Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Lucas
Hoofdstuk 9

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 De twaalf afgevaardigden nu bijeen roepend*, heeft Hij aan hen macht en autoriteit gegeven over al de demonen en om ziekten te genezen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-6

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 10:1-15; Markuseen verdediging 6:7-13.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Tot nu toe, zo schijnt het, waren de apostelen bij Hem gebleven als discipelen, om Zijn woorden en wegen te leren. Nu echter wordt hen kracht gegeven als apostelen, om Hem te vertegenwoordigen en de verkondiging uit te dragen naar gemeenschappen die Hij Zelf niet bezocht. We kunnen ons goed de ijver indenken waarmee zij hun nieuwe krachten en verantwoordelijkheden op zich namen. Dit was niet een algemene opdracht voor alle tijd; ze duurde alleen voor de tijd dat Hij Zelf het koninkrijk verkondigde en werd ingetrokken toen het verworpen werd en Hij Zijn lijden bekend maakte. Daaraan hadden de apostelen geen deel.


2 En Hij vaardigt* hen af om het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te proclameren en om de zwakken gezond te maken.
3 En Hij zei tot hen: "Pakm niets mee voor onderweg, noch een staf, noch een reiszak, noch brood, noch zilvergeld, noch respectievelijk twee onderklederen te hebben. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

De voorwaarden waaronder de twaalf apostelen heengezonden werden hadden betrekking op de gewoonten en gebruiken van het land. Ze gingen naar hun eigen landslieden en de meest rechtstreekse weg naar hun harten en vertrouwen zou geheel afhangen van hun gastvrijheid. Dat was toen de gewoonten en een arme boer kon over heel dat gebied reizen zonder een portemonnee, voorraden of extra kleding. Ze sliepen in dezelfde kledij die ze tijdens de dag droegen. Strikte etiquette vereiste dat iedere dorpsbewoner hen zou uitnodigen om met hem te eten. Ja, op dit punt gaat de Heer in tegen de gevestigde gewoonte. Van huis tot huis te gaan zou leiden tot veel afleiding en veel tijd vergen, dus blijven ze in het eerste huis dat ze binnen gaan, zolang ze in de buurt bleven. De dorpsbewoners zouden niet ernstig bezwaar hebben tegen deze gang van zaken, want het voorkwam voor hen veel zwoegen en problemen. Elke nieuwe gast vereiste speciale voorbereidingen en feesten en andere hoffelijkheden die tot een last werden en geen voordeel brachten. Anders zagen ze nauwkeurig toe op de gewoonten en vermeden ze nodeloze vervolging.


4 En tot in welk woonhuis jullie ook maar zullen binnen komen, blijfm daar en komm van daar uit. 5 In welk huis nu ook jullie binnen zullen komen, zeg eerst: 'Vrede voor dit °huis!' 6 En in het geval dat daar een zoon van vrede zal zijn, op hem zal jullie vrede rusten. Indien niet, zal ze zeker op jullie terugkomen. 7 Blijf nu in het zelfde woonhuis, de dingen bij hen etend en drinkend. Want de werker is zijn loon waard. Ga toch niet verder van woonhuis tot woonhuis. )[Luc. 10:5-7]
5 En zovelen ook maar jullie toch niet zullen ontvangen, uitkomend vanaf die °stad, schudm ook het stof vanaf jullie °voeten af, tot getuigenis tegen hen." 10 Maar tot in welke stad ook maar jullie zullen binnenkomen en zij jullie toch niet zullen ontvangen, ga*m uit in haar °pleinen en zeg*: 11 'Ook het stof aan onze voeten uit jullie °stad, dat aan ons gehecht wordt, vegen wij tot jullie af. Weten jullie evenwel dit: dat het koninkrijk van °God op jullie genaderd is.' (SW)[Luc. 10:10,11]
6 Uitkomend nu, kwamen zij doorheen de dorpen, overeenkomstig het evangeliegoede bericht brengend en overal genezend.
7 En Herodeszoon van heros - held of afgod, de viervorst, hoort* al het door Hem gebeurde en was verbijsterd over wat door sommigen wordt gezegd, dat JohannesJAH is genadig werd gewekt* vanuit de doden, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7-9

Vergelijk met 23:8; Mattheüsgeschenk van JAH 14:1,2; Markuseen verdediging 6:14-16

