Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Lucas
Hoofdstuk 7

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Daar Hij immers al Zijn °uitspraken vervult* tot in de gehoorgangen van het volk, kwam Hij Kapernaümdorp van Nahum binnen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-10

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 8:5-13


2 Een zekere slaaf nu van een hoofdman over honderd, die door hem in ere werd gehouden, een kwaal hebbend, stond op het punt te overlijden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Wat Hij had gezegd heeft noch interpretatie noch toepassing voor naties buiten de IsraŽlstrijder van Goditische kudde. Geen van hen die aanwezig waren kon zo Zijn woorden verstaan hebben, want hun vooroordeel tegen de heidense naties was extreem, en Hij deed geen poging om hun denken op dit gebied uit de droom te helpen. Maar wij weten dat de naties een plaats zullen hebben in het koninkrijk, en dat zegen zal naar hen zal vloeien door IsraŽlstrijder van God. Geeft Hij hier geen hint? De slaaf van de centurion geeft ons een aanschouwelijk beeld van de voordelen die tot de naties komen door de bemiddeling van IsraŽlstrijder van God. De centurion zelf is ongetwijfeld een proseliet van het Joodse geloof, anders had hij zeker niet voor hen een synagoge gebouwd. De slaaf vertegenwoordigt de onderschikte positie van de naties in die dag. Maar de meest opmerkelijke overeenkomst wordt verondersteld door de afstand tussen de Genezer en degene die genezen wordt. In IsraŽlstrijder van God werd al het genezen gedaan in Zijn aanwezigheid. Ze deden hun uiterste best om hun zieken van verre te brengen, ze braken zelfs een dak open! Zijn aanraking of het geluid van Zijn stem leken essentieel om de gewenste zegen veilig te stellen. En zo gaat het met IsraŽlstrijder van God. Tot Zijn toekomstige aanwezigheid, hebben zij geen hoop op deelname aan de beloften van de profeten. Zijn voeten zullen staan op de Olijfbergeen bergrug ten oosten van Jeruzalem, Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter zal Zijn hoofdstad zijn. De andere naties, hoewel op afstand, zullen ook Zijn genezende balsem ontvangen, net zoals de slaaf. Het is niet nodig dit voorval te identificeren met dat uit het verslag van MattheŁsgeschenk van JAH. De les is dezelfde, maar de tijd en setting schijnen verschillend.

Het grote principe van zegenen op afstand door geloof wordt veel verder doorgetrokken in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers handelen met de naties in de huidige geheimen bedeling (Efe. 3:9). Hoewel ChristusGezalfde niet is teruggekeerd en hoewel IsraŽlstrijder van God niet gezegend is, ontvangen we toch door geloof een zegen die verre superieur is aan iets dat door deze scene wordt verondersteld. Wij zijn geen slaven van IsraŽlstrijder van God en zijn niet afhankelijk van enige bemiddeling door IsraŽlstrijder van God, maar we hebben een plaats en een deel onder te midden van de ophemelsen dat daar onmetelijk bovenuit gaat.


