijden en verwerping, en daarom neemt Stefanuskrans de grootste helden van de natie ter hand, die typen waren van de MessiasGezalfde, en laat zien dat, in elk geval, er een inleidende scheiding of verwerping was. Abrahamvader van vele volken werd gedrongen zijn geboortegrond en het huis van zijn vader te verlaten. JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) werd door zijn broers gehaat. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd eerst niet erkend toen hij kwam om zijn volk te helpen. Zelfs Davidgeliefde, dat ongeŽvenaarde type van de komende Koning, bracht niet alleen jaren door in verwerping, maar moest het bouwen van de tempel overlaten aan Salomoman van vrede. Dit zijn allemaal beelden van een verworpen MessiasGezalfde. In elk er van volgde de heerlijkheid op lijden en scheiding. Dat is het beeld dat de oude Schrift tekent en de bewering is duidelijk: JezusJAH redt is de MessiasGezalfde.


2 °Hij nu zei* met nadruk: "Mannen, broeders en vaders, hoor*m! De Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van de heerlijkheid werd gezien* door onze °vader Abrahamvader van vele volken, zijnde in °MesopotamiëMesopotamiŽ = tussen twee rivieren, voordat deze in Haranbergachtig - weg (ook als Charran) ging wonen*, Mannen broeders en vaders, luistert naar hetgeen ik thans ter verdediging tot u ga zeggen. (SV)[Hand. 22:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Abram werd in het begin uit zijn land en weg van zijn verwanten geroepen, en ging zo ver als Haran, vergezeld door de huishouding van zijn vader. Verdere gehoorzaamheid aan het goddelijk bevel schijnt verhinderd te zijn door zijn vader, en zij gingen niet verder. Na de dood van zijn vader verlaat hij het huis van zijn vader en voltooit hij zijn reis naar Kanašnplaats van riet - purper (-land). Toch ontving hij niets van het land dat van hem zou worden, en zo beeldt hij Hem uit die tot het Zijne kwam en niets dan een graf ontving (Gen. 23). Het ritueel van de besnijdenis vertelt ook zo de afsnijding van Zijn vlees aan het kruis.


3 en Hij zei tot hem: "Kom uit vanuit jouw °land en vanuit jouw °verwantschap en kom hier, tot in het land dat Ik ook maar aan jou zal tonen." De Here nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; (SV)[Gen. 12:1]
4 Dan, uitkomend vanuit het land van de Chaldeeën, woont* hij in Haranbergachtig - weg (ook als Charran). En van daar, na het sterven van zijn °vader, verhuist* Hij hem tot in dit °land, waarin jullie nu wonen. En Terach nam zijn zoon Abram en Lot, de zoon van Haran, zijn kleinzoon, en Sarai, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram; en hij deed hen wegtrekken uit Ur der Chaldeeen om te gaan naar het land Kanašn, en zij kwamen te Haran en bleven daar. (SV)[Gen. 11:31]
5 En Hij geeft* aan hem geen lotbezit in haar, zelfs geen podium voor zijn voet, en Hij belooft* aan hem haar tot inbezitneming te geven* en aan zijn °zaad na hem, terwijl er voor hem geen kind was. Mengt u niet met hen; want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool; want Ik heb Esau het gebergte Seir ter erfenis gegeven. (SV)[Deut. 2:5] - Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem verschenen was. (SV)[Gen. 12:7] - Voorts zeide Abram: Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven, en zie, de zoon van mijn huis zal mijn erfgenaam zijn! (SV)[Gen. 15:3]
6 En °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker spreekt* zo: "Dat zijn °zaad bijwoner zal zijn in andermans land en zij zullen het tot slaaf maken en zij zullen hen vierhonderd jaren kwaad behandelen.
7 En de natie voor wie zij ook maar slaaf zouden zijn zal Ik oordelen", zei °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, "en na deze dingen zullen zij uitkomen en zij zullen Mij dienen in deze °plaats." Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. (SV)[Gen. 15:13]
8 En Hij geeft* aan hem het verbond van de besnijdenis. En zo verwekt* hij °IsaäkIsašk = lachen en besneed hem in de achtste °dag, en IasäkIsašk = lachen °Jakobhielenlichter, en Jakobhielenlichter de twaalf aartsvaders, Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde. 11 En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u. 12 Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad; 13 De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond. (SV)[Gen. 17:10-14] - En Abraham besneed zijn zoon Izak, zijnde acht dagen oud, gelijk als hem God geboden had. (SV)[Gen. 21:4]
9 en de aartsvaders, jaloers zijnde*, gaven* JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) weg tot in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn). En °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was met hem, Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak. (SV)[Gen. 37:11] - Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte. (SV)[Genb. 37:28] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) is een schitterend miniatuur van de lijdende en verheerlijkte MessiasGezalfde. De jaloerse haat van zijn broers deed hem in de put belanden en in de gevangenis, maar Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was bij hem en verhoogde hem tot de hoogste plaats op aarde. Hij werd de verlosser, niet alleen van zijn eigen broers, maar ook van heel Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn). Degene die zij veracht en slecht behandeld hadden, werd hun heer en redder. Het Sanhedrinraadsvergadering kon nauwelijks de toepassing hiervan op de MessiasGezalfde die Stefanuskrans verkondigde over het hoofd zien. Zij waren de broers van MessiasGezalfde ben JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind).


