Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 12

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 °JezusJAH redt dan kwam zes dagen vóór het Paschahet paasmaal tot in Betaniëhuis van dadels of huis van ellende, waar LazarusGod heeft geholpen was, de gestorven zijnde, die °JezusJAH redt vanuit doden wekt*. Er was nu iemand, een zwak zijnd mens, Lazarus van Betanië, uit het dorp van Maria en van Martha, haar °zus. (SW)[Joh. 11:1] - 43 En deze dingen zeggend*, roept* Hij luidkeels, met een grote stem: "Lazarus! Kom hier, naar buiten!" 44 De gestorvene kwam* naar buiten, de voeten en de handen gebonden zijnde met wikkeldoeken en zijn gelaat was rondom gebonden met een zweetdoek. °Jezus zegt tot hen: "Maak* hem los en laat* hem gaan." (SW)[Joh. 11:43,44] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-8

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:6-13; Markuseen verdediging 14:3-9.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

We worden nu getrakteerd op een mooi symbolisch plaatje van de drievoudige fase van het opstandingsleven. De heiligen zullen Hem dienen zoals Marthavrouw des huizes, meesteres (Aramees) deed. Ze zullen met Hem delen zoals LazarusGod heeft geholpen deed. Ze zullen Hem aanbidden zoals Mariahun opstand (??) deed. In deze ontaarde dagen hebben we vergeten dat er één ding nodig is, en dat is niet dienen of offeren, maar zitten aan de voeten van onze Heer en luisteren naar Zijn woord. Dienen heeft z’n plaats, maar het is niet, zoals Marthavrouw des huizes, meesteres (Aramees) dacht, de grote noodzaak. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker kan genoeg dienaren krijgen. Hij heeft er vele die veel krachtiger zijn dan wij. Hij kan zelfs de elementen Zijn wil laten doen. Hij ziet uit naar aanbidding en ware aanbidding komt alleen van een hart dat is afgestemd op Zijn genade. Marthavrouw des huizes, meesteres (Aramees) diende, zoals ze altijd deed, hoewel ze had geleerd niet bezorgd te zijn door de details er van. Mariahun opstand (??) zit niet langer aan Zijn voeten, maar aanbidt daar, en "verspilt" het meest op prijs gestelde bezit van een vrouw er aan, en veegt ze af met de heerlijkheid van een vrouw. Het is de meest verheven daad van welk van Zijn discipelen dan ook. Net als wij waren ze gewoonlijk uit op zegen voor zichzelf, in plaats van te proberen Hem te geven waar Zijn hart naar hongerde. Het is niet wat we krijgen, maar wat we geven aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker dat het doel vervult waarvoor Hij ons vormde en begunstigde. Laten we zo bekoord worden door Zijn voortreffelijkheden dat ook wij onze meest kostbare bezittingen "verspillen" in aanbidding aan Zijn voeten. Niets is te goed voor Hem! Niets gaat verloren dat dient om onze bewondering uit te drukken, niets dat onze liefde overbrengt wordt verspild.

Maar aanbiddend antwoord is onmogelijk buiten de voorbereiding van het hart om, die alleen komt aan hen die de schatten van Zijn woord doorzoeken. Alleen de ontdekkingen van Zijn wijsheid en genade kunnen het hart inperken voor het impulsieve en onberekende tentoonspreiden van overvloedige aanhankelijkheid die Hem genoegen doet. Een hart, antwoordend op Zijn liefde, is beter dan alle dienen en ceremonie van een myriade van slaven die gedreven worden door angst of gunst.