3 Nu horend* aangaande °JezusJAH redt, vaardigt* hij oudsten van de Joden naar Hem af, Hem vragend, zodat Hij, komend, Hij zijn °slaaf zou behouden.
4 Dezen nu, bij °JezusJAH redt aankomend, roepen* Hem op ijverige wijze op, zeggend: "Waardig is hij aan wie U dit zou verschaffen,
5 want hij heeft onze °natie lief en hij bouwt* voor ons de synagoge."
6 °JezusJAH redt nu ging samen met hen. En als Hij nog niet ver weg is vanaf het woonhuis, zendt* de hoofdman over honderd vrienden naar Hem toe, tot Hem zeggend: "Heer, vermoei U toch niet, want ik ben niet toereikend dat U onder mijn °dak zal binnenkomen.
7 Daarom acht* ik mijzelf ook niet waardig om naar U toe te komen. Maar zeg een woord en en mijn °jongen zal gezond gemaakt worden!
8 Want ook ik ben een man die onder autoriteit is verordend geworden, onder mijzelf soldaten hebbend. En ik zeg tot deze: "Ga!" en hij gaat, en tot een andere: "Kom!" en hij komt, en tot mijn °slaaf: "Doe dit!" en hij doet het."
9 Deze dingen nu horend*, verwondert* °JezusJAH redt Zich over hem, en Zich kerend tot de Hem volgende schare, zei Hij: "Ik zeg tot jullie, Ik vond zelfs in °IsraŽlstrijder van God niet zů veel geloof!"
10 En terugkerend* tot in het huis vonden die gezonden werden de zwak zijnde slaaf gezond.
11 En het gebeurde in de volgende reis. Hij ging tot in een stad die Naïnlieflijk genoemd wordt, en samen met Hem gingen* Zijn °leerlingen, aanzienlijk velen, en een talrijke schare. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De dood werd verslagen waar die de aanwezigheid van ChristusGezalfde binnendrong. Dit was het grootste teken van Zijn MessiasGezalfdeschap. Want het koninkrijk zal, voor een groot deel, bestaan uit hen die gestorven zijn in verwachting en de beloften niet ontvangen hadden. Abrahamvader van vele volken zal er zijn en Davidgeliefde, maar hoe kunnen zij binnengaan, anders dan door opstanding? Daarom is ChristusGezalfde de Opstanding en het Leven. Hij, Die de doden kan opwekken uit de dood, is de MessiasGezalfde van IsraŽlstrijder van God. Hij is de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Naast het opwekken van het dochtertje van JaÔrus, bracht Hij LazarusGod heeft geholpen terug uit het graf. Het kleine meisje was nauwelijks gestorven, de zoon van de weduwe was op weg naar het graf, en LazarusGod heeft geholpen was al drie dagen dood. De een was slechts een kind, de ander een jongeling, en de laatste een volwassen man. Maar ieder van hen reageerde op Zijn woord en ging over van de dood terug in het leven. Zo zal het zijn bij de eerste opstanding, die dertien honderd en vijf en dertig dagen na het midden van de laatste jaarweek uit DaniŽlrechter is God 9 plaats zal vinden (Dan. 12:12), of ongeveer vijf en zeventig dagen na Zijn verschijning. De trouwen in IsraŽlstrijder van God zullen opstaan om nooit weer te sterven, maar de ongelovigen zullen niet ontwaken tot de sluiting van de dag van de Heer (Dan. 12:2).


12 Als Hij nu tot de poort van de stad nadert*, neem waar, een gestorven zijnde werd uitgehaald, de enigverwekte zoon van zijn °moeder. En zij was weduwe. En een aanzienlijke schare uit de stad was samen met haar.
13 En haar waarnemend wordt de Heer met mededogen over haar bewogen* en Hij zei tot haar: "Huil toch niet!" Zij nu huilden en zij treurden heftig vanwege haar. Hij nu zei: "Huil toch niet, want zij stierf niet, maar zij sluimert."(SW)[Luc. 8:52]
14 En er naar toe komend raakt* Hij de baar aan. De dragers nu staan* en Hij zei: "Jongeling! Tot jou zeg Ik, word gewekt!" Hij nu, allen naar buiten uitdrijvend, haar įhand vattend, roept luid, zeggend: "įMeisje, ontwaak!")[Luc. 8:54]
15 En de dode gaat rechtop zitten* en begint* te spreken. En Hij geeft* hem terug aan zijn °moeder.
16 Vrees nu nam allen en zij verheerlijkten °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zeggend: "Een grote profeet werd in ons gewekt," en "°Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ziet* om naar Zijn °volk!" "Gezegend zij de Heer, de God van įIsraŽl, want Hij ziet om en maakt een loskoping voor Zijn įvolk,(SW)[Luc. 1:68]
17 En dit °woord aangaande Hem kwam uit in heel °Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde en heel de omliggende streek.
18 En zijn °leerlingen berichten* aan JohannesJAH is genadig aangaande al deze dingen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18-20