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Ondanks dat JohannesJAH is genadig Herodeszoon van heros - held of afgod’ zonde had blootgelegd door te trouwen met de vrouw van Filippuspaardenvriend, en ook al zijn andere boosaardigheid, en dat Herodeszoon van heros - held of afgod JohannesJAH is genadig had opgesloten in de gevangenis, had de viervorst een hoge dunk van hem en vreesde hij hem en had hij er spijt van betrokken te zijn bij het hem ter dood brengen (Mar. 6:20-26). Hij schijnt de mening aangehangen te hebben dat de Heer JohannesJAH is genadig was, opgestaan uit de dood, en uitte een verlangen Hem te leren kennen, en wilde Hem graag in zijn bijzijn een wonder laten verrichten. Het lijkt vreemd dat hij niet in staat was zijn wens ingewilligd te krijgen en hij zag de Heer pas toen Hij voor hem stond in de nacht dat Hij verraden werd. Herodeszoon van heros - held of afgod was zeker blij met de gelegenheid, maar al zijn praten bracht geen enkel woord uit Zijn mond. Dat was het enige teken dat aan Herodeszoon van heros - held of afgod werd gegeven en het had voldoende moeten zijn (Jes. 53:7). "Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; maar Hij deed Zijn mond niet open" (Jes. 53:7;SV)


8 en door sommigen dat Eliamijn God is JAH verscheen* en van anderen dat een zekere profeet van hen van de begintijd opstond*." Dezen nu zeggen*: "Dezen Johannes de Doper, maar anderen Elia en weer anderen Jeremia of één van de profeten." (SW)[Matt. 16:14]
9 En Herodeszoon van heros - held of afgod zei: "Ik heb JohannesJAH is genadig onthoofd*. Wie nu is deze aangaande wie ik zulke dingen hoor?" En hij zocht Hem waar te nemen. °Herodes nu, °Jezus waarnemend, verheugde* zich heel erg, want hij wilde al aanzienlijke tijden Hem waar te nemen, vanwege het vele dat hij aangaande Hem hoorde. En hij hoopte enig teken, door Hem gebeurend, waar te nemen.(SW)[Luc. 23:8]
10 En terugkerend* vertellen de afgevaardigden aan Hem zoveel als zij doen* en zoveel als zij onderwijzen*. En hen meenemend treedt* Hij terug, met de Zijnen, in een stad genaamd Betsaïdahuis van de visvangst. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10-11

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 14:13,14; Markuseen verdediging 6:30-34; JohannesJAH is genadig 6:14.


11 En de scharen, dit wetend, volgen* Hem. En hen verwelkomend* sprak Hij tot hen aangaande het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. En die behoefte hebben aan genezing, maakte* Hij gezond. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Bethsaidahuis van de visvangst was mogelijk gelegen aan beide zijden van de mond van de Jordaande afdalende, waar die uitkomt in het meer van Galileakring. Dit maakt het onnodig te veronderstellen dat er twee steden waren met dezelfde naam. Bovendien is er een plek, niet ver weg, die alles wat we over de plek weten schijnt te beantwoorden. Het is een verlaten plaats, niet ver van het meer, vlakbij een berg, met een grasveld dat groot genoeg is om de menigte te laten zitten.


12 De dag nu begint* te neigen. En naderend zeiden de twaalf tot Hem: "Zend* de schare weg, opdat, gegaan zijnde tot in de er omheen liggende dorpen en de velden, zij zouden overnachten en zij kost zouden vinden, want we zijn hier in een eenzame plaats. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12-17

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 14:15-21; Markuseen verdediging 6:35-44; JohannesJAH is genadig 6:5-13.