2 Zij dan maken* voor Hem daar een avondmaaltijd en °Martavrouw des huizes, meesteres (Aramees) bediende. °LazarusGod heeft geholpen nu was één vanuit hen die samen met Hem aan tafel aanliggen. Martha nu werd afgeleid* door het vele bedienen. Er nu bij staande*, zei zij: "Heer, deert het U niet dat mijn zus mij alleen liet om te bedienen? Zeg* dan tot haar opdat zij mij te hulp zal komen." (SW)[Luc. 10:40]
3 °Mariahun opstand (??) dan, een pond zalfolie van de echte NardusNardus is de naam van een plant en van de kostbare, welriekende (aangenaam geurende) olie of zalf, bereid uit de wortels van de in India voorkomende nardusplant. Nardus werd gebruikt bij de voorbereidingen voor een begrafenis. , van hoge waarde, nemend, smeert* de voeten van °JezusJAH redt in en droogt* met haar haren Zijn °voeten af. En het woonhuis werd vervuld* meteig. vanuit de geur van de zalfolie. 37 En neem waar, een vrouw die in de stad was, een zondares. En te weten komend dat Hij neerligt in het woonhuis van de Farizeeër, een albasten kruikje met zalfolie ophalend* 38 en achter Hem staande*, bij de voeten van ° Jezus, huilend, begint* zij met °tranen Zijn °voeten te beregenen. En met de haren van haar °hoofd droogde zij ze af en zij kuste met genegenheid Zijn °voeten en zij smeerde ze in met de zalfolie. (SW)[Luc. 7:37,38] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

De term "zalf" wordt nu in het bijzonder gebruikt voor vettige of hard gemaakte oliën, maar de geurstoffen die in het oosten worden gebruikt, zijn vrijwel alle oliën. Dit schijnt de enig bevredigende westerse term te zijn voor de kostbare geurstof die Mariahun opstand (??) gebruikte.


4 Judaslof (Griekse vorm van Juda - lof) °Iskariotman uit Keriot nu, één vanuit Zijn °leerlingen (die op het punt stond Hem over te leveren*), zegt: Hij nu zei dit van Judas, van Simon Iscariot, want deze, één van de twaalf, stond op het punt Hem over te leveren.(SW)[Joh. 6:71]
5 "Vanwege wat werd deze zalfolie niet verhandeld* voor driehonderd denariën en aan armen gegeven*?" Want dit zou voor veel verhandeld* kunnen worden en aan de armen gegeven*." (SW)[Matt. 26:9]
6 Hij nu zei dit niet omdat het hem deerde aangaande de armen, maar omdat hij een dief was, het geldkistje hebbend. En hij droeg het ingeworpene.
7 °JezusJAH redt dan zei: "Laat haar, opdat zij het zou bewaren tot in de dag van Mijn °begrafenis. Want zij, deze zalfolie op Mijn °lichaam gietend*, doet* zij dit voor Mijn begrafenis. (SW)[Matt. 26:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Met de vreselijke beproeving van de dood voor ogen, vond onze Heer geen gemeenschap met Zijn discipelen in het voor Hem liggende verdriet. Net als Petrusrots konden zij zo’n gedachte niet bevatten. Maar het schijnt dat Mariahun opstand (??), van al Zijn vrienden, had geleerd Zijn woorden te geloven. Ze keek vooruit naar Zijn dood en het graf. Is het dan een wonder dat zij de eerste is bij het graf op de opstandingsmorgen en als eerste spreekt met de opgestane ChristusGezalfde?


8 Want de armen hebben jullie altijd bij jullie, maar Mij hebben jullie niet altijd." 11 Want de behoeftige zal in het midden van het land niet ontbreken, daarom geef Ik jou tot instructie, zeggend: Jij zal jouw hand open doen. ja open doen, voor jouw broeder, voor jouw nederige en voor de behoeftige in jouw land. (SW)[Deut. 15:11] - Want de armen hebben jullie altijd bij je, maar Mij hebben jullie niet altijd. (SW)[Matt. 26:11]
9 De talrijke schare vanuit de Joden, dan, wist dat Hij daar is. En zij kwamen niet alleen vanwege °JezusJAH redt, maar ook opdat zij °LazarusGod heeft geholpen zullen waarnemen, die JezusJAH redt vanuit doden wekt*. 43 En deze dingen zeggend*, roept* Hij luidkeels, met een grote stem: "Lazarus! Kom hier, naar buiten!" 44 De gestorvene kwam* naar buiten, de voeten en de handen gebonden zijnde met wikkeldoeken en zijn gelaat was rondom gebonden met een zweetdoek. °Jezus zegt tot hen: "Maak* hem los en laat* hem gaan."(SW)[Joh. 11:43,44]
10 Maar ook de hogepriesters beraadslagen* opdat zij ook °LazarusGod heeft geholpen zullen doden, Vanaf die dag dan beraden* zij zich gezamenlijk, opdat zij Hem zullen doden. (SW)[Joh. 11:53]
11 want vanwege hem gingen velen van de Joden heen en geloofden in °JezusJAH redt. Velen van de Joden, die bij °Maria kwamen* en gadeslaan* naar wat Hij doet*, geloven* in Hem. (SW)[Joh. 11:45]
12 De volgende morgen komt de talrijke schare tot in het feest, horend* dat °JezusJAH redt tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter komt. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12-19

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 21:4-11; Markuseen verdediging 11:7-10; Lukaslichtgevend 19:35-40.


