Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 27

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Toen het nu vroeg in de morgen werd, hielden al de hogepriesters en de oudsten van het volk een beraadslaging tegen °JezusJAH redt, om Hem ter dood te kunnen brengen*. En toen het dag werd*, werd de raad van oudsten van het volk verzameld*, zowel hogepriesters als schriftgeleerden. En zij leidden Hem weg tot in hun °Sanhedrin, zeggend:(SW)[Luc. 22:66] - En naar buiten komend*, hielden de Farizeeën met de Herodianen meteen een beraadslaging tegen Hem, zodat zij Hem zouden ombrengen*.(SW)[Mar. 3:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-2

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:1; Lukaslichtgevend 23:1; JohannesJAH is genadig 18:28-32.

Zie Psalm 2:2.


2 En Hem bindend*, leidden zij Hem weg en leverden* zij Hem over aan Pontiusvan de zee Pilatusmet een speer, de gouverneur.
3 Dan nam Judaslof, die Hem overleverde, waar dat Hij veroordeeld* werd. Spijt hebbend keert* hij de dertig zilverstukken af aan de hogepriesters en de oudsten, 14 Op dat moment, weggegaan* zijnde, zei een van de twaalf, die Judas Iscariot genoemd wordt, tot de hogepriesters: 15 "Wat willen jullie mij geven*, opdat ik Hem jullie zal overleveren?" En zij doen* dertig zilverstukken voor hem staan. (SW)[Matt. 26:14,15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3-8

De hogepriesters, door het land te kopen dat tevoren door Judalofs was verkregen, maar niet was betaald (Hand. 1:16-19), voegen zich bij de verrader van onze Heer in een onwettige daad die hun gebrek aan geloof in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker laat zien. Ware gelovigen, die uitzagen naar het koninkrijk en de daarbij horende herverdeling van het land, wilden geen geld verspillen aan onroerend goed dat in de dag waardeloos zou zijn. In plaats daarvan verkochten zij hun onroerend goed (Hand. 4:34) en gaven het geld aan de apostelen. Het verslag in Handelingen ziet deze transactie vanuit het standpunt van Judalofs, en vertelt waarom hij verworpen werd van het zijn van een apostel. Hij maakte afspraken, niet alleen om zijn Heer te verraden (Die, zo meende hij, Zijn kracht zou gebruiken om Zijn vijanden om de tuin te leiden), maar hij regelde het om het loon van de onrechtvaardigheid te gebruiken voor het kopen van onroerend goed, tegen de wet in. De hogepriesters en oudsten, in plaats van deze illegale handeling af te wijzen, bevestigen het door schijnheilig af te wijzen dat het geld in de tempel offers zou komen, en door het te gebruiken om de aankoop compleet te maken die Judalofs was begonnen. De dood van Judalofs wordt zo ook kortweg overgeleverd in Mattheüsgeschenk van JAH, maar uitgebreid in Handelingen. Hij hing zichzelf op, maar het touw brak en hij viel zo hard dat zijn darmen naar buiten puilden. Zo werkte het wee dat over hen door de Heer werd uitgesproken.


4 zeggend: "Ik zondigde, onschuldig bloed overleverend." Maar zij zeiden: "Wat gaat dat ons aan dat jij het zou zien?"
5 En de zilverstukken tot in de tempel gooiend*, trekt* hij zich terug. En wegkomend verhangt* hij zich. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5-8

Zie Handelingen 1:18-19


6 De hogepriesters nu, de zilverstukken nemend, zeiden: "Het is niet geoorloofd ze tot in de korbankist te werpen, omdat het de prijs van bloed is."
7 En beraadslaging nemend, kopen* zij vaneig. vanuit hen het veld van de pottenbakker, tot een begraafplaats voor de vreemdelingen.
8 Daarom werd dat °veld tot op vandaag veld van bloed genoemd*. 18 Deze verwerft* inderdaad een stuk grond uit loon van de ongerechtigheid, en voorover buigend* barst* hij zijn midden open en werden al zijn °ingewanden vergoten*. 19 En het werd* bekend aan allen die wonen in Jeruzalem, zodat het stuk grond wordt genoemd*, in hun eigen °omgangstaal, Akeldama, dit is een stuk grond van bloed. (SW)[Hand. 1:18,19]
9 Op dat moment werd vervuld* het door Jeremiaverhogen doet JAH. de profeet, uitgesprokene, zeggend: "En zij namen de dertig zilverstukken, de waarde van de op waarde geschat zijnde, Die zij op waarde schatten* vanaf de zonen van Israëlstrijder van God. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

Zie ZachariaJAH gedenkt 11:12,13.


