Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Johannes
Hoofdstuk 6

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Na deze dingen kwam °JezusJAH redt weg aan de overkant van de zee van °Galileakring, van °Tiberiasstad vernoemd naar Keizer Tiberius. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-13

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 14:13-21; Markuseen verdediging 6:31-44; Lukaslichtgevend 9:10-17.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Dit is het vierde teken in dit verslag. Het eerste beeldde Israëlstrijder van Gods vreugde uit in het komende koninkrijk (2:1), het tweede de genezing van de natie (4:46). Het derde toonde de bron van de kracht er van (5:2). Het vierde houdt zich bezig met het onderhoud er van. ChristusGezalfde is het Leven van de wereld. Hij is het ware Brood. De mensheid wordt afgebeeld door de vijf duizend, hongerig en ver van voedsel. De geestelijke hongersnood zal zo acuut worden dat wat volstaat voor vijf alles is wat nodig is voor vijf duizend. Zelfs de grote letterlijke hongersnood van de eindtijd zal dit niet benaderen (Openb. 6:6). Dan zal voedsel acht maal de normale prijs kosten. Hier is het tekort duizendvoudig. Wat betekent dit?

We weten dat de mens niet zal leven van brood alleen, maar van iedere uitspraak die komt uit de mond van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (Matt. 4:4). De komende aion zal een tijd van overvloed zijn (Amoskrachtig 9:13), maar het leven van de wereld wordt niet onderhouden door de maag, maar door het hoofd en het hart. Het komt uit de kennis van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. In de dag wanneer JAHWEH het overblijfsel van Zijn volk zal verkrijgen, zal de aarde vol zijn van de kennis van JAHWEH, zoals de wateren de zee bedekken (Jes. 11:9-11). De geestelijke nood van de natie, toen de Heer de eerste maal kwam, was zodanig dat hun geestelijk onderhoud maar een duizendste deel was van wat het zou moeten zijn en wat het zal zijn wanneer de MessiasGezalfde komt. Het voeden van de menigte is een teken van Zijn komst.

Een vergelijking van dit teken met het voeden van de vier duizend is verrassend en instructief (Matt.15:32-38: Markuseen verdediging 8:1-9). Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers voorzienigheid komt omgekeerd evenredig aan menselijke hulp. Toen zeven broden en een paar vissen werden gebruikt om vier duizend te voeden, verzamelden zij zeven mandjes met brokken. Natuurlijk zal dan, als slechts vijf broden en twee vissen verdeeld worden onder vijf duizend, het overschot minder zijn? Integendeel! Want na het voeden van het grotere aantal met de kleinere hoeveelheid is er een groter overschot over. Zeven broden onder vier duizend liet zeven mandjes over. Maar er bleven twaalf grote manden over nadat vijf duizend werden gevoed met slechts vijf broden. En waren de mandjes eerst gevuld, nu zijn ze volgepropt. Het is duidelijk dat hoe minder de menselijke hulp is, des te groter Zijn genade is. Dit principe past bij Zijn handelen met Israëlstrijder van God en de wereld bij de komst van ChristusGezalfde. De geestelijke overdaad van die dag zal niet geleidelijk worden benaderd door natuurlijke ontwikkeling, door het opbouwen van karakters en onderwijs, maar door een wonderlijke uitstorting en vermenigvuldiging van kennis van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Uit de persoonlijke toepassing er van kunnen we afleiden dat het bezit van natuurlijke talenten niet van levensbelang is voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers werkingen. Hij geeft de voorkeur aan een hongersnood, waar hij voedsel kan leveren, boven een feestmaal waar Zijn hand niet nodig is en Zijn hart niet gewenst. Hij kan de meest nederige middelen en tussenpersonen gebruiken om Zijn wonderen te bereiken.


