Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 19

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Op dat moment dan nam °Pilatusmet een speer °JezusJAH redt en hij geselt* Hem. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-3

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 27:24-31; Markuseen verdediging 15:15-20.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De Romekrachtinse soldaten bespotten de Messiaanse hoop van Israëlstrijder van God door van Hem een namaakmonarch te maken. Het koninklijke purper en de doornenkrans werden vergezeld door spottende, kruiperige vleierij van Zijn denkbeeldige majesteit. Op een dag zal dat bloedende voorhoofd z’n vele diademen dragen. Maar alle koninklijke rangen die deze onthullen zullen Hem niet aan onze harten bemind maken zoals de wrede krans van doornen. Het is het symbool van een kracht en heerlijkheid die een gewillig eerbetoon en een aanbiddende trouw afdwingt.


2 En de soldaten, een lauwerkrans vlechtend* vanuit dorens, plaatsen* die op Zijn °hoofd. En zij omhulden Hem met purperen bovenkleding. Hem nu minachtend*, bespotte* °Herodes, samen met zijn °troepen Hem. Hem omhullend* in schitterend kleding, zendt* hij Hem terug naar Pilatus. (SW)[Luc. 23:11]
3 En zij kwamen* naar Hem toe en zij zeiden: "Verheug je, °koning van de Joden!" En zij geven* Hem slagen in het gezicht. Terwijl Hij deze dingen zei, gaf een van de assistenten, die er bij stond, aan °Jezus een slag in het gezicht, zeggend*: "Antwoordt u zo de hogepriester?" (SW)[Joh. 18:22]
4 En °Pilatusmet een speer kwam weer naar buiten en zegt tot hen: "Neem waar, ik leid hem naar buiten, voor jullie, opdat jullie zullen weten dat ik geen enkele reden in hem vind." °Pilatus zegt tot Hem: "Wat is waarheid?" En dit zeggend kwam* hij weer naar buiten, naar de Joden toe, en zegt tot hen: "Ik vind in hem geen enkele reden! (SW)[Joh. 18:38]
5 °JezusJAH redt dan kwam naar buiten, de doornige lauwerkrans en de purperen bovenkleding dragend. En hij zegt tot hen: "Neem waar, de mens!"
6 Toen dan de hogepriesters en de assistenten Hem waarnamen, roepen* zij luidkeels, zeggend: "Kruisig*, kruisig* hem!". En °Pilatusmet een speer zegt tot hen: "Nemen jullie hem en kruisig*m, want ik vind in hem geen reden." °Pilatus dan zei tot hen: "Nemen jullie hem en oordeel* hem overeenkomstig jullie °wet!" De Joden zeiden tot hem: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden*," (SW)[Joh. 18:31]
7 De Joden antwoordden* hem: "Wij hebben een wet en overeenkomstig onze °wet is hij verschuldigd te sterven, omdat hij zichzelf Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker maakt*." 16 En iemand die de naam van JAHWEH smaadt zal ter dood gebracht worden, ja ter dood gebracht worden. Heel de vergadering zal hem bekogelen, ja bekogelen met stenen, zowel de tijdelijke verblijver als de inheemse. Vanwege zijn lasteren van de Naam zal hij ter dood gebracht worden (SW)[Lev. 24:16] - Vanwege dit dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden*, omdat Hij niet alleen de sabbat ontbond, maar dat Hij ook zei dat Zijn Vader °God is, Zichzelf gelijk makend met °God. (SW)[Joh. 5:18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Oppervlakkig gezien schijnt het dat Pilatusmet een speer’ vraag, toen hij hoorde dat de Heer claimde de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te zijn, werd genegeerd. Aangezien de Heer de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was, was het ver beneden Zijn waardigheid om met woorden te antwoorden. Zijn gedrag was veel overtuigender. Pilatusmet een speer begreep Zijn zwijgen veel beter dan welk woord dan ook.


8 Wanneer dan °Pilatusmet een speer dit °woord hoort*, werd hij veeleer bevreesd*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

De schitterende houding van ChristusGezalfde voor Pilatusmet een speer vindt z’n gelijke niet in de annalen van de rechtspraak. Hij had bang moeten zijn voor de wrede en gewetenloze Romekrachtinse heerser, maar het is Pilatusmet een speer die bang is. En wanneer de hooghartige Romekrachtin Hem dreigt, vertelt Hij hem kalmpjes dat er een hoger gezag is.

