Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Jakobus
Hoofdstuk 2

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Mijn broeders, hebm het geloof van de heerlijkheid van onze °Heer, JezusJAH redt ChristusGezalfde, niet in aanzien des persoons, Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk. (SV)[Job 34:19]
2 want in het geval dat in jullie °synagoge een man met een gouden ring zal binnenkomen, in schitterende kleding, maar ook een arme man in vuile kleding zal binnenkomen, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Het woord "synagoge" is in de King James vertaald met "assembly" (vergadering of bijeenkomst). Omdat het meer dan vijftig maal voorkomt en elders altijd met "synagoge" wordt weergegeven (behalve eenmaal met "congregation" Hand. 13:43), is er geen echte aanleiding het hier anders weer te geven. Het is van belang voor het feit dat we hier hebben, niet een ekklesia, of een uitgeroepen gezelschap, maar een bijeenkomst gebaseerd op een lichamelijke relatie, want de synagoge was de verzamelplaats van de Joden, en Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine scheidde er onveranderlijk zijn bekeerlingen van af.

Het toneel dat hier wordt afgebeeld zou nauwelijks voorgesteld kunnen worden buiten de traditionele synagoge van die vroege dag, want de ekklesias of "kerken" waren nog niet geworden zoals de synagogen zoals wij die vandaag kennen. Een van de tekenen van de huidige afvalligheid is deze geest van pluimen geven aan de rijken en verachten van de armen. Het kan geen plaats hebben waar onze positie in ChristusGezalfde op prijs wordt gesteld. Een rijk man die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers genade geniet voelt pijn bij zon partijdigheid.


3 en jullie zouden opkijken naar die de schitterende °kleding draagt en jullie zullen zeggen: "Hier zit u op ideale wijze" en jullie tot de arme zullen zeggen: "Sta jij daar" of "Zit hier, onder mijn °voetenbank,"
4 maakten* jullie dan niet onderscheid onder julliezelf en werden* jullie rechters met boosaardige redeneringen?
5 Hoor*m, mijn broeders, geliefden! Kiest* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker niet de armen in de wereld uit, rijken in geloof en lotbezitters van het koninkrijk, dat Hij belooft* aan die Hem liefhebben? Want zie de roeping van jullie, broeders, dat niet velen wijzen naar het vlees waren, niet velen machtigen en niet velen aanzienlijken, 27 maar God kiest* de dwazen van de wereld, opdat Hij de wijzen zou beschamen, en God kiest* de zwakken van de wereld om de sterken te beschamen. 28 En God kiest* de onaanzienlijken en verachten van de wereld, de niets zijnden, opdat de wel iets zijnden terzijde gelegd zouden worden (SW)[1Kor. 1:26-28]
6 Jullie echter onteren* de arme. Tiranniseren de rijken jullie niet? En zij trekken jullie tot in rechtbanken!
7 Lasteren zij niet de ideale naam, die over jullie wordt aangeroepen?
8 Indien jullie niettemin de wet voldoen die bij de koning behoort, overeenkomstig het Geschrift - jij zal jouw °naaste liefhebben als jezelf - dan doen jullie op ideale wijze. Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE! (SV)[Lev. 19:18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

Jakobus schrijft aan hen die onder de wet zijn. Het tonen van partijdigheid aan de rijken en het beledigen van de armen is een inbreuk op de inzetting van het liefhebben van de naaste als jezelf! Maar de wet is niet alleen intersociaal, hij heeft een goddelijke kant. Een enkele overtreding, wat die ook is, brengt een breuk tussen Hem Die de wet gaf en de boosdoener. De breker van n gebod is niet "schuldig" aan alle, maar gaat binnen in dezelfde veroordeling als hen die alle andere misdaden in die categorie begaan.


9 Maar indien jullie handelen met aanzien des persoons, werken jullie zonde, onder de wet ontmaskerd wordend als overtreders. Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes; doch de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult gij tot mij doen komen, en ik zal ze horen. (SV)[Deut. 1:17]
10 Want wie geheel de wet zou bewaren, maar in één ding zou struikelen, is voor alles gedoemd geworden. Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. (SV)[Matt. 5:19]
11 Want Die zegt: "Jij zou geen echtbreuk plegen," Hij zei ook: "Jij zou niet vermoorden." Indien jij nu geen echtbreuk pleegt, maar vermoordt, ben je overtreder van de wet geworden. Gij zult niet doodslaan. 14 Gij zult niet echtbreken. (SV)[Ex. 20:13,14]
12 Spreekm zo en doem zo, als op het punt staande geoordeeld te worden door de wet van vrijheid. Want degene die zich buigt over de perfect wet, die van de vrijheid, en daarbij blijft, wordt niet een vergetend toehoorder, maar een doener van het werk; deze zal gelukkig zijn in zijn doen. (SV)[Jak. 1:25]
13 Want de beoordeling is onbarmhartig over die geen ontferming doet*. De ontferming bluft tegen de beoordeling. Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden. (SV)[Matt. 5:7]
14 Wat is het nut, mijn broeders, in het geval dat iemand zal zeggen geloof te hebben, maar hij geen werken zal hebben? Het geloof kan hem niet redden*. Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is. (SV)[Matt. 7:21] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