2 En Hem volgde een talrijke schare, want zij aanschouwden de tekenen die Hij aan de zwak zijnden deed. En er volgen* Hem vele scharen uit Galilea en Decapolis en Jeruzalem en Judea en van de overkant van de Jordaan. (SW)[Matt. 4:25] - Toen Hij nu in °Jeruzalem was in het Pascha, in het feest, geloven* velen tot in Zijn °naam, van Hem de tekenen aanschouwend die Hij deed. (SW)[Joh. 2:23] -
3 En JezusJAH redt kwam naar boven op de berg en daar zat Hij met Zijn °leerlingen. De scharen nu waarnemend* steeg* Hij de berg op en toen Hij gezeten* was kwamen* Zijn leerlingen naar Hem toe. (SW)[Matt. 5:1]
4 Het °Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte nu was nabij, het feest van de Joden. Het feest nu van de ongezuurde broden, dat Pascha genoemd wordt, naderde. (SW)[Luc. 22:1]
5 °JezusJAH redt dan, de ogen omhoog heffend* en gadeslaand* dat een talrijke schare naar Hem toe komt, zegt tot °Filippuspaardenvriend: "Waarvandaan zouden wij broden kopen, opdat dezen zullen eten?"
6 Dit nu zei Hij, hem beproevend, want Hij had Zelf waargenomen wat Hij op punt stond te doen.
7 °Filippuspaardenvriend dan antwoordde* Hem: "Tweehonderd denariën broden zijn voor hen niet voldoende, opdat een ieder een beetje in ontvangst zal nemen."
8 Eén vanuit Zijn °leerlingen, Andreasde mannelijke, de sterke, de broeder van Simongehoord (heeft JAH) Petrusrots, zegt tot Hem: Nu wandelend bij de zee van °Galilea, nam* Hij twee broers waar, Simon, genaamd Petrus, en Andreas, zijn °broer, een zakvormig sleepnet tot in de zee werpend, want zij waren vissers. (SW)[Matt. 4:18]
9 "Er is hier een jongetje dat vijf broden van gerst en twee vismaaltjes heeft. Maar wat zijn deze dingen voor zo velen?" Maar zij zeggen tot Hem: "Wij hebben hier niet anders dan vijf broden en twee vissen!" (SW)[Matt. 14:17]
10 °JezusJAH redt nu zei: "Doe*m de mensen achterover leunen", want er was nu veel gras in de plaats. De mensen dan leunen* achterover; het getal was ongeveer vijfduizend mannen.
11 °JezusJAH redt dan nam de broden en Hij deelt* het dankend* uit aan de aan tafel aanliggenden. Evenzo ook vanuit de vismaaltjes, zoveel als zij wilden.
12 Als zij nu gelaafd* worden zegt Hij tot Zijn °leerlingen: "Verzamelm de overvloedig zijnde* brokstukken, opdat toch niet iets verloren zal gaan."
13 Zij dan verzamelden en zij maken* twaalf draagmanden boordevol met brokstukken vanuit de vijf °broden van de gerst die overvloedig zijn* voor die gespijzigd werden. En zij aten* allen en worden verzadigd*. En zij pakken* het overschot van de brokken op, twaalf draagmanden vol. (SW)[Matt. 14:20]
14 De mensen dan, het teken waarnemend dat °JezusJAH redt doet*, zeiden: "Deze is waarlijk de Profeet Die komt tot in de wereld!" 15 Een Profeet uit jouw midden, van jouw broeders, zoals ik, zal JAHWEH, jouw Elohim, doen opstaan. Naar Hem zullen jullie luisteren, (SW)[Deut. 18:15]
15 JezusJAH redt dan, wetend dat zij op het punt staan te komen en Hem weg te grissen, opdat zij Hem koning zouden maken, trekt* Zich weer terug op de berg, Hij alleen. 33 °Pilatus kwam dan weer binnen tot in het pretorium en hij ontbiedt* °Jezus en zei tot Hem: "Bent u de koning van de Joden?" 34 Jezus antwoordde* hem: "Zegt u dit uit uzelf, of vertelden* anderen u aangaande Mij?" 35 °Pilatus antwoordde*: "Ik ben geen Jood! Uw °natie en de hogepriester leveren* u aan mij over. Wat doet* u?" 36 Jezus antwoordde*: "°Mijn °koninkrijk is niet vanuit deze °wereld. Indien °Mijn °koninkrijk vanuit deze °wereld was, streden Mijn assistenten voor Mij, zodat Ik nooit overgeleverd zal worden aan de Joden. Maar nu is °Mijn °koninkrijk niet van hier." 37 °Pilatus dan zei tot Hem: "Bent u dan geen koning?" °Jezus antwoordde*: "U zegt dat Ik koning ben. Hiervoor ben Ik ook geboren en hiervoor ben Ik ook tot in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid getuigenis zou geven. Iedereen die vanuit de waarheid is, hoort Mijn °stem." (SW)[Joh. 18:33-37] - En de menigten wegzendend*, klom* Hij de berg op om alleen te bidden*. Toen het nu avond werd* was Hij daar alleen (SW)[Matt. 14:23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

Precies een jaar later (12:12-16) presenteerde Hij Zichzelf aan hen als hun koning. Deze inspanning om Hem koning te maken was vroegtijdig en kwam voort uit het feit dat zij niet het belang van het teken hadden begrepen. Zij waren niet gevuld geworden met de kennis van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, het ware onderhoud, maar met vergankelijke voorraden. Zijn koninkrijk bestaat niet uit eten en drinken (Rom. 14.17). Het zal niet gevestigd worden door menselijke handen, maar door goddelijke kracht. Het zal niet opgericht worden in de mensendag, maar in de dag van JAHWEH. Van groot belang is dat Hij zich terugtrekt op een berg, alleen, en Zijn discipelen afdalen naar de zee. Zo steeg Hij later op naar Zijn hemelse troon, terwijl Zijn volgelingen verstrooid werden onder de naties.


