Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De Openbaring van Jezus Christus
hoofdstuk 9

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 En de vijfde boodschapper blaast* de bazuin. En ik nam een ster waar, gevallen zijnde vanuit de hemel tot op de aarde. En aan hem werd de sleutel gegeven* van de waterput van de afgrond. 1 En ik nam een boodschapper waar, neerdalend vanuit de hemel, hebbende de sleutel van de afgrond en op zijn įhand was een grote keten. (SW)[Openb. 20:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

DE WEE TROMPETTEN

De laatste drie trompetten worden, vanwege hun niet geŽvenaarde en vreselijke aard van hun benauwdheden, de drie weeŽn genoemd.

De afgrond is een grote watervlakte die op de aarde was na de ramp van Gen. 1.2, maar die later in de spelonken van de aarde verdween, om nogmaals te voorschijn te komen bij de Zondvloed (Gen. 7:11; 8:2) en daarna zich weer terugtrok. Het wordt de afgrond (diepte) die er onder rust (Gen. 49:25; Deut. 33:13). Het is de onderaardse oorsprong van bronnen (Deut. 8:7; Spreuk. 8:28). In het begin was er nog geen afgrond (Spreuk. 8:24). Het komt voor in Luk 8:31; Rom 10:7; Openb 9:1-2, 11, 11:7, 17:8, 20:1, 3. Het speelt een prominente rol in deze Openbaring, want het wilde beest stijgt op uit de afgrond (11:7; 17:8) en SatanTegenstander wordt daar tijdens de duizend jaren gevangen gehouden.

De "bron" is niet zomaar een put, maar wordt gebruikt voor Jakobhielenlichters bron van waaruit nog steeds water wordt gewonnen. Dit is in lijn met de betekenis van afgrond.


2 En hij opende* de waterput van de afgrond en rook ging* omhoog vanuit de waterput als de rook van een grote smeltoven. En de zon en de lucht worden duister gemaakt* door de rook van de waterput. 28 En hij staart naar de oppervlakte van Sodom en Gomorra en heel de oppervlakte van het land van het stroomgebied, en hij ziet. En aanschouw! Een rookwolk gaat op van het land, een rookwolk als van de kalkoven. (SW)[Gen. 19:28]
3 En vanuit de rook kwamen sprinkhanen uit tot op de aarde en aan hen werd autoriteit gegeven* zoals de schorpioenen van de aarde autoriteit hebben. 12 En JAHWEH zegt tot Mozes: "Strek jouw hand uit over het land van Egypte om de sprinkhaan. En hij zal uitgaan over het land van Egypte en hij zal al het kruid van het land verslinden, alles wat de hagel doet over blijven." ... 15 En hij bedekt het oog van heel het land en het land wordt donker. En hij verslindt alle kruid van het land en alle vrucht van de boom die de hagel deed resteren. En geen enkel groen resteerde aan de boom of van het kruid van het veld in heel het land van Egypte. (SW)[Ex. 10:12,15]
4 En tot hen werd uitgesproken* dat zij niet het gras op de aarde, noch elk groen zouden beschadigen, noch elke boom, maar alleen de mensen die niet het zegel van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker op de voorhoofden hebben. 4 En JAHWEH maakt onderscheid tussen het vee van IsraŽl en het vee van Egypte. Niets dat van de zonen van IsraŽl is zal sterven." (SW)[Eze. 9:4]
5 En aan hen werd gegeven*, niet dat zij hen zullen doden, maar dat zij vijf maanden gekweld zullen worden; en hun °kwelling is als de kwelling van een schorpioen, wanneer ook maar hij een mens zou raken.
6 In die °dagen zullen de mensen de dood zoeken en zij zullen hem niet vinden; en zij zullen begeren te sterven en de dood vlucht van hen weg. 21 die talmen tot de dood en er is er geen, en zij delven er naar, meer dan naar begraven schatten (SW)[Job 3:21]
7 En de gelijkenissen van de schorpioenen lijken op paarden, gereed gemaakt zijnde voor de oorlog. En op hun °hoofden waren dingen als lauwerkransen, lijkend op goud. En hun °gezichten waren als de gezichten van mensen, 4 Zoals de verschijning van paarden is zijn verschijning en zij rennen zoals ruiters. 5 Zoals het geluid van strijdwagens dansen zij op de toppen van de bergen. Zoals het geluid van de gloed van vuur dat de stoppel verslindt, zoals een robuust volk, in slagorde opgesteld staande voor de strijd.(SW)[JoŽl 2:4,5
8 en zij hadden haren als haren van vrouwen en hun °tanden waren als van leeuwen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

DE TROONSECTIE Ė DE SPRINKHANEN

De gedetailleerde beschrijving van deze sprinkhanen verbiedt dat wij ze anders dan letterlijke schepselen gaan zien, precies zoals ze zijn beschreven. Hun tijdspanne is dezelfde als die van natuurlijke sprinkhanen Ė vijf maanden Ė maar ze verschillen van hen op vele wijzen. Gewone sprinkhanen zijn niet gevaarlijk voor de mensheid. De verslinden alleen de begroeiing (Exo. 10:12). Deze zijn echter ontworpen om de mensheid te kwellen zonder ze te doden, maar brengen geen schade toe aan het gras of de kruiden of de bomen.