10 en Hij tilt* hem uit vanuit al zijn °verdrukkingen en Hij geeft* aan hem gunst en wijsheid in de tegenwoordigheid van Faraohet grote huis, koning van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), en hij stelt* hem aan als een leidinggevende over Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en over heel zijn °huis. En de HEERE was met Jozef, zodat hij een voorspoedig man was; en hij was in het huis van zijn heer, den Egyptenaar. 3 Als nu zijn heer zag, dat de HEERE met hem was, en dat de HEERE al wat hij deed, door zijn hand voorspoedig maakte; (SV)[Gen. 39:2,3] - En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten. 38 Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als dezen, in welken Gods Geest is? 39 Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij. (SV)[Gen. 41:37-39] - Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij. 41 Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld. 42 En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en leide hem een gouden keten aan zijn hals; 43 En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland. 44 En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland. (SV)[Gen. 41:40-44]
11 En er kwam hongersnood over heel °Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en Kanašnpurper (-land) en grote verdrukking, en onze °vaders vonden geen voer. En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood. (SV)[Gen. 41:54] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De grote benauwdheid van Jakobhielenlichter is typerend door de grote benauwdheid van de eindtijd, waarna de MessiasGezalfde Zichzelf bekend zal maken aan Zijn broeders.


12 Jakobhielenlichter nu, horend* dat er graanvoorraden zijn in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), delegeert* eerst onze °vaders. Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander? 2 Voorts zeide hij: Ziet, ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarhenen af, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet sterven. (SV)[Gen. 42:1,2]
13 En in de tweede keer wordt JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) weer bekend gemaakt* aan zijn °broeders en het ras van °JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) werd* openbaar aan de Faraohet grote huis. En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik ben Jozef! leeft mijn vader nog? En zijn broeders konden hem niet antwoorden; want zij waren verschrikt voor zijn aangezicht. 4 En Jozef zeide tot zijn broederen: Nadert toch tot mij! En zij naderden. Toen zeide hij: Ik ben Jozef, uw broeder, dien gij naar Egypte verkocht hebt. (SV)[Gen. 45:3,4] - Als dit gerucht in het huis van Farao gehoord werd, dat men zeide: Jozefs broeders zijn gekomen! was het goed in de ogen van Farao, en in de ogen van zijn knechten. (SV)[Gen. 45:16]
14 Afvaardigend* nu laat JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) Jakobhielenlichter, zijn °vader, en al de verwantschap komen*, vijfenzeventig zielen. Haast u en trekt op tot mijn vader, en zegt het hem: Alzo zegt uw zoon Jozef: God heeft mij tot een heer over gans Egypteland gesteld; kom af tot mij, en vertoef niet. 10 En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, gij en uw zonen, en de zonen uwer zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat gij hebt. 11 En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet verarmt, gij en uw huis, en alles wat gij hebt! (SV)[Gen. 45:9-11] - En de zonen van Jozef, die hem in Egypte geboren zijn, waren twee zielen. Al de zielen van het huis van Jakob, die in Egypte kwamen, waren zeventig. (SV. De LXX heeft hier 75)[Gen. 46:27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

De Septuagint, of Griekse vertaling, verschilt van de Hebreeuwse tekst in Genesis 46:26,27, door JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) negen zonen te geven, in plaats van twee, en brengt zo het totaal op vijf en zeventig. Maar aangezien de telling in Genesis niet noodzakelijkerwijs allen insluit waarop Stefanuskrans zinspeelt, is er geen reden waarom we niet het zelfde totaal geven. De Septuagint verschilt zeer met de Hebreeuwse tekst waar het om getallen gaat, zeker in de genealogieŽn, en het zou wel eens de ware weergave kunnen zijn.


