Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Marcus
Hoofdstuk 14

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Nu was het °Paschahet paasmaal en het feest van de ongezuurde broden na twee dagen en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten hoe, door Hem met list te vatten, zij Hem zullen doden. En de hogepriesters en de schriftgeleerden horen* het en zij zochten hoe zij Hem zouden ombrengen*. Want zij vreesden Hem, want heel de schare stond* versteld over Zijn °onderwijs. (SW)[Marc. 11:18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-2

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:1-5; Lukaslichtgevend 22:1-2.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Het eigenlijke feest van Ongezuurde Broden begon pas de dag na Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte (Lev. 23:5,6), maar aangezien alle gist op de Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte dag al was verwijderd, en het Paaslam werd gegeten met ongezuurd brood (Exo. 12:8), raakte het betrokken bij "ongezuurd brood".


2 Want zij zeiden: "Toch niet tijdens het feest, opdat er niet rumoer zal zijn van het volk." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Hoe blind waren ze! Het Paaslam moest gedood worden vóór het feest, niet omdat het oproer zou veroorzaken onder het volk, maar omdat dit Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker’s bevel was. Ze deden, bij hun rebellie tegen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, de grootst mogelijke moeite om de wil van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te vervullen! Zo gaat het altijd. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker’s vijanden voeren, juist door hun oppositie, de wil van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker uit. Het Lam moest op de veertiende geslacht worden, en Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker kan de vreesachtigheid van de priesters om het te vervullen, gebruiken, zolang Hij hun trouw niet kan gebruiken.


3 En toen Hij in Betaniëhuis van de vijgen was, in het woonhuis van °Simongehoord (heeft JAH), de melaatse, toen Hij neerlag, kwam een vrouw die een albasten krijkje met zalfolie van de nardus had, echte dure. En het albasten kruikje verbrijzelend*, giet* zij het neerwaarts uit over Zijn °hoofd. 37 En neem waar, een vrouw die in de stad was, een zondares. En te weten komend dat Hij neerligt in het woonhuis van de Farizeeër, een albasten kruikje met zalfolie ophalend* 38 en achter Hem staande*, bij de voeten van ° Jezus, huilend, begint* zij met °tranen Zijn °voeten te beregenen. En met de haren van haar °hoofd droogde zij ze af en zij kuste met genegenheid Zijn °voeten en zij smeerde ze in met de zalfolie. (SW)[Luc. 7:37,38] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3-9

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:6-13; JohannesJAH is genadig 12:1-8.

Zie Lukaslichtgevend 7:36-38.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

Hoe kostbaar voor hart van onze Heer moet de verstandige, opofferende aanbidding van deze vrouw zijn geweest! Alleen zij schijnt Hem begrepen te hebben in verband met Zijn aanstaande dood, of zich, in een bepaalde mate, de kostbaarheid er van te hebben gerealiseerd. Het is de tijd, de inspanning, de schat, die we "verspillen" in onze aanbidding van Hem die Zijn dankbaarheid opwekt en Zijn hart raakt.

"Praktische" religie voorziet voor de armen; geestelijke aanbidding schudt het allemaal over Hem uit. Weldoeners ontvangen hun beloning in de dankbaarheid van hen die ze helpen. Maar wanneer werd zelfs zo’n kostbare gift zo rijkelijk beloond? Mensen hebben misschien wel een miljoen maal zoveel gegeven als de som die zij gaf voor liefdadigheid. Maar wiens naam kan genoemd worden naast die van haar? Toch deed ze het gewoon met dat wat ze had. We hoeven niet veel te hebben, maar ons beste geven en onze beloning zal boven alle berekening uit gaan.


