Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 14

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 In die °periode hoort* Herodeszoon van heros - Held of afgod, de viervorst, het gerucht over JezusJAH redt, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-5

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:14-20; Lukaslichtgevend 9:7-9.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Er wordt naar een aantal leden van de Herodiaanse familie verwezen in de Schrift. Deze, gewoonlijk Herodeszoon van heros - held of afgod Antipas, genoemd, was een van de zonen van Herodeszoon van heros - held of afgod de Grote (Matt. 2:1; Lukaslichtgevend 1:6), die had geprobeerd onze Heer te doden, spoedig na Diens geboorte. Twee van zijn halfbroers worden ook genoemd: Herodeszoon van heros - held of afgod Filippuspaardenvriend I, die Herodiasheldin trouwde (Matt. 14:3; Mar. 6:17; Luk. 3:19), en Herodeszoon van heros - held of afgod Filippuspaardenvriend II (Luk. 3:1). Archelausheerser over het volk (Matt. 2.22) was zijn volle broer. Een andere halfbroer, Aristobulusuitstekende raadgever, was de vader van Herodeszoon van Heros - held of afgod, koning van Chalcis (Hand. 25:13), Herodeszoon van Heros - held of afgod Agrippamet moeite geboren I (Hand. 12:1-23) en Herodiasheldin, wiens huwelijk met Herodeszoon van Heros - held of afgod Filippuspaardenvriend I, en daarna met Herodeszoon van heros - held of afgod Antipas, de oorzaak was van de dood van JohannesJAH is genadig de Doper. Agrippamet moeite geboren II (Hand. 25:13) was een zoon van Agrippamet moeite geboren I. Bernicede overwinning brengend (Hand. 25:13) en Drusillabevochtigd door de dauw (Hand. 24:24) waren zussen.

Herodeszoon van heros - held of afgod de viervorst, waarnaar hier wordt verwezen, was een zoon van Herodeszoon van heros - held of afgod de Grote, van een Samaritaaniemand uit de landstreek Samariawakerse vrouw genaamd Malthace. Na de dood van zijn vader benoemden de Romekrachtinen hem tot viervorst van Galileakring en Perea, zodat het grootste deel van de bediening van onze Heer werd uitgevoerd onder zijn bewind. Zijn eerste vrouw was een dochter van Aretas, koning van ArabiŽsteppeland, die oorlog met hem voerde en hem overwon, omdat hij zijn dochter had afgewezen om zo met Herodiasheldin te kunnen trouwen, de vrouw van zijn halfbroer Filippuspaardenvriend. Deze vrouw bracht hem zijn ondergang. Zij was buitengewoon ambitieus en bewoog hem naar de keizer in Romekracht te gaan om de titel van koning te vragen. Maar Herodiasheldiní broer, Herodeszoon van heros - held of afgod Agrippamet moeite geboren I, bracht beschuldigingen tegen hem in, zodat Caligula hem naar GalliŽ verbande, waar hij gestorven schijnt te zijn.


2 en hij zei tot zijn °jongens: "Deze is JohannesJAH is genadig de Doper; hij werd opgewekt* vanaf de doden en daarom werken deze machten in hem."
3 Want °Herodeszoon van Heros - held of afgod, JohannesJAH is genadig vattend*, bindt* hem en deed* hem weg in de cel, vanwege Herodiasheldin, de vrouw van Filippuspaardenvriend, zijn °broeder, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

Zie Leviaanhanger, aanhankelijkticus 18: 16; 20;21


4 want °JohannesJAH is genadig zei tot hem: "Het is jou niet geoorloofd haar te hebben." 19 Maar als Herodes, de viervorst, van hem bestraft werd, om Herodiasí wil, de vrouw van Filippus, zijn broeder, en over alle boze stukken, die Herodes deed,
20 Zo heeft hij ook dit nog boven alles daar toegedaan, dat hij Johannes in de gevangenis gesloten heeft. (SV)
[Luc. 3:19,20]

5 En willend hem te doden*, vreesde* hij de schare, want zij hadden hem als profeet. En jij nu, kleine jongen, zal profeet van de Hoogste genoemd worden. Want jij zal vooruitgaan in het zicht van de Heer om Zijn wegen gereed te maken*(SW)[Luc. 1:76]
6 Maar toen de verjaardagsfestiviteiten van °Herodeszoon van Heros - held of afgod gehouden werden, danste* de dochter van °Herodiasheldin in het midden en zij behaagde* °Herodeszoon van heros - held of afgod. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6-12

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:21-29.