13 Zij namen de bladertakken van de palmen en zij kwamen uit om Hem tegemoet te gaan. En zij riepen luidkeels: "Hosanna!*1) Gezegend wordt Die komt in de naam van de Heer!" en "De Koning van °Israëlstrijder van God!" 26 Gezegend is die komt in de Naam van JAHWEH. Wij zegenen jullie vanuit het huis van JAHWEH. (SW)[Psalm 118:26] - "Anderen redt* hij, maar zichzelf kan hij niet redden*! Indien hij koning van Israël is, laat hem nu van het kruis afdalen* en wij zullen in hem geloven! (SW)[Matt. 27:42] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Zie Psalmen 118:25-26


14 °JezusJAH redt nu, een ezeltje vindend, gaat er op zitten*, zoals geschreven is:
15 "Vrees toch niet, °dochter van Sionburcht! Neem waar, jouw Koning komt, zittend op het veulen van een ezelin." 9 Jubel uitermate uitbundig, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Aanschouw!, jouw koning zal tot jou komen. Rechtvaardig en redding brengend is Hij, nederig en rijdend op een ezel, op een veulen, zoon van een ezelin. (SW)[Zach. 9:9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

Zie ZachariaJAH gedenkt 9:9.


16 Deze dingen echter weten* Zijn °leerlingen eerst niet, maar toen JezusJAH redt werd verheerlijkt*, dán werden zij er aan herinnerd* dat deze dingen over Hem geschreven zijn en zij deze dingen met Hem doen*. Toen Hij dan werd gewekt* vanuit doden, worden Zijn °leerlingen er aan herinnerd* dat Hij dit zei. En zij geloven* het Geschrift en het woord dat °Jezus zei. (SW)[Joh. 2:22]
17 De schare dan, die met Hem was toen Hij °LazarusGod heeft geholpen vanuit het grafgewelf ontbood* en hem vanuit de doden wekte*, gaf getuigenis.
18 Vanwege dit ook gaat* de talrijke schare Hem tegemoet, omdat zij horen* dat Hij dit °teken had gedaan.
19 De Farizeeënafgescheidenen, dan, zeggen* tot zichzelf: "Jullie aanschouwen dat jullie niets baten! Neem waar, de wereld kwam weg, achter Hem aan." In het geval dat wij hem zo zouden laten, zullen allen in hem geloven, en de Romeinen zullen komen en zij zullen van ons én de plaats én de natie wegnemen." (SW)[Joh. 11:48]
20 Nu waren er enige Grieken vanuit die omhoog gaan, opdat zij in het feest zouden aanbidden.
21 Dezen dan kwamen tot Filippuspaardenvriend, die vanaf Betsaïdahuis van de visvangst in °Galileakring was, en zij vroegen hem, zeggend: "Heer, wij willen °JezusJAH redt waarnemen." °Filippus nu was van Bethsaïda, uit de stad van Andreas en Petrus. (SW)[Joh. 1:44] - En hij zocht °Jezus waar te nemen, om te zien wie Hij is. En hij kon het niet vanwege de schare, omdat hij klein van °postuur was.(SW)[Luc. 19:3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Misschien is de meest zekere index van de geestelijk toestand en ervaring van gelovigen wel de manier waarop zij de naam en titels van onze Heer gebruiken. Het veel voorkomend gebruik van Zijn persoonlijke naam is schokkend voor het geestelijke oor. Alleen Zijn vijanden en zij die niet met Hem bekend zijn, zoals deze Grieken, spraken Hem aan of spraken over Hem, familiair, met de naam die Hij bij Zijn geboorte had ontvangen. Zij die Hem kenden en geleerd hadden van Hem te houden, gaven Hem altijd een titel die paste bij de gelegenheid. Hij was een Leraar voor Zijn discipelen, Meester met verwijzing naar Zijn wijsheid, Heer of Meester voor Zijn slaven, en ChristusGezalfde of MessiasGezalfde voor Zijn trouwe onderdanen. Voor hen was Hij JezusJAH redt de ChristusGezalfde, in vernedering. Voor ons is Hij ChristusGezalfde JezusJAH redt, in heerlijkheid. Natuurlijk is het voor ons iets kleins om over Hem te spreken zoals Hij verdient! Laten we niet Zijn hoge waardigheid degraderen door Zijn menselijke naam te gebruiken zonder tenminste een van de titels van Zijn heerlijkheid.