15 En Jakobhielenlichter daalde* af tot in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en hij overlijdt*, hij en onze °vaders, Toen maakte zich Jakob op van Ber-seba; en de zonen van IsraŽl voerden Jakob, hun vader, en hun kinderen, en hun vrouwen, op de wagenen, die Farao gezonden had, om hem te voeren. 6 En zij namen hun vee, en hun have, die zij in het land Kanaan geworven hadden, en zij kwamen in Egypte, Jakob en al zijn zaad met hem; (SV)[Gen. 46:5,6] - Als Jakob voleind had aan zijn zonen bevelen te geven, zo leide hij zijn voeten samen op het bed, en hij gaf den geest, en hij werd verzameld tot zijn volken. (SV)[Gen. 49:33]
16 en zij werden overgebracht* tot in Sichemschouder en zij werden geplaatst* in de graftombe in welke Abrahamvader van vele volken is*, aankocht voor een prijs van zilver, bij de zonen van Hemorezel in Sichemschouder. En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand der zonen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. (SV)[Gen. 33:19] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

De beenderen van JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) werden door Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) naar het land gebracht (Exo. 13.19). Zo werd ook de rest van de aartsvaders overgebracht naar Sichemschouder, waar Jakobhielenlichter een stuk van een veld had gekocht (Gen. 33.19), waarschijnlijk in de buurt van of aansluitend aan de graftombe die Abrahamvader van vele volken eerder had gekocht, waarvan geen verslag is in Genesis. Indien Stefanuskrans hierover ook maar een piepkleine blunder had gemaakt, zou het Sanhedrinraadsvergadering hem terecht gewezen hebben. Zij waren veel "hogere" critici dan we vandaag hebben.


17 Als nu de tijd van de belofte naderde die °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker belijdt* aan °Abrahamvader van vele volken, groeit* het volk en werd vermeerderd* in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn),
18 totdat een andere koning opstond* over Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), die niet °JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) had waargenomen. Zo werden de kinderen IsraŽls vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd. 8 Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had; (SV)[Ex. 1:7,8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Het is waarschijnlijk dat het lot van IsraŽlstrijder van God in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) aangenaam was onder de dynastie die bekend was met JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind), die deze heersers de absolute meesters maakte in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), want hij verkreeg voor hen al het zilver en vee en land in ruil voor graan, ten tijde van de hongersnood (Gen. 47). Zoín dienst zou niet vergeten worden. Daarom ging het IsraŽlstrijder van God goed in het land Gosen, tot de heersende dynastie werd vervangen door een andere lijn van heersers, die niets van JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) wisten en niet aan hem verplicht waren voor hun macht.


19 Deze, geslepen te werk gaand* met ons °ras, behandelt* onze °vaders kwaad, ervoor zorgend dat hun baby's te vondeling werden gelegd, zodat zij niet levend voortgebracht worden. Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke. 11 En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raamses. (SV)[Ex. 1:10,11] - Toen gebood Farao aan al zijn volk, zeggend: Alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen, maar al de dochteren in het leven behouden. (SV)[Ex. 1:22]
20 In welke periode Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd geboren* en knap was voor °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, die drie maanden werd grootgebracht* in het huis van de vader. En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden. (SV)[Ex. 2:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen is een memorabel voorbeeld van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers methode van het omgaan met de wijsheid van de wereld. Faraohet grote huis plande de uitroeiing van het Hebreeuwse ras, maar hij koestert hun verlosser en voedt die op!


21 Na zijn te vondeling gelegd worden, echter, tilt de dochter van Faraohet grote huis hem op en zij brengt* hem groot voor zichzelf, tot zoon. Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij leide het knechtje daarin, en leide het in de biezen, aan den oever der rivier. 4 En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden. 5 En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen. 6 Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen! 7 Toen zeide zijn zuster tot Faraoís dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge? 8 En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder. 9 Toen zeide Faraoís dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het. 10 En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Faraoís dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen. (SV)[Ex. 2:3-10]
22 En Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd gedisciplineerd* in alle wijsheid van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)naren. Hij nu was machtig in zijn woorden en werken. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) wordt ons voor ogen gebracht als het toppunt van menselijke wijsheid, zoals AssyriŽ dat was voor menselijke macht. De Egyptische priesters hadden een kennis van wetenschap die, tenminste op sommige punten, ver uitsteeg boven wat vandaag bekend is. Geen wetenschapper kan de daden van Jannes en Jambres herhalen. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen stond ver boven onze hedendaagse maatstaven van intellectuele capaciteiten.


