Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 18

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Deze dingen zeggend, kwam JezusJAH redt uit, samen met Zijn °leerlingen, aan de overkant van de winterbeek de Kidron (ook wel Kedron) woelig (een beek ten oosten van Jeruzalem, tussen de stad en de Olijfberg, stromend naar de Dode Zee), waar ook een tuin was waarin Hij binnen kwam, Hij en Zijn °leerlingen. Dan komt °Jezus met hen bij een stuk grond genaamd Gethsemane en Hij zegt tot de leerlingen: "Ga* hier zitten tot Ik wegga* en daar zal bidden*." (SW)[Matt. 26:36] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-3

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:36-50; Markuseen verdediging 14:32-46; Lukaslichtgevend 22:39-48.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De bezoeken aan deze tuin schijnen het enige pleziertje te zijn geweest dat de Heer Zichzelf toestond tijdens Zijn bediening. In het droge oosten is een bevloeide tuin een heerlijke plek, in tegenstelling tot de omgeving. Wat is het triest dat deze plek getuige zou zijn van de vreselijke doodsstrijd, in plaats van rust en verfrissing te geven!


2 Nu had ook Judaslof (Griekse vorm van Juda, die Hem overlevert, de plaats waargenomen, omdat JezusJAH redt daar vele malen met Zijn °leerlingen werd verzameld*. En tijdens de dagen nu was Hij aan het onderwijzen in de gewijde plaats, maar 's nachts, naar buiten gaand, overnachtte Hij buiten op de berg die de olijven wordt genoemd. (SW)[Luc. 21:37]
3 °Judaslof (Griekse vorm van Juda) dan, de legerafdeling nemend en assistenten vanuit de hogepriesters en vanuit de Farizeeënafgescheidenen, komt daar met lantaarns en fakkels en wapens. 32 De Farizeeën nu horen* het gemor van de schare aangaande Hem over deze dingen. En de hogepriesters en de Farizeeën vaardigen* assistenten af, opdat zij Hem zouden pakken. ... 45 De assistenten dan kwamen naar de hogepriesters en de Farizeeën toe en dezen zeiden tot hen: "Vanwege wat leidden jullie hem niet?" (SW)[Joh. 7:32,45] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

Duisternis is de dag voor kwaaddoeners. De Heer werkte overdag. SatanTegenstander vreest het licht. Zelfs in de nacht hadden ze een groep soldaten en bewapende afgevaardigden nodig om een zachtaardige, onbewapende Man en Zijn timide discipelen vast te nemen. Zijn eenvoudige woorden wierpen hen op de grond. Rustig geeft Hij hen opdracht Zijn discipelen met rust te laten. Het lijkt er op dat Hij, en niet zij, het gezag had.


4 JezusJAH redt dan, al de dingen waargenomen hebbend die op Hem af komen, zei, uitkomend, tot hen: "Wie zoeken jullie?" 24 Maar Jezus Zelf, Hij vertrouwde Zichzelf niet aan hen toe, omdat Hij allen kende, 25 en omdat Hij niet de behoefte had dat iemand getuigenis zou geven aangaande de mens. Want Hij wist Zelf wat in de mens was. (SW)[Joh. 2:24,25] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

We moeten achter de schermen kijken om de ontzagwekkende zaken te waarderen die met dit verraad gepaard gingen. De cohorten van de duisternis stonden onder bevel van SatanTegenstander. Degene die Evalevende in de hof van Eden had misleid, was bezig de hiel van het Zaad van de vrouw pijn te doen. Hij was er in geslaagd de mensheid tegen Hem in dienst te krijgen. ChristusGezalfde Zelf had de Joden kinderen van hun vader, de Tegenstander, genoemd. SatanTegenstander had in feite Judaslof (Griekse vorm van Juda) in bezit genomen, en in hem was hij aanwezig als de belangrijkste acteur en toeschouwer. De Prins van het licht en de Prins van de duisternis ontmoeten elkaar in de verraderlijke kus van Judaslof (Griekse vorm van Juda).


