Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 17

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Deze dingen spreekt* °JezusJAH redt. En zijn °ogen omhoog heffend* naar de hemel, zei Hij: "Vader! Het uur is gekomen, verheerlijk* Uw °Zoon, opdat Uw °Zoon U zou verheerlijken, Zij dan nemen* de steen weg. En °Jezus heft* Zijn °ogen opwaarts en zei: "Vader, Ik dank U dat U Mij hoort*! (SW)[Joh. 11:41] - °Jezus nu antwoordt hen, zeggend: "Het uur is gekomen opdat de Zoon van de mens verheerlijkt zou worden. (SW)[Joh. 12:23]
2 zoals U aan Hem autoriteit heeft gegeven* over alle vlees, opdat alles wat U aan Hem heeft gegeven, Hij aan hen zou geven: aionisch leven. En naderend* spreekt* °Jezus tot hen, zeggend: Aan "Mij werd gegeven* alle autoriteit in de hemel en op de aarde. (SW)[Matt. 28:18] - 39 Dit nu is de wil van Die Mij zendt*, dat van alles wat Hij aan Mij gegeven heeft, Ik niets daarvan zou verliezen, maar Ik het zal doen opstaan in de laatste dag. 40 Want dit is de wil van Mijn °Vader, dat iedereen die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, aionisch leven zal hebben. En Ik zal hem doen opstaan in de laatste dag." (SW)[Joh. 6:39,40]
3 Dit nu is het aionische leven, opdat zij U zullen kennen, de alleen waarachtige Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, en Die U afvaardigt*: JezusJAH redt ChristusGezalfde. want zelf berichten zij over ons welke aard entree wij bij jullie hadden en hoe jullie omkeren naar °God, vanaf de afgoden, om slaaf te zijn voor de levende en waarachtige God (SW)[1Thess. 1:9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

De kennis van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker wordt niet gegeven als de definitie van aionisch leven, maar aionisch leven wordt uitgedeeld opdat zij Hem mogen kennen. Aionisch leven is leven tijdens de aionen van ChristusGezalfde’ heerschappij en heerlijkheid. Er worden twee methoden gebruikt om Zijn heiligen met Hem bekend te maken. Eerst worden ze achtergelaten om het verdriet van zonde te proeven, met Hem op afstand. Dan, in de aionen van de aionen, in heerlijke gemeenschap met Zijn Zoon, zal elk hoog tij van zegen een nieuwe ontdekking van Zijn liefde markeren, een nieuw teken van Zijn genegenheid.


4 Ik verheerlijk* U op de aarde, het werk voleindigend* dat U aan Mij gegeven heeft, opdat Ik dat zou doen. 31 Toen hij dan uitkwam, zei °Jezus: "Nu wordt de Zoon van de mens verheerlijkt* en °God wordt in Hem verheerlijkt*. 32 Indien °God in Hem verheerlijkt* wordt, zal ook °God Hem in Zichzelf verheerlijken en zal Hem meteen verheerlijken. (SW)[Joh. 13:31,32] - °Jezus zegt tot hen: "Mijn spijs is dat Ik de wil zou doen van Die Mij zendt* en Ik Zijn °werk tot volmaaktheid zou brengen. (SW)[Joh. 4:34] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

De aanklacht tegen heel de mensheid is dat allen zondigen en tekortschieten aan de heerlijkheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (Rom. 3.23). Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker garandeert heerlijkheid en eer en onvergankelijkheid te zullen geven aan allen die volharden in goede werken. Onze Heer is de Enige Die de beloning kan opeisen. Hij is de enige Die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker op aarde verheerlijkte. Hij is de Enige Die het werk voltooide dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Hem had gegeven. Daarom schijnt het voor Hem vanzelfsprekend verheerlijking te vragen. Toch vraagt Hij niet om de heerlijkheid die Zijn werk verdient, maar om de heerlijkheid die Hij had voordat de wereld tot stand kwam. Hij laat Zijn beloning achter bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zelf. De heiligen zullen er een kostbaar deel van zijn.


5 En nu, Vader, verheerlijk* U Mij bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U had vóór de wereld was*. 1 In begin was het Woord en het Woord was naartoe God, en God was het Woord. 2 Deze was in het begin naartoe God. (SW)[Joh. 1:1,2]
6 Ik maak* Uw °naam openbaar aan de mensen die U aan Mij vanuit de wereld geeft*. Zij waren voor U. En U geeft* hen aan Mij en zij hebben Uw °woord bewaard. Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren God, Die is in de boezem van de Vader, Die ontvouwt* Hem. (SW)[Joh. 1:18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Hebreeuwse namen waren gewoonlijk zeer beeldend voor het karakter, leven of bediening. Zelfs wij spreken van een goede of slechte "naam", meer verwijzend naar karakter dan naar klank of belang. Onder de Joden werd de naam van hun Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker de eer gegeven die past bij de godheid, en werd daarom nooit uitgesproken. ChristusGezalfde toonde Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers naam door Zijn kenmerken af te beelden in Zijn leven en gedrag.

