Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Marcus
Hoofdstuk 9

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 En Hij zei tot hen: "Amen! Ik zeg tot jullie dat er enigen zijn van die hier staan die van de dood toch niet zouden proeven, totdat zij ook maar het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zullen waarnemen, gekomen zijnde in macht." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 16:28; Lukaslichtgevend 9:27; 2Petrusrots 1:16-18

Het is zeer passend dat de koninkrijksverkondiging zou worden afgesloten met een demonstratie van de heerlijkheid en kracht er van. Het had onmiddellijk en voor allen moeten komen, maar wordt nu verschoven naar ver in de toekomst. Enkelen zouden leven om het te zien. Dit wordt ingekort naar zes typerende dagen, een werkweek, leidend naar de zevende dag, of het sabbatisme, zoals het koninkrijk wordt genoemd. Alleen Petrusrots, Jakobhielenlichterus en JohannesJAH is genadig worden meegenomen, want zij staan voor drie verschillende klassen in Israëlstrijder van God die het koninkrijk zullen binnengaan. Jakobhielenlichterus staat voor die in het verleden in geloof zijn gestorven, want hij werd door Herodeszoon van heros - held of afgod vermoord (Hand. 12:1). Petrusrots, dient door zijn brieven hen die in de grote verdrukking van de eindtijd zullen zijn. Ook hij sterft als martelaar. JohannesJAH is genadig staat voor hen die de eindtijd zullen overleven en levend het koninkrijk zullen binnengaan (Joh. 21:18-23). Al dezen gaan het koninkrijk binnen en zien Zijn heerlijkheid en ontmoeten Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en Eliamijn God is JAH, vertegenwoordigers van de twee bedieningen: de wet en de profeten.

De heerlijkheid van het koninkrijk bestond niet uit de bliksemflitsen in de Sinaïnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt, of de spectaculaire scènes van gelukzaligheid, maar in de transformatie van ChristusGezalfde. Niet langer was Zijn heerlijkheid verhuld onder de meer dan een ander ook ontsierde vorm van een mens, maar de allesoverstijgende schittering van Zijn Persoon scheen dwars door Zijn stralende kleding heen.


2 En na zes dagen neemt °JezusJAH redt °Petrusrots en °Jakobushielenlichter en °JohannesJAH is genadig terzijde en brengt hen omhoog tot op een heel erg hoge berg, apart, en Hij werd werd vlak voor hen omgevormd*. 16 Want niet in met wijsheid gemaakt zijnde mythen navolgend maken wij aan jullie de kracht en aanwezigheid van onze °Heer, Jezus Christus, bekend, maar omdat wij toeschouwers zijn geworden van de grootsheid van die °Ene. 17 Want bij God, de Vader, nemen wij eer en heerlijkheid in ontvangst, van de stem, op die manier tot Hem gebracht wordend door de verheven heerlijkheid: "Deze is Mijn °Zoon, Mijn °Geliefde, in Wie Ik een welbehagen heb." 18 En deze °stem hoorden* wij, gebracht wordend vanuit de hemel, samen met Hem zijnde op de heilige °berg. (SW)[2Pet. 1:16-18] - En Hij laat niemand Hem volgen dan Petrus en Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.(SW)[Marc. 5:37] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2-10

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 17:1-9; Lukaslichtgevend 9:36.