Wat een triomfantelijk vertrouwen in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ondersteunde Hem in heel deze vreselijke en hartverscheurende beproeving! Kunnen we voor onszelf niet een beeld maken van de furieuze, bloeddorstige bende, die afstand houdt vanwege de hypocriete vrees voor besmetting, maar juist de atmosfeer bezoedelt met hun valse en vijandelijke beschuldigingen; de minachtende stadhouder, die niet betrokken wenste te worden in hun religieuze geschillen, arrogant maar vreesachtig, sterk, maar zwakjes zorgend voor hun onterechte eisen, en eenzame, zichzelf beheersende Man. Hij boog zachtmoedig voor de wil van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker; zij, echter, vervulden onwetend het bevel van SatanTegenstander.


9 En hij kwam weer binnen tot in het pretorium en hij zegt tot °JezusJAH redt: "Van waar bent u?" Maar °JezusJAH redt geeft* hem geen antwoord. 62 En opstaande* zei* de hogepriester tot Hem: "Beantwoordt u niets van wat dezen tegen u getuigen?" 63 Maar °Jezus was stil en de hogepriester zei* tot Hem: "Ik bezweer u dringend bij de levende °God dat u ons zal vertellen* of u de Christus bent, de Zoon van °God." (SW)[Matt. 26:62,63]
10 °Pilatusmet een speer dan zegt tot Hem: "U spreekt niet tot mij? Heeft u niet waargenomen dat ik autoriteit heb u vrij te laten* en ik autoriteit heb u te kruisigen*?"
11 °JezusJAH redt antwoordde* hem: "U heeft geen enkele autoriteit tegen Mij indien het niet van boven aan u was gegeven. Vanwege dit heeft die Mij aan u overlevert grotere zonde." Laat elke ziel onderschikt worden aan de superieur zijnde autoriteiten, want er is geen autoriteit dan onder God. En die er zijn? Zij zijn verordend onder God (SW)[Rom. 13:1]
12 Vanuit dit zocht °Pilatusmet een speer Hem vrij te laten. Maar de Joden riepen luidkeels, zeggend: "In het geval dat u deze vrij zou laten, bent u niet een vriend van de keizer. Elke die zichzelf koning maakt, spreekt de keizer tegen!" Zij nu beginnen* Hem te beschuldigen, zeggend: "Wij vonden deze man, onze natie verdraaiend en verhinderend belastingen te geven aan Caesar en van zichzelf zeggend Christus te zijn*, een koning."(SW)[Luc. 23:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Pilatusmet een speer onderschikte zich aan wat hij een politieke noodzakelijkheid achtte. We moeten toegeven dat hij alles deed wat een Romekrachtinse stadhouder onder deze omstandigheden gedaan zou hebben. De Joden hadden gemakkelijk problemen kunnen veroorzaken in Romekracht als hij er niet in zou slagen snel te handelen met iemand die door het volk werd geprezen als een politiek tegenstander van Caesarkeizer.


13 °Pilatusmet een speer dan, deze °woorden horend*, leidde °JezusJAH redt naar buiten. En hij gaat zitten* op een podium in een plaats genaamd Plaveisel, in het Hebreeuws echter Gabbatahoogte.
14 Het was nu Voorbereiding van het Paschahet paasmaal, het was ongeveer het derde uur en hij zegt tot de Joden: "Neem waar, jullie °koning!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

De lezing "derde" (in plaats van het gebruikelijke "zesde") wordt gebruikt op grond van het bewijs van de bewerker van de Sinaïnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligtticus. Vele ingenieuze verklaringen zijn er gegeven om het zesde uur in deze passage in harmonie te brengen met het derde uur in Markuseen verdediging 15:25, maar geen daarvan zijn bevredigend. De duisternis viel pas op het zesde uur, dat is midden op de dag, maar dat kwam niet alleen na Zijn eigen kruisiging en die van de misdadigers, maar ook nadat de rovers gekruisigd waren.