13 Maar Hij zei tot hen: "Geven jullie aan hen te eten!" Zij nu zeggen*: "Er zijn bij ons niet meer dan vijf broden en twee vissen, tenzij wij, gegaan zijnde, spijzen zouden kopen voor al dit °volk." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Dit is een van de zeven tekenen in JohannesJAH is genadig’ verslag die gegeven werden om aan te tonen dat Hij de MessiasGezalfde was. Hij is het echte Brood, in staat tot het onderhouden van Zijn volk in zelfs een verlaten plaats. De les in dit teken is nog veel heerlijker als we deze nauwkeurig vergelijken met een soortgelijke gelegenheid, als vier duizend gevoed werden met zeven broden. Het verbazende is dat de stukjes die over bleven van het voeden van het grotere aantaal met de vijf broden veel groter in overvloed was dan de stukjes die over waren na het voeden van de kleinere groep met zeven broden. Zijn kracht wordt niet beperkt door de middelen die Hij gebruikt. We hoeven nooit ontmoedigd te zijn omdat we zo weinig voor Hem hebben om mee te werken. Integendeel! Hij kan meer doen met weinig dan met veel. Menselijke hulp hindert meer dan ze helpt.


14 Want zij waren met ongeveer vijfduizend mannen. Hij nu zei tot Zijn °leerlingen: "Doe*m hen neerleunen in eetgroepen van respectievelijk ongeveer vijftig."
15 En zij doen* zo. En zij leunen* allen neer.
16 Nu de vijf broden en de twee vissen nemend, omhoog kijkend* tot in de hemel, zegent* Hij ze en breekt* ze in stukken. En Hij gaf ze aan de leerlingen om aan de schare voor te zetten*.
17 En zij aten en worden allen verzadigd*. En het voor hen overvloedig zijnde werd opgepakt*, twaalf draagmanden met brokstukken. Zo zette hij het hun voor, en zij aten, en zij hielden over, naar het woord des HEEREN. (SV)[2Kon. 4:44]
18 En het gebeurde* dat Hij in afzondering was*, biddend. De leerlingen waren samen met Hem en °Jezus JAH redt stelt* hen een vraag, zeggend: "Wie zeggen de scharen dat Ik ben*?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18-20

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 16:13-19; Markuseen verdediging 8:27-29.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Op dit punt begint een donkere wolk zijn sombere schaduw te werpen over de kleine groep van trouwe volgelingen. Het wordt in toenemende mate duidelijk dat de massa’s totaal falen Hem te (h)erkennen als de MessiasGezalfde. Ze eten met graagte het brood dat Zijn macht levert, maar ze kunnen Zijn woorden niet begrijpen. Voor hen is Hij niet meer dan een wonderwerkende profeet. De kracht die tentoongespreid werd in Zijn volgelingen verbaasde hen, maar het belang van Zijn tekenen ontging hen. Zij hebben Hem en Zijn boodschap verworpen. Het pad dat leidde naar een kroon leidt nu naar een kruis. Zijn messiaanse claims worden terzijde gelegd. In feite waarschuwt Hij hen Hem niet als de ChristusGezalfde bekend te maken. Hij gaat het pad van lijden op. Maar net zoals de menigte Zijn woorden niet geloofde, zo slagen Zijn discipelen er niet in te volgen wanneer Hij spreekt over Zijn dood. Het pad naar het kruis was eenzaam. Hij kon de boodschap niet bekend maken, want Zijn eigen apostelen geloven het niet.


19 Dezen nu, antwoordend, zeggen*: "JohannesJAH is genadig de Doper, maar anderen Eliamijn God is JAH, en anderen dat een profeet, een zekere van hen van de begintijd, opstond*." 7 Herodes, nu, de viervorst, hoort* al het onder Hem gebeurde en was verbijsterd over wat door sommigen werd gezegd, dat Johannes werd gewekt* uit de doden, 8 en door sommigen echter dat Elia verscheen* en door anderen echter dat een zekere profeet van hen van de begintijd opstond*." (SW)[Luc. 9:7,8]
20 Hij nu zei tot hen: "Maar jullie? Wie zeggen jullie dat Ik ben*?" En Petrusrots, antwoordend, zei: "De ChristusGezalfde van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker!" 68 Simon Petrus antwoordde* Hem: "Heer, naar wie zullen wij weggaan? U heeft uitspraken van aionisch leven! 69 En wij hebben geloofd en wij hebben geweten dat U de Heilige van °God bent." (SW)[Joh. 6:68,69]
21 Hij nu, hen vermanend*, geeft* opdracht dit aan niemand te zeggen, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21-25

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 16:19-26; Markuseen verdediging 8:30-37.


