Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Marcus
Hoofdstuk 10

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 En van daar opstaand* komt Hij tot in de grensgebieden van °Judeade landstreek waar de stam van Juda woonde en de overkant van de Jordaande afdalende. En weer gaan scharen samen naar Hem toe en, weer, zoals Hij de gewoonte had, onderwees Hij hen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-12

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 19:1-12

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Onze Heer is nu in Perea, waarover Herodeszoon van heros - held of afgod gezag heeft. Herodeszoon van heros - held of afgod had zijn vrouw weggezonden voor geen andere reden dan dat hij Herodiasheldin wilde trouwen, de vrouw van zijn broer. Het was het protest van JohannesJAH is genadig de Doper hiertegen dat hem zijn leven kostte. Daarom hoopten de Farizeeënafgescheidenen de Heer op te zadelen met een soortgelijk dilemma. Indien Hij Herodeszoon van heros - held of afgod’ daad zou steunen, kon dat makkelijk tegen Hem gebruikt worden. Zou Hij die veroordelen, dan kon dat gebruikt worden om de Herodianen in vuur en vlam te zetten, en mogelijk Herodeszoon van heros - held of afgod zelf. Maar de Heer past zich aan de gelegenheid aan. Hij is groter dan Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen. Hij kende de hardheid van hun harten. Daarom trekt Hij de wet in en baseert Hij de eenheid van man en vrouw op de oorspronkelijke schepping. Adam (van) rode (aarde) was zowel mannelijk als vrouwelijk in het ene lichaam waarin hij werd geschapen (Gen. 1:27). Laten nam Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker niet een rib van Adam (van) rode (aarde), maar een hoekige ruimte om de vrouw te bouwen. Het huwelijk is hier een omkeer van. Een man en een vrouw worden samengevoegd om één complete mens te maken, zoals Adam (van) rode (aarde) was bij zijn schepping. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Die Evalevende uit Adam (van) rode (aarde) nam, en zo de scheiding maakte, brengt ze in het huwelijk weer samen onder een juk. Ze worden een psychologische eenheid. Geen mens zou zo’n eenheid mogen verstoren. Erwakend (is God) werd door onze Heer maar één oorzaak gegeven als grond voor scheiding (Mat. 5:32). In deze dag van genade is zelfs deze niet van kracht. Alleen verlating door een ongelovige echtgenoot of echtgenote breekt de huwelijksbanden (1Kor. 7:15). De reden hiervoor zit in het karakter van deze bedeling. Het is het tegengestelde van de bedeling van een stenen wet over harde harten. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker handelt nu in pure, onverdunde genade, die overtredingen vergeeft en pleit voor verzoening in de meest wanhopige omstandigheden. Dit zou weerspiegeld moeten worden in al onze sociale relaties, in het bijzonder in de huwelijksband.


2 En naar Hem toe komende stelden de Farizeeënafgescheidenen Hem een vraag, Hem beproevend, of het een man geoorloofd zijn vrouw weg te zenden*.
3 Hij nu, antwoordend, zei tot hen: "Wat geeft* Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen jullie als instructie?"
4 Dezen nu zeggen: "Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen staat toe een boekrol van scheiding te schrijven* en haar weg te zenden*." 1 "Wanneer een man een vrouw neemt en hij bezit haar, en het gebeurt dat zij geen genade vindt in zijn ogen (omdat hij in haar de naaktheid van iets vindt), dan schrijft hij voor haar een boekrol van echtscheiding en hij geeft die in haar hand en hij zendt haar heen van zijn huis. (SW)[Deut. 24:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Zie Deuteronomium 24:1; Mattheüsgeschenk van JAH 5:31-32.


5 °JezusJAH redt nu, antwoordend, zei tot hen: "Vanwege de hardheid van jullie hart schrijft* hij aan jullie dit °voorschrift,
6 maar vanaf het begin van de schepping maakt* °God hen van het mannelijk geslacht en van het vrouwelijk geslacht. 27 En Elohim schept de mens in Zijn beeld. In het beeld van Elohim schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schept Hij hen. (SW)[Gen. 1:27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Zie Genesis 1:27; 5:2.


