Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Lucas
Hoofdstuk 15

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Nu waren alle °tol-incasseerders en de zondaars naderend tot Hem om Hem te horen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Vergelijk met 7:34-35; MattheŁsgeschenk van JAH 9:10-13.


2 En de Farizeeënafgescheidenen, en bovendien de schriftgeleerden, mopperden, zeggend: "Deze ziet uit naar zondaars en eet samen met hen!" En de FarizeeŽn en hun įschriftgeleerden morden tegen Zijn įleerlingen, zeggend: "Waarom eten jullie en drinken jullie met de tol-incasseerders en zondaars?" (SW)[Luc. 5:30] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

De voorkeur van onze Heer voor zondaars leidde de trotse, zelfrechtvaardige FarizeeŽnafgescheidenen en schriftgeleerden er toe een kostbare waarheid te uiten, hoewel zij dit zeker niet zo bedoelden. "Deze man ontvangt zondaarsÖ!" In plaats van de aanklacht te ontkennen, maakte Hij die tot basis voor een vijfvoudige gelijkenis, waarin Hij het vitale feit benadrukt dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zich niet bekommert om de rechtvaardigen, maar om zondaars.

De term gelijkenis wordt gebruikt bij het begin, en omvat niet alleen die van het verloren schaap, maar ook die van de verloren munt en die van de verloren zoon en die van de onrechtvaardige dienaar en die van de rijke man en LazarusGod heeft geholpen. Zij zijn vijf delen van ťťn gelijkenis, die zich bezig houdt met de natie IsraŽlstrijder van God en haar verschillende klassen. Eerst wordt ons de houding van de Redder getoond voor het verlorene in het verhaal van het verloren schaap. Het volgende paar, over de verloren munt en de verloren zoon, zijn opvallend gelijk aan de laatste twee, over de onrechtvaardige dienaar en de rijke man en LazarusGod heeft geholpen.

Twee van deze verhalen hebben met geld te doen, en het verhaal van de verloren zoon past sluitend bij dat van de rijke man.

Net zoals alle gelijkenissen van de Heer, zijn deze niet slechts passende illustraties van goddelijke waarheid, maar beeldende gelijkenissen van geestelijke feiten, zoals zij bestonden in de natie aan wie Hij was gezonden.


3 Hij nu zei deze parabel tot hen, zeggend: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

Onze Heer was niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis IsraŽlstrijder van God (Matt. 15:24). Hij had geen opdracht voor enig andere natie en Hij verliet nooit het land IsraŽlstrijder van God om anderen te bereiken. De honderd schapen, daarom, brengen ons de natie van het verbond voor ogen. De Heer is de Goede Herder, Die Zijn ziel geeft voor de schapen (Joh. 10:11). De negen en negentig zijn de zelfrechtvaardige meerderheid van de natie, die, net als de FarizeeŽnafgescheidenen en schriftgeleerden, tot wie Hij sprak, dachten dat ze geen bekering nodig hadden. Zij waren niet veilig binnen de schaapskooi, maar weg, in de wildernis, achtergelaten zonder de bescherming van de Herder en open voor de aanvallen van de wilde beesten. Ze dachten slechts dat ze veilig waren. Maar zij beroerden Zijn hart niet of riepen om Zijn bijstand. Een enkel dwaas schaap afgedwaald van de kudde, doet Zijn hart meer lijden en geeft meer vreugde dan heel de rest. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker kon maar weinig bevrediging krijgen uit IsraŽlstrijder van God vanwege hun zelfrechtvaardigheid. De belastinginners en zondaars hoorden Hem graag en alleen zij reageerden op Zijn liefde en barmhartigheid. Hij ontving zondaars omdat geen anderen Hem wilden hebben of vonden dat zij Hem nodig hadden.

De jacht op het verloren schaap in de wildernis van Judalof was een gewaagde en gevaarlijke taak, en kan ons heel goed herinneren aan Zijn lijden tot de dood aan het kruis. De afdaling in een diep en duister ravijn, vol met wilde beesten, is een passend beeld van Zijn afdaling in de diepten van Golgothaschedel.

De verloren schapen geven ons Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers kant. De verloren munt geeft ons IsraŽlstrijder van Gods kant. De natie wordt vaak gezien onder het beeld van een vrouw. Tot op vandaag is het gewoonte onder de vrouwen van het land om zilveren munten te dragen als hoofdversiering. Dit zijn zeer kostbare ornamenten en beteken veel meer voor hen dan alleen de geldwaarde. IsraŽlstrijder van God was bedekt geworden met ornamenten door JAHWEH en het was een van deze dat verloren was. En elke zondaar onder hen die zich bekeerde had een voorsmaak van de dag wanneer het verlossingsgeld wordt gevonden voor IsraŽlstrijder van Gods vrijkoping.


4 "Welk mens vanuit jullie, die honderd schapen heeft en ťťn vanuit hen verliest*, verlaat niet de negen-en-negentig in de woestijn en gaat op zoek achter het verlorene aan, totdat hij het zal vinden? Want de Zoon van de mens kwam om het verlorene te zoeken* en te redden*." (SW)[Luc. 19:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Vergelijk met 19:10; Jesajaheil is JAH 53: 6; 1 Petrusrots 2:25.