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 11;2,3.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Tegen deze tijd zat JohannesJAH is genadig al meer dan een jaar in de gevangenis. Berichten over de heerlijke werken van ChristusGezalfde brachten hem waarschijnlijk op de vraag over zijn eigen vrijlating. Hij had heel zijn leven geleefd in de wijde, open vlakten en de opsluiting moet zeer deprimerend zijn geweest voor zijn geest en leidde er toe dat hij zat te peinzen over zijn eigen lot. Het nieuws dat hij ontving over ChristusGezalfde scheen slechts ťťn fase te dekken van de activiteiten van Degene Die hij verkondigd had. Hij doopte in heilige geest, maar niet met vuur. Hij verbrandde het kaf niet met vuur. Zouden er twee MessiasGezalfdesen komen? Deze deed alleen goed en geen kwaad. Hij kon niet hopen door Hem vrijgelaten te worden uit de gevangenis. Zou Hij later het voorzegde oordeel uitvoeren, of was dat het werk van een andere MessiasGezalfde? Dat lijkt de trend van JohannesJAH is genadigí gedachten te zijn geweest. Hij verwachtte de dag van wraak, wanneer ChristusGezalfde Zijn grote kracht en heerschappij ter hand zou nemen. Deze vraag beantwoorden zou inhouden dat geheimen onthuld moesten worden die in die tijd niet bekend moesten zijn. Het koninkrijk werd nog steeds verkondigd; de verwerping er van kon niet voorspeld worden, zonder de verkondiging er van teniet te doen. Daarom beantwoordt de Heer de vraag van JohannesJAH is genadig niet, maar gebiedt hen die door hem waren gezonden te letten op het karakter van de werken die Hij doet. Dit kan gezien worden als een persoonlijke boodschap aan JohannesJAH is genadig, dat zijn lijden verlicht zou worden, zelfs in de mate van het hem opwekken uit de dood.


19 En twee zekere van zijn °leerlingen bij zich roepend*, zendt* JohannesJAH is genadig ze naar °JezusJAH redt, zeggend: "Bent U de Komende, of zullen wij een andere verwachten?" 8 Ik schep behagen in doen wat U welgevallig is, mijn Elohim; en Uw wet is midden in mijn inwendige delen. (SW)[Psalm 40:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Aangezien de vorm van het Griekse woord voor "verschillend" of "een andere" onzijdig is wat geslacht betreft, kan het weergegeven worden met "een veschillend ding" of met "een ander ding". Dat wil zeggen, JohannesJAH is genadig kan gehoopt hebben dat ChristusGezalfde op het punt stond Zijn bediening te veranderen naar een van oordeel, in welk geval hij verlost zou worden.


20 En bij Hem nu aankomend zeggen* de mannen: "JohannesJAH is genadig de Doper vaardigt* ons af naar U toe, zeggend: 'Bent U de Komende, of zullen wij een andere verwachten?'"
21 In dat °uur geneest* Hij velen van ziekten en gesels en boosaardige geesten en vele blinden geeft* Hij genade te kijken. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21-23

Vergelijk MattheŁsgeschenk van JAH 11:4-6.


22 En antwoordend zei ° Jezus JAH redt tot hen: "Gegaan zijnde, bericht aan JohannesJAH is genadig de dingen die jullie waarnamen en jullie horen*: dat blinden weer kijken, kreupelen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doofstommen horen, doden worden opgewekt en armen wordt het evangeliegoede bericht gebracht. 5 Dan zullen ogen van de blinden ontsloten worden en de oren van de doven zullen geopend worden. (SW)[Jes. 35:5]
23 En gelukkig is hij die in geen geval in Mij verstrikt zal worden."
24 Toen nu de boodschappers van JohannesJAH is genadig wegkwamen, begint* Hij tot de scharen aangaande JohannesJAH is genadig te zeggen: "Waarom komen* jullie uit tot in de woestijn? Om een rietstengel gade te slaan*, geschud wordend door de wind? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24-28

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 11:7-15.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Ondanks zijn vraag was JohannesJAH is genadig geen zwakkeling of liefhebber van luxe. Hij wankelde niet in zijn vertrouwen in ChristusGezalfde of was alleen omwille van zijn eigen comfort verlangend om te ontsnappen. Niemand kon hem een riet noemen dat onderhevig was aan iedere gril van elke windvlaag! Zijn gevangenschap was hiervan het bewijs, want hij stond tegen de storm op toen hij vrijmoedig Herodeszoon van heros - held of afgod beschuldigde van zijn zonde. Zijn kamelenharen mantel bewees dat hij geen in zijde geklede hoveling was. Men ging uit om een profeet te zien en dat is wat men zag. Zijn huidige gevangenschap was alleen toegevoegd bewijs daarvan, want dat was de behandeling die zij gewoonlijk gaven aan een man van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. JohannesJAH is genadig, als de onmiddellijke voorloper van ChristusGezalfde, was de grootste van alle profeten.