10 En zij geven* ze tot in het veld van de pottenbakker, in overeenstemming met wat de Heer met mij afspreekt*." 12 En ik zeg tot hen: Indien het goed is in jullie ogen, verleenm mij mijn loon. En indien niet, laat het dan na. En zij wegen mijn loon: dertig zilverstukken. 13 En JAHWEH zei tot mij: Gooi ze naar de pottenbakker, de nobelheid van de achting waarmee Ik door hen wordt geacht. En ik neem de dertig zilverstukken en ik gooi ze naar de pottenbakker in het huis van JAHWEH. (SW)[Zach. 11:12,13]
11 °JezusJAH redt nu stond* vlak voor de gouverneur. En de gouverneur stelt* Hem een vraag, zeggend: "Jij bent de koning van de Joden?" °JezusJAH redt nu zei* met nadruk tot hem: "U zegt het." zeggend: "Waar is de voortgebrachte* koning van de Joden? Want wij namen* zijn °ster waar in het oosten en wij kwamen* om Hem te aanbidden*." (SW)[Matt. 2:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Vergelijk Markuseen verdediging 15:2-5; Lukaslichtgevend 23:2-12; JohannesJAH is genadig 18:33-38.

Zie 1Timotheüsgodsvereerder 6:13.


12 En bij Zijn door de hogepriesters en oudsten beschuldigd worden antwoordt* Hij niets. Maar °Jezus was stil en de hogepriester zei* tot Hem: "Ik bezweer u dringend bij de levende °God dat u ons zal vertellen* of u de Christus bent, de Zoon van °God." (SW)[Matt. 26:63]
13 Dan zegt °Pilatusmet een speer tot Hem: "Hoor jij niet hoeveel zij tegen jou getuigen?"
14 En Hij antwoordde* hem niet, ook niet met één uitspraak, zodat de gouverneur zich heel erg verwonderde.
15 Overeenkomstig het feest had de gouverneur de gewoonte één gevangene aan de schare vrij te laten, wie zij maar wilden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15-18

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:6-10; Lukaslichtgevend 23:13-17; JohannesJAH is genadig 18:38-39.


16 Zij nu hadden op dat moment een beruchte gevangene, genaamd Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader.
17 Toen zij dan verzameld waren zei °Pilatusmet een speer tot hen: "Wie willen jullie dat ik aan jullie zou vrijlaten, °Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader of °JezusJAH redt, die °ChristusGezalfde wordt genoemd?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader is een ander contrast met ChristusGezalfde. Als moordenaar, een leider bij oproeren, was hij precies wat de hogepriesters de Heer wilden laten zijn. Zijn naam is in het Aramhoogees zeer opvallend; ze betekent "zoon van de vader". ChristusGezalfde was de Zoon van de Vader. Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader was de zoon van een andere vader, de Lasteraar.


18 Want hij had waargenomen dat zij Hem overleveren* vanwege afgunst.
19 Terwijl hij op de bèma1) zit, vaardigt* zijn °vrouw naar hem af, zeggend: "Laat er niets tussen jou en die °rechtvaardige zijn, want ik leed vandaag veel vanwege Hem overeenkomstig een droomtoestand." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Van alle acteurs in deze tragedie bepleit slechts één echt de zaak van ChristusGezalfde, en deze is de meest onwaarschijnlijke die er kon zijn. Het lijkt vrijwel ongelofelijk dat toen Zijn eigen volk tegen Hem was, Zijn eigen discipelen bang waren om een woord ten gunste van Hem te spreken, een vreemde vrouw naar voren stapt om te pleiten voor de zaak van een rechtvaardige man van wie zij mogelijk nooit eerder had gehoord. Echt, dit was een waar gevolg van goddelijke interventie. Maar elke andere daad en houding in dit toneel kan, uiteindelijk, teruggevoerd worden naar Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker’s voorbestemming. Het moet een schitterende kennisgeving zijn van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker’s handelen dat alleen zij een stem zou geven aan een waardig protest tegen de wanvertoning van recht waarin Pilatusmet een speer zwak genoeg was om bij betrokken te raken.