5 En het vindend, plaatst hij het op zijn °schouders, zich verheugend.
6 En tot in het huis komend roept hij de vrienden en de buren bijeen, tot hen zeggend: 'Verheugm je samen met mij, want ik vond mijn °schaap dat ik verloren was.'
7 Ik zeg tot jullie dat zo de vreugde zal zijn in de hemel over ťťn zich bezinnende zondaar, meer dan over negen-en-negentig rechtvaardigen die geen behoefte hebben aan bezinning.
8 Of welke vrouw die tien drachmen Drachme. Een muntsoort. 1 Drachme was 4 gram zilver. 1 Drachme was ongeveer een dagloon voor een geschoolde arbeider. heeft? In het geval dat zij één drachme zou verliezen, steekt zij niet een lamp aan en veegt het woonhuis en zoekt op zorgvuldige wijze, totdat ze ook die zal vinden?
9 En die vindend roept zij de vriendinnen en buurvrouwen bijeen, zeggend: 'Verheugm je samen met mij, want ik vond de drachme die ik verloor*!'
10 Zů, zeg Ik tot jullie, komt er vreugde in het zicht van de boodschappers van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker over één zich bezinnende zondaar."
11 Hij nu zei: "Een zeker mens had twee zonen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

In de gelijkenis van de twee zonen hebben we een portret van de twee klassen in IsraŽlstrijder van God, waarmee hun morele afstand van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker wordt geÔllustreerd. De verloren zoon was ver van het huis van zijn vader, de oudste zoon was ver van zijn hart. Daarom roemen de FarizeeŽnafgescheidenen en de schriftgeleerden over een ceremoniŽle nabijheid bij JAHWEH, maar hun harten zijn ver van Hem. De belastingheffers en zondaars zijn verworpenen, maar zij kennen hun toestand en verlangen naar de medelijdende barmhartigheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.

Het punt in dit deel van de vijfvoudige gelijkenis ligt in het contrast tussen de twee zonen. Natuurlijke religie, zoals de zelfrechtvaardige FarizeeŽnafgescheidenen en schriftgeleerden bezaten, voelt zich trots over het gedrag zoals geschetst in de oudste zoon, wat bestaat uit het doen van het goede en leven volgens de wet, zo goed als ze konden. Maar zulk een houding , zelfs indien oprecht en waar, geeft geen aanleiding voor de Vader om Zijn aanhankelijkheid te onthullen.

De verloren zoon is een samengesteld beeld van de zondaar en de tollenaar. Zijn losbandigheid en zedeloosheid stellen hem voor als een doortrokken zondaar, ondergedompeld in immoreel gedrag. Zijn band met de burger van een vreemd land, zijn hoeden van de varkens en zijn verlangen om te eten van het voedsel van de onreine schepselen, is een handige tekening van de verraderlijke belastingheffer, die zich bij Romekracht voegde in het onderdrukken van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers volk. Hij was veel erger geweest dan slechts een "verloren" zoon. Hij herkent zich als een zondaar.


12 En de jongere van hen zei tot de vader: 'Vader, geef mij het mij toekomende deel van het bezit.' En hij deelde aan hen het levensonderhoud toe.
13 En na niet vele dagen, alles verzamelend, gaat* de jongere zoon op reis tot in een vergelegen landstreek en hij strooit* daar zijn °bezit uiteen, op liederlijke wijze levend. Een man, die de wijsheid bemint, verblijdt zijn vader; maar die een metgezel der hoeren is, brengt het goed door. (SV)[Spreuk. 29:3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Vergelijk met Job 21:14,15


14 En alles van hem spenderend* kwam* er een zware hongersnood in die °landstreek en hij begint* tekort te hebben.
15 En gegaan zijnde voegde* hij zich bij ťťn van de burgers van die °landstreek en hij zendt* hem tot in zijn °velden om varkens te weiden.
16 En hij begeerde verzadigd* te worden vanuit de schillen van welke de varkens aten. En niemand gaf ze aan hem.
17 Nu tot zichzelf komend, zei* hij met nadruk: 'Hoeveel loonarbeiders van mijn °vader worden overvloedig voorzien van broden, maar ik verga hier van de honger? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Vergelijk met Jeremiaverhogen doet JAH 31:18-20.

Het eerste verlangen van de verloren zoon, en van alle ontwaakte zondaars, is om iets zelf te doen om hun slechte toestand te verbeteren. "Wat moet ik doen om gered te worden?" Dit is hun voortdurende roep, omdat zij de Vader niet kennen, en Zijn liefde verkeerd beoordelen. Daarom stelt de verloren zoon voor om te pleiten voor een plaats in de dienst van zijn vader. Hij repeteert zijn korte speech, en zijn hoogste verwachting is een plaats te midden van de dienaren in het huis van zijn vader.