25 Maar wat komen* jullie uit om waar te nemen? Een mens, gekleed zijnde in zachte bovenkleding? Neem waar, zij, in glorieuze kledij en in luxe zijnde, zijn onder de koninklijken.
26 Maar wat zijn jullie uitgekomen om waar te nemen? Een profeet? Ja, zeg Ik jullie, en bovenmatiger dan een profeet. En jij nu, kleine jongen, zal profeet van de Hoogste genoemd worden. Want jij zal vooruitgaan in het zicht van de Heer om Zijn wegen gereed te maken (SW)[Luc. 1:76]
27 Deze is aangaande wie het is geschreven: 'Neem waar, Ik vaardig Mijn °boodschapper af vůůr Uw gezicht. Die zal Uw °weg vlak voor U construeren.' 20 Aanschouw! Ik zend een boodschapper tot voor jouw aangezicht om jou op de weg te bewaren en om jou te brengen naar de plaats die Ik voorbereidde. (SW)[Ex. 23:20] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Vergelijk met Maleachi 3.1


28 Amen! Want Ik zeg tot jullie: onder de uit vrouwen geborenen is niemand groter dan JohannesJAH is genadig de Doper, maar de kleinere in het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is groter dan hij." want hij zal groot zijn in het zicht van de Heer, en wijn en sterke drank zal hij nooit drinken. En hij zal vervuld worden van heilige geest, nog vanuit de buikholte van zijn moeder. (SW)[Luc. 1:15]
29 En heel het volk en de tol-incasseerders, horend*, rechtvaardigen* įGodgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, gedoopt wordend met de doop van JohannesJAH is genadig. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29

Vergelijk met 3:12

JohannesJAH is genadigí roep om bekering was naar de hele natie, maar de FarizeeŽnafgescheidenen en wetgeleerden konden Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers inschatting van hun levens niet aanvaarden. Zij rechtvaardigden zichzelf. De rest rechtvaardigde Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Het gewone volk en de belastingheffers, door het ondergaan van hun doop, bevestigden tenminste hun eigen zondigheid. Dit zelfde principe is tot op vandaag geldig. Zelfveroordeling is een zeker weg naar rechtvaardigheid, zelfrechtvaardiging is de weg naar verwoesting.


30 Maar de Farizeeënafgescheidenen en de wetgeleerden wijzen* in zichzelf de raad van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker af, toch niet door hem gedoopt wordend. Nu kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden en zij zeiden tot hem: "Leraar, wat zouden wij doen?" (SW)[Luc. 3:12]
31 "Met wie zal Ik dan de mensen van deze °generatie gelijkend maken en op wie lijken zij? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Vergelijk met MattheŁsgeschenk van JAH 11.16-19.

Zij die wensen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers werk tegen te werken, hebben geen probleem iets fouts te vinden, want elke deugd, passend tentoongespreid, wordt in een gebrek omgevormd in de verdraaiende ogen van jaloezie en haat. JohannesJAH is genadigí onderwerp was zonde, en daarom was hij een asceet. Hij was niet zijn werk om hen in te leiden naar de vreugden van het koninkrijk. Dat was de taak van de MessiasGezalfde. Hij bevredigde hun zielen met voedsel en maakte wijn voor een huwelijksfeest. Dit was allemaal in overeenstemming met hun boodschap en bediening. Dwaze mensen, die geen van beide kennen, zouden hen hun boodschap doen ontsieren door daden die niet in harmonie zijn met hun bediening.


