Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 26

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Klik op "Commentaar", dan ziet u een stukje tekst dat slaat op dit stukje
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)


1 En het gebeurde*, wanneer °JezusJAH redt al deze °woorden tot een einde brengt*, dat Hij al deze woorden tot Zijn °leerlingen zei:
2 "Jullie hebben waargenomen dat na twee dagen het Paschahet paasmaal wordt en de Zoon van de mens wordt overgeleverd om te worden gekruisigd*." Spreekt tot de ganse vergadering van Israël, zeggend: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
4 Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
5 Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
6 En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden.
7 En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
8 En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
9 Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
10 Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
11 Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha. (SV)
[Ex. 12:3-11]
- 18 "neem waar, wij gaan omhoog naar Jeruzalem, en de Zoon van de mens zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en schriftgeleerden, en zij zullen Hem tot de dood veroordelen. 19 En zij zullen Hem overleveren aan de naties om te bespotten* en te geselen* en te kruisigen*. En in de derde dag zal Hij gewekt worden." (SW)[Matt. 20:18,19]
3 Op dat moment werden de hogepriesters en de oudsten van het volk verzameld* tot in de hof van de hogepriester die Kajafasals bevallig wordt genoemd.
4 En zij beraden* zich gezamenlijk opdat zij °JezusJAH redt met list zouden vatten en zij Hem zullen doden.
5 Maar zij zeiden: "Niet tijdens het feest, opdat er geen rumoer zal gebeuren onder het volk."
6 Bij de komst nu van °JezusJAH redt in BetaniëBetanië = huis der vijgen , in het woonhuis van Simongehoord (heeft JAH), de melaatse,
7 kwam een vrouw tot Hem, die een albasten kruikje met zalfolie van hoge waarde had. En zij goot* deze neer over Zijn °hoofd, toen Hij aan tafel aanlag. 37 En neem waar, een vrouw die in de stad was, een zondares. En te weten komend dat Hij neerligt in het woonhuis van de Farizeeër, een albasten kruikje met zalfolie ophalend* [Matt. 26:7] 38 en achter Hem staande*, bij de voeten van ° Jezus, huilend, begint* zij met °tranen Zijn °voeten te beregenen. En met de haren van haar °hoofd droogde zij ze af en zij kuste met genegenheid Zijn °voeten en zij smeerde ze in met de zalfolie. (SW)[Luc. 7:37,38]
8 Dit nu waarnemend, ergeren* Zijn °leerlingen zich, zeggend: "Waarom deze °verspilling?
9 Want dit kon voor veel verhandeld* worden en aan de armen gegeven* worden."
10 Dit nu wetend zei °JezusJAH redt tot hen: "Waarom verschaffen jullie de vrouw moeiten? Want zij werkt* een ideaal werk in Mij!
11 Want de armen hebben jullie altijd bij jullie, maar Mij hebben jullie niet altijd. Want de arme zal niet ophouden uit het midden des lands; daarom gebiede ik u, zeggend: Gij zult uw hand mildelijk opendoen aan uw broeder, aan uw bedrukten en aan uw armen in uw land. (SV)[Deut. 15:11]
12 Want zij, deze zalfolie op Mijn °lichaam werpend, doet* dit voor Mijn °ter aarde bestellen*.
13 Amen! Ik zeg tot jullie: Waar ook maar dit °evangeliegoede bericht geproclameerd zal worden, tot in de hele wereld zal ook wat deze doet* tot haar aandenken gesproken worden."
14 Op dat moment, weggegaan zijnde, sprak één van de twaalf, die Judalofs Iskariotman uit Keriot genoemd wordt, tot de hogepriesters.