7 Wegens dit zal de mens zijn °vader en °moeder verlaten en zal samengevoegd worden met zijn °vrouw, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Zie Genesis 2:24LXX; 1Korintheverzadigd 6:16; Efezetoegestaan 5:31.


8 en de twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee, maar één vlees zijn. 24 Daarom verlaat een man zijn vader en zijn moeder en kleeft aan zijn vrouw, en zij zijn tot één vlees. (SW)[Gen. 2:24]
9 Wat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker dan onder een juk samenbrengt*, laat een mens dat toch niet scheiden."
10 En weer in het woonhuis stelden Zijn °leerlingen Hem aangaande dit een vraag.
11 En Hij zegt tot hen: "Wie in het geval dat hij zijn °vrouw zou wegzenden en een andere zou trouwen, pleegt overspel met haar.
12 En in het geval zij, haar °man wegzendend*, een ander zou trouwen, pleegt zij overspel." Maar Ik zeg tot jullie dat een ieder die zijn °vrouw wegzendt, anders dan in het geval van ontucht, er voor zorgt dat zij echtbreuk pleegt*. En indien iemand zou trouwen* met de weggezondene, die pleegt echtbreuk.(SW)[Matt. 5:32] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Zie Lukaslichtgevend 16:18; Romekrachtinen 7:3; 1Korintheverzadigd 7:10,11.


13 En zij brachten kleine jongens en meisjes naar Hem toe, opdat Hij hen zou aanraken. De leerlingen echter vermanen* hen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 19:13-15; Lukaslichtgevend 18;15-17.

Kinderen warden niet geacht om in staat te zijn Hem te begrijpen, en komen daarom nauwelijks in aanmerking voor het koninkrijk. Maar zij hadden het zo zeer essentiële dat zo ontbrak aan Zijn leerlingen in die tijd. Zij hadden onvoorwaardelijk geloof in wat hen werd verteld, en vertrouwden hen die het hen vertelden. De leerlingen, echter, waren ook onvolwassen in hun verstaan. Zij begrepen niet de noodzaak van het kruis die Hij in hun harten probeerde te laten inzinken. Maar hen ontbrak het kinderlijke geloof dat gelooft, ook al begrijpt men het niet.


14 Dit nu waarnemend, ergert* °JezusJAH redt Zich en zei tot hen: "Laat de kleine jongens en meisjes naar Mij toe komen! Verhinderm ze toch niet! Want van °zulken is het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
15 Amen! Ik zeg tot jullie: Wie het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker niet zou ontvangen zoals een kleine jongen, zal in haar niet binnen komen." En wie in Mijn °naam zulk een kleine jongen zal ontvangen*, ontvangt Mij. (SW)[Matt. 18:5] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

Zie Mattheüsgeschenk van JAH 18:2,3.


16 En ze omarmend* spreekt Hij een zegenbede uit, de handen op hen plaatsend.
17 En bij zijn uitgaan tot op de weg, neem waar!, één rijk iemand, naar Hem toe lopend en voor Hem op de knieën vallend*, stelde Hem een vraag: "Goede Leraar, wat zal ik doen opdat ik aionisch leven als lotbezit zou ontvangen?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17-22

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 19:16-22; Lukaslichtgevend 18:18-23.