16 Toen het nu avond werd*, daalden* Zijn °leerlingen af naar de zee, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16-21

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 14:22-33; Markuseen verdediging 6:45-52.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

De parallel wordt voortgezet. Israëlstrijder van God is nu in het duister, heen en weer geslingerd door de razende zee van de naties, die geroerd wordt door de geestelijke krachten van boosaardigheid die de wereld regeren tijdens de afwezigheid van de MessiasGezalfde. De Joden zullen verstrooid zijn onder de naties en gehaat en achtervolgd worden met de uiterste wreedheid, onrecht en onmenselijkheid. Het is voor allen die hun geschiedenis bestudeerd hebben duidelijk dat er een oorzaak achter moet zitten die niet gezien kan worden. Net zoals de wind de golven van Galileakring opzweepte tot een storm en dreigde de vreesachtige discipelen te laten verdrinken, zo zijn kwaadaardige geesten aan het werk, haat opzwepend tegen de Joden, want zij weten Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers doel met de natie, en zijn daar haatdragend over en zouden, als ze dat konden, het voorkomen. Om deze reden achtervolgt men de Joden, zonder aanleiding, en zowel mens als demon voeren de doem uit die zij over zichzelf afriepen toen zij schreeuwden dat Zijn bloed over hen en hun kinderen zou komen (Matt. 27:25).

Maar wanneer ChristusGezalfde komt zal Hij de wind doen liggen en de golven kalmeren en hen naar hun verlangde haven brengen. Hij zal SatanTegenstander binden (Openb. 20.2) en de naties oordelen (Matt. 25:31-46) en het koninkrijk oprichten (Openb. 11.15). Dan, en niet eerder, zal Zijn woord volledig vervuld worden: "Ik ben het, wees niet bang!" Dit is het vijfde teken.


17 en tot in het schip instappend*, kwamen* zij aan de overkant van de zee, tot in Kapernaümdorp van Nahum. En het was reeds donker geworden en °JezusJAH redt was nog niet naar hen toe gekomen.
18 Bovendien werd de zee wakker geschud* door het waaien van een grote wind.
19 Na dan ongeveer vijf en twintig of dertig stadiën geroeid te hebben, aanschouwen zij °JezusJAH redt, wandelend op de zee en nabij het schip komend. En zij werden bevreesd*.
20 Maar Hij zegt tot hen: "Ik ben het, vreesm toch niet!" Maar direct spreekt* °Jezus tot hen, zeggend: "Houd moed! Ik ben het! Vrees toch niet!" (SW)[Matt. 14:27]
21 Zij dan wilden Hem in het schip nemen. En onmiddellijk kwam* het schip op het land tot welk zij heen gingen.
22 De volgende morgen nam de schare, staande aan de overkant van de zee, waar dat daar geen andere boot was dan één en dat °JezusJAH redt niet samen met Zijn °leerlingen in het schip binnen kwam, maar dat Zijn °leerlingen alleen weg kwamen.
23 Maar boten kwamen vanuit °Tiberiasstad vernoemd naar Keizer Tiberius nabij de plaats waar zij het brood aten, waarvoor de Heer dankte*. °Jezus dan nam de broden en, dankend, deelt* Hij het uit aan de aan tafel aanliggenden. Op gelijke wijze ook van de vismaaltjes, zoveel als zij wilden. (SW)[Joh. 6:11]
24 Toen dan de schare waarnam dat JezusJAH redt daar niet is, noch Zijn °leerlingen, stapten* zij in de boten en kwamen zij tot in Kapernaümdorp van Nahum, °JezusJAH redt zoekend.
25 En Hem vindend aan de overkant van de zee, zeiden zij tot Hem: "RabbiLeraar of meester, wanneer bent U hier gekomen?"
26 °JezusJAH redt antwoordde* hen en zei: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie: Jullie zoeken Mij, niet omdat jullie tekenen waarnamen, maar omdat jullie aten vanuit de broden en verzadigd* worden. Als zij nu gelaafd* worden, zegt Hij tot Zijn °leerlingen: "Verzamel* de overvloedig zijnde* brokkenstukken, opdat toch niet iets verloren zal gaan." (SW)[Joh. 6:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

Het wonder van het voeden van de vijf duizend bracht de Heer naar het hoogtepunt van Zijn populariteit. Tot op dat moment was Hij nog niet veracht en verworpen geworden. Het keerpunt kwam toen Hij hen vulde met voedsel, en te blind waren om het belang er van in te zien. Nu Hij het hen uitlegt houden ze op met Hem te volgen.