5 Zij antwoordden* Hem: "JezusJAH redt, de Nazoreeëruit Nazaret!" °Jezus JAH redt zegt tot hen: "Ik ben het." Maar ook Judaslof (Griekse vorm van Juda), die Hem overlevert, stond bij hen. 46 En Nathaniël zei tot hem: "Kan er iets goed zijn* uit Nazaret?" °Filippus zegt tot hem: "Kom en neem waar!" 47 °Jezus nam* °Nathaniël waar, naar Hem toe komend, en Hij zei aangaande hem: "Neem waar! Waarlijk, een Israëliet in wie geen bedrog is!" (SW)[Joh. 1:46,47] - 24 Ik zei dan tot jullie dat jullie zullen sterven in jullie °zonden. Want in het geval dat jullie niet in Mij zouden geloven, dat Ik het ben, zullen jullie in jullie °zonden sterven." ... 28 Dan weer zei °Jezus tot hen: "Wanneer ook maar jullie de Zoon van de mens zouden verhogen, dan zullen jullie weten dat Ik het ben. En uit Mijzelf doe Ik niets, maar zo als Mij Mijn °Vader onderwijst*, van deze dingen spreek Ik. ... 58 Jezus zei tot hen: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie: Voordat Abraham tot stand kwam, ben Ik!" (SW)[Joh. 8:24,28,58]
6 Als Hij dan tot hen zei: "Ik ben het," komen* zij weg in de ruimten achter en zij vallen* op de grond.
7 Dan stelt* Hij hen weer een vraag: "Wie zoeken jullie?" Dezen nu zeiden: "JezusJAH redt, de Nazoreeëruit Nazaret!"
8 JezusJAH redt antwoordde*: "Ik zei jullie dat Ik het ben. Indien jullie Mij dan zoeken, laat dezen heengaan," Ik ben de goede °Herder. De goede °Herder plaatst Zijn °ziel ten behoeve van de schapen. (SW)[Joh. 10:11]
9 opdat het woord vervuld zal worden dat Hij zei: "Die U aan Mij gegeven heeft, vanuit hen verlies* Ik niemand!" Dit nu is de wil van Die Mij zendt*, dat van alles wat Hij aan Mij gegeven heeft, Ik niets daarvan zou verliezen, maar Ik het zal doen opstaan in de laatste dag. (SW)[Joh. 6:39]
10 Simongehoord (heeft JAH) Petrusrots dan, een zwaard hebbend, trekt* het en raakt* de slaaf van de overpriester en hakt* van hem de rechter °oorlel af. En de naam van de slaaf was Malchuskoning. Hij nu zei tot hen: "Maar nu, die een beurs heeft, laat hem die oppakken*, evenzo ook een reiszak. En die niet heeft, laat hem zijn °bovenkleding verkopen* en laat hem een zwaard kopen*! (SW)[Luc. 22:36] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10-14

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:51-57; Markuseen verdediging 14:47-53; Lukaslichtgevend 22:49-54.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

De impulsieve Petrusrots had nog niet de les van het kruis geleerd, en daarom doet hij het ergst mogelijk. Het probleem met de vijanden van de Heer was dat zij geen oren hadden die hoorden. Wat is het nut van het afslaan van precies dat waaraan zij een tekort hadden? Maar de Heer heeft een hart voor Zijn vijanden, ook in dit moment van Zijn ergste benauwdheid. Elders lezen we dat Hij de pijn genas van degene die kwam om Zijn leven te nemen. Wat een schitterende hint voor de zegeningen waaraan Zijn verdriet geboorte zou geven!


11 °JezusJAH redt dan zei tot °Petrusrots: "Steek het zwaard tot in de schede! De beker die de Vader aan Mij heeft gegeven, zal Ik die niet drinken?" Maar °Jezus zei*, antwoordend*: "Jullie weten niet wat jullie vragen! Zijn jullie in staat de beker te drinken* die Ik op het punt sta te drinken?" Zij zeggen tot Hem: "Wij kunnen het!" (SW)[Matt. 20:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De Heer was Zich bewust van de gedachten van Zijn vijanden. Hij nam de tegenstand van SatanTegenstander waar, maar Hij zag daarachter de wil van Zijn Vader. De beker die Hij moest leegdrinken was een bittere. Hij wilde die niet drinken. Hij wist wat de mensen zouden doen, maar Hij legde de schuld ervoor niet bij hen. Hij bad voor hun vergeving. Hij kende de listigheid van SatanTegenstander, maar Hij wist dat achter dit alles niet slechts de ijzeren wil van een soevereine Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zat, maar de liefdevolle aanhankelijkheid van een Vader. Hij ontving het allemaal uit Zijn handen. Hij buigt niet alleen onder de slag, maar Hij laat het allemaal over aan de liefde van de Vader. Hij kon vertrouwen, ook al doodde Hij Hem. Zijn geloof faalde nooit.