22 °Filippuspaardenvriend komt en hij zegt het tot °Andreasde mannelijke, de sterke. Andreasde mannelijke, de sterke en Filippuspaardenvriend komen weer en zij zeggen het tot °JezusJAH redt.
23 °JezusJAH redt nu antwoordt hen, zeggend: "Het uur is gekomen opdat de Zoon van de mens verheerlijkt zou worden. Deze dingen spreekt* °Jezus en Zijn °ogen omhoog heffend naar de hemel, zei Hij: "Vader! Het uur is gekomen, verheerlijk* Uw °Zoon, opdat Uw °Zoon U zou verheerlijken*,(SW)[Joh. 17:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Het schijnt dat we hier een vooruitblik hebben op het komende koninkrijk. Hij gaat in triomf Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter binnen, tot op de dag nauwkeurig, zoals voorzegd door Daniëlrechter is God, de profeet (Dan. 9:25). De verontwaardigde Farizeeënafgescheidenen bevestigen dat de wereld achter Hem aan ging, en dat zelfs de Grieken met Hem bekend wilden zijn, aangezien de naties in het milleniale koninkrijk zullen optrekken naar Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter.

Er is geen aanwijzing dat de nieuwsgierigheid van de Grieken werd bevredigd. In het koninkrijk zullen ze hun plaats hebben, maar voor die tijd, regelrecht tegen Zijn pad in, is er de dood die de weg zal openen voor de zegen van allen. De Grieken moeten wachten tot de tarwekorrel is gestorven.


24 Amen! Amen! Ik zeg tot jullie, in het geval de zaadkorrel van het graan, tot in de aarde vallend, niet zal sterven, blijft hij alleen. In het geval echter dat hij zal sterven brengt hij veel vrucht voort. Onverstandige! Wat jij zaait wordt niet levend gemaakt, in het geval dat het niet zal sterven. (SW)[1Kor. 15:36] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Het milleniale gezicht gaat langzaam weg en maakt plaats voor de zwarte schaduwen van Golgothaschedel. De Koning was gekomen, maar ze kenden Hem niet. De koninkrijksverkondiging wordt ingetrokken. De dood dreigt groot in de verte. De Tarwekorrel moet sterven. Alleen in opstanding kan de nauwe eenheid met de Zijnen gerealiseerd worden, waarnaar Hij zo verlangde.


25 Die veel van zijn °ziel houdt, doet hem verloren gaan. En die zijn °ziel in deze °wereld haat, zal hem bewaken tot in aionisch leven. Want in het geval dat hij zijn °ziel zal willen redden, zal hij haar vernietigen; wie ooit zijn °ziel vanwege Mij en het evangelie zal verliezenen, zal haar redden.(SW)[Marc. 8:35] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

We slagen er niet in de kracht hiervan te voelen als we de ziel met het leven verwarren. We kunnen in vers 27 nauwelijks zeggen: "Nu is Mijn leven verstoord", maar het is wel precies hetzelfde woord. De ziel heeft te maken met gevoel. Sommige vormen van leven, zoals planten, hebben geen ziel of gevoel. Hij die zijn ziel liefheeft zal terugschrikken voor ongemak en lijden. Hij zal niet de beproevingen verduren die vooraf gaan aan het koninkrijk. Hij zal de blijdschap en zegen van de beloning verliezen. Hij die zijn ziel haat zal niet toestaan dat er enig verdriet zal staan tussen Hem en zijn trouw aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.