4 Er waren nu sommigen die zich ergerden en tot zichzelf zeiden: "Waarom is deze °verspilling van de zalfolie gebeurd?
5 Want deze °zalfolie kon opwaarts van driehonderd denari verhandeld* worden en aan de armen gegeven* worden." En zij briesten* tot haar.
6 Maar °JezusJAH redt zei: "Laat haar! Waarom verschaffen jullie haar moeiten? Want zij werkt* een ideaal werk in Mij!
7 Want jullie hebben de armen altijd bij jullie, en wanneer ook maar jullie zullen willen, kunnen jullie hen altijd wel doen*. Maar Mij hebben jullie niet altijd. Want de arme zal niet ophouden uit het midden des lands; daarom gebiede ik u, zeggend: Gij zult uw hand mildelijk opendoen aan uw broeder, aan uw bedrukten en aan uw armen in uw land. (SV)[Deut. 15:11]
8 Zij doet* wat zij had. Zij grijpt* vooruit door Mijn °lichaam met zalfolie te zalven* tot in de begrafenis. Zij dan namen het lichaam van °Jezus en zij binden* het met de specerijen in linnen windsels, zoals gebruikelijk is bij de Joden om ter aarde te bestellen. (SW)[Joh. 19:40]
9 Amen! Ik nu zeg tot jullie, waar ook maar dit °evangeliegoede bericht geproclameerd zal worden tot in heel de wereld, ook van wat zij doet* zal gesproken worden tot aandenken aan haar."
10 En °Judaslof Iskariotman uit Keriot, één van de twaalf, kwam weg naar de hogepriesters, opdat hij Hem aan hen zal overleveren. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10-16

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:14-19; Lukaslichtgevend 22:3-13

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

De vrouw gaf, Judalofs kreeg. Ze verachtten de daad van de vrouw en zouden haar schat van haar weggenomen hebben als zij het geweten hadden. De hogepriesters waren blij en beloofden Judalofs een substantiële beloning. Wie wil er niet dertig zilverstukken verdienen? Religieuze mensen die ChristusGezalfde niet kennen, staan altijd klaar om Hem te verraden.


11 Dezen nu, dit horend*, verheugden* zich en zij beloven* hem zilvergeld te geven*. En hij zocht hoe Hem bij een goede gelegenheid zal overleveren.
12 En in de eerste dag van de ongezuurde broden, wanneer zij het Paschahet paasmaal slachtten, zeggen Zijn °leerlingen tot Hem: "Waar wil U dat wij, wegkomend, het gereed zouden maken, opdat U het Paschahet paasmaal zal eten?" En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden. (SV)[Ex. 12:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

"De eerste dag van de Ongezuurde Broden" was niet, zoals verondersteld kan worden, de eerste dag van het feest van ongezuurde broden (Lev. 23:7), maar de dag er vóór, de eigenlijke dag van Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte. Op gelijke wijze werd de uitdrukking Paschahet feest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte vaak toegepast op het feest dat volgde.

Het paasoffer moest geofferd worden op de veertiende dag van de eerste maand, "tussen [niet in] de [twee] avonden [van één dag]. Dit maakte het mogelijk voor onze Heer om het paasoffer te eten en Het Paasoffer te zijn in één en dezelfde dag, tussen de zonsondergang die begon op de veertiende Nisan en de zonsondergang die ze afsloot.


13 En Hij vaardigt twee van Zijn °leerlingen af en Hij zegt tot hen: "Gam heen, tot in de stad en jullie zullen een mens tegemoet komen die een aarden kruik water draagt. Volg*m hem. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Kruiken met water dragen was "vrouwenwerk" en het was een zeldzaam gezicht dat een man een kruik water droeg. Erwakend (is God) was waarschijnlijk geen andere in heel Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter. Zijn huishouding moet klein zijn geweest en daarom kon hij zoveel extra gasten plaats geven bij de Paasmaaltijd. Het was gebruikelijk dat families samen in groepen samen kwamen die groot genoeg waren om een heel lam te eten (Exo. 12:4).


14 En waar ook maar het geval is dat hij binnen zal komen, zeg*m tot de huiseigenaar dat de Leraar zegt: 'Waar is Mijn °uitspanning, waar ook maar Ik het Paschahet paasmaal met Mijn °leerlingen zal eten?
15 En hij zal jullie een grote bovenzaal tonen, gespreid zijnde, gereed. En maakm het daar voor ons gereed*!"
16 En Zijn °leerlingen kwamen uit en kwamen tot in de stad. En zij vonden zoals Hij tot hen zei en zij maken het Paschahet paasmaal gereed*.
17 En avond wordend komt Hij met de twaalf. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17-21

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:20-25; Lukaslichtgevend 22:14;21-23; JohannesJAH is genadig 13:18-30.

Met welk een gemengde gevoelen at onze Heer deze Paasmaaltijd! Blijdschap met de vrucht van Zijn arbeid, verdriet over het verraad van Judalofs, terwijl over alles de schaduw van het kruis hing.

