Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
HebreeŽn
Hoofdstuk 11

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Geloof nu is de aanname van gehoopt wordende dingen, het tegenbewijs van het niet bekeken wordende, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Geloof is noch "substantie" noch "bewijs", zoals in de gebruikelijke weergave van deze passage. Het woord "substantie" is veranderd in "vertrouwen" in de meeste latere vertalingen,, omdat dit woord schijnt in te stemmen met de context in 2Kor. 9:4; 11:17). Maar "vertrouwen" is in Hebr. 1:3 in het geheel niet passen, waar de King James "person" (persoon) heeft. De Herzieners veranderden dit in "substantie" Ė precies de weergave die zij in deze passage weigeren! Maar geloof is ontastbaar, juist het tegendeel van substantie. Het neemt voor waar aan wat het verwacht feit te worden in de toekomst. Het woord "aanname" past in iedere passage waarin het woord voorkomt en opent een schitterend uitzicht van waarheid, zoals toen ons verteld werd dat de Zoon het Embleem is van de goddelijke aannames. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker neemt verschillende karakters aan tijdens Zijn bediening van de aionen. Hij is Schepper, Redder, Rechter en Verzoener. In iedere aanname wordt Hij door Zijn Zoon vertegenwoordigd, Die, als Zijn Embleem, ook de Schepper, Redder, Rechter en Verzoener is. In zijn tweede brief aan de KorinthiŽrs neemt Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine de houding van roemen aan. Geloof kan niet "substantie" worden zonder omgezet te worden in zicht.


2 want hierin werd de oudsten getuigenis gegeven*.
3 In geloof verstaan wij dat de aionen toebereid zijn in een uitspraak van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zodat niet vanuit verschijnende dingen het bekeken wordende gebeurd is. 1 In begin schiep Elohim de hemelen en de aarde. (SW)[Gen. 1:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

Dat de "werelden" in orde gebracht werden is in deze passage niet toepasbaar. Ze gaat over de verandering in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers bediening van de "aionen," als gevolg van het afwijzen van de koninkrijksverkondiging. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is opnieuw gekomen en Hij bracht, door de onthullingen die aan de apostel Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine werden gegeven, de aionen in orde om te passen bij de omstandigheden die door de afvalligheid van IsraŽlstrijder van God teweeg werden gebracht. Zij die met deze nieuwe genade verbonden zijn, vinden dat, in geest, niet het koninkrijk maar de nieuwe schepping is gekomen (2Kor. 5:17), en niet alleen dat, maar dat de voleinding is gearriveerd (1Kor. 10:11). Dit sluit niet het feitelijke koninkrijk uit in de toekomst, waarop de HebreeŽn hopen. Zij stierven in geloof, net als de ouden, zonder de beloften te hebben ontvangen. Het geloof van de Pinkster HebreeŽrs was grotendeels gefundeerd op wonderen en tekenen. Ons geloof heeft geen ander fundament dan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers verklaring. Daarom zweven we, in geest, ver voor de HebreeŽrs uit, voorbij de wedergeboorte, de nieuwe schepping in.


4 In geloof bood* Abelademtocht, ijdelheid meer offer aan aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker dan Kaïnsmid, door welke hem getuigenis werd gegeven* rechtvaardig te zijn*, °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van zijn naderingsgeschenken getuigenis gevend. En hierdoor, hoewel gestorven, spreekt hij nog steeds. 3 En het gebeurt aan het einde van dagen dat KaÔn van de vrucht van de grond een erkenningsoffer brengt tot JAHWEH. 4 Ook Abel brengt van de eerstelingen van zijn kleinvee en van hun vet. En JAHWEH slaat acht op Abel en op zijn erkenningsoffer, 5 en op KaÔn en op zijn erkenningsoffer slaat Hij geen acht. En KaÔn boosheid is uitermate heet. En zijn gezicht valt van hem. 6 En JAHWEH zegt tot KaÔn: "Waarom is jouw boosheid heet? En waarom is jouw gezichtp gevallen? 7 Indien je goed deed, zou je het niet opheffen? En indien je niet goed deed, leg een zonde-offer neer voor het portaal. Voor jou is het een impuls en jij heerst over hem." 8 En KaÔn spreekt met Abel, zijn broeder. En het gebeurt bij hun in het veld zijn dat KaÔn opstaat tegen Abel, zijn broeder, en hij doodt hem. 9 En JAHWEH zegt tot KaÔn: "Waar is Abel, jouw broeder?" En hij zegt: "Ik weet het niet! Ben ik oppasser van mijn broeder?" 10 En Hij zegt: "Wat deed je? De stem van het bloedp van jouw broeder schreeuwt tot Mij vanaf de grond! (SW)[Gen. 4:3-10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