3 En Zijn °bovenkleding werd* heel erg glinsterend wit, als sneeuw, zoals geen wolkammer op aarde het zo wit kan maken*.
4 En door hen werd Eliamijn God is JAH gezien*, samen met Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, en zij waren samensprekend met °JezusJAH redt.
5 En °Petrusrots, antwoordend, zegt tot °JezusJAH redt: "RabbiLeraar of meester, het is ideaal voor ons hier te zijn. En dat wij drie tenten zouden maken, één voor U, en één voor Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en één voor Eliamijn God is JAH." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Helaas, arme Petrusrots! De aanwezigheid van Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en Eliamijn God is JAH, die buitengewoon hoog vereerd werden door de Joden, steeg ver boven zijn rede uit! De eenmalige sublimiteit van de getransformeerde ChristusGezalfde zou zijn zicht zo gevuld moeten hebben dat Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en Eliamijn God is JAH nauwelijks zouden verschijnen. Het koninkrijk zal niet een driemanschap zijn. Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen en Eliamijn God is JAH zullen door ChristusGezalfde volkomen overtroeft worden. Het is dezelfde fout die de ongelovige natie had gemaakt. Ze dachten dat Hij een profeet was of zelfs Eliamijn God is JAH. Waarom zou Petrusrots hen op hetzelfde niveau stellen als Hem? Erwakend (is God) moet maar één tabernakel zijn in Israëlstrijder van God en die ene is ChristusGezalfde Zelf, de belichaming van de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkerheid (Kol. 2:9). Het is dan ook geen wonder dat een wolk het visioen uitwiste en een stem zijn misvatting corrigeerde. Zij moesten niet langer luisteren naar de profeten. "Dit is Mijn Zoon, de Geliefde. Luistert naar Hem!"


6 Want hij had niet waargenomen wat hij zal antwoorden, want zij werden* doodsbang.
7 En er kwam* een wolk die hen overschaduwde en er kwam* een stem vanuit de wolk: "Deze is Mijn °Zoon, de Geliefde. Hoorm van Hem!" 7 Want de koning vertrouwt in JAHWEH en in de getrouwheid van de Allerhoogste zal hij helemaal niet uitglijden. (SW)[Psalm 2:7] - Mozes zei inderdaad dat de Heer, jullie°God, een profeet voor jullie zal doen opstaan uit jullie, vanuit jullie °broeders, zoals ik. Hem zullen jullie horen, overeenkomstig alles wat Hij ook maar tot jullie zou spreken. (SW)[Hand. 3:22]
8 En opeens, om zich heen kijkend*, namen zij niemand meer waar, behalve alleen °JezusJAH redt met henzelf.
9 En bij hun afdalen vanaf de berg waarschuwt* Hij hen opdat zij niemand de dingen zouden vertellen die zij waarnamen, tot wanneer ook maar de Zoon van de mens vanuit de doden zal opstaan. En Hij vermaant* ze, dat zij Hem niet openbaar zouden maken*, (SW)[Matt. 12:16]
10 En zij houden* het woord voor zich, discussiërend over wat het vanuit doden opstaan* is.
11 En zij stelden Hem een vraag, zeggend: "De Farizeeën en de schriftgeleerden zeggen dat Eliamijn God is JAH eerst moet komen." 5 Aanschouw! Ik zal Elia, de profeet, tot jullie zenden, vóór het komen van de grote en de gevreesde dag van JAHWEH. 6 En hij zal het hart van de vaders doen terugkeren naar de zonen en het hart van de zonen naar hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met doem zal slaan! (SW)[Mal. 4:5,6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11-13

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 17:10-13

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De kleine profeten sluiten met de belofte (Mal. 4:5,6):

"Ziet, Ik zende ulieden den profeet Eliamijn God is JAH,
eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.
En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen,
en het hart der kinderen tot hun vaderen;
opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla."
(SV)

JohannesJAH is genadig de Doper kwam in de geest en kracht van Eliamijn God is JAH, en zou zijn werk gedaan hebben als het volk zich had bekeerd. Maar hij oefende niet de vernietigende kracht van die profeet uit. Daarom moet Eliamijn God is JAH opnieuw komen, voordat het koninkrijk gevestigd wordt. Er is maar weinig twijfel over dat Eliamijn God is JAH een van de twee getuigen van de eindtijd zal zijn (Openb. 11:3-12), want zij verrichten soortgelijke wonderen. Beiden veroorzaken gedurende drie en een half jaar een droogte. Beiden vernietigen hun vijanden door bovennatuurlijk vuur. Eliamijn God is JAH stierf niet, maar werd in de richting van de hemel weggenomen in een storm (2Kon. 2.11). Zijn verschijning op de berg, een echte toeschouwer van ChristusGezalfde’ heerlijkheid, kwalificeert hem voor het getuigenis dat de twee getuigen zullen handhaven.