7 Daarom belijdt* hij, met een eed, haar te geven* in het geval zij zou verzoeken.
8 Deze nu, aangezet* wordend door haar °moeder, zegt met nadruk: "Geef mij hier op een bord het hoofd van JohannesJAH is genadig de Doper."
9 En de koning, bedroefd wordend* vanwege de eden en die samen aan tafel liggen, beveelt* dat het gegeven* wordt.
10 En zendend* onthoofdt* hij °JohannesJAH is genadig in de cel.
11 En zijn °hoofd werd gebracht* op een bord en het werd aan het jonge meisje gegeven* en zij brengt* het naar haar °moeder.
12 En naderend* nemen* zijn °leerlingen het lijk weg en zij begraven* hem. En komend berichten* zij aan °JezusJAH redt.
13 °JezusJAH redt nu, dit horend*, trekt* Zich van daar terug in een schip, tot in een eenzame plaats, met de Zijnen. En de scharen, dit horend*, volgen* Hem te voet vanaf de steden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13-15

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:30-36; Lukaslichtgevend 9:10-12; JohannesJAH is genadig 6:1-7.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Herodeszoon van heros - held of afgodí er op aandringen dat de Heer JohannesJAH is genadig de Doper was, was niet erg geruststellend, want Hij was vrijwel voortdurend binnen Herodeszoon van heros - held of afgodí rechtsgebied, en niets kon eenvoudiger zijn dan Hem te arresteren en Hem gevangen te zetten, net zoals met JohannesJAH is genadig de Doper gebeurde. Zijn tijd was nog niet gekomen, daarom trekt Hij zich rustig terug om verdere publiciteit te voorkomen. Maar de menigten volgden Hem in de wildernis.


14 En uitkomend nam Hij een talrijke schare waar en Hij wordt met mededogen over hen bewogen* en Hij geneest* hun °ziekelijken. En de scharen waarnemend, wordt Hij met mededogen bewogen, omdat zij vermoeid en neergeworpen waren, als schapen die geen herder hebben. (SW)[Matt. 9:36]
15 Maar toen het avond werd, kwamen* de leerlingen tot Hem, zeggend: "Deze plaats is eenzaam en het uur ging reeds voorbij. Zend* dan de scharen weg, opdat, wegkomend, zij tot in de dorpen voor zichzelf spijzen zouden kopen."
16 Maar °JezusJAH redt zei tot hen: "Zij hebben geen behoefte om weg te komen. Geven jullie hen te eten*!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16-21

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:37-44; Lukaslichtgevend 9:13-17; JohannesJAH is genadig 6:8-13).

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Een mens zal niet leven bij brood alleen, maar door de woorden die uitgaan uit de mond van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Hoe groot ook het wonder van het voorzien van voedsel voor zoín grote menigte in de wildernis was, het kan niet vergeleken worden met het wonder waarvan het een teken was. Het koninkrijk was verworpen, het pad van de Heer is nu een geestelijke parallel, met een pauze tussen Zijn verwerpingen en zijn terugkomst om te regeren. Zijn volk zal in de wildernis onderhouden moeten worden, net zoals het oude IsraŽlstrijder van God het manna nodig had nadat zij Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn) verlaten hadden en vanwege hun ongeloof het land niet binnen konden gaan. Het koninkrijk was voor hen zeer nabij gekomen, net zoals hun vaders bij Kadesh waren gekomen, om daarna voor veertig jaren terug te keren in de wildernis. Toen hadden ze fysiek voedsel nodig. Nu hebben ze geestelijk onderhoud nodig. Deze voorzieningen worden geleverd door middel van twaalf broden, vijf in het ene geval, zeven een tijdje later, de twaalf delen van de Schrift representerend die aan de Besnijdenis werden gegeven tijdens de periode die aan het koninkrijk vooraf gaat. De twee vissen doen denken dat er een getuigenis is voor de zonen van Cham en Jafet, die proselieten zijn in de naties.

In deze geschriften is er meer dan voldoende om de gelovige IsraŽlstrijder van Godieten te onderhouden en is een aanzienlijk overschot voor de naties. Het levert echter geen directe voorziening voor de naties, zoals wordt verondersteld aan het einde van Handelingen (28:28). Wij worden niet langer opgeroepen om het overschot te eten van IsraŽlstrijder van Godís feest (Efe. 2.19). De geschriften aan de Besnijdenis, vertegenwoordigd door de twaalf broden, zijn niet voor de naties. De Heer heeft ons een banket gegeven zoals IsraŽlstrijder van God nooit kende. Wij hebben dertien van Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí brieven, die, indien we ons er maar mee zouden verzadigen, ons weg zouden houden van zelfs maar het proeven van de restjes die zij weigeren, of proberen te kapen wat alleen aan hen toebehoort.