18 °JezusJAH redt nu zei tot hem: "Waarom noem je Mij goed? Niemand is goed, behalve Één: °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
19 Jij hebt de voorschriften waargenomen: dat jij toch niet zou vermoorden, dat jij toch niet echtbreuk zou plegen, dat jij toch niet zou stelen, dat jij toch niet een leugenachtige getuigenverklaring zou afleggen, jij toch niet zou benadelen, eer jouw °vader en °moeder?" 14 Jij zal een nederige en behoeftige huurling niet uitbuiten, van jouw broeders of van de tijdelijke verblijver die in jouw land is, in jouw poorten. (SW)[Deut. 24:14] - 12 Verheerlijk jouw vader en jouw moeder, opdat jouw dagen verlengd zullen worden op de grond die JAHWEH, jouw Elohim, aan jou geeft. 13 Jij vermoordt niet. 14 Jij pleegt geen echtbreuk. 15 Jij steelt niet. 16 Jij antwoordt jouw naaste niet met een onwaar getuigenis. 17 Jij begeert het huis van jouw naaste niet. Jij begeert de vrouw van jouw naaste niet en zijn dienaar en zijn dienstmeisje en zijn stier en zijn ezel en alles wat van jouw naaste is." (SW)[Exo. 20:12-17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Zie Exodus 20:12-16. 20


20 Hij nu zei* tot Hem met nadruk: "Leraar, al deze dingen onderhoud* ik vanuit mijn jeugd." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Het incident met de rijke man bevat de lijn van denken die door de kleine kinderen wordt verondersteld. Hij was hun tegengestelde. Hij had vertrouwen in zichzelf, in wat hij had bereikt, in zijn ideeën. Hij wilde zijn weg naar het koninkrijk werken. Maar feitelijk was wat hij had gedaan uitgelopen op een toestand die geheel het tegendeel was van het koninkrijk. Zijn vele bezittingen, het gevolg van zijn activiteiten, betekenden zoveel verlies voor zijn armere buren. Hij was alles behalve goed voor hen geweest. Was het koninkrijk op dat moment gekomen, dan zou hij alles verloren hebben, behalve zijn eigen lotdeel. Indien hij echt geloof had gehad in dat koninkrijk, en er wenste binnen te gaan en aionisch leven te genieten, dan zou de enige praktische manier om het te bewijzen zijn geweest om alles te doen om koninkrijksomstandigheden tot stand te brengen. Het zou absoluut onmogelijk zijn geweest om in die dag vast te houden aan zijn landerijen, want die zouden herverdeeld worden volgens ieders nood. De leerlingen handelden in de Pinkstertijd naar de principes van het koninkrijk. Zij verkochten hun eigen lotdeel niet, maar deden de lotdelen van anderen weg, die ze verkregen hadden en gebruikten de opbrengst om anderen te helpen die het nodig hadden (Hand. 2:45).


21 °JezusJAH redt nu, hem aankijkend*, heeft* hem lief. En Hij zei tot hem: "Nog één ding schiet jou tekort. Ga heen! Zoveel als je hebt, verkoop* dat en geef aan de armen, en jij zal een schat hebben in de hemel. En kom hier, volg Mij, het kruis oppakkend*!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Zie Mattheüsgeschenk van JAH 6:19-21; Lukaslichtgevend 12:33,34; 16:9.


22 Maar hij, somber wordend* over het woord, kwam weg, bedroefd zijnde. Want hij was iemand die vele verworvenheden had. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22-27

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 19:23-26; Lukaslichtgevend 18:24-27.


23 En om Zich heen kijkend* zei °JezusJAH redt tot Zijn °leerlingen: "Hoe op onverteerbare wijze zullen zij die geldmiddelen hebben binnen komen tot in het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Alle menselijke koninkrijken hebben een hoge plaats voor hen die weelde hebben. Zij hebben geen probleem om binnen te komen. Ja, het is tot een punt gekomen waar wereldse weelde de controlerende factor is in het regeren. Politiek wordt gedicteerd, wetten aangenomen, verdragen gesloten, oorlogen uitgevochten, alles om het geïnvesteerde kapitaal te beveiligen of de vermeerdering van weelde te bevorderen. De meerderheid van de mensheid is slaaf geworden van de minderheid, die hen gevangen houdt in banden van goud. Erwakend (is God) is geen menselijke oplossing. In Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker’s koninkrijk zal dit alles omgekeerd worden. Geen rijke zal als rijke binnen gaan, want zijn rijkdommen zullen in de voorafgaande tijd vernietigd worden of zullen niet erkend worden. Maar de grootste hinderpaal is het gebrek aan vertrouwen in ChristusGezalfde.