Hij wordt niet gevleid door het grote gevolg dat achter Hem aan komt, en aarzelt niet hen te beledigen door hen hun eigen harten te tonen. Ze kwamen om gevuld te worden met voedsel en ze hadden geen behoefte aan het geestelijke onderhoud waarvoor het stond. Zij wilden voedsel, maar hadden geloof nodig. In plaats van dit teken te lezen en de MessiasGezalfde te herkennen, de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, vroegen ze Hem feitelijk om een teken! Hij had hen dat net gegeven! Ze laten verder hun blindheid zien door Hem te herinneren aan het manna dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aan hun voorvaders gaf in de wildernis (Exo. 16; Psalmen 78:23-25). Het ware Manna was bij hen en zijn vroegen Hem om een teken zoals Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen gaf! Hij Zelf was alles waar het manna voor stond.


27 Werkm toch niet voor de spijziging die verloren gaat, maar voor de spijziging die blijft tot in aionisch leven, welk de Zoon van de mens aan jullie zal geven, want deze bezegelt* °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, de Vader." maar wie ook maar zal drinken van het water dat Ik hem zal geven, zal toch geen dorst hebben tot in de aion. Maar het water dat Ik aan hem zal geven, zal in hem een bron van water worden, ontspringend tot in aionisch leven." (SW)[Joh. 4:14]
28 Zij dan zeiden tot Hem: "Wat zullen wij doen, opdat wij de werken van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zullen werken?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

Na gratis te zijn gevoed en na gehoord te hebben dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hen het ware brood zou geven, zouden we mogen verwachten dat ze zien dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geen prijs had gezet op Zijn geschenken. Maar in plaats hiervan, net als Jakobhielenlichter – hun voorvader, proberen ze een voordeeltje te krijgen bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Blinde trots vereiste dat ze iets zouden doen. Zo ook vandaag. Hoewel de mens op alle gebied geleerd wordt hoe afhankelijk hij is van wat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker doet, is op het moment dat hij in de aanwezigheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker komt de vraag: "Wat moet ik doen?" Geloof, niet daden, is wat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verlangt.


29 °JezusJAH redt antwoordde* en zei tot hen: "Dit is het werk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker: opdat jullie zullen geloven in Wie Hij afvaardigt*."
30 Zij dan zeiden tot Hem: "Welk teken, dan, doet U, opdat wij zullen waarnemen en wij U zouden geloven? Wat werkt U? De Joden dan antwoordden* en zeiden tot Hem: "Welk teken toont u ons, dat u deze dingen doet?" (SW)[Joh. 2:18]
31 Onze °vaders aten het manna in de woestijn, zoals het is geschreven: 'Brood vanuit de hemel geeft* Hij aan hen te eten.'" 15 En de zonen van Israël zien het, en zij zeggen, een man tot zijn broeder: "Wat is dit?" Want zij wisten niet wat dit was. En Mozes zegt tot hen: "Het is het brood dat JAHWEH jullie tot voedsel geeft. (SW)[Ex. 16:15] - 15 En U gaf aan hen brood vanaf de hemelen voor hun honger en en U deed voor hen water uitgaan uit de steile rots voor hun dorst. En U zei tot hen binnen te komen om het land te pachten, waarover U Uw hand ophief om het hen te geven. (SW)[Neh. 9:15]
32 °JezusJAH redt dan zei tot hen: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie: Niet Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen heeft aan jullie het brood vanuit de hemel gegeven, maar Mijn °Vader geeft jullie het waarachtige °brood vanuit de hemel,
33 want het Brood van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is Die neerdaalt vanuit de hemel en leven geeft aan de wereld."
34 Zij dan zeiden tot Hem: "Heer, geef ons altijd dit °brood!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34

Eten om aan de eisen van lichamelijke honger en dorst te voldoen is maar een symbool van de geestelijke bevrediging, zonder welke leven wordt gedegradeerd tot alleen maar bestaan. Verlangens en streven naar geestelijk onderhoud kan nooit volledig gevuld worden buiten de Ene om Die uit de hemel kwam. Het is alleen omdat we iedere hartehonger in Hem bevredigd hebben, dat we ophouden de pijnen van hongersnood te voelen. Wat zijn we toch traag om te leren dat de mens niet alleen van brood zal leven, maar van ieder woord dat uit gaat van de mond van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! Het is omdat ChristusGezalfde in dit evangeliegoede bericht uiteen gezet wordt als het Woord dat er zoveel aandacht wordt besteed aan eten en drinken.