12 Hij nu zei* met nadruk tot hen: "Eliamijn God is JAH is inderdaad de eerst komende en herstelt alles. En hoe is het geschreven van de Zoon van de mens, dat Hij veel zal lijden en dat Hij geringschat zal worden? 3 Die veracht wordt en gemeden door mannen, een Man van pijnen en bekend met ziekte, als een verberging van aangezichten van Hem, Die veracht wordt en wij rekenen niet met Hem. (SW)[Jes. 53:3]
13 Maar Ik zeg tot jullie dat Eliamijn God is JAH ook is gekomen en zij deden* met hem zoveel als zij wilden, zoals het over hem geschreven is." En indien jullie gewillig zijn hem te ontvangen*, hij is Elia, die op het punt staat te komen. (SW)[Matt. 11:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Zie Mattheüsgeschenk van JAH 11:14; Lukaslichtgevend 1:17.


14 En naar de leerlingen toe komend, namen zij een talrijke schare rondom hen waar en schriftgeleerden discussiërend met hen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14-27

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 17:14-21; Lukaslichtgevend 9:37-42.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

Na van de berg te zijn afgedaald, richt de Heer Zich nu op Golgothaschedel. In plaats van over de kracht en heerlijkheid, spreekt Hij nu over zwakte en schande. Hij zal ze niet toestaan zelfs maar te noemen wat ze gezien hebben, tot de tijd dat de verkondiging van het koninkrijk nogmaals komt. Het eerste symptoom van deze verandering is al duidelijk gemaakt aan de discipelen die Hij achter liet. Ze zijn niet in staat de duivel uit te werpen uit de doofstomme jongen. Hun kracht over de ongeziene wereld is aan het tanen! De demonen hebben het ongeloof van de natie waargenomen en zijn zich goed bewust van de grote verandering die over Zijn bediening komt. Hij wil niet langer Zijn kracht tonen, of die van Zijn apostelen. Hij werkt eerder om hen een veel moeilijker les te leren: die van Zijn zwakte en dood. Hij wil niet dat ze rond gaan en het koninkrijk verkondigen, daarom trekt Hij de kracht terug die zij over demonen hadden ontvangen.


15 En meteen was* de hele schare, Hem waarnemend, van streek. En naar Hem toe rennend begroetten* zij Hem.
16 En Hij stelt* de schriftgeleerden een vraag: "Waarom bediscussiëren jullie onder elkaar?"
17 En één vanuit de schare antwoordde* Hem: "Leraar! Ik breng* mijn zoon naar U toe. Hij heeft een geest die niet kan spreken.
18 En waar ook maar die hem kan grijpen scheurt hij hem in stukken, en hij heeft het schuim op de lippen en hij krast zijn °tanden en hij droogt uit. En ik zeg* tot Uw °leerlingen opdat zij die zouden uitwerpen en zij zijn* niet sterk."
19 En Hij, hen antwoordend, zegt: "O, ongelovige generatie! Tot wanneer zal Ik bij jullie zijn? Tot wanneer zal Ik jullie verdragen? Brengm hem naar Mij toe!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Het is niet dat niet geloof hadden om de demon uit te werpen, maar zij weigerden de verandering te erkennen die Zijn nieuwe houding inhield, die hen er van zou weerhouden zulk een mirakel te verrichten. De grote les van dit teken is dat de demon niet onder de bediening van de apostelen uit Israëlstrijder van God zal komen, zoals uiteen wordt gezet in het boek Handelingen. Hun inspanning is een mislukking. Zelfs nadat er een uitstel is, gedurende welke er een spasmen zijn, zal de demon niet uit de natie gaan te midden van de zwaarste beproevingen, het vrijwel levenloos latend. De ervaring met de bezetene is een parallel aan de ervaring van Israëlstrijder van God, beginnend met de hernieuwde verkondiging van het koninkrijk door de apostelen tijdens de afwezigheid van de Heer. Daarom is er zo’n aandringen op geloof en is er zulk een verlengde periode opgenomen in zijn genezing. We mogen er zeker van zijn dat de apostelen het belang van hun eigen falen niet inzagen, noch kon Hij dit niet op dit moment aan het uitleggen, zonder de geheimen te onthullen die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker nog gereserveerd had. Hadden zij het geweten, dan hadden ze niet van ganser harte binnen gegaan zijn in hun Pinksterbediening. Het zijn juist scènes als deze, zo zonder betekenis en saai voor ongeloof, maar zo van belang voor het gezalfde oog, die ons overweldigen met een zin van goddelijke aanwezigheid op de heilige pagina.