15 Hij zei: "Wat willen jullie mij geven, opdat ik Hem aan jullie zal overleveren?" En zij doen dertig zilverstukken voor hem staan*. Want ik had tot henlieden gezegd: Indien het goed is in uw ogen, brengt mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben mijn loon gewogen, dertig zilverlingen. (SV)[Zach. 11:12]
16 En vanaf dat moment zocht hij een goede gelegenheid opdat hij Hem zal overleveren.
17 Tijdens de eerste dag van de ongezuurde broden nu kwamen de leerlingen tot °JezusJAH redt, zeggend: "Waar wil U dat wij voor u zouden gereedmaken om het Paschahet paasmaal te eten?" 15 Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israël.
16 En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
17 Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
18 In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.
19 Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
20 Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten. (SV)
[Ex. 12:15-20]

18 Hij nu zei: "Gam heen tot in de stad, naar °die en die, en zeg*m tot hem: 'De Leraar zegt, Mijn °tijdstip is nabij. Bij jou houd Ik het Paschahet paasmaal met Mijn °leerlingen.'"
19 En de leerlingen doen* zoals °JezusJAH redt het met hen afspreekt en zij maken* het Paschahet paasmaal gereed.
20 En, avond wordend, lag* Hij aan tafel aan met de twaalf leerlingen.
21 En terwijl zij aten, zei Hij: "Amen! Ik zeg tot jullie dat één vanuit jullie Mij zal overleveren."
22 En enorm bedroefd zijnde begon* een ieder van hen tot Hem te zeggen: "Ik ben het toch niet, Heer?"
23 Hij nu zei, antwoordend: "Die met Mij de hand in het kommetje doopt*, deze zal Mij overleveren. Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan. (SV)[Psalm 41:8]
24 De Zoon van de mens gaat inderdaad heen, zoals aangaande Hem geschreven is, maar wee die °mens door wie de Zoon van de mens wordt overgeleverd. Het was ideaal voor Hem indien die °mens niet werd geboren*!"
25 Antwoordend nu zei Judaslof, die Hem overleverde: "Ik ben het toch niet, RabbiLeraar of meester?" °JezusJAH redt zegt tot hem: "Jij zegt* het."
26 Terwijl zij eten, neemt °JezusJAH redt brood en zegenend* breekt* Hij het. En gevend aan de leerlingen zei Hij: "Neem*m, eet, dit is Mijn °lichaam."
27 En de drinkbeker nemend en dankend*, geeft Hij deze aan hen, zeggend: "Drink*m allen vanuit hem,
28 want dit is Mijn °bloed van het nieuwe verbond, het aangaande velen vergoten wordend, tot in het laten gaan van zonden. De drinkbeker van de zegening, die wij zegenen, is dat niet gemeenschap van het bloed van de Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet gemeenschap met het lichaam van de Christus? (SW)[1Kor. 10:16] - Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; (SV)[Jer. 31:31]
29 Nu zeg Ik tot jullie: 'Ik zal vanaf dit moment niet drinken vanuit dit °voortbrengsel van de wijnstok, tot die °dag, wanneer ook maar Ik het met jullie nieuw zal drinken in het koninkrijk van Mijn °Vader.'"
30 En lofzingend* kwamen zij uit tot op de Olijfbergeen bergrug ten oosten van Jeruzalem.
31 Dan zegt °JezusJAH redt tot hen: "Jullie zullen allen in deze °nacht in Mij verstrikt worden, want het is geschreven: 'Ik zal de herder slaag geven en de schapen van de kudde zullen uiteen gestrooid worden.' Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. (SV)[Zach. 13:7]
32 Maar na Mijn gewekt* worden zal Ik jullie voorgaan tot in °Galileakring." 7 En ga* snel, zeggen* jullie tot Zijn °leerlingen dat Hij werd gewekt* uit de doden. En neem waar, Hij gaat jullie voor tot in Galilea. Daar zullen jullie Hem zien. neem waar, ik zei* het jullie!"... 16 De elf leerlingen nu gingen* tot in °Galilea, op de berg waar °Jezus hen verordent*. (SW)[Matt. 28:7,16]
33 Maar °Petrusrots, antwoordend, zei tot Hem: "Indien ook allen in U verstrikt zullen worden, ik zal nooit verstrikt worden!"
