Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Jakobus
Hoofdstuk 5

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Gam nu, °rijken, huil*m, jammerend over jullie diepe °ongelukken die jullie overkomen! 24 Evenwel, wee jullie, de rijken, want jullie zamelen jullie °bemoediging in. (SW)[Luc. 6:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Dit is een zeer impopulaire passage, want de kerk, in haar geestelijke armoede, zorgt voor de rijken, en wil hen niet beledigen door deze aanklacht door te drukken. En ja, het is duidelijk dat het niet universeel toegepast kan worden zonder grote onrechtvaardigheid voor enkelen. Maar indien we het toepassen op de laatste dagen, en op de zonen van Israëlstrijder van God in de komende era van Jakobhielenlichters verdrukking, dan is de volle kracht er van snel te zien en de rechtvaardige veroordeling gemakkelijk toegegeven. De immense opeenstapeling door de Joden wordt voortdurend uitgebreid door zich te verbinden aan de laagste passies van de heidense naties. Vrijwel alle vormen van afleiding en amusement zijn in hun handen. Het is dan ook geen wonder dat zulke rijkdommen verrot zijn! Hun inkomen uit rente alleen staat gelijk aan de wereldproductie van goud, zodat zij, zonder enige inspanning van hun kant, al het gemijnde goud ontvangen. Hun grijpen naar winst is spreekwoordelijk geworden. Geen ander volk, als klasse, is zo schrander en zonder scrupules bij het verdienen van geld. Deze stand van zaken groeit voortdurend, zodat, in de eindtijd, het een zeer vooraanstaand kenmerk van het Judalofïsme zal zijn. Daarom is, indien Jakobus’ brief in het bijzonder voor die dag is ontworpen, zoals wij geloven, het een opvallende bevestiging deze sterke aanklacht tegen de rijke Israëlstrijder van Godieten te vinden, als deel van de boodschap.


2 Jullie °rijkdom is verrot en jullie bovenkleding is door de motten opgegeten geworden. 19 Spaar toch geen schatten op voor jullie op de aarde, waar de mot en roest ze doet verdwijnen en waar ook dieven een ondergrondse toegang graven en stelen(SW)[Matt. 6:19]
3 Jullie °goud en °zilver is verroest en hun °gif zal jullie tot getuigenis zijn en het gif zal jullie °vlees eten als vuur. Jullie sparen* op in de laatste dagen. 10 U zal hun vrucht van de aarde vernietigen en hun zaad van de zonen van de mens. (SW)[Psalm 21:10]
4 Neem het loon waar van de werkers die jullie °landstreken maaien*; die door jullie tekort gedaan zijn: schreeuwt! En het om hulp roepen van die oogsten* is binnengekomen tot in de oren van de Heer Shebaotlegerscharen. 13 En jij zal jouw naaste niet afpersen en jij zal niet roven. Het arbeidsloon van de huurling zal niet bij jou overnachten tot de ochtend. (SW)[Lev. 19:13] - 10 En Hij zegt: "Wat deed je? De stem van het bloedp van jouw broeder schreeuwt tot Mij vanaf de grond! (SW)[Gen. 4:10]
5 Jullie leven* in luxe op de aarde en jullie leiden* een verkwistend leven. Jullie voeden* jullie °harten als in een dag van slachting. 3 En U, JAHWEH, U kent mij. U ziet mij en U heeft mijn hart bij U getest. Ruk hen weg als een kudde kleinvee naar de slacht, en heilig hen tot de dag van doding. (SW)[Jer. 12:3]
6 Jullie verklaren* schuldig. Jullie vermoorden* de rechtvaardige; hij verzet zich niet tegen jullie.
7 Wees*m dan geduldig, broeders, tot de aanwezigheid van de Heer. Neem waar, de landbouwer wacht op de kostbare vrucht van de aarde, er geduldig mee zijnde, totdat ook maar hij de vroege en late vrucht in ontvangst zal nemen. 14 dat Ik regen zal geven op jullie land in het seizoen, de vroege regen en de late regen. En jij verzamelt jouw graan en jouw druivensap en jouw helder gemaakte olie, (SW)[Deut. 11:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

De "komst" van de Heer wordt speciaal toegepast op die tijdsperiode, bij de opening van de dag van de Heer, wanneer Hij Zijn werk van oordelen begint tot aan Zijn openlijke manifestatie. Dan zal het oordeel van de rijke man zijn en de afsluiting er van zal getuige zijn van hen die geduldig doorploeteren voor de prijs. In die era zal Hij handelen als Rechter (:9), want het in die rol dat Hij Zijn volk zuivert. Hoeveel beter is onze verwachting! Wij verwachten een Redder (Filip. 3.20), niet een Rechter!, want voor ons is er geen veroordeling.


