Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 15

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)



1 Dan komen er Farizeeën en schriftgeleerden tot °JezusJAH redt vanaf Jeruzalemstad van (de god) Salem - vredestichter, zeggend: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-6

Vergelijk met Markuseen verdediging 7:1-13

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Onze Heer kwam om de wet te vervullen. Wanneer Hij iets leerde dat anders scheen te zijn dan de inzettingen er van, was dat omdat Hij boven de wet stond. Hij kon die meer doorzoekend maken (5:27-48). Als tempel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker konden Hij en allen in zijn aanwezigheid de sabbat schenden (12:1-8). Nu, echter, heeft Hij de opdracht de mondelinge voorschriften te overtreden die de rabbijnen niet alleen aan de wet hadden toegevoegd, maar in feite boven de wet stelden. Eigenlijk, hoewel zij Zijn suprematie boven Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen verwierpen, matigden ze het zichzelf aan. Hun keuze voor een test is voor hen zeer ongelukkig. Hoewel ze hypocriet druk bezig waren met de ceremoniŽle reiniging van hun handen, ontwijdden ze zichzelf met hun monden en allen rond hen met gedachten die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker onteerden. De Heer viel hen niet aan op het onderwerp van het wassen voor maaltijden. Hij kan dat een onschuldig ritueel gevonden hebben, waaraan je voldoet of niet, volgens de fijnere dictaten van beleefdheid. Maar Hij valt hen wel aan op de gedachte dat een traditie bindend is, en dat Hij of de Zijnen verplicht waren te handelen naar enig menselijk voorschrift. Dus koos Hij een van hun tradities, die niets minder was dan een poging om aan hun wettelijke verplichtingen te ontsnappen, en legt hun hypocrisie bloot door hun eigen voorschriften te stellen boven de goddelijke verordeningen. Zij noemden het een "heg rond de wet", maar het was een dolksteek in de onthulde wil van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Het bewaakte de wet niet, maar verklaarde die weg. Zijn wet was rechtvaardig en goed. Hun verdraaiingen er van waren onrechtvaardig en slecht.

Het vijfde gebod was een zeer weldadige voorziening voor zowel ouders als kinderen. Het is een teken van de degeneratie van onze tijden dat er weinig eer wordt getoond aan vader en moeder. De wet besloot hiermee de ouderlijke controle van tijd of talent. De enige manier om dit te voorkomen was te eisen dat het toegewijd was aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, de Enige Die vereist had dat het opgedragen werd aan ouders! De "korban" of naderingsgeschenk was een offer dat bedoeld was om de gunst van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te winnen. Ze dachten Hem te kunnen chanteren met de resultaten van hun ongehoorzaamheid aan Zijn woord! Dezelfde principes gelden voor alle tijden. Te gehoorzamen is beter dan te offeren, opletten beter dan het vet van rammen (Jes. 15:22). Laat niemand menen dat Hij een genoegen heeft aan hun offers, of het nu een succes in dienstbetoon is of zelfs lijden ten behoeve van Hem, indien het niet in de meest volkomen overeenstemming is met Zijn wil. Het is een van de meest verraderlijke en misleidende misvattingen te denken dat, aangezien Zijn genade aan zulk kwaad voorbij gaat, en er zegeningen door zendt, het Zijn goedkeuring wegdraagt. Laten we geen voordeel halen uit Zijn genade of al te zeer vertrouwen op Zijn liefde. Dat is niet de leiding van Zijn Geest. Onze Heer stelt niet alleen de offers van ongehoorzame zonen aan de kaak, maar wijst regelrecht de leer af dat besmetting komt door ongewassen handen.


2 "Vanwege wat overtreden uw °leerlingen de overlevering van de oudsten? Want zij wassen de handen niet wanneer ook maar zij brood zullen eten." De FarizeeŽr nu, het waarnemend, verwondert zich dat Hij niet eerst voor de middagmaaltijd gedoopt* wordt.(SW)[Luc.11:38]
3 Hij nu, antwoordend, zei tot hen: "Vanwege wat overtreden ook jullie het voorschrift van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker vanwege jullie °overlevering?
4 Want °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zei: 'Eerm de vader en de moeder, en wie kwaad spreekt over vader of moeder, laat hem overlijden tot de dood.' Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft. (SV)[Ex. 20:12] - Wie ook zijn vader of zijn moeder vloekt, die zal zekerlijk gedood worden. (SV)[Ex. 21:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Zie Exodus 20:12; 21:17


5 Maar jullie zeggen: 'Wie ook maar tot de vader of tot de moeder zal zeggen: Een naderingsgeschenk is wat jullie als baat vanuit mij zullen hebben, zal zijn °vader niet eren.'
6 En jullie maken* het woord van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker ongeldig vanwege jullie °overlevering.
7 Huichelaars! Jesajaheil is JAH profeteert* op ideale wijze aangaande jullie, zeggend: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7-9

