Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
HebreeŽn
Hoofdstuk 10

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Want de wet, een schaduw hebbend van op het punt van komen staande goede dingen, niet zelf de afbeelding van de zaken, kan nooit met dezelfde offers, die zij jaar na jaar tot in het doorlopende aanbieden, die naderbij komen tot volmaaktheid brengen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De offers onder de wet waren maar zwakke beelden van het grote Offer. Zij brachten bedekking, dat wil zeggen: een bedekking voor zonde. Het offeren van ChristusGezalfde bracht een echte verzoening, want het deed de zonden weg die door het bloed van stieren en bokken was bedekt. Bedekking bedekte zonde, vergeving doet die weg, maar rechtvaardiging, die wij genieten, gaat veel verder dan dat. De HebreeŽrs werden niet gerechtvaardigd.


2 Anders houden* zij nooit op, aangeboden wordend, omdat degenen die dienen, eenmaal gereinigd zijnde, geen enkel geweten nog van zonden hebben.
3 Maar in hen is het terugdenken aan zonden, jaar na jaar,
4 want het is onmogelijk om met bloed van stieren en van geitebokken zonden te verwijderen. Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel. ... 21 En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen IsraŽls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten. (SV)[Lev. 16:15,21]
5 Daarom, tot in de wereld binnen komend, zegt Hij: "Slachtoffer en offergave wil* U niet, maar een lichaam bereidt* U voor Mij toe. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Het bezwaar van de ongelovige dat de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van IsraŽlstrijder van God een verschrikkelijke Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was Die een genoegen had in het bloed van gedode dieren, wordt hier regelrecht ontkent. Het hele offersysteem, niet alleen als een bedekking voor zonde, maar ook als middel van aanbidding door hele brandoffers, gaf Hem op zich geen plezier, maar alleen als het typerend was voor het ware. De lichamelijke perfectie van een dier was niets voor Hem dan een herinnering aan de morele en geestelijke perfectie van de Ene Die kwam om Zijn wil te doen. Het bloed van dieren kon zonden bedekken, maar had niet de macht om ze weg te doen, maar het voorzegde het ware Offer en het lijden dat volstaat om alle zonden Ė bedekt of onbedekt Ė uit te schakelen en uiteindelijk allen te rechtvaardigen die ze begingen, alsook Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te rechtvaardigen voor de aanwezigheid van zonde in de wereld. Deze grotere gevolgen zijn, uiteraard, in deze brief niet in beeld.


6 In brandoffers en die aangaande zonden heeft* U geen welbehagen."
7 Dan zei Ik: "Neem waar, Ik arriveer (in het kopje van de boekrol is aangaande Mij geschreven) om de wil van U, de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, te doen*!" Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist. 7 Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven. 8 Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. (SV)[Psalm 40:6-8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Daarom offert ChristusGezalfde "Zichzelf smetteloos voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker", niet aan het kruis, maar bij het komen in de wereld, zoals de IsraŽlstrijder van Godiet zijn offer presenteerde bij deur van de tabernakel (Hebr. 9:14; Lev. 1:1-5).


8 Hogerop zeggend dat: "Slachtoffer en offergave en brandoffers en die aangaande zonde wil* U niet, noch heeft U een welbehagen in welke dingen overeenkomstig wet worden aangeboden." Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist. (SV)[Psalm 40:6]
9 Dan heeft Hij uitgesproken: "Neem waar! Ik arriveer van het doen* van Uw wil, °God." Hij heft het eerste op, opdat Hij het tweede zou doen staan.
10 In welke wil wij geheiligd zijn, door de offergave van het lichaam van JezusJAH redt ChristusGezalfde, bij ťťn enkele gelegenheid. zelfs niet door het bloed van bokken en van kalveren, maar door het eigen bloed, ging* Hij eens en voor altijd de heilige plaatsen binnen, aionische verlossing vindend*. (SW)[Hebr. 9:12]
11 En inderdaad staat elke priester dag na dag de dienst te verrichten en vele malen dezelfde offers aan te bieden, welke nooit rondom zonden kunnen wegnemen. Dit nu is het, wat gij op het altaar bereiden zult: twee lammeren, die eenjarig zijn, des daags, geduriglijk. (SV)[Ex. 29:38] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Het grote verschil tussen de Leviaanhanger, aanhankelijktische offers en dat van hun Antitype wordt beeldend voor ons gebracht in de daad van de hogepriesters en de inactiviteit van ChristusGezalfde. Ja, zouden de offers van de wet echt gevolgen hebben gehad, zoals dat van ChristusGezalfde, dan zou er nooit een priesterschap en een offersysteem zijn geweest. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen zou ťťn offer gebracht hebben, zoals dat bij de inwijding van het verbond (Exo. 24:5), dan zou er geen verdere noodzaak voor een offer zijn geweest en zou er geen noodzaak voor een priesterschap zijn geweest. Het Ašronlichtbrengerische priesterschap is gebouwd op zín eigen onvermogen. Zín voortdurende ronde van vergeefse rituelen kende geen doel, verdroeg geen ophouden, en gaf geen rust. Geen priester was toegestaan te zitten in de heilige plaatsen, want zijn werk was nooit klaar. In deze dingen staat het type in tegenstelling tot het antitype, want ChristusGezalfde is, voor zover het Zijn priesterschap betreft, gezeten in het heilige der heiligen.