KaÔnsmid is een type van natuurlijke religie, die een bloedloos offer brengt, dat "verkregen" is uit vervloekte grond. Abelademtocht, ijdelheid, "ijdelheid", zonde herkennend, was de eerste man wiens bloed werd vergoten. KaÔnsmid wilde niet het bloed van een dier vergieten, maar schrikt er niet voor terug dat van zijn broer te vergieten.


5 In geloof werd Henochtoegewijd, leraar overgebracht* van het niet waarnemen van de dood, en hij werd niet gevonden*, omdat namelijk °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hem overbracht*. Want vůůr de verplaatsing werd van hem getuigenis gegeven dat hij °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker welgevallig is geweest. 24 En Henoch wandelt met de Elohim en hij is niet meer, want Elohim nam hem. (SW)[Gen. 5:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Henochtoegewijd, leraar kreeg, om Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te kunnen geloven, een bijzondere onthulling. Judaslof (Griekse vorm van Juda) citeert uit deze vroege profetie (Judaslof (Griekse vorm van Juda) 14,15). Hoewel hij met Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker wandelde, wandelde hij kennelijk te midden van een zeer goddeloze generatie, die, dat is zeker, de aarde voorbereidde op de zondvloed. Hij legde zijn geloof vast in het naderingsgeschenk door zijn eerstgeborene Metusalem te noemen, dat geÔnterpreteerd is geworden als "wanneer hij dood is zal het gezonden worden." De zondvloed kwam in het jaar van zijn dood. Zijn lange leven spreekt van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers lankmoedigheid.


6 Maar los van geloof is het onmogelijk welgevallig te zijn*, want die komt tot °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker moet geloven dat Hij is en de Beloner wordt van die Hem zoeken.
7 In geloof construeerde Noachrust, in kennis gesteld zijnde aangaande de dingen die nog niet bekeken werden, toegewijd zijnde, een ark tot redding van zijn °huis, door welke hij de wereld veroordeelde*. En overeenkomstig rechtvaardigheid werd* hij lotbezitter met geloof. 20 aan die eens ongezeglijk waren*, toen het geduld van įGod afwachtte* in de dagen van Noach, toen de ark werd geconstrueerd, waarin weinigen, dit is acht zielen, doorheen het water werden behouden (SW)[1Petr. 3:20] - ja, een rechtvaardigheid van God door het geloof van Jezus Christus, voor allen, en op allen die geloven, want er is geen onderscheid. (SW)[Rom. 3:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Zoals Henochtoegewijd, leraars geloof hem weghield van het aanstaande oordeel, waarvan hij getuigde, zo leidde Noachrusts geloof hem er veilig doorheen. De een werd geroepen te waarschuwen, de ander om te werken. Het bouwen van de ark moet een geweldige taak zijn geweest om te ondernemen te midden van de spotternij en tegenstand van de hele wereld. Het was een voortdurende herinnering aan de dreigende doem en veroordeelde hen door de aanwezigheid er van.


