Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Handelingen
Hoofdstuk 7

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Maar de hogepriester zei: "Indien deze dingen zů zijn..." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De toespraak van Stefanuskrans is een model voor het presenteren van de MessiasGezalfde aan de Joden. Ze struikelden over Zijn lijden en verwerping, en daarom neemt Stefanuskrans de grootste helden van de natie ter hand, die typen waren van de MessiasGezalfde, en laat zien dat, in elk geval, er een inleidende scheiding of verwerping was. Abrahamvader van vele volken werd gedrongen zijn geboortegrond en het huis van zijn vader te verlaten. JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) werd door zijn broers gehaat. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd eerst niet erkend toen hij kwam om zijn volk te helpen. Zelfs Davidgeliefde, dat ongeŽvenaarde type van de komende Koning, bracht niet alleen jaren door in verwerping, maar moest het bouwen van de tempel overlaten aan Salomoman van vrede. Dit zijn allemaal beelden van een verworpen MessiasGezalfde. In elk er van volgde de heerlijkheid op lijden en scheiding. Dat is het beeld dat de oude Schrift tekent en de bewering is duidelijk: JezusJAH redt is de MessiasGezalfde.


2 °Hij nu zei* met nadruk: "Mannen, broeders en vaders, hoor*m! De Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van de heerlijkheid werd gezien* door onze °vader Abrahamvader van vele volken, zijnde in °MesopotamiëMesopotamiŽ = tussen twee rivieren, voordat deze in Haranbergachtig - weg (ook als Charran) ging wonen*, 1 "Mannen, broeders en vaders! Hoor*m nu mijn įverdediging aan jullie!" (SW)[Hand. 22:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Abram werd in het begin uit zijn land en weg van zijn verwanten geroepen, en ging zo ver als Haran, vergezeld door de huishouding van zijn vader. Verdere gehoorzaamheid aan het goddelijk bevel schijnt verhinderd te zijn door zijn vader, en zij gingen niet verder. Na de dood van zijn vader verlaat hij het huis van zijn vader en voltooit hij zijn reis naar Kanašnplaats van riet - purper (-land). Toch ontving hij niets van het land dat van hem zou worden, en zo beeldt hij Hem uit die tot het Zijne kwam en niets dan een graf ontving (Gen. 23). Het ritueel van de besnijdenis vertelt ook zo de afsnijding van Zijn vlees aan het kruis.


3 en Hij zei tot hem: "Kom uit vanuit jouw °land en vanuit jouw °verwantschap en kom hier, tot in het land dat Ik ook maar aan jou zal tonen." 1 En JAHWEH zegt tot Abram: "Ga jij uit jouw land en uit jouw verwantschap en uit het huis van jouw vader, naar het land dat Ik jou doe zien. (SW)[Gen. 12:1]
4 Dan, uitkomend vanuit het land van de Chaldeeën, woont* hij in Haranbergachtig - weg (ook als Charran). En van daar, na het sterven van zijn °vader, verhuist* Hij hem tot in dit °land, waarin jullie nu wonen. 31 En Terach neemt Abram, zijn zoon, en Lot, de zoon van Haran, de zoon van zijn zoon, en SaraÔ, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram, en zij gaan met hen uit van Ur der ChaldeeŽn om te gaan in de richting van het land Kanašn. En zij komen tot aan Haran en zij wonen daar. (SW)[Gen. 11:31]
5 En Hij geeft* aan hem geen lotbezit in haar, zelfs geen podium voor zijn voet, en Hij belooft* aan hem haar tot inbezitneming te geven* en aan zijn °zaad na hem, terwijl er voor hem geen kind was. 5 Het moet niet zo zijn dat jullie jezelf tegen hen aan zetten, want Ik zal jullie niets van hun land geven, zelfs niet het betreden van een voetzool, want Ik gaf het gebergte van SeÔr als pachtbezit aan Esau. (SW)[Deut. 2:5] - 7 En JAHWEH verschijnt aan Abram en Hij zegt: "Aan jouw zaad geef Ik dit land." En hij bouwt daar een altaar voor JAHWEH, Die aan hem verscheen. (SW)[Gen. 12:7] - 3 En Abram zegt: "Aanschouw! Aan mij geeft U geen zaad, en aanschouw, een zoon uit mijn huis zal het mijne overnemen." (SW)[Gen. 15:3]
6 En °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker spreekt* zo: "Dat zijn °zaad bijwoner zal zijn in andermans land en zij zullen het tot slaaf maken en zij zullen hen vierhonderd jaren kwaad behandelen.
7 En de natie voor wie zij ook maar slaaf zouden zijn zal Ik oordelen", zei °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, "en na deze dingen zullen zij uitkomen en zij zullen Mij dienen in deze °plaats." 13 En Hij zegt tot Abram: "Weet zeker dat jouw zaad tijdelijk verblijver zal worden in een land dat niet van hen is. En zij dienen hen en zij vernederen hen, vierhonderd jaren. (SW)[Gen. 15:13]
8 En Hij geeft* aan hem het verbond van de besnijdenis. En zo verwekt* hij °IsaäkIsašk = lachen en besneed hem in de achtste °dag, en IasäkIsašk = lachen °Jakobhielenlichter, en Jakobhielenlichter de twaalf aartsvaders, 10 Dit is Mijn verbond met jou, dat jij in acht nemen tussen Mij en tussen jullie en tussen jouw zaad na jou: jullie worden besneden, elke mannelijke. [Hand. 7:8] 11 En jullie besnijden het vlees van jullie voorhuid, en het is tot teken van het verbond tussen Mij en tussen jullie. 12 En een zoon van acht dagen wordt door jullie besneden, elke mannelijke, gedurende jullie generaties, die geboren is in jullie huis of iedere zoon van een uitheemse, verwerving van jouw zilver, van elke zoon van een. 13 Om besneden te zijn zal hij besneden worden die geboren is in jouw huis of een verwerving met jouw zilver. En het is Mijn verbond in jullie vlees, tot een aionisch verbond. 14 En de onbesneden mannelijke, van wie niet het vlees van zijn voorhuid wordt besneden, deze ziel wordt afgesneden van zijn volksgenoten. Hij annuleert Mijn verbond." (SW)[Gen. 17:10-14] - 4 En Abraham besnijdt Isašk, zijn zoon, als hij acht dagen oud is, zoals Elohim hem instructie gaf. (SW)[Gen. 21:4]
9 en de aartsvaders, jaloers zijnde*, gaven* JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) weg tot in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn). En °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was met hem, 11 En zijn broeders zijn jaloers op hem. En zijn vader bewaarde het woord. (SW)[Gen. 37:11] - 28 En de mannen passeren, Midjanieten, kooplieden. En zij trekken Jozef uit het waterreservoir en zij brengen hem boven. En zij verkopen Jozef aan de JismaŽlieten voor twintig zilverstukken. En zij brengen Jozef in de richting Egypte. (SW)[Gen. 37:28] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) is een schitterend miniatuur van de lijdende en verheerlijkte MessiasGezalfde. De jaloerse haat van zijn broers deed hem in de put belanden en in de gevangenis, maar Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was bij hem en verhoogde hem tot de hoogste plaats op aarde. Hij werd de verlosser, niet alleen van zijn eigen broers, maar ook van heel Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn). Degene die zij veracht en slecht behandeld hadden, werd hun heer en redder. Het Sanhedrinraadsvergadering kon nauwelijks de toepassing hiervan op de MessiasGezalfde die Stefanuskrans verkondigde over het hoofd zien. Zij waren de broers van MessiasGezalfde ben JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind).


