Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
HebreeŽn
Hoofdstuk 3

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Daarom, heilige broeders, partners van een hemelse roeping, beschouw*m de Afgevaardigde en Hogepriester van onze °belijdenis, JezusJAH redt, 14 Dan een grote Hogepriester hebbend, Die doorheen de hemelen is gekomen, Jezus, de Zoon van įGod, zullen wij vasthouden aan de belijdenis. (SW)[Hebr. 4:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Het is, in onze taal, niet eenvoudig om onderscheid te maken tussen de hemelse roeping, waar hier naar wordt verwezen, en "de hoge roeping" (Filip. 3:14) van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí laatste onthulling. Dat wat hemels is wat locatie betreft wordt vaak in Efezetoegestaan besproken, over onze zegen te midden van de ophemelsen (Efe. 1:3), Zijn zetel (Efe. 1.20), de soevereiniteiten en gezaghebbers (Efe. 3:16), onze strijd (Efe. 6:12). Dit staat in de derde naamval, die ons de plaats geeft waarin alles te vinden is. Het komt maar ťťn maal voor in HebreeŽn (12:22). De tweede naamval geeft bron en aard aan. De schaduw van het goddelijk dienstbetoon van de ophemelsen (Hebr. 8:5) was op aarde. Daarom zal de stad waar de trouwen naar verlangden (Hebr. 11:15) afdalen naar de aarde (Openb. 21:10) en de hemelse roeping is van de opgevaren ChristusGezalfde, niet naar de hemel, maar vanuit de hemel. Wij worden naar de hemel geroepen, de HebreeŽrs worden vanuit de hemel aangesproken. Zij hebben geen deel aan de roeping boven. Hun zegeningen, hoewel hemels van aard, zijn op aarde.

Onze roeping is genade (Rom. 11:29), tot eer van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (1Kor. 1:26), volgeladen met de hoogste verwachtingen (Efe. 1:18), niet in overeenstemming met onze daden, maar in overeenstemming met Zijn eigen doelstelling en de genade die ons werd gegeven in ChristusGezalfde JezusJAH redt vůůr aionische tijden (2Tim. 1:9); maar deze roeping is voorwaardelijk (3:6-14), zoals in Petrusrots, die zijn lezers aanspoort hun roeping te bevestigen door ideale daden (2Petr. 1:10).

De geestelijken in IsraŽlstrijder van God zijn Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers huis (1Petr. 2:5). Precies zoals, bij de exodus, Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen over de natie was aangesteld, zo is nu Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers Zoon hun Middelaar. En net zoals Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen het ambt van apostel combineerde met dat van priester, zo is ChristusGezalfde door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aangesteld over het volk en staat Hij voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ten behoeve van het volk.


2 Die trouw is aan Die Hem maakt, zoals ook Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen in heel Zijn °huis.
3 Want Deze is van meer heerlijkheid waardig geacht dan Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, omdat Hij die het huis construeert* meer eer heeft dan het huis. 7 Zo is het niet met Mijn dienaar Mozes. In heel Mijn huis is hij de betrouwbare (SW)[Num. 12:7]
4 Want elk huis wordt door iemand geconstrueerd, maar Die alle dingen construeert* is Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
5 En Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen was inderdaad trouw in heel Zijn huis als behandelaar; daarvan zal tot getuigenis worden gesproken,
6 maar ChristusGezalfde, als Zoon over Zijn °huis - van Wiens huis wij zijn, mits wij de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot aan het einde bevestigd zouden vasthouden. indien jullie tenminste blijven in het geloof, gegrondvest en vaststaand, en niet verwijderd wordend van de verwachting van het evangelie, waarvan jullie horen* het verkondigde in heel de schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, dienaar werd* (SW)[Kol. 1:23]
7 Daarom, zoals de heilige °geest zegt: "Vandaag, in het geval dat jullie Zijn °stem zouden horen, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

De Pinksterperiode is het antitype van de wilderniservaringen. Zoals IsraŽlstrijder van God veertig jaren door de woestijn zwierf, zo zwerven ze een soortgelijke periode in de resultaten van ongeloof. Het koninkrijk komt niet.

Het Hebreeuws van Psalm 95:7-11 leest "zoals bij Meribah" en "de dag van Massah" en de passage verwijst naar Numeri 20. Het citaat vervangt hun betekenissen. Meribah betekent "strijd" of "bitterheid." Massah betekent "beproeving." Zo brengt hij ons de twee grote gelegenheden voor ogen die het ongeloof van het volk tentoonspreidden. Zij volgden het verslag van de tien verspieders, en weigerden het land binnen te gaan (Num. 13 en 14). JAHWEH stelde voor hen uit te wissen en uit Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen een grotere natie te maken. Maar Hij kreeg medelijden, maar verdoemde allen, behalve Kaleb en JozuaJAH redt, om in de wildernis te sterven. Bij Meribah en Massah had het volk geen water en zij mopperden tegen Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en JAHWEH (Exo. 17:1-7; Num. 20:1-13). Allen die in de wildernis waren, werden uit Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) verlost, maar ze slaagden er niet in het land binnen te gaan vanwege hun ongeloof. De Pinkstergelovigen die hier toegesproken worden, vinden zichzelf in precies hetzelfde parket. De Heer was gekomen, bood het koninkrijk aan, maar ze weigerden binnen te gaan. Nu was het koninkrijk opnieuw verkondigd geworden, en mopperden die verlost werden omdat het koninkrijk niet opgericht wordt. Deze brief is bedoeld voor hen die bij Meribah waren.