Het verraad van Judalofs was zo afschuwelijk, dat we sympathiseren met hen die het moeilijk vinden om te zien hoe Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers genade hem ooit zal kunnen bereiken. Maar Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine was een groter zondaar (1Tim. 1:15). Judalofs beging zijn misdaad pas nadat de Lasteraar het in zijn hart had gelegd (Joh. 13:2). Hij betreurde zijn daad (Matt. 27:3). Bij Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine is dat niet het geval. Wij kunnen echter geen sympathie hebben met de pogingen de vertaling te verdraaien om overeen te komen met hun gedachten. De zinsnede "die man" verwijst naar Judalofs in één zin, en moet dus ook naar hem verwijzen in de volgende. De Heer denkt hier aan Zijn eigen lijden en Judalofs aandeel er in, niet aan Judalofs’ lot.


18 En tijdens hun aan tafel aanliggen en eten, zei °JezusJAH redt: "Amen! Ik zeg tot jullie dat één vanuit jullie, die met Mij eet, Mij zal overleveren." Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven. (SV)[Psalm 41:9]
19 Zij nu beginnen* bedroefd te worden en zij begonnen één voor één tot Hem te zeggen: "Rabbi, ik ben het toch niet?" En een ander: "Toch niet ik?"
20 Hij nu zei tot hen, antwoordend: "Eén vanuit de twaalf, die met Mij de hand tot in het kommetje doopt.
21 Want inderdaad, de Zoon van de mens gaat heen, zoals het aangaande Hem geschreven is. Maar wee die °mens door wie de Zoon van de mens wordt overgeleverd. Het was ideaal voor Hem indien die °mens niet werd geboren*."
22 En tijdens hun eten, brood nemend, het zegenend*, breekt* °JezusJAH redt het en geeft het aan hen en zei: "Neemm, dit is Mijn °lichaam." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22-25

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:26-29; Lukaslichtgevend 22:15-20; 1Kor. 11:23-25.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Het is opmerkelijk dat in dit verslag, net als in Mattheüsgeschenk van JAH, de laatste maaltijd wordt beschouwd als zijnde apart van de paasmaaltijd en er geen melding wordt gemaakt van een denken aan een toekomstige inzetting. De eenvoudige spraakfiguur die wordt gebruikt heeft veel misverstand veroorzaakt. Het Griekse en Hebreeuwse substantief zijn wordt niet uitgesproken wanneer men met feitelijke zaken omgaat. Maar wanneer een beeld wordt bedoeld, moet het werkwoord worden gebruikt. "Dit IS Mijn lichaam" betekent dat het brood Zijn lichaam vertegenwoordigd. "Dit, Mijn lichaam" (zonder "is"), zou alleen gebruikt kunnen worden wanneer Hij feitelijk spreekt over Zijn eigen lichamelijk gestel. Het voedsel en de blijdschap van alle gelovigen in ChristusGezalfde wordt gesymboliseerd door deelname aan het brood en het drinken van de beker. Het vlees brengt niets goeds. De geest is dat wat levend maakt (Joh. 6:63). Het is de geestelijke en hartgevoelde toe-eigening van het lijden van ChristusGezalfde dat tevredenheid en vreugde brengt. Dit zal in zijn volheid van ons zijn wanneer we met Hem zijn. Tot Hij komt worden we er aan herinnerd door deelname aan het gebroken brood en uitgegoten wijn.


23 En de drinkbeker nemend, dankend*, geeft* Hij hem aan hen. En zij dronken allen er vanuit.
24 En Hij zei tot hen: "Dit is Mijn °bloed van het nieuwe verbond, dat vergoten wordt ten behoeve van velen. De drinkbeker van de zegening, die wij zegenen, is dat niet gemeenschap van het bloed van de Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet gemeenschap met het lichaam van de Christus? (SW)[1Kor. 10:16] - Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden. (SV)[Ex. 24:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Het nieuwe verbond is met de natie Israëlstrijder van God (Jer. 31:32; 32:40; Eze. 36:24-30; Hebr. 8:7-12; 10:15-17), net zoals het oude. Het eerste werd ingewijd met het bloed van kalveren en geitenbokken (Exo. 24:8), maar het nieuwe met het kostbare bloed van ChristusGezalfde (Hebr. 9:15-27). Het eerste was afhankelijk van hun gehoorzaamheid, het tweede van de zijne.