22 zeggend: "De Zoon van de mens moet veel lijden en verworpen* worden vanaf de oudsten en hogepriesters en schriftgeleerden, en gedood* worden, en in de derde dag gewekt* worden." Vanaf dat moment begint* °Jezus aan Zijn °leerlingen te tonen dat Hij tot in Jeruzalem moet gaan* en veel zal lijden* door de oudsten en Hogepriesters en schriftgeleerden en gedood* zal worden en in de derde dag opgewekt* zal worden. (SW)[Matt. 16:21]
23 En Hij zei tot allen: "Indien iemand achter Mij wil komen, laat hem zichzelf loochenen* en laat hem overeenkomstig de dag zijn °kruis oppakken* en laat hem Mij volgen! En wie niet zijn °kruis opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. (SW)[Matt. 10:38] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Met Zijn vooruitzichten veranderd van een heerlijk koninkrijk naar die van verwerping en dood, worden ook Zijn discipelen veranderd. Het zal hen veel kosten Hem te volgen op Zijn pad van verwerping. Het zal dagelijkse zelfverloochening meebrengen. Het zal betekenen dat ze een last moeten dragen die hen schande en lijden zal brengen. Maar de hoogste eren van het koninkrijk zijn voor zulke mensen. Zij die met hem lijden, regeren met Hem. Indien een van Zijn discipelen er de voorkeur aan gaf dit lijden te ontlopen en zo zijn ziel te redden (niet zijn leven), zal hij de vreugden en eren van het koninkrijk verliezen. Indien iemand er voor kiest zijn ziel te verliezen door een verbintenis met Hem in Zijn verwerping, zal hij die redden, want zijn plaats zal hoog zijn in het koninkrijk.


24 Want wie in het geval dat hij zijn °ziel zou willen redden*, hij zal haar verliezen, maar wie ook maar zijn ziel zou verliezen wegens Mij, deze zal haar redden. Wie zijn °ziel vindt*, zal haar verliezen en Wie zijn °ziel zal verliezen* omwille van Mij, zal haar vinden. (SW)[Matt. 10:39]
25 Want wat baat het een mens, als hij de hele wereld wint*, maar zichzelf verliest* of verbeurd wordt?
26 Want wie ook maar zich voor Mij zal en Mijn °woorden zal schamen, voor deze zal de Zoon van de mens Zich schamen wanneer ook maar Hij zal komen in Zijn °heerlijkheid en van de Vader en van de heilige boodschappers. Maar wie Mij zal loochenen* vlak voor de mensen, hem zal Ik ook loochenen vlak voor Mijn °Vader, Die in de hemelen is. (SW)[Matt. 10:33] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26-27

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 16:27,28; Markuseen verdediging 8:38; 9:1.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

Dit is in verwachting, want tot nu toe was er weinig aanleiding om voor Hem beschaamd te zijn. Om ze bij te staan voor de beproeving geeft Hij hen een vooruitblik op die toekomstige dag waarin Zijn schande plaats maakt voor heerlijkheid, wanneer Hij, in plaats van de verachte Nazareneruit Nazaret te zijn, Hij de meest heerlijke Potentaat van heel de aarde zal zijn. Niemand zal zich dan voor Hem schamen! Maar Hij zal Zich schamen voor hen die niet loyaal waren aan Hem in Zijn vernedering.


27 Ik nu zeg tot jullie: 'Waarlijk, er zijn sommigen van die hier staan die toch niet zouden proeven van de dood, totdat zij ook maar het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zullen waarnemen.'" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Deze plechtige verklaring schijnt de oorzaak te zijn geweest voor eindeloze speculatie. Voor iemand die tot nu toe verstandig het verhaal heeft gevolgd schijnt het zeer passend. Zou de koninkrijksverkondiging door Israëlstrijder van God ontvangen zijn, dan zou het zeker in die generatie opgericht zijn. Ook al is het verworpen, de verkondiging werd trouw gedaan en vereist erkenning. Het privé leven van onze Heer deed Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker een genoegen, dus erkende Hij Hem publiek bij Zijn doop, zeggend: "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik een welbehagen heb."

We hebben nu de afsluiting van de koninkrijksverkondiging bereikt en was is meer passend dan een voorsmaak te geven van die dag en zo Zijn bediening te bevestigen? Daarom wordt, in verwachting, het koninkrijk opgericht. Petrusrots overdenkt in zijn tweede brief deze scene als een bevestiging van het profetisch woord. Niet alleen zal ChristusGezalfde in de toekomstige dag van Zijn aanwezigheid en kracht heerlijkheid hebben, maar Hij is al gekleed met heerlijkheid en eer.