8 In geloof geroepen wordend gehoorzaamde* Abrahamvader van vele volken, om uit te komen tot in de plaats welke hij op het punt stond in ontvangst te nemen tot lotbezit. En hij kwam uit, niet op de hoogte zijnde waar hij komt. 1 En JAHWEH zegt tot Abram: "Ga jij uit jouw land en uit jouw verwantschap en uit het huis van jouw vader, naar het land dat Ik jou doe zien. 2 En Ik maak jou tot een grote natie en Ik zegen jou en Ik maak jouw naam groot. En wees zegen! 3. En Ik zegen die jou zegenen en die over jou een vloek uitspreken die vervloek Ik. En in jou worden alle families van de grond gezegend." 4 En Abram gaat, zoals JAHWEH tot hem sprak, en Lot gaat met hem mee. En Abram was een zoon van vijf en zeventig jaren toen hij uit Haran uit ging. 5 En Abram neemt SaraÔ, zijn vrouw, en Lot, de zoon van zijn broeder, en al hun goederen die zij krijgen en de zielen die zij in Haran opdeden, en zij gingen weg om in de richting van het land Kanašn te gaan. En zij komen in de buurt van het land Kanašn. (SW)[Gen. 12:1-5] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

In dit verslag let Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker niet op het falen van geloof. Abrahamvader van vele volken gehoorzaamde inderdaad toen hij uit Ur werd geroepen. Maar het was een gedeeltelijke en trage gehoorzaamheid, want hij verliet het huis van zijn vader niet, maar bleef plakken in Haran tot de dood van zijn vader. Ook is er hier geen hint van zijn bijwonen in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) (Gen. 12.10), van zijn inspanning om Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers belofte te vervullen door Hagarvlucht te nemen, of, op het hoogtepunt van zijn geloof, een verbond te eisen om JAHWEHs belofte te bevestigen (Gen. 15:8). Zulke weglatingen als deze zijn niet in lijn met deze catalogus van de gelovigen, maar, in het bijzonder in het geval van Abrahamvader van vele volken, helpen ons te zien dat zelfs hij faalde in zijn hoogste uitmuntendheid.


9 In geloof was* hij bijwoner in het land van de belofte, als in andermans land, in tenten wonend* met Isaäklachen en Jakobhielenlichter, de mede-lotbezitters van dezelfde °belofte. 4 "Tijdelijk verblijver en gast ben ik bij jullie. Geefm mij het grondbezit van een graf bij jullie en ik begraaf mijn dode van voor mijn aangezicht." (SW)[Gen. 23:4]
10 Want hij wachtte* op de stad die fundamenten heeft van welke °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker de vakman en architect is.
11 In geloof nam ook Saravorstin macht in ontvangst tot neerwerping van zaad, en na een periode van statuur bracht zij voort, omdat zij Die beloofde* betrouwbaar achtte*. 19 En Elohim zegt: "Waarlijk, Sara, jouw vrouw, baart voor jou een zoon, en jij noemt zijn naam Isašk. En Ik richt Mijn verbond met hem op, tot een aionisch verbond, met zijn zaad na hem. (SW)[Gen. 17:19]
12 Daarom ook werden dezen vanaf één, en van een verstorven zijnde, in °menigte verwekt*, zoals de sterrenbeelden van de hemel en zoals het zand bij de oever van de zee, het ontelbare. 19 En niet zwak zijnde* in het geloof, beschouwt* hij zijn įlichaam reeds verstorven zijnde (hij was ongeveer honderd jaar) en de doding van de moederschoot van Sara. (SW)[Rom. 4:19] - 5 En Hij doet hem naar buiten gaan en Hij zegt: "Kijk alstublieft naar de hemelen en nummer de sterren, indien je hen kunt nummeren!" En Hij zegt tot hem: "Zo is jouw zaad!" 6 En hij gelooft in JAHWEH en Hij rekent het hem tot rechtvaardigheid. (SW)[Gen. 15:5,6]
13 Al dezen stierven overeenkomstig geloof, de beloften niet ophalend*, maar ze van verre waarnemend en groetend*, en belijdend* dat zij vreemdelingen en in het buitenland wonenden op de aarde zijn. 4 "Tijdelijk verblijver en gast ben ik bij jullie. Geef mij het grondbezit van een graf bij jullie en ik begraaf mijn dode van voor mijn aangezicht." (SW)[Gen. 23:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Hier hebben we de sleutel tot dit opmerkelijke hoofdstuk. De HebreeŽn verlangden niet naar geloof, zij wilden vervulling. Zij wilden niet nog meer beloften, maar uitwerking. Zij wilden dat het koninkrijk kwam. Maar de tijd was nog niet gekomen. De natie was afvallig. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was een werk onder de naties begonnen, door de apostel Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine, dat eerst voltooid moet worden. Wat is er dan over voor de HebreeŽn? Zij worden aangemoedigd dezelfde houding aan te nemen als de trouwe ouden, die in geloof stierven, zonder de beloofde zegeningen te hebben ontvangen. Alleen in opstanding zouden zij de vervulling vinden waar ze zo naar verlangden. Abrahamvader van vele volken genoot nooit echt van het land dat aan hem was gegeven. In de opstanding zullen hij en zijn zaad niet alleen het land bezitten, tijdens de dag van de Heer, maar zij zullen het nog hogere en betere deel hebben van de heilige stad, in de nieuwe schepping.