10 en Hij tilt* hem uit vanuit al zijn °verdrukkingen en Hij geeft* aan hem gunst en wijsheid in de tegenwoordigheid van Faraohet grote huis, koning van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), en hij stelt* hem aan als een leidinggevende over Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en over heel zijn °huis. 2 En JAHWEH is met Jozef en hij is een voorspoedig man. En hij is in het huis van zijn heerp, de Egyptenaar. 3 En zijn heerp ziet dat JAHWEH met hem is en dat JAHWEH al wat hij doet in zijn hand voorspoedig maakt. (SW)[Gen. 39:2,3] - 37 En de woord is goed in de ogen van Farao en in de ogen van al zijn dienaren. 38 En Farao zegt tot zijn dienaren: "Is iemand als deze man te vinden, die geest van Elohim in zich heeft?" 39 En Farao zegt tot Jozef: "Nadat Elohim aan jou dit alles heeft bekend gemaakt, is er geen begrijpende en wijze als jij. (SW)[Gen. 41:37-39] - 40 Jij, jij bent over mijn huis en jouw mond kust heel mijn volk, maar op de troon ben ik groter dan jij." [Hand. 7:10] 41 En Farao zegt tot Jozef: "Zie! Ik stel jou aan over heel het land van Egypte." 42 En Farao neemt zijn ring van zijn hand en geeft die aan de hand van Jozef. En hij laat hem kleden met kledingstukken van glanzend batist en hij plaatst een decoratieve ketting van goud om zijn hals. 43 En hij doet hem rijden in de tweede triomfwagen die van hem was, en zij roepen voor zijn aangezicht: "Kniel!" En hij stelt hem aan over het land van Egypte. 44 En Farao zegt tot Jozef: "Ik ben Farao en afgezien van jou heft geen mens in heel het land van Egypte zijn hand of zijn voet op." (SW)[Gen. 41:40-44]
11 En er kwam hongersnood over heel °Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en Kanašnpurper (-land) en grote verdrukking, en onze °vaders vonden geen voer. 54 En de zeven jaren van de hongersnood beginnen, komend zoals Jozef zei. En er is hongersnood in alle landen. En in heel het land van Egypte is er brood. (SW)[Gen. 41:54] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De grote benauwdheid van Jakobhielenlichter is typerend door de grote benauwdheid van de eindtijd, waarna de MessiasGezalfde Zichzelf bekend zal maken aan Zijn broeders.


12 Jakobhielenlichter nu, horend* dat er graanvoorraden zijn in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), delegeert* eerst onze °vaders. 1 En Jakob ziet dat er in Egypte graanvoedsel is. En Jakob zegt tot zijn zonen: "Waarom zien jullie elkaar aan?" 2 En hij zegt: "Aanschouw! Ik hoor dat er in Egypte graanvoedsel is. Daalm daarheen af en koopm daar voor ons, en wij zullen leven en wij zullen niet sterven. (SW)[Gen. 42:1,2]
13 En in de tweede keer wordt JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) weer bekend gemaakt* aan zijn °broeders en het ras van °JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) werd* openbaar aan de Faraohet grote huis. 3 En Jozef zegt tot zijn broeders: "Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog?" En zijn broeders waren niet in staat hem te antwoorden, want zij zijn geagiteerd voor zijn aangezicht. 4 En Jozef zegt tot zijn broeders: "Komm alstublieft dicht bij mij!" En zij komen dichtbij en hij zegt: "Ik ben Jozef, jullie broeder, die jullie verkochten naar Egypte. (SW)[Gen. 45:3,4] - 16 En de stem werd gehoord in het huis van Farao, zeggend: "Broeders van Jozef kwamen." En het is goed in de ogen van Farao en in de ogen van zijn dienaren. (SW)[Gen. 45:16]
14 Afvaardigend* nu laat JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) Jakobhielenlichter, zijn °vader, en al de verwantschap komen*, vijfenzeventig zielen. 9 Maak haast, ga op naar mijn vader en zeg tot hem: 'Zo zegt uw zoon Jozef: Elohim plaatste mij als heer over heel Egypte. Daal naar mij af. Het moet niet zo zijn dat u blijft staan. 10 En u woont in het land Gosen en u komt dicht bij mij, u en uw zonen en de zonen van uw zonen en uw kleinvee en uw grootvee en al wat van u is. 11 En ik onderhoud u daar, want de hongersnood duurt nog vijf jaren, zodat u niet berooid wordt, u en uw huis en al wat van u is.' 1 (SW)[Gen. 45:9-11] - 27 En de zonen van Jozef die aan hem in Egypte geboren waren, waren twee zielen. Alle zielen van het huis van Jakob die naar Egypte komen, waren zeventig.(SW. De LXX heeft hier 75)[Gen. 46:27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

De Septuagint, of Griekse vertaling, verschilt van de Hebreeuwse tekst in Genesis 46:26,27, door JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) negen zonen te geven, in plaats van twee, en brengt zo het totaal op vijf en zeventig. Maar aangezien de telling in Genesis niet noodzakelijkerwijs allen insluit waarop Stefanuskrans zinspeelt, is er geen reden waarom we niet het zelfde totaal geven. De Septuagint verschilt zeer met de Hebreeuwse tekst waar het om getallen gaat, zeker in de genealogieŽn, en het zou wel eens de ware weergave kunnen zijn.