15 Maar dezen dan roepen* luidkeels: "Neem* hem weg, neem* hem weg! Kruisig* hem!" °Pilatusmet een speer zegt tot hen: "Zal ik jullie °koning kruisigen?" De hogepriesters antwoordden*: "Wij hebben geen koning dan de keizer!"
16 Op dat moment dan levert* hij Hem aan hen over, opdat Hij gekruisigd zal worden. Zij dan namen °JezusJAH redt mee en zij leidden Hem weg. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16-24

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 27:24-35; Markuseen verdediging 15:15-24; Lukaslichtgevend 23:24-34.


17 En voor Zichzelf het kruis dragend, kwam Hij uit tot in wat Schedelplaats wordt genoemd, wat in het Hebreeuws Golgotaschedel wordt genoemd, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Steniging was de manier die door de wet van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen werd voorgeschreven als doodstraf. Het was een betrekkelijk snelle en pijnloze dood, omdat een enkele klap op het hoofd het slachtoffer zou verdoven in bewusteloosheid. Het Romekrachtinse kruis of staak was veel pijnlijker en schaamtevoller. Het slachtoffer werd vastgespijkerd aan een enkele, rechtopstaande paal en achtergelaten om te sterven, een langdurig en vernederend spektakel voor een ieder die het zag.

De glamour waarmee de religie probeert het kruis te omgeven, is vals en misleidend. De enige halo er van is diepe duisternis, de kracht er van is zwakte en de heerlijkheid schande.

De schaamte van kruisiging is de passende climax van de afdaling van ChristusGezalfde van de hoogste heerlijkheid naar de laagste vernedering. Net zoals Hij ver boven allen was geweest, zo was het nu nodig dat Hij naar beneden kon komen naar de diepste diepten van vernedering. Het is dit aspect van Zijn dood dat bedoeld wordt door de term "kruis" of "paal". Dit legt niet het feit van Zijn dood vast, maar de manier waarop. Dit, op z’n beurt, werpt een luguber licht op de wereld die zo weinig respect had voor Degene Die de hoogste plaats in de hemel had.

Maar daarnaast is het kruis de plaats van de vloek. Het was nodig voor de Zondeloze om zonde te worden. Het was nodig dat Hij de plaats van de zegen verliet voor de plaats van de vloek. "Vervloekt is een ieder die gehangen wordt aan een paal," was het deel van de wet die Hij nooit had vervuld. Deze vorm van dood – kruisiging – beroofde Hem van Zijn laatste toevluchtsoord. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zelf werd Zijn vijand en verliet Hem.


18 waar zij Hem ook kruisigen* en met Hem twee anderen, hier vandaan en daar vandaan, maar °JezusJAH redt in het midden.
19 °Pilatusmet een speer nu schrijft* ook een opschrift en hij plaatst* dit op het kruis. Er was nu geschreven: "JezusJAH redt de Nazoreeëruit Nazaret, de koning van de Joden."
20 Dit °opschrift dan lezen* velen van de Joden, omdat waar °JezusJAH redt gekruisigd* werd, dicht bij de plaats van de stad*1) was en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.
21 De hogepriesters van de Joden dan zeiden tot °Pilatusmet een speer: "Schrijf toch niet 'de koning van de Joden', maar dat deze zei: 'Ik ben koning van de Joden.'"
22 °Pilatusmet een speer antwoordde*: "Wat ik heb geschreven, heb ik geschreven."
23 De soldaten dan, wanneer zij °JezusJAH redt kruisigen*, namen Zijn °bovenkleding en zij maken* vier delen, voor iedere soldaat een deel, en het onderkleed. Het onderkleed nu was zonder naad, als één geheel vanuit boven geweven. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Aangezien onze Heer behoorde tot de lagere klassen, zal Hij Zich ongetwijfeld passend hebben gekleed. Ze droegen slechts vijf kledingstukken: een lang katoenen hemd, een gordel (gewoonlijk van leder of gevlochten), een tulband, sandalen en een tuniek die over het algemeen was gemaakt van geiten- of kamelenharen. De vier soldaten konden gemakkelijk de eerste vier onder elkaar verdelen, maar het vijfde, speciaal gemaakt, zonder zoom, was waarschijnlijk van meer waarde dan de rest bij elkaar. Het zou zonde zijn het te verdelen, daarom werden ze gedwongen het lot te werpen en de Schrift te vervullen.