20 De hogepriesters en de oudsten nu overreden* de scharen opdat zij °Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader zouden verzoeken, maar dat zij °JezusJAH redt zouden ombrengen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20-23

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:11-14; Lukaslichtgevend 23:18-23; JohannesJAH is genadig 18:40.

Zie Handelingen 3.14.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

De hogepriesters waren zich er van bewust dat zij gefaald hadden de gouverneur te overtuigen door goede argumenten, daarom stellen zij nu voor zijn plan van het vrijlaten van de Heer te verhinderen door het volk te overtuigen. Het is niet nodig om feiten of waarheid te hebben om de massa te motiveren. Het is het meest onrechtvaardige en onredelijke beroep dat mogelijk is. Waren de priesters niet tussenbeide gekomen, dan zouden ze ongetwijfeld geroepen hebben om Zijn vrijlating, zoals Pilatusmet een speer verwachtte.


21 Antwoordend nu zei de gouverneur tot hen: "Wie vanaf de twee willen jullie dat ik aan jullie zou vrijlaten?" Zij nu zeiden: "°Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader!" Maar jullie loochenen* de Heilige en Rechtvaardige, en jullie verzoeken dat een man, een moordenaar, aan jullie gegeven* wordt als een gunst. (SW)[Hand. 3:14]
22 °Pilatusmet een speer zegt tot hen: "Wat zal ik dan met JezusJAH redt doen, die °ChristusGezalfde genoemd wordt?" Zij allen zeggen: "Laat Hem gekruisigd worden!" De God van Abraham en de God van Isaäk en de God van Jakob, de God van onze °vaderen, verheerlijkt* Zijn °Jongen, Jezus, Die jullie inderdaad overleveren* en loochenen* voor het gezicht van Pilatus, toen deze oordeelde* Hem vrij te laten. (SW)[Hand. 3:13]
23 Maar de gouverneur zei* met nadruk: "Welk kwaad doet* Hij?" Maar zij schreeuwden op bovenmatige wijze, zeggend: "Laat Hem gekruisigd worden!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

Nu de priesters hem gevangen hebben in zijn eigen list, probeert hij de massa te overtuigen. Kwaad of geen kwaad, zij willen Zijn bloed.


24 °Pilatusmet een speer nu, waarnemend dat het niets baat, maar er veeleer rumoer ontstond, wast*, water nemend, de handen schoon voor tegenover de schare, zeggend: "Ik ben onschuldig aaneig. vanaf het bloed van deze °rechtvaardige. Jullie zullen het zien." 6 Ik zal in onschuld mijn handpalmen wassen en ik zal rond Uw altaar gaan, JAHWEH, (SW)[Psalm 26:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Zie Deuteronomium 21:6,7.

Pilatusmet een speer had de macht om Hem vrij te laten, maar raadzaamheid en zelfzucht zijn altijd krachtiger in menselijke regeringen dan recht.


25 En antwoordend zei al het volk: "Zijn °bloed kome op ons en op onze °kinderen!" zeggend: "Geven* wij jullie niet opdracht met een opdracht niet te onderwijzen in deze naam? En neem waar, jullie hebben Jeruzalem vervuld met jullie onderwijs en jullie zijn van plan het bloed van deze °mens op ons te brengen." (SW)[Hand. 5:28] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25-28

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:24-28; Lukaslichtgevend 23:32-43; JohannesJAH is genadig 19:18-24.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Zie Deuteronomium 19:19; Handelingen 5:28.

De Joden van vandaag hebben een goede aanleiding om te huiveren wanneer zij deze zinnen lezen. Er is een reden voor hun vreselijke geschiedenis vanaf die dag tot heden.


26 Dan laat* hij aan hen °Bar-Abbaszoon van (die bekende?) vader vrij, maar °JezusJAH redt levert* hij over, Hem met een zweep slaande*, opdat Hij gekruisigd zal worden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

Vergelijk Markuseen verdediging 15:15; Lukaslichtgevend 23:24,25; JohannesJAH is genadig 19:1.