8 Wees*m dan ook geduldig. Maak*m jullie °harten standvastig, want de aanwezigheid van de Heer is genaderd. 7 Van alle dingen echter is het einde genaderd. Wees* dan verstandig en wees* nuchter in gebeden (SW)[1Pet. 4:7]
9 Broeders, zucht niet tegen elkaar, opdat jullie niet geoordeeld zullen worden. Neem waar, de Rechter staat voor de deuren. 5 jullie, die een woord zullen afgeven aan Degene Die gereed staat om te oordelen* levenden en doden. (SW)[1Pet. 4:5]
10 Neemm, broeders, een voorbeeld aan mijn °kwaad lijden en aan het geduld. Jullie hebben de profeten die spreken in de naam van de Heer.
11 Neem waar! Wij rekenen hen gelukkig die, verdurend*, van het verduren van Job gehaat, vervolgde horen*, en jullie namen het einde van de Heer waar. Jullie namen waar dat de Heer zeer bewogen en medelijdend is. 12 Gelukkig is de talmende en hij zal tot aan duizend driehonderd vijf en dertig dagen bereiken. (SW)[Dan. 12:12] - 6 En JAHWEH passeert aan zijn aangezicht en Hij roept: "JAHWEH, JAHWEH, El Die medeldogend is en genadig, langzaam in boosheid en veel in vriendelijkheid en trouw (SW)[Ex. 34:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De hoogste aanmoediging voor de Besnijdenis is volharding. Redding zelf hangt af van volharden tot de voleinding. Dit is de natuurlijke vervulling van het evangeliegoede bericht van het koninkrijk, waarin geloof en werken beide essentieel zijn. In feite werken geloof en werken samen om volharding voort te brengen. Zonder geloof zou er geen aansporing zijn om voort te gaan, en zij die streven zouden de moed verliezen. Bij ons ligt de nadruk op geloven. Geloof in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is de grond voor genade die geen vermenging met werken toestaat, waar het redding betreft.


12 Vóór alles, echter, mijn broeders, zweerm niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch enige andere eed. Laat echter het ja van jullie ja zijn en het nee nee, opdat jullie niet onder een beoordeling zouden vallen. 34 Maar Ik zeg tot jullie helemaal niet te zweren*, noch bij de hemel, want dat is de troon van °God, [Hand. 7:49] [Commentaar] 35 noch bij de aarde, want die is de voetbank van Zijn voeten, noch bij Jeruzalem, want zij is de stad van de grote Koning, 36 noch bij jouw °hoofd zal jij zweren*, want jij kunt niet één haar wit maken* of zwart. 37 Maar laat jullie °woord ja ja en nee nee zijn. Het boven deze nu is vanuit de boosaardige. (SW)[Matt. 5:34-37] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Dit verbod is essentieel hetzelfde als dat welk door onze Heer werd gegeven (Matt. 5:34).


13 Lijdt iemand onder jullie kwaad? Laat hem bidden! Is iemand goed gehumeurd? Laat hem muziek maken!
14 Is iemand onder jullie zwak? Laat hem de oudsten van de ekklesia tot zich roepen* en laat hen over hem bidden*, hem insmerend* met olie in de naam van de Heer. 13 En zij wierpen vele demonen uit en zij smeerden vele ziekelijken in met olie en zij genazen. (SW)[Mar. 6:13]
15 En de gelofte van het geloof zal de uitgeput zijnde redden en de Heer zal hem doen oprijzen; en indien hij zonden gedaan zal hebben, het zal aan hem losgelaten worden. 16 In het geval dat iemand zijn °broeder zal waarnemen, een zonde zondigend niet tot de dood, zal hij verzoeken en Hij zal leven geven aan hem die zondigt niet tot de dood. Er is een zonde tot de dood. Ik zeg niet dat hij aangaande dat moet vragen. 17 Alle onrechtvaardigheid is zonde en er is zonde niet tot de dood. (SW)[1Joh. 5:16,17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