14 Want die zulke dingen zeggen, maken kenbaar dat zij zoeken naar een vaderland.
15 En indien zij zich inderdaad herinnerden vanaf welke zij uitkwamen, dan hadden zij ooit gelegenheid om terug te gaan*.
16 Maar nu hunkeren zij naar het betere, dat wil zeggen: naar het ophemelse. Daarom schaamt °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zich er niet voor door hen als Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aangeroepen te worden, want Hij maakt* voor hen een stad gereed. 6 En hij zegt: "Ik ben Elohim van jouw vader, Elohim van Abraham, Elohim van Isašk en Elohim van Jakob." En Mozes verbergt zijn gezicht, want hij vreest om naar de Elohim te kijken. ... 15 En Elohim zegt verder tot Mozes: "Zo zeg jij tot de zonen van IsraŽl: 'JAHWEH, Elohim van jullie vaders, Elohim van Abraham, Elohim van Isašk en Elohim van Jakob, Hij zendt mij tot jullie. Dit is Mijn Naam voor de aion en dit is Mijn gedachtenis voor generatie na generatie.' (SW)[Ex. 3:6,15]
17 In geloof heeft Abrahamvader van vele volken, beproefd wordend, °Isaäklachen aangeboden. En die de beloften ontvangen* had, bood de enigverwekte aan, 21 Abraham, onze įvader, werd hij niet vanuit werken gerechtvaardigd*, Isašk, zijn įzoon, ten offer brengend* op het altaar? (SW)[Jac. 2:21] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Dat dit alles in de opstanding is wordt verder kracht bijgezet door het offeren van Isašklachen. Abrahamvader van vele volken had zoín groot vertrouwen in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, dat hij bereid was zijn zoon te doden, gelovend dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hem zou opwekken uit de doden om Zijn belofte te vervullen. Dit is het geloof dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een genoegen doet en dat zal tellen in het koninkrijk. Hoewel Isašklachen bij deze gelegenheid niet werd gedood, was zijn geboorte er een geweest als leven uit de doden, en zijn offer was in principe gebeurd, voor zover het Abrahamvader van vele volkens geloof betrof.


18 tot wie gesproken* werd dat: "In IsaäkIsašk = lachen zal voor jou zaad geroepen worden," niet omdat zij zaad van Abraham zijn, zijn zij allen kinderen, maar in Isašk zal van uw zaad gesproken worden. (SW)[Rom. 9:7]
19 er op rekenend* dat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker machtig is hem ook vanuit doden te wekken, van waaruit Hij hem in een parabel ophaalt*.
20 In geloof ook zegende* Isaäklachen °Jakobhielenlichter en °Esauruig (-harig) aangaande op het punt van komen staande dingen. 27 En hij komt dichtbij en hij kust hem. En hij ruikt de geur van zijn kledingstukken en hij zegent hem en hij zegt: "Zie! De geur van mijn zoon is als de geur van het veld dat JAHWEH heeft gezegend. 28 En de Elohim geve jou van de mist van dauw van de hemelen en van vetheden van de aarde en een veelheid aan graan en druivensap. 29 Volken zullen jou dienen en volksstammen zullen voor jou neerbuigen. Wees heer over jou broeders en de zonen van jouw moeder zullen zich voor jou neerbuigen. Zij die jou vervloeken zullen vervloekt worden, en die jou zegenen zullen gezegend worden." (SW)[Gen. 27:27-29] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Isašklachen was de bewaarder van de beloften, en het was zijn geloof dat hem er toe leidde de zegen door te geven. Er wordt hier niets gezegd over zijn falen te zien dat Jakobhielenlichter, en niet Esauruig (-harig), de eerstgeborenen van het vlees was, in de lijn van de belofte. Zie Gen. 27.