Vergelijk met Markuseen verdediging 7:6-8


8 'Dit °volk eert Mij met de lippen, maar hun °hart is op een afstand, weg van Mij. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

Zie Jesajaheil is JAH 29:13, Septuagint


9 Maar op zinloze wijze vereren zij Mij, onderwijzingen onderwijzend die instructies zijn van mensen.'" Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, maar hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn; (SV)[Jes. 29:13]
10 En de schare tot Zich roepend*, zei Hij tot hen: "Hoorm en begrijpm! [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10-20

Vergelijk met Markuseen verdediging 7:14-23


11 Niet wat tot in de mond binnen komt ontwijdt de mens, maar wat vanuit de mond uitgaat, dit ontwijdt de mens."
12 Dan, naderend, zeggen de leerlingen tot Hem: "Heeft U waargenomen dat de Farizeeën, het woord horend*, verstrikt* worden?"
13 Hij nu, antwoordend, zei: "Elke plant die Mijn °Vader, de hemelse, niet plant*, zal ontworteld worden.
14 Laat hen gaan! Zij zijn blinden, gidsen van blinden! In het geval nu dat een blinde een blinde de weg zal leiden, zullen zij beiden tot in de kuil vallen." Bovendien heb jij de overtuiging zelf gids van blinden te zijn, licht van hen in duisternis, (SW)[Rom. 2:19] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

Zie Jesajaheil is JAH 9:16; Maleachi 2:7; Lukaslichtgevend 6:39


15 Antwoordend nu zei °Petrusrots tot Hem: "Verklaar* aan ons de parabel." Zijn įleerlingen nu stelden Hem een vraag: "Wat moge deze įparabel zijn?" (SW)[Luc. 8:9]
16 Maar Hij zei: "Zijn jullie ook nu nog onintelligent?
17 Verstaan jullie nog niet dat al het tot in de mond binnen gaande tot in de buikholte een plaats inneemt en tot in een latrine wordt uitgeworpen?
18 Maar wat uitgaat vanuit de mond komt vanuit het hart en dat ontwijdt de mens. 34 Voortbrengsels van slangen, hoe kunnen jullie goede dingen spreken, boosaardig zijnde, want uit de overvloed van het hart spreekt de mond.
35 De goede mens trekt uit de goede schat goede dingen en de boosaardige mens haalt boze dingen uit de boosaardige schat. (SW)
[Matt. 12:34,35]

19 Want vanuit het hart komen boosaardige redeneringen uit, moorden, echtbreuken, ontuchten, dieverijen, leugenachtige getuigenverklaringen, lasteringen. 9 Ik schrijf* jullie in de brief geen omgang te hebben met ontuchtige mannen, 10 en geheel en al niet met de ontuchtige mannen van deze įwereld, of met de hebzuchtigen en roofzuchtigen, of afgodendienaars, want anders waren jullie verschuldigd vanuit de wereld uit te komen. 11 Maar nu schrijf* ik jullie geen omgang te hebben met iemand die, in het geval dat hij broeder genoemd wordt, een ontuchtige man, of hebzuchtige, of afgodendienaar, of schelder, of dronkaard, of roofzuchtige zal zijn, met zulken zelfs niet samen te eten. (SW)[1Kor. 5:9-11]
20 Deze dingen ontwijden de mens, maar het met ongewassen handen eten ontwijdt de mens niet."
21 En van daar uitkomend, trekt* °JezusJAH redt Zich terug tot in de delen van °Tyrus?rots en °Sidonvisserij (-stad). [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Vergelijk met Markuseen verdediging 7:24-30.

Het voorval met de Kanaplaats van rietšnitische vrouw is voor ons van weergaloos belang, want het toont duidelijk aan wat de status was van de naties in de bediening van onze Heer. Haar fouten zijn zeer instructief. De naties hebben geen deel in de Zoon van Davidgeliefde. Hij is IsraŽlstrijder van Godís koning. Hoe vaak ze ook de Zoon van Davidgeliefde smeekt, Hij antwoordt haar met geen woord. Laat niemand menen dat Zijn hart niet geraakt werd of dat Hij niet genadevol wilde zijn. Ze was door de verkeerde deur gekomen. Toch wil Hij haar niet wegzenden. Tenslotte vertelt Hij haar waarom Hij haar niet kan helpen. De Zoon van Davidgeliefde, de persoon die ze benaderde, heeft geen opdracht buiten de natie IsraŽlstrijder van God. Een oosterse koning wordt geacht de vader van zijn volk te zijn. Zij zijn zijn kinderen. De Kanaplaats van rietšnitische vrouw had geen recht op Zijn overvloed.