23 Als nu aan hem een veertig jarige tijd werd vervuld*, kwam* het op zijn hart om om te zien* naar zijn °broeders, de zonen van IsraŽlstrijder van God. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Het voorval betreffende Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halení verwerping door zijn broeders bij zijn eerste poging om hun verlosser te worden, moet een krachtig effect gehad hebben op het Sanhedrinraadsvergadering, want niets zou hen meer aanspreken dan een parallel tussen Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en de MessiasGezalfde. Behalve aan het meest verharde hart, bewees het feit dat Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, in de eerste plaats, geminacht werd door hen die hij kwam redden en zijn inspanningen ten behoeve van hen verkeerd werden begrepen, dat de MessiasGezalfde een soortgelijke behandeling zou krijgen. Zoals Faraohet grote huis het leven van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen bedreigde, zo probeerde Herodeszoon van heros - held of afgod het leven van ChristusGezalfde te nemen. Zoals zijn eigen volk Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen uitwierp en de redding die hij hen aanbood weigerde, zo vermoordden de Joden de MessiasGezalfde en verwierpen ze Zijn verlossing. En we mogen er aan toevoegen dat zoals Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen terug kwam en hen uitleidde, zo zal de MessiasGezalfde terugkeren en hen leiden naar de zegeningen van het milleniale koninkrijk.


24 En waarnemend dat iemand onrecht gedaan wordt, ontzet* hij en doet* rechtverschaffing aan die geteisterd wordt, de Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)naar een pak slaag gevend*. En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg. 12 En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand. (SV)[Ex. 2:11,12]
25 En hij veronderstelde dat zijn °broeders begrijpen* dat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker door zijn hand redding aan hen geeft. Dezen echter begrijpen* het niet.
26 Bovendien, in de aansluitende dag, werd hij door hen gezien*, terwijl zij vechten. En hij kwam hen tussenbeide in vrede, zeggend: "Mannen! Jullie zijn broeders! Waarom doen jullie elkaar onrecht?"
27 Die nu de naaste onrecht doet stoot* hem weg, zeggend: "Wie stelt* jou aan als overste en rechtspreker over ons?
28 Jij wil mij toch niet uit de weg ruimen op de wijze zoals jij gisteren de Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)naar uit de weg ruimde?" Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste? 14 Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden! (SV)[Ex. 2:13,14]
29 Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen nu vluchtte bij dit woord en werd* bijwoner in het land Midjantwist, waar hij twee zonen verwekt*. Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Faraoís aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput. (SV)[Ex. 2:15] - En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora; 22 Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land. (SV)[Ex. 2:21,22]
30 En veertig jaren vervuld wordend, werd door hem in de woestijn van de berg SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt een boodschapper gezien* in de vlam van vuur van een doornstruik. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

Het brandende braambos is een opmerkelijk symbool van de natie IsraŽlstrijder van God. Zij waren midden in het vuur van vervolging en zijn het vaak geweest sinds zij uit Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) kwamen, maar toch zijn ze nooit verteerd. Zij zijn de enige aionische natie.

Hij Die naar Wie in het bijzonder wordt verwezen als JAHWEH in de Hebreeuwse Schrift, wordt hier een boodschapper of engel genoemd. Dezelfde term wordt gebruikt voor de Ene Die door Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen wordt gezien op de berg SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt (:53). Daarom is het duidelijk dat de theofaniŽn, of zichtbare verschijningen van de onzichtbare Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, uitgevoerd werden door tussenbeide komende middellaars. Ja, de godheid wordt zelfs in Exodus geÔdentificeerd als de boodschapper. Eerst wordt ons verteld dat de engel van de Heer verscheen in het midden van het bosje. En toen JAHWEH zag dat hij zich er naar toe keerde om te kijken, riep Elohim hem aan vanuit het midden van het bosje (Exo. 3:2-4). Hetzelfde geldt voor het geven van de wet op de SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen ging op naar Elohim, en JAHWEH riep tot hem vanuit de berg (Exo. 19:3). Toch worden we verzekerd dat de wet voorgeschreven werd door boodschappers in de handen van een middellaar (Gal. 3.19), en dat ze werd gesproken door boodschappers (Hebr. 2:2).