28 En het gebeurde* ongeveer acht dagen na deze °woorden. En Hij, Petrusrots en JohannesJAH is genadig en Jakobusonderkruiper meenemend, ging* omhoog op de berg om te bidden*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28-33

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 17:1-4; Markuseen verdediging 9:2-6


29 En het gebeurde* tijdens Zijn °bidden, dat de waarneming van Zijn °gezicht anders werd* en Zijn °kledij schitterend wit.
30 En neem waar, twee mannen spraken samen met Hem, die Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en Eliamijn God is JAH waren,
31 die, in de heerlijkheid gezien wordend, Zijn °uitgang zeiden welke Hij op het punt stond in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter te vervullen. Evenwel is het voor Mij bindend vandaag en morgen en in die komt te gaan, want het is niet aannemelijk voor een profeet om te komen buiten Jeruzalem. (SW)[Luc. 13:33]
32 En °Petrusrots en die samen met Hem waren, bezwaard zijnde met slaap, maar klaar wakker zijnde*, namen Zijn °heerlijkheid waar en de twee mannen die bij Hem staan. En het Woord werd* vlees en woont* in een tent onder ons. En wij slaan* Zijn °heerlijkheid gade, een heerlijkheid als van een eniggeborene bij Vader, vol van genade en van waarheid.(SW)[Joh. 1:14]
33 En het gebeurde*, toen zij zich van Hem verwijderden, dat °Petrusrots tot °JezusJAH redt zei: "Meester! Het is ideaal voor ons hier te zijn en dat wij drie tenten zouden maken, één voor U, één voor Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en één voor Eliamijn God is JAH," niet waargenomen hebbend wat hij zegt. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33

Petrusrots kon het niet verdragen als hij de Heer hoorde spreken over Zijn lijden, maar hier was een scene die hem beter leek. Hij verlangde er naar dit blijvend te maken, dus stelt hij voor tenten op te stellen voor de profeten en de Heer. Maar dat was helemaal niet de bedoeling. Ze waren nog niet bezig met de heerlijkheid, maar met het lijden van de Heer. Petrusrots liep op de zaken vooruit. De tijd was nog niet gekomen. Daarom wordt de heerlijkheid opgeslokt door een wolk, waarin de eenzame Lijder alleen schijnt te zijn. De Stem die uit de hemel kwam was een berisping op Petrusrots’ voorstel, maar het was ook een uitdrukking van het genoegen dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker had in Zijn Zoon. ChristusGezalfde had tot Zijn discipelen gesproken over Zijn lijden en Petrusrots’ woorden toonden aan hoe hij totaal de woorden van zijn Meester negeerde. Bovendien scheen hij Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en Eliaamijn God is JAH op hetzelfde niveau te stellen als de Heer. Daarom stuurt de Stem hem weg van hen, en zij verdwijnen van het toneel.


34 Deze dingen nu door hem zeggend, kwam* er een wolk en overschaduwde hen. Zij nu werden bevreesd* bij hun binnen komen tot in de wolk. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34-36

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 17:5-9; Markuseen verdediging 9:7,8; 2Petrusrots 1:16-18.


35 En een stem* kwam vanuit de wolk, zeggend: "Deze is Mijn °Zoon, de Uitgekozen zijnde. Hoorm Hem!" En neem waar, een stem uit de hemelen, zeggend: "Deze is Mijn °Zoon, de Geliefde, in Wie Ik een welbehagen vind*." (SW)[Matt. 3:17]
36 En bij het komen van de stem werd JezusJAH redt alleen gevonden*. En zij zwijgen. En zij berichten* in die °dagen niemand iets van de dingen die zij hebben gezien.
37 En het gebeurde* in de volgende dag, bij hun omlaag komen vanaf de berg, dat Hem een talrijke schare tegemoet komt*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37-42