24 De leerlingen nu waren met ontzag vervuld* over Zijn °woorden. Maar °JezusJAH redt, weer antwoordend, zegt tot hen: "Kinderen, hoe onverteerbaar is het voor hen die vertrouwen hebben op geldmiddelen binnen te komen tot in het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Zie Job 31:24; Psalm 49:6-9; 1Timotheüsgodsvereerder 6:17-19.


25 Gemakkelijker is het voor een kameel om door het doorboorde gat van de naald doorheen te komen, dan voor een rijke binnen te komen tot in het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker."
26 Zij nu stonden op bovenmatige wijze versteld*, naar Hem toe zeggend: "En wie kan gered* worden?"
27 °JezusJAH redt nu, hen aankijkend*, zegt: "Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Want alle dingen zijn mogelijk bij °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker." 14 Is dit een zaak die voor JAHWEH te wonderbaarlijk is? Op de afgesproken tijd keer Ik tot jou terug, in het seizoen van het leven. En Sara heeft een zoon." (SW)[Gen. 18:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Zie Jeremiaverhogen doet JAH 32:17; Lukaslichtgevend 1:37.


28 °Petrusrots begint* tot Hem te zeggen: "Neem waar, wij hebben alles losgelaten* en volgen* U! Wat zal het dan voor ons zijn?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28-31

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 19;27-30; Lukaslichtgevend 18:28-30


29 °JezusJAH redt zei* tot hem met nadruk: "Amen! Ik zeg tot jullie: Er is niemand die woonhuis of broeders of zusters of moeder of vader of vrouw of kinderen of velden wegens Mij loslaat* en wegens het evangeliegoede bericht,
30 die niet honderdvoudig terug zal krijgen, nu in deze °periode huizen en broeders en zusters en moeders en vader en kinderen en velden, met vervolgingen, en in de komende °aion aionisch leven. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

Dit heeft bewezen een struikelblok te zijn voor velen die proberen het toe te passen op de huidige genade. Ze hebben alles verlaten, maar ontvangen niet een honderdvoud, of zelfs maar een honderdste deel terug van wat zij verloren hebben. De verwijzing is strikt beperkt tot de Joodse leerlingen in de tijd waarin het koninkrijk werd verkondigd. Na Pinksteren hadden de leerlingen alles gemeenschappelijk, zodat allen een belang hadden in en genoten van honderden huizen en velden (Hand. 2.44; 4:32), gebonden door meer natuurlijke banden met duizenden mede-gelovigen, die zorgden voor hun welzijn, zodat er onder hen geen behoeftigen waren (Hand. 4:34). Erwakend (is God) was een dagelijkse uitdeling, waarbij allen betrokken waren, zelfs de weduwe die het mogelijk moeilijk had gehad tijdens een andere bedeling. Maar vandaag is er geen tijdelijk voordeel in pal staan. Ons grootste voorrecht is te mogen lijden. Onze beloning is in de hemelen. Het is zeer schadelijk zichzelf zulke beloften "toe te eigenen", want zij kunnen niet vervuld worden. Het motief dat er aan ten grondslag ligt is volkomen vreemd aan de waarheid voor vandaag. Huidig voordeel is niet een aas om nu de ongelovige mee te vangen, en toekomstige beloning zit hem niet in landerijen, maar in hemelse gewesten.