31 °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen nu, het waarnemend, verwondert* zich over het visioen. Maar naderend om het te beschouwen* kwam* de stem van de Heer.
32 "Ik ben de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van jouw °vaders, de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Abrahamvader van vele volken en van IsaäkIsašk = lachen en van Jakobhielenlichter." Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen nu, hevig sidderend wordend, durfde niet te beschouwen. Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien. (SV)[Ex. 3:6]
33 De Heer nu zei tot hem: "Maak* het schoeisel los van je °voeten, want de plaats waarop je staat is heilige aarde.
34 Waarnemend nam Ik de kwade behandeling waar van Mijn °volk, van hen in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), en Ik hoor* hun °verzuchting, en Ik daalde* af om hen uit te tillen. En nu, kom hier, dat Ik jou zou afvaardigen tot in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)." En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd. 3 En Mozes zeide: Ik zal mij nu daarheen wenden, en bezien dat grote gezicht, waarom het braambos niet verbrandt. 4 Toen de HEERE zag, dat hij zich daarheen wendde, om te bezien, zo riep God tot hem uit het midden van het braambos, en zeide: Mozes, Mozes! En hij zeide: Zie, hier ben ik! 5 En Hij zeide: Nader hier niet toe; trek uw schoenen uit van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig land. 6 Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien. 7 En de HEERE zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, hetwelk in Egypte is, en heb hun geschrei gehoord, vanwege hun drijvers; want Ik heb hun smarten bekend. 8 Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand der Egyptenaren, en het opvoere uit dit land, naar een goed en ruim land, naar een land, vloeiende van melk en honig, tot de plaats der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten. 9 En nu, zie, het geschrei der kinderen IsraŽls is tot Mij gekomen; en ook heb Ik gezien de verdrukking, waarmede de Egyptenaars hen verdrukken. 10 Zo kom nu, en Ik zal u tot Farao zenden, opdat gij Mijn volk (de kinderen IsraŽls) uit Egypte voert. (SV)[Ex. 3:2-10]
35 Deze °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, die zij loochenen*, zeggend: "Wie stelt* jou aan als overste en rechtspreker over ons," deze heeft °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker afgevaardigd als overste en loskoper, een rechtspreker, samen met de hand van de boodschapper, de door hem geziene in de doornstruik. En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd. (SV)[Ex. 3:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Het belangrijkste punt van Stefanuskrans is dat degene die zij verloochend hadden, degene was die door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was uitgekozen om hun redder en rechter te zijn. Zo ging het ook met de MessiasGezalfde. Het feit dat Hij verloochend werd, was geen bewijs dat Hij vals was. Het was veeleer het grote teken dat Hem identificeerde met de oude typen, want Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd door het volk verworpen, zelfs nadat hij hen uit Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) had geleid en de wet had ontvangen en wonderlijke wonderen verrichtte om zijn ambt aan te tonen. Dit zou de leidende toon moeten zijn in alle evangelisatie van het volk van het verbond. Een profeet als Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen moest lijden onder de handen van zijn eigen volk. Deze gedachte zou ook de harten van Zijn mindere slaven blij moeten maken, die zichzelf verworpen en veracht vinden, door hun trouw aan Hem.


36 Deze leidde hen uit, wonderen en tekenen doende* in het land Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en in de Rode Zee en in de woestijn, veertig jaren. Doch Ik zal Faraoís hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen. (SV)[Ex. 7:3] - Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. (SV)[Ex. 14:21] - En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn. (SV)[Num. 14:33] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

36

De veertig jaren, die behandeld worden in het boek Handelingen, zijn het antitype van het rondwandeling in de wildernis. Het wordt gekenmerkt door hetzelfde koppige ongeloof dat de botten van IsraŽlstrijder van God verstrooide in de wildernis, zodat zij die Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) verlieten, niet het beloofde land binnen gingen. Zo ging ook geen van hen van de Pinkstertijd het koninkrijk binnen. De brief aan de HebreeŽn onthult deze gelijkenis, want ze werd geschreven om uit te leggen waarom de belofte van het koninkrijk nog wacht.


37 Deze is de Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen die zegt* tot de zonen van IsraŽlstrijder van God: "°Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zal voor jullie een profeet doen opstaan vanuit jullie broeders, zoals mij." Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen; ... 18 Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal. (SV)[Deut. 18:15,18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Beschuldigd van ontrouw aan Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, bewijst hij de onterechtheid van de aanklacht door zijn voortdurende verwijzen naar de geschriften van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen.


