Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 10

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie, wie niet door de deur binnenkomt tot in de schaapskooi van de schapen, maar op een andere plaats omhoog klimt, deze is een dief en een rover. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De oosterse schaapskooi was een afgesloten ruimte, omringd door een muur van ruwe stenen, vakkundig opgestapeld, zonder cement, van ongeveer een meter aan de voet, taps toelopend naar dertig centimeter aan de top, en van 120 tot 240 centimeter hoog. Een nauwe opening in deze muur vormde de ingang. Er was geen beweegbare poort of deur, maar de herder blokkeerde de ingang bij nacht met zijn lichaam en was zo zelf de deur. Om ’s nachts veilig te zijn voor de wilde beesten, moesten de schapen binnen komen tussen zijn uitgestrekte benen.

De schaapskooien waren gewoonlijk in wilde, zelden gebruikte plaatsen, onveilig gemaakt door Bedoeïenenrovers en door wilde beesten, zoals de jakhals, de hyena, de beer, het luipaard en de leeuw. Davidgeliefde streed met een leeuw en een beer terwijl hij de schapen van zijn vader bewaakte (1Sam. 17:36). Voor dit doel had de herder een zware eiken knuppel, van ongeveer zestig centimeter lengte, met een grote knobbel aan het einde, bezet met zware ijzeren spijkers.

Het andere einde had een lus voor rond zijn pols, om hem te helpen de knuppel vast te houden, of voor het vastmaken aan zijn leren gordel, wanneer hij buiten gebruik was. De herder had deze knuppel en een herdersstaf, de een voor de vijanden van de schapen, de ander voor de schapen zelf. Met de ene leidde hij hen, met de andere verdedigde hij hen, zelfs met gevaar voor eigen leven.

De Psalmist stond er op: "wij zijn het volk Zijner weide, en de schapen Zijner hand," (Psalmen 95:7. Zie ook Ps 7:41, 77:20, 78:52, 70, 79:13, 80:1). Jesajaheil is JAH voorzegt de tijd wanneer Hij Zijn kudde zal voeden als een Herder (Jes. 40:11). Jeremiaverhogen doet JAH spreekt een wee uit over de geestelijke herders in Israëlstrijder van God en voorspelt hun terugkeer uit de landen waarheen Hij hen had verdreven (Jer. 23:1-4). Ezechiël spreekt langdurig over de natie onder dit beeld (Eze. 34:1-24). Nu neemt onze Heer dezelfde metafoor op en kondigt Zichzelf aan als de ware Herder van Israëlstrijder van God.

Dit beeld wordt vastgehouden doorheen de Besnijdenisbrieven. Petrusrots heeft in het bijzonder de opdracht om Zijn schapen te voeden (21:16) en roept zijn lezers op hetzelfde te doen. Dit beeld wordt nooit gebruikt voor de naties in de huidige bedeling van genade, want de Koning is een herder, zoals Davidgeliefde dat was. In plaats dat Zijn volk Hem bewaakt en voedt, voedt en verdedigt Hij hen. Onze vertalers hebben het werkwoord "heersen/regeren" bij vier gelegenheden weergegeven (Matt. 2:6; Openb. 2.27; 12.5; 19:15). De naties als zodanig worden afgebeeld door wilde dieren, zoals een leeuw, een luipaard, of een beer. Onze relatie met ChristusGezalfde is veel intiemer dan zelfs die van de zachtmoedige oosterse herder met zijn schapen, want Hij is ons Hoofd en wij zijn leden van Zijn lichaam. Het lichaam van ChristusGezalfde is de enige levende vorm van de aarde in de hemelen, en het is het beeld van onze hemelse plaats en waardigheid, alsook ons vitale contact met ons Hoofd.