25 Amen! Ik zeg tot jullie dat Ik niet meer zal drinken vanuit het voortbrengsel van de wijnstok tot die °dag, wanneer ook maar Ik ze nieuw zal drinken in het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker."
26 En lofzingend* kwamen zij uit op de Olijfbergeen bergrug ten oosten van Jeruzalem. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:30-32; Lukaslichtgevend 22:35-39.


27 En °JezusJAH redt zegt tot hen: "Allen zullen deze °nacht in Mij verstrikt worden, want het is geschreven: 'Ik zal de herder slag geven en de schapen zullen uiteen gestrooid worden.' Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. (SV)[Zach. 13:7] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Vergelijk met ZachariaJAH gedenkt 13:7


28 Maar na Mijn °gewekt* worden zal Ik jullie voorgaan tot in °Galileakring." Maar ga heen! Zeg* tot Zijn °leerlingen en tot °Petrus dat Hij jullie voorgaat tot in °Galilea. Jullie zullen Hem daar zien, zoals Hij tot jullie zei*."(SW)[Marc. 16:7]
29 °Petrusrots nu zei* met nadruk tot Hem: "Indien ook allen verstrikt zullen worden, maar ik niet!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29-31

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:33-35; Lukaslichtgevend 22:31-34; JohannesJAH is genadig 13:36-38


30 En °JezusJAH redt zegt tot hem: "Amen! Ik zeg tot jou dat jij, vandaag, in deze °nacht, voordat de haan twee maal kraait*, Mij drie maal zal verloochenen."
31 ° Petrusrots nu sprak op overdadige wijze: "Zelfs in het geval dat het mij zal binden samen met U te sterven, ik zal U toch niet verloochenen!" Op dezelfde wijze nu zeiden ook allen. Thomas dan, die Didymus genoemd wordt, zei tot de medeleerlingen: "Wij zullen ook gaan, opdat wij met Hem zullen sterven."(SW)[Joh. 11:16]
32 En zij komen tot in een stuk grond van welk de naam is GetsemaneGetsemane = olijvenpers . En Hij zegt tot Zijn °leerlingen: "Gam hier zitten*, terwijl Ik zal bidden." Deze dingen zeggend, kwam Jezus uit met Zijn °leerlingen aan de overkant van de winterbeek van de Kidron, waar ook een tuin was waarin Hij binnen kwam, Hij en Zijn °leerlingen.(SW)[Joh. 18:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32-42

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:36-46; Lukaslichtgevend 22:46; JohannesJAH is genadig 18;1,2.


33 En Hij neemt °Petrusrots en °Jakobushielenlichter en °JohannesJAH is genadig met Zich terzijde en Hij begint van streek te worden en gedeprimeerd te zijn.
34 En Hij zegt tot hen: "Mijn °ziel is diep bedroefd, tot de dood. Blijf*m hier en waakm!" Nu is Mijn °ziel verontrust en wat zal Ik zeggen? 'Vader, red* Mij vanuit dit °uur?' Maar hierom kwam Ik tot in dit °uur!(SW)[Joh. 12:27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34

Het probleem van het kwaad wordt voor ons opgelost in de donkere schaduwen van Gethsemaneolijvenpers. Niemand zal aanvechten dat Hij het niet verdiende de beker te drinken die Zijn vader hem voorzette. Niemand zal iets verkeerds vinden aan Zijn wil, ook al was die niet in lijn met die van Zijn Vader. Hoe gemakkelijk had het aan Hem voorbij kunnen gaan! Één woord was genoeg geweest om al Zijn vijanden te vernietigen. Maar Hij was niet gekomen om Zijn eigen wil te doen. En nu de wil van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Hem leidt in het meest pijnlijke lijden en de diepste benauwdheid, ontvangt Hij dit kwaad uit de hand van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, die het de basis voor grenzenloze zegen maakt, niet alleen voor de mensheid en heel de schepping, maar voor ChristusGezalfde Zelf en voor Zijn eigen heerlijkheid en lofprijzing. Het kwaad was kort, scherp en tijdelijk. De gevolgen zullen zonder grenzen of ruimte zijn. De vreselijke behandeling van de Heilige door de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Die Hij zo trouw diende, is een veel meer verwarrend probleem dan de introductie van kwaad in de schepping. In beide gevallen is het een tijdelijke oplegging, beladen met oneindige zegen voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en al Zijn schepselen.