12 De legerafdeling dan en de hoofdman over duizend en de assistenten van de Joden, grepen tezamen °JezusJAH redt en zij binden* Hem,
13 en zij leidden Hem weg, eerst naar Annasnederig, want hij was de schoonvader van °Kajafasals bevallig, die de hogepriester van die °jaargang was. onder hogepriester Hannas en Kajafas, kwam* een uitspraak van God op Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn. (SW)[Luc. 3:2] - 49 Een zeker iemand van hen nu, Kajafas, de hogepriester van die °jaargang zijnde, zei tot hen: "Jullie hebben niets waargenomen, 50 noch rekenen jullie het voor ons nuttig is dat één mens zal sterven ten behoeve van het volk en toch niet de hele natie verloren* zou gaan." 51 Dit nu zei hij niet uit zichzelf, maar hogepriester van die °jaargang zijnde, profeteert* hij dat Jezus op het punt stond ten behoeve van de natie te sterven, (SW)[Joh. 11:49-51]
14 Het was echter Kajafasals bevallig die de Joden adviseerde* dat het nuttig is één mens te laten sterven ten behoeve van het volk. noch rekenen jullie het voor ons nuttig is dat één mens zal sterven ten behoeve van het volk en toch niet de hele natie verloren* zou gaan." (SW)[Joh. 11:50]
15 Simongehoord (heeft JAH) Petrusrots nu en een andere leerling, volgden °JezusJAH redt. Die leerling nu was bekend bij de hogepriester en hij kwam samen met °JezusJAH redt binnen tot in de hof van de hogepriester. °Petrus dan kwam naar buiten, en de andere leerling, en zij kwamen bij het grafgewelf. (SW)[Joh. 20:3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15-21

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:58-69; Markuseen verdediging 54-65; Lukaslichtgevend 22:54-71.


16 °Petrusrots nu stond buiten, bij de deur. De andere °leerling, die bij de hogepriester bekend was, kwam naar buiten en hij zei iets tot de deurwachtster en hij leidde °Petrusrots naar binnen. °Petrus nu volgde Hem van veraf, tot bij de hof van de hogepriester, en binnengaand* zat hij bij de assistenten om het einde waar te nemen*. (SW)[Matt. 26:58]
17 Dan zegt het dienstmeisje, de deurwachtster, tot °Petrusrots: "Ben jij ook niet vanuit de leerlingen van deze °mens?" Hij zegt: "Die ben ik niet!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

We kunnen ons indenken welk een tumult er was in het hart van de onstuimige, hartelijke, vol zelfvertrouwen zijnde Petrusrots. Hij zou nooit zijn Heer verloochenen! Hij zou alles willen lijden ten behoeve van Hem! Hij zou niet de eenvoudige voorzegging van zijn trouweloosheid geloven. Hij was klaar voor martelingen en de dood – iets groots dat hem applaus zou brengen – maar hij was niet klaar voor een simpele vraag van een eenvoudige dienares. Misschien was hij er trots op de Heer te volgen in het huis, maar zijn trots moet zwaar geleden hebben toen hij nadacht over zijn laffe gedrag. Hij kreeg een praktijkervaring van wat de apostel opschreef over hen die proberen in het vlees Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een genoegen te doen: "Wat ik haat, dat doe ik!" (Rom. 7:15). Hoevelen hebben sindsdien ervaren dat ook zij als Petrusrots waren, sterk om te willen, maar niet in staat de verlangens van het hart uit te voeren. En het beste deel van zulk een ervaring is dat dit het vertrouwen in het vlees vernietigt en ons op het terrein van de genade drijft, waar we kracht ontvangen en vermogen om het denken van de geest uit te voeren.


18 Maar ook de slaven en de assistenten stonden daar, een houtskoolvuur gemaakt hebbend, omdat het koud was, en zij warmden* zich. Nu was ook °Petrusrots bij hen, staande en zich warmend. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Huizen in de steden van Palestina werden verwarmd door middel van een houtskool verbrander. Het is een koperen constructie, zestig centimeter hoog, met een soort schaal er bovenop. Deze schaal of pan wordt gevuld met as en hierop wordt de houtskool geplaatst. Ze wordt naar buiten gebracht en aangestoken door de wind of door een blaasbalg. Dan wordt ze in het huis gebracht.