2 Maar die binnenkomt door de deur is de herder van de schapen.
3 Voor deze doet de deurwachter open en de schapen horen zijn °stem. En hij ontbiedt de eigen schapen bij naam en hij leidt ze uit. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

JohannesJAH is genadig de Doper was de deurwacht die de deur opende voor de ware Herder. Veel anderen zijn gekomen, opeisend dat zij de herder van Israëlstrijder van God waren, maar zij kwamen niet op de door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker afgesproken manier.


4 En wanneer ook maar hij al de eigen schapen zou uitdrijven, gaat hij hen voor en de schapen volgen hem, want zij hebben zijn °stem waargenomen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

De oosterse herder drijft zijn schapen nooit, hij roept ze. Ze zullen nooit naar een vreemde stem luisteren.


5 Een buitenstaander zullen zij echter niet volgen, maar zij zullen van hem af vluchten, want zij hebben de stem van de buitenstaanders niet waargenomen."
6 °JezusJAH redt zei tot hen deze °beeldspraak, maar dezen weten niet wat het was dat Hij tot hen sprak. 1 Wee de herders die vernietigen en die de kudde kleinvee van Mijn weide verstrooien, zegt JAHWEH met nadruk. 2 Daarom, zo zegt JAHWEH, Elohim van Israël, over de herders die Mijn volk weiden: Jullie, jullie verstrooiden Mijn kudde kleinvee en jullie verdrijven hen en jullie merken hen niet op! Aanschouw!, Ik zal gericht brengen over jullie kwade handelingen , zegt JAHWEH met nadruk. (SW)[Jer. 23:1,2]
7 °JezusJAH redt dan zei weer tot hen: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie dat Ik de Deur van de schapen ben.
8 Allen, zovelen als vóór Mij kwamen, zijn dieven en rovers, maar de schapen horen* niet naar hen. 20 Dit is de poort tot JAHWEH. Rechtvaardigen zullen er door binnen komen. (SW)[Psalm 118:20]
9 Ik ben de Deur. In het geval dat iemand door Mij zal binnen komen, hij zal gered worden en zal binnen komen en zal naar buiten komen en zal een weide vinden.
10 De dief komt niet anders dan dat hij zou stelen en dat hij zou slachten en dat hij zou ombrengen. Ik kwam opdat zij aionisch leven zullen hebben en zij het bovenmatig zullen hebben.
11 Ik ben de ideale °Herder. De ideale °Herder plaatst Zijn °ziel ten behoeve van de schapen. 1 Een Davidische psalm. JAHWEH is mijn Herder, ik heb geen gebrek. (SW)[Psalm 23:1] - Hierdoor hebben wij de liefde gekend: dat Deze ten behoeve van ons Zijn °ziel in de waagschaal plaatste*. Ook wij zijn verschuldigd ten behoeve van de broeders onze °zielen in de waagschaal te plaatsen*. (SW)[1Joh. 3:16] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

In Zijn vernedering was Hij de ideale Herder Die Zijn schapen verdedigde. In Zijn verhoging is Hij de grote Herder, Die hen voedt (Hebr. 13.20).


12 De huurling echter, die niet de herder is, van wie het niet de eigen schapen zijn, aanschouwt de wolf komende en verlaat de schapen en vlucht. En de wolf rooft ze en verspreidt de schapen. Ik heb echter waargenomen dat, na mijn buiten °bereik zijn, zware wolven tot in jullie binnen zullen komen, het kuddetje niet sparend. (SW)[Hand. 20:29]
13 De huurling nu vlucht omdat hij huurling is en het deert hem niet aangaande de schapen.
14 Ik ben de ideale °Herder en Ik ken de Mijne en de Mijne kennen Mij, Niettemin staat het vaste fundament van °God, dit °zegel hebbend: de Heer kende die van Hem zijn. En laat ieder die de naam van de Heer noemt, afstand nemen van onrechtvaardigheid. (SW)[2Tim. 2:19] - Alles werd Mij overgegeven* onder Mijn °Vader en niemand herkent de Zoon dan de Vader, noch herkent iemand de Vader dan de Zoon en wie de Zoon van plan is Hem te onthullen*. (SW)[Matt. 11:27]
15 zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. En Mijn °ziel plaats Ik ten behoeve van de schapen. Groter liefde dan deze heeft niet één: dat iemand zijn °ziel zal plaatsen ten behoeve van zijn °vrienden.(SW)[Joh. 15:13]
16 En andere schapen heb Ik, die niet vanuit deze °schaapskooi zijn. Het is voor Mij bindend ook die te leiden en zij zullen Mijn °stem horen en zij zullen één kudde worden, met één Herder. 8 Een met nadruk zeggen van mijn Heer JAHWEH, Die de verdrevenen van Israël bijeen roept: Ik zal bij hem meer bijeen roepen, bij die van hem die al bijeen geroepen worden. (SW)[Jes. 56:8] - 23 En Ik zal over hen één herder doen opstaan en hij zal hen weiden: Mijn dienaar David. Hij zal hen weiden en hij zal voor hen tot herder zijn.(SW)[Eze. 34:23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