27 De soldaten dan van de gouverneur, °Jezus meenemend tot in het hoofdkwartier2), verzamelden heel de legerafdeling bij Hem. Hem nu minachtend*, bespotte* °Herodes, samen met zijn °troepen Hem. Hem omhullend* in schitterend kleding, zendt* hij Hem terug naar Pilatus.(SW)[Luc. 23:11] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27-31

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:16-20; JohannesJAH is genadig 19:2-16.


28 En Hem uitkledend* doen* zij Hem een scharlakenrode mantel om,
29 en vlechten* een lauwerkrans vanuit dorens. Zij plaatsen* die op Zijn °hoofd en een rietstok in Zijn °rechterhand. En vlak voor Hem de knieën vallend*, bespotten* zij Hem, zeggend: "Verheug je, °koning van de Joden!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29

Zie Psalm 69: 19-20; Jesajaheil is JAH 53:3.


30 En op Hem spuwend namen zij de rietstok en zij sloegen Hem op Zijn °hoofd. 6 Mijn lichaam geef Ik aan die slaan en Mijn wangen aan die haar uittrekken. Mijn aangezicht verberg Ik niet van schaamrood en het gespuug. (SW)[Jes. 50:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

Zie Jesajaheil is JAH 50:6


31 En wanneer zij Hem bespotten, trekken zij Hem de mantel uit en zij trekken Hem Zijn °bovenkleding aan en zij leiden Hem weg tot in het kruisigen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Zie Jesajaheil is JAH 53:7,8; Filippenzen 2:9-10.

Bij de bespotterij ging onze Heer door de geveinsde ceremonie van het toevertrouwd worden met keizerlijke waardigheid. De schitterende kleding waarmee Pilatusmet een speer Hem kleedde (Luk. 23.11), kan bedoeld zijn geweest om Hem aan te duiden als een kandidaat voor Koninklijke eren. Pilatusmet een speer’ soldaten deden Hem een scharlaken mantel aan, een teken dat Hij de keizerlijke troon had verworven, en voegen de doornenkroon toe en het riet als een scepter, en bieden hem de eer aan die hoort bij zo’n verhoogde rang. Ze konden niet eens dromen van Zijn hoge eren als de leenheer van de aarde en het hoogste Hoofd van de hemelen! En Zijn heiligen ontwaren ook maar weinig dat dit de essentiële ceremonie is van de installatie van de Koning der koningen en Heer der heren! Hij kon nooit de allerhoogste plaats innemen als Hij niet was afgedaald naar de diepten. Lijden en schande zijn de goddelijke voorlopers voor vreugde en eer. Zij die lijden zullen regeren.


32 En uitgaande vonden zij een mens, een Cyreneeëruit Cyrene, een stad in Lybië, genaamd Simongehoord (heeft JAH). Deze verplichten zij Zijn °kruis op te pakken. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:21; Lukaslichtgevend 23:26-31. Zie Hebreeën 13:12,13.


33 En komend tot in de plaats genaamd Golgotaschedel, die genoemd wordt Plaats van Schedel, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33-34

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:22,23; Lukaslichtgevend 23:33-36; JohannesJAH is genadig 19:17.


34 geven zij Hem wijn te drinken, vermengd met gal. En proevend wil Hij niet drinken. 21 En in mijn maaltijd geven zij mij vergif en voor mijn dorst doen zij mij azijn drinken. (SW)[Psalm 69:21] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34

Zie vers 48; Psalm 69:21.


35 En Hem kruisigend, verdelen zij Zijn °bovenkleding, het lot werpend, 18 Zij delen mijn kleren op voor henzelf en over mijn kleding werpen zij het lot. (SW)[Psalm 22:18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Vergelijk met Psalm 22:18.