Het is een kostbare gedachte de discipelen te beschouwen als een geschenk van de Vader aan Zijn Zoon. Als zodanig waardeerde Hij hen, niet alleen ten behoeve van henzelf, maar vanwege de Gever. Het is dit doorheen weven van menselijke levens met de genegenheden van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en Zijn ChristusGezalfde die ons de grootste aanleiding zouden moeten geven voor vertrouwen en troost. Onze leventjes zijn verbonden met de liefde van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker voor Zijn Zoon en de reactie van de Zoon naar de Vader. Zoals Hij zegt (:10), al het Zijne behoort toe aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en al wat van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is, is het Zijne. Het is groots een Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te hebben, maar het is veel grootser onszelf te kennen als het gewaardeerde bezit van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en Zijn Geliefde.


7 Nu hebben zij geweten dat alles wat U Mij heeft gegeven bij U is,
8 want de uitspraken die U aan Mij heeft gegeven, heb Ik aan hen gegeven en zij namen ze in ontvangst en zij weten* waarlijk dat Ik van U uit kwam en zij geloven* dat U Mij afvaardigt*. Deze kwam in de nacht naar Hem toe en zei* tot Hem: "Rabbi, wij hebben waargenomen dat u van God bent gekomen, een leraar, want niemand kan deze tekenen doen die u doet, in het geval °God niet met hem zal zijn." (SW)[Joh. 3:2]
9 Ik vraag aangaande hen. Niet aangaande de wereld vraag Ik, maar aangaande hen die U aan Mij heeft gegeven, opdat zij voor U zijn.
10 En al het Mijne is het Uwe en het Uwe het Mijne en Ik ben in hen verheerlijkt. Hij nu zei tot hem: 'Kind! Jij bent altijd bij mij en al het mijne is het jouwe! (SW)[Luc. 15:31] - Alles, zoveel als de Vader heeft, is het Mijne. Daarom zei Ik jullie dat hij vanuit het Mijne zal nemen en aan jullie zal verkondigen. (SW)[Joh. 16:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Heerlijkheid bestaat uit de achting waarin we worden gehouden door anderen. In de wereld had ChristusGezalfde toen geen heerlijkheid, maar in de Zijne werd Hij meer geacht dan ooit het lot van een mens was, en het gebeurde, zelfs in de wereld die Hem verwerpt en zijn onderwijs afwijst, dat Zijn naam geplaatst werd op het hoogste punt van morele heerlijkheid.


11 En niet meer ben Ik in de wereld. En zij zijn in de wereld en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar* in Uw °naam hen die U aan Mij heeft gegeven, opdat zij één zullen zijn, zoals Wij. Vóór het feest van Pascha nu, had °Jezus waargenomen dat Zijn °uur kwam*, opdat Hij zal verder zal gaan uit deze °wereld naar de Vader, de eigenen liefhebbend* die in de wereld zijn. Hij heeft* hen lief tot in het einde. (SW)[Joh. 13:1] - Ik kwam uit bij de Vader en ben tot in de wereld gekomen. Ik verlaat de wereld weer en Ik ga naar de Vader toe." (SW)[Joh. 16:28] - 10 Geloof jij niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De uitspraken die Ik tot jullie spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, in Mij blijvend, Hij doet Zijn °werken. 11 geloof Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is. Maar indien niet, geloof in Mij vanwege de werken zelf. (SW)[Joh. 14:10,11] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Het schijnt duidelijk dat, in geest, de Heer voorbij het kruis is. Het was daar dat Hij Zijn werk voltooide (:4) en tot dan was Hij nog in de wereld.


