Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Lucas
Hoofdstuk 20

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 En het gebeurde* in ťťn van die °dagen dat Hij het volk onderwees in de gewijde plaats en het evangeliegoede bericht bracht, dat de hogepriesters en de schriftgeleerden, samen met de oudsten, er bij staan*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-8

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 21:23-27; Markuseen verdediging 11:27-33.


2 En zij zeggen*, tot Hem zeggend: "Zeg* ons, in welke autoriteit doet u deze dingen? Of wie is het die aan u deze °autoriteit geeft?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

De rabbijnen hadden een hoge dunk van hun debatkracht, en daarom dachten ze dat het goed was voor Hem een valstrik op te stellen. De vraag zelf schijnt onschuldig genoeg, en als ze Hem eerlijk om informatie hadden gevraagd, dan zou Hij hen zonder twijfel hebben geantwoord. Maar Hij luisterde maar zelden naar de woorden van mensen, want Hij las hun harten. Zij die probeerden Hem te vangen werden altijd met hun eigen middelen gepareerd. Op een indirecte wijze bevatte Zijn vraag het antwoord dat ze verlangden. Indien de Doper door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was gezonden om Zijn weg te bereiden, dan moet Zijn gezag dat van JohannesJAH is genadig verre overtreffen, want hij verloochende zichzelf herhaaldelijk ten gunste van de Ene Wiens sandaal hij niet waard was los te maken. Wat werden ze gedwongen een vernederende bekentenis maken om hun hypocrisie te bedekken! Wat is waarheid voor zulke mensen waard? Daarom weigert Hij wijselijk hen te vertellen wat iedere blinde kon zien, als hij niet ten koste van alles aan zijn fout zou willen vasthouden.


3 Hij nu, antwoordend, zei tot hen: "Ook Ik zal jullie ťťn woord vragen en zeg*m Mij:
4 De doop van JohannesJAH is genadig, was het vanuit de hemel of vanuit de mensen?" 25 En zij vragen* hem en zij zeiden* tot hem: "Waarom dan doopt u indien u niet de Christus bent, noch Elia, noch de profeet?" 26 įJohannes antwoordde* hen, zeggend: "Ik doop in water. Te midden van jullie stond Hij Die jullie niet hebben waargenomen. (SW)[Joh. 1:25,26]
5 Zij nu overwegen* samen, onder elkaar, zeggend: "In het geval dat wij zullen zeggen 'Vanuit de hemel', zal Hij uitspreken: 'Waarom geloven* jullie hem dan niet?' Want Johannes kwam* tot jullie in de weg van rechtvaardigheid en jullie geloven* hem niet. Maar de tol-incasseerders en de ontuchtige vrouwen geloven* hem. Jullie nu, het waarnemend*, hebben daarna nog geen spijt gekregen*, om hem te geloven*. (SW)[Matt. 21:32]
6 Maar in het geval wij zullen zeggen 'Vanuit de mensen', zal al het volk ons dood stenigen, want het is er van overtuigd zijnde dat JohannesJAH is genadig een profeet is*."
7 En zij antwoordden* niet te hebben waargenomen waarvandaan.
8 En °JezusJAH redt zei tot hen: "En Ik zeg jullie ook niet in welke autoriteit Ik deze dingen doe!"
9 En Hij begint* tot het volk deze °parabel te zeggen. "Een zeker mens plant* een wijngaard en hij gaf* hem uit aan landbouwers en hij gaat* aanzienlijke tijden op reis. Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel. (SV)[Jes. 5:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9-12

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 21:33-36; Markuseen verdediging 12:1-5; Jesajaheil is JAH 5:1-7.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

De gelijkenis komt voort uit de houding van de FarizeeŽnafgescheidenen, zoals zojuist duidelijk is gemaakt. Zeer kundig gebruikt Hij voorvallen die ze goed kenden en beelden waarvan ze op de hoogte waren, om de houding van IsraŽlstrijder van God na te speuren ten opzichte van hen die in het verleden met goddelijk gezag waren gezonden. Ze vervolgden altijd de boodschappers van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, en, om die reden, stonden ze nu op het punt Hem te doden.