De verstrooiing, buiten het land, werd door Petrusrots bereikt (1Pet. 1:1) in zijn twee brieven.


17 Vanwege dit heeft de Vader Mij lief, dat Ik Mijn °ziel plaats, opdat Ik haar weer in ontvangst zal nemen. De Vader heeft de Zoon lief en heeft alles tot in Zijn °hand gegeven. (SW)[Joh. 3:35] - Hij vernederde* Zichzelf, gehoorzaam wordend tot de dood, echter de dood van het kruis.(SW)[Filip. 2:8]
18 Niemand neemt haar van Mij weg, maar Ik plaats haar, uit Mijzelf. Ik heb autoriteit haar te plaatsen* en Ik heb autoriteit haar weer in ontvangst te nemen. Dit voorschrift nam Ik in ontvangst bij Mijn °Vader." Die bepaald wordt °Zoon van God, in macht, overeenkomstig de geest van heilig zijn, vanuit opstanding van doden, Jezus Christus, onze °Heer (SW)[Rom. 1:4] - Maar opdat de wereld zal weten* dat Ik de Vader liefheb en zoals de Vader Mij instructie geeft, zo doe Ik. Kom overeind! Wij zullen hier vandaan gaan."(SW)[Joh. 14:31]
19 Weer kwam* er een scheuring in de Joden, vanwege deze °woorden. Dan kwam* er een scheuring in de schare, vanwege Hem. (SW)[Joh. 7:43]
20 Velen vanuit hen nu zeiden: "Hij heeft een demon en hij is gek. Waarom horen jullie van hem?" 21 En het horend*, kwamen* die met Hem zijn naar buiten om Hem te vatten, want, zeiden zij, men was* buiten zichzelf. 22 En de schriftgeleerden die afdaalden* van Jeruzalem zeiden: "Hij heeft Beëlzebul" en "In naam van de overste van de demonen werpt hij de demonen uit!" (SW)[Marc. 3:21,22]
21 Anderen echter zeiden: "Deze °uitspraken zijn niet van een demonisch gedreven wordende. Een demon kan toch niet ogen van blinden openen*?"
22 Toen werd* het VernieuwingsfeestChanoeka1) in °Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter. En het was winter. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Het Vernieuwingsfeest (Chanoeka) moet verwijzen naar de herinwijding van de tempel, na drie jaar van ontheiliging door Antiochus Epifanes, in de dagen van Judaslof (Griekse vorm van Juda) Maccabeüs, want Salomoman van vrede’s tempel werd ingewijd in de zevende maand, en dat was rond de herfst equinox. Zerubbabelspruit uit Babels tempel werd ingewijd in de twaalfde maand, het begin van de lente, maar Judalof Maccabeüs hield zijn inwijding acht dagen lang, beginnend op de vijf en twintigste dag van de zevende maand – midden in de winter. Trouwens, noch Salomoman van vrede noch Zerubbabelspruit uit Babel maakten het tot een jaarlijkse viering. JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind)us vertelt er over in zijn Oudheden, boek XII, hoofdstuk 7. Hij neemt zijn verslag over uit het eerste boek van Maccabeeën, IV, 36-59, en het tweede boek, X, 5-8.