12 Toen Ik met hen was in de wereld, bewaarde Ik in Uw °naam hen die U aan Mij heeft gegeven. En Ik bewaak* hen en niemand vanuit hen ging verloren*, behalve de zoon van de ondergang, opdat het Geschrift vervuld zal worden. Dit nu is de wil van Die Mij zendt*, dat van alles wat Hij aan Mij gegeven heeft, Ik niets daarvan zou verliezen, maar Ik het zal doen opstaan in de laatste dag. (SW)[Joh. 6:39] - Niemand zou jullie misleiden, op geen enkele wijze. Want zal de afstandneming niet eerst zal komen en de mens van de wetteloosheid onthuld worden, de zoon van de ondergang, (SW)[2Thess. 2:3] - Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven. (SV)[Psalm 41:10]
13 Maar nu kom Ik naar U toe. En deze dingen spreek Ik in de wereld, opdat zij °Mijn °vreugde zullen hebben, vervuld zijnde in zichzelf. Deze dingen heb Ik tot jullie gesproken, opdat °Mijn °vreugde in jullie zou blijven en jullie °vreugde vervuld zal worden. (SW)[Joh. 15:11]
14 Ik heb aan hen Uw °woord gegeven. En de wereld haat* hen, omdat zij niet vanuit de wereld zijn, zoals Ik niet vanuit de wereld ben. 18 Indien de wereld jullie haat, weten jullie dat ze Mij eerder dan jullie heeft gehaat. 19 Indien jullie vanuit de wereld waren, hield de wereld veel van het eigene. Maar omdat jullie niet vanuit de wereld zijn, maar Ik jullie uit de wereld uitkies*, daarom haat de wereld jullie. (SW)[Joh. 15:18,19] - En Hij zei dan tot hen: "Jullie zijn vanuit dat wat beneden is, Ik ben vanuit dat wat omhoog is. Jullie zijn vanuit deze °wereld, Ik ben niet vanuit deze °wereld. (SW)[Joh. 8:23]
15 Ik vraag niet opdat U hen weg zou nemen vanuit de wereld, maar opdat U hen zal bewaren vanuit de boosaardige. En U zal ons toch niet tot in beproeving brengen*, maar red ons van de boosaardige. (SW)[Matt. 6:13]
16 Zij zijn niet vanuit de wereld, zoals Ik niet vanuit de wereld ben.
17 Heilig* hen in Uw °waarheid! Uw °woord is waarheid.
18 Zoals U Mij tot in de wereld afvaardigt*, vaardig* ook Ik hen af tot in de wereld. 20 En dit zeggend, toont* Hij hen ook de handen en de zijde. De leerlingen dan verheugden* zich, de Heer waarnemend. 21 °Jezus dan zei weer tot hen: "Vrede met jullie! Zoals de Vader Mij heeft afgevaardigd, zo zend Ik ook jullie."(SW)[Joh. 20:21]
19 En ten behoeve van hen heilig Ik Mijzelf, opdat ook zij geheiligd zullen zijn in waarheid. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Dat heiligheid, of heiligmaking, niet noodzakelijk een reiniging van zonde is, wordt duidelijk uit deze uitspraak. Want onze Heer zou Zichzelf nooit reinigen van Zijn zonde, want Hij had er geen; en Hij werd niet gereinigd van, maar droeg de zonden van anderen. Wanneer een priester werd ingewijd, werden zijn handen gevuld met het offer. Echte heiligheid bestaat uit een positief bezig zijn met dingen van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, en niet zozeer uit een negatief afwezig zijn van zonden.


20 Maar niet alleen aangaande dezen vraag Ik, maar ook aangaande hen die in Mij geloven door hun °woord,
21 opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, opdat ook zij in Ons zullen zijn, opdat de wereld zou geloven dat U Mij afvaardigt*. En andere schapen heb Ik, die niet vanuit deze schaapskooi zijn. Het is voor Mij bindend ook deze te leiden en zij zullen Mijn °stem horen en zij zullen één kudde worden, met één Herder. (SW)[Joh. 10:16] - 30 Ik en de Vader zijn Één!" ... 38 Maar indien Ik ze doe en indien jullie Mij niet geloven, geloof in de werken, opdat jullie zullen weten, en jullie zullen weten dat in Mij de Vader is en Ik in de Vader ben." (SW)[Joh. 10:30,38] - Jullie zelf geven voor mij getuigenis dat ik zei dat ik niet de Christus ben, maar dat ik vóór Die afgevaardigd ben geworden. (SW)[Gal. 3:28]
22 En Ik heb aan hen de heerlijkheid gegeven die U aan Mij heeft gegeven, opdat zij één zullen zijn zoals Wij één zijn, waarin Hij ook ons roept* door ons °evangelie, tot ververwerving van heerlijkheid van onze °Heer, Jezus Christus. (SW)[2Thess. 2:14] - Dit °woord kwam tot bij de broeders, dat die °leerling niet sterft. Maar °Jezus zei niet tot hem dat hij niet sterft, maar "Indien ik zal willen dat hij blijft tot Ik kom, wat gaat jou dat aan?" (SW)[Joh. 21:23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

De eenheid die bestaat tussen de Zoon en de Vader wordt hier gedefinieerd, want Hij verlangt dezelfde eenheid voor Zijn discipelen. Het is een eenheid van geest en een gemeenschap van belangen die de vroege discipelen kenmerkten. Dit is de eenheid die bestaat tussen de Zoon en de Vader. Er is geen gedachte aan identiteit. Hoe verschillend ze waren in willen, dat het vitale element van persoonlijkheid is, was een weinig later te zien, in de hof van Gethsemaneolijvenpers, waar de wil van ChristusGezalfde niet op één lijn lag met die van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Het kruis was niet Zijn wil, maar de onderschikking er van aan die van Zijn Vader.