35 En een klein beetje verder komende, viel Hij op de aarde en Hij bad* dat, indien het mogelijk is, het °uur aan Hem voorbij zal gaan.
36 En Hij zei: "Abba, °Vader, alle dingen zijn voor U mogelijk. Breng* deze beker van Mij weg. Maar niet wat Ik wil, maar wat U wil." Want jullie namen niet geest van slavernij in ontvangst, weer tot in vrees, maar jullie namen geest van zoonschap in ontvangst, in welke wij schreeuwen: ABBA, °Vader! (SW)[Rom. 8:15] - Ik kan uit Mijzelf niets doen. Naar wat Ik hoor, oordeel Ik. En Mijn °beoordeling is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn °wil, maar de wil van de Mij zendende*.(SW)[Joh. 5:30] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

36

Zie Hebreeën 5:7,8.

Het was heel goed mogelijk voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker om ChristusGezalfde het lijden van het kruis te besparen. Maar het kon alleen gedaan worden ten koste van een niet te overzien verlies voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, voor Zijn schepselen en voor ChristusGezalfde zelf. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers liefde zou nooit gekend kunnen worden zonder deze bittere beker. Zijn genade zou zonder dit nooit kunnen uitvloeien. Laten we hem danken dat Hij niet slechts doet wat mogelijk en gemakkelijk is, maar wat voor ons hoogste goed en Zijn hoogste heerlijkheid is.


37 En Hij komt en vindt hen sluimerend. En Hij zegt tot °Petrusrots: "Simongehoord (heeft JAH), sluimer jij? Ben* jij niet sterk genoeg om één uur te waken*? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

De onverschilligheid van de apostelen in dit, Zijn uur van diepste beproeving, schijnt onuitsprekelijk triest. Meer en meer wordt Hij de Eenzame. Zijn nauwste vrienden zijn verre van Hem in geest. Alleen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is bij Hem. En spoedig zal ook Hij Hem verlaten. Alleen de verrader is actief, hij dommelt niet. En er is ook geen grote menigte van Zijn vijanden. En dan worden ook de apostelen wakker. Zijn lijden scheen niet voldoende serieus om de slaap te overwinnen. Maar toen ze zelf gevaar liepen te moeten lijden, waren ze plotseling klaar wakker, en voelden geen behoefte meer aan slaap.


38 Waakm en bidm, opdat jullie niet tot in beproeving zullen komen! De geest is inderdaad bereidwillig, maar het vlees is zwak."
39 En weer wegkomend bidt* Hij, hetzelfde woord zeggend.
40 En weer komend vond Hij hen sluimerend, want hun °ogen waren zwaar belast geworden. En zij hadden niet waargenomen wat zij Hem zullen antwoorden.
41 En Hij komt de derde maal en zegt tot hen: "Sluimeren jullie maar verder en rust. Het is weg. Het uur kwam; neem waar, de Zoon van de mens wordt overgeleverd tot in de handen van de zondaars.
42 Komm overeind, opdat wij zullen gaan. Neemm waar, die Mij overlevert is genaderd."
43 En meteen, nog bij Zijn spreken, komt Judaslof de Iskariot aan, één van de twaalf, en met hem een talrijke schare met zwaarden en stokken, met de hogepriesters en de schriftgeleerden en de oudsten. En Hij begint* hen te onderwijzen dat de Zoon van de mens veel moet lijden* en verworpen* worden onder de oudsten en de hogepriesters en de schriftgeleerden, en gedood* zal worden en na drie dagen opstaan*. (SW)[Marc. 8:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

43-46

Vergelijk Mattheüsgeschenk van JAH 26:47-50; Lukaslichtgevend 22:47,48; JohannesJAH is genadig 18:3-9.