38 Deze is de in de ekklesia in de woestijn komende met de boodschapper, die met hem spreekt op de berg SinaïSinaÔ = doornachtig en van onze °vaders, die levende gezegden ontvangt* om aan jullie te geven*, Wat is dan de wet? Vanwege de overtredingen werd ze toegevoegd*, totdat het zaad zou komen* aan wie Hij heeft beloofd, voorgeschreven* zijnde door boodschappers in de hand van een middelaar. (SW)[Gal. 3:19] - In de derde maand, na het uittrekken der kinderen IsraŽls uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai. 2 Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; IsraŽl nu legerde zich aldaar tegenover dien berg. 3 En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggend: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen IsraŽls verkondigen: 4 Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb. 5 Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 6 En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen IsraŽls spreken zult. (SV)[Ex. 19:1-6]
39 aan wie onze °vaders niet gehoorzaam willen worden, maar zij stoten* hem weg en zij keerden* zich in hun °harten tot Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), En waarom brengt ons de HEERE naar dat land, dat wij door het zwaard vallen, en onze vrouwen, en onze kinderkens ten roof worden? Zou het ons niet goed zijn naar Egypte weder te keren? (SV)[Num. 14:3]
40 tot °AäronAšron = lichtbrenger zeggend: "Maak* voor ons goden die voor ons uit zullen gaan; want deze mens °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, die ons uitleidde vanuit het land Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), wij hebben niet waargenomen wat er met hem gebeurde*." Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij. ... 23 Zij dan zeiden tot mij: Maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan, want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland opgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij. (SV)[Ex. 32:1,23]
41 En in die °dagen maken* zij een kalf en zij leidden een offer omhoog aan de afgod en zij waren* blij door de werken van hun °handen. Aaron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij. 3 Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aaron. 4 En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, IsraŽl! die u uit Egypteland opgevoerd hebben. 5 Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn! 6 En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen. (SV)[Ex. 32:2-6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

Afgoderij is, etymologisch, het aanbieden van goddelijk dienstbetoon aan wat niet door de zintuigen kan worden waargenomen. Op deze wijze zijn alle voorwerpen van aanbidding, zelfs als ze worden gemeend vertegenwoordigingen te zijn van de ware Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, afgoden. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker wil geen beelden van Zichzelf, behalve …ťn Ė Zijn geliefde Zoon. Hij is het beeld van de onzichtbare Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (Kol. 1.15). De afgoderij die hier wordt genoemd, verwijst gewoonlijk naar IsraŽlstrijder van God in de wildernis. Maar hun gedrag in dit tijd was nauwelijks de aanleiding voor de Babylonwirwarische ballingschap. Noch in Amoskrachtig (5:25-27), noch in Handelingen wordt de tijd gegeven, maar het was, zeer waarschijnlijk, in de dag van de koningen, vůůr de gevangenschap. Een van de oorzaken van hun verbanning was dat zij zeer veel overtredingen hadden gedaan volgens de gruwelen van de naties (2Kron. 36:14). In het land verdorven ze de vorm van de wildernisaanbidding, de tabernakel van Moloch verving het getuigenis dat JAHWEH had bevolen om te bouwen naar het model dat Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen had gezien. Het is mogelijk dat het Hebreeuws vertaald zou moeten worden met "jullie koning" en niet met "Moloch." Amoskrachtig schrijft aangaande IsraŽlstrijder van God (Amoskrachtig 1:1), zodat de verwijzing kan zijn naar hun eerste koning, Jerobeam, de zoon van Nebat, die IsraŽlstrijder van God deed zondigen. Hij, net als Ašronlichtbrenger, maakte een "kalf" of stier die het volk kon aanbidden. In feite maakte hij er twee en plaatste er een van in Bethel en de andere in Dan (1Kon. 12:25-30). In het ene geval was het een opstand van de profeet van JAHWEH, in het andere was het de afscheiding van de rechtvaardige koning en het huis van Davidgeliefde. Naast de valse tabernakel hadden ze ook een vervanging voor de heerlijkheid, die een beeld schijnt te zijn geweest van een van de sterrenbeelden. Zo aanbaden ze de "heer van de hemelen". Raifan, of Remfan, wordt soms geÔdentificeerd als Saturnis, maar dit is niet zeker.