23 Ik in hen en U in Mij, opdat zij tot volmaaktheid gebracht zullen zijn, tot in één, en opdat de wereld zal weten dat U Mij afvaardigt* en U hen liefheeft* zoals U Mij liefheeft*. In die °dag zullen jullie weten dat Ik in Mijn °Vader ben en jullie in Mij en Ik in jullie. (SW)[Joh. 14:20] - °Jezus zegt tot hem: "In het geval dat Ik zal willen dat hij blijft tot Ik kom, wat gaat jou dat aan? Jij, volg Mij!"(SW)[Joh. 21:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Het is met harten vol ontzag en ongeschoeide voeten dat we binnen gaan in de zuivere gebieden van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers liefde voor Zijn Zoon. We voelen ons zeer onwaardig te mogen luisteren naar zulke heilige teksten. Voor de nederwerping, voordat zonde of verdriet of een enkele zucht z’n schaduwen over dit toneel had gezonden, was de liefde van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker voor Zijn Zoon al geboren.

Hij kwam niet in de wereld om Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers liefde te winnen, maar in antwoord er op. Zijn hele bediening was er een tentoonstelling van en deed een beroep op een passend antwoord. Nu onthult Hij de volste kracht er van, als Hij verklaart dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker net zo van hen houdt als Hij van Hem houdt. Slechts weinigen van Zijn volgelingen op dat moment, of zelfs na de bijlichtende hulp van de geest die Hij had beloofd, gingen binnen in de volheid van deze schitterende uiting van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker genegenheden.


24 Vader! Die U aan Mij heeft gegeven, Ik wil dat waar Ik ook ben, ook dezen met Mij zullen zijn, opdat zij °Mijn °heerlijkheid zullen aanschouwen die U aan Mij heeft gegeven, want U heeft* Mij lief van vóór de neerwerping van de wereld. En in het geval dat Ik gegaan* zal zijn en Ik plaats voor jullie gereed zal maken, kom Ik weer en zal Ik jullie meenemen naar Mijzelf, opdat waar ook Ik ben, ook jullie zullen zijn. (SW)[Joh. 14:3] - Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het werd nog niet openbaar gemaakt* wat we zijn zullen. Wij hebben waargenomen dat in het geval Hij openbaar gemaakt zal worden, wij op Hem gelijkend zullen zijn, want wij zullen Hem zien zoals Hij is. (SW)[1Joh. 3:2]
25 Rechtvaardige Vader! Ook kende de wereld U niet, Ik echter kende U, en dezen weten dat U Mij afvaardigt*. Hij was in de wereld en de wereld gebeurde door Hem, en de wereld kende Hem niet. (SW)[Joh. 1:10] - Alles werd Mij overgegeven* onder Mijn °Vader en niemand herkent de Zoon dan de Vader, noch herkent iemand de Vader dan de Zoon en wie de Zoon van plan is Hem te onthullen*. (SW)[Matt. 11:27] - 27 want de Vader Zelf houdt veel van jullie, omdat jullie veel van Mij hebben gehouden en jullie geloofd hebben dat Ik van de Vader kwam. ... 30 Nu hebben wij waargenomen dat U alles heeft waargenomen en U niet de behoefte heeft dat iemand U in deze zal vragen. Wij geloven dat U van God uit kwam." (SW)[Joh. 16:27,30]
26 En Ik maak* aan hen Uw °naam bekend en Ik zal bekend maken, opdat de liefde waarmee U Mij liefheeft* in hen zal zijn en Ik in hen. Deze dingen heb Ik in beeldspraken tot jullie gesproken. Het uur komt wanneer Ik niet langer in beeldspraken tot jullie zal spreken, maar in vrijmoedigheid zal Ik tot jullie aangaande de Vader berichten. (SW)[Joh. 16:25] - Heb de wereld niet lief, noch de dingen in de wereld. In het geval dat iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, (SW)[1Joh. 2:15]




Terug naar de index.
Naar Johannes 18
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.