Ze zijn een viervoudige combinatie van het paard, de leeuw, de schorpioen en de mens. Ze zijn snel als paarden, vreselijk als leeuwen, verstandig als mensen en kwaadaardig als schorpioenen. Het zal een veel ergere plaag zijn dan alles wat er aan vooraf is gegaan. Er is een goede reden om het een wee te noemen! Sprinkhanen hebben geen koning over zich (Spreuk. 30:27), maar deze zijn de onderschikten van de boodschapper van de afgrond. Zijn naam wordt zowel in het Grieks als Hebreeuws gegeven. Zowel Apollyon en Abaddonverderven betekenen "Verwoester". Verdedigend zijn ze voorzien van metalen kurassen, een bedekking van de hele romp, met zowel borst- als rugplaten. Hun aanvallende kracht zit in hun staarten, die als van schorpioenen zijn. De steek van een schorpioen is zeer pijnlijk, veel erger dan die van de wesp. Het is bekend dat mensen van de gevolgen er van zijn gestorven.

Net als SatanTegenstander gerechtigd was Job te kwellen, maar het hem niet was toegestaan zijn leven te nemen, zo zijn deze sprinkhanen beperkt tot hun werk van kwellen, en kunnen geen leven nemen. Maar hun steek is zo vreselijk, dat de volgelingen van het wilde beest blij zouden zijn om te sterven, of indien mogelijk, die te ontlopen.

Dit alles is in rechtstreekse tegenstelling en feitelijke oppositie tegen Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers handelen in de huidige bedeling van genade. Daarom is het erger dan nutteloos enige vervulling te zoeken in de voorbije geschiedenis. Een toneel als dit kan alleen maar ťťn maal in de geschiedenis van het ras voorkomen en moet noodzakelijkerwijze kort van duur zijn. Zij die Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers zegel hebben zullen er aan ontsnappen.

De sprinkhanen in de introductie van JoŽls profetie vertegenwoordigen de vier Assyrische invasies die het land verwoesten tijdens de vier generaties waar naar wordt verwezen. Twee er van, die betrekking hebben op Judalof, zijn de directe onderwerpen van JoŽls profetie.


9 En zij hadden borstharnassen als ijzeren borstharnassen en het geluid van hun °vleugels was als het geluid van strijdwagens met vele paarden, rennend naar de oorlog. 6 Want een natie komt op over Mijn land, robuust en er is geen getal. Zijn tanden zijn de tanden van een leeuw en hij heeft de hoektanden van een ouder-leeuw. (SW)[JoŽl 1:6]
10 En zij hebben staarten lijkend op schorpioenen en stekels, en hun °autoriteit is in hun °staarten om de mensen vijf maanden te beschadigen*.
11 Zij hebben een koning over hen, de boodschapper van de afgrond. Zijn naam in het Hebreeuws is Abaddonverderven en in het Grieks heeft hij de naam Apollyonverderver.
12 Het ene wee kwam weg, neem waar, na deze komen nog twee weeën.
13 En de zesde boodschapper blaast* de bazuin. En ik hoor* ťťn stem vanuit de horens van het gouden °altaar dat in het zicht van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is, 1 "En jij maakt het altaar tot een rookplaats van wierook. Van acaciahoutp zal jij het maken. [Openb. 8:3] 2 Zijn lengte is een el en zijn breedte is een el. Vierkant zal hij zijn en twee ellen is zijn hoogte. Er van af komen zijn horens. 3 En jij overtrekt hem met zuiver goud, zijn bovenkant en zijn zijwanden, rondom, en zijn horens. En jij maakt voor hem een opstaande randkraag van goud, rondom. (SW)[Ex. 30:1-3]
14 zeggend tot de zesde boodschapper die de bazuin heeft: "Maak* de vier boodschappers los die gebonden zijn op de grote °rivier de EufraatEufraat = de goede en overvloedige rivier ." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

DE TROONSECTIE Ė DE PAARDEN

HET TWEEDE WEE

Het tweede wee is zelfs nog erger dan het eerste en kan, net als dat, niet anders dan letterlijk verstaan worden.