Dit feest was niet een goddelijke afspraak, en ontsierde de grote serie van zeven feesten die een profetische voorzegging zijn van Israëlstrijder van Gods geschiedenis. Deze zijn er in twee groepen, waarvan er een is vervuld en een nog toekomst is. Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte, Ongezuurde broden, Eerstelingen en Pinksteren zijn nu geschiedenis. Trompetten, Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest zullen vervuld worden wanneer Israëlstrijder van God weer in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers bestek voor komt. Na het millennium, wat het antitype is van het Loofhuttenfeest, zal er geen herinwijding zijn van de tempel. In tegendeel, de tempel en de aanbidding er in zullen opgevolgd worden door een verzoening waarvoor geen ritueel nodig is.

Het Vernieuwingsfeest (Chanoeka) was een sentimentele, menselijke verjaardag, die nooit ingevoerd zou zijn als het volk niet blind zou zijn geweest voor de schitterende betekenis van JAHWEHs perfecte serie feesten. Het wordt gewoonlijk het Lichtenfeest genoemd. Dat was het ook voor de blinde man! Maar voor de Joden als natie was dit licht – een menselijke aanvulling van de wet en ritueel – duisternis. En wat was hun duisternis groot! Indien ons geloof in de mens en zijn werken is, hoe nutteloos is het dan!

De vele kerkfeesten van vandaag zijn als het Vernieuwingsfeest, zonder fundament in waarheid, hoe ze ook een beroep doen op religieuze gevoelens. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers feesten werden gevuld met geestelijk belang en kracht, dat nu het niet vieren van dagen en gestelde seizoenen vereist.