26 In het geval dat iemand Mij zal willen bedienen, laat hem Mij volgen! En waar ook Ik ben, daar zal ook °Mijn °bediende zijn. In het geval dat iemand Mij zal bedienen zal de Vader hem eren. En in het geval dat Ik gegaan* zal zijn en Ik plaats voor jullie gereed zal maken, kom Ik weer en zal Ik jullie meenemen naar Mijzelf, opdat waar ook Ik ben, ook jullie zullen zijn.(SW)[Joh. 14:3]
27 Nu is Mijn °ziel verontrust en wat zal Ik zeggen? 'Vader, red* Mij vanuit dit °uur?' Maar vanwege dit kwam Ik tot in dit °uur! Dan zegt Hij tot hen: "Mijn °ziel is met diep bedroefd geworden. Blijf* hier en waak met Mij." (SW)[Matt. 26:38] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

De Heer zelf is de eerste om Zijn eigen ziel te haten. Zijn donkerste uur is gekomen. Zal Hij terugschrikken voor de verschrikkingen er van? Nee! Laat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers Naam verheerlijkt worden, wat het ook mag kosten! De weergave met "leven", in plaats van "ziel", slaagt er niet in de ware gedachte weer te geven. Een man kan van zijn vrouw houden, maar zijn ziel haten. Zij die vervolging en benauwdheid vrezen om ChristusGezalfde’ wil, zijn gek op hun zielen, en zij zullen het gemak en vreugde, waarnaar ze verlangen, verspelen wanneer het koninkrijk komt.


28 'Vader verheerlijk* Uw °naam!'" Dan kwam een stem vanuit de hemel: "Ik verheerlijk* en Ik zal weer verheerlijken." En neem waar, een stem uit de hemelen, zeggend: "Deze is Mijn °Zoon, de Geliefde, in Wie Ik een welbehagen vind*." (SW)[Matt. 3:17]
29 De schare dan, staande en horende*, zei: "Er gebeurde een donderslag!" Anderen zeiden: "Een boodschapper heeft tot Hem gesproken!" Er kwam* nu een groot luidkeels roepen en opstaande* vochten enigen van de schriftgeleerden van de Farizeeën het uit, tot elkaar zeggend: "Wij vinden niets kwaads in deze °mens. Of dit nu een geest of boodschapper is die met hem spreekt*."(SW)[Hand. 23:9]
30 °JezusJAH redt antwoordde* en zei: "Niet vanwege Mij is deze stem gebeurd, maar vanwege jullie! Ik nu had waargenomen dat U Mij altijd hoort, maar vanwege de omheen staande schare zei Ik het, opdat zij zouden geloven* dat U Mij afvaardigt*." (SW)[Joh. 11:42]
31 Nu is de beoordeling van deze °wereld, nu zal de overste van deze °wereld buiten uitgeworpen worden. En °Jezus zei: "Tot oordeel kwam Ik tot in deze °wereld, opdat de niet kijkenden zullen kijken en die kijken blinden zullen worden." (SW)[Joh. 9:39] - 5 Hij komt dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, dichtbij het stuk grond dat Jakob geeft* aan Jozef, zijn °zoon. 6 Daar nu was de bron van Jakob. °Jezus dan, vermoeid zijnde door het gaan over de weg, was zo gezeten bij de bron. Het was ongeveer het zesde uur. (SW)[Joh. 4:5,6] - 12 Hoe viel jij van de hemelen! Jank, zoon van de dageraad! Jij werd omgehakt naar de aarde, verslaander van naties! 13 En jij, jij zei in jouw hart: Naar de hemelen zal ik opgaan! Boven de sterren van El zal ik mijn troon verhogen, en ik zal zitten op de berg van de afspraak, in de uithoeken van het noorden. 14 Ik zal opgaan op de hoge plaatsen van de dichte wolk. Ik zal mij gelijk stellen aan de Allerhoogste! 15 Ja, naar het dodenrijk zal jij neerwaarts gebracht worden, naar de uithoeken van het onderaards gewelf. (SW)[Jes. 14:12-15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

"Nu is het oordelen van deze wereld" doet denken dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, op dat moment, bezig was met het oordelen van de mensheid. Maar dat deed Hij niet. Het oordeel wacht nog steeds. Het is de wereld die het oordelen deed. Dit wordt bevestigd door dezelfde vorm van het woord in "het oordelen van Gehennavallei van (de zonen van) Hinnom" (Matt. 23:33), "het rechtvaardig oordelen van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker" (2Thess. 1:5). Zie ook Openbaring 14:7; 16:7; 18:10; 19:2. De wereld kan nauwelijks SatanTegenstander oordelen, daarom moet de "overste" waarover hier wordt gesproken ChristusGezalfde Zelf zijn. De titel wordt opnieuw gebruikt in 14:30 en 16:11, waar verder bewijs wordt gegeven dat onze Heer over Zichzelf sprak. Het oordeel is Zijn verhoging aan het kruis, want het was een verwijzing naar de wijze van Zijn dood. Het was zo dat de menigte de uitdrukking verstond. Wij zouden niet een van Zijn titels aan SatanTegenstander moeten geven. ChristusGezalfde is de Overste van de wereld.