De trieste geschiedenis van IsraŽlstrijder van God, hun voortdurend afwijken en verwerping van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, schijnt hun harten niet te raken. Ze staan klaar om te doen wat hun voorvaders deden, ook al veroordeelden ze hen. Ze roemen in juist die profeten die door hun vaders vervolgd werden. Toont dit alles niet het totale falen van de wet en ritueel aan als een band tussen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en mens? Religie maakt de standaard van menselijke moraal onzuiver, zodat het voor religieuze mens is weggelegd om de misdaad aller misdaden te begaan.


10 En in de periode vaardigt* hij een slaaf af naar de landbouwers, opdat zij aan hem vanaf de vrucht van de wijngaard zullen geven. Maar de landbouwers, hem ranselend*, sturen* hem met lege handen weg.
11 En hij voegde* een andere slaaf toe aan het zenden*. Maar ook die ranselend* en onterend* sturen* zij met lege handen weg. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Vergelijk met Handelingen 7:52


12 En hij voegde* een derde slaaf toe aan het zenden*. En ook deze, hem verwondend*, wierpen zij uit. 15 En de HEERE, de God hunner vaderen, zond tot hen, door de hand Zijner boden, vroeg op zijnde, om die te zenden; want Hij verschoonde Zijn volk en Zijn woning.
16 Maar zij spotten met de boden Gods, en verachtten Zijn woorden; zij verleidden zichzelven tegen Zijn profeten; totdat de grimmigheid des HEEREN tegen Zijn volk opging, dat er geen helen aan was. (SV)
[2Kron. 36:15,16]

13 De heer van de wijngaard nu zei: 'Wat zal ik doen? Ik zal mijn °zoon zenden, de geliefde. Deze zullen zij op gelijke wijze respecteren.' [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13-15

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 21:37-39; Markuseen verdediging 12:6-8; 1Thessalonicenzen 2:15.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Het was redelijk te veronderstellen dat zelfs als de natie de boodschappers van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verkeerd behandeld had, het toch zeker niet zo aannemelijk was de Zoon te mishandelen. Eerdere boodschappers kwamen vaak onaangekondigd, met weinig geloofsbrieven, en vaak met een onaangename boodschap. Maar de Zoon kwam volgens vele profetieŽn die de kleinste details over Zijn loopbaan voorzegden. Hij was de enige profeet die door een voorganger geÔntroduceerd werd. Geen van hen benaderde Hem in het aantal en wonderen van Zijn werken.


14 De landbouwers, hem nu waarnemend, redeneerden* onder elkaar, zeggend: 'Deze is de lotbezitter. Komm hier! Wij zullen hem doden, opdat het lotbezit van ons zal worden.'
15 En hem buiten de wijngaard werpend, doden* zij hem.' Wat dan zal de heer van de wijngaard met hen doen? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15-18

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 21:40-44; Markuseen verdediging 12:9-11.

Zie Handelingen 4:11; 1Petrusrots 2:4-7.


16 Hij zal komen en zal deze °landbouwers ombrengen en zal de wijngaard aan anderen geven." Zij nu, die het horen*, zeggen*: "Moge het toch niet gebeuren!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

De vernietiging van Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en de natie was regelrecht te danken aan de moord op de MessiasGezalfde. Hun rampspoed vanaf die dag tot op heden en het kwaad dat voor hen nog op de plank ligt in de grootste van alle verdrukkingen, in de eindtijd, het had, menselijk gesproken, allemaal voorkomen kunnen worden als zij Hem als hun Koning hadden ontvangen.


17 Maar Hij, hen aankijkend, zei: "Wat dan is dit geschrevene? 'De steen die de bouwers verwierpen*, deze was tot hoofd van de hoek geworden*.' De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden. (SV)[Psalm 118:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Vergelijk met Efezetoegestaan 1:10; 2:14; Psalmen 118:22.

De hoofdhoeksteen van een gebouw is de meest ornamentele en eerbare van heel de constructie. Op de grond liggen struikelden ze er over en wezen ze die af. Zo hebben de bouwers van IsraŽlstrijder van God zich aan Hem bezeerd.


18 Een ieder die valt op die °steen zal verpletterd worden; en op wie hij ook maar zou vallen, hij zal hem als kaf doen verstuiven." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Vergelijk met DaniŽlrechter is God 2:34,35.