44 Die Hem nu overlevert had aan hen een afgesproken teken gegeven, zeggend: "Die ik ook maar zou kussen, Hij is het. Vat*m Hem en leidm Hem op verzekerde wijze weg."
45 En komend, meteen tot Hem komend, zegt hij: "Rabbi, RabbiLeraar of meester!" En hij kust* Hem met genegenheid. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45

De verraderlijke kus van Judalofs was het laatste teken van aanhankelijkheid dat Hij van Zijn apostelen ontving. Judalofs was een van hen die zo recent hadden beloofd bij Hem te blijven tot de dood, als dat nodig zou zijn. Ze hadden hem de kas toevertrouwd (Joh. 12:6; 13:29), ook al was hij een dief. Erwakend (is God) is aanleiding te geloven dat hij in de sociale schaal boven de boerenklasse stond, en zo van hogere afstamming was dan de rest van de apostelen. Het verraden van zijn Heer was een verschrikkelijke misdaad, en toch schijnt het tien maal erger hoe hij probeerde het te verbergen onder een betoon van aanhankelijkheid. Moge Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ons weghouden van hypocrisie! Het is zoveel beter een openlijke vijand van ChristusGezalfde te zijn dan een vreemd en hebzuchtig hart te hebben onder de mantel van Christendom.


46 Dezen nu werpen* hun °handen op Hem en zij vatten* Hem.
47 Eén echter, iemand van de omstanders, het zwaard rukkend*, raakt* de slaaf van de overpriester en slaat* van hem de oorlel af. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

47-50

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:51-56; Lukaslichtgevend 22:49-53.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

47

Hoe vaak tonen de dienaren van de Heer zo’n vuur! Door een snelle zwaardslag snijden ze een horend oor voor hun boodschap af.


48 En antwoordend zei °JezusJAH redt tot hen: "Als achter een rover komen* jullie uit met zwaarden en stokken om Mij tezamen te grijpen? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

48

Zie Lukaslichtgevend 24:44.

Al dit vertoon van kracht was een symptoom van angst. Indien ze Hem wilden arresteren, waarom deden ze het dan niet op de voorafgaande dag, toen Hij in hun burcht, het heiligdom, was? Niets was eenvoudiger geweest dan dat. Erwakend (is God) waren daar tempelwachters, en het Sanhedrinraadsvergadering en het huis van de hogepriester waren onder handbereik, en indien nodig konden Romekrachtinse soldaten opgeroepen worden. Dat zou toch volstaan om een ongevaarlijke en ongewapende Man te arresteren, ook al had Hij een paar volgelingen? Maar zij waren bang voor het volk. Het was een duistere daad die het beste in de nacht gedaan kon worden. Daarom bewapenen de hogepriesters hun volgelingen en huren ze een verrader in en verzamelen ze valse getuigen en porren ze het volk op en zetten politiek druk op Pilatusmet een speer, alles om de afbraak van de ware tempel en de moord op de ware MessiasGezalfde zeker te stellen. Hoe vreselijk is religie zonder de genade van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! Toch kunnen we, onder dit alles, zien dat zij, onbewust, het doel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker uitvoeren. Hoewel ze er niet in slagen hun Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te aanbidden, falen ze niet het Lam van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te offeren. Het was het werk van de priesters, niemand anders kan het doen. De wijsheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is zodanig dat Hij hun haat gebruikt om Zijn wil te vervullen.


49 Dagelijks was Ik bij jullie in de gewijde plaats, onderwijzend, en men vatte Mij niet. Maar dit is gebeurd opdat de Geschriften vervuld zullen worden." En Hij onderwees dagelijks in de gewijde plaats, maar de hogepriesters en de schriftgeleerden en de voornaamsten van het volk zochten Hem om te brengen*.(SW)[Luc. 19:47]
50 En Hem verlatend, vluchtten zij allen. Dan zegt °Jezus tot hen: "Jullie zullen allen in Mij verstrikt worden in deze nacht, want er werd geschreven: 'Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.' (SW)[Matt. 26:31]
51 En één zekere jongeling volgde samen met Hem, omhuld zijnde in een linnen wikkeldoek over het naakte lichaam. En de jongelingen vatten hem.
52 Deze nu, de linnen wikkeldoek achterlatend, vluchtte naakt van hen weg. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

52

Linnen, gebruikt als kleding, typeert rechtvaardigheid. Niemand kon van hem vluchten in Zijn nood, zonder zijn eigen schande en totaal gebrek aan rechtvaardigheid te tonen.


53 En zij leidden °JezusJAH redt weg, naar de hogepriester Kajafasals bevallig. En al de hogepriesters en de schriftgeleerden en de oudsten komen bij hem samen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

53-59

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:57-61; Lukaslichtgevend 22:54,55,66; JohannesJAH is genadig 18:12-16.