15 En Jakobhielenlichter daalde* af tot in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en hij overlijdt*, hij en onze °vaders, 5 En Jakob staat op van Ber-Sheba. En de zonen van IsraŽl dragen Jakob, hun vader, en hun kleuters en hun vrouwen in de wagens die Farao zond om hen te dragen. 6 En zij nemen hun veebezit en hun goederen die zij in het land van Kanašn kregen, en zij komen naar Egypte, Jakob en allen van zijn zaad met hem, (SW)[Gen. 46:5,6] - 33 En Jakob beŽindigt met zijn zonen instructie te geven en hij zamelt zijn voeten op de rustbank. En hij overlijdt en hij wordt verzameld tot zijn volksgenoten (SW)[Gen. 49:33]
16 en zij werden overgebracht* tot in Sichemschouder en zij werden geplaatst* in de graftombe in welke Abrahamvader van vele volken is*, aankocht voor een prijs van zilver, bij de zonen van Hemorezel in Sichemschouder. 19 En hij verwerft een portie van het veld, waarop hij daar zijn tent spande, uit de handen van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, voor honderd kesita. (SW)[Gen. 33:19] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

De beenderen van JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) werden door Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) naar het land gebracht (Exo. 13.19). Zo werd ook de rest van de aartsvaders overgebracht naar Sichemschouder, waar Jakobhielenlichter een stuk van een veld had gekocht (Gen. 33.19), waarschijnlijk in de buurt van of aansluitend aan de graftombe die Abrahamvader van vele volken eerder had gekocht, waarvan geen verslag is in Genesis. Indien Stefanuskrans hierover ook maar een piepkleine blunder had gemaakt, zou het Sanhedrinraadsvergadering hem terecht gewezen hebben. Zij waren veel "hogere" critici dan we vandaag hebben.


17 Als nu de tijd van de belofte naderde die °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker belijdt* aan °Abrahamvader van vele volken, groeit* het volk en werd vermeerderd* in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn),
18 totdat een andere koning opstond* over Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), die niet °JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) had waargenomen. 7 En de zonen van IsraŽl zijn vruchtbaar en zij wemelen en zij vermeerderen. En zij zijn uitermate, uitermate robuust En het land wordt met hen gevuld. 8 En een nieuwe koning, die van Jozef niet kende, staat op over Egypte. (SW)[Ex. 1:7,8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Het is waarschijnlijk dat het lot van IsraŽlstrijder van God in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) aangenaam was onder de dynastie die bekend was met JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind), die deze heersers de absolute meesters maakte in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), want hij verkreeg voor hen al het zilver en vee en land in ruil voor graan, ten tijde van de hongersnood (Gen. 47). Zoín dienst zou niet vergeten worden. Daarom ging het IsraŽlstrijder van God goed in het land Gosen, tot de heersende dynastie werd vervangen door een andere lijn van heersers, die niets van JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) wisten en niet aan hem verplicht waren voor hun macht.


19 Deze, geslepen te werk gaand* met ons °ras, behandelt* onze °vaders kwaad, ervoor zorgend dat hun baby's te vondeling werden gelegd, zodat zij niet levend voortgebracht worden. 10 Welaan, wij tonen onszelf wijs in verband met hen, opdat het niet vermeerdert en gebeurt het dat zij de oorlog uitroepen en zij zelfs toegevoegd worden aan die ons haten en men vecht tegen ons en men gaat op vanaf het land." 11 En zij plaatsen over hen oversten van dwangarbeidp, teneinde hen te vernederen met hun lasten, en men bouwt voorraadsteden voor Farao: Pitom en Rameses. (SW)[Ex. 1:10,11] - 22 En Farao geeft heel zijn volk instructie, zeggend: "Elke zoon die geboren wordt zullen jullie in de waterweg gooien en elke dochter zullen jullie in het leven behouden." (SW)[Ex. 1:22]
20 In welke periode Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd geboren* en knap was voor °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, die drie maanden werd grootgebracht* in het huis van de vader. 1 En een man uit het huis van Levi gaat en neemt een dochter van Levi. 2 En de vrouw wordt zwanger en zij baart een zoon. En zij ziet aan hem dat hij goed is en zij zondert hem drie maanden af. (SW)[Ex. 2:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen is een memorabel voorbeeld van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers methode van het omgaan met de wijsheid van de wereld. Faraohet grote huis plande de uitroeiing van het Hebreeuwse ras, maar hij koestert hun verlosser en voedt die op!


21 Na zijn te vondeling gelegd worden, echter, tilt de dochter van Faraohet grote huis hem op en zij brengt* hem groot voor zichzelf, tot zoon. 3 En zij kan hem niet verder afzonderen. En zij neemt voor hem een ark van papyrus en zij besmeert die met asfalt en met pek. En zij plaatst de jongen daarin en zij plaatst hem in het rietgras aan de oever van de Nijl. 4 En zijn zuster stelt zich van verre op om te weten wat met hem wordt gedaan. 5 En een dochter van Farao daalt af om te baden in de Nijl. En haar jonge meisjes gaan op de kant van de Nijl. En zij ziet de ark te midden van het rietgras en zij stuurt haar dienstmeisje en zij neemt hem. 6 En zij opent hem en zij ziet het kind. En aanschouw! De knaap huilt. En zij spaart hem en zij zegt: "Dit is een van de jongens van deze HebreeŽn!" 7 En zijn zuster zegt tot de dochter van Farao: "Zal ik gaan en voor u een zogende vrouw halen uit de Hebreeuwse vrouwen? En zal zij voor u de jongen zogen." 8 En de dochter van Farao zegt tot haar: "Ga!" En de jonge vrouw gaat en zij roept de moeder van de jongen. 9 En de dochter van Farao zegt tot haar: "Laat deze jongen gaan en zoog hem voor mij en ik zal jou jouw loon geven." En de vrouw neemt de jongen en zij zoogt hem. 10 En de jongen wordt groot. En zij brengt hem bij de dochter van Farao en hij is voor haar als een zoon. En zij noemt zijn naam Mozes en zij zegt: "Want uit het waterp verwijderde ik hem. (SW)[Ex. 2:3-10]
22 En Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd gedisciplineerd* in alle wijsheid van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)naren. Hij nu was machtig in zijn woorden en werken. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) wordt ons voor ogen gebracht als het toppunt van menselijke wijsheid, zoals AssyriŽ dat was voor menselijke macht. De Egyptische priesters hadden een kennis van wetenschap die, tenminste op sommige punten, ver uitsteeg boven wat vandaag bekend is. Geen wetenschapper kan de daden van Jannes en Jambres herhalen. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen stond ver boven onze hedendaagse maatstaven van intellectuele capaciteiten.