Jakobus kijkt naar geloof geheel van de menselijke kant, Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine van de goddelijke. Wat een mens zegt dat hij heeft, als hij het niet heeft, kan hem uiteraard niet redden. Maar Jakobus spreekt niet van een geveinsd geloof. Hij staat er op dat geloof zonder werken dood is. Hij zegt vrijmoedig: "Het geloof kan hem niet redden." Toch bevestigt Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine dat rechtvaardigheid door geloof is, opdat het zal overeenkomen met genade (Rom. 4:16). En hij houdt vol dat als het uit genade is, het niet langer uit werken is, anders is genade niet langer genade (Rom. 11:6). De redding waar Jakobus naar verwijst omvat geen rechtvaardiging, anders is er geen noodzaak voor genade. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine spreekt voortdurend van genade, en verwijst er in zijn brieven meer dan honderd maal naar. Jakobus noemt het slechts twee maal in n passage (4:6). Jakobus houdt zich bezig met een natie in een verbondsrelatie met Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, en een bedeling waarin geloof en werken vermengd zijn, terwijl Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine verbonden is met de bedeling van onverdunde genade aan hen die geen enkel recht bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hebben.

Zon combinatie als waar Jakobus op staat zou alle zegen wegdoen die tot de naties is gekomen op grond van genade, want het is voor genade onmogelijk te opereren zonder puur, niet geholpen geloof. Het volstaat niet te zeggen dat zulk geloof van levensbelang is en zichzelf moet doen kennen door werken. Dit is waar, maar zulke werken zijn in geen enkele zin van het woord de wortel van rechtvaardigheid. Ze zijn de vrucht. Werken toevoegen aan een dood geloof zal het niet levend maken.

Kort gezegd: de verschillen tussen Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine en Jakobus zijn niet weg te redeneren. Ze zijn onverzoenlijke tegenstellingen als we ze nemen om te verwijzen naar dezelfde goddelijke bedeling en hetzelfde volk. Laten we ze in hun eigen tijd en plaats, dan is er geen reden waarom ze zouden moeten overeenkomen. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verandert voortdurend Zijn methoden, om te passen bij de verschillende doelen die Hij voor ogen heeft.


15 In het geval dat een broeder of zuster naakt zullen zijn en hen ontbreekt het aan voedsel voor de dag,
16 maar iemand vanuit jullie tot hen zal zeggen: "Gam heen in vrede, warmm jullie en weesm verzadigd," maar jullie zullen aan hen niet de benodigdheden van het lichaam geven, wat is dan het nut?
17 Zo is ook het geloof; in het geval dat het geen werken zou hebben, is het overeenkomstig zichzelf dood.
18 Maar iemand zal uitspreken: "Jij hebt geloof en ik heb werken." Toon* mij jouw °geloof los van de werken en ik zal aan jou vanuit mijn °werken mijn °geloof tonen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Het solide fundament staat met dit zegel: "De Heer kent de Zijnen" (2Tim. 2:19). Stel dat wij het niet weten? Dan tast dat hun redding niet aan! Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker kent het hart en heeft geen uiterlijk bewijs nodig. Zo is het niet bij de mensen. Voordat wij het geloof van een mens aanvaarden, eisen wij dat hij afscheid neemt van ongerechtigheid. Dat is de grond van Jakobus. Het is niet wat voor de Heer verschijnt, maar voor mensen.


19 Jij gelooft dat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker één is? Jij doet op ideale wijze. Ook de demonen geloven en zij rillen. En ziet, zij riepen, zeggend: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U te doen? Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd? (SV)[Matt. 8:29]
20 Wil jij nu weten*, o leeg mens, dat °geloof los van de werken dood is? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Het voorbeeld van Abrahamvader van vele volken is zeer behulpzaam in het verder vaststellen van de onderscheiden gezichtspunten van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine en Jakobus. De eerste verwijst ons naar het vijftiende hoofdstuk van Genesis, de laatste naar het twee en twintigste. In het vijftiende hoofdstuk is alleen Abrahamvader van vele volkens geestelijke zaad in beeld, want Abrahamvader van vele volken wordt meegenomen naar buiten zijn tent en de sterren van de hemel getoond. En de Heer zei tot hem: "Zo zal jouw zaad zijn". En hij geloofde de Heer en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. Dit werd gevolgd door een onvoorwaardelijk verbond.

Het twee en twintigste hoofdstuk is een beproeving van het geloof dat hij had, in die zin dat het zaad, door wie zijn beloofde nageslacht zou komen, geofferd en gedood moest worden. Hier hebben we het perfectioneren van zijn geloof en de vervulling van de eerdere passage.