31 Maar vele eersten zullen laatsten zijn en de laatsten eersten." Zo zullen de laatsten eersten zijn en de eersten laatsten." (SW)[Matt. 20:16] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Zie Lukaslichtgevend 13:30

Zij die al hun wereldse eigendommen en vooruitzichten hadden verlaten, waren de armsten en laatsten, maar dezen zijn het die de eersten zullen zijn in het koninkrijk. Zelfs in de Pinkstertijd was dit waar. Petrusrots kon echt zeggen: "Zilver en goud bezit ik niet" (Hand. 3:6). Niemand had enige weelde. De hogepriesters beheerden, naast hun persoonlijk fortuin, grote schatkamers. Maar wie was er lager dan zij? Materiële en geestelijke waarden zijn gewoonlijk omgekeerd in waarde.


32 Zij nu waren op de weg, omhoog gaande tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en °JezusJAH redt was hen voor gegaan. En zij waren met ontzag vervuld*. Maar die volgden vreesden*. En de twaalf weer terzijde nemend, begint* Hij tot hen de dingen te zeggen die op het punt staan Hem te overkomen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32-34

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 20:17-19; Lukaslichtgevend 18:31-34.


33 "Neem waar! Wij gaan omhoog tot in Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter en de Zoon van de mens zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en aan de schriftgeleerden. En zij zullen Hem tot de dood veroordelen en zij zullen Hem overleveren aan de natiën.
34 En zij zullen Hem bespotten en zij zullen Hem bespuwen en zij zullen Hem geselen en zij zullen Hem doden. En na drie dagen zal Hij opstaan." Vanaf dat moment begint* °Jezus aan Zijn °leerlingen te tonen dat Hij tot in Jeruzalem moet gaan* en veel zal lijden* door de oudsten en Hogepriesters en schriftgeleerden en gedood* zal worden en in de derde dag opgewekt* zal worden. (SW)[Matt. 16:21]
35 En Jakobushielenlichter en JohannesJAH is genadig, de twee zonen van ZebedeüsJAH schenkt, gaan naar Hem toe, tot Hem zeggend: "Leraar, wij willen dat wat wij van U zouden verzoeken, U voor ons zou doen." En van daar voortgaand* nam* Hij twee andere broers waar, Jakobus, de zoon van °Zebedeüs, en Johannes, zijn °broer, in het schip met Zebedeüs, hun °vader, hun °netten aanpassend. En Hij roept hen. (SW)[Matt. 4:21] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35-41

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 20:20-24.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Erwakend (is God) waren maar twee plaatsen van grote eer naast de koning in een oosterse monarchie. De ene was aan zijn rechterhand en de andere aan zijn linkerhand. Maar onder de apostelen van onze Heer waren er drie van belang en bevoorrecht. Dit waren Petrusrots, Jakobhielenlichterus en JohannesJAH is genadig. Dit is duidelijk een stukje kleine diplomatie van de kant van JohannesJAH is genadig en Jakobhielenlichterus, bedoeld om te voorkomen dat Petrusrots de eerste plaats zou verkrijgen. Zulk zelfzuchtig eigenbelang doet het gebruikelijk idee achter "de zonen van de donder" verbleken, zoals de Heer hen noemde. JohannesJAH is genadig was in het geheel niet de zachtmoedige, milde, zachte, beminnelijke man die men veronderstelt dat hij is. Hij was luid, egoïstisch, zelfzuchtig. Zijn geschriften onthullen niet zijn natuurlijke kenmerken, maar veeleer de kracht van genade die ze tegenwerkt. Zou de apostel van de liefde proberen Petrusrots pootje te haken? Toch zien we de volmaaktheid van diezelfde genade wanneer ze het roemen van vlees ter hand neemt en ze goed maakt. Zij waren niet in staat de beker te drinken die Hij aan het drinken was. Toch stelde de geest hen er later toe in staat. Jakobhielenlichterus werd vermoord door Herodeszoon van heros - held of afgod (Hand. 12:2). Het is zeer goed mogelijk dat deze passage de traditie ondersteund dat JohannesJAH is genadig door de Joden werd gedood. Het feit dat zijn geschreven bediening slaat op de tijd van de terugkeer van de Heer, staat niet een verslag van zijn dood toe in de Schrift. Zie Joh. 21.20.