19 De hogepriester dan vraagt* °JezusJAH redt aangaande Zijn °leerlingen en aangaande Zijn °onderwijs. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Contrasteer Petrusrots’ laffe loop met de krachtige houding van zijn Meester. De hogepriester, het symbool van heiligheid en waarheid, maskeert zijn duivelse plan door een hypocriet onderzoek naar de leer van de Heer. Maar de Heer leest het hart en scheurt zijn masker af. Er was niet de minste zwakheid of compromis. Het kwam nooit bij Hem op ook maar iets van Zijn onderwijs te ontkennen of het lijden te ontwijken dat zijn duistere schaduwen over Zijn pad wierp.


20 En °JezusJAH redt antwoordde* hem: "Ik heb in vrijmoedigheid tot de wereld gesproken. Altijd onderwijs* Ik in de synagoge en in de gewijde plaats, waar ook al de Joden samenkomen. En in het verborgene spreek* Ik niets. En neem waar, hij spreekt met vrijmoedigheid! En zij zeggen niet tot hem? Of waarlijk, weten* de oversten niet dat deze de Christus is? (SW)[Joh. 7:26] - Deze dingen zei Hij, onderwijzend in de synagoge in Kapernaüm. (SW)[Joh. 6:59]
21 Waarom vraagt u Mij? Stel* een vraag aan die gehoord hebben wat Ik tot hen spreek*. Neem waar, dezen hebben waargenomen wat Ik zei."
22 Terwijl Hij deze dingen nu zei geeft* één van de assistenten, die er bij staat, aan °JezusJAH redt een slag in het gezicht, zeggend: "Antwoordt u zó de hogepriester?" De hogepriester Ananias nu beveelt* uitdrukkelijk die bij hem staan hem op de mond te slaan. (SW)[Hand. 23:2]
23 JezusJAH redt antwoordde* hem: "Indien Ik op kwalijke wijze spreek*, geef* getuigenis aangaande het kwaad, maar indien op ideale wijze, waarom ranselt u Mij?"
24 Dan vaardigt* °Annasnederig Hem, gebonden zijnde, af naar Kajafasals bevallig, de hogepriester. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Hannasnederig was hogepriester gemaakt door Cyrenius, maar werd zeven jaren later afgezet. Nadat drie anderen het ambt hadden gekregen, werd zijn schoonzoon, Kajafasals bevallig, hogepriester, en hij schijnt altijd samen met hem het ambt gehouden te hebben. Lukaslichtgevend vertelt dat beiden hogepriester waren (Luk. 3.2). Dit alleen al laat zien hoe weinig achting zij hadden voor de wet van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, die een enkelvoudige opvolging voorschreef, absoluut onafhankelijk van menselijke tussenkomst. Zij waren vals, gekozen door goddeloze vreemde vijanden. Hij was de echte Priester, die op het punt stond het echte Lam te offeren. Er werd van hen verwacht de zonde van het volk weg te doen. In plaats daarvan waren zij de aanstichters van de zonde der zonden.


25 Simongehoord (heeft JAH) Petrusrots nu stond en warmde zich. Zij dan zeiden tot hem: "Ben jij toch ook niet vanuit zijn °leerlingen?" Deze ontkent* en zei: "Ik ben het niet." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25-27

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:71-75; Markuseen verdediging 14:69-72; Lukaslichtgevend 22:58-62.


26 Eén vanuit de slaven van de hogepriester, verwant zijnde van die Petrusrots de oorschelp afhakt*, zegt: "Nam ik jou niet waar in de tuin, met hem?"
27 Dan ontkent* Petrusrots weer en onmiddellijk kraait* een haan. Dan begint* hij te verdoemen en te zweren: "Ik heb de mens niet waargenomen!" En onmiddellijk kraait* een haan. (SW)[Matt. 26:74]
28 Zij dan leiden °JezusJAH redt vanaf Kajafasals bevallig tot in het pretorium1). Het was nu vroeg in de morgen en zij kwamen niet binnen tot in het pretorium1), opdat zij niet verontreinigd zullen worden, maar dat zij het Paschahet paasmaal zullen eten. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28-32

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 27:1,2; Markuseen verdediging 15.1; Lukaslichtgevend 23:1.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

Wat waren zij onuitstaanbare hypocrieten! Ze planden de dood van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers Heilige en waren bang dat hun bloederige voeten bezoedeld zouden worden door binnen te gaan waar Hij was! De wet zei: "Jullie zullen niet moorden." Het speet hen het meest dat zij Hem niet zelf konden doden! De enige beschuldiging die zij konden brengen was dat zij Zijn dood eisten.