De kruisiging van ChristusGezalfde is een heilige der heiligen, waar spreken heiligschennis lijkt te zijn en stilte heilig,


36 en zittend bewaarden zij Hem daar.
37 En zij plaatsen boven Zijn °hoofd Zijn °reden, geschreven zijnde: "Deze is JezusJAH redt, de koning van de Joden."
38 Dan worden samen met Hem twee rovers gekruisigd, één aaneig. vanuit de rechterkant en één aaneig. vanuit de linkerkant. 12 Daarom zal Ik tot Hem opdelen onder de velen en met aanzienlijken zal Hij buit opdelen, omdat Hij Zijn ziel tot de dood leeggiet. En Hij wordt geteld met overtreders en Hij draagt de zonde van velen en voor de overtreders doet Hij voorspraak. (SW)[Jes. 53:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38

Zie Jesajaheil is JAH 53: 12


39 En die voorbij gaan lasteren Hem, hun °hoofden bewegend 7 Allen die mij zien hoonlachen tot mij; zij openen hun lip, zij bewegen het hoofd heen en weer. (SW)[Psalm 22:7] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

39-44

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:29-32; Lukaslichtgevend 23:35-43.

Zie Psalm 22: 7,8.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

39

Het hele toneel staat te trillen van de aanwezigheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, niet alleen in het Slachtoffer en de paar zwakken die volgden, maar in de woorden van hen die Hem haatten. Ze spraken grote waarheden die ze niet konden begrijpen. Zij waren het die de ware tempel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aan het vernietigen waren. Zij hadden redding nodig. Maar die redding kon nooit komen als Hij Zichzelf zou redden en afdaalde van het kruis. De hogepriester kon nooit een meer pregnante en kostbaarder waarheid gesproken hebben. Hoe graag echoën wij deze woorden! We veranderen alleen de klank van spotternij in een lied van triomf "Anderen redt Hij, Zichzelf kan Hij niet redden! Deze woorden waren zeker geïnspireerd.


40 en zeggend: "Die de tempel sloopt en in drie dagen bouwt, red jezelf indien jij de Zoon van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker bent en daal af vanaf het kruis!" "Wij horen* Hem, zeggend: 'Ik zal deze, de met handen gemaakte °tempel afbreken en doorheen drie dagen zal Ik een andere, niet met handen gemaakte, bouwen.'" (SW)[Mar. 14:58] - 3 En naderend* zei* de beproever tot Hem: "Indien jij Zoon van °God bent, zeg* dat deze °stenen broden zullen worden*." ... 6 En hij zegt tot Hem: "Indien jij de Zoon van °God bent, werp* je naar beneden. Want er staat geschreven dat aan Zijn boodschappers over jou instructie zal worden gegeven, en op handen zullen zij jou optillen, opdat jij jouw °voet niet zal stoten* aan een steen." (SW)[Matt. 4:3,6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40

Zie 26:61-64; JohannesJAH is genadig 2:19.


41 Zo ook zeiden de hogepriesters met de schriftgeleerden en de oudsten, spottend:
42 "Anderen redt hij, maar zichzelf kan hij niet redden! Indien hij koning van Israëlstrijder van God is, laat hem nu vanaf het kruis afdalen en wij zullen in hem geloven! Nathaniël antwoordde* en hij zegt tot Hem: "Rabbi, U bent de Zoon van °God. U bent Koning van °Israël!"(SW)[Joh. 1:49]
43 Heeft hij vertrouwen in °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker? Laat Hij hem nu uitredden, indien Hij wil, want hij zei: 'Ik ben Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers Zoon.'" 8 Rol naar JAHWEH! Hij zal hem verlossen! Hij zal hem uitredden, want Hij schept behagen in hem. (SW)[Psalm 22:8] - Vanwege dit dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden*, omdat Hij niet alleen de sabbat ontbond, maar dat Hij ook zei dat Zijn Vader °God is, Zichzelf gelijk makend met °God.(SW)[Joh. 5:18]
44 Hetzelfde nu smaadden Hem ook de rovers, die samen met Hem meegekruisigd worden. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

Er werden vier anderen met ChristusGezalfde gekruisigd. Twee waren misdadigers, twee waren rovers. Een van de misdadigers geloofde in Hem. De rovers minachtten Hem.