24 Zij dan zeiden tot elkaar: "Wij zouden dit niet scheuren, maar wij zullen er het lot over laten vallen van wie het zal zijn," opdat het Geschrift vervuld zal worden, die zegt: "Zij verdelen* Mijn °bovenkleding voor zichzelf en over Mijn °kledij wierpen zij het lot." En inderdaad doen* de soldaten dan deze dingen. 18 Zij delen mijn kleren op voor henzelf en over mijn kleding werpen zij het lot. (SW)[Psalm 22:18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Zie Psalmen 22:18


25 Nu stonden bij het kruis van °JezusJAH redt Zijn °moeder en de zuster van Zijn °moeder, Mariahun opstand (??) van Klopasroem van de vader, en Mariahun opstand (??) de Magdaleensetoren. 55 En er waren daar vele vrouwen, van verre toeziend, die °Jezus volgen* sinds °Galilea, Hem dienend.
56 Onder hen was Maria °Magdalena, en Maria, de moeder van °Jakobus en van Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs (SW)
[Matt. 27:55,56]
[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Lichamelijke banden zijn tijdelijk en zullen opgevolgd worden door geestelijke banden. Alle blijvende geestelijke banden zijn gemaakt aan de voet van het kruis.


26 JezusJAH redt dan, Zijn °moeder waarnemend en de leerling die Hij liefhad er bij staande, zegt tot Zijn °moeder: "Vrouw, neem waar, uw °zoon!" En één van Zijn °leerlingen, die °Jezus liefhad*, lag aan tafel in de boezem van °Jezus. (SW)[Joh. 13:23]
27 Daarna zegt Hij tot de leerling: "Neem waar, uw °moeder!" En vanaf dat °uur nam de leerling haar tot de eigene.
28 Hierna zei °JezusJAH redt, waargenomen hebbend dat reeds alles tot een einde gebracht is, opdat het Geschrift tot volmaaktheid gebracht zal worden: "Ik heb dorst." 15 Mijn energie is opgedroogd als aardewerk en mijn tong kleeft aan mijn kaken, en op de losse aarde van de dood zet U mij op de haardstenen. (SW)[Psalm 22:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28-30

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 27:45-51; Markuseen verdediging 15:33-36; Lukaslichtgevend 23:46.

Zie Psalmen 22:15; 69;21.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

Misschien zouden we in geen andere omstandigheden ons de intense passie van ChristusGezalfde voor het woord van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker bewust kunnen worden. We kunnen een weinig kennen van wat Hij voelde uit de woorden van de Psalmist:

Ik ben uitgestort als water,
en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden;
mijn hart is als was,
het is gesmolten in het midden mijns ingewands.
Mijn kracht is verdroogd als een potscherf,
en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
en Gij legt mij in het stof des doods.
(Ps. 22:14-15;SV)

De dood, door de handen van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, niet Zijn vijanden, was voor Hem. Toch werd één passage uit de Schrift niet vervuld. Hij had Zijn deel gedaan, maar de mensen had niet het hunnen gedaan. De Psalmist had voorzegd:

Ja, zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven;
en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.
(Ps. 69:21;SV)

Daarom spoort Hij hen aan en vullen zij de spons en vervullen de passage. Echt, geen enkele letter van de wet zal falen tot alles is vervuld! Indien Hij die bittere drank kon drinken in het moment van Zijn grootste zwakte en diepste wanhoop, zodat de Schrift geperfectioneerd kon worden, wat zal Hij dan doen in de dag van Zijn kracht en heerlijkheid? Hij zal er zeker op toezien dat geen enkele zin van de Schrift zal falen vervuld te worden.


29 Nu lag* daar een gebruiksvoorwerp barstensvol zure wijn. Een spons op een hysopstengel plaatsend, barstensvol zure wijn, bieden* zij die aan aan Zijn °mond. 21 En in mijn maaltijd geven zij mij vergif en voor mijn dorst doen zij mij azijn drinken. (SW)[Psalm 69:21]
30 Toen dan °JezusJAH redt de zure wijn nam, zei Hij: "Het is tot een einde gebracht!" En het hoofd neigend* levert* Hij de geest over. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

De dood van ChristusGezalfde was niet te wijten aan het falen van Zijn vermogens, of van uitputting. Het was een bewust daad van Zijn wil. Na het werk van de Vader te hebben voltooid, dat Hij voor Hem had gezet, was er geen noodzaak voor verder lijden. Daarom legde Hij uit eigen wil Zijn ziel af. Hij gaf Zijn geest over aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.


