Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
HebreeŽn
Hoofdstuk 7

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Want deze is °Melchizedekmijn koning is gerechtigheid, koning van Salemheel of gaaf, priester van de hoogste °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, die Abrahamvader van vele volken, terugkerend vanaf het verslaan van de koningen, tegemoet kwam en hem zegende*, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Melchimijn koningzedek is voornamelijk bekend door wat niet over hem geschreven is. Er is geen aanleiding te geloven dat hij, persoonlijk, de mystieke en wonderlijke figuur was die de zijne is als beeld van het priesterschap van ChristusGezalfde. Hij was zonder twijfel een man als alle andere, want Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker had enkelen onder de naties die tot een nauwe relatie met hun Schepper waren gebracht.

Het Melchimijn koningzedische priesterschap zou bestudeerd moeten worden in zín tegenstellingen met het Ašronlichtbrengerische priesterschap. Het grootste verschil ligt in het feit dat ze het ambt van koning combineert met dat van priester. Dit is de ideale manier. Het was alleen vanwege het falen van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen dat Ašronlichtbrenger een aandeel werd gegeven in zijn bemiddelende ambt. Het is Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers doel dat de natie van IsraŽlstrijder van God een koninkrijk van priesters zal zijn (Exo. 19:6), een koninklijk priesterschap (1Petr. 2:9). Zij zullen voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker de naties regeren en de offers van de naties voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker brengen. Zo behaagt het hun Hoofd zowel Priester als Koning te zijn.

Het andere grote punt van ongelijkheid zit hem in de zaak van opvolging. De voortgang van het Ašronlichtbrengerische priesterschap werd een zaak van afstamming gemaakt, en niets was zo van belang voor een priester als zijn genealogie. Hij moest in staat zijn te vertellen wie zijn vader en moeder waren en zijn afstamming duidelijk terugvoeren naar Ašronlichtbrenger, anders kon hij niet eens priester zijn. En hij moest voor deze opvolging voorzien door te trouwen binnen de priesterlijke kaste. In opmerkelijk contrast hiermee hebben we voor Melchimijn koningzedek totaal geen geschreven genealogie, geen noemen van vader of moeder en geen opvolging, want zijn dood wordt zorgvuldig uitgesloten buiten de vluchtige glimp die we van hem krijgen op de geÔnspireerde paginas. Deze weglatingen zijn doelbewust, want alleen zo kan zijn priesterschap het priesterschap van ChristusGezalfde verbeelden, Die geen genealogie of opvolger nodig heeft.


2 aan wie Abrahamvader van vele volken ook een tiende vanaf alles toedeelt*. Eerst inderdaad vertaald wordend met: "koning van de rechtvaardigheid," en vervolgens ook "koning van Salemheel of gaaf", wat is: "koning van vrede" En de koning van Sodom toog uit, hem tegemoet (nadat hij wedergekeerd was van het slaan van Kedor-laomer, en van de koningen, die met hem waren), tot het dal Schave, dat is, het dal des konings. 18 En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods. 19 En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit! 20 En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles. (SV)[Gen. 14:17-20] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

De schrijver richt onze aandacht op het belang en de volgorde van deze titels. Rechtvaardigheid moet de onderliggende oorzaak zijn van ChristusGezalfdeí priesterlijke werk, zoals elders (Psa. 72:3; 85:10; Jes. 32:17; 9:4). Zo is rechtvaardiging ook de grond voor de oneindig grotere gunst van vrede (Rom. 5:1).


3 zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, noch begin van dagen, noch einde van leven hebbend, maar vergelijkbaar zijnde met de Zoon van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker blijft hij priester tot in het doorlopende. De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. (SV)[Psalm 110:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

Het Ašronlichtbrengerische priesterschap was een tredmolen die nooit zín doel bereikte. Het Melchimijn koningzedische priesterschap van ChristusGezalfde duurt doorheen het millennium, en bereikt zín doel, want in de nieuwe schepping zullen priesters niet meer nodig zijn (Openb. 22.22), wanneer Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verblijft bij de mensheid (Openb. 21:3).


4 Aanschouwm nu hoe groot deze is, aan wie Abrahamvader van vele volken, de aartsvader, ook een tiende gaf* vanuit de beste dingen van de buit. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Als verder bewijs voor de superioriteit van het Melchzedische priesterschap, wordt onze aandacht gericht op de tiende, die, in IsraŽlstrijder van God, het speciale deel was voor de Leviaanhanger, aanhankelijketen. Abrahamvader van vele volken zelf, de voortbrenger van de natie, betaalde feitelijk tienden aan deze priester, en in hem betaalde het hele Leviaanhanger, aanhankelijktsche priesterschap tienden aan een andere, hogere orde. En dit is niet alles, want Melchimijn koningzedek zegende Abrahamvader van vele volken en gaf zo zijn zegen aan de Leviaanhanger, aanhankelijktische opvolging. Dit alleen laat zien dat zijn orde superieur was aan die van Ašronlichtbrenger.