17 Maar zij zeggen tot Hem: "Wij hebben hier niet anders dan vijf broden en twee vissen!"
18 Hij nu zei: "Brengm ze hier bij Mij!"
19 En de scharen bevelend* zich neer te vlijen* op het gras, de vijf broden en de twee vissen nemend*, omhoog kijkend* tot in de hemel, zegent Hij. En brekend* geeft* Hij de broden aan de leerlingen, de leerlingen echter aan de scharen.
20 En zij aten allen en worden verzadigd*. En zij pakken* het overvloedig zijnde van de brokstukken op, twaalf draagmanden vol. 43 Maar zijn dienaar zeide: Wat zou ik dat aan honderd mannen voorzetten? En hij zeide: Geef aan het volk, dat zij eten; want alzo zegt de HEERE: Men zal eten en overhouden.
44 Zo zette hij het hun voor, en zij aten, en zij hielden over, naar het woord des HEEREN. (SV)
[2Kon. 4:43,44]

21 Die nu aten waren ongeveer vijfduizend mannen, los van de vrouwen en kleine jongens en meisjes.
22 En onmiddellijk dwingt* Hij Zijn °leerlingen tot in het schip in te stappen* en Hem voor te gaan tot in de overkant, totdat Hij de scharen zou wegzenden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22-23

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:45,46; JohannesJAH is genadig 6;14,15.


23 En de scharen wegzendend*, ging* Hij omhoog tot op de berg om alleen te bidden*. Toen het nu avond werd* was Hij daar alleen. En het gebeurde* nu in die įdagen dat Hij op de berg was gegaan om te bidden* en Hij was de nacht doorbrengend in het gebed van įGod.(SW)[Luc. 6:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Zijn opklimmen op de berg alleen, terwijl Zijn discipelen naar het midden van de zee gezonden worden, is een lieflijke kleine vergelijking met Zijn hemelvaart en zittin in de hemelen, terwijl Zijn discipelen overgelaten worden aan het mededogen van de naties. Niet voor niets is het woord "kwelling" hier gebruikt. Het zal niet passen bij het effect van de golven, maar is zeker een krachtige beschrijving van de te vrezen beproevingen die het deel zijn van Zijn volgelingen tijdens Zijn afwezigheid.


24 Het schip nu, reeds vele stadiŽn vanaf het land, was weg, midden in de zee, en werd gekweld door de golven, want de wind was tegengesteld. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24-27

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:47-50; JohannesJAH is genadig 6:16-20


25 Tijdens de vierde nachtwake van de nacht nu, kwam Hij naar hen toe, wandelend op de zee. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

De Romekrachtinen verdeelden de nacht in vier wachten. Er is hier een hint dat de afwezigheid van de Heer verlengd zal worden tot de morgen. Voor hen zal het nacht zijn tot de dag van de Heer aanbreekt.


26 De leerlingen nu, Hem waarnemend, wandelend op de zee, werden verontrust*, zeggend dat het een spook is. En zij schreeuwen* vaneig. vanaf °vrees. Maar verschrikt wordend en zeer bevreesd wordend, meenden zij een geest te aanschouwen.(SW)[Luc. 24:37] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

Niemand zal vragen stellen bij de feitelijke werkelijkheid van dit wonder, die zich bewust is hoe veel groter het wonder is van Zijn controle over de turbulente volken, die dreigen Zijn discipelen op te slokken tijdens Zijn afwezigheid in de hemel. Sommigen hebben gepoogd zulke wonderlijkheden uit te leggen op puur natuurlijke gronden. De natuur zelf is een voortdurend wonder, waaraan we gewend zijn geraakt. Zelfs in onze huidige verlaagde toestand, zijn er zwakke aanwijzingen van krachten die we in de opstanding zullen bezitten. Men zegt dat bewustzijn het gewicht van het lichaam vermindert. Het is zwaarder wanneer we slapen. Het zou schijnen dat een voldoende toename van de vitaliteit of kracht er van de zwaartekracht zou doen overwinnen. Dit wordt in een zeer geÔntensiveerde vorm gezien bij Zijn hemelvaart, waar Hij in de praktijk in staat was te wandelen op lucht.