45 En vanaf het zesde uur werd het donker over heel het land, tot het negende uur. 9 En het zal zijn in die dag, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk, dat Ik de zon breng) in het middaguur en Ik het land donker maak in de dag van licht. (SW)[Amos 8:9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45

De dreigende duisternis was slechts een indicatie van de terugtrekking van de goddelijke Aanwezigheid van de stille Lijder. Dit was onvergelijkelijk meer vreselijk dan de tegenstand van Zijn tegenstanders of de verlating door Zijn vrienden. Tot deze duisternis Hem omhulde, had Hij altijd geleefd in het licht van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker’s glimlach. Nu hing Hij aan een boom en raakte gevloekt door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (Gal. 3:13). Zondeloos werd Hij zonde (2Kor. 5:21). Toen was het dat vuur van boven in Zijn botten binnendrong (Klaag. 1:13). Toen kneusde de Heer Hem (Jes. 53:10). Het was het zwoegen van Zijn ziel in deze donkere uren dat het vraagstuk van zonde bepaalde. Het is pas wanneer we dan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker tegen Hem zien dat we ons bewust kunnen worden hoeveel Hij nu voor ons is. Gekruisigd door de mens op bevel van SatanTegenstander en verlaten door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, was Hij het meest verloren en verlaten schepsel in het universum. Pas als het voorbij is en het licht weerkeert, is Hij in staat om tot Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te roepen. En dan uit Hij die meest onbegrijpelijke van alle vragen, tenzij, inderdaad, Hij leed voor de zonden van anderen. Ten behoeve van Hemzelf zou Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Hem nooit verlaten hebben. Ten behoeve van mij (en van u, geliefde lezer), verdroeg Hij niet slechts de fysieke pijn, de geestelijke kwelling, de morele vernedering die de mens hem toebracht, maar de diepere, verschrikkelijke wanhoop van de vreselijke vijandschap van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.


46 En rond het negende uur roept °JezusJAH redt luid om hulp, met grote stem zeggend: "Eloïmijn God, Eloïmijn God, lema sabachthani?" Dat is: "Mijn Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Mijn Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, waartoe liet U Mij in de steek?" 2 Mijn Elohim, ik roep overdag en U antwoordt niet, en bij nacht, want er is voor mij geen stilte. (SW)[Psalm 22:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

46

Zie Psalm 22:1


47 En sommigen van hen die daar stonden en het hoorden, zeiden: "Deze ontbiedt Eliamijn God is JAH."
48 En onmiddellijk loopt één vanuit hen weg en neemt een spons, die vullend met zure wijn. En die op een rietstok plaatsend, gaf hij Hem te drinken. 21 En in mijn maaltijd geven zij mij vergif en voor mijn dorst doen zij mij azijn drinken. (SW)[Psalm 69:21] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

48

Zie Psalm 69:21


49 Maar de overigen zeiden: "Laat gaan! Wij zullen waarnemen of Eliamijn God is JAH komt om hem te redden!" Een ander echter, een lanspunt nemend, priemt Hem in de zijde en er kwam water en bloed uit.
50 En °JezusJAH redt nu, opnieuw schreeuwend met grote stem, laat de geest gaan. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

50

Zijn dood was anders dan die van alle anderen. Hij bleef niet wachten tot het leven uit Hem wegebde, maar Hij legde Zijn ziel neer terwijl die nog sterk was, door Zijn Geest over te dragen aan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Zijn lichaam werd in een tombe gelegd, Zijn ziel ging naar het ongeziene. Zijn werk was gedaan en de dood was Zijn deel tot aan Zijn opstanding.


51 En neem waar, het gordijn van de tempel wordt in tweeën gespleten, vanaf boven naar beneden, tot in twee delen, en de aarde beeft en de rotsen worden gespleten. 31 En jij maakt een gordijn van blauw en purper en herhaald gedompeld karmozijn en glanzend batist dat getwijnd is. Met het handwerk van een ontwerper zal men haar cherubim maken. 32 En jij geeft het aan vier kolommen van acaciahout, die overtrokken zijn met goud, hun haken van goud, op vier voetstukken van zilver. 33 En jij hangt het gordijn onder de schakels. En jij brengt daarheen, vanaf de binnenkant tot het gordijn, de kist van het getuigenis. En het gordijn maakt voor jullie scheiding tussen de heilige plaats en tussen de heiligheid van de heiligheden. 34 En jij zet de beschutplaats op de kist van het getuigenis in de heiligheid van de heiligheden. 35 En jij plaatst de tafel buiten het gordijn en de lampenstandaard tegenover de tafel, bij de hoekwand van de verblijfplaats, zuidwaarts, en de tafel zal jij zetten aan de hoekwand van het noorden. (SW)[Ex. 26:31-35] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

51

Zie 2 Kronieken 3:14

Het vlees van ChristusGezalfde werd uitgebeeld door het gordijn in de tempel dat de aanwezigheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verborg voor het heilige. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker werd niet gemanifesteerd in Zijn vlees, maat in het scheuren er van. Onze eenheid met ChristusGezalfde begint niet bij Zijn kruisiging. We werden gekruisigd, begraven, opgewekt en zijn opgestegen en gezeten in Hem.


