Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De Openbaring van Jezus Christus
hoofdstuk 6

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 En ik nam waar toen het Lammetje één vanuit de zeven zegels opende* en ik hoorde* één vanuit de vier dieren zeggen als met een stem van een donderslag: "Kom!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De zegels vallen uiteen in twee groepen. De eerste zijn "het begin van de weeën" (Matt. 24:8). Dan volgt de tijd van de benauwdheid van Jakobhielenlichter, zoals er niet is geweest sinds het begin van de schepping en er ook nooit meer zal zijn (Matt. 24.21; Mark. 13:19).

De eerste vier zegels komen overeen met de openingswoorden van de toespraak van onze Heer op de Olijfbergeen bergrug ten oosten van Jeruzalem (Matt. 24-25; mark. 13; Luk. 21:5-36).


2 En ik nam waar. En neem waar, een wit paard en die er op zit heeft een boog, en aan hem werd een lauwerkrans gegeven*. En hij kwam uit, overwinnend en opdat hij zou overwinnen. 8 Ik zag in de nacht en aanschouw!, een man, rijdend op een rood paard, en hij stond tussen de mirten die in de schimmige diepte zijn, en achter hem waren paarden, rode, geelachtig rode en witte. (SW)[Zach. 1:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Vergelijk Matt. 24:5. De valse messias trekt uit op een wit paard op de wijze van de echte MessiasGezalfde.

Het paard is voorbereid op de "dag van strijd" (Spreuk. 21:31; Job 39:19-25). De afwezigheid er van geeft vrede aan (Zach. 9:10; 10:3). Ze waren niet algemeen in gebruik in het land van Israëlstrijder van God. De koning was verboden paarden te vermeerderen (Deut. 17:16). Ze werden voornamelijk gebruikt als cavalerie en voor het trekken van strijdwagens.

De boog is een symbool van afstandelijke oorlogsvoering. Het is mogelijk dat deze vier zegels de tijd beschrijven waarin het grote, westelijke, vreemdsoortige monster (Dan. 7:7) de drie oostelijke beesten vertrapt en verslindt (cf. 13:1). Dit zal oorlogen oproepen over heel de aarde.


3 En toen Hij het tweede °zegel opende*, hoorde* ik het tweede dier, zeggend: "Kom!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

Vergelijk Matt. 24:7. Hele naties zullen opstaan tegen andere naties. Algemene dienstplicht voor mankracht en alle industrieën zullen de oorlog maken tot een veel meer verschrikkelijke ervaring dan in het verleden.


4 En een ander paard kwam uit, vuurrood, en aan die er op zat, hem werd gegeven* de vrede vanuit de aarde te nemen en opdat zij elkaar zouden afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven*. 2 Voor de eerste strijdwagen waren rode paarden en voor de tweede strijdwagen waren zwartachtige paarden, ... 6 De zwartachtige paarden die er in zijn gaan uit naar het land van t noorden en de witte gaan uit achter hen aan en de bespikkelde gaan uit naar het land van het zuiden. (SW)[Zach. 6:2,6]
5 En toen Hij het derde °zegel opende*, hoorde* ik het derde dier zeggen: "Kom!" En ik nam waar. En neem waar, een zwart paard en die er op zit had een weegschaal in zijn °hand. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Vergelijk Matt. 24:7. "Er zullen hongersnoden zijn".

Het Griekse woord zugon werd gebruikt voor twee andere Hebreeuwse woorden: ol, een juk, en maznim, een balans of weegschaal (Lev. 19:36; Job 3:16; Dan. 5:27; Chaldees). Het kan of een juk of een weegschaal betekenen, al naar gelang de context. Hier schijnt het te staan voor het wegen van voedsel in een tijd van hongersnood. Zo werden aan Ezechiël tien twintig sikkels graan en een zesde deel van een hin water, elke dag (Eze. 4:9-12).


6 En ik hoorde* iets als een stem in het midden van de vier dieren, zeggend: "Een dagmaat van graan voor een denarius en drie dagmaten van gerst voor een denarius en de olie en de wijn zou jij niet beschadigen". [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Een chenix wordt geacht het dagelijks rantsoen te zijn voor één persoon. Een denarius was het dagelijks loon van een werkman (Matt. 20:2-13). Daarom zal een dag werken nauwelijks volstaan om genoeg voedsel te kopen om te bestaan.