54 En °Petrusrots volgt* Hem vanaf veraf, tot binnen in de hof van de hogepriester. En hij zat samen met de assistenten en warmde zich aan het licht.
55 De hogepriesters nu, en heel het Sanhedrinraadsvergadering, zochten een leugenachtige getuigenverklaring tegen °JezusJAH redt, om Hem ter dood te brengen*. En zij vonden die niet,
56 want velen legden een leugenachtige getuigenverklaring tegen Hem af en de getuigenverklaringen waren niet gelijk.
57 En enigen, opstaand*, legden een leugenachtige getuigenverklaring tegen Hem af, zeggend: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

57

De priesters waren de leraren van het volk. We zouden redelijkerwijs mogen verwachten dat de hogepriester een mate van geestelijk verstand zou bezitten. Niemand in Israëlstrijder van God zou meer moeten weten dan hij in verband met de verblijfplaats van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Alleen hij ging, eens per jaar, binnen in de meest heilige plaats. Toch wist zelfs hij niet dat die leeg was! Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker was daar niet. De heerlijkheid was verdwenen. Ezechiël beschrijft hoe het de cherubs achterliet op de drempel van het huis (Eze. 9:3), toen ging naar de oostpoort (Eze. 10:18,19) en van daar naar de berg aan de oostzijde (Eze. 11:23). Nu keerde de heerlijkheid terug, maar hij herkende niet de Heer van de Heerlijkheid, anders zou hij Hen niet gekruisigd hebben. De heerlijkheid keerde terug over hetzelfde pad dat gebruikt werd bij het verlaten. Ze was, in vernedering, aan de voet van de berg in het oosten, en kwam door de oostpoort in het heiligdom, niet, zoals zij zouden verwachten, met een schitterend vertoon van zichtbare pracht, te midden van de bijval van het volk en de lofprijzing van de priesters, maar als de verachte en verlaten bedrieger. De hogepriester in Israëlstrijder van God was zo laag gezonken dat hij zelfs niet de Shekinah herkent!


58 "Wij hoorden* Hem, zeggend: 'Ik zal deze, de met handen gemaakte, °tempel slopen en doorheen drie dagen zal Ik een andere, niet met handen gemaakte, bouwen.'" Jezus antwoordde* en zei tot hen: "Breek*m deze °tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen oprijzen." (SW)[Joh. 2:19] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

58

Zie JohannesJAH is genadig 2:18-22

Als iets het kan had het getuigenis had de ogen van de hogepriester moeten openen. Hoewel betaald om tegen Hem te getuigen, herhaalden zij de grote waarheid dat Hij de ware tempel was. Niemand in Israëlstrijder van God kon een grotere misdaad begaan dan de tempel verwoesten. En toch was dit wat de hogepriesters vastbesloten waren te doen. Dit brachten ze tegen Hem in, terwijl ze het zelf aan het beramen waren.


59 En ook zo was hun °getuigenverklaring niet gelijk.
60 En de hogepriester, opstaand* in het midden, stelt* °JezusJAH redt een vraag, zeggend: "U antwoordt niet? Is het niets wat dezen tegen u getuigen?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

60-61

Vergelijk Mattheüsgeschenk van JAH 26:62.63.


61 ° JezusJAH redt nu was stil en antwoordt* op niets. Weer stelde de hogepriester Hem een vraag en zegt tot Hem: "Bent u de ChristusGezalfde, de Zoon van °God, de Gezegende?" Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; Maar Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. (SV)[Jes. 53:7] - En antwoordend* zei* Simon Petrus: "U bent de Christus, de Zoon van de levende °God!" (SW)[Matt. 16:16]
62 °JezusJAH redt nu zei: "Ik ben, en jullie zullen de Zoon van de mens zien, zittend aaneig. vanuit de rechterkant van de Macht en komend met de wolken van de hemel." Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. (SV)[Psalm 110:1] - Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. (SV)[Dan. 7:13] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

62

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:63,64: Lukaslichtgevend 22:66-70; JohannesJAH is genadig 18:19-24.