20 En zij brengen* hem naar Hem toe. En de geest, Hem waarnemend, doet hem meteen hevig stuiptrekken*. En op de aarde vallend wentelde* hij zich, het schuim op de lippen hebbend.
21 En Hij stelt* zijn °vader een vraag: "Hoeveel tijd is het dat dit hem is overkomen?" En hij nu zegt: "Vanuit de kindertijd.
22 En vele malen werpt* hij hem ook tot in het vuur en tot in wateren, opdat hij hem zou ombrengen. Maar indien U iets kan doen, help ons, met mededogen bewogen wordend over ons!"
23 °JezusJAH redt nu zei tot hem: "Indien jij kunt geloven*, alle dingen zijn mogelijk voor de gelovige." 21 Antwoordend* nu zei* °Jezus tot hen: "Amen! Ik zeg tot jullie, indien jullie geloof hebben en niet zullen twijfelen*, zullen jullie niet alleen dat van de vijgenboom doen, maar indien jullie tot deze berg zouden zeggen*: 'Word opgenomen* en word tot in de zee geworpen*!', het zal gebeuren. 22 En alles wat jullie ook zullen verzoeken* in het gelovig gebed, zullen jullie in ontvangst nemen."(SW)[Matt. 21:21,22]
24 En meteen zei de vader van de kleine jongen, met tranen schreeuwend*: "Ik geloof! Help mij in het ongeloof!" En de afgevaardigden zeggen* tot de Heer: "Voeg toe aan ons geloof!" (SW)[Luc. 17:5]
25 °JezusJAH redt, waarnemend dat de schare samenstroomt, vermaant* de onreine °geest, tot hem zeggend: "Niet kunnen sprekende en dove °geest, Ik beveel jou uitdrukkelijk: Kom uit vanuit hem en jij zal niet meer tot in hem binnen komen."
26 En schreeuwend* en hem veel doen struiptrekkend* kwam hij naar buiten. En hij werd* als een dode, zodat de velen zeggen dat hij stierf. En de onreine geest deed hem stuiptrekken* en luid roepend* met een grote stem, kwam* hij uit hem. (SW)[Marc. 1:26]
27 °JezusJAH redt echter, de hand van hem vattend*, wekt* hem. En hij stond* op. En naderend* wekt* Hij haar op, haar hand vattend*. En de koorts laat* haar onmiddellijk los en zij bediende Hem. (SW)[Marc. 1:31]
28 En toen Hij het huis was binnen gegaan, stelden Zijn °leerlingen Hem een vraag, apart: "Vanwege wat konden* wij hem niet uitwerpen?"
29 En Hij zei tot hen: "Deze °soort kan door niets anders uitkomen dan in gebed en in vasten."
30 En daar vandaan uitkomend gingen* zij langs door °Galileakring en Hij wilde niet dat iemand het zal weten. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30-32

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 17:22,23; Lukaslichtgevend 9:43-45