35 °JezusJAH redt dan zei tot hen: "Ik ben het brood van het leven. Die naar Mij toe komt zou zeker geen honger hebben en die in Mij gelooft zal zeker nooit dorst hebben. maar wie ook maar zal drinken van het water dat Ik hem zal geven, zal toch geen dorst hebben tot in de aion. Maar het water dat Ik aan hem zal geven, zal in hem een bron van water worden, ontspringend tot in aionisch leven." (SW)[Joh. 4:14]
36 Maar Ik zei tot jullie dat jullie Mij ook gezien hebben, en jullie geloven niet in Mij. °Jezus zei tot hem: "Omdat jij Mij gezien hebt, heb jij geloofd. Gelukkig zijn zij die niet waarnemen en geloven*. (SW)[Joh. 20:29]
37 Alles wat de Vader aan Mij geeft zal naar Mij toe arriveren, en die naar Mij toe komt zal Ik zeker niet buiten uitwerpen. 2 zoals U Hem autoriteit heeft gegeven* over alle vlees, opdat alles wat U aan Hem heeft gegeven, Hij aan hen zou geven*: aionisch leven. ... 6 Ik maak* Uw °naam openbaar aan de mensen die U aan Mij uit de wereld geeft*. Zij waren voor U. En U geeft* hen aan Mij en zij hebben Uw woord bewaard. ... 9 Ik vraag aangaande hen. Niet aangaande de wereld vraag Ik, maar aangaande hen die U Mij heeft gegeven, opdat zij voor U zijn. ... 11 En niet meer ben Ik in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom naar U toe. Kom, Heilige Vader! Bewaar* in Uw °naam hen die U Mij heeft gegeven, opdat zij één zullen zijn zoals Wij. 12 Toen Ik met hen was in de wereld, bewaarde Ik in Uw °naam hen die U Mij heeft gegeven. En Ik bewaak* hen en niemand van hen ging verloren*, behalve de zoon van de ondergang, opdat het Geschrift vervuld zal worden. ... 24 Vader! Die U aan Mij heeft gegeven, Ik wil dat waar Ik ook ben, ook dezen met Mij zullen zijn, opdat zij °Mijn °heerlijkheid zullen aanschouwen die U aan Mij heeft gegeven, want U heeft* Mij lief van vóór de nederwerping van de wereld.(SW)[Joh. 17:2,6,9,11,12,24] - Komt hier, allen die zwoegen en belast zijn en Ik zal jullie rust geven (SW)[Matt. 11:28] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Hoe heerlijk sereen en zeker zijn Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers handelingen! De Joden kunnen mopperen en Hem niet goed begrijpen, maar hoe konden ze anders? Er was niets in Hem dat hen naar Hem toe kon trekken. Hij wordt niet bewogen door hun gemopper, maar vertelt hen regelrecht dat alleen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, in Zijn soeverein genoegen, hen er uit pikt die naar Hem komen. Zij zijn een geschenk van de Vader aan de Zoon. Zij verlangen niet alleen om naar Hem te komen, maar kunnen niet falen Hem te bereiken, en wanneer ze Hem vinden telt Hij hen als kostbare geschenken van Zijn Vader, zeer geprezen voor henzelf, maar bovenal voor de Gever. Niets kan mogelijk opstaan om Hem van hen te vervreemden. Zij zijn niet slechts de Zijnen voor het leven, maar Hij zal de dood zelf beroven om ze aan Hem terug te geven bij de opstanding.


38 Want Ik ben afgedaald vanaf de hemel, niet opdat Ik Mijn °wil zal doen, maar de wil van Die Mij zendt*. En een stukje verder gegaan* zijnde, valt* Hij op Zijn gezicht, biddend en zeggend: "Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze °beker aan Mij voorbij gaan*. Echter niet zoals Ik wil, maar zoals U." (SW)[Matt. 26:39]
39 Dit nu is de wil van Die Mij zendt*, opdat van alles wat Hij aan Mij gegeven heeft, Ik niets daarvaneig. vanuit het zou verliezen, maar Ik het zal doen opstaan in de laatste dag. Toen Ik met hen was in de wereld, bewaarde Ik in Uw °naam hen die U Mij heeft gegeven. En Ik bewaak* hen en niemand van hen ging verloren*, behalve de zoon van de ondergang, opdat het Geschrift vervuld zal worden.(SW)[Joh. 17:12] - °Martha zegt tot Hem: "Ik heb waargenomen dat hij zal opstaan in de opstanding in de laatste dag." (SW)[Joh. 11:24]
40 Want dit is de wil van Mijn °Vader, dat iedereen die de Zoon aanschouwt en tot in Hem gelooft, aionisch leven zal hebben. En Ik zal hem doen opstaan in de laatste dag." 14 En zoals Mozes in de wildernis de slang verhoogt*, zo is bindend dat de Zoon van de mens verhoogd* zal worden, 15 opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar dat hij aionisch leven zal hebben. 16 Want °God heeft* de wereld zo lief, dat Hij de Zoon, de enigverwekte, geeft*, opdat elke in Hem gelovende niet verloren* zal gaan, maar dat hij aionisch leven zal hebben. 17 Want °God vaardigt* Zijn °Zoon niet af tot in de wereld opdat Hij de wereld zou oordelen, maar dat de wereld door Hem gered zal worden. (SW)[Joh. 3:14-17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40

Dat het leven dat hier aan de gelovige wordt gegeven niet eeuwigdurend is, wordt duidelijk uit de context, want is niet voortgaand, maar wacht op de opstanding. Zij die dit leven ontvingen zijn gestorven. Hun leven duurde slechts een paar jaren. Maar zij zullen worden opgewekt om te leven tijdens de aionen. Het leven is aionisch, niet altijddurend.