Wat dit verzoek zo vreselijk gruwelijk maakt is de totale tegengesteldheid aan de Geest van ChristusGezalfde op dat moment.


36 Hij nu zei tot hen: "Wat willen jullie dat Ik voor jullie zal doen?"
37 Zij nu zeiden tot Hem: "Geef ons dat één van ons aaneig. vanuit Uw rechterkant en één aaneig. vanuit Uw linkerkant zou gaan zitten in Uw °heerlijkheid." En °Jezus zei* tot hen: "Amen! Ik zeg tot jullie, dat jullie, die Mij volgen*, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon van de mens zal zitten* op de troon van Zijn heerlijkheid, ook jullie zullen zitten op twaalf tronen, oordelend de twaalf stammen van °Israël.(SW)[Matt. 19:28]
38 Maar °JezusJAH redt zei tot hen: "Jullie hebben niet waargenomen wat jullie verzoeken. Kunnen jullie de drinkbeker drinken die Ik drink, of met de doop gedoopt* worden waarmee Ik gedoopt word?" °Jezus dan zei* tot °Petrus: "Steek het zwaard tot in de schede! De beker die de Vader Mij gegeven heeft, zal Ik die niet drinken?"(SW)[Joh. 18:11] - Ik nu heb een doop om mee gedoopt* te worden en hoe word Ik samengedrukt totdat het ook tot een einde gebracht zou worden.(SW)[Luc. 12:50]
39 Zij nu zeiden tot Hem: "Wij kunnen het!" En °JezusJAH redt zei tot hen: "Jullie zullen inderdaad de drinkbeker drinken die Ik drink en met de doop waarmee Ik gedoopt word zullen jullie gedoopt worden.
40 Maar te gaan zitten* aaneig. vanuit Mijn rechter of linker is niet aan Mij om te geven*, maar het is voor wie het gereed is gemaakt door Mijn °Vader."
41 En hiervan horend* beginnen de tien zich aangaande Jakobushielenlichter en JohannesJAH is genadig te ergeren. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

De andere apostelen zijn niet beter dan de zonen van ZebedeüsJAH schenkt. Ze willen allen een plaats, kracht en prestige. Ze weten maar weinig van het soort koninkrijk dat ze op punt staan binnen te gaan. Ze dromen van een soort oriëntaals despotisme, waarin de grillen van de heersende klasse, en hun verlangens, de enige wet zijn. Maar in het koninkrijk zal alle gezag gebaseerd zijn op dienen. Niemand die niet geleden heeft zal daar heersen. Ze zullen het volk regeren als een herder die past op zijn schapen. Ze zullen hen leiden en hen voeden en hen beschermen. Zo diende de grote Koning en Herder hen toe Hij leed voor hun vrijkoping.


42 En hen tot Zich roepend* zegt °JezusJAH redt tot hen: "Jullie hebben waargenomen dat die menen oversten van de natiën te zijn hen overheersen, en de groten van hen dwingen van hen gezag af. Hij nu zei tot hen: "De koningen van de naties zijn hun heer en die autoriteit over hen hebben, worden weldoeners genoemd.(SW)[Luc. 22:25] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

42-45

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 20:25-28:Lukaslichtgevend 22:24-27.


43 Zo is het echter niet onder jullie. Maar wie in het geval hij onder jullie zal willen groot te worden, zal van jullie bediende zijn.
44 En wie in het geval dat hij onder jullie eerste zal willen zijn*, zal de slaaf van allen zijn. De grootste nu van jullie zal jullie dienaar zijn (SW)[Matt. 23:11]
45 Want ook de Zoon van de mens kwam niet om bediend* te worden, maar om te bedienen* en Zijn °ziel te geven* als losprijs in plaats van velen." De Zichzelf gevende als een passende losprijs ten behoeve van allen (SW)[1Tim. 2:6]
46 En zij komen tot in Jericho?maanstad. En bij Zijn uitgaan en van Zijn °leerlingen vanaf Jericho?maanstad, was er een aanzienlijke schare, en de zoon van Timeüshooggeschat, Bar-Timeüszoon van hooggeschat, de blinde en bedelaar, zat* naast de weg. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

46-52

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 20:29-34; Lukaslichtgevend 18:35-43.