31 De Joden dan, omdat het Voorbereiding was, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven in de sabbat, want de dag van die °sabbat was groot, vragen* °Pilatusmet een speer dat zij de benen zullen kapotbreken en zij weggenomen zullen worden. 22 En indien er in een man een zonde is, met een oordeel van dood, dan wordt hij ter dood gebracht en hang jij hem op aan een boom. 23 Zijn karkas zal niet de boom overnachten, want jij zal hem zeker in die dag begraven, want de vloekuitspreking van Elohim is op de opgehangene. En jij zal jouw grond, die JAHWEH, jouw Elohim, als lotbezit aan jou geeft, niet verontreinigen. (SW)[Deut. 21:22,23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Er waren in Israëlstrijder van God naast de wekelijkse sabbat vele sabbatten. Deze sabbat was de eerste dag van het feest van de Ongezuurde Broden (Lev. 23.7). Aangezien deze het zevendaagse feest inluidde waarin alle gist uit hun huizen verbannen was, werd deze beschouwd als een veel grotere dag dan de wekelijkse sabbat. Het kan zijn dat de Geest van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ook hint op de werkelijke grootheid er van. Gist is een type van zonde. Nu was het grote Zondeoffer gedood en de zonde was inderdaad weggedaan! Het was de grootste dag in de Joodse kalender.


32 De soldaten dan kwamen en breken* inderdaad de benen van de eerste kapot en van de andere, van die met Hem meegekruisigd worden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32

De loop van het verhaal toont hier duidelijk dat er vier anderen met ChristusGezalfde gekruisigd werden. Er waren twee misdadigers en twee rovers. De soldaten braken de benen van twee voordat ze bij ChristusGezalfde kwamen, daarom moeten er twee aan elke zijde zijn geweest. Er waren geen "dieven". Een van de misdadigers geloofde in Hem.


33 Maar bij °JezusJAH redt komend, als zij waarnamen dat Hij reeds gestorven is, en breken* zij Zijn °benen niet kapot.
34 Maar één van de soldaten priemt* Zijn °zijde met de lanspunt en meteen kwam er bloed en water uit. 6 Deze is Die komt door water en bloed en geest, Jezus Christus. Niet alleen in het water, maar in het water én in het bloed. En de geest is die getuigenis geeft, want de geest is de waarheid. 7 Want drie zijn die getuigenis geven: 8 de geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot in het ene. (SW)[1Joh. 5:6-8]
35 En die gezien heeft heeft getuigenis gegeven en zijn °getuigenverklaring is waarachtig. En deze heeft waargenomen dat hij ware dingen zegt, opdat ook jullie zouden geloven. Deze is de leerling die getuigenis geeft aangaande deze dingen en die deze dingen schrijft*. En wij hebben waargenomen dat zijn °getuigenverklaring waar is.(SW)[Joh. 21:24]
36 Want deze dingen gebeurden* opdat het Geschrift vervuld zal worden: "Zijn bot zal niet verbrijzeld worden." 46 In één huis wordt het gegeten. Jullie zullen niets van het vlees uit het huis naar buiten brengen en jullie zullen geen bot daarin breken. (SW)[Ex. 12:46] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

36

Zie Numeri 9:12; Exodus 12:46; Psalmen34.20.

Met Zijn bovennatuurlijke vitaliteit zou Hij lang na de anderen in leven zijn gebleven en het breken van de benen geleden hebben, als Hij niet Zijn eigen ziel had afgelegd. Het is opmerkelijk dat, in dit alles, er een goddelijke intelligentie zit achter de onwetendheid van de mens. Ze beschadigden Zijn vlees, maar braken niet Zijn benen. Ze goten Zijn bloed uit, maar verminkten niet Zijn vorm, zodat in de opstanding, Zijn lichaam samengesteld is uit vlees en beenderen en geen bloed heeft. De ziel van het vlees is in het bloed, maar de geest heeft geen bloed nodig. De gewillige handen van Zijn vijanden werden gebruikt om Zijn lichaam om te vormen naar de nieuwe toestand die nodig is in de opstanding!