21 In geloof zegende* Jakobhielenlichter, stervend, ieder van de zonen van JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) en aanbad*, leunend op het uiteinde van zijn °staf. 15 En hij zegent Jozef en hij zegt: "De Elohim voor Wiens aangezicht mijn vaderen wandelden, Abraham en Isašk, de Elohim Die mij weidt tot op deze dag, 16 de Boodschapper, mijn Schuldinlosser van alle kwaad, Hij zal de knapen zegenen en mijn naam zal in hen genoemd worden en de naam van mijn vaderen Abraham en Isašk, en zij zullen productief zijn tot de veelheid te midden van het land." (SW)[Gen. 48:15,16] - 31 En hij zegt: "Zweer tot mij!" En hij zweert tot hem. En IsraŽl buigt zich neer op het hoofd van de rustbank. (SW)[Gen. 47:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Jakobhielenlichter had ťťn les van geloof geleerd, zonder twijfel uit zijn eigen geval. De eerstgeborenen van het vlees zijn noodzakelijkerwijs niet de eerste in het doel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Daarom had Jakobhielenlichter de zegen ontvangen die Isašklachen bedoelde voor Esauruig (-harig). En nu, als hij JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind)s zonen zegent, leidde hij zijn handen bewust zo om de grotere zegen aan de jongere zoon te geven, ook al had JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) ze met opzet zo geplaatst dat de eerstgeborene aan zijn rechterhand zou zijn (Gen. 48:8-20). En zo kreeg EfraÔm de voorkeur boven Manassedie doet vergetenh, ook al had JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) het anders gewild.


22 In geloof herinnerde* JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) zich bij zijn overlijden aangaande de uittocht van de zonen van IsraŽlstrijder van God en gaf* instructie aangaande zijn botten. 24 En Jozef zegt tot zijn broeders: "Ik ben stervend. En Elohim merkt jullie op, ja zal opmerken, en Hij doet jullie opgaan van dit land naar het land dat Hij aan Abraham, Isašk en aan Jakob heeft gezworen. 25 En Jozef doet de zonen van IsraŽl zweren, zeggend: "Elohim zal jullie zeker opmerken, en jullie brengen mijn botten vanaf hier op." (SW)[Gen. 50:24,25] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) geloofde het woord dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker tot Abrahamvader van vele volken had gesproken, zeggend dat zijn volk zou bijwonen in Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), daar verdrukt zou worden en daarna uit zou komen (Gen. 15:13,14). Daarom vertelde hij hen voor zijn dood: "Elohim zal jullie zeker bezoeken, en jullie zullen mijn beenderen van hier meenemen."


23 In geloof werd Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, geboren wordend, drie maanden verborgen* door zijn °ouders1), omdat zij namelijk waarnamen dat de kleine jongen knap was en zij niet bevreesd* waren voor het edict van de koning. 2 En de vrouw wordt zwanger en zij baart een zoon. En zij ziet aan hem dat hij goed is en zij zondert hem drie maanden af. (SW)[Ex. 2:2] - 2 En Farao geeft heel zijn volk instructie, zeggend: "Elke zoon die geboren wordt zullen jullie in de waterweg gooien en elke dochter zullen jullie in het leven behouden. (SW)[Ex. 1:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halení vaders geloofden ook wat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker tot Abrahamvader van vele volken had gesproken, en keken naar Hem uit om Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) te oordelen en Zijn volk te verlossen. Geen mandaat van Faraohet grote huis kon Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers doelstelling dwarsbomen of de vervulling van de belofte verhinderen. Ze vertrouwden er op dat het mandaat niet uitgevoerd zou worden. Het is heel duidelijk dat dit inderdaad niet gebeurde, anders zou er in IsraŽlstrijder van God geen man zijn geweest die jonger was dan Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen zelf. In tegendeel, deze scherpzinnige methode van het buigen van IsraŽlstrijder van Gods macht werd door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker gebruikt om Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen in de familie van Faraohet grote huis te plaatsen, zodat de briljante koning zelf het instrument zou voortbrengen om zijn eigen doel te verslaan.