52 En de grafgewelven werden geopend en vele lichamen van te rusten gelegde heiligen kwamen overeind, 12 Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt mijn Heer JAHWEH: Aanschouw!, Ik zal jullie graven openen en Ik zal jullie doen opgaan uit jullie graven, Mijn volk, en Ik zal jullie brengen naar de grond van Israël. 13 En jullie zullen weten dat Ik JAHWEH ben, wanneer Ik jullie graven open en wanneer Ik jullie doe opgaan uit jullie graven, Mijn volk. (SW)[Eze. 37:12,13]
53 en vanuit de grafgewelven komend na Zijn °opwekking, kwamen binnen tot in de heilige stad en zij worden aan velen kenbaar gemaakt. Dan neemt de Tegenstander Hem mee tot in de heilige stad en stelt* Hem op het vleugeltje van de gewijde plaats. (SW)[Matt. 4:5]
54 En de hoofdman over honderd en die met hem °JezusJAH redt bewaren, nemen de aardbeving en wat gebeurde waar. Zij werden enorm bevreesd, zeggend: "Waarlijk, deze was Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

54-61

Vergelijk met Markuseen verdediging 15:39-47; Lukaslichtgevend 23:47-56; JohannesJAH is genadig 19:38-42.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

54

De koninkrijksverkondiging sloot met de erkenning van Petrusrots dat Hij de ChristusGezalfde is, de Zoon van de Levende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker (16:16). Zijn priesterlijke bediening sloot af met de uitspraak van de centurion dat Hij de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is. Zo wordt ons een voorsmaak gegeven van het uiteindelijk effect van deze beide bediening. In de dag van Zijn terugkeer zal Israëlstrijder van God Hem jubelend uitroepen tot Koning en de naties van de aarde zullen Hem erkennen als hun Heer.


55 En er waren daar ook vele vrouwen, vanaf veraf aanschouwend, die °JezusJAH redt volgen vanaf °Galileakring, Hem bedienend. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

55

Zie Lukaslichtgevend 8:2,3


56 Onder hen was Mariahun opstand (??), de °Magdaleensetoren, en Mariahun opstand (??), de moeder van °Jakobushielenlichter en van Josesverheven, en de moeder van de zonen van ZebedeüsJAH schenkt. 2 En enige vrouwen, die genezen waren geworden van boosaardige geesten en zwakten, Maria, die Magdalena wordt genoemd, uit wie zeven demonen uitgekomen waren, 3 en Johanna, vrouw van Chuza, gevolmachtigde van Herodes, en Suzanna en vele andere vrouwen, die Hem bedienden vanuit het hunne.(SW)[Luc. 8:2,3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

56

Zie 13:55


57 En toen het avond werd, kwam een rijk mens vanaf Arimateahoogte, genaamd JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind), die ook zelf leerling van °JezusJAH redt is. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

57

De schande en smaad, alsook het lijden, zijn nu voorbij. Hoewel ze Zijn graf aanwezen met de wettelozen, legde Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Hem in een rijkeman’s tombe.. De Romekrachtinen zouden Zijn lichaam hebben achtergelaten tot het verteerd was of was opgegeten door de roofvogels. De Joden zouden het in een graf van een misdadiger gestopt hebben. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker gaf Zijn denken aan door te voorzien in twee eerbare mannen, JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) en Nicodemusvolksoverwinnaar (Joh. 19:39), om te zorgen voor Zijn begrafenis. JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) van Arimatheahoogte betekent, vertaald: "Hij voegt toe aan de hoogten."