23 Als nu aan hem een veertig jarige tijd werd vervuld*, kwam* het op zijn hart om om te zien* naar zijn °broeders, de zonen van IsraŽlstrijder van God. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Het voorval betreffende Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halení verwerping door zijn broeders bij zijn eerste poging om hun verlosser te worden, moet een krachtig effect gehad hebben op het Sanhedrinraadsvergadering, want niets zou hen meer aanspreken dan een parallel tussen Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en de MessiasGezalfde. Behalve aan het meest verharde hart, bewees het feit dat Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, in de eerste plaats, geminacht werd door hen die hij kwam redden en zijn inspanningen ten behoeve van hen verkeerd werden begrepen, dat de MessiasGezalfde een soortgelijke behandeling zou krijgen. Zoals Faraohet grote huis het leven van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen bedreigde, zo probeerde Herodeszoon van heros - held of afgod het leven van ChristusGezalfde te nemen. Zoals zijn eigen volk Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen uitwierp en de redding die hij hen aanbood weigerde, zo vermoordden de Joden de MessiasGezalfde en verwierpen ze Zijn verlossing. En we mogen er aan toevoegen dat zoals Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen terug kwam en hen uitleidde, zo zal de MessiasGezalfde terugkeren en hen leiden naar de zegeningen van het milleniale koninkrijk.


24 En waarnemend dat iemand onrecht gedaan wordt, ontzet* hij en doet* rechtverschaffing aan die geteisterd wordt, de Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)naar een pak slaag gevend*. 11 En het gebeurt in die dagen dat Mozes groot wordt en hij gaat uit naar zijn broeders. En hij ziet naar hun lasten en hij ziet een Egyptische man een Hebreeuwse man neerslaan, ťťn van zijn broeders. 12 En hij wendt zich om, zo en zo, en hij ziet dat er niemand is. En hij slaat de Egyptenaar neer en hij begraaft hem in het zand. (SW)[Ex. 2:11,12]
25 En hij veronderstelde dat zijn °broeders begrijpen* dat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker door zijn hand redding aan hen geeft. Dezen echter begrijpen* het niet.
26 Bovendien, in de aansluitende dag, werd hij door hen gezien*, terwijl zij vechten. En hij kwam hen tussenbeide in vrede, zeggend: "Mannen! Jullie zijn broeders! Waarom doen jullie elkaar onrecht?"
27 Die nu de naaste onrecht doet stoot* hem weg, zeggend: "Wie stelt* jou aan als overste en rechtspreker over ons?
28 Jij wil mij toch niet uit de weg ruimen op de wijze zoals jij gisteren de Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)naar uit de weg ruimde?" 13 En hij gaat er in de tweede dag op uit, en aanschouw!, twee Hebreeuwse mannen bestrijden elkaar. En hij zegt tot de slechte: "Waarom sla jij jouw naaste?" 14 En hij zei: "Wie plaatste jou als overste en rechter over ons? Zeg jij dit om mij te doden, net zoals jij de Egyptenaar doodde?" En Mozes vreest en hij zegt: "Hij is zeker bekend met de zaak!" (SW)[Ex. 2:13,14]
29 Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen nu vluchtte bij dit woord en werd* bijwoner in het land Midjantwist, waar hij twee zonen verwekt*. 15 En Farao hoort van deze zaak en hij zoekt Mozes te doden. En Mozes rent weg van voor het aangezicht van Farao en hij woont in het land van Midjan. En hij zit op de put. (SW)[Ex. 2:15] - 21 En Mozes is gezind om bij de man te blijven. En hij geeft Sippora, zijn dochter, aan Mozes. 22 En zij baart een zoon en hij noemt zijn naam Gersom, want hij zei: "Tijdelijk verblijver ben ik in een uitheems land." (SW)[Ex. 2:21,22]
30 En veertig jaren vervuld wordend, werd door hem in de woestijn van de berg SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt een boodschapper gezien* in de vlam van vuur van een doornstruik. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

Het brandende braambos is een opmerkelijk symbool van de natie IsraŽlstrijder van God. Zij waren midden in het vuur van vervolging en zijn het vaak geweest sinds zij uit Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) kwamen, maar toch zijn ze nooit verteerd. Zij zijn de enige aionische natie.

Hij Die naar Wie in het bijzonder wordt verwezen als JAHWEH in de Hebreeuwse Schrift, wordt hier een boodschapper of engel genoemd. Dezelfde term wordt gebruikt voor de Ene Die door Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen wordt gezien op de berg SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt (:53). Daarom is het duidelijk dat de theofaniŽn, of zichtbare verschijningen van de onzichtbare Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, uitgevoerd werden door tussenbeide komende middellaars. Ja, de godheid wordt zelfs in Exodus geÔdentificeerd als de boodschapper. Eerst wordt ons verteld dat de engel van de Heer verscheen in het midden van het bosje. En toen JAHWEH zag dat hij zich er naar toe keerde om te kijken, riep Elohim hem aan vanuit het midden van het bosje (Exo. 3:2-4). Hetzelfde geldt voor het geven van de wet op de SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen ging op naar Elohim, en JAHWEH riep tot hem vanuit de berg (Exo. 19:3). Toch worden we verzekerd dat de wet voorgeschreven werd door boodschappers in de handen van een middellaar (Gal. 3.19), en dat ze werd gesproken door boodschappers (Hebr. 2:2).