5 En inderdaad, die van de zonen vanuit Leviaanhanger, aanhankelijk, het priesterambt in ontvangst nemend, hebben een voorschrift om tienden te heffen van het volk, overeenkomstig de wet; dat wil zeggen, van hun °broeders, hoewel die vanuit de lende van Abrahamvader van vele volken zijn gekomen. En zie, aan de kinderen van Levi heb Ik alle tienden in IsraŽl ter erfenis gegeven, voor hun dienst, dien zij bedienen, den dienst van de tent der samenkomst. (SV)[Num. 18:21]
6 Maar die niet in het geslachtsregister zijn, vanuit hen heeft °Abrahamvader van vele volken de tiende genomen en die de beloften hebben heeft hij gezegend.
7 Nu wordt, los van alle tegenspraak, het mindere gezegend door het betere.
8 En hier nemen inderdaad stervende mensen tienden in ontvangst, maar daar wordt getuigenis gegeven dat Hij leeft.
9 En als zegswijze zegt men: door Abrahamvader van vele volken is ook van Leviaanhanger, aanhankelijk, die tienden in ontvangst neemt, de tiende genomen,
10 want hij was nog in de lende van de vader toen Melchizedekmijn koning is gerechtigheid hem tegemoet kwam*.
11 Indien dan inderdaad de vervolmaking door het Leviaanhanger, aanhankelijktische priesterschap was (want het volk was onder de wet geplaatst), welke behoefte was er nog overeenkomstig de ordening van Melchizedekmijn koning is gerechtigheid voor een andere priester om op te staan* en die niet overeenkomstig de ordening van Aäronlichtbrenger gerekend wordt? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Het zou voor de HebreeŽn zeer moeilijk zijn om het falen van het Ašronlichtbrengerische priesterschap te erkennen. Toch is dit zeker betrokken in de aankondiging van een priester van een andere orde. Was onze Heer gekomen uit de familie van Ašronlichtbrenger, dan zou Hij verbonden zijn geweest met een orde die begon in falen en die nooit de verzoening tussen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en Zijn schepselen tot stand kon brengen die priesterschap bedoeld is te doen. Daarom verkondigt Zijn genealogie Hem als de Koning van IsraŽlstrijder van God, maar Hij negeert alle genealogieŽn in Zijn priesterlijke plaats. In plaats daarvan heeft Hij de veel hogere eer van gekwalificeerd zijn voor een ambt door de goddelijke eed, inclusief een verzekering dat, anders dan het Ašronlichtbrengerische priesterschap, er geen spijt zal zijn voor het falen en de onvoldoendheid van Zijn bediening.


12 Want als het priesterschap omgezet wordt, gebeurt er vanuit noodzaak ook een omzetting van wet,
13 want Hij, van Wie deze dingen gezegd worden, heeft deelgehad aan een andere stam, vanaf welke niemand acht heeft gegeven op het altaar.
14 Want het is duidelijk dat onze °Heer vanuit Judalof is opgegaan, tot welke stam Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen niets spreekt* aangaande priesters. De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. (SV)[Gen. 49:10]
15 En het is nog bovenmatiger onmiskenbaar, indien overeenkomstig de gelijkendheid van Melchizedekmijn koning is gerechtigheid een andere priester opstaat,
16 die niet overeenkomstig een wet van het voorschrift van vlees is geworden, maar overeenkomstig macht van onontbindbaar leven.
17 Want Hem wordt getuigenis gegeven dat: "U bent priester tot in de aion, overeenkomstig de ordening van Melchizedekmijn koning is gerechtigheid," De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. (SV)[Psalm 110:4]
18 want inderdaad gebeurt er een afschaffing van het voorafgaande voorschrift, vanwege haar zwakheid en nutteloosheid,
19 want de wet brengt* niets tot volmaaktheid, maar ze is de introductie van een betere hoop, door welke wij naderen tot °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten; (SV)[Hebr. 9:9]
20 En overeenkomstig zoveel als niet los zijn van het zweren van een eed (want dezen zijn inderdaad los van het zweren van een eed priesters geworden),
21 toch zegt Die Ene met het zweren van een eed door Deze tot Hem: "De Heer zweert* en Hij zal geen spijt hebben: 'U bent priester tot in de aion, overeenkomstig de ordening van Melchizedekmijn koning is gerechtigheid.'" De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. (SV)[Psalm 110:4]
22 Overeenkomstig zoveel is JezusJAH redt ook de borg van een beter verbond geworden. En tot den Middelaar des nieuwen testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel. (SV)[Hebr. 12:24]
23 En dezen, inderdaad meerderen, zijn priesters geworden, maar vanwege de dood verhinderd geworden erbij te blijven; [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Indien het Melchimijn koningzedische priesterschap voor altijd zou blijven (in plaats van voor de aion), dan zou ook dit onder de veroordeling komen van nooit iets tot perfectie of voltooiing te brengen. Dan zou er op de nieuwe aarde een tempel en een priesterschap moeten zijn; ja, het zou moeten voortduren tot voorbij de voleinding en een onoverkoombare barriŤre vormen tussen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en enkele van Zijn schepselen. Priesterschap is een teken van vervreemding; het verdwijnt wanneer Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker vrede heeft met Zijn volk. Daarom, hoewel het leven van de Heer onverbreekbaar is (7:6) en het priesterschap ongeschonden (7:24), ongebroken door de dood, is het altijd beperkt tot ťťn aion, waarna er geen priesterschap meer kan zijn, omdat er geen vervreemding meer is.