"Het gebed van geloof zal de zieken redden" is een zeer vrije vertaling van deze passage. Het woord dat zij zeven en dertig maal vertalen met "gebed" staat hier niet. In de plaats er van staat een van de elementen, dat de King James zelf weergeeft met "belofte" op de enige andere plaatsen waar het voorkomt (Hand. 18:18; 21:23). In geen van de contexten kan het gebed betekenen. Daarom zijn we er zeker van dat hier een belofte, en niet een gebed, is bedoeld.
Zo is het ook met het woord "stamelen". In Hebr. 12:3, de enig andere plaats, geven zij met weer met "vermoeid", omdat het kennelijk een synoniem is van "zwak". Maar ze wilden niet zeggen "de vermoeiden zal redden." Het kan zijn dat de belijdenis van zonden aan elkaar, dat hier wordt ingeprent, als voorwaarde voor genezing, de tekst is die oorspronkelijk leidde tot de biecht. Ze heeft geen aantrekkingskracht op hen die zich hun compleetheid in ChristusGezalfde bewust zijn en het exclusief geestelijke karakter van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers allesoverstijgende genade in deze bedeling.


16 Belijdm dan openlijk aan elkaar de zonden en bidm ten behoeve van elkaar, zodat jullie gezond gemaakt zullen worden. De smeekbede van de rechtvaardige, inwerkend, is zeer sterk.
17 Eliamijn God is JAH was een mens met aan ons soortgelijke emoties, en hij bad* in gebed dat het niet regent*, en het regende* drie jaargangen en zes maanden niet op het land. 1 En Elia, de Tisbiet, vanaf de vestigers van Gilead, zegt tot Achab: "Zo waar JAHWEH, Elohim van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta. Er zal deze jaren geen dauw en regen zijn, behalve alleen naar de mond van mijn woord." (SW)[1Kon. 17:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Eliamijn God is JAH bad in zijn gebed. Hij deelde geen lof en blaam uit aan mensen, noch probeerde hij mensen te vleien en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker iets voor te schrijven.


18 En weer bad* hij en de hemel gaf* een regenbui en de aarde ontkiemde* haar °vrucht. 42 En Achab gaat op om te eten en te drinken, maar Elia ging op naar de top van de Karmel en hij kromt voorover naar de aarde en hij plaatst zijn gezicht tussen zijn knieën. 43 En hij zegt tot zijn knaap: "Ga op, alstublieft, kijk in de weg van de zee." En hij gaat op en hij kijkt en hij zegt: "Er is niets." En hij zegt: "Keer terug!", zeven keren. 44 En het gebeurt bij de zevende keer dat hij zegt: "Een dichte wolk, klein als de handpalm van een man, opgaande vanaf de zee." En hij zegt: "Sta op, zeg tot Achab: Span in en daal af, dan zal de stortbui jou niet beteugelen." 45 En het gebeurt zo verder en verder, en de hemelen versomberden zich - dichte wolken en wind, en er komt een grote stortbui. En Achab rijdt en gaat naar Jizreël. (SW)[1Kon. 18:42-45] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Deze brief schijnt, op een vage manier, een letterkundige omkeer te zijn, dat wil zeggen: ieder onderwerp wordt één maal bekeken in de eerste helft, en er wordt opnieuw naar verwezen in de tweede helft, maar dan in omgekeerde volgorde. We hebben het verzoek om wijsheid in het begin (1:5) en het gebed om genezing bij het einde (5:13-16). Maar de overeenkomsten zijn niet voldoende nauw passend of opeenvolgend om een echte structuur van de brief te ontwikkelen.


19 Mijn broeders, in het geval dat iemand onder jullie afgedwaald zal zijn vanaf de weg van de waarheid, en iemand hem zou omkeren, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19-20

Het gevaar van afdwalen zal in de laatste dagen bijzonder groot zijn (Openb. 2:20; 12:9; 13:14). De bediening van herstel zal noodzakelijk zijn. Een misleide is in een slechtere staat dan een zieke. De oudsten kunnen de laatste helpen, iedereen kan de eerste helpen. De bediening heeft z’n eigen beloning. Het betekent niet dat iemand zijn eigen zonden kan bedekken door te proberen anderen te corrigeren – een veel te vaak voorkomende praktijk, zo vrezen wij.


20 laat hem weten dat hij die een zondaar omkeert* vanuit de dwaling van zijn weg, zijn °ziel zal redden vanuit de dood en een menigte aan zonden zal bedekken. 8 vóór alles de intense liefde in julliezelf hebbend, want liefde bedekt een menigte van zonden. (SW)[1Pet. 4:8]




Terug naar de index.
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.