31 °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen nu, het waarnemend, verwondert* zich over het visioen. Maar naderend om het te beschouwen* kwam* de stem van de Heer.
32 "Ik ben de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van jouw °vaders, de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Abrahamvader van vele volken en van IsaäkIsašk = lachen en van Jakobhielenlichter." Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen nu, hevig sidderend wordend, durfde niet te beschouwen. 6 En hij zegt: "Ik ben Elohim van jouw vader, Elohim van Abraham, Elohim van Isašk en Elohim van Jakob." En Mozes verbergt zijn gezicht, want hij vreest om naar de Elohim te kijken. (SW)[Ex. 3:6]
33 De Heer nu zei tot hem: "Maak* het schoeisel los van je °voeten, want de plaats waarop je staat is heilige aarde.
34 Waarnemend nam Ik de kwade behandeling waar van Mijn °volk, van hen in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), en Ik hoor* hun °verzuchting, en Ik daalde* af om hen uit te tillen. En nu, kom hier, dat Ik jou zou afvaardigen tot in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)." 2 En een boodschapper van JAHWEH verschijnt aan hem in een vuurgloed, middenin de doornstruik. En hij ziet en aanschouw!, de doornstruik brandt in het vuur, maar de doornstruik wordt niet verslonden! 3 En Mozes zegt: "Alstublieft! Ik trek mij terug en ik zal dit grote verschijnsel bekijken, en zien waarom de doornstruik niet wordt verteerd." 4 En JAHWEH ziet dat hij zich terugtrekt om te zien. En Elohim roept tot hem vanuit het midden van de doornstruik en Hij zegt: "Mozes! Mozes!" En hij zegt: "Aanschouw mij!" 5 En Hij zei: "Het moet niet zo zijn dat jij naderbij komt! Ontdoe je van jouw sandalen van je voeten, want de plaats waarop je staat is grond van heiligheid." 6 En hij zegt: "Ik ben Elohim van jouw vader, Elohim van Abraham, Elohim van Isašk en Elohim van Jakob." En Mozes verbergt zijn gezicht, want hij vreest om naar de Elohim te kijken. 7 En JAHWEH zegt: "Ik zie, ja zie de vernedering van Mijn volk dat in Egypte is en Ik hoor hun geschreeuw van voor de gezichten van hun taakeisers. Want Ik ken hun pijnen. 8 En Ik daal neer om hen te redden uit de hand van Egypte en om hen te doen opgaan uit het land naar een land dat goed en wijd is, naar een land dat gutst van melk en honing, naar de plaats van de Kanašniet en de Hethiet en de Amoriet en de Perizziet en de Chiwwiet en de Jebusiet. 9 En nu, aanschouw! Het geschreeuw van de zonen van IsraŽl kwam tot Mij en Ik zag bovendien de verdrukking waarmee de Egyptenaren hen verdrukken. 10 En nu, ga! Want Ik zend jou naar Farao en doe Mijn volk, de zonen van IsraŽl, uitgaan uit Egypte." (SW)[Ex. 3:2-10]
35 Deze °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, die zij loochenen*, zeggend: "Wie stelt* jou aan als overste en rechtspreker over ons," deze heeft °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker afgevaardigd als overste en loskoper, een rechtspreker, samen met de hand van de boodschapper, de door hem geziene in de doornstruik. 2 En een boodschapper van JAHWEH verschijnt aan hem in een vuurgloed, middenin de doornstruik. En hij ziet en aanschouw!, de doornstruik brandt in het vuur, maar de doornstruik wordt niet verslonden! (SW)[Ex. 3:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Het belangrijkste punt van Stefanuskrans is dat degene die zij verloochend hadden, degene was die door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was uitgekozen om hun redder en rechter te zijn. Zo ging het ook met de MessiasGezalfde. Het feit dat Hij verloochend werd, was geen bewijs dat Hij vals was. Het was veeleer het grote teken dat Hem identificeerde met de oude typen, want Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd door het volk verworpen, zelfs nadat hij hen uit Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) had geleid en de wet had ontvangen en wonderlijke wonderen verrichtte om zijn ambt aan te tonen. Dit zou de leidende toon moeten zijn in alle evangelisatie van het volk van het verbond. Een profeet als Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen moest lijden onder de handen van zijn eigen volk. Deze gedachte zou ook de harten van Zijn mindere slaven blij moeten maken, die zichzelf verworpen en veracht vinden, door hun trouw aan Hem.


36 Deze leidde hen uit, wonderen en tekenen doende* in het land Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) en in de Rode Zee en in de woestijn, veertig jaren. 3 En Ik, Ik verhardt het hart van Farao en Ik vermeerder Mijn tekenen en Mijn wonderen in het land van Egypte. (SW)[Ex. 7:3] - 21 En Mozes strekt zijn hand uit over de zee. En JAHWEH doet een sterke oostenwind over de zee gaan, heel de nacht. En Hij plaatst de zee tot het droge en de wateren worden gespleten. (SW)[Ex. 14:21] - 33 En jullie zonen, zij zullen herders zijn in de wildernis, veertig jaren, en zij dragen jullie ontuchtplegingen totdat jullie lijken ten einde komen in de wildernis. (SW)[Num. 14:33] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

36

De veertig jaren, die behandeld worden in het boek Handelingen, zijn het antitype van het rondwandeling in de wildernis. Het wordt gekenmerkt door hetzelfde koppige ongeloof dat de botten van IsraŽlstrijder van God verstrooide in de wildernis, zodat zij die Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) verlieten, niet het beloofde land binnen gingen. Zo ging ook geen van hen van de Pinkstertijd het koninkrijk binnen. De brief aan de HebreeŽn onthult deze gelijkenis, want ze werd geschreven om uit te leggen waarom de belofte van het koninkrijk nog wacht.


37 Deze is de Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen die zegt* tot de zonen van IsraŽlstrijder van God: "°Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zal voor jullie een profeet doen opstaan vanuit jullie broeders, zoals mij." 15 Een Profeet uit jouw midden, van jouw broeders, zoals ik, zal JAHWEH, jouw Elohim, doen opstaan. Naar Hem zullen jullie luisteren, ... 18 Een Profeet zal Ik voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals jij, en Ik geef Mijn woorden in Zijn mond; en Hij spreekt tot hen al wat Ik Hem als instructie geef. (SW)[Deut. 18:15,18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Beschuldigd van ontrouw aan Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, bewijst hij de onterechtheid van de aanklacht door zijn voortdurende verwijzen naar de geschriften van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen.