Dit is de sleutel tot ChristusGezalfdeí aardse missie. Hij was een Dienaar van de Besnijdenis, niet van de Onbesnedenheid (Rom. 15:8). Tijdens Zijn bediening hadden de naties zelfs niet de plaats die zij ontvingen in de Pinkstertijd, toen, na veel voorbereiding, de apostelen geleerd werd dat proselieten, zoals Corneliusvan een hoorn, een beetje konden delen in IsraŽlstrijder van Godís geestelijke zegeningen (Hand. 10). Later, in AntiochŽ in PisidiŽbergachtige streek in GalatiŽ, in Klein AziŽ, werd door Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine de deur geopend voor enkelen die geen proselieten waren (Hand. 13:46,47). Maar het duurde tot het einde van de Handelingentijd dat de redding van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker rechtstreeks gezonden wordt naar de naties (Hand. 28:29). De tweede helft van het tweede hoofdstuk van Efezetoegestaan (2:11-22) is een uitgebreide verklaring die laat zien dat, in de huidige bedeling van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkerís genade, de naties niet langer de mindere plaats innemen die hen in Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí vroegere bediening was toegewezen.

ChristusGezalfde is Heer van allen (Hand. 10:36). Onder deze titel viel zelfs de Kanaplaats van rietšnitische vrouw onder Zijn rechtsbevoegdheid. Ze aanbidt en ze roept om hulp. Maar zelfs zo is ze in het geheel niet op gelijke voet met de begunstigde natie. Voor haar zijn er alleen de restjes. Als ze de positie van een hond wil innemen, kan ze een beetje van het overschot krijgen. Dit is de plaats die wij, heidenen, hebben in de bediening van ChristusGezalfde. Onze positie werd verbeterd in de daarop volgende Pinkstertijd. Maar het was tot Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí gevangenneming dat we nabij gebracht werden en de familie van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker binnen gingen (Efe. 2: 18-19). Tot dan waren we nog steeds gasten aan IsraŽlstrijder van Godís tafel, misschien wel puppies er onder.


22 En neem waar, een Kanašnpurper (-land)itische vrouw, uitkomend* vanaf de °grensgebieden, schreeuwde, zeggend: "Ontferm* U over mij, Heer, Zoon van Davidgeliefde! Mijn °dochter wordt op kwalijke wijze demonisch gedreven!" 38 En hij roept* om hulp, zeggend: "Jezus, Zoon van David, ontferm* U over mij!" [Matt. 9:27] 39 En die voorop gaan vermaanden hem, opdat hij stil zou zijn. Maar hij schreeuwde des te meer: " Jezus, Zoon van David, ontferm* U over mij!" (SW)[Luc. 18:38,39]
23 Maar Hij antwoordde* haar met geen woord. En Zijn leerlingen, naar Hem toe komend, vroegen Hem, zeggend: "Zend* haar weg, want zij schreeuwt achter ons."
24 Hij nu, antwoordend, zei: "Ik werd niet afgevaardigd* anders dan tot de verloren zijnde °schapen van het huis van IsraŽlstrijder van God!" maar ga veeleer naar de verloren schapen van het huis van IsraŽl.. (SW)[Matt. 10:6]
25 Maar zij, komend, aanbidt* Hem, zeggend: "Heer! Help mij!"
26 Maar Hij, antwoordend, zegt: "Het is niet ideaal het brood van de kinderen te nemen*, en het voor de hondjes te werpen."
27 Maar zij zei*: "Ja, Heer! Want ook de hondjes eten vanaf de kruimeltjes die vanaf de tafel van hun °heren vallen."
28 Dan, antwoordend, zei °JezusJAH redt tot haar: "O, vrouw! Groot is jouw °geloof! Laat voor jou gebeuren zoals jij wil!" En haar °dochter werd gezond gemaakt* vanaf dat °uur. Jezus nu, dit horend*, verwondert* Zich en zei*: "Amen, Ik zeg tot jullie, bij niemand vond* Ik in įIsraŽl zoveel geloof!(SW)[Matt. 8:10] - En įJezus zei* tot de hoofdman over honderd: "Ga! Zoals jij gelooft*, laat het zo voor jou gebeuren*!" En zijn įjongen werd in dat įuur gezond gemaakt*. En de hoofdman over honderd keerde terug tot in zijn huis. In hetzelfde uur vond hij zijn jongen gezond zijnde. (SW)[Matt. 8:13]
29 En van daar verder gaand*, kwam °JezusJAH redt bij de zee van Galileakring. En omhoog gaande* tot op de berg zat* Hij daar. En de grensgebieden van Tyrus weer verlatend*, kwam* Hij via Sidon bij de zee van Galilea, omhoog, in het midden van de grensgebieden van Decapolis.(SW)[Mar. 7:31] - De scharen nu waarnemend* steeg* Hij de berg op en toen Hij gezeten* was kwamen* Zijn leerlingen naar Hem toe. (SW)[Matt. 5:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29-31