41 De Joden dan morden aangaande Hem, omdat Hij zei: "Ik ben het Brood dat neerdaalt* vanuit de hemel." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

De grote waarheid waarmee JohannesJAH is genadig’ verslag begint en die het doorspekt, dat de Heer de Logos was, is de geestelijke werkelijkheid waarvan het manna slechts een type was. Het manna in de wildernis kon alleen hun tijdgebonden, lichamelijke honger stillen, maar Zijn woorden zouden hen geestelijke voldoening brengen, altijd en overal.


42 En zij zeiden: "Is deze niet JezusJAH redt, de zoon van JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind), van wie wij °vader en °moeder hebben waargenomen? Hoe dan zegt hij: 'Ik ben vanuit de hemel afgedaald'?" Is deze niet de zoon van de timmerman? Wordt zijn °moeder niet Maria genoemd en zijn broers Jakobus en Jozef en Simon en Judas? (SW)[Matt. 13:55]
43 JezusJAH redt dan antwoordde* en zei tot hen: "Morm niet onder elkaar!
44 Niemand kan naar Mij toe komen in het geval niet de Vader, Die Mij zendt*, hem zou trekken. En Ik zal hem doen opstaan in de laatste dag. En Ik, in het geval dat Ik verhoogd* zal worden vanuit de aarde, zal allen naar Mijzelf toe trekken."(SW)[Joh. 12:32] - °Martha zegt tot Hem: "Ik heb waargenomen dat hij zal opstaan in de opstanding in de laatste dag."(SW)[Joh. 11:24]
45 Het is geschreven in de profeten: 'En zij zullen allen onderwezenen van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zijn.' Elke die hoort* van de Vader en de waarheid leert, komt naar Mij toe. Antwoordend* nu, zei* °Jezus tot hem: "Gelukkig ben jij, Simon-bar-Jona, omdat vlees en bloed dit niet aan jou onthult*, maar Mijn °Vader, Die in de hemelen is. (SW)[Matt. 16:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45

Zie Jesajaheil is JAH 54:13; Jeremiaverhogen doet JAH 31:34.


46 Niet dat iemand de Vader heeft gezien, uitgezonderd Die bij °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is, Deze heeft de Vader gezien. Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren God, Die is in de boezem van de Vader, Die ontvouwt* Hem. (SW)[Joh. 1:18]
47 Amen! Amen! Ik zeg tot jullie, die tot in Mij gelooft heeft aionisch leven. Amen! Amen! Ik zeg jullie: wie Mijn °woord hoort en Die Mij zendt* gelooft, heeft aionisch leven en komt niet tot in de beoordeling, maar hij is verder gegaan uit de dood tot in het leven. (SW)[Joh. 5:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

47

Deze passage zou nauwkeurig bestudeerd moeten worden om de verkeerde indruk te corrigeren dat gelovigen "eeuwig" of "altijddurend" leven hebben. Eeuwig kan alleen toegepast worden op dat wat geen begin heeft en geen einde zal hebben. Niemand anders dan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker heeft eeuwig leven. Altijddurend zou alleen gebruikt kunnen worden voor dat wat zonder onderbreking, eindeloos doorgaat. Geen enkele van de persoonlijke volgelingen van de Heer is vandaag in leven. Geen van hen ontving "altijddurend leven." Ze zijn dood. Als altijddurend leven nu een onderbreking door de dood toestaat, waarom dan niet ook in de opstanding? Al deze uitdrukkingen geven afgepaalde perioden van tijd aan, gemeten door aionen of tijdstukken. Aionisch leven begint in de volgende aion.

Nu is het duidelijk dat de Heer niet dacht aan een leven dat altijd doorging. In dat geval: hoe zou Hij ze kunnen opwekken in de laatste dag? Het leven waarvan hier wordt gesproken zal gegeven worden in opstanding. Er kan geen opstanding zijn, anders dan uit een voorafgaande dood. Kort gezegd: onze Heer sprak op zo’n manier dat we er zeker van zijn dat zogenaamd "altijddurend" leven niet begint totdat Hij de Zijnen uit het graf roept.

Omdat dit leven een bepaald begin heeft, heeft het ook een einde. Maar aangezien het einde niet komt voordat de dood is afgeschaft, verandert het van "aionisch" leven in feitelijk nooit eindigend leven. Dit zal iedereen ten deel vallen. Het is niet het bijzondere voorrecht van de gelovige. Het speciale soort leven dat aan geloof wordt beloofd, begint bij de komst van ChristusGezalfde, wanneer zij die van Hem zijn levend gemaakt zullen worden, en gaat door tijdens de twee laatste aionen, daarbij het millennium en de opvolgende aion van de nieuwe aarde inbegrepen, tot de aionen eindigen en de laatste vijand, de dood, wordt afgeschaft. Daarom is het dat in levendmaking wordt ontvangen eigenlijk "altijddurend", hoewel het in het woord van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker nooit zo wordt genoemd.