38 Deze is de in de ekklesia in de woestijn komende met de boodschapper, die met hem spreekt op de berg SinaïSinaÔ = doornachtig en van onze °vaders, die levende gezegden ontvangt* om aan jullie te geven*, Wat is dan de wet? Vanwege de overtredingen werd ze toegevoegd*, totdat het zaad zou komen* aan wie Hij heeft beloofd, voorgeschreven* zijnde door boodschappers in de hand van een middelaar. (SW)[Gal. 3:19] - 1 In de derde maand van het uitgaan van de zonen van IsraŽl uit het land van Egypte, in deze dag komen zij in de wildernis van SinaÔ. 2 En zij reizen vanaf Refidim en zij komen in de wildernis van SinaÔ binnen. En IsraŽl legert zich in de wildernis, tegenover de berg. 3 En Mozes gaat op naar de Elohim. En JAHWEH roept tot hem van de berg, zeggend: "Zo zeg jij tot het huis van Jakob en jij vertelt aan de zonen van IsraŽl: 4 'Jullie zagen wat Ik deed aan de Egyptenaren. En Ik draag jullie op vleugels van gieren en Ik breng jullie bij Mij. 5 En nu, indien jullie zullen luisteren, ja luisteren naar Mijn stem en jullie nemen Mijn verbond in acht, dan zijn jullie voor Mij tot een speciaal bezit onder alle volken, want geheel de aarde is van Mij. 6 En jullie zullen voor Mij zijn tot een koninkrijk van priesters en een heilige natie.' Deze zijn de woorden die jij zal spreken tot de zonen van IsraŽl." (Sw)[Ex. 19:1-6]
39 aan wie onze °vaders niet gehoorzaam willen worden, maar zij stoten* hem weg en zij keerden* zich in hun °harten tot Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), 3 En waarom brengt JAHWEH ons naar dit land? Om door het zwaard te vallen? Onze vrouwen en onze peuters zullen tot plundering worden. Is het niet beter voor ons om terug te keren naar Egypte?" (SW)[Num. 14:3]
40 tot °AäronAšron = lichtbrenger zeggend: "Maak* voor ons goden die voor ons uit zullen gaan; want deze mens °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, die ons uitleidde vanuit het land Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), wij hebben niet waargenomen wat er met hem gebeurde*." 1 En het volk ziet dat Mozes draalt met af te dalen van de berg. En het volk komt tezamen bij Ašron en zij zeggen tot hem: "Sta op! Maak voor ons elohim die voor ons aangezicht zullen gaan, want deze Mozes, de man die ons vanaf het land van Egypte deed opgaan, wij weten niet wat er met hem gebeurde." ... 23 en zij zeiden tot mij: 'Maak voor ons elohim, die voor ons aangezicht zullen gaan, want deze Mozes, de man die ons uit het land van Egypte deed opgaan, we weten niet wat er met hem gebeurde. (SW)[Ex. 32:1,23]
41 En in die °dagen maken* zij een kalf en zij leidden een offer omhoog aan de afgod en zij waren* blij door de werken van hun °handen. 2 En Ašron zegt tot hen: "Rukm de gouden hangers af die in de oren van jullie vrouwen, jullie zonen en jullie dochters zijn, en brengm ze bij mij." 3 En heel het volk rukt de gouden hangers af die in hun oren zijn en zij brengen ze naar Ašron. 4 En hij neemt ze uit hun hand en hij geeft ze vorm met een graveerstift) en maakt hen een gegoten kalf. En zij zeggen: "Deze zijn jouw elohim, IsraŽl, die jou uit het land van Egypte deden opgaan." 5 En Ašron ziet het en hij bouwt een altaar voor hun aangezicht. En Ašron roept en hij zegt: "Morgen is er een feestviering tot JAHWEH!" 6 En vroeg in de volgende dag staan zij op en zij doen opstijgoffers opgaan en zij brengen vrede offers dichtbij. En het volk zit, etend en drinkend. En zij staan op om plezier te maken. (SW)[Ex. 32:2-6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

Afgoderij is, etymologisch, het aanbieden van goddelijk dienstbetoon aan wat niet door de zintuigen kan worden waargenomen. Op deze wijze zijn alle voorwerpen van aanbidding, zelfs als ze worden gemeend vertegenwoordigingen te zijn van de ware Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, afgoden. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker wil geen beelden van Zichzelf, behalve …ťn Ė Zijn geliefde Zoon. Hij is het beeld van de onzichtbare Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (Kol. 1.15). De afgoderij die hier wordt genoemd, verwijst gewoonlijk naar IsraŽlstrijder van God in de wildernis. Maar hun gedrag in dit tijd was nauwelijks de aanleiding voor de Babylonwirwarische ballingschap. Noch in Amoskrachtig (5:25-27), noch in Handelingen wordt de tijd gegeven, maar het was, zeer waarschijnlijk, in de dag van de koningen, vůůr de gevangenschap. Een van de oorzaken van hun verbanning was dat zij zeer veel overtredingen hadden gedaan volgens de gruwelen van de naties (2Kron. 36:14). In het land verdorven ze de vorm van de wildernisaanbidding, de tabernakel van Moloch verving het getuigenis dat JAHWEH had bevolen om te bouwen naar het model dat Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen had gezien. Het is mogelijk dat het Hebreeuws vertaald zou moeten worden met "jullie koning" en niet met "Moloch." Amoskrachtig schrijft aangaande IsraŽlstrijder van God (Amoskrachtig 1:1), zodat de verwijzing kan zijn naar hun eerste koning, Jerobeam, de zoon van Nebat, die IsraŽlstrijder van God deed zondigen. Hij, net als Ašronlichtbrenger, maakte een "kalf" of stier die het volk kon aanbidden. In feite maakte hij er twee en plaatste er een van in Bethel en de andere in Dan (1Kon. 12:25-30). In het ene geval was het een opstand van de profeet van JAHWEH, in het andere was het de afscheiding van de rechtvaardige koning en het huis van Davidgeliefde. Naast de valse tabernakel hadden ze ook een vervanging voor de heerlijkheid, die een beeld schijnt te zijn geweest van een van de sterrenbeelden. Zo aanbaden ze de "heer van de hemelen". Raifan, of Remfan, wordt soms geÔdentificeerd als Saturnis, maar dit is niet zeker.