19 En de schriftgeleerden en de hogepriesters zoeken* in dit °uur de handen op Hem te werpen. En zij vreesden* het volk, want zij weten* dat Hij in deze °parabel over hen zei. 1 En na twee dagen nu was het įPascha en het feest van de ongezuurde broden en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten hoe, door Hem met list te grijpen*, zij Hem zouden doden. 2 Want zij zeiden: "Toch niet tijdens het feest, opdat er niet rumoer zal zijn van het volk." (SW)[Marc. 14:1,2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 21:45,46; Markuseen verdediging 12.12.

Het doel van de schriftgeleerden en hogepriesters schijnt nu te zijn Hem in verlegenheid te brengen. Of Hij zal in de ogen van het volk in diskrediet worden gebracht, of in conflict komen met de burgerlijke heersers. Zolang Hij een gevolg had waren ze bang. En ze wilden ook niet een openbaar debat riskeren. Daarom blijven ze er helemaal buiten en zenden ze anderen met wat, op het eerste gezicht, een eenvoudige gewetensvraag is. Ze hopen Hem zo ver te krijgen dat Hij zegt dat ze geen belastingen aan Romekracht hoefden te betalen, zodat ze Hem bij de regering kunnen aanklagen. Dus gebruiken ze ragfijne vleierijen om Hem kapot te maken. Maar Zijn eerste antwoord trekt de sluier van hypocrisie weg en onthult de ware bedoeling van hun vraag. Ze willen hem beproeven, niet hun geweten gerust stellen.


20 En observerend vaardigen* zij afluisteraars af, zichzelf veinzend rechtvaardigen te zijn*, opdat zij Hem op een woord zullen vastpakken, om Hem zo over te leveren* aan de overheid en aan de autoriteit van de gouverneur. voor Hem een hinderlaag leggend, zoekend om jacht te maken* op iets uit Zijn įmond, opdat zij Hem zullen beschuldigen. (SW)[Luc. 11:54] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20-26

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 22:15-22; Markuseen verdediging 12:13-17.


21 En zij stellen* Hem een vraag, zeggend: "Leraar! Wij hebben waargenomen dat u op correcte wijze zegt en onderwijst en dat u niet de oppervlakte neemt, maar dat u in waarheid de weg van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker onderwijst. Deze kwam in de nacht naar Hem toe en zei* tot Hem: "Rabbi, wij hebben waargenomen dat u van God bent gekomen, een leraar, want niemand kan deze tekenen doen die u doet, in het geval įGod niet met hem zal zijn."(SW)[Joh. 3:2]
22 Is het ons geoorloofd aan de keizer belasting te geven* of niet?" 6 Want daarom ook voldoen jullie belastingen, want zij zijn dienstverrichters van God, juist op dit punt volhardend. 7 Betaal aan allen de verschuldigde dingen, de belasting aan wie de belasting toekomt, de tol aan wie de tol toekomt, de vrees aan wie de vrees toekomt, de eer aan wie de eer toekomt. (SW)[Rom. 13:6,7] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Vergelijk met Deuteronomium 28:47,48.


23 Nu hun °sluwheid beschouwend*, zei Hij tot hen:  "Wat beproeven jullie Mij?"
24 "Toon*m Mij een denarius." Zij nu tonen* hem en Hij zei: "Van wie heeft die een afbeelding en inscriptie?" En antwoordend zeggen* zij: "Van de keizer!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Er waren twee soorten munten in omloop, de Romekrachtinse en de Joodse. De tempelbelasting moest in de Joodse shekel worden voldaan, de Romekrachtinse in de vreemde valuta. Het feit dat ze het geld van de overheerser hadden aanvaard laat zien dat zij zich zagen als zijn onderdanen. Ja, niet lang hierna stonden zij er op dat ze geen andere koning dan Caesarkeizer hadden. Belasting betalen was daarom alleen de vervulling van een verplichting die ze al aanvaard hadden. Daarom, in plaats van Hem als oproerkraaier te brandmerken, legt Hij hen vast op de schande van nationale dienstbaarheid. En, de goddelijke verplichtingen benadrukkend, Hij staat er op dat ze de shekel betalen voor het heiligdom, iets dat ze zonder twijfel deden, maar niet in de geest.