Dit citaat zet de toon voor de waarschuwingen van deze brief. Ondanks deze trok met merendeel van de natie zich terug en zijn we tot op vandaag getuige van hun omzwervingen. Abrahamvader van vele volken was geen IsraŽlstrijder van Godiet, en ook geen Jood, maar zijn afstammelingen die zijn geloof navolgden in gehoorzaamheid aan de oproepen in deze brief, zijn zeker HebreeŽrs.


8 zouden jullie niet jullie °harten verharden, zoals in de verbittering, overeenkomstig de dag van de beproeving in de woestijn, 7 En hij noemt de naam van de plaats Massa en Meriba, vanwege de twist van de zonen van IsraŽl en vanwege hun beproeven van JAHWEH, zeggend: "Is JAHWEH in ons midden of niet?" (SW)[Ex. 17:7]
9 waar jullie vaders Mij beproefden in een proefneming; en zij namen Mijn °werken waar, veertig jaren.
10 Daarom heb* Ik een afkeer van deze °generatie en zei Ik: 'Steeds dwalen zij in het hart, maar Mijn °wegen kennen* zij niet,'
11 zoals Ik zweer* in Mijn °boosheid, indien zij binnen zullen komen in Mijn °stoppen!" 21 Niettenmin, Ik ben de Levende en de heerlijkheid van JAHWEH zal heel de aarde vullen. 22 Want alle mannen die Mijn heerlijkheid en Mijn tekenen zagen die Ik deed in Egypte en in de wildernis en Mij deze tien maal beproeven, maar niet naar Mijn stem luisterden, 23 zij zullen het land dat Ik aan hun vaders zwoer niet zien. Allen die Mij versmaden zullen het niet zien. (SW)[Num. 14:21-23] - 7 Want Hij is onze Elohim en wij zijn het volk van Zijn weide en het kleinvee van Zijn hand, vandaag, indien jullie Zijn stem horen. 8 Het moet niet zo zijn dat jullie je hart verharden, zoals bij Meriba, zoals in de dag van Massa, in de wildernis, 9 waarin jullie vaders Mij beproefden en zij Mij toetsten, hoewel zij Mijn tot stand brenging zagen. 10 Veertig jaren had Ik een afkeer van deze generatie en Ik zei: "Zij zijn een volk dat afdwaalt met het hart." En zij kenden Mijn wegen niet. 11 Daarom zweer Ik in Mijn boosheid dat zij niet komen tot Mijn rustplaats!(SW)[Psalm 95:7-11]
12 Kijkm uit, broeders, opdat niet in iemand van jullie een boosaardig hart van ongeloof zal zijn, in het afstand nemen* vanaf de levende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
13 Maar roepm julliezelf overeenkomstig iedere dag op tot wat 'vandaag' wordt genoemd, opdat niemand vanuit jullie verhard zal worden door de verleiding van de zonde.
14 Want wij zijn partners van °ChristusGezalfde geworden, mits wij het begin van de aanname tot aan het einde bevestigd zouden vasthouden,
15 terwijl er wordt gezegd: "Vandaag, in het geval dat jullie Zijn °stem zouden horen, zouden jullie niet jullie °harten verharden, zoals in de verbittering." 7 Want Hij is onze Elohim en wij zijn het volk van Zijn weide en het kleinvee van Zijn hand, vandaag, indien jullie Zijn stem horen. 8 Het moet niet zo zijn dat jullie je hart verharden, zoals bij Meriba, zoals in de dag van Massa, in de wildernis, (SW)[Psalm 95:7,8]
16 Want sommigen, het horend*, verbitteren*, maar niet allen die vanuit Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) uitkwamen door Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen.
17 Van wie echter heeft* Hij veertig jaren een afkeer? Was het niet van die zondigden*, van wie de karkassen vielen* in de woestijn? 29 In deze wildernis zullen jullie lijken vallen, allen die van jullie gemonsterd zijn, heel jullie aantal, vanaf de zoon van twintig jaren en daarboven die tegen Mij morden. (SW)[Num. 14:29]
18 Tot wie nu zweert* Hij niet binnen te zullen komen in Zijn °stoppen, dan tot die ongezeglijk zijn? 22 Want alle mannen die Mijn heerlijkheid en Mijn tekenen zagen die Ik deed in Egypte en in de wildernis en Mij deze tien maal beproeven, maar niet naar Mijn stem luisterden, 23 zij zullen het land dat Ik aan hun vaders zwoer niet zien. Allen die Mij versmaden zullen het niet zien. (SW)[Num. 14:22,23]
19 En wij bekijken dat zij niet konden* binnenkomen vanwege ongeloof.




Terug naar de index.
Naar HebreeŽn 4
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.