Vergelijk met Markuseen verdediging 7:21-27


30 En er kwamen tot Hem* vele scharen, bij zich hebbend kreupelen, blinden, doofstommen, verminkten en vele anderen, en zij gooien* hen bij Zijn °voeten en Hij geneest* hen,
31 zodat de schare zich verwondert*, bekijkend hoe doofstommen spreken, verminkten gezond worden en kreupelen wandelen en blinden kijken. En zij verheerlijken* de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van IsraŽlstrijder van God. En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggend: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken (SV)[Mar. 7:37]
32 °JezusJAH redt nu, Zijn °leerlingen tot Zich roepend*, zei: "Ik ben met mededogen bewogen over de schare, omdat zij reeds drie dagen bij Mij blijven en zij hebben niets dat zij zullen eten. En Ik wil hen niet, niet gegeten hebbend, wegzenden*, opdat zij niet op de weg zullen bezwijken." En uitgaande* nam* Hij een talrijke schare waar en Hij werd met mededogen over hen bewogen*, omdat zij als schapen waren die geen herder hebben. En Hij begint* hen vele dingen te onderwijzen.(SW)[Mar. 6:34] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32-39

Vergelijk met Markuseen verdediging 8:1-10

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32

Het voeden van de vier duizend bij deze gelegenheid is het complement van Zijn eerdere wonder, toen vijfduizend verzadigd werden (14:16). Erwakend (is Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker) zijn twee grote lessen uit te leren, die alleen onderscheiden kunnen worden door zorgvuldig de twee te vergelijken. Als een teken maken de zeven broden, toegevoegd aan de vijf, twaalf, war overeenkomt met de geestelijke voorziening voor IsraŽlstrijder van God gedurende hun verblijf in de wildernis of voordat ze het koninkrijk binnen gaan. De vijf broden zijn voor IsraŽlstrijder van God in het verleden, zijnde de eerste drie verslagen van het leven van onze Heer, Handelingen en HebreeŽn. JohannesJAH is genadigí verslag werd waarschijnlijk later geschreven en is voor het koninkrijk zelf. De pauze tussen de twee wonderen geeft de periode aan van IsraŽlstrijder van Godís verstrooiing. De zeven broden zijn de zeven brieven die geleverd werden voor hun voeding aan het einde van deze aion. Jakobushielenlichter 1 en 2 Petrusrots, de drie brieven van JohannesJAH is genadig, en Judaslof zullen hun manna zijn in de tijd van het einde.

De nood was bij deze gelegenheid veel grote, want de menigte was al drie dagen zonder voedsel. Ze waren zwak en in gevaar van instorting. Deze omstandigheden zullen in IsraŽlstrijder van God herhaald worden in de komende tijd. Dan zullen de gelovigen blij zijn de brieven van de Besnijdenis ten nutte te kunnen maken, die voldoen aan hun behoeften en hun verlangens bedienen.

Het is voor ons pure roverij om deze voorziening van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkerís verbondsvolk weg te nemen. Zouden we hun geestelijke voorziening kapen, dan zal het zeker niet hun voorraad doen afnemen, maar het zal onze eigen vreugde over de allesoverstijgende afdoendheid die ons in Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleineí brieven geleverd wordt doen afnemen, want we kunnen niet onze eigen rijkdommen op prijs stellen, terwijl we die van hen gappen.


33 En de leerlingen zeggen tot Hem: "Waar vandaan in deze eenzame streek zijn zoveel broden voor ons om zo'n grote schare te verzadigen*?"
34 En °JezusJAH redt zegt tot hen: "Hoeveel broden hebben jullie?" En zij zeiden*: "Zeven, en enkele visjes."
35 En de schare opdracht gevend* achterover te leunen op de aarde,
36 nam Hij de zeven broden en de vissen, en dankend* brak* Hij ze en gaf ze aan de leerlingen, maar de leerlingen aan de scharen.
37 En zij aten allen en worden verzadigd*. En het overvloedig zijnde van de brokstukken pakken* zij op, zeven manden vol.
38 Dezen nu, etend, waren ongeveer vierduizend mannen, los van de vrouwen en de kleine jongens en meisjes.
39 En de scharen wegzendend*, stapte* Hij in tot in het schip en kwam tot in de grensgebieden van MagadanMagadan = toren .





Terug naar de index.
Naar Mattheüs 16
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.