Het vijftiende hoofdstuk houdt zich bezig met Abram voor de besnijdenis, en zijn geestelijk zaad en hun rechtvaardiging. Het twee en twintigste houdt zich bezig met Abrahamvader van vele volken, na zijn besnijdenis, en met zijn lichamelijke zaad (waarvan enkelen ook geestelijk zouden zijn), en met hun zegen, en ook dat zij een kanaal van zegen zouden worden naar de andere naties. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine kan de laatste passage niet gebruiken, omdat hij spreekt van geloofsgerechtigheid voor de niet besnedenen in een tijd waarin geen zegen vloeit door Abrahamvader van vele volkens lichamelijke zaad. Jakobus neemt het natuurlijk en terecht wel ter hand , omdat dit het enige is dat in bijzonder verwijst naar de twaalf stammen aan wie hij aan het schrijven is. Het was Abrahamvader van vele volkens geloof, gecombineerd met zijn gehoorzaamheid, dat de basis was voor hun zegen, en het is hun geloof, gecombineerd met werken, dat hen redt. De werken van Abrahamvader van vele volken waren alleen verdienstelijk als een bewijs van geloof.

Laten we dit overlaten aan hen die tot de Besnijdenis horen, die Abrahamvader van vele volkens zaad zijn naar het vlees, en die leven onder de koninkrijksbedeling. Wij hebben een onmetelijk betere en hogere plaats dan die verleent kan worden aan hen die hun eigen inspanningen mengen met Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers weldadigheid. Zijn onverdunde genade brengt zegeningen die alleen mogelijk zijn wanneer het aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker wordt overgelaten de dictaten van Zijn hart uit te werken, ongehinderd door menselijke hulp.

Het schijnt vrijwel ondenkbaar te zijn zon lage morele standaard te vinden in deze brief, zeker omdat werken vereist worden voor redding. De ontembare tong, vloeken, jaloezie, twist, strijd en vechten, het wordt allemaal besproken als gewoon onder de twaalf stammen. Ze worden er van beschuldigd vrienden van de wereld te zijn, zondaars, onrein van hart en dubbel van ziel. Wat een tegenstelling is dit met brieven als die aan de Filippenzen en de Thessalonicenzen, ook al werden die geschreven aan hen die nog maar een korte tijd daarvoor boordevol waren van heidendom en afgoderij! De pure genade van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, niet geholpen door wettelijke inzettingen of andere lokmiddelen, is veel krachtiger voor het voortbrengen van gedrag dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een genoegen doet, dan alle inspanningen die voortgebracht worden door het verlangen naar redding of gecontroleerd door de verschrikkingen van de wet.


21 Abrahamvader van vele volken, onze °vader, werd hij niet vanuit werken gerechtvaardigd*, Isaäklachen, zijn °zoon, ten offer brengend* op het altaar? En zij kwamen ter plaatse, die hem God gezegd had; en Abraham bouwde aldaar een altaar, en hij schikte het hout, en bond zijn zoon Izak, en leide hem op het altaar boven op het hout ... 12 Toen zeide Hij: Strek uw hand niet uit aan den jongen, en doe hem niets! want nu weet Ik, dat gij God vrezende zijt, en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden. (SV)[Gen. 22:9,12]
22 Jij bekijkt dat het geloof meewerkte met zijn °werken, en vanuit de werken werd het geloof tot volmaaktheid gebracht*. Door geloof heeft Abraham, beproefd wordend, Isak geofferd. En die de beloften ontvangen* had offerde de enig voorgebrachte, 18 tot wie gesproken* was dat: In Isak zal jouw zaad genoemd worden, 19 er op rekenend* dat God ook in staat is hem uit de doden op te wekken, van waaruit hij hem in een gelijkenis terugkrijgt*. (SW)[Hebr. 11:17-19]
23 En het Geschrift werd vervuld, zeggend: "Abrahamvader van vele volken nu geloofde* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en het werd hem gerekend* tot rechtvaardigheid, en hij werd vriend van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker genoemd*." En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. (SV)[Gen. 15:6] - Hebt Gij niet, onze God, de inwoners dezes lands van voor het aangezicht van Uw volk Isral verdreven, en dat aan het zaad van Abraham, Uw liefhebber, tot in eeuwigheid gegeven? (SV)[2Kron. 20:7]
24 Jullie zien dat een mens vanuit werken wordt gerechtvaardigd, en niet vanuit geloof alleen.
25 En werd evenzo ook Rachabruim open, de ontuchtige vrouw, niet vanuit werken gerechtvaardigd*, de boodschappers gastvrij ontvangend*, en hen wegsturend via een andere weg? Maar die vrouw had die beide mannen genomen, en zij had hen verborgen; en zeide aldus: Er zijn mannen tot mij gekomen, maar ik wist niet, van waar zij waren. ... 15 Zij liet hen dan neder met een zeel door het venster; want haar huis was op den stadsmuur; en zij woonde op den muur. (SV)[Joz. 2:4,15]
26 Want net zoals het lichaam los van geest dood is, zo is ook het geloof los van werken dood.




Terug naar de index.
Naar Jakobus 3
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.