32 Zij lijken op kleine jongens en meisjes, die in de markt zitten en elkaar toeroepen en zeggen: 'Wij spelen* voor jullie op de fluit en jullie dansen* niet. Wij weeklagen* voor jullie en jullie huilen* niet!'
33 Want JohannesJAH is genadig de Doper is gekomen, noch brood etend, noch wijn drinkend, en jullie zeggen: 'Hij heeft een demon.' [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33

Vergelijk met 1:15


34 De Zoon van de mens is gekomen, etend en drinkend, en jullie zeggen: 'Neem waar! Een mens, een eter en wijndrinker, een vriend van tol-incasseerders en van zondaars!' 1 Nu waren alle įtol-incasseerders en de zondaars naderend tot Hem om Hem te horen. 2 En de FarizeeŽn, en bovendien de , mopperden, zeggend: "Deze ziet uit naar zondaars en eet samen met hen!"(SW)[Luc. 15:1,2]
35 En de Wijsheid werd gerechtvaardigd dooreig. vanaf al haar °kinderen."
36 En een zekere nu van de Farizeeënafgescheidenen vroeg Hem opdat Hij met hem zal eten. En binnenkomend in het huis van de Farizeeër leunde Hij neer. Bij Zijn spreken nu vraagt een FarizeeŽr Hem, zodat Hij met hem de middagmaaltijd zou houden. Binnenkomend nu leunt Hij achterover. (SW)[Luc. 11:37] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

36

Waarheid wordt het best duidelijk gemaakt door contrast. In feite is alle menselijke kennis relatief. We weten niets absoluut, maar het staat in relatie tot andere dingen. Hierin zit de liefelijkheid van dit voorval. De FarizeeŽrafgescheidene was aan de top, de vrouw aan op de bodem van de sociale schaal. Het is zeer opvallend en opvoedend deze twee samengebracht te zien en te letten op hun verschillende reacties op de genade van ChristusGezalfde. De grootste heerlijkheid van de Redder was Zijn liefde voor zondaars en Zijn heiligheid, die onbevlekt bleef in Zijn contact met hen. De aanraking van deze vrouw van lage reputatie zou een huivering hebben doen gaan door de zelfrechtvaardige FarizeeŽrafgescheidene. Het deed Hem huiveren met mededogen.

Deze Simongehoord (heeft JAH) begreep het niet. Hij dacht dat zijn Gast onwetend moest zijn van haar karakter om liefkozingen toe te staan, en daarom had hij zelfs niet het inzicht van een profeet. Maar de onwetendheid was niet aan de kant van de Heer. Hij bewees dat al snel door Zijn gelijkenis. Het was ook niet aan de kant van de vrouw. Haar tranen, haar aanbidding, alles wat ze deed, toont het diepste bewustzijn van haar eigen zondigheid en van Zijn redding. Het was Simongehoord (heeft JAH) zelf die onwetend was. Hij kende zijn eigen zondigheid niet. Hij herkende zijn Redder niet. Hij eerde Hem niet met de gebruikelijke hoffelijkheden van oosterse gastvrijheid. Als hij Hem had gekend zou hij Hem de uiterste aandacht hebben geschonken en zich verheugd hebben in de aanbidding van de vrouw. Er is geen enkele reden om deze vrouw te identificeren als Mariahun opstand (??) Magdalenatoren. Zij was bezeten geweest door een demon, niet een zondaar.


37 En neem waar, een vrouw die in de stad was, een zondares. En te weten komend dat Hij neerligt in het woonhuis van de Farizeeër, een albasten kruikje met zalfolie ophalend*, kwam er een vrouw naar Hem toe, die een albasten kruikje met zalfolie van hoge waarde had, en zij goot deze uit over Zijn įhoofd, toen Hij aan tafel lag.(SW)[Matt. 26:7]
38 en achter Hem staande*, bij de voeten van ° Jezus JAH redt , huilend, begint* zij met de tranen Zijn °voeten te beregenen. En met de haren van haar °hoofd droogde zij ze af en zij kuste met genegenheid Zijn °voeten en zij smeerde ze in met de zalfolie.
39 De Farizeeër nu, die Hem roept*, zei, waarnemend, in zichzelf: "Deze, indien hij profeet was, zou weten wie en wat voor een vrouw deze is die hem aanraakt, dat zij zondares is."
40 En antwoordend zei °JezusJAH redt tot hem: "Simongehoord (heeft JAH), Ik heb jou iets te zeggen." Deze nu zegt met nadruk: "Leraar, zeg het!"
41 "Twee renteplichtigen waren aan een zekere leninggever schuldig. De een was vijfhonderd denariŽn verschuldigd, de andere echter vijftig. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