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 17: 14-18; Markuseen verdediging 9:14-27.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Wat een verandering staat Hem te wachten als Hij afdaalt van de heerlijkheden op de heilige berg! Daar was Hij omhuld met de majesteit en waardigheid van Zijn hoge positie. Daar vond Hij Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en Eliamijn God is JAH in gemeenschap met de gedachten die Zijn denken vulden. Nu verhult Hij Zijn heerlijkheid en daalt Hij af naar een nieuwsgierige menigte en naar ongelovige discipelen, waarvan de besten de zware wolk negeerden die over Zijn ziel hing. Het eerste dat Hem ontmoet veronderstelt de verandering die over de geest van Zijn bediening is gekomen. Zijn discipelen waren niet in staat geweest om te gaan met de kwade geest. Ongetwijfeld was de ongeziene wereld van boosaardigheid zich wel bewust van het feit dat zij er in geslaagd waren de leiders en het volk tegen Hem te keren. Daarom weigert de geest de discipelen te gehoorzamen. Maar hun tijd was nog niet ten volle gekomen, dus berispt Hij de onreine geest en geneest Hij de jongen. Dit is een teken van het toekomstig falen van de koninkrijksverkondiging onder de apostelen, zoals beschreven in het boek Handelingen. Omdat hun boodschap door de natie werd geweigerd, verdwenen de tekenen en wonderen die de verkondiging vergezelden geleidelijk. Ze zullen pas hersteld worden na Zijn komst in de toekomst.


38 En neem waar, een man vanaf de schare roept* luid om hulp, zeggend: "Leraar, ik smeek U om te kijken* naar mijn °zoon, want hij is de aan mij enigverwekte.
39 En neem waar, een geest neemt hem en plotseling schreeuwt hij en hij scheurt in stukken. En hij doet hem stuiptrekken met schuimachtig speeksel. En met moeite gaat hij van hem weg, hem verbrijzelend.
40 En ik smeekte* Uw °leerlingen opdat zij hem zouden uitwerpen en zij konden* het niet."
41 En antwoordend zei °JezusJAH redt: "O, ongelovige en verdraaide generatie! Tot wanneer zal Ik bij jullie zijn en zal Ik jullie verdragen? Leid uw °zoon hier tot bij Mij!"
42 Maar terwijl hij nog naderbij komt scheurt* de demon hem in stukken en doet hem hevig stuiptrekken*. °JezusJAH redt nu vermaant* de onreine °geest en Hij maakt* de jongen gezond en geeft* hem terug aan zijn °vader.
43 Allen nu stonden versteld* over de grootsheid van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. En allen verwonderden zich over alle dingen die Hij deed. ° JezusJAH redt zei tot Zijn °leerlingen:
44 "Plaatsm deze °woorden in jullie °oren, want de Zoon van de mens staat op het punt overgeleverd te worden tot in de handen van mensen."
45 Maar zij waren onwetend van deze uitspraak en ze werd van hen afgeschermd, opdat zij het niet zullen aanvoelen. En zij vreesden* Hem te vragen* aangaande deze °uitspraak. En zij begrijpen* niets van deze dingen. En deze °uitspraak was voor hen verborgen en zij wisten niet wat gezegd was.(SW)[Luc. 18:34] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45

De Heer werd niet misleid door de verbazing van de menigte, Hij kende hun wispelturigheid en ongeloof. Maar Hij was meer in het bijzonder meen bezig dat Zijn discipelen niet misleid zouden worden door de grote indruk die Zijn wonder had voortgebracht. Zo onmiddellijk na de schitterende tentoonspreiding op de berg, zouden Petrusrots, Jakobushielenlichter en JohannesJAH is genadig natuurlijk tot de conclusie kunnen komen dat dit de tijd van het herstel van het koninkrijk zou zijn. Ze waren zich kennelijk niet bewust waarover "exodusMozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen" en Eliamijn God is JAH met hem hadden gesproken. Daarom laat de Heer Zijn herhaalde verklaring over Zijn lijden vooraf gaan door een verzoek dat zij goed nota moesten nemen van het huidige applaus, en het moesten contrasteren met de bittere woorden die op het punt stonden door te breken na Zijn verraad, zodat zij, ook, mogen leren wat in de mens is en leren geen vertrouwen te stellen op het vlees.