42 °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker nu keert* Zich en levert* hen over om de legermacht van de hemelen te dienen, zoals het is geschreven in het boek van de profeten: "Brengen* jullie niet slachtofferdieren en offers naar Mij toe, veertig jaren in de woestijn, huis van IsraŽlstrijder van God? 18 De zonen rapen stukjes hout op en de vaders doen het vuur verteren en de vrouwen kneden het deeg om hardgebakken koekjes te maken voor de koningin van de hemelen en om drankoffers te brengen aan andere elohim, teneinde Mij te tergen. (SW)[Jer. 7:18]
43 En jullie namen de tent van de Molochkoning op en het sterrenbeeld van jullie °god RaifanRaifan = de verschrompelde, de modellen die jullie maken om hen te aanbidden. En Ik zal jullie verhuizen tot voorbij Babylonwirwar." 25 Slachtoffer en erkenningsoffer brachten jullie dichtbij tot Mij, in de wildernis, veertig jaren, huis van IsraŽl? 26 En jullie droegen Sakkut, jullie koning, en Kewan, de ster van jullie beelden, jullie elohim, die jullie voor julliezelf maakten. 27 Maar Ik zal jullie deporteren tot voorbij Damascus, zegt Hij. JAHWEH is Zijn Naam, Elohim van legermachten. (SW)[Amos 5:25-27]
44 De tent van het getuigenis was bij onze °vaders in de woestijn, zoals die tot Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen sprak voorschrijft* om haar te maken* overeenkomstig het model dat hij had gezien, 21 In de tent van de afspraak, aan de buitenzijde van het gordijn dat voor het getuigenis is, zullen Ašron en zijn zonen hem zetten, van de avond tot de morgen, voor het aangezicht van JAHWEH. Het is een aionisch statuut voor hun generaties van de zonen van IsraŽl." (SW)[Ex. 27:21] - 9 Naar alles wat Ik jou toon, het model van de verblijfplaats en het model van al zijn voorwerpen, zo zullen jullie die maken. ... 40 En zie! Maak het naar het model er van dat jou op de berg getoond werd." [Hebr. 8:5] (SW)[Ex. 25:9,40] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

Stefanuskrans heeft de opdracht te spreken tegen de tempel. Daarom voert Hij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers verblijfplaats terug naar de tempel van Salomoman van vrede, maar bewijst aan de hand van de Schrift dat de ware tempel niet met handen is gemaakt. De Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van heerlijkheid had de tempel zonder bewoner achtergelaten (Eze. 9:3; 10:4, 18: 11.23) en inwoning genomen in Zijn Zoon, zoals Hij onder hen tabernakelde, vol van genade en waarheid (Joh. 1.14). En nu was de heerlijkheid in hun midden, het gezicht van Stefanuskrans verlichtend.


45 welke ook onze °vaders, als opvolgers overnemend, naar binnen leidden met JozuaJAH redt bij de in bezitneming van de natiën, die °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker uitstoot* vanaf het gezicht van onze °vaders, tot de dagen van Davidgeliefde, 14 En het gebeurt bij het opbreken van hun tenten door het volk om de Jordaan over te steken, met de priesters als dragers van de kist van het verbond voor de aangezichten van het volk, 15 dat zij die de kist dragen bij de Jordaan komen, dat de voeten van de priesters die de kist dragen worden ingedoopt aan de rand van de wateren. En de Jordaan is vol over al zijn oevers, alle dagen van de oogst. 16 En de neerdalende wateren aan de bovenzijde staan stil. En een waterhoos staat op, uitermate ver weg zijnde van de stad Adam, die is aan de zijde van Saretan. En het neerdalende water naar de zee van de vlakte, de zee van het zout, hield op; het werd afgesneden. En het volk stak over tegenover Jericho. 17 En de priesters die de kist van het verbond van JAHWEH dragen, staan in het opgedroogde stuk in het midden van de Jordaan, rechtop. En heel IsraŽl steekt over in het opgedroogde stuk, totdat heel de natie klaar was met het oversteken van de Jordaan. (SW)[Joz. 3:14-17] - 9 En JAHWEH verdreef van voor jullie aangezichten grote en machtige naties; en wat jullie betreft, niemand stond voor jullie aangezichten tot aan deze dag. (SW)[Joz. 23:9]
46 die gunst vond in het zicht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. En hij verzoekt* een tent van inkwartiering te vinden voor de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Jakobhielenlichter. Het was ook in het hart van mijn vader David, een huis den Naam van den HEERE, den God IsraŽls, te bouwen. 18 Maar de HEERE zeide tot David, mijn vader: Dewijl dat in uw hart geweest is Mijn Naam een huis te bouwen, gij hebt welgedaan, dat het in uw hart geweest is. (SV)[1Kon. 8:17,18]
47 En Salomoman van vrede bouwt* voor Hem een huis. Het geschiedde nu in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen IsraŽls uit Egypte, in het vierde jaar van het koninkrijk van Salomo over IsraŽl, in de maand Ziv (deze is de tweede maand), dat hij het huis des HEEREN bouwde. ... 14 Alzo bouwde Salomo dat huis en volmaakte hetzelve. (SV)[1Kon. 6:1,14]
48 Maar de Hoogste woont niet in wat met handen is gemaakt, zoals de profeet zegt. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

48

Het citaat uit Jesajaheil is JAH lokte tegenstand uit. Zie Handelingen 22:22.