42 °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker nu keert* Zich en levert* hen over om de legermacht van de hemelen te dienen, zoals het is geschreven in het boek van de profeten: "Brengen* jullie niet slachtofferdieren en offers naar Mij toe, veertig jaren in de woestijn, huis van IsraŽlstrijder van God? De kinderen lezen hout op, en de vaders steken het vuur aan, en de vrouwen kneden het deeg, om gebeelde koeken te maken voor de Melecheth des hemels, en anderen goden drankofferen te offeren, om Mij verdriet aan te doen. (SV)[Jer. 7:18]
43 En jullie namen de tent van de Molochkoning op en het sterrenbeeld van jullie °god RaifanRaifan = de verschrompelde, de modellen die jullie maken om hen te aanbidden. En Ik zal jullie verhuizen tot voorbij Babylonwirwar." Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis IsraŽls? 26 Ja, gij droegt de tent van uw Melech, en den Kijun, uw beelden, de ster uws gods, dien gij uzelf had gemaakt. 27 Daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damaskus henen, zegt de HEERE, Wiens Naam is God der heirscharen. (SV)[Amos 5:25-27]
44 De tent van het getuigenis was bij onze °vaders in de woestijn, zoals die tot Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen sprak voorschrijft* om haar te maken* overeenkomstig het model dat hij had gezien, In de tent der samenkomst, van buiten den voorhang, die voor de getuigenis is, zal ze Aaron en zijn zonen toerichten, van den avond tot den morgen, voor het aangezicht des HEEREN; dit zal een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten, vanwege de kinderen IsraŽls. (SV)[Ex. 27:21] - Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken. ... 40 Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is. (SV)[Ex. 25:9,40] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

Stefanuskrans heeft de opdracht te spreken tegen de tempel. Daarom voert Hij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers verblijfplaats terug naar de tempel van Salomoman van vrede, maar bewijst aan de hand van de Schrift dat de ware tempel niet met handen is gemaakt. De Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van heerlijkheid had de tempel zonder bewoner achtergelaten (Eze. 9:3; 10:4, 18: 11.23) en inwoning genomen in Zijn Zoon, zoals Hij onder hen tabernakelde, vol van genade en waarheid (Joh. 1.14). En nu was de heerlijkheid in hun midden, het gezicht van Stefanuskrans verlichtend.


45 welke ook onze °vaders, als opvolgers overnemend, naar binnen leidden met JozuaJAH redt bij de in bezitneming van de natiën, die °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker uitstoot* vanaf het gezicht van onze °vaders, tot de dagen van Davidgeliefde, En het geschiedde, toen het volk vertrok uit zijn tenten, om over de Jordaan te gaan, zo droegen de priesters de ark des verbonds voor het aangezicht des volks. 15 En als zij, die de ark droegen, tot aan de Jordaan gekomen waren, en de voeten der priesteren, dragende de ark, ingedoopt waren in het uiterste van het water (de Jordaan nu was vol al de dagen des oogstes aan al haar oevers); 16 Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho. 17 Maar de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, stonden steevast op het droge, in het midden van de Jordaan; en gans IsraŽl ging over op het droge, totdat al het volk geeindigd had door de Jordaan te trekken. (SV)[Joz. 3:14-17] - Want de HEERE heeft van uw aangezicht verdreven grote en machtige volken; en u aangaande, niemand heeft voor uw aangezicht bestaan, tot op dezen dag toe. (SV)[Joz. 23:9]
46 die gunst vond in het zicht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. En hij verzoekt* een tent van inkwartiering te vinden voor de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Jakobhielenlichter. Het was ook in het hart van mijn vader David, een huis den Naam van den HEERE, den God IsraŽls, te bouwen. 18 Maar de HEERE zeide tot David, mijn vader: Dewijl dat in uw hart geweest is Mijn Naam een huis te bouwen, gij hebt welgedaan, dat het in uw hart geweest is. (SV)[1Kon. 8:17,18]
47 En Salomoman van vrede bouwt* voor Hem een huis. Het geschiedde nu in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen IsraŽls uit Egypte, in het vierde jaar van het koninkrijk van Salomo over IsraŽl, in de maand Ziv (deze is de tweede maand), dat hij het huis des HEEREN bouwde. ... 14 Alzo bouwde Salomo dat huis en volmaakte hetzelve. (SV)[1Kon. 6:1,14]
48 Maar de Hoogste woont niet in wat met handen is gemaakt, zoals de profeet zegt. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

48

Het citaat uit Jesajaheil is JAH lokte tegenstand uit. Zie Handelingen 22:22.