Maar hoe ver is dit alles verwijderd van de gedachten van de vader! Hij zag hem al van verre en hoorde zijn bekentenis , en negeerde zijn pleiten. In plaats van een nederige plaats van dienstbaarheid, geeft hij hem de hoogste plaats van eer. De mooiste mantel en de lekkerste gerechten, alles verkondigt de vreugde van de vader bij het terug ontvangen van zijn zoon. Er was een feest en blijdschap, die begon, maar geen einde heeft.

Zo gaat het met de zondaars en de verschoppelingen. De Heer vergaf hen openlijk. Ze werden niet voorwaardelijk vrijgelaten of aan het werk gezet om hun karakter te verlossen door aangeraden gedrag en volharding in oprechtheid. Ze werden gekleed in kledij van redding en voldaan met het offer van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers voorzienigheid. Ze vonden hun blijdschap in de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van genade. De heerlijkheid van het koninkrijk, de juichende blijdschap van heel de schepping bij de voleinding, zal niet gebouwd zijn op gehoorzaamheid, maar op de ongehoorzaamheid die leidde tot vernietiging en dood, maar veeleer op de liefde die de verlorenen redt en leven geeft aan de doden. `

Zonde is een tijdelijke noodzaak in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers grote doelstelling om Zichzelf te onthullen. Het is de achtergrond die de heldere lichten van Zijn genade naar voren brengt. Het is de achterspiegel die de diepten van Zijn aanhankelijkheden laat zien. Er was al in voorzien voordat hij zijn intrede deed in de wereld, en daarom is het niet de keuze van de mens. Hij zal teruggehouden worden in de aionen van de aionen, en bij de voleinding geheel worden verwijderd.


18 Opstaand* zal ik naar mijn °vader toe gaan en ik zal tot hem uitspreken: 'Vader, ik zondigde tot in de hemel en in uw °zicht. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Vergelijk met Jesajaheil is JAH 55:6,7; Hoseahulp (van JAH) 14:1-3; Psalmen 51:3,4.


19 Ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd* te worden. Maak* mij als ťťn van uw °loonarbeiders.' Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij. (SV)[Psalm 51:3]
20 En opstaand* kwam hij naar zijn eigen °vader toe. En nog ver van hem weg zijnde, nam zijn °vader hem waar en wordt met mededogen bewogen*. En lopend valt* hij hem om zijn °nek en kust* hem met genegenheid. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Vergelijk met Job 33:27,28; Psalmen 86:5; 103:8-13


21 De zoon nu zei tot hem: 'Vader, ik zondigde tot in de hemel en in uw °zicht. Ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd* te worden. Maak* mij als ťťn van uw °loonarbeiders.'
22 Maar de vader zei tot zijn °slaven: 'Snel, breng*m het eerste gewaad uit en trek*m het hem aan en geefm een ring aan zijn °hand en schoeisels aan de voeten, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Vergelijk met Jesajaheil is JAH 61:10; Genesis 41:42


23 en brengm het kalf, het vestgemeste. Slacht* het en etend zullen wij vrolijk zijn,
24 want deze, mijn °zoon, was een dode en hij leeft* weer. Hij was verloren en hij werd gevonden*.' En zij beginnen* vrolijk te zijn. 1 En jullie, die doden zijn in jullie įmisstappen en įzonden, ... 5 maakt ook ons, die doden zijn door de misstappen en door de begeerten, samen levend* in įChristus (in genade zijn jullie geredden), (SW)[Efe. 2:1,5]
25 De oudere °zoon van hem nu was in het veld, en als hij, komend, tot het woonhuis nadert*, hoort* hij muziek en reidansen.
26 En ťťn van de jongens tot zich roepend*, informeerde* hij om vast te stellen wat deze dingen ook maar mogen zijn.
27 Deze nu zei tot hem: 'Uw °broeder arriveerde en uw °vader slacht* het kalf, het vestgemeste, omdat hij hem, gezond zijnde, terug kreeg.'
28 Hij nu wordt* boos en hij wilde niet binnen komen. Maar zijn °vader, naar buiten komend, riep hem op. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

Vergelijk met Handelingen 22:21,22; Romekrachtinen 10;19; 2Korintheverzadigd 5:20.


29 Hij nu, antwoordend, zei tot zijn °vader: 'Neem waar, zo vele jaren ben ik slaaf voor u en nooit ging ik voorbij aan uw voorschrift. En aan mij geeft* u nooit een bokje opdat ik met mijn °vrienden vrolijk zal zijn! [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 19:20; Romekrachtinen 3:20,27; Maleachi 3:14.


30 Maar wanneer deze °zoon van u, die met ontuchtige vrouwen uw °levensonderhoud opeet, terug kwam, slacht* u voor hem het vetgemeste kalf!'
31 Hij nu zei tot hem: 'Kind! Jij bent altijd bij mij en al het mijne is het jouwe! [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Vergelijk met Romekrachtinen 9:4,5.


32 Vrolijk te zijn* en te verheugen*, het was bindend, want jouw °broeder, deze was een dode en hij leeft* weer, en hij was verloren en hij werd gevonden*.'"




Terug naar de index.
Naar Lucas 16
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.