12 Maar Deze, één offer aanbiedend* ten behoeve van zonden, gaat tot in het doorlopende zitten* aan de rechterhand van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. (SV)[Psalm 110:1]
13 de overige tijd wachtend totdat Zijn °vijanden tot voetbank voor Zijn °voeten geplaatst zullen worden. Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. (SV)[Psalm 110:1]
14 Want in één offergave heeft Hij degenen die geheiligd worden tot volmaaktheid gebracht, tot in het doorlopende.
15 Nu geeft ook de heilige °geest getuigenis aan ons, want na te hebben uitgesproken: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

Onder het nieuwe verbond, wanneer Judalof en IsraŽlstrijder van God hersteld zullen zijn in hun land, zal het zondoffer weer geofferd worden (Eze. 43:22), maar het is duidelijk dat dit niet zal zijn voor hen die vergeving hebben ontvangen.


16 "Dit is het verbond dat Ik met hen tot verbond zal maken na die °dagen," zegt de Heer, "Mijn wetten gevend in hun harten. En in hun °denkwijze zal Ik ze opschrijven,
17 en aan hun °zonden en aan hun °wetteloosheden zal Ik zeker niet nog herinnerd worden." Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van IsraŽl maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggend: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. (SV)[Jer. 31:33,34]
18 En waar ook maar het laten gaan van deze dingen is, is er niet meer een offergave aangaande zonde.
19 Hebbend dan, broeders, vrijmoedigheid voor de entree van de heilige plaatsen, in het bloed van JezusJAH redt, Wij dan mogen naderen in vrijmoedigheid tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid zouden verkrijgen* en genade zouden vinden* voor passende hulp (SV)[Hebr. 4:16] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19-20

De "recente gelegde weg" is een verwijzing naar het pad dat naar de tempel leidde. Aan beide zijden waren de lichamen van de offers die zojuist gedood en geofferd aan JAHWEH waren. Het was echter een doodlopende weg en niemand anders dan een priester durfde die te gaan. De weg nu leidt door de dood en opstanding van ChristusGezalfde en is daarom een levende weg, hoewel recent gelegd. In het verleden durfden zelfs priesters niet door het gordijn te gaan, waarachter de Shekinah heerlijkheid zich bevond. Nu echter hebben de HebreeŽrs van elke stam toegang, niet alleen in de buitenste hof van de priesters, maar in het heilige en in het heilige der heiligen, waar de hogepriester slechts een maal per jaar binnen ging. Hij ging met vrees en beven, maar zij worden uitgenodigd met zekerheid binnen te gaan, vanwege de werkzaamheid van dit gesprenkelde bloed en ze zuiverheid die komt door Zijn woord (Joh. 15:3). Het is als aanbidders dat zij naderen. Deze brief spreekt van ChristusGezalfdeí priesterschap en niet van dat van Zijn volk.


20 welke Hij voor ons inwijdt*, door een pas geslachte en levende weg, door het gordijn, dit is van Zijn °vlees,
21 en een grote Priester over het huis van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker,
22 opdat wij naderbij zullen komen met een waarachtig hart, in de volle zekerheid van geloof, met harten besprenkeld zijnde vanaf een boosaardig geweten en het lichaam gebaad zijnde in rein water. Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. (SV)[Eze. 36:25] - opdat Hij haar zou heiligen*, reinigend* door het bad van het water in het Woord (SW)[Efe. 5:26]
23 Wij zullen de belijdenis van de hoop vasthouden, onwankelbaar, want Die belooft* is trouw. Dan een grote Hogepriester hebbend, Die doorgegaan is naar de hemelen, Jezus, de Zoon van įGod, mogen we het getuigenis vasthouden (SW)[Hebr. 4:14]
24 En wij zullen elkaar beschouwen tot het prikkelen van liefde en van ideale werken,
25 niet onze eigen °bijeenkomst in de steek latend, zoals gewoonte van sommigen is, maar oproepend, en in zoveel te meer, net als jullie, de naderende dag bekijken,
26 uit vrije beweging. Want bij ons zondigen, na het in ontvangst nemen van het besef van de waarheid, is er geen offer aangaande zonden meer overgebleven, Want het is onmogelijk voor degenen die eens verlicht* zijn geworden en gesmaakt* hebben de gift van het hemelse, en lotdelers geworden* zijn van heilige geest, 5 en proevend* het goede woord van God, alsook de krachten van de toekomstige aion, 6 en afvallend* hen opnieuw te vernieuwen tot bekering, voor henzelf de Zoon van įGod opnieuw kruisigend en Hem tot schande makend. 7 Want land dat drinkt* van de bui die vele malen op haar valt en kruid voortbrengt, passend voor hen voor wie ze ook wordt verbouwd, neemt deel aan de zegen van įGod,8 doch voorbrengend doornen en sterredistels, is ongeschikt en een vloek nabij, wiens voleinding is verbranding. (SW)[Hebr. 6:4-8]
27 maar een vreselijk iets in afwachting van beoordeling en van felheid van vuur, dat op het punt staat de tegenstanders op te eten. HEERE! is Uw hand verhoogd, zij zien het niet; maar zij zullen het zien, en beschaamd worden, vanwege den ijver over Uw volk, ook zal het vuur Uw wederpartijders verteren. (SV)[Jes. 26:11] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Onder de wet moest iemand die "aanmatigend" zondigde (Num. 15:30), of zoals het Hebreeuws het heeft: "met een hoge hand", afgesneden worden uit zijn volk, omdat hij het woord van JAHWEH had veracht en Zijn gebod had gebroken. De man die op de Sabbat takken verzamelde werd ter dood gestenigd (Num. 15:32-36). De vrijwillige zonde waar hier naar wordt verwezen, is zonder twijfel de afwijzing van de waarheid en afval van het geloof. Het geloof van de HebreeŽrs, dat gefundeerd was op de krachten en tekenen die werden gegeven als teken van de nadering van het koninkrijk, werd zeer beproefd toen deze tekenen ophielden en het koninkrijk niet kwam. Maar zij die zich afwendden konden dat niet doen zonder Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te verachten en te stampen op de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zo de krachtige jaloezie van JAHWEH opwekkend. Voor zoiets is er geen zondeoffer, want zij weigeren het enige Offer dat baat brengt. Zij roepen de verontwaardiging van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker over zich af.