Onze houding ten opzichte van heersers wordt uiteen gezet in Romekrachtinen 13:1-7. Wij kijken naar de burgerlijke gezaghebbers als deel van de soevereine, overzienende regering van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, ook al hebben ze van Hem geen idee en staan ze in feite tegenover Hem.


25 Hij nu zei tot hen: "Nu dan, betaalm de dingen van de keizer aan de keizer, en de dingen van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aan °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker."
26 En zij zijn* niet sterk genoeg om Hem op een uitspraak vast te pakken in de tegenwoordigheid het volk. En zich verwonderend* over Zijn °°antwoord, zwijgen* zij.
27 Nu naderden enigen van de Sadduceeënrechtvaardigen (afgeleid van Sadok-rechtvaardig), die zeggen dat er geen opstanding is*. Zij stellen* Hem een vraag, Want SadduceeŽn zeggen inderdaad dat er geen opstanding is, noch boodschapper, noch geest. Maar de FarizeeŽn belijden įbeide. (SW)[Hand. 23:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27-36

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 22:28-30; Markuseen verdediging 12:18-25.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Vergelijk met Handelingen 23:6-8

De wet trof buitengewone voorzieningen voor het voortduren van de naam en familie van een IsraŽlstrijder van Godiet. Zou hij zonder naamdrager sterven, dan was het de taak van zijn broer om diens weduwe te trouwen en de zoon van zoín vereniging zou zijn naam dragen, zodat die nooit uitgewist zou worden (Deut. 25:5,6). De SadduceeŽnrechtvaardigen (afgeleid van Sadok-rechtvaardig) nemen deze gewoonte ter hand om een probleem te formuleren dat duidelijk vaak gebruikt werd als argument in hun ontmoetingen met de FarizeeŽnafgescheidenen.

Het is duidelijk dat zij een oppervlakkig begrip hadden van de wet en geen aandacht schonken aan de onderliggende reden voor de instelling er van. De onderhavige wet was nodig vanwege het storende element van de dood. Zonder deze heeft ze geen plaats. In de opstanding van de rechtvaardigen, waar geen dood meer is, kan ze geen toepassing meer hebben. Op gelijke wijze heeft het huwelijk geen plaats in de opstanding, en zo onthulde de vraag de onwetendheid van de SadduceeŽnrechtvaardigen (afgeleid van Sadok-rechtvaardig), en niet hun gespeelde precisie.


28 zeggend: "Leraar! Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen schrijft* aan ons: 'In het geval dat iemands broeder zal sterven, een vrouw hebbend, en deze zal kinderloos sterven, dat zijn °broeder de vrouw zal nemen en zaad voor zijn °broeder zou doen opstaan'. Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad. (SV)[Gen. 38:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

Vergelijk met Deuteronomium 25:5.


29 Zij waren dan met zeven broeders en de eerste, een vrouw nemend, stierf kinderloos.
30 En de tweede nam de vrouw en deze stierf kinderloos.
31 En de derde nam haar. En op dezelfde wijze lieten de zeven geen kinderen na. En zij stierven.
32 Laatst nu van allen stierf ook de vrouw.
33 De vrouw dan, in de opstanding, van wie wordt zij de vrouw? Want de zeven hadden haar als vrouw."
34 En antwoordend zei °JezusJAH redt tot hen: "De zonen van deze °aion trouwen en worden uitgehuwelijkt,
35 maar wie die aion, waardig gekeurd wordend, ten deel zal vallen en de opstanding vanuit de doden, zij trouwen niet, noch worden ze uitgehuwelijkt.
36 Want ook kunnen zij niet nog sterven, want zij zijn gelijk aan boodschappers en zij zijn de zonen van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zijnde zonen van de opstanding.
37 Dat nu de doden opgewekt worden geeft zelfs Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen aan bij de doornstruik, als hij zegt: 'Heer, de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Abrahamvader van vele volken en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Isaäk en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Jakobhielenlichter.' En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd. (SV)[Ex. 3:2] - 6 Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien.
15 Toen zeide God verder tot Mozes: Aldus zult gij tot de kinderen IsraŽls zeggen: De HEERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob, heeft mij tot ulieden gezonden; dat is Mijn Naam eeuwiglijk, en dat is Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht.
16 Ga heen, en verzamel de oudsten van IsraŽl, en zeg tot hen: De HEERE, de God uwer vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Izak en Jakob, zeggend: Ik heb ulieden getrouwelijk bezocht, en hetgeen ulieden in Egypte is aangedaan; (SV)
[Ex. 3:6,15,16]
[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 22:31,32; Markuseen verdediging 12:26,27; Exodus 3.6.