23 En °JezusJAH redt wandelde in de gewijde plaats, in de zuilengalerij van °Salomoman van vrede. En terwijl hij °Petrus en °Johannes vasthield, liep al het volk vol verbazing samen naar hen in de zuilengalerij, die van Salomo genaamde. Men was van streek. (SW)[Hand. 3:11]
24 De Joden dan omringen* Hem en zeiden tot Hem: "Tot wanneer tilt u onze °ziel op? Indien u de ChristusGezalfde bent, zeg het ons in vrijmoedigheid." "Indien u de Christus bent, zeg* het ons." Hij nu zei tot hen: "In het geval Ik het jullie zal zeggen, zouden jullie het toch niet geloven. (SW)[Luc. 22:67]
25 °JezusJAH redt antwoordde* hen: "Ik zei het jullie en jullie geloven niet de werken die Ik doe in de naam van Mijn °Vader; deze dingen geven getuigenis aangaande Mij. Ik nu heb de getuigenverklaring groter dan van °Johannes, want de werken die de Vader aan Mij heeft gegeven, opdat Ik ze tot volmaaktheid zou brengen, zij, die werken, die doe Ik, getuigenis gevend aangaande Mij dat de Vader Mij heeft afgevaardigd. (SW)[Joh. 5:36]
26 Maar jullie geloven niet, omdat jullie niet vanuit °Mijn °schapen zijn, zoals Ik tot jullie zei. Maar er zijn sommigen onder jullie die niet geloven." Want °Jezus had vanaf het begin waargenomen wie het zijn die niet geloven en wie het is die Hem zal overleveren. (SW)[Joh. 6:64]
27 °Mijn °schapen horen °Mijn °stem. En Ik ken ze en zij volgen Mij. Die vanuit °God is, hoort de uitspraken vanuit °God. Daarom horen jullie niet, omdat jullie niet vanuit °God zijn." (SW)[Joh. 8:47]
28 En Ik geef hen aionisch leven en zij zouden zeker niet in de aion verloren gaan. En niemand zal ze vanuit Mijn °hand grissen. 15 opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar dat hij aionisch leven zal hebben. 16 Want °God heeft* de wereld zo lief, dat Hij de Zoon, de enigverwekte, geeft*, opdat elke in Hem gelovende niet verloren* zal gaan, maar dat hij aionisch leven zal hebben. (SW)[Joh. 3:15,16] - Dit nu is de wil van Die Mij zendt*, dat van alles wat Hij aan Mij gegeven heeft, Ik niets daarvan zou verliezen, maar Ik het zal doen opstaan in de laatste dag. (SW)[Joh. 6:39]
29 Mijn °Vader, Die hen aan Mij heeft gegeven, is groter dan alles, en niemand kan hen vanuit de hand van Mijn °Vader grissen. Jullie horen* dat Ik tot jullie zei: 'Ik ga heen en Ik kom naar jullie toe.' Indien jullie Mij lief hadden, verheugden jullie je dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik.(SW)[Joh. 14:28]
30 Ik en de Vader zijn Één!" 21 opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, opdat ook zij in Ons zullen zijn, opdat de wereld zou geloven dat U Mij afvaardigt*. 22 En Ik heb hen de heerlijkheid gegeven die U Mij heeft gegeven, opdat zij één zullen zijn zoals Wij één zijn,(SW)[Joh. 17:21,22]
31 Dan dragen* de Joden weer stenen aan, opdat zij Hem zouden stenigen. Zij dan pakken* stenen op, opdat zij op Hem zouden werpen. Maar Jezus werd verborgen* en kwam* uit de gewijde plaats. En doorheen hun midden komende, ging Hij en passeerde zo.(SW)[Joh. 8:59]
32 °JezusJAH redt antwoordde* hen: "Vele ideale werken toon* Ik aan jullie vanuit Mijn °Vader. Vanwege welk werk daarvan stenigen jullie Mij?" Want de Vader houdt veel van de Zoon en Hij toont Hem alles wat Hij Zelf doet. En grotere werken dan deze zal Hij aan Hem tonen, opdat jullie je zullen verwonderen. (SW)[Joh. 5:20]
33 De Joden antwoordden* Hem: "Wij stenigen u niet vanwege een ideaal werk, maar vanwege lastering en omdat u, mens zijnde, uzelf Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker maakt." 16 En iemand die de naam van JAHWEH smaadt zal ter dood gebracht worden, ja ter dood gebracht worden. Heel de vergadering zal hem bekogelen, ja bekogelen met stenen, zowel de tijdelijke verblijver als de inheemse. Vanwege zijn lasteren van de Naam zal hij ter dood gebracht worden. (SW)[Lev. 24:16] - Vanwege dit dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden*, omdat Hij niet alleen de sabbat ontbond, maar dat Hij ook zei dat Zijn Vader °God is, Zichzelf gelijk makend met °God. [ (SW)[Joh. 5:18]
34 °JezusJAH redt antwoordde* hen: "Is er niet in jullie °wet geschreven: 'Ik zeg*, jullie zijn goden!' 8 Sta op, Elohim, spreek echt over de aarde, want U zal het lotbezit hebben in al de naties!" (SW)[Psalm 82:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34

De term "goden" wordt vertaald met "richters" in Exodus 21:6, 22:8,9, waar het naar mensen verwijst. Maar onze Heer doet hier geen beroep op, maar op Psalm 82:6, waar de context duidelijk de mens uitsluit. De machtige geestelijke krachten van het verleden, die de zaken van de mens te niet doen, worden door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zelf zonen genoemd. Zelfs SatanTegenstander wordt een zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker genoemd (Job 1.6). Hij wordt de god van deze aion genoemd (2Kor. 4:4). Indien nu Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker tot deze onderschikkers zegt "jullie zijn goden," ondanks het feit dat zijn er niet in slaagden om het kromme van de aarde recht te maken, hoeveel meer zal Hij Hem Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker noemen Die hen zal onteigenen? Van Hem zegt Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker in Psalm 82:8…

"Sta op, o Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle naties."