ChristusGezalfde is de trouwe en ware Getuige. Toen Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen naar de zonen van Israëlstrijder van God werd gezonden, moesten zij zijn geloofsbrieven herkennen toen hij zei: "IK BEN zendt mij naar jullie" (Exo. 3.14). Zo is ook nu het laatste getuigenis van de grotere Middellaar "Ik ben". Dan spreekt de hogepriester de godslastering: "Zie! Hoor nu de godslastering." Hij veroordeelt zichzelf van alle aanklachten tegen ChristusGezalfde.


63 De hogepriester nu, zijn °onderklederen doorscheurend*, zegt: "Wat hebben wij nog behoefte aan getuigen? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

63-64

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:65,66; Lukaslichtgevend 22:71.

Zie Leviaanhanger, aanhankelijkticus 21:10.


64 Neem waar! Nu horen* jullie de lastering! Wat schijnt het jullie toe?" °Allen veroordelen* Hem, gedoemd te zijn* tot de dood. En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden. (SV)[Lev. 24:16]
65 En sommigen beginnen* Hem te bespuwen en Zijn °gezicht rondom te bedekken en Hem met vuisten te slaan en tot Hem te zeggen: "Profeteer*!" En de assistenten namen Hem met slagen in het gezicht. (Vergelijk met Mattheüs 26:69-74; Lukas 22:55-60; Johannes 18:15-18) [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

65

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:67,68; Lukaslichtgevend 22:63-65.

Zie Micha 5:1


66 En terwijl °Petrusrots beneden in de hof is, komt één van de dienstmeisjes van de hogepriester. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

66-71

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:69-74; Lukaslichtgevend 22:55-60; JohannesJAH is genadig 18:15-18.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

66

Arme Petrusrots! Zo roekeloos dapper als hij was toen zijn moed werd aangesproken, zo vindt hij zich nu terug als een verachtelijke lafaard, ondanks al zijn tegenwerpingen. Slechts een paar uur eerder stond hij klaar om voor zijn Meester te sterven en was hij er trots op niet slechts een van Zijn leerlingen te zijn, maar een van de drie die het meest intiem met Hem waren. Natuurlijk zullen alle anderen ChristusGezalfde verloochenen, maar hij niet! Zijn gedachten hadden vast gericht moeten zijn op het lot van zijn Meester. In plaats daarvan is hij bezig met zichzelf en aarzelt hij niet troost te zoeken in het kamp van de vijand. Hij riskeerde niet zijn leven om zijn Meester te redden, maar hij verliet zijn Meester om zijn eigen leven te redden.

Maar laten we niet Petrusrots te zeer veroordelen. Hij is de grote en vreesloze apostel waaraan gewerkt wordt. SatanTegenstander zeeft het kaf uit hem, Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker leert hem de les van zijn eigen onbetrouwbare zelf, en leidt hem naar vertrouwen in Hem.


67 En °Petrusrots waarnemend, zich warmend, zegt zij, hem aankijkend*: "Ook jij was met °JezusJAH redt, de Nazareneruit Nazaret!"
68 Maar deze ontkent* het, zeggend: "Noch heb ik waargenomen, noch ben ik op de hoogte van wat jij zegt!" En hij kwam uit, naar buiten, tot in de voorhof. En een haan kraait*.
69 En het dienstmeisje, hem waarnemend, begint* weer tot de omstanders te zeggen dat deze vanuit hen is. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

69-71

Vergelijk met JohannesJAH is genadig 18:25-27


70 Hij nu ontkende* weer. En kort daarna zeiden de omstanders weer tot °Petrusrots: "Waarlijk, jij bent vanuit hen, want jij bent ook Galileeër, en het spreken van jou is gelijkend!"
71 Hij nu begint* een banvloek uit te spreken en te zweren: "Ik heb deze °mens, die jullie noemen, niet waargenomen."
72 En meteen, vanuit de tweede keer, kraait* een haan. En °Petrusrots denkt* terug aan de uitspraak die °JezusJAH redt tot hem zei: "Voordat een haan tweemaal kraait*, zal jij Mij driemaal verloochenen." En zijn hoofd omhullend huilde hij. °Jezus zei met nadruk tot hem: "Amen! Ik zeg tot jou dat in deze °nacht jij, voordat de haan kraait*, Mij drie maal zal verloochenen." (SW)[Matt. 26:34] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

72

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 26:75; Lukaslichtgevend 22:61-62.









Terug naar de index.
Naar Marcus 15
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.