48 Ik ben het Brood van het Leven.
49 Jullie °vaders aten het manna in de woestijn en zij stierven.
50 Dit is het Brood dat neerdaalt vanuit de hemel, opdat iemand daarvan zal eten en toch niet zal sterven.
51 Ik ben het levende Brood, dat vanuit de hemel neerdaalt*. In het geval iemand vanuit dit °Brood zal eten, zal hij tot in de aion leven. En het brood nu dat Ik zal geven ten behoeve van het leven van de wereld, is Mijn °Vlees."
52 De Joden dan vochten* onder elkaar, zeggend: "Hoe kan deze dan aan ons zijn °vlees geven* om te eten?"
53 Dan zei °JezusJAH redt tot hen: "Amen! Amen! Ik zeg tot jullie: In het geval dat jullie het vlees van de Zoon van de mens niet zullen eten en jullie Zijn °bloed niet zullen drinken, hebben jullie geen aionisch leven in jullie zelf. Een ieder die zijn °broeder haat is mensenmoordenaar, en jullie hebben waargenomen dat elke mensenmoordenaar niet het aionische leven blijvend in zich heeft. (SW)[1Joh. 3:15]
54 Die het vlees van Mij kauwt en Mijn °bloed drinkt heeft aionisch leven en Ik zal hem doen opstaan in de laatste dag.
55 Want Mijn °vlees is ware spijziging en Mijn °bloed is ware drank.
56 Die Mijn °vlees kauwt en Mijn °bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem, En wie Zijn °voorschriften bewaart blijft in Hem en Hij in hem. En hierin weten wij dat Hij in ons blijft, door de geest die Hij aan ons geeft. (SW)[1Joh. 3:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

56

De term "kauwen" is niet het gebruikelijke woord voor "eten," en geeft een probleem bij het vertalen. Ons taalgebruik geeft de voorkeur aan "eten" in passages als deze. Het betekent kauwen, malen, en veronderstelt daarom het enige proces in de vertering dat vanzelf gaat. Het staat voor de feitelijke toeëigening van het leven van ChristusGezalfde als het onze.

Net zoals Nicodemusvolksoverwinnaar er niet in slaagde het beeld te doorgronden waarin onze Heer tot hem sprak over de wedergeboorte, zo slagen Zijn volgelingen er niet in te begrijpen toen Hij sprak van voeden op Zijn vlees en bloed. Er is hier een subtiele ironie, want hun religie was hoofdzakelijk een vleselijke. Hun recht op zegen door de MessiasGezalfde was geheel gebaseerd op hun bloedverwantschap met Hem. In dat geval, als Hij Zich aan hen moet geven, moet Hij Zijn lichamelijke vlees en echt bloed geven. Ze kunnen zien hoe belachelijk zo’n idee is, maar ontwaren niet hoe het onder hen uit het hele fundament wegsnijdt van zegen door een fysiek kanaal. Ze zouden moeten zien dat goddelijk leven niet door vlees, maar door geest wordt overgedragen. Niet materiële vormen, maar geestelijke werkelijkheden tellen voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Die geest is. Zijn gedachten, zoals aan hen overgeleverd door de uitspraken van de Heer, zijn het vitale principe waaruit alle leven en blijdschap voortvloeit.