Nu en dan wordt een "eenvoudige Schriftplaats" gevraagd om een punt van onderwijs te bewijzen, in de veronderstelling dat niemand kon weigeren het te geloven als het voortgebracht werd. Maar helaas, ongeloof kan staren naar de duidelijkste passage die hen voor ogen wordt gebracht en nooit de kracht er van zien. Daarom werden de discipelen voortdurend er aan herinnerd, met de meest eenvoudige woorden, dat Hij moest lijden en sterven, maar het greep hen niet voldoende aan om hun vragen te doen opkomen.


46 En een redenering kwam onder hen binnen over wie ook maar de grotere van hen moge zijn. Want wie is groter, die aan tafel ligt of die bedient? Niet die aan tafel ligt! Ik nu ben in jullie midden als de Bedienende!(SW)[Luc. 22:27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

46

Dit was een zeer schandelijke gang van zaken! Hoe konden de discipelen aan niets anders denken dan hun eigen verhoging, op het moment dat Hij probeerde hun harten te betrekken bij Zijn vernedering? Op een bepaalde manier is het een veel meer miserabele uiting van menselijke perversheid dan het ongeloof van de menigte.


47 En °JezusJAH redt, de redenering van hun °hart waargenomen hebbend, een kleine jongen vastpakkend, doet het kind bij Hem staan*,
48 en Hij zei tot hen: "Wie ook deze °kleine jongen zou ontvangen in Mijn naam, ontvangt Mij. En wie ook Mij zou ontvangen, ontvangt Die Mij afvaardigt*. Want de kleinere die onder jullie allen is, deze is groot." Wie jullie ontvangt, die ontvangt Mij en wie Mij ontvangt, ontvangt Degene Die Mij afvaardigt*. (SW)[Matt. 10:40]
49 Antwoordend nu zei JohannesJAH is genadig: "Meester! Wij namen iemand waar die in Uw °naam demonen uitwerpt. En wij verhinderden hem omdat hij niet met ons volgt." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

49

Het kon niet minder dan trots en jaloersheid zijn die veroorzaakten dat de discipelen iemand verboden de naam van de Heer te gebruiken bij het uitwerpen van demonen. Misschien moesten zij boeten voor hun eigen falen, terwijl de Heer op de heilige berg was. JohannesJAH is genadig schijnt er van te spreken in een soort belijdenis, voortgebracht door de berisping door de Heer. Zij wilden groter zijn dan anderen, en elk wenste de grootste te zijn van hun allen. Terwijl Hij alleen afdaalde in de diepten, hunkerend naar hun begrip en sympathie, zochten zij naar een plaats en macht, zonder aan de prijs te denken.


50 °JezusJAH redt nu zei tot hem: "Verhinderm toch niet! Want wie niet tegen jullie is, is ten behoeve van jullie." Die toch niet met Mij is, is tegen Mij en die toch niet met Mij verzamelt, verspreidt.(SW)[Luc. 11:23]
51 Het gebeurde* nu als de dagen van Zijn °opneming helemaal vervuld worden, dat Hij Zijn °gezicht standvastig maakt* op het tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter gaan. Zij nu waren op de weg, omhoog gaande tot in Jeruzalem en °Jezus was hen voor gegaan. En zij waren met ontzag vervuld*. Maar die volgden vreesden*. En de twaalf weer terzijde nemend*, begint* Hij hen de dingen te zeggen die op het punt staan Hem te overkomen. (SW)[Marc. 10:32] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

51

Aangezien de Joden niet verplicht waren aan de Samaritanenmensen uit de landstreek Samaria - waker (Joh. 4:9), is het geen wonder dat zij soms terug sloegen en geen omgang wilden hebben met Joden! Maar in dit geval schijnt er een bijzondere reden te zijn geweest. De Joden aanbaden in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en de Samaritanenmensen uit de landstreek Samaria - waker claimden de berg Gerizim als de juiste plaats om te aanbidden. Het was kort voor het Loofhuttenfeest en karavanen Joden gingen door Samariawaker, van Galileakring, om te aanbidden in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter. Vandaar de belediging die Zijn discipelen ontvingen. Maar de Heer had heel vriendelijke gevoelens voor de Samaritanenmensen uit de landstreek Samaria - waker en had onder hen discipelen (Joh. 4:39-42).