49 "De hemel is voor Mij een troon, maar de aarde is de voetenbank van Mijn °voeten. Wat voor huis zal voor Mij gebouwd worden, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn °stoppen?
50 Maakt* niet Mijn °hand al deze dingen? Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust? 2 Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft. (SV)[Jes. 66:1,2]
51 Hardnekkigen en onbesnedenen aan jullie harten en aan de oren, jullie botsen steeds met de heilige °geest! Zoals jullie °vaders, ook jullie! Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk! (SV)[Ex. 32:9] - Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben; (SV)[Lev. 26:41] - Maar zij zijn wederspannig geworden, en zij hebben Zijn Heiligen Geest smarten aangedaan; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden. (SV)[Jes. 63:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

51

Een overzicht van IsraŽls geschiedenis onthult een serie afvallen. Al Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers woordvoerders leden onder hun handen. Ook al onderhielden ze de uiterlijke vorm, ze stonden altijd op de verkeerde voet met de heilige Geest. Deze aanklacht is voor dat moment van bijzonder belang, want het is de eerste grote crisis in dit boek. Het getuigenis aan Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter wordt beknopt verworpen. De vraag: Herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor IsraŽlstrijder van God," ontvangt een nadrukkelijk negatief, voor zover het Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde betreft. Het getuigenis gaat nu naar Samariawaker.


52 Wie van de profeten vervolgen* de vaders van jullie niet? En zij doden* hen die tevoren aankondigen* aangaande de komst van de Rechtvaardige, van Wie jullie nu verraders en moordenaars werden*, Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdervende leeuw. (SV)[Jer. 2:30]
53 die de wet in ontvangst namen door de mandaten van boodschappers en die jullie niet onderhouden*." Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft; (SV)[Hebr. 2:2]
54 Deze dingen nu horende, werden zij pijnlijk in hun °harten getroffen* en zij knarsten de tanden tegen hem. Zijn toorn verscheurt, en Hij haat mij; Hij knerst over mij met Zijn tanden; mijn wederpartijder scherpt zijn ogen tegen mij. (SV)[Job 16:9]
55 Maar vol zijnde van geloof en van heilige geest, aandachtig kijkend* tot in de hemel, nam hij heerlijkheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker waar en JezusJAH redt, staande aan de rechterhand van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; (SV)[Luc. 4:1] - De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. (SV)[Matt. 22:44] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

55

Stefanuskrans begon zijn toespraak met "de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van heerlijkheid," en nu ziet hij de heerlijkheid in de hemel en JezusJAH redt, staande, klaar om terug te keren en hen te zegenen, als ze zich bekeren. Daarna wordt Hij altijd zittend afgebeeld, Zijn werk voltooid, wachtend tot de afvallige natie klaar is om Hem te ontvangen als hun MessiasGezalfde.

Stefanuskrans was de boodschapper die naar de vertrokken Edelman werd gezonden met de boodschap: "Wij willen niet dat deze man over ons heerst" (Luk. 19:14).


56 en hij zei: "Neem waar, ik aanschouw de hemelen ontsloten zijnde en de Zoon van de mensheid staande aan de rechterkanten van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker." En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen. (SV)[Matt. 3:16]
57 Maar schreeuwend* met grote stem drukten zij hun °oren samen en zij stormen* eensgezind op hem af.
58 En hem uitwerpend buiten de stad, wierpen zij met stenen. En de getuigen deden* hun °bovenkleding weg bij de voeten van een jongeman, genaamd Saulusafgebeden (van God). En toen het bloed van Stefanus, Uw getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die hem doodden. (SV)[Hand. 22:20]
59 En zij wierpen °Stefanuskrans met stenen, die aanroept en zegt: "Heer! JezusJAH redt! Ontvang* mijn °geest!" In Uw hand beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der waarheid! (SV)[Psalm 31:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

59

Net als zijn Meester, bidt Stefanuskrans met zijn laatste adem voor zijn moordenaars. Maar voor de natie kon deze zonde tegen de heilige Geest niet vergeven worden. Tot aan Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí laatste bezoek horen we geen verder getuigenis in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter.


60 En de knieŽn plaatsend schreeuwt* hij met grote stem: "Heer! U zou deze zonde niet tegen hen doen staan." En dit zeggend werd hij ter ruste gelegd*. En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggend: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! (SV)[Matt. 27:46] - En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot. (SV)[Luc. 23:34]


Terug naar de index.
Naar Handelingen 8



   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.