32 En Ik, in het geval dat Ik verhoogd zal worden vanuit de aarde, zal allen naar Mijzelf toe trekken." En zoals Mozes in de wildernis de slang verhoogt*, zo is bindend dat de Zoon van de mens verhoogd* zal worden, (SW)[Joh. 3:14] - Die Zichzelf gaf ten behoeve van onze °zonden, zodat Hij ons uit zal tillen uit de tegenwoordig zijnde °aion, de boosaardige, overeenkomstig de wil van onze °God en Vader(SW)[Gal. 1:4]
33 Dit nu zei Hij, aanduidend welke dood Hij op het punt stond te sterven. opdat het woord van °Jezus vervuld zal worden, dat Hij zei, aanduidend welke dood Hij op het punt stond te sterven.(SW)[Joh. 18:32]
34 De schare dan antwoordde* Hem: "Wij horen* vanuit de wet dat de ChristusGezalfde blijft tot in de aion. En hoe zegt U dan dat het voor de Zoon van de mens bindend is verhoogd* te worden? Wie is deze, de Zoon van de mens?" De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in de aion, naar de ordening van Melchizedek. (SV aangepast)[Psalm 110:4 ]
35 °JezusJAH redt dan zei tot hen: "Nog korte tijd is het licht onder jullie. Wandelm terwijl jullie het licht hebben, opdat het donker jullie niet zal grijpen. En die wandelt in het donker heeft niet waargenomen waarheen hij gaat. °Jezus dan zei: "Ik ben nog kleine tijd bij jullie en Ik ga heen naar Die Mij zendt*. (SW)[Joh. 7:33] - Dan, weer, spreekt* °Jezus tot hen, zeggend: "Ik ben het licht van de wereld. Die Mij volgt zou zeker niet in het donker wandelen, maar hij zal het licht van het leven hebben." (SW)[Joh. 8:12] - Maar die zijn °broeder haat, is in het donker en wandelt in het donker en heeft niet waargenomen waarheen hij gaat, want het donker verblindt zijn °ogen. (SW)[1Joh. 2:11]
36 Als jullie het licht hebben, geloofm tot in het licht, opdat jullie zonen van licht zullen worden." Deze dingen spreekt* °JezusJAH redt. En wegkomend werd Hij voor hen verborgen*. want jullie waren eens duisternis, maar nu licht in de Heer. Wandel als kinderen van licht! (SW)[Efe. 5:8] - Als nu Zijn °broers omhoog gingen* naar het feest, dan ging* ook Hij Zelf omhoog, niet openlijk, maar als in het verborgene. (SW)[Joh. 7:10]
37 En zoveel van Zijn tekenen vlak voor hen gedaan hebbend, geloofden zij niet in Hem, Vanuit de schare nu geloven* velen in Hem en zij zeiden: "De Christus, wanneer Hij ook maar zal komen, zal niet meer tekenen doen dan Deze doet*!" (SW)[Joh. 7:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Welk beter bewijs zou gefundeerd kunnen worden voor het feit dat zij wandelden in de duisternis, dan hun verwerping van de Man van Smarten? De profeten voorzegden duidelijk hun daad en toch zijn ze teveel in de duisternis om het te zien.


38 opdat het woord van Jesajaheil is JAH, de profeet, dat hij zei, vervuld zal worden: "Heer! Wie gelooft* het van ons gehoorde? En de bovenarm van de Heer, aan wie werd die onthuld*?" Maar niet allen gehoorzamen* het evangelie, want Jesaja zegt: "Heer, wie gelooft* in het van ons gehoorde?" (SW)[Rom. 10:16] - 1 Wie gelooft ons bericht en de arm van JAHWEH, over wie wordt deze onthuld? (SW)[Jes. 53:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38