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

Hoe anders dan Zijn eerdere reizen, die volgepakt waren met de krachten van de komende aion! Hij verspreidde zegen met een ruime hand. De zieken zochten Hem en werden genezen. De onreine geesten gingen weg bij Zijn minste woord. Hij had nauwelijks de tijd om te eten of slapen, zo volledig was Hij bezet met het verlichten van de ziekten van het volk. Erwakend (is God) is een tijd voor elke daad onder de zon, een tijd wanneer deze wel en een tijd waarin deze niet zou worden gedaan. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker had er een genoegen in gevonden te getuigen tot de verkondiging van het koninkrijk door passende krachten en tekenen. Maar nu is die tijd voorbij. De verkondiging is het zwijgen opgelegd. De tekenen houden op. Hij wandelt als een eenzame Wandelaar, verworpen, verbannen, bedreigd. Proberend de sympathie van Zijn discipelen te verkrijgen, werpen Zijn woorden hen van Hem weg, want zij kunnen ze niet begrijpen en Zijn gewoonten maken hen bang om te vragen. Alleen, te midden van Zijn volk! Alleen, te midden van Zijn intieme vrienden! En zo richt Hij Zijn gezicht op het kruis, waarvan de kille schaduw reeds haar walging over Hem werpt.


31 Want Hij onderwees Zijn °leerlingen en zei tot hen: "De Zoon van de mens wordt overgeleverd tot in de handen van mensen en zij zullen Hem doden. En gedood wordend, zal Hij na drie dagen opstaan." Vanaf dat moment begint* °Jezus aan Zijn °leerlingen te tonen dat Hij tot in Jeruzalem moet gaan* en veel zal lijden* door de oudsten en Hogepriesters en schriftgeleerden en gedood* zal worden en in de derde dag opgewekt* zal worden. (SW)[Matt. 16:21]
32 Zij echter waren onwetend van de uitspraak en zij vreesden Hem een vraag te stellen.
33 En zij kwamen tot in Kapernaümdorp van Nahum (Nahum = getroost door JAH) en in het woonhuis komend stelde Hij hen een vraag: "Waarover redeneerden* jullie onder elkaar op de weg?" [Commentaar] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33-41

Vergelijk met Lukaslichtgevend 9:49,50.


34 Maar zij waren stil onder elkaar, want zij argumenteerden* op de weg onder elkaar wie de grotere is. En er kwam* ook rivaliteit onder hen, wie van hen schijnt de grotere te zijn.(SW)[Luc. 22:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34

Terwijl de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker in verdrietige overdenking was over de diepe vernedering van het kruis, waren Zijn discipelen opgeblazen met trots, ruziënd over hun eigen grootheid. Ze zouden nauwelijks verder van Hem verwijderd kunnen zijn in geest. Hij Die boven allen was geweest, zinkt nu onder allen. Hoger dan de aartsengelen was Zijn eerdere positie, lager dan de laagste van de zondaar is de walgelijke plaats waarheen Zijn pad Hem voerde. Hoger! is de zelfzuchtige roep van een mens, met het oog op zijn eigen verhoging, ook al vertrad hij zijn medemensen onder de voet om zijn trotse hoogtepunt te kunnen bereiken. Lager! was de roep van ChristusGezalfde, met het oog op het welzijn van anderen, ook al zou Hij vertreden worden in de modder om hen te kunnen dienen. Ware grootheid kan nooit verkregen worden door streven naar het "zelf". Het is alleen te vinden in dienstbetoon aan anderen.


35 En, gezeten* zijnde, ontbiedt* Hij de twaalf en zegt tot hen: "Indien iemand de eerste wil zijn*, zal hij van allen de laatste zijn en bediende van allen." Maar jullie niet zo. Maar de grotere onder jullie, laat hem worden als de jongere en de leidinggevende als de bedienende.(SW)[Luc. 22:26] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35-37

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 18:2-6; Lukaslichtgevend 9:47,48; 22:24-30.