37 En weer een ander Geschrift zegt: "Zij zullen zien tot in Die zij doorsteken*." 10 En Ik zal over het huis van David en over de inwoner van Jeruzalem een geest van genade en smeekbeden uitgieten. En zij zullen kijken naar Mij Die zij doorstaken. En zij zullen rouwklagen over Hem als een rouwklacht over de enige zoon. En zij zullen bitter verdriet hebben over Hem zoals men bitter verdriet heeft over de eerstgeborene. (SW)[Zach. 12:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Zie ZachariaJAH gedenkt 12:10


38 Na deze dingen nu vraagt* JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) vanaf Arimateahoogte, leerling van °Jezus JAH redt zijnde, maar verborgen zijnde vanwege de vrees voor de Joden, aan °Pilatusmet een speer opdat hij het lichaam van °JezusJAH redt zou wegnemen. En °Pilatusmet een speer staat* het toe. Hij dan kwam en neemt* Zijn °lichaam weg. Niettemin sprak niemand met vrijmoedigheid over Hem, vanwege de vrees voor de Joden. (SW)[Joh. 7:13] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38-42

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 27:57-60; Markuseen verdediging 15:42-46; Lukaslichtgevend 23:50-54.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38

Wat een opmerkelijke verandering brengt de kruisiging teweeg in twee van de geheime discipelen van onze Heer! JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) van Arimatheahoogte was bang voor de joden, maar nu heeft hij de moed om naar Pilatusmet een speer te gaan en neemt hij het lichaam weg voor de ogen van hen die hij eens vreesde. Ook Nicodemusvolksoverwinnaar wacht niet tot de duisternis om de specerijen te brengen voor het balsemen van het lichaam. Hij komt naar buiten als het dag is. Het is het kruis, het lijden en de schaamte, de worsteling en de vernedering van Degene Die hun harten had gewonnen, die hun verlegenheid wegnam. En het is nog steeds de inspiratie voor dappere daden en nobele handelingen, vrij van de vrees voor mensen.


39 Ook Nikodemusvolksoverwinnaar nu (die eerst tot Hem kwam in de nacht) kwam, een mengsel van mirre en aloë brengend, ongeveer honderd ponden. Nicodemus, die naar Hem toe kwam, eerder een van hen zijnde, zei tot hen: (SW)[Joh. 7:50]
40 Zij dan namen het lichaam van °JezusJAH redt en zij binden* het met de specerijen in linnen windsels, zoals gebruik is bij de Joden om ter aarde te bestellen.
41 Nu was er in de plaats waar Hij ook gekruisigd* werd een tuin en in de tuin een nieuw grafgewelf, waarin tot nu toe nog niemand geplaatst was.
42 Daar dan, vanwege de Voorbereiding van de Joden, omdat het grafgewelf nabij was, plaatsen* zij °JezusJAH redt.


NOTEN:
1) Plaats van de stad. Voor "plaats" heeft het Grieks hier "topos". Als we in Handelingen 6:13 en 14 het woord "plaats" vervangen door "topos", dan zien we wat er wordt bedoeld met "plaats/topos".
"13 Daarbij staan valse getuigen, zeggend: "Deze mens houdt niet op uitspraken te spreken tegen deze heilige topos en de wet.
14 Want wij hebben hem horen zeggen dat JezusJAH redt de Nazareneruit Nazaret deze topos zal vernietigen en de gewoonten zal veranderen die Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen aan ons overgeeft"
.

De topos is duidelijk de tempel in de stad Jeruzalem.

Maar er is meer:
In Handelingen 21:28 wordt Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine beschuldigd door een paar Joden:
"Mannen! Israëlstrijder van Godieten! Helpt! Dit is de mens, de tegen het volk en de wet en deze topos, allen overal lerende. Trouwens: het is nog erger! Hij leidde* ook Grieken de gewijde plaats binnen en heeft deze heilige topos ontwijdt."
In JohannesJAH is genadig 4:20 noemt de Samaritaanseiemand uit de landstreek Samaria vrouw de tempel een "topos".
"Onze °vaders aanbidden* op deze °berg en jullie zeggen dat in Jeruzalem de topos is waar het bindend is te aanbidden."

De "plaats van de stad" was de tempel.


Terug naar de index.
Naar Johannes 20

   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.