58 Deze, tot °Pilatusmet een speer komend, verzoekt het lichaam van °JezusJAH redt. Dan beveelt °Pilatusmet een speer het af te geven.
59 En het lichaam nemend, wikkelt °JozefHij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind) het in een reine linnen wikkeldoek,
60 en plaatst het in zijn nieuwe °grafgewelf, dat hij uithouwde in de rots. En een grote steen wentelend tegen de deur van het grafgewelf, ging hij weg. En de koning wordt* diep bedroefd. Vanwege de eden en de samen aan tafel aanliggenden wil* hij haar niet afwijzen*. (SW)[Mar. 6:29]
61 En daar was Mariahun opstand (??), de °Magdaleensetoren, en de andere Mariahun opstand (??), zittend tegenover het graf. 40 Er waren nu ook vrouwen, van verre aanschouwend, onder wie ook Maria °Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus, de kleine, en van Joses, en Salome, .... 47 Maria °Magdalena nu en Maria de moeder van Joses, aanschouwden waar Hij ergens was geplaatst. (SW)[Mar. 15:40,47]
62 En in de volgende morgen, die is na de voorbereiding, werden de hogepriesters en de Farizeeën verzameld bij Pilatusmet een speer, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

62

De ochtend na de voorbereiding was de grote sabbat, waarmee het feest van de Ongezuurde broden begon. Maar de religieuze leiders rustten niet, noch gaven ze Pilatusmet een speer rust. Ze werden zich nu bewust dat ze alleen hun eigen voorspellingen hadden vervuld en dat, zou Hij opstaan uit de doden, of het alleen maar zo zou schijnen, zij in een slechtere positie zouden zijn dan ooit. Van de goddelijke kant was het van belang dat zij voldoende zekerheid zouden hebben van Zijn opstanding. Niets kon meer overtuigend zijn dan het verhaal van de bewakers. Hun plan was uitstekend geschikt om Zijn terugkeer naar het leven te bewijzen, niet om het te weerleggen.


63 zeggend: "Heer, wij werden er aan herinnerd dat diegene die doet dwalen, nog levend, zei: 'Na drie dagen zal Ik gewekt worden.' 21 Vanaf dat moment begint* °Jezus aan Zijn °leerlingen te tonen dat Hij tot in Jeruzalem moet gaan* en veel zal lijden* door de oudsten en Hogepriesters en schriftgeleerden en gedood* zal worden en in de derde dag opgewekt* zal worden.(SW)[Matt. 16:21] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

63

Zie 16:21; 17:23; 20:19.


64 Beveel dan dat het graf verzekerd wordt tot de derde dag, opdat, komend, zijn °leerlingen hem niet zouden stelen en zij tot het volk zullen zeggen: 'Hij werd gewekt vanaf de doden.' En de laatste dwaling zal erger zijn dan de eerste." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

64

Twaalf maal wordt ons verteld dat Hij zou opstaan "de derde dag". Waarom zeggen zij tegen Pilatusmet een speer "na drie dagen" en zetten dan meer dan een dag na Zijn dood een bewaking op? Pilatusmet een speer was een Romekrachtin. Zij gebruikten het Latijnse taalgebruik. Markuseen verdediging, die voor de Romekrachtinen schreef, gebruikt ook deze vorm (Mar. 8:31; 9:31; 10:34). In het Grieks is het letterlijk "de derde dag". In het Latijn is het idiomatisch "na drie dagen", In het Hebreeuws is het een idioom dat overeenkomt met al hun chronologische berekeningen: "drie dagen en drie nachten."


65 °Pilatusmet een speer echter zei met nadruk tot hen: "Jullie hebben een wachtpost! Gam dan, verzeker*m het zoals jullie hebben waargenomen."
66 En zij, gegaan zijnde, verzekeren het graf, de steen verzegelend met de wachtpost. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

66

De "wacht" soldaten was een kleine groep die, in het Latijn, een bewaker, bewaarder of conservator wordt genoemd. Hier hebben wij ons woord conservator vandaan. Pilatusmet een speer gebruikt de Latijnse militaire term waarvoor het Grieks geen exact gelijk woord heeft. Daarom wordt het getranslitereerd en niet vertaald in de sublineaire weergave




1) Bèma - rechterspodium




Terug naar de index.
Naar Mattheüs 28
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.