29 °Pilatusmet een speer dan kwam naar buiten, naar hen toe, en zegt met nadruk: "Welke beschuldiging brengen jullie tegen deze °mens?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29

In opmerkelijk contrast met de hogepriester staat het gedrag van Pilatusmet een speer. Zij waren verlicht door de wet, maar hun licht was duisternis geworden. Hij had niet meer dan het zwakke geflikker van een natuurlijk geweten, maar hij wilde dat volgen. Zijn eerste gedachte, echter, was voor hemzelf. Indien mogelijk zou hij uit dit dilemma willen komen door Hem aan hen over te leveren. Door dit te doen zou hij niet hun ongenoegen oproepen en de directe verantwoordelijkheid ontlopen voor wat ongetwijfeld een onrechtvaardige daad was, Maar ze wilden Hem niet berechten, ze wilden Hem vermoorden!


30 Zij antwoordden* en zeiden tot hem: "Indien deze man geen kwaad aan het doen was, leverden* wij hem nooit aan u over."
31 °Pilatusmet een speer dan zei tot hen: "Nemen jullie hem en oordeel*m hem overeenkomstig jullie °wet!" De Joden zeiden tot hem: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden*," Maar indien het vraagstukken zijn aangaande een woord of een naam of een wet van jullie, zullen jullie overeenkomstig zelf zien! Ik ben niet van plan over deze dingen rechter te zijn*." (SW)[Hand. 18:15]
32 opdat het woord van °JezusJAH redt vervuld zal worden, dat Hij zei, aanduidend welke dood Hij op het punt stond te sterven. En zoals Mozes in de wildernis de slang verhoogt*, zo is bindend dat de Zoon van de mens verhoogd* zal worden (SW)[Joh. 3:14]
33 °Pilatusmet een speer dan kwam weer binnen tot in het pretorium1) en hij ontbiedt* °JezusJAH redt en zei tot Hem: "Bent u de koning van de Joden?" Nathaniël antwoordde* en hij zegt tot Hem: "Rabbi, U bent de Zoon van °God. U bent Koning van °Israël!" (SW)[Joh. 1:49] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33-38

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 27:11.14; Markuseen verdediging 15:2-5; Lukaslichtgevend 23:2-12.


34 °JezusJAH redt antwoordde* hem: "Zegt u dit vanaf uzelf, of zeiden anderen tot u aangaande Mij?"
35 °Pilatusmet een speer antwoordde*: "Ik ben toch geen Jood! Uw °natie en de hogepriesters leveren* u aan mij over. Wat doet* u?" Hij kwam tot in de eigen dingen en de eigen mensen accepteerden Hem niet. (SW)[Joh. 1:11]
36 JezusJAH redt antwoordde*: "°Mijn °koninkrijk is niet vanuit deze °wereld. Indien °Mijn °koninkrijk vanuit deze °wereld was, streden* ook Mijn °assistenten voor Mij, opdat Ik nooit overgeleverd zal worden aan de Joden. Maar nu is °Mijn °koninkrijk niet van hier." want het koninkrijk van °God is niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid en vrede en vreugde in heilige geest. (SW)[Rom. 14:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

36

De Schrift weet van vijf "werelden", die overeenkomen met de vijf aionen. Voordat ChristusGezalfde’ koninkrijk opgericht zal worden, moeten er grote oordelen zijn die een nieuwe aion en een nieuwe wereld inleiden. Hadden de Joden Hem ontvangen, dan zou, menselijk gesproken, het koninkrijk zijn gekomen. Maar aangezien ze Hem verwierpen, kon Hij zeggen: "Nu is Mijn koninkrijk niet van hier." Sinds de crisis in Zijn bediening, toen het duidelijk werd dat de natie niet wilde luisteren, had Hij het koninkrijk uitgesteld naar een verre tijd. Hij had al een tijd lang het koninkrijk niet verkondigd, en daarom kon Pilatusmet een speer niets vinden dat verkeerd was.