24 In geloof ontkende* Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, groot wordend, zoon van de dochter van farao genoemd te worden, 10 En de jongen wordt groot. En zij brengt hem bij de dochter van Farao en hij is voor haar als een zoon. En zij noemt zijn naam Mozes en zij zegt: "Want uit het water verwijderde ik hem." 11 En het gebeurt in die dagen dat Mozes groot wordt en hij gaat uit naar zijn broeders. En hij ziet naar hun lasten en hij ziet een Egyptische man een Hebreeuwse man neerslaan, ťťn van zijn broeders. 12 En hij wendt zich om, zo en zo, en hij ziet dat er niemand is. En hij slaat de Egyptenaar neer en hij begraaft hem in het zand. (SW)[Ex. 2:10-12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen is een schitterend voorbeeld van de kracht van geloof om te ontwennen aan de wereld en haar verlokkingen. Met de best mogelijke vooruitzichten keert hij zijn rug naar de schatten van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), en mogelijk zelfs de troon, om te kunnen delen in de aionische beloning van de getrouwe. Had hij genoten van de tijdelijke genoegens van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), dan zou zijn naam mogelijk al lang geleden vergeten zijn geraakt, maar nu zijn Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halení faam en gedachtenis opgesloten in het hart van het menselijk ras. Wat zal zijn beloning groot zijn in de opstanding!


25 veeleer de voorkeur gevend slecht behandeld te worden samen met het volk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, dan een tijdelijk genieten van zonde te hebben,
26 de smaad van ChristusGezalfde grotere rijkdom achtend* dan de schatten van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), want hij keek weg tot in de beloning.
27 In geloof verliet hij Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), niet bevreesd wordend voor de woede van de koning, want hij hield* stand, als zag hij de Onzichtbare. 15 En Farao hoort van deze zaak en hij zoekt Mozes te doden. En Mozes rent weg van voor het aangezicht van Farao en hij woont in het land van Midjan. En hij zit op de put. (SW)[Ex. 2:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd bang toen hij ontdekte dat zijn poging om zijn broeders te helpen bekend werd (Exo. 2.14). En wij zouden uiteraard veronderstellen dat het vrees was die hem verdreef naar de verre zijde van de woestijn; maar ons wordt verzekerd dat hij niet vreesde, ook al vluchtte hij. Veel groter nog moet het geloof zijn geweest dat stevig voor Faraohet grote huis stond, dat het Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egyptemaal voorbereidde, dat het volk uit het land leidde , de legers van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) trotserend, en het volk in de wildernis door de Rode Zee bracht.