34 °JezusJAH redt zei* met nadruk tot hem: "Amen! Ik zeg tot jou dat in deze °nacht, voordat de haan kraait*, jij Mij drie maal zal verloochenen." 25 Simon Petrus nu stond en warmde zich. Zij dan zeiden tot hem: "Ben jij ook niet van zijn °leerlingen?" Deze ontkent* en zei: "Ik ben het niet." 26 Eén van de slaven van de hogepriester, verwant zijnde aan die Petrus de oorschelp afhakt*, zegt: "Nam* ik jou niet waar in de tuin, met hem?" 27 Dan ontkent* Petrus weer en onmiddellijk kraait* een haan.(SW)[Joh. 18:25-27]
35 °Petrusrots zegt tot Hem: "Zelfs indien het mij zal binden samen met U te sterven, zal ik U niet verloochenen!" Evenzo zeiden ook al de leerlingen.
36 Dan komt °JezusJAH redt met hen bij een stuk grond genaamd Getsemaneolijvenpers. En Hij zegt tot Zijn °leerlingen: "Gam zitten* zodat Ik, wegkomend, daar zal bidden." Deze dingen zeggend, kwam Jezus uit met Zijn °leerlingen aan de overkant van de winterbeek van de Kidron, waar ook een tuin was waarin Hij binnen kwam, Hij en Zijn °leerlingen.(SW)[Joh. 18:1]
37 En °Petrusrots en de twee zonen van ZebedeüsZebedeüs = JAH schenkt (griekse vorm van Zebadja) meenemend, begint* Hij bedroefd te worden en gedeprimeerd te zijn. En na zes dagen neemt °Jezus °Petrus en °Jakobus en °Johannes, Zijn broer, mee en brengt hen omhoog op een hoge berg, alleen. (SW)[Matt. 17:1]
38 Dan zegt Hij tot hen: "Mijn °ziel is diep bedroefd, tot de dood. Blijf*m hier en waakm met Mij."
39 En een klein stukje verder komend, valt* Hij op Zijn gezicht, biddend en zeggend: "Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze °drinkbeker aan Mij voorbij gaan. Evenwel niet zoals Ik wil, maar zoals U wil." 7 Die in de dagen van Zijn vlees zowel smeekbeden als smekingen, met luidkeels sterk roepen en met tranen, aanbiedt* aan Hem Die Hem kan redden vanuit de dood, ook verhoord wordend vanaf de toewijding. 8 Hoewel Zoon zijnde, leerde Hij °gehoorzaamheid door wat Hij leed. (SW)[Hebr. 5:7,8]
40 En Hij komt bij de leerlingen en vindt hen sluimerend. En Hij zegt tot °Petrusrots: "Is het zo, zijn jullie niet zo sterk dat je één uur met Mij kunt waken?
41 Waakm en bidm dat jullie niet binnen zullen komen tot in beproeving! De geest is inderdaad bereidwillig, maar het vlees is zwak." en laat aan ons de zonden van ons gaan, want ook wijzelf laten elke aan ons verschuldigd zijnde gaan.(SW)[Luc. 11:4]
42 Weer wegkomend vooreig. vanuit de tweede keer, bidt* Hij, zeggend: "Mijn Vader, indien dit niet aan Mij voorbij kan gaan, anders dan dat Ik zal drinken, laat de wil van U gebeuren!" Het koninkrijk van U, laat het komen! De wil van U, laat ze gebeuren, zoals in de hemel en ook op de aarde.(SW)[Matt. 6:10]