7 En toen Hij het vierde °zegel opende*, hoorde* ik de stem van het vierde dier, zeggend: "Kom!"
8 En ik nam waar. En neem waar, een groen paard en die er bovenop zit, zijn °naam is de Dood, en het OnwaarneembareGrieks: Hades - de plaats waar de ziel van de mens heen gaat na het overlijden volgde hem. En aan hen werd autoriteit gegeven* over het vierde van de aarde om te doden* met de sabel en met honger en met de doodspest en door de wilde dieren van de aarde. 12 Al vasten zij, Ik zal niet horen naar hun dringend beroep en hoewel zij een opstijgoffer doen opgaan en een erkenningsoffer brengen, zal Ik het niet van hen aanvaarden; want door het zwaard en door de hongersnood en door de pest zal Ik een einde aan hen maken. (SW)[Jer. 14:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

Het vierde paard heeft de spookachtige, groenachtige kleur van jonge, of zwakke, vegetatie.

Het Ongeziene is, letterlijk, het niet waargenomene, of het OnwaarneembareGrieks: Hades - de plaats waar de ziel van de mens heen gaat na het overlijden. Het komt overeen met het Hebreeuwse sheol (shaul), van shal, vragen. De ongeziene kracht van kwaad dat ons in deze rol voor ogen komt, de draak en z’n boodschappers (12:3,4) worden "de poorten van het Ongeziene" genoemd (Matt. 16:18), omdat de heersers van een oosterse stad in de poort zaten.

Doden … met dood (thanatos). Dit Griekse woord staat voor twee Hebreeuwse woorden. Een daarvan is dbr, plaag. In de LXX worden hongersnood en plaag negen maal samengevoegd (1Kon.8:37; 2Kron 20:9; Jer 21:7, 9, 24:10; 44:13; Eze. 6:11, 7:15, 15 ), waarbij ze telkens "plaag" met "dood" vertalen. Ook wij spreken van "de zwarte dood".


9 En toen Hij het vijfde zegel opende* nam ik onder het altaar de zielen waar van die afgeslacht zijn vanwege het woord van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker en vanwege de getuigenverklaring die zij hadden. 4 En ik nam tronen waar en zij gaan op hen zitten*. En aan hen werd oordeel gegeven*. En de zielen van die met de bijl geëxecuteerd zijn vanwege de getuigenverklaring van Jezus en vanwege het woord van °God en die het wilde dier noch de afbeelding er van aanbidden* en niet het merkteken op het voorhoofd en op hun °hand in ontvangst namen, zij leven* en zij zijn* koningen met °Christus, duizend jaren. (SW)[Openb. 20:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

De ziel is de zetel van het gevoel. Zoals de geest is verbonden met de adem en het lichaam met de ziel, zo is de ziel (niet het leven) in het bloed (Gen. 9:4-5; Lev. 17;11,14). ChristusGezalfde goot Zijn ziel uit tot in de dood. Het vertegenwoordigt het lijden en de kwelling die Hij doorstond. Het bloed van het zondoffer werd uitgegoten aan de voet van het altaar (Lev. 4:7). In Salomoman van vrede’s tempel was er een diepe put onder het altaar om daarin het bloed van de offers op te vangen. Abelademtocht, ijdelheids bloed schreeuwde vanaf de grond, waarop het was vergoten. Zo worden deze martelaren door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geacht als offers of het altaar. Hun gevoelens van lijden, riepen om wraak tegen hen die hen hadden geofferd vanwege hun getuigenis. Deze gebeurtenis markeert het midden van Daniëlrechter is Gods zeventigste heptade.

Vergelijk Matt. 24:9. Deze martelaren worden vaak genoemd (2.10; 12:10-11; 20:4).


10 En zij schreeuwen* met grote stem, zeggend: "Tot wanneer, °heilige en waarachtige °Eigenaar, oordeelt U niet en verschaft U recht aan ons °bloed vanuit hen die wonen op de Aarde?" 43 Jubelt, naties, met Zijn volk, want het bloed van Zijn dienaren zal Hij wreken. En wraak doet Hij terugkeren op Zijn benauwers en Hij maakt een beschutting voor Zijn volk van Zijn grond. (SW)[Deut. 32:43] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Wij zegenen hen die ons vervolgen (Rom. 12:14). In de dagen van de zegels zal "het aanvaardbare jaar" plaats gemaakt hebben voor "de dag van wraak" (Jes. 61:2; Luka. 4:18,19). De gelijkenis van de opdringerige weduwe (Luk. 18:1-8) is op deze tijd toepasbaar.

"Jubelt naties, met Zijn volk, want het bloed van Zijn dienaren zal Hij wreken. En wraak doet Hij terugkeren op Zijn tegenstanders" (Deut. 32:43;SW).