28 In geloof heeft hij het Pascha gedaan en het tegenaan gieten van het bloed, opdat niet de uitroeier met hun °eerstgeborenen in contact zal komen.
29 In geloof staken* zij de Rode Zee over als door droog land. Dat pogend werden de Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn)naren opgeslokt*. 21 En Mozes strekt zijn hand uit over de zee. En JAHWEH doet een sterke oostenwind over de zee gaan, heel de nacht. En Hij plaatst de zee tot het droge en de wateren worden gespleten. 22 En de zonen van IsraŽl komen in het midden van de zee in het droge. En de wateren waren voor hen een muur, aan hun rechterkant en aan hun linkerkant. 23 En de Egyptenaren achtervolgen en zij komen achter hen aan, alle paarden van Farao, zijn strijdwagen en zijn ruiters, tot in het midden van de zee. (SW)[Ex. 14:21-23]
30 In geloof vielen* de muren van Jericho?maanstad, op zeven dagen omringd wordend. 15 En het gebeurt in de zevende dag dat zij vroeg opstaan, bij het opgaan van de dageraad. En zij gaan om de stad heen, naar de gewoonte, deze zeven keren. Maar in deze dag gingen zij zeven keren om de stad heen. 16 En het gebeurt bij de zevende keer, dat de priesters in de ramshorens blazen. En Jozua zegt tot het volk: "Juichm! Want JAHWEH geeft de stad aan jullie! 17 En de stad en al wat in haar is wordt toegewijd aan JAHWEH, maar Rachab, de prostituee, zij zal leven, zij en allen die met haar in het huis zijn, omdat zij de boodschappers die wij zonden verborg. 18 Maar jullie, neemm je weg van het toegewijde in acht, opdat jullie niet verdoemd zijn en nemen jullie van het toegewijde en maken jullie het legerkamp van IsraŽl tot doem en veroorzaken jullie het moeilijkheden. 19 En alle zilver en goud en voorwerpen van koper en ijzer zijn heiligheid voor JAHWEH; het zal in de schatkamer van JAHWEH komen." 20 En het volk juicht en zij blazen in de ramshorens. En het gebeurt als het volk het geluid van de ramshoorn hoort, dat het volk juicht, een groot gejuich, en de muur valt er onder. En het volk gaat op naar de stad, een ieder achter de man voor hem, en zij veroveren de stad. 21 En zij verdoemen alles wat in de stad is, van man tot vrouw, van de jongere tot de oudere, van de stier tot het stuk kleinvee, en de ezel, door de mond van het zwaard. (SW)[Jozua 6:15-21] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

De wildernis schijnt vrijwel geheel ontbloot te zijn geweest van geloof, want de opsomming van geloofsoverwinningen gaat over van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) naar het land. Ja, met geloof zou er geen rondwandeling in de wildernis zijn geweest. En dit is het geÔnspireerde type waarvan de Pinkstertijd het antitype is! Had de natie geloofd, dan zou het koninkrijk zijn gekomen. Nu worden de weinige geloofsgetrouwen die over zijn gewezen op de ouden die, net als zijzelf, niets hebben dan alleen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers woord, maar het wel geloofden en de vervulling er van verwachtten, zelden de voordelen ontvangend die het beloofde.