43 En weer terug komend, vond Hij hen sluimerend, want hun °ogen waren bezwaard.
44 En hen latend, weer wegkomend, bidt* Hij vooreig. vanuit de derde keer, weer hetzelfde woord zeggend. Ten behoeve van dit riep* ik drie maal de Heer aan, dat hij afstand van mij zou nemen. (SW)[2Kor. 12:8]
45 Dan komt Hij naar de leerlingen toe en zegt tot hen: "Sluimerm verder en rust. Neem waar, want het uur is genaderd en de Zoon van de mens wordt overgeleverd tot in de handen van zondaars. °Jezus nu antwoordt hen, zeggend: "Het uur is gekomen opdat de Zoon van de mens verheerlijkt zou worden. (SW)[Joh. 12:23] - Bij hun samenzijn in °Galilea nu, zei* °Jezus tot hen: "De Zoon van de mens staat op het punt overgeleverd te worden tot in de handen van mensen, (SW)[Matt. 17:22]
46 Komm overeind, opdat wij zullen gaan! Neem waar, die Mij overlevert is genaderd." Maar opdat de wereld zal weten* dat Ik de Vader liefheb en zoals de Vader Mij instructie geeft, zo doe Ik. Kom overeind! Wij zullen hier vandaan gaan."(SW)[Joh. 14:31]
47 En nog terwijl Hij spreekt, neem waar, Judaslof, één van de twaalf, kwam en met hem een talrijke schare met zwaarden en stokken, vanaf de hogepriesters en oudsten van het volk.
48 Hij nu die Hem overlevert geeft* aan hen een teken, zeggend: "Wie ik zal kussen, hij is het. Vat*m hem."
49 En onmiddellijk bij °JezusJAH redt komend, zei hij: "Verheug U, RabbiLeraar of meester!" En hij kust* Hem met genegenheid.
50 Maar °JezusJAH redt zei tot hem: "Kameraad, voor wat ben jij aanwezig?" Dan, naar Hem toe komend, wierpen zij de handen op °JezusJAH redt en zij vatten* Hem.
51 En neem waar, één van die bij JezusJAH redt waren, de hand uitstrekkend*, rukt* zijn °zwaard los en geeft* de slaaf van de hogepriester een slag. Hij slaat* diens °oorschelp af. Zij dan leiden °Jezus van Kajafas tot in het pretorium. Het was nu vroeg in de morgen en zij kwamen niet binnen tot in het pretorium, opdat zij niet verontreinigd zullen worden, maar het Pascha zouden eten*.(SW)[Joh. 18:26]
52 Dan zegt °JezusJAH redt tot hem: "Keer* jouw °zwaard af tot in haar plaats, want allen die het zwaard nemen, zullen in het zwaard omkomen. Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt. (SV)[Gen. 9:6]
53 Of meen jij dat Ik niet Mijn °Vader kan oproepen* en zal Hij Mij niet op dit moment meer dan twaalf legioenen boodschappers terzijde doen staan?
54 Hoe zullen dan de Geschriften vervuld worden? Want zo moet het gebeuren!"
55 In dat uur zei °JezusJAH redt tot de scharen: "Zoals tegen een rover komen* jullie uit met zwaarden en stokken om tezamen Mij te grijpen. Dagelijks was Ik gezeten* in de gewijde plaats, jullie onderwijzend, en jullie vatten* Mij niet. En Hij onderwees dagelijks in de gewijde plaats, maar de hogepriesters en de schriftgeleerden en de voornaamsten van het volk zochten Hem om te brengen*.(SW)[Luc. 19:47]
56 Dit geheel nu is gebeurd opdat de Geschriften van de profeten vervuld zullen worden." Dan vluchtten al de leerlingen, Hem verlatend. Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. (SV)[Zach. 13:7]
57 Die nu °JezusJAH redt vatten*, leidden Hem weg naar Kajafasals bevallig, de hogepriester, waar ook de schriftgeleerden en de oudsten verzameld* werden.
58 °Petrusrots nu volgde Hem vanaf veraf, tot bij de hof van de hogepriester, en binnenkomend zat* hij binnen bij de assistenten om het einde waar te nemen.