Petrusrots symboliseert hier de soevereiniteit van IsraŽlstrijder van God over de woelende heidenen in die komende tijd. Zij worden bang gemaakt door de geestelijke kracht van het kwaad, uitgebeeld door de wind. Petrusrotsí roep zal de hunne zijn wanneer Hij in heerlijkheid terugkomt. Dan zal heel IsraŽlstrijder van God de naam aanroepen van de Heer en gered worden (Rom. 10:13; 11:26). Dan zal SatanTegenstander gebonden worden (Openb. 20:2), ook al gaat de wind tekeer. En dan zal de natie als geheel Hem aanbidden zoals zij nooit eerder hebben gedaan.


27 Maar meteen spreekt* įJezusJAH redt tot hen, zeggend: "Houdm moed! Ik ben het! Vreesm toch niet!"
28 En °Petrusrots, antwoordend, zei tot Hem: "Heer! Indien U het bent, beveel* mij naar U toe te komen* op de wateren."
29 Hij nu zei: "Kom!" En afdalend* vanaf het schip, wandelt* °Petrusrots op de wateren om naar °JezusJAH redt toe te komen. Die leerling dan die įJezus liefhad zegt tot įPetrus: "Het is de Heer!" Simon Petrus dan, horend* dat het de Heer is, omgordt* zich met het opperkleed, want hij was naakt, en werpt* tot zich in de zee.(SW)[Joh. 21:7]
30 Maar de sterke wind bekijkend werd hij bevreesd* en, beginnend* te zinken, schreeuwt* hij, zeggend: "Heer, red* mij!"
31 En onmiddellijk de hand uitstrekkend*, pakte* °JezusJAH redt hem vast en zegt tot hem: "Kleingelovige! Waarom aarzel* jij?" En bij Zijn komst* tot in de overkant, tot in het land van de Gergesenen, ontmoeten* Hem twee gedemoniseerden, die uit de graven kwamen, erg gevaarlijk, waardoor niemand sterk genoeg was over die weg voorbij te gaan*. (SW)[Matt. 8:28]
32 En bij hun omhoog klimmen* tot in het schip, bedaart* de wind. En wakker geschud wordend* vermaant* Hij de wind en zei* tot de zee: "Wees stil! Wees verstomd!" En de wind bedaart* en er kwam* een grote kalmte op het water. (SW)[Mar. 4:39] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32-33

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:51; JohannesJAH is genadig 6:21.


33 Zij nu in het schip aanbidden* Hem, zeggend: "Waarlijk, U bent de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker!" Jezus antwoordde* en zei tot hem: "Geloof je omdat Ik tot jou zei dat Ik jou waarnam* onder de vijgenboom? Jij zal grotere dingen dan deze zien!" (SW)[Joh. 1:50]
34 En overvarend* kwamen zij aan °land, tot in Gennesaretharp (naar de vorm van het meer). [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34-36

Vergelijk met Markuseen verdediging 6:53-56


35 En Hem herkennend vaardigen* de mannen van die °plaats af tot in heel die omliggende °streek en zij brengen* allen naar Hem toe die een kwaal hebben.
36 En zij riepen Hem op dat zij alleen het kwastje van Zijn °bovenkleding zouden aanraken*. En zovelen als aanraken* werden behouden*. horend* aangaande įJezus, in de schare komend*, raakt* van achteren Zijn įbovenkleding aan.(SW)[Mar. 5:27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

36

Zie Lukaslichtgevend 6:19

Zoals milleniale heerlijkheid volgt op de verschrikkingen van de eindtijd, zo volgt deze liefelijke scene van overvloeiende zegen op de nacht van spanning en storm. Zijn aanwezigheid verdrijft ziekte. Zij kunnen gewoon de rand van Zijn mantel aanraken. Dit is niet slechts aantonend voor het meest dagelijkse contact of een teken van de kracht van hun geloof; het had een diepere betekenis, afgeleid van JAHWEHís instructies in de wet (Num. 15:38-40). Het kledingstuk van een IsraŽlstrijder van Godiet werd omgeven door een rand of kwast, waarin een blauw lint zat. Het woord blauw is van de stam die "afmaken of voltooien" betekent. Het was om hen er aan te herinneren al Zijn inzettingen te doen. Het kan heel goed het teken van Zijn complete gehoorzaamheid zijn, speciaal van de voltooiing op Golgothaschedel. Contact met het kruis is de basis van alle zegen.







Terug naar de index.
Naar Mattheüs 15
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.