Onze Heer is nu gekomen in die fase van Zijn bediening die zo beeldend werd beschreven door Zijn naamgenoot, Jesajaheil is JAH. Zijn openbare bediening loopt op het einde. Hij verbergt Zichzelf. De profeet vervolgt:

"Hij had geen gedaante noch heerlijkheid;
als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen,
een Man van smarten, en verzocht in krankheid;
en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem;
Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht."
(Jes. 53:2-3;SV)


39 Daarom konden* zij niet geloven, want weer zei Jesajaheil is JAH: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

39

Buiten de Schrift hoor je veel over menselijke verantwoordelijkheid, en dat zij die het licht verwerpen het oordeel verdienen dat ze over zich hebben afgeroepen. Deze passage doet ons pauzeren. Deze mannen hadden de meest krachtige van alle predikers gehoord en de meest schitterende van alle wonderwerkers gezien, en toch wordt ons stellig verteld dat ze niet konden geloven. De reden is dat de Schrift vervuld moest worden. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers doelstelling vereist een mate van ongeloof, en ook van geloof. Hij sluit allen op in ongehoorzaamheid, opdat Hij over allen mededogen kan hebben (Rom. 11:32). Deze mensen, die niet konden geloven , te verdoemen met onherstelbare en onherroepelijke vernieling, is ondenkbaar bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.


40 "Hij heeft hun °ogen verblind en Hij versteent* van hen het hart, opdat zij met de ogen niet zullen waarnemen en zij met het hart zouden verstaan en zij zich zullen omkeren en Ik hen gezond zal maken." 9 En Hij zei: "Ga en zeg tot dit volk: Hoorm, ja hoorm, maar het moet niet zo zijn dat jullie begrijpen; en ziem, ja ziem, maar het moet niet zo zijn dat jullie weten. 10 Maak het hart van dit volk vadsig en maak hun oren zwaar en doe hun ogen loensen, opdat zij met hun ogen niet zien en met hun oren niet horen en met hun hart niet begrijpen en het terugkeert en genezing voor zichzelf krijgt. (SW)[Jes. 6:9,10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40

Jesajaheil is JAH’s boodschap van doem voor Israëlstrijder van God wordt altijd geciteerd wanneer hun afvalligheid voorbij herstel is. Het verdeelt de bediening van onze Heer en de verslagen die er van worden gegeven, in twee onderscheiden en verschillende perioden. Hij begint Zijn verkondiging van het koninkrijk en gaat er mee door tot de verwerping er van. Dan, na het citeren van het zesde hoofdstuk van Jesajaheil is JAH, spreekt Hij tot de Zijnen over Zijn lijden en dood. Zie Mattheüsgeschenk van JAH 13:13-15. In de Pinksterperiode zien we hetzelfde. Het koninkrijk wordt opnieuw aan de hele natie verkondigd, maar wanneer hun verwerping onherroepbaar is , citeert Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine uit Jesajaheil is JAH en verzegelt hij hun doem voor de aion. Deze verwerping is de basis waarop de huidige, geheime, bedeling van allesoverstijgende genade is gegrondvest.