36 En een kleine jongen (of meisje) nemend, doet Hij het in hun midden staan*. En het omarmend* zei Hij tot hen:
37 "Wie één van zulke kleine kinderen zou ontvangen in Mijn °naam, ontvangt Mij. En in het geval hij Mij niet zal ontvangen, ontvangt niet Mij, maar Die Mij afvaardigt." Wie jullie ontvangt, die ontvangt Mij en wie Mij zal ontvangen, ontvangt Degene Die Mij afvaardigt*. (SW)[Matt 10:40]
38 °JohannesJAH is genadig zei* met nadruk tot Hem, zeggend: "Leraar! Wij namen iemand waar, die ons niet volgt, in Uw °naam demonen uitwerpend. En wij verhinderden het hem, omdat hij ons niet volgde." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38

Het was niet lang geleden dat de discipelen er niet in slaagden een demon uit te werpen. Ze waren zonder twijfel jaloers op deze man, want zij wilden alle voorrechten van het discipelschap monopoliseren. De geest van deze daad van de apostelen is een vloek geweest in het Christendom. We zijn er vlug bij te denken dat alleen zij die met ons volgen, door de Heer beschermd worden, of een recht hebben op een plaats in Zijn dienst. Maar het voorval schijnt een weidsere gedachte te hebben. De Heer was kennelijk niet aanwezig toen JohannesJAH is genadig zijn gezag gebruikte om de beledigende wonderwerker te stoppen. Zo verrees er na Zijn hemelvaart een hele groep mannen, met Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine aan hun hoofd, die niet volgden met de twaalf. Erwakend (is God) was heel wat zorgvuldig werk voor nodig om de apostelen te overtuigen dat hij een bediening had van de Heer, net als zij (Gal. 2:2). Erwakend (is God) werd een groot werk gedaan, inclusief het feitelijk uitwerpen van demonen (Hand. 16:18), waaraan de twaalf apostelen geen deel hadden. Wij zijn niet verbonden met de twaalf apostelen, maar met deze groep. Omdat de gelovende Joden de naties geen plaats wilden toestaan in het koninkrijk, of de vergeving van zonden, werd hun eigen pardon herroepen. Het werk waarop hier wordt geduid en aanbevolen wordt door de Heer, verving later de bediening van de twaalf apostelen. Het is alleen door een verstaan van hun dispensationele toepassing dat we deze tekenen mogen lezen.


39 Maar °JezusJAH redt zei: "Verhinderm het hem toch niet! Want er is niemand die een macht zal doen in Mijn °naam en snel kwaad van Mij zal kunnen spreken*.
40 Want wie niet tegen ons is, is ten behoeve van ons. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40

Zie Mattheüsgeschenk van JAH 12:30; Lukaslichtgevend 11.23.


41 Want wie ooit jullie een drinkbeker water te drinken zou geven in Mijn naam, omdat jullie van ChristusGezalfde zijn, amen, Ik zeg tot jullie dat hij zijn °loon niet zou verliezen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

Zie Mattheüsgeschenk van JAH 10:40-42


42 En wie ooit één van deze °kleinen, die in Mij geloven, zou verstrikken, het is ideaal voor hem indien veeleer een steen van een molen, die een ezel nodig heeft om te draaien, rond zijn nek ligt en hij tot in de zee geworpen is. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

42

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 5:30. Zie Deuteronomium 13:6-11; Jesajaheil is JAH 33.14; 66:24.