52 En Hij vaardigt* boodschappers af vóór Zijn gezicht. En gegaan zijnde, kwamen zij in een dorp van Samaritanenmensen uit de landstreek Samaria, om voor Hem gereed* te maken.
53 En zij ontvangen* Hem niet, want Zijn °gezicht was gaande tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter. De samaritaanse °vrouw dan zegt tot Hem: "Hoe verzoekt u, Jood zijnde, van mij u te drinken, een samaritaanse vrouw zijnde?" (want Joden gaan met Samaritanen niet om).(SW)[Joh. 4:9]
54 Het nu waarnemend zeggen* Zijn °leerlingen, Jakobushielenlichter - onderkruiper en JohannesJAH is genadig: "Heer, wil U dat wij zullen zeggen dat vuur zal neerdalen* vanaf de hemel en hen verteren*, zoals ook Elia deed*?" 10 Maar Elia antwoordde en sprak tot den hoofdman van vijftigen: Indien ik dan een man Gods ben, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur van den hemel, en verteerde hem en zijn vijftigen....
12 En Elia antwoordde en sprak tot hem: Ben ik een man Gods, zo dale vuur van den hemel, en vertere u en uw vijftigen. Toen daalde vuur Gods van den hemel en verteerde hem en zijn vijftigen. (SV)
[2Kon. 1:10,12]
[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

54

De lang bestaande tegenstelling tussen de twee volken vindt z’n uitdrukking in dit harde voorstel. Het laat zien hoe zwakjes zelfs de liefste van Zijn discipelen waren. Een van hen wordt soms de apostel van de liefde wordt genoemd en volgde de genadevolle geest van Zijn missie. Het is van het grootste belang dat wij niet blind Bijbelse voorbeelden volgen, maar de geest onderkennen die de onze wordt in ChristusGezalfde.


55 Zich nu kerend, vermaant* Hij hen.
56 En zij gingen* tot in een ander dorp.
57 En bij hun over de weg gaan, zei iemand tot Hem: "Ik zal U volgen waar ook maar het geval is dat U zal wegkomen, Heer!"
58 En °JezusJAH redt zei tot hem: "De vossen hebben holen en de vliegende schepsels van de hemel nesten, maar de Zoon van de mens heeft niets waar Hij het hoofd zal neigen." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

58

De Zoon des Mensen is de lotdeelgenieter van alle kracht en waardigheid die door Adam (van) rode (aarde) werd verspeeld. De beesten van het veld en de vogels in de lucht zijn onder de minste onderdanen in Zijn rechtsgebied, want Adam (van) rode (aarde) was niet alleen heer van zijn nageslacht, maar van heel de schepping onder de hemel. Hij gaf de dieren hun naam en zij gehoorzaamden hem. Zoals de achtste Psalm zegt:

Gij doet hem heersen
over de werken Uwer handen;
Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;
Schapen en ossen, alle die;
ook mede de dieren des velds.
Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee;
hetgeen de paden der zeeen doorwandelt.
(Psalm 8:7-9;SV)

Wat een pathos ligt er in deze vergelijking! Voor laagste schepselen in Zijn gebied wordt gezorgd, maar Hij, het Hoofd, is zonder thuis, en zonder een plaats om Zijn hoofd neer te leggen!


59 En Hij zei tot een ander: "Volg Mij!" Maar hij zei: "Heer, sta* mij toe eerst, wegkomend, mijn °vader te begraven*." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

59

Er bleef maar een half jaar over van Zijn bediening. Hij was op weg naar het Loofhuttenfeest en zes maanden later, tijdens het Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egyptefeest, zou Hij opgeofferd worden. Daarom dringt Hij aan op de uiterste ijver. De sociale ceremoniën van begraven en verlof nemen waren vervelend en afleidend bij zo’n crisis.


60 Hij nu zei tot hem: "Laat de doden hun °doden begraven*, maar jij, wegkomend, kondig het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker af!"
61 Ook een ander nu zei: "Ik zal U volgen, Heer. Maar sta* mij toe eerst afscheid te nemen* van die in mijn °huis zijn." En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan? (SV)[1Kon. 19:20]
62 Maar °JezusJAH redt zei tot hem: "Niemand die zijn °hand op de ploeg werpt en kijkt naar de dingen achter hem, is geschikt in het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker."






Terug naar de index.
Naar Lucas 10
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.