Nu wordt de echte zaak door de Heer ter hand genomen. Ze ontkenden de opstanding! Ze deden een beroep op Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, dus gebruikt ook Hij Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen als de basis van Zijn betoog. De Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Abrahamvader van vele volken is bovenal de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van beloften en verbonden. Deze zijn nog niet vervuld en kunnen niet uitgevoerd worden als Abrahamvader van vele volken niet uit de dood wordt opgewekt. Alle waarde van de titel "de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Abrahamvader van vele volken" gaat verloren als we die slechts overwegen in verband met het voorbije leven van de aartsvader. Hij ontving de beloften niet. Het is nodig dat hij uit de dood zal opstaan.


38 Hij is echter niet Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van doden, maar van levenden, want voor Hem leven allen." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38

Er is hier geen vraag over de toestand van de doden. Abrahamvader van vele volken leeft nu niet. Het is alleen in een secundaire zin dat alle leven voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Hij gaat met Zijn schepselen om in leven, niet in de dood. De Heer probeert niet te bewijzen dat dood leven is, maar dat er een leven is na de dood, in de opstanding.


39 Nu antwoordend zeggen* enigen van de schriftgeleerden tot Hem: "Leraar, u zegt* op ideale wijze!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

39-44

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 22.23-46; Markuseen verdediging 12:28-37.


40 Want zij durfden Hem niet meer over iets een vraag te stellen.
41 Hij nu zei tot hen: "Hoe zeggen sommigen dat de ChristusGezalfde Zoon van Davidgeliefde is*? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

Hij heeft hen op een punt gebracht waar zij niet langer durven Hem vragen te stellen, en daarom keert Hij zich nu naar hun vraag. Hij gaat regelrecht naar de kern van de hele situatie. Vaak werd Hij de Zoon van Davidgeliefde genoemd, en Hij bevestigde altijd dit bewijs van geloof in Hem. Maar hoe weinigen, zelfs onder Zijn discipelen, kenden Hem als de Heer van Davidgeliefde? Dat deze Heer, Die in de vorm van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was, Zichzelf zou ledigen en gevonden werd in de vorm van een mens (Filip. 2:5-8), was een waarheid die zo totaal buiten waarnemingsvermogen lag, dat Hij zelfs niet stopte voor een antwoord. De Hebreeuwse Schrift gebruikt de titels "Heer" en "Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker" enz, voor het beeld van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker net zo vrijelijk als voor de absolute Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkerheid. Er zijn twee Personen Die deze goddelijke benoeming dragen en we hoeven ons niet vaak zorgen te maken Wie van beide de hoogste is in welke passage dan ook, want Zij zijn ťťn, net zoals het Beeld ťťn is met Hem Die het vertegenwoordigt. De lagere Mens van de evangelisten is de goddelijke Heer van de profeten.


42 Want Davidgeliefde zelf zegt in het boek van de Psalmen: 'De Heer zei tot mijn °Heer: 'Zit aaneig. vanaf Mijn rechterkant, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

42

Vergelijk met Psalmen 110:1.


43 totdat Ik ook maar Uw °vijanden zal plaatsen tot een voetbank voor Uw °voeten.' Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten (SV)[Psalm 110:1]
44 Davidgeliefde, dan, noemt Hem Heer. En hoe is Hij zijn Zoon?"
45 En Hij zei, het hele volk dit horend, tot Zijn °leerlingen: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45-47

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 23:1-7; Markuseen verdediging 12.38-40.


46 "Geefm acht op eig. vanaf de schriftgeleerden, die willen wandelen in gewaden en veel houden van begroetingen in de markten en van de voorste stoelen in de synagogen en de voorste aanligplaatsen bij de avondmaaltijden,
47 die de woonhuizen van de weduwen opeten en onder voorwendsel langdurig bidden. Dezen zullen een bovenmatiger oordeel in ontvangst nemen."




Terug naar de index.
Naar Lucas 21
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.