57 zoals de levende Vader Mij afvaardigt* en Ik leef vanwege de Vader. En die Mij kauwt, ook die zal vanwege Mij leven. Nog een klein beetje tijd en de wereld aanschouwt Mij niet meer. Maar jullie aanschouwen Mij, omdat Ik leef en jullie zullen leven.(SW)[Joh. 14:19]
58 Dit is het Brood dat vanuit de hemel neerdaalde*. Niet zoals de vaders aten en stierven; die dit °Brood kauwt zal tot in de aion leven."
59 Deze dingen zei Hij, onderwijzend in de synagoge in Kapernaümdorp van Nahum.
60 Velen vanuit Zijn °leerlingen dan, het horend*, zeiden: "Dit °woord is hard! Wie kan het horen?"
61 °JezusJAH redt nu, in Zichzelf waargenomen hebbend dat Zijn °leerlingen aangaande dit morren, zei tot hen: "Verstrikt dit jullie?
62 Wat dan in het geval dat jullie de Zoon van de mens zullen aanschouwen, omhoog gaande naar waar Hij ook vroeger was? En niemand is omhoog gegaan tot in de hemel, dan Die uit de hemel neerdaalde*, de Zoon van de mens die in de hemel is. (SW)[Joh. 3:13]
63 De geest is die levend maakt. Het vlees baat niets. De uitspraken die Ik tot jullie gesproken heb zijn geest en zijn leven. Die ons ook bekwaam maakt* om bedienden van een nieuw verbond te zijn, niet van letter, maar van geest, want de letter doodt, maar de geest maakt levend. (SW)[2Kor. 3:6] - de dingen ook die wij spreken, niet onderwezen in woorden van menselijke wijsheid, maar in onderwijs van geest, geestelijke dingen met geestelijke woorden vergelijkend.(SW)[1Kor. 2:13]
64 Maar er zijn sommigen vanuit jullie die niet geloven." Want °JezusJAH redt had vanaf het begin waargenomen wie het zijn die niet geloven en wie degene is die Hem zal overleveren. Want Hij had die Hem overlevert waargenomen, daarom zei Hij dit: "Niet allen zijn jullie rein."(SW)[Joh. 13:11]
65 En Hij zei: "Vanwege dit heb Ik tot jullie uitgesproken dat niemand naar Mij toe kan komen, in het geval dat het niet aan hem gegeven is vanuit de Vader."
66 Vanwegeeig. vanuit dit kwamen velen vanuit Zijn °leerlingen weg tot in de ruimten achter en zij wandelden niet meer met Hem.
67 °JezusJAH redt dan zei tot de twaalf: "Willen toch ook jullie niet heengaan?"
68 Simongehoord (heeft JAH) Petrusrots antwoordde* Hem: "Heer, naar wie zullen wij wegkomen? U heeft uitspraken van aionisch leven!
69 En wij hebben geloofd en wij hebben geweten dat U de Heilige van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker bent." zeggend: "Hé, wat gaat het ons en jou aan, Jezus! Nazarener! Kwam* u om ons om te brengen*? Ik heb u waargenomen! Wie bent u? De Heilige van °God?" (SW)[Luc. 4:34]
70 °JezusJAH redt antwoordde* en Hij zei tot hen: "Kies* niet Ik jullie, de twaalf? En één vanuit jullie is een duivelVerdachtmaker!" En toen het dag werd* roept* Hij Zijn leerlingen en twaalf van hen uitkiezend*, noemt* Hij die ook afgevaardigden: (SW)[Luc. 6:13] - 2 En bij het begin van de avondmaaltijd, de duivel al tot in het hart van Judas, zoon van Simon Iscariot, geworpen hebbend dat hij Hem zal overleveren, ... 27 En na het hapje, dán kwam* de Satan binnen tot in die man. °Jezus dan zegt tot hem: "Wat jij doet, doe* het sneller." (SW)[Joh. 13:2,27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

70

Petrusrots en de rest van de apostelen hadden mogelijk de indruk dat zij ChristusGezalfde gekozen hadden, en in deze crisis schijnen ze hun keuze voor Hem te bevestigen. Met deze achtergrond is het vreemd Hem hun gedachten te horen terugdraaien door nadrukkelijk Zijn keuze voor hen te bevestigen! Bij een andere gelegenheid beweerde Hij dat zij Hem niet gekozen hadden. Hij reserveerde dit recht voor Zichzelf. Een bewustwording van dit principe geeft kracht en stabiliteit aan wankelende stervelingen, die naar binnen kijken en niets goeds vinden, en naar buiten kijken naar de het geworstel en de strijd, en vrezen voor de toekomst, waarvan ze niets weten. Gekozen te worden door de Ene Die kracht heeft om te bewaren en alles weet, geeft bevrediging en rust. Het is oneindig meer kostbaar om Zijn keuze te zijn dan de twijfelachtige tevredenheid te hebben van het gevoel dat we vrij waren om Hem te kiezen. Als dat zo zou zijn, zouden we elkaar gekozen hebben. Er is niemand die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zoekt.

Judaslof (Griekse vorm van Juda) was een van de "verkozenen". De Heer "koos" hem, terwijl Hij Zich volledig bewust was van zijn toekomst. Het was niet Judaslof (Griekse vorm van Juda) die ChristusGezalfde koos en zich daarna van Hem afkeerde. Ja, hij had veel spijt van zijn daad en wees dit publiekelijk af. Petrusrots deed dit niet. Hij verraadde zijn Heer pas nadat SatanTegenstander in hem binnen gekomen was.


71 Hij nu zei dit van Judaslof (Griekse vorm van Juda), van Simongehoord (heeft JAH) Iskariotman uit Keriot, want deze, één vanuit de twaalf zijnde, stond op het punt Hem over te leveren*. Deze dingen zeggend, werd °Jezus verontrust* in de geest en Hij geeft* getuigenis en zei: "Amen! Amen! Ik zeg jullie dat één van jullie Mij zal overleveren." (SW)[Joh. 13:21]




Terug naar de index.
Naar Johannes 7
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.