Deze zijn waarschijnlijk de boodschappers die in de duistere spelonken van Tartarusafgrond - de plaats waar "gevallen" engelen worden bewaard geworpen waren, om daar bewaard te worden voor het kastijdende oordeel (2Petr. 2:4), of, zoals Judaslof (Griekse vorm van Juda) zegt, bewaard in OnwaarneembareGrieks: Hades - de plaats waar de ziel van de mens heen gaat na het overlijden (niet "eeuwige") banden, onder duisternis, voor het oordeel van de grote dag (:6). Nu dat specifieke uur en dag en maand en jaar zijn gekomen, worden ze naar hun werk gezonden om een derde van de mensheid te doden. De gedetailleerde beschrijving van deze schepselen is noodzakelijk omdat niemand ooit zulke monsters heeft gezien. Het is moeilijk tweehonderd miljoen ruiters als deze in te denken, waarbij de paarden zelf voorzien zijn van dooduitdelende monden en staarten. Dit is zeker een van de wonderen "die niet geschapen zijn in heel de aarde, noch in alle naties" (Exo. 34:10).

Geen van de vernietigingsmiddelen van de mens schijnen hiermee vergeleken te kunnen worden. Ze combineren moderne oorlogsmethoden, zoals vlammenwerpers en gifgas, met de beet van de slang.

Voorafgaande oordelen zullen de bevolking van de aarde met meer dan een vierde te hebben teruggebracht (6:8; 8:11). We kunnen niet weten hoeveel er in leven zullen zijn in de tijd dat de dood vlucht van de mensheid (9:6). Een derde van deze zal gedood worden door " de troepen van de cavalerie."


15 En de vier boodschappers werden losgemaakt*, die gereed gemaakt zijn tot in het uur en de dag en de maand en de jaargang, opdat zij het derde deel van de mensen zullen doden. En de eerste trompettert*. En er kwam* hagel en vuur, vermengd in bloed, en het werd op de aarde geworpen, en het derde van de aarde werd verbrand*, en het derde van de bomen werd verbrand*, en alle groene gras werd verbrand* ... 12 En de vierde boodschapper trompettert*. En het derde van de zon en het derde van de maan en het derde van de sterren werd verborgen*1), opdat het derde van hen donker zou zijn en dat de dag voor een derde niet zou verschijnen* en de nacht evenzo. (SW)[Openb. 8:7,12]
16 En het getal van de legers van de cavalerie was tweemaal tienduizendtallen van tienduizendtallen. Ik hoorde* hun °getal.
17 En zo nam ik de paarden waar in de aanschouwing. En die op hen zitten hebben vurige en violetkleurige en zwavelig gele borstharnassen, en de hoofden van de paarden waren als hoofden van leeuwen en vanuit hun °monden gaat vuur uit en rook en zwavel. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Amethystine, de oude hyacint, komt overeen met ons amethist, een doorzichtige, violet gekleurde edelsteen, of onze saffier, met een paarse kleur. De context doet hier denken aan de amethist.

Zwavel werd vaak gebruikt als zuiveraar in de religieuze rituelen van de naties, en daarom is de Griekse naam er van "goddelijk". Vuur en zwavel werden beschouwd als de goddelijke reinigingen of zuiveringsmiddelen.


18 Dooreig. vanuit deze drie rampen werd het derde deel van de mensen gedood*: door het vuur en door de rook en door de zwavel, die vanuit hun °monden uitgaan.
19 Want de autoriteit van de paarden is in hun °mond en in hun °staarten, want hun °staarten lijken op slangen die hoofden hebben en daarmee beschadigen zij.
20 En de overigen van de mensen, die niet gedood* werden in deze °rampen, bezinnen* zich echter niet vaneig. vanuit de werken van hun °handen, opdat zij niet de demonen en de afgoden zullen aanbidden, de gouden en de zilveren en de koperen en die van steen en de houten, die niet kunnen kijken, noch horen, noch wandelen. 17 Zij offeren aan demonen, niet Eloah. Elohim kenden zij niet. Zij kwamen tot nieuwe die dichtbij waren. Jullie vaders werden door hen niet met afgrijzen vervuld. (SW)[Deut. 32:17] - 4 Hun afgodsbeelden zijn van zilver en goud, het maaksel van de handen van een mens. 5 Ze hebben een mond, maar ze spreken niet; ze hebben ogen, maar ze zien niet; 6 ze hebben oren, maar ze horen niet; ze hebben een neus, maar ze ruiken niet; 7 ze hebben handen, maar ze voelen niet; ze hebben voeten, maar ze wandelen niet; ze mompelen niet door hun keel. (SW)[Psalm 115:4-7] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Dat zoín oordeel het denken van hen die gespaard worden niet zal veranderen, lijkt ondenkbaar. Maar zo zit de mens in elkaar. De meest vreselijke beproevingen verharden zijn hart alleen maar, in plaats van bekering voort te brengen. Ze gaan voort in hun afgoderij en zonde als voorheen. We kunnen daaruit leren dat mensen hun denken niet zullen veranderen door dwang of vrees, zelfs bij de verkondiging van het koninkrijk. Dit zal door mildere middelen bereikt worden.


21 En zij bezinnen* zich niet vanuit hun °moorden, noch vanuit hun °toverijen, noch vanuit hun °ontucht, noch vanuit hun °diefstallen.




Terug naar de index.
Naar Openbaring 10
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.