37 °Pilatusmet een speer dan zei tot Hem: "Bent u dan geen koning?" °JezusJAH redt antwoordde*: "U zegt dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik ook geboren en hiertoe ben Ik ook tot in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid getuigenis zou geven. Iedereen die vanuit de waarheid is, hoort Mijn °stem." Ik geef opdracht aan jou in het zicht van °God, Die het al levend maakt, en van Jezus Christus, Die het getuigenis geeft* aan Pontius Pilatus, de goede belijdenis, (SW)[1Tim. 6:13] - En hierin zullen wij weten dat wij vanuit de waarheid zijn en vlak voor Hem zullen wij onze °harten overtuigen, (SW)[1Joh. 3:19] - Wij zijn vanuit °God. Wie °God kent luistert naar ons, wie niet vanuit °God is luistert niet naar ons. Hieruit kennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling. (SW)[1Joh. 4:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Pilatusmet een speer, net als vele anderen die de betekenis van de Heer verkeerd begrepen hadden, dacht dat Hij ontkende Koning te zijn. Misschien dacht hij dat Hij een "geestelijk koninkrijk" aan het vestigen was. Maar de Heer corrigeert dit verkeerde vooroordeel. Hij verzekert plechtig dat Hij werkelijk een Koning is. Dit was voor Pilatusmet een speer een zeer ernstige zaak om te beoordelen, want hij was het politieke hoofd van het volk. Het is alleen deze aanklacht die op hem een beroep doet, en daarom geeft hij aan onze Heer het privé onderzoek dat alleen in dit verslag wordt weergegeven. Onder de Joden stonden van tijd tot tijd vele vurige bedriegers op, zichzelf aankondigend als de MessiasGezalfde en de Joden aansporend om op te staan tegen de Romekrachtinen. De echte zaak tussen Pilatusmet een speer en onze Heer was de vraag vast te stellen of Hij van plan was een gewapende opstand te leiden tegen de heerschappij van Romekracht. Als dit zo was, moest Pilatusmet een speer krachtig handelen om de beginnende rebellie te onderdrukken en de leider executeren. Maar aangezien de Heer er niet aan dacht om op deze wijze Zijn koninkrijk te vestigen, overtuigt Hij Pilatusmet een speer van Zijn onschuld in deze. De andere aanklachten waren religieus en interesseerden Pilatusmet een speer niet. Daarom wilde hij Hem vrijlaten.


38 °Pilatusmet een speer zegt tot Hem: "Wat is waarheid?" En dit zeggend kwam hij weer naar buiten, naar de Joden toe, en zegt tot hen: "Ik vind in hem geen enkele reden! [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38-40

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 27:15-23; Markuseen verdediging 15:6-15; Lukaslichtgevend 23:13-25.


39 Nu is het jullie traditie dat ik voor jullie één zou vrijlaten in het Paschahet paasmaal. Zijn jullie dan van plan dat ik voor jullie de koning van de Joden zou vrijlaten?"
40 Zij dan roepen weer, luidkeels, allen zeggend: "Niet deze, maar °Barabbaszoon van (die bekende?) vader!" °Barabbaszoon van (die bekende?) vader nu was rover. Maar jullie loochenen* de Heilige en Rechtvaardige, en jullie verzoeken dat een man, een moordenaar, aan jullie gegeven* wordt als een gunst. (SW)[Hand. 3:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40

Het volk koos Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader, wat Zoon-Vader betekent. Zij gaven de voorkeur aan een zoon van hun eigen vader, de Tegenstander, een man die een rover en moordenaar was, boven de Zoon van de Vader, Die hen niet alleen een nooit vertelde weelde aan zegeningen bracht, maar feitelijk de doden weer tot leven bracht. Wat een tegenstelling tussen deze twee, van wie de namen zo gelijksoortig zijn. De Redder lijdt, de zondaar wordt vrij gelaten! Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader is een type van de grote massa die uiteindelijk zonder geloof wordt gered.




1) Pretorium. Het gebouw waar de Romeinse stadhouder zitting hield.


Terug naar de index.
Naar Johannes 19
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.