Hoe groot is de tegenstelling tussen deze HebreeŽrs en zij die kwamen onder de bediening van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine! Hun geloof faalde niet door gebrek aan bewijs, omdat het er nooit op gegrond was (2Kor. 5:7). Zij komen zo compleet onder de heerschappij van genade, dat volharding in zonde alleen maar de toevloed van gunsten zou doen toenemen (Rom. 6:1). We staan buiten het gebied van veroordeling (Rom. 8:1). De HebreeŽn werden nooit binnen gebracht in een genade als deze, want hun bestemming is het koninkrijk.


28 Iemand die de wet van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen afwijst*, sterft, los van medelijden, op het getuigenis van twee of drie getuigen. Op den mond van twee getuigen, of drie getuigen, zal hij gedood worden, die sterven zal; op den mond van een enigen getuige zal hij niet gedood worden. (SV)[Deut. 17:6]
29 Hoeveel ergere straf, menen jullie, zal degene waardig geacht worden die de Zoon van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker vertrapt* en het bloed van het verbond ongewijd acht* in welke hij wordt geheiligd* en de geest van de genade krenkt*? Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden. (SV)[Ex. 24:8]
30 Want wij hebben waargenomen Die zegt: "Aan Mij is de rechtverschaffing! Ik zal terugbetalen," zegt de Heer. En weer zal de Heer Zijn °volk oordelen. Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten. (SV)[Deut. 32:35] - Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is. (SV)[Deut. 32:36]
31 Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker!
32 Denk nu terug aan de vroegere dagen, waarin, verlicht wordend, jullie veel krachtmeting van lijdenssmarten verduurden*,
33 dit inderdaad in smaadwoorden en bovendien in verdrukkingen tot een schouwspel gemaakt wordend, maar hierin deelgenoten geworden zijnde van degenen die zo verkerend geworden zijn. Want ik veronderstel dat įGod ons, apostelen, de laagste plaats aanwijst*, als ten dode gedoemden, want wij zijn een toneelstuk geworden* voor de wereld en boodschappers en mensen (SW)[1Kor. 4:9]
34 Want jullie voelen* ook mee met mijn °gevangenen en jullie zien* met vreugde uit naar de plundering van de dingen die van jullie zijn, wetend dat jullie zelf een beter en blijvend eigendom hebben in de hemelen.
35 Jullie zouden dan niet jullie °vrijmoedigheid wegwerpen, die een grote beloning heeft,
36 want jullie hebben behoefte aan het verduren, opdat, de wil van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker doende*, jullie de belofte zouden ophalen. Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid. (SV)[Luc. 21:19]
37 Want nog een klein beetje tijd, zoveel als tot de Komende zal arriveren. En Hij zal niet lang uitblijven. Ga henen, mijn volk! ga in uw binnenste kamers, en sluit uw deuren na u toe; verberg u als een klein ogenblik, totdat de gramschap overga. (SV)[Jes. 26:20]
38 Maar "Mijn rechtvaardige zal leven vanuit geloof," en "in het geval dat hij zich zou onttrekken, heeft Mijn ziel geen welgevallen in hem." Want daarin wordt Gods rechtvaardigheid onthuld*, uit geloof tot geloof, zoals het staat geschreven: De rechtvaardige zal leven* uit geloof. (SW)[Rom. 1:17] - Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven. 4 Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. (SV)[Hab. 2:3,4]
39 Maar wij zijn niet van de onttrekking tot in ondergang, maar van geloof tot verwerving van de ziel.



Terug naar de index.
Naar Hebreeën 11







   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.