49 "De hemel is voor Mij een troon, maar de aarde is de voetenbank van Mijn °voeten. Wat voor huis zal voor Mij gebouwd worden, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn °stoppen?
50 Maakt* niet Mijn °hand al deze dingen? 1 Zo zegt JAHWEH: De hemelen zijn Mijn troon en de aarde is de voetenbank van Mijn voeten. Waar is dit huis dat jullie voor Mij zullen bouwen en waar is deze plaats van Mijn rust? 2 En alles van dezen maakte Mijn hand en alles van dezen is van Mij, zegt JAHWEH met nadruk! En naar deze zal Ik kijken: naar de nederige en geslagene van geest en naar die beeft voor Mijn woord. (SW)[Jes. 66:1,2]
51 Hardnekkigen en onbesnedenen aan jullie harten en aan de oren, jullie botsen steeds met de heilige °geest! Zoals jullie °vaders, ook jullie! 9 En JAHWEH zegt tot Mozes: "Ik zag dit volk, en aanschouw!, het is een volk stijf van nek. (SW)[Ex. 32:9] - 41 Ja Ik, Ik ga tegendraads met hen en Ik breng hen in het land van hun vijanden, opdat dan hun onbesneden hart onderdanig zal zijn en dan zullen zij hun verdorvenheid aanvaarden. (SW)[Lev. 26:41] - 10 Maar zij rebelleerden en zij bedroefden Zijn geest van heiligheid en Hij keerde Zich tot hen tot vijand. Hijzelf vocht tegen hen.(SW)[Jes. 63:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

51

Een overzicht van IsraŽls geschiedenis onthult een serie afvallen. Al Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers woordvoerders leden onder hun handen. Ook al onderhielden ze de uiterlijke vorm, ze stonden altijd op de verkeerde voet met de heilige Geest. Deze aanklacht is voor dat moment van bijzonder belang, want het is de eerste grote crisis in dit boek. Het getuigenis aan Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter wordt beknopt verworpen. De vraag: Herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor IsraŽlstrijder van God," ontvangt een nadrukkelijk negatief, voor zover het Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde betreft. Het getuigenis gaat nu naar Samariawaker.


52 Wie van de profeten vervolgen* de vaders van jullie niet? En zij doden* hen die tevoren aankondigen* aangaande de komst van de Rechtvaardige, van Wie jullie nu verraders en moordenaars werden*, 30 Vruchteloos sloeg Ik jullie zonen neer, een vermaning namen zij niet aan. Jullie zwaard verslond jullie profeten zoals een leeuw verderf brengt. (SW)[Jer. 2:30]
53 die de wet in ontvangst namen door de mandaten van boodschappers en die jullie niet onderhouden*." 2 Want indien het door boodschappers gesproken wordend woord werd* bevestigd en elke overtreding en ongehoorzaamheid een terechte beloning in ontvangst nam, (SW)[Hebr. 2:2]
54 Deze dingen nu horende, werden zij pijnlijk in hun °harten getroffen* en zij knarsten de tanden tegen hem. 9 Zijn boosheid vindt een prooi en Hij bestormt mij. Hij knarst Zijn tanden tegen mij. Mijn benauwer scherpt zijn ogen tegen mij. (SW)[Job 16:9]
55 Maar vol zijnde van geloof en van heilige geest, aandachtig kijkend* tot in de hemel, nam hij heerlijkheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker waar en JezusJAH redt, staande aan de rechterhand van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, 1 Jezus nu, vol van heilige geest, keert* terug vanaf de Jordaan en werd in de geest in de woestijn geleid (SW)[Luc. 4:1] - 44 'De Heer zei tot mijn įHeer: Zit aan Mijn rechterkanten, totdat ook maar Ik Jouw įvijanden zal plaatsen onder Jouw įvoeten.' (SW)[Matt. 22:44] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

55

Stefanuskrans begon zijn toespraak met "de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van heerlijkheid," en nu ziet hij de heerlijkheid in de hemel en JezusJAH redt, staande, klaar om terug te keren en hen te zegenen, als ze zich bekeren. Daarna wordt Hij altijd zittend afgebeeld, Zijn werk voltooid, wachtend tot de afvallige natie klaar is om Hem te ontvangen als hun MessiasGezalfde.

Stefanuskrans was de boodschapper die naar de vertrokken Edelman werd gezonden met de boodschap: "Wij willen niet dat deze man over ons heerst" (Luk. 19:14).


56 en hij zei: "Neem waar, ik aanschouw de hemelen ontsloten zijnde en de Zoon van de mensheid staande aan de rechterkanten van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker." 16 Nu gedoopt wordend*, klom* įJezus meteen omhoog vanaf het water en neem waar, voor Hem werden de hemelen geopend* en Hij nam* de geest van įGod waar, neerdalend zoals een duif en op Hem komend. (SW)[Matt. 3:16]
57 Maar schreeuwend* met grote stem drukten zij hun °oren samen en zij stormen* eensgezind op hem af.
58 En hem uitwerpend buiten de stad, wierpen zij met stenen. En de getuigen deden* hun °bovenkleding weg bij de voeten van een jongeman, genaamd Saulusafgebeden (van God). 20 En toen het bloed van Stefanus, Uw įgetuige, werd vergoten*, was ik zelf er bij staande en goedkeurend en de bovenkleding van die hem uit de weg ruimen bewakend." (SW)[Hand. 22:20]
59 En zij wierpen °Stefanuskrans met stenen, die aanroept en zegt: "Heer! JezusJAH redt! Ontvang* mijn °geest!" 5 Aan Uw hand vertrouw ik mijn geest toe. U kocht mij vrij, JAHWEH, El van betrouwbaarheid. (SW)[Psalm 31:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

59

Net als zijn Meester, bidt Stefanuskrans met zijn laatste adem voor zijn moordenaars. Maar voor de natie kon deze zonde tegen de heilige Geest niet vergeven worden. Tot aan Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí laatste bezoek horen we geen verder getuigenis in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter.


60 En de knieŽn plaatsend schreeuwt* hij met grote stem: "Heer! U zou deze zonde niet tegen hen doen staan." En dit zeggend werd hij ter ruste gelegd*. 46 En rond het negende uur roept įJezus luid om hulp, met grote stem zeggend: "EloÔ, EloÔ, lema sabachthani?" Dat is: "Mijn God, Mijn God, waartoe liet U Mij in de steek? (SW)[Matt. 27:46] - 34 įJezus nu zei: "Vader, laat gaan aan hen, want zij hebben niet waargenomen wat zij doen." En Zijn įbovenkleding verdelend, wierpen zij het lot. (SW)[Luc. 23:34]


Terug naar de index.
Naar Handelingen 8



   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.