Deze eenvoudige gelijkenis bevat de hele filosofie van zonde.. Hoewel op zich hatelijk, is het ultieme effect er van het produceren van een overvloedig antwoord op Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers liefde. De grootste triomfen van genade zijn in de donkerste diepten van vernedering. De FarizeeŽrafgescheidene had, in plaats van immens superieur te zijn aan de sociale verschoppeling, zoals hij meende, een groot nadeel. Zijn liefde voor de Redder was ondiep, zijn antwoord op Zijn genade zwakjes, omdat hij geen diep gevoel van zonde had. Zonder in het minst zonde aan te moedigen of ondersteunen, moeten we de plaats er van in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers doelstelling erkennen om warme relaties tussen Hem en Zijn schepselen te vestigen en versterken en zulk een gemeenschap is totaal onmogelijk door andere middelen. En hoe serieuzer de zonde, des te zekerder en loyaal zal onze liefde zijn voor Degene Die ons er van verlost. Dit is de enige onthulde of rationele oplossing voor de tijdelijke aanwezigheid van zonde.


42 Nu zij niets hadden om te betalen*, geeft* hij aan beiden genade. Wie dan van hen zal hem meer liefhebben?"
43 Simongehoord (heeft JAH) zei, antwoordend: "Ik vat het op dat hij het is aan wie hij meer genade geeft*." Hij nu zei tot hem: "Je oordeelt* op correcte wijze."
44 En Zich kerend naar de vrouw, zei* Hij met nadruk tot °Simongehoord (heeft JAH): "Bekijk jij deze °vrouw? Ik kwam binnen tot in jouw °woonhuis, maar je gaf* Mij geen water op Mijn °voeten. Maar deze beregent* Mijn voeten met °tranen en met haar haren droogt* ze die af. 4 Alstublieft, er zal een klein beetje van het water genomen worden en was uw voeten en leun onder de boom. (SW)[Gen. 18:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

Een geŽerde gast zal niet alleen water gegeven worden, maar zou zijn voeten gewassen zien door een slaaf; hij zou een welkomkus ontvangen hebben van zijn gastheer en zou besproeid zijn of gewreven met geurrijke oliŽn, of rozenolie, die zo algemeen waren onder de bovenklasse in de OriŽnt. Simongehoord (heeft JAH) had al deze verzuimd, zo de armzaligheid tonend van zijn waardering. Dit alles leverde de vrouw in ruime mate en methode, en zo toonde zij de rijkdom van haar liefde.


45 Een kus geef* jij Mij niet, maar deze, vanaf dat Ik binnen kwam, onderbrak niet Mijn °voeten met genegenheid te kussen. Groet elkaar met een heilige kus. U groeten al de ekklesias van de Christus (SW)[Rom. 16:16]
46 Jij smeert* Mijn °hoofd niet in met olie, maar deze smeert* Mijn °voeten in met zalfolie.
47 Terwille van dat zeg Ik tot jou: 'Haar °vele °zonden zijn losgelaten, want zij heeft* veel lief. Aan wie nu weinig wordt losgelaten heeft weinig lief."
48 Hij nu zei tot haar: "Jouw °zonden zijn losgelaten." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

48

Volgens de gelijkenis handelt de Heer ongetwijfeld genadevol met Simongehoord (heeft JAH), net als met de zondaar. Maar alleen tot haar spreekt Hij het woord van vergeving en redding. En opdat niet haar daad, de vrucht van haar geloof, er mee verward zou worden en tot grond voor haar redding gemaakt zou worden, sluit Hij af met "Jouw geloof heeft jou gered,"


49 En die samen aan tafel aanliggen beginnen* in zichzelf te zeggen: "Wie is deze, die ook zonden laat gaan?" 20 En hun įgeloof waarnemend, zei Hij tot hem: "Mens, de zonden van jou zijn aan jou losgelaten geworden." 21 En de schriftgeleerden en de FarizeeŽn beginnen te redeneren, zeggend: "Wie is deze, die lasteringen spreekt? Wie kan zonden laten gaan dan toch alleen įGod?" (SW)[Luc. 5:20,21]
50 Hij nu zei tot de vrouw: "Jouw °geloof heeft jou gered. Ga in vrede."





Terug naar de index.
Naar Lucas 8
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.