Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De brief van Paulus aan de
Romeinen
Hoofdstuk 7

   
(klik op de oranje cijfers voor het uitgebreide commentaar op dat vers)
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 Of zijn jullie onwetend, broeders, want ik spreek tot wie de wet kennen, dat de wet heer is van de mens voor zoveel tijd als hij leeft? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De apostel richt zich nu in het bijzonder tot hen die onder de wet waren, dat wil zeggen, die van de Besnijdenis waren. Zijn beroep, echter, is niet op de wet zelf, maar op de aard van alle wet, dat die zeggenschap heeft over allen die leven.


2 Want de van de man zijnde vrouw is aan de levende man gebonden door wet, maar in het geval dat de man zal sterven, is zij ontheven vanaf de wet van de man. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

De wet voor het huwelijk is een goed bekend voorbeeld. De onderschikking van een vrouw aan haar man duurt alleen voor dit leven. Tijdens zijn leven mag zij geen andere relaties hebben met andere mannen. Na zijn dood zijn de banden die haar binden aan een nieuwe echtgenoot net zo heilig als die welke haar verenigden met de eerdere.


3 Daarom dan zal zij bij het leven van de man als echtbreekster betiteld worden, in het geval dat zij aan een andere man verbonden zal worden. Maar in het geval dat de man zal sterven is zij vrij vanaf de wet, zodat zij geen echtbreekster is indien zij van een andere man wordt.
4 Zodat, mijn broeders, ook jullie ter dood gebracht* werden voor de wet door het lichaam van de ChristusGezalfde, tot in het jullie verbonden worden aan een ander, aan Die vanuit doden werd gewekt, opdat wij vrucht zouden brengen aan °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende; (SV)[Kol. 2:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Een echtgenote en haar echtgenoot zijn één vlees (Gen. 2:24), en daarom sterft de echtgenote met haar echtgenoot, maar de vrouw blijft achter. Zij die met ChristusGezalfde verenigd zijn onder de wet stierven met Hem voor de wet. Eenheid met ChristusGezalfde in opstanding is een nieuwe relatie die verder gaat dan het gebied van de wet.


5 Want toen wij in het vlees waren, werkten* de passies van de zonden, die door de wet waren, in op onze °leden om °vrucht te brengen* aan de dood. opdat, zoals de zonde heerst in de dood, zo ook de genade zal heersen door rechtvaardigheid, in aionisch leven, door Jezus Christus, onze