Hij was bezig geweest de daden van deze zonen van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ongedaan te maken en voor hun ogen alles te doen wat van Hem was voorzegd. En toch dachten ze dat ze niet blind waren!


35 Indien Hij zei dat dezen goden waren tot wie het woord van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker kwam* (en het Geschrift kan niet ontbonden* worden), Want amen, Ik zeg jullie, tot ooit de hemel en de aarde voorbij zal gaan*, zal geen jota of hoornachtig schrifttekentje van de wet voorbij gaan*, totdat alles gebeurd zal zijn. (SW)[Matt. 5:18]
36 zeggen jullie van wie de Vader heiligt* en tot in de wereld afvaardigt*: 'U lastert Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker', omdat Ik zei: 'Ik ben Zoon van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker'? En wij hebben geloofd en wij hebben geweten dat U de Heilige van °God bent." (SW)[Joh. 6:69] - Want °God vaardigt* Zijn °Zoon niet af tot in de wereld opdat Hij de wereld zou oordelen, maar dat de wereld door Hem gered zal worden. (SW)[Joh. 3:17] - 17 Maar °Jezus antwoordt* hen: "Mijn °Vader werkt tot dit moment en Ik werk." 18 Vanwege dit dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden*, omdat Hij niet alleen de sabbat ontbond, maar dat Hij ook zei dat Zijn Vader °God is, Zichzelf gelijk makend met °God. 19 Dan antwoordt* °Jezus en zei tot hen: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie, de Zoon kan niets uit Zichzelf doen, in het geval Hij het niet zal bekijken dat de Vader het doet. Want welke dingen Hij ook zal doen, deze dingen doet ook de Zoon evenzo. 20 Want de Vader houdt veel van de Zoon en Hij toont Hem alles wat Hij Zelf doet. En grotere werken dan deze zal Hij aan Hem tonen, opdat jullie je zullen verwonderen. (SW)[Joh. 5:17-20]
37 Indien Ik niet de werken van Mijn °Vader doe, geloofm Mij niet!
38 Maar indien Ik ze doe en indien jullie niet in Mij geloven, geloofm in de werken, opdat jullie zullen weten en jullie zullen geloven dat in Mij de Vader is en Ik in de Vader ben." opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, opdat ook zij in Ons zullen zijn, opdat de wereld zou geloven dat U Mij afvaardigt*.(SW)[Joh. 17:21]
39 Zij dan zochten weer Hem te pakken* en Hij ontkwam vanuit hun °hand. Zij dan zochten Hem te pakken*. En niemand wierp* de hand op Hem, omdat Zijn °uur was nog niet was gekomen. (SW)[Joh. 7:30] - Hij nu, door hun midden komend, ging*. (SW)[Luc. 4:30]
40 En Hij kwam weer weg aan de overkant van de Jordaande afdalende, tot in de plaats waar JohannesJAH is genadig vroeger doopte. En Hij blijft* daar. En tot haar binnen komende*, zei* de boodschapper: "Verheug je, begenadigd zijnde vrouw! De Heer is met jou; jij bent de gezegend wordende onder de vrouwen!" (SW)[Joh. 1:28]
41 En velen kwamen naar Hem toe en zeiden: "JohannesJAH is genadig deed* inderdaad geen enkel teken, maar alles, zoveel als JohannesJAH is genadig over Deze zei, was waar."
42 En velen daar geloven* in Hem. Toen Hij nu in °Jeruzalem was in het Pascha, in het feest, geloven* velen tot in Zijn °naam, van Hem de tekenen aanschouwend die Hij deed. (SW)[Joh. 2:23]

1) Vernieuwingsfeest of Chanoeka. Een feest ter herinnering aan de inwijding van de tempel na de herovering en reiniging door de Makkabeeën in 164 v.Chr., na de verontreiniging door Antiochus IV Epifanes. Ongeveer midden december.





Terug naar de index.
Naar Johannes 11
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.