Zie ook Mattheüsgeschenk van JAH 9:27-31.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

46

Erwakend (is God) werden waarschijnlijk vier blinde mannen genezen in Jericho?maanstad: één terwijl Hij de stad naderde (Luk. 18:35); Bar-Timeüszoon van hooggeschat, bij Zijn uit gaan, en nog twee op ongeveer dezelfde tijd (Matt. 20:29). Voor het geestelijk denken is er een heerlijke harmonie tussen alle woorden en wegen van onze Heer. Hij daalde niet af naar Jericho?maanstad, de stad van de vloek (Joz. 6:26) totdat Hij verworpen was geworden. Het was zeer toepasselijk dat Hij door de stad zou gaan op deze reis. Het contrast met de enkele blinde man voordat Hij de stad binnen ging en de drie nadat Hij deze verliet, is zeer suggestief. Voor zover we weten werd, van al Zijn volgelingen, alleen bij Mariahun opstand (??) de ogen geopend voor de waarheid dat de plaats van de vloek zou binnen gaan en sterven (Matt. 26:12). Maar nadat Hij er was door gegaan, waren de ogen van velen geopend.

Tot op deze dag is een vervloekte ChristusGezalfde, als lijdende Redder, een wansmaak voor het menselijk hart. Als Leider of Voorbeeld is Hij welkom en wordt Hem de hoge plaats toegewezen onder de zonen van Adam (van) rode (aarde). Als zodanig steunt Hij de zelf-gerechtvaardigde houding van de zonen van Kaïnsmid. Ze zijn blij zich onder Zijn vlag te voegen, als een zoals Hij, klaar om een externe vijand te bevechten. Maar die vijand in zichzelf te vinden, in Zijn vernedering en schande een aanduiding van de hunne te zien en Zijn vervloekte dood als hun verdiende loon te zien, vereist een wonder van de kant van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, groter dan Hij ooit verricht heeft. En wie de kracht hiervan kent in zijn eigen hart kan niet twijfelen aan de kleinere wonderen van de Heilige Schrift.


47 En horend* dat het JezusJAH redt de Nazareneruit Nazaret is, begint* hij te schreeuwen en te zeggen: "Zoon van Davidgeliefde! JezusJAH redt! Ontferm* U over mij!"
48 En velen vermaanden hem, opdat hij stil zou zijn. Maar veeleer schreeuwde hij nog meer: "Zoon van Davidgeliefde, ontferm* U over mij!" En °Jezus ging van daar verder. Twee blinden volgen* Hem, schreeuwend en zeggend: "Ontferm* U over ons, Zoon van David!" (SW)[Matt. 9:27]
49 En, staande*, zei °JezusJAH redt: "Ontbied*m hem!" En zij ontbieden de blinde, tot hem zeggend: "Houd moed! Kom overeind! Hij ontbiedt je!"
50 En zijn °bovenkleding afwerpend, opspringend*, kwam hij naar °JezusJAH redt toe.
51 En hem antwoordend zei °JezusJAH redt: "Wat wil jij dat Ik voor jou zal doen?" En de blinde nu zei tot Hem: "RabboeniLeraar of meester, dat ik weer zou kijken!"
52 En °JezusJAH redt zei tot hem: "Ga heen! Jouw °geloof heeft jou gered." En meteen kijkt* hij weer. En hij volgde Hem op de weg. °Jezus nu, Zich omkerend* en haar waarnemend*, zei*: "Houd moed, dochter! Jouw °geloof heeft jou gered." En de vrouw was gered* vanaf dat uur.(SW)[Matt. 9:22]






Terug naar de index.
Naar Marcus 11
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.