41 Deze dingen zei Jesajaheil is JAH, want hij nam Zijn heerlijkheid waar en spreekt* aangaande Hem. 1 In het jaar van de dood van Uzzia, de koning, zag ik mijn Heer zittend op een hoge en verheven troon, en zijn slippen vulden de tempel. 2 Serafs staan boven Hem met zes vleugels, zes vleugels voor één. Met twee bedekten zij hun aangezicht en met twee bedekten zij hun voeten en met twee vlogen zij. 3 En deze riep naar deze en hij zei: Heilig, heilig, heilig is JAHWEH van legermachten, de volheid van heel de aarde is Zijn heerlijkheid. 4 En de ellen van de drempels bewegen heen en weer bij het geluid van die roept en het huis wordt gevuld met rook. 5 En ik zeg: Wee mij, dat ik word tot stilte gebracht, want ik ben een man, onrein van lippen, ik woon te midden van een volk onrein van lippen, want mijn ogen zagen de koning, JAHWEH van legermachten. (SW)[Jes. 6:1-5]
42 Insgelijks, niettemin, geloven* ook velen vanuit de oversten in Hem, maar vanwege de Farizeeënafgescheidenen beleden zij niet, opdat zij niet uit de synagoge gezet zullen worden, Toen Hij nu in °Jeruzalem was in het Pascha, in het feest, geloven* velen tot in Zijn °naam, van Hem de tekenen aanschouwend die Hij deed.(SW)[Joh. 2:23] - Niemand van de oversten of van de Farizeeën gelooft* in Hem. (SW)[Joh. 7:48] - Deze dingen zeiden zijn °ouders, omdat zij de Joden vreesden*. Want de Joden waren reeds overeengekomen dat in het geval iemand Hem als Christus zou belijden, hij uit de synagoge gezet zal worden. (SW)[Joh. 9:22]
43 want zij hebben* de heerlijkheid van de mensen veel meer lief dan namelijk de heerlijkheid van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Hoe kunnen jullie geloven*, heerlijkheid van elkaar in ontvangst nemend, en de heerlijkheid die van God alleen is zoeken jullie niet?(SW)[Joh. 5:44]
44 JezusJAH redt nu schreeuwt* en zei: "Die in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Die Mij zendt*. Amen! Amen! Ik zeg jullie: wie Mijn °woord hoort en Die Mij zendt* gelooft, heeft aionisch leven en komt niet tot in de beoordeling, maar hij is verder gegaan uit de dood tot in het leven. (SW)[Joh. 5:24]
45 En die Mij aanschouwt, aanschouwt Die Mij zendt*. °Jezus zegt tot hem: "Zoveel tijd ben Ik bij jullie en jullie hebben Mij niet gekend? Filippus! Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien! Waarom zeg je: 'Toon* ons de Vader'?(SW)[Joh. 14:9]
46 Ik, het Licht, ben tot in de wereld gekomen, opdat elk die in Mij gelooft niet in het donker zou blijven. Dit nu is de beoordeling: dat het licht tot in de wereld is gekomen en de mensen hebben* de duisternis meer lief dan het licht, want hun °werken waren boosaardig. (SW)[Joh. 3:19] - Maar °Paulus roept* luid, met grote stem zeggend: "Je moet aan jezelf in niets kwaad handelen, want we zijn allen in deze plaats!" (SW)[Hand. 26:18]
47 En in het geval dat iemand de uitspraken van Mij zou horen en ze niet zou onderhouden, oordeel Ik hem niet. Want Ik kwam niet opdat Ik de wereld zou oordelen, maar opdat Ik de wereld zou redden. En iedereen die deze °woorden van Mij hoort en ze toch niet doet, zal vergeleken worden met een domme man, die zijn °woonhuis bouwt* op het zand. (SW)[Matt. 7:26] - Want °God vaardigt* Zijn °Zoon niet af tot in de wereld opdat Hij de wereld zou oordelen, maar dat de wereld door Hem gered zal worden. (SW)[Joh. 3:17]
48 Die Mij afwijst en niet Mijn °uitspraken in ontvangst neemt, heeft wat hem oordeelt. Het woord dat Ik spreek*, dat zal hem in de laatste dag oordelen.
49 Want Ik spreek* niet vanuit Mijzelf, maar de Vader, Die Mij zendt*, heeft Zelf aan Mij een voorschrift gegeven, wat Ik zal zeggen en wat Ik zou spreken. In het geval dat iemand zal willen Zijn °wil te doen, zal hij weten aangaande het onderwijs, of het uit °God is of dat Ik vanuit Mijzelf spreek. (SW)[Joh. 7:17]
50 En Ik heb waargenomen dat Zijn °voorschrift aionisch leven is. De dingen dan die Ik spreek, spreek Ik zoals de Vader tot Mij heeft uitgesproken. 26 Veel heb Ik aangaande jullie te spreken en te oordelen, maar Die Mij zendt* is waar. En de dingen die Ik bij Hem hoor*, deze dingen spreek Ik in de wereld." .... 28 Dan weer zei °Jezus tot hen: "Wanneer ook maar jullie de Zoon van de mens zouden verhogen, dan zullen jullie weten dat Ik het ben. En uit Mijzelf doe Ik niets, maar zo als Mij Mijn °Vader onderwijst*, van deze dingen spreek Ik. (SW)[Joh. 8:26,28]


1) Hosanna. Hebreeuws. Het betekent letterlijk: Help nu! (Help toch!) en wordt zowel door evangelischen alsook katholieken en Joden gebruikt om een bepaalde vreugderoep uit te drukken.



Terug naar de index.
Naar Johannes 13
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.