43 En in het geval jouw °hand je zou verstrikken, hak* hem af! Het is beter voor jou verminkt binnen te komen tot in het leven, dan, twee handen hebbend, weg te komen tot in het Gehennavallei van (de zonen van) Hinnom, tot in het niet uitgeblust wordende vuur, En indien jouw °rechterhand je verstrikt, sla* hem af en werp* hem van je, want het is raadzaam voor jou dat een van jouw leden verloren zal gaan* en niet heel jouw °lichaam tot in Gehenna zal vergaan*. (SW)[Matt. 5:30]
44 waar ook hun °worm niet overlijdt en het vuur niet wordt uitgedoofd.
45 En in het geval jouw °voet je zal verstrikken, hak* hem af! Want het is voor jou beter verminkt of kreupel binnen te komen tot in het leven, dan °twee voeten hebbend tot in het Gehennavallei van (de zonen van) Hinnom geworpen* te worden, tot in het niet uitgeblust wordende vuur, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45

Gehennavallei van (de zonen van) Hinnom, de vallei ten zuiden van Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, moet niet verward worden met de Poel des Vuurs of met Tartarusafgrond - de plaats waar "gevallen" engelen worden bewaard, of met het Ongeziene, gewoonlijk "hel" genoemd of Hades. Het vuur er van en de wormen waren zo letterlijk als maar kan zijn, want het stadsvuil werd er verbrand. Er werden geen levende wezens in deze verbrander geworpen. Het zijn de wormen, die zich voeden met de karkassen van criminelen, die niet sterven. Het vuur werd ten allen tijde brandend gehouden. Dit zal de plaats zijn waar tijdens de koninkrijkstijd de lichamen van geëxecuteerde misdadigers in geworpen zullen worden.


46 waar ook hun worm niet overlijdt en het vuur niet uitgedoofd wordt.
47 En in het geval jouw °oog je zal verstrikken, haal het uit! Het is beter voor jou éénogig het koninkrijk van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker binnen te komen, dan twee ogen hebbend tot in het Gehennavallei van (de zonen van) Hinnom geworpen* te worden, Indien nu jouw °rechter oog je verstrikt, verwijder* het en werp* het van je, want het is voor jou raadzaam dat een van jouw leden verloren zal gaan* en niet heel jouw °lichaam tot in Gehenna zal worden geworpen*. (SW)[Matt. 5:29] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

47-48

Vergelijk met Mattheüsgeschenk van JAH 5:29


48 waar ook hun °worm niet overlijdt en het vuur niet uitgedoofd wordt. 24 En zij zullen uit gaan en zij zien op de lijken van de stervelingen die tegen Mij overtraden, want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitdoven en zij worden een afstotelijkheid voor alle vlees. (SW)[Jes. 66:24]
49 Want elkeen zal in vuur gezouten worden en elk offer zal in zout gezouten worden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

49

Zie Leviaanhanger, aanhankelijkticus 2:13; Ezechiël 43:24.

Aangezien het koninkrijk verworpen was, gaat de toegang er in noodzakelijkerwijze via een pad van oordeel. Zout is een bewaarmiddel. Tijdens de koninkrijkstijd zal verderf tegengehouden worden. Het zout dat het verderf van die dag tegenhoudt zal vuur zijn, een oordeel. Zoals al eerder overdacht, niets dat overtreedt kan dat koninkrijk binnen gaan. Het moet beoordeeld worden. Zo niet, dan zal het hen meetrekken die het doen schuilen in Gehennavallei van (de zonen van) Hinnom en haar vuren.


50 Het zout is ideaal. In het geval echter het zout zouteloos zal worden, waarmee zullen jullie het op smaak brengen? Hebm zout in julliezelf en leefm in vrede onder elkaar!" Jullie zijn het zout van de aarde. Indien nu het zout smakeloos gemaakt* zou worden, waarin zal het dan gezouten worden? Tot niets is het nog nuttig dan om buiten geworpen* te worden om vertrapt te worden onder de mensen.(SW)[Matt. 5:13] - Jullie °woord zij altijd in genade, op smaak gebracht zijnde met zout, waargenomen hebbend hoe het voor jullie bindend is aan een ieder te antwoorden. (SW)[Kol. 4:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

50

Zie Mattheüsgeschenk van JAH 5:13; Lukaslichtgevend 14;34,35; Kolossestad in Frygië, in het binnenland van Klein Aziënzen 4:6.







Terug naar de index.
Naar Marcus 10
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.