11 En aan ieder van hen werd een wit gewaad gegeven* en het werd tot hen uitgesproken* dat zij nog een kleine tijd zouden rusten, totdat zij ook hun °medeslaven en hun °broeders, die op het punt staan zoals zij gedood te worden, voltallig zouden maken. 5 Die overwint, deze zal omhuld worden in witte bovenkleding en Ik zal zijn °naam niet uitwissen vanuit het boek van het leven en Ik zal zijn °naam belijden vlak voor Mijn °Vader en in het zicht van Zijn °boodschappers. (SW)[Openb. 3:5]
12 En ik nam waar toen Hij het zesde °zegel opende*. En er gebeurde* een grote aardbeving en de zon werd* zwart als een haren zak en heel de maan werd* als bloed, 31 De zon zal tot duisternis gekeerd worden en de maan tot bloed, vóór het komen van de grote en de gevreesde dag van JAHWEH! (SW)[Joël 2:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

DE TROONSECTIE – DE 144.000

Vergelijk Matt. 24:29.

Deze rampen grijpen zowel de hemel als de aarde aan. Er zullen in de eindtijd vele aardbevingen zijn (8:5; 11:13,19; 16:18). Vergelijk Hebr. 12:26. Zie ook Hag. 2:21 en Zach. 14:4-5).


13 en de sterren van de hemel vallen* op de aarde, zoals de vijgenboom haar verschrompelde °vijgen afwerpt als zij door een grote wind gebeefd wordt. 7 En wanneer jij uitgedoofd zal zijn, zal Ik de hemelen bedekken en Ik maak hun sterren somber. De zon, Ik zal hem bedekken met de wolk en de maan zal met zijn licht geen licht geven. 8 Alle hemellichamen van licht in de hemelen zal Ik somber maken over jou en Ik zal duisternis geven over jouw land, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk. (SW)[Eze. 32:7,8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Vijgen die in de winter gevormd worden, zijn in de schaduw, waardoor zij niet volgroeid raken en gemakkelijk afgeschud worden in de lente. Dit is ook waar voor vijgen zonder voldoende water of die niet bemest zijn. Ze verdorren en vallen af bij de minste schok. Figuurlijk staat de vijg voor heerschappij.

"De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed" voordat de grote en vreselijke dag van JAHWEH komt (Joël 2:31; Hand. 2:20). Vergelijk Jes,. 2:10,11; 13; 6-13; 24: 20-23; 34:4).


14 En de hemel week* terug als een boekrol die wordt opgerold en elke berg en eiland werd vanuit hun °plaats bewogen*. 4 En heel het leger van de hemelen wordt verrot en de hemelen zullen opgerold worden als een boekrol. En heel hun leger zal verwelken, zoals het blad van een wijnstok verwelkt en zoals het verwelken van een vijgenboom. (SW)[Jes. 34:4]
15 En de koningen van de aarde en de magnaten en de hoofdmannen over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verbergen* zichzelf in de grotten en in de rotsen van de bergen.
16 En zij zeggen tot de bergen en tot de rotsen: "Valm op ons en verberg*m ons vanaf het gezicht van Die zit op de troon en vanaf de boosheid van het Lammetje, 8 En de hoge plaatsen van wetteloosheid, de zonde van Israël, worden uitgeroeid. Doorn en onkruid zullen opkomen over hun altaren en zij zeggen tot de bergen: Bedekt ons!, en tot de heuvels: Valt op ons! (SW)[Hos. 10:8] - Onmiddellijk kwam* ik in de geest en zie*, een troon, gesitueerd in de hemel en op de troon zit Iemand (SW)[Openb. 4:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Onze Heer citeerde Hoseahulp (van JAH) 10:8 toen Hij naar deze tijd verwees (Luk. 23:30). Vergelijk Joël 2:10-11, 30-31; 3:15.


17 want de grote °dag van Hun °boosheid kwam en wie kan staan*?" 6 Wie zal staan vóór Zijn verontwaardiging? En wie zal opstaan in de hitte van Zijn boosheid? Zijn woede wordt uitgestort als het vuur en de rotsen worden gebroken vanwege Hem. (SW)[Nahum 1:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Zie Matt. 24:30. De Zoon van de Mensheid verschijnt onmiddellijk na de grote omkering. Dit zegel brengt ons naar Zijn komst. We zullen hetzelfde punt bereiken onder de zevende trompet (11:15). De volgende visioenen zijn een terugblik op de periode die we al doorkruist hebben, vullen de details in en behandelen het vanuit verschillende gezichtspunten.

Twee klassen zullen in staat zijn te staan: de 144.000 en de grote menigte.






Terug naar de index.
Naar Openbaring 7
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.