24 maar Deze, vanwege Zijn °blijven tot in de aion, heeft het ongeschonden priesterschap,
25 van waaruit ook Hij kan redden tot in het totaal, zij die door Hem naar °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker toe komen, altijd levend voor het pleiten ten behoeve van hen. Wie is de veroordelende? Christus Jezus, de stervende*, maar wat meer is: de opgewekt zijnde*, Die ook is aan de rechterhand van įGod, Die ook pleit voor ons (SW)[Rom. 8:34]
26 Want zulk een hogepriester betaamde ook ons: rechtschapen, argeloos, onbezoedeld, afgescheiden zijnde vanaf de zondaars en hoger wordend dan hen van de hemelen; Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan een hemelse roeping, beschouwt* de apostel en hogepriester van onze įbelijdenis, Jezus, (SW)[Hebr. 3:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

De heerlijkheden van deze Hogepriester verwijzen naar Zijn band met Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, met mensen, met de wet. Hij is aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geknoopt door liefdevolle toewijding. Hij is onschuldig aan elke zweem van boosaardigheid naar de mensen toe, en Hij is onbezoedeld door een vlek van morele verontreiniging. Hij is gescheiden van zondaars vanwege Zijn verhoging naar Zijn ambt.


27 voor Wie het geen dagelijkse noodzaak is, net zoals de hogepriesters, eerst slachtoffers ten offer te brengen ten behoeve van de eigen zonden, vervolgens die van dit °volk, want dit deed* Hij bij ťťn enkele gelegenheid, Zichzelf ten offer brengend. En Mozes zeide tot Aaron: Nader tot het altaar, en maak uw zondoffer, en uw brandoffer toe; en doe verzoening voor u en voor het volk; maak daarna de offerande des volks toe, en doe de verzoening voor hen, gelijk als de HEERE geboden heeft. (SV)[Lev. 9:7] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Het feit dat het offersysteem onder de wet offers eiste voor de zonden van de priesters, en ook voor het volk, toont aan dat het een zwakke, imperfecte en tijdelijke noodzakelijkheid was. Voeg hier het feit aan toe dat deze offers voortgingen om dagelijks geofferd te worden en nooit enig blijvende verlichting gaven, en we zien duidelijk dat dit nooit bedoeld was om meer te doen dan het ware Offer veronderstelt te doen, dat de Zoon ťťn maal bracht en geen herhaling nodig heeft. Het is daarom duidelijk dat Hij Zichzelf nooit verbonden kon hebben met de Ašronlichtbrengerische orde, zonder Zijn grote offer te verlagen. Zij dienden te midden van de schaduwen van de hemelse tabernakel. Hij ging de echte binnen.


28 Want de wet stelt mensen aan tot hogepriesters die een zwakheid hebben, maar het woord van het zweren van een eed, wat na de wet is, stelt de Zoon aan tot in de aion, tot volmaaktheid gebracht zijnde. Want iedere hogepriester, verkregen uit de mensen, is aangesteld ten behoeve van de mensen in dat wat *God betreft, en mag aanbieden zowel gaven als offers voor zonden, 2 in staat zijnde gematigd te zijn met de onwetenden en dwalenden, aangezien ook hij omvangen is met zwakheid (SW)[Hebr. 5:1,2]




Terug naar de index.
Naar Hebreeën 8
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.