59 En de hogepriesters en de oudsten en het hele Sanhedrinraadsvergadering zochten een leugenachtige getuigenverklaring tegen °JezusJAH redt, zodat zij Hem ter dood zouden brengen.
60 En zij vonden het niet. En vele leugenachtige getuigen benaderend vonden zij niets. Maar erna kwamen er twee leugenachtige getuigen,
61 zeggend: "Hij zei* met nadruk: 'Ik kan de tempel van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker slopen* en gedurende drie dagen hem bouwen*'." Want wij hebben van hem gehoord, zeggend dat Jezus, de Nazoreeër, deze °plaats zal slopen en de gebruiken zal veranderen die Mozes aan ons overlevert*." (SW)[Hand. 6:14]
62 En opstaande* zei de hogepriester tot Hem: "Beantwoordt u niets van wat dezen tegen u getuigen?"
63 Maar °JezusJAH redt was stil en de hogepriester zei, antwoordend, tot Hem: "Ik bezweer u dringend bij de levende °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker dat u ons zal zeggen of u de ChristusGezalfde bent, de Zoon van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker." Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; maar Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. (SV)[Jes. 53:7] - En antwoordend* zei* Simon Petrus: "U bent de Christus, de Zoon van de levende °God!" (SW)[Matt. 16:16]
64 °JezusJAH redt zegt tot hem: "U zegt* het. Evenwel zeg Ik tot jullie: vanaf dit moment zullen jullie de Zoon van de mens zien, zittend aaneig. vanuit de rechterkanten van de macht en komend op de wolken van de hemel." Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. (SV)[Psalm 110:1] - Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. (SV)[Dan. 7:13]
65 Dan scheurt* de hogepriester zijn °bovenkleding door, zeggend: "Hij lastert*! Waarom hebben wij nog behoefte aan getuigen? Neem waar, nu horen* jullie Zijn °lastering!
66 Wat denken jullie?" En zij nu, antwoordend, zeggen: "Hij is de dood gedoemd." En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden. (SV)[Lev. 24:16]
67 Dan spuwen* zij tot in Zijn °gezicht en zij slaan* Hem met vuisten. De anderen echter geven* slagen in het gezicht, Ik geef Mijn rug dengenen, die Mij slaan, en Mijn wangen dengenen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel. (SV)[Jes. 50:6]
68 zeggend: "Profeteer* voor ons, ChristusGezalfde, wie is het die jou raakt*?"
69 °Petrusrots nu zat* buiten, in de hof, en één dienstmeisje kwam tot hem, zeggend: "Ook jij was met JezusJAH redt, de Galileër!"
70 Maar hij ontkent* vlak voor hen allen, zeggend: "Ik heb niet waargenomen wat jij zegt!"
71 Maar buiten komend tot in het poortgebouw, nam een ander meisje hem waar en zij zegt tot hen daar: "Ook deze was met JezusJAH redt, de Nazoreeëruit Nazaret."
72 En weer ontkent* hij met een eed: "Ik heb de mens niet waargenomen!"
73 Na een kleine tijd, echter, naderden die daar stonden en zeiden tot °Petrusrots: "Waarlijk, ook jij bent vanuit hen, want ook jouw spreken maakt jou duidelijk."
74 Dan begint* hij te verdoemen en te zweren: "Ik heb de mens niet waargenomen!" En onmiddellijk kraait* een haan.
75 En °Petrusrots wordt herinnerd* aan de uitspraak van JezusJAH redt, waarin Hij tot hem uitsprak dat "Voordat dan de haan kraait*, zal jij Mij drie maal verloochenen." En naar buiten komend huilt* hij op bittere wijze. En meteen, voor de tweede keer, kraait* een haan. En °Petrus denkt* terug aan de uitspraak die °Jezus tot hem zei*: "Voordat een haan twee maal kraait*, zal jij Mij drie maal verloochenen." En zijn hoofd omhullend* huilde hij.(SW)[Mar. 14:72]





Terug naar de index.
Naar Mattheüs 27
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.