31 In geloof kwam* Rachabruim open, de ontuchtige vrouw, niet samen om met die ongezeglijk zijn, de spionnen met vrede ontvangend*. 11 En wij hoorden en ons hart smolt, en er stond niet nog een geest op in een man, van voor jullie aangezicht, want JAHWEH, jullie Elohim, Hij is Elohim in de hemelen, boven, en op het land, beneden. 12 En nu, zweer alstublieft tot mij, bij JAHWEH, omdat ik vriendelijkheid met jullie deed, dat jullie, ook jullie, vriendelijkheid doen met het huis van mijn vader en jullie mij een teken van betrouwbaarheid geven. (SW)[Jozua 2:11,12]
32 En wat zal ik nog zeggen? Want de tijd zal, vertellend, mij tekort komen aangaande Gideon (boom-)veller, Barakbliksemflits, Simsonals de zon, zonneman, JeftaJAH opent (de baarmoeder), Davidgeliefde, bovendien ook over SamuŽlSamuŽl = van God gebeden en de profeten,
33 die, door geloof, koninkrijken bedwongen*, rechtvaardigheid werkten*, beloften verkregen, monden van leeuwen versperden*, 5 En Simson daalde af, met zijn vader en zijn moeder, in de richting van Timna, en zij komen tot aan de wijngaarden in de buurt van Timna, en aanschouw, een beschutte welp van leeuwen brulde om hem te ontmoeten, 6 en de geest van JAHWEH was voorspoedig op hem, en hij klieft het zoals men het bokje klieft; en er was niets in zijn hand. En hij vertelde zijn vader en zijn moeder niet wat hij deed. (SW)[Richt. 14:5,6]
34 de macht van vuur uitdoofden*, vluchtten van de mond van het zwaard, bij machte gemaakt* werden vanaf zwakheid, sterk waren geworden* in de oorlog; legerplaatsen van uitheemsen deden* zij wijken. 23 En deze machtige mannen, zij drieŽn, Sadrach, Mesach en Abed-Nego, vielen, opgebundeld, in het midden van de gloeiende vlam van de stookoven. 24 Toen werd Nebukadnessar, de koning, gealarmeerd en hij stond geagiteerd op, antwoordend en zeggend tot zijn gevolg: "Hieven wij niet drie machtige mannen, opgebundeld, in het midden van de vlam?" Zij antwoordden en zeiden tot de koning: "Zeker, koning!" 25 Hij antwoordde en zei: "Aha! Ik neem vier machtige mannen waar, losgemaakt, wandelend in het midden van de vlammen. En eigenlijk is er aan hen geen schade. En de aanblik van de vierde gelijkt op een zoon van de elohim." (SW)[Dan. 3:23-25]
35 Vrouwen namen hun °doden vanuit opstanding in ontvangst. Anderen echter werden gefolterd*, niet uitziende* naar de verlossing, opdat hen een betere opstanding ten deel zal vallen. 17 En het gebeurde na deze dingen dat de zoon van de vrouw, de bezitster van het huis, ziek werd. En zijn ziekte was uitermate ontoegevend, totdat er in hem geen adem resteerde. 18 En zij zegt tot Elia: "Wat is er tussen jou en mij, man van de Elohim? Kwam u om mij te doen denken aan mijn verdorvenheid en mijn zoon te doen sterven?" 19 En hij zegt tot haar: "Geef mij jouw zoon." En hij neemt hem van haar boezem en hij brengt hem naar boven, naar het bovenvertrek, waar hij woont. En hij legde hem op zijn rustbank. 20 En hij roept tot JAHWEH, en hij zegt: "JAHWEH, mijn Elohim, ook tegen de weduwe bij wie ik tijdelijk verblijf, tegen haar heeft U kwaad gebracht, door haar zoon te doen sterven?" 21 En hij meet zichzelf uit over de jongen, drie keer, en hij roept tot JAHWEH en hij zegt: "JAHWEH, mijn Elohim, alstublieft, de ziel van deze jongen zal in zijn binnenste terugkeren." 22 En JAHWEH luistert naar de stem van Elia en de ziel van de jongen keert terug in zijn binnenste, en hij leeft. 23 En Elia neemt de jongen en hij brengt hem vanaf het bovenvertrek, naar het huis, naar beneden en hij geeft hem aan zijn moeder. En Elia zegt: "Zie, jouw zoon is levend!" 24 En de vrouw zegt tot Elia: "Nu weet ik dit, dat u een man van Elohim bent en het woord van JAHWEH in uw mond is waarheid." (SW)[1Kon. 17:17-24]
36 Anderen echter namen een proefondervindelijke ervaring in ontvangst van bespottingen en geselingen en nog van boeien en van cel. 26 En de koning van IsraŽl zegt: "Neem Micha en breng hem terug naar Amon, overste van de stad, en naar Joas, zoon van de koning, 27 en zeg: Zo zegt de koning: plaatsm deze in het huis van de hechtenis en doem hem brood van verdrukking eten en water van verdrukking drinken, totdat ik in vrede kom." (SW)[1Kon. 22:26,27]
37 Zij werden gestenigd*, zij werden in stukken gezaagd*, zij werden beproefd*, zij stierven door moord met het zwaard, zij zwierven rond in schapevachten, in van geiten afkomstige huiden, tekort hebbend, verdrukt wordend, mishandeld wordend, 21 En zij maken een samenzwering tegen hem. En naar instructie van de koning bekogelen zij hem met stenen in de hof van het huis van JAHWEH. (SW)[2Kron. 24:21]
38 van wie de wereld niet waardig was, dwalend in eenzame streken en op bergen en in grotten en in de gaten van de aarde.
39 En dezen allen, getuigenis gegeven wordend door het geloof, haalden* de belofte niet op.
40 °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker had aangaande ons iets beters om naar vooruit te kijken*, opdat zij niet los van ons tot volmaaktheid gebracht zullen worden.



1) Ouders. Eigenlijk "vaders". Moeten we hier denken aan zijn vader en grootvader?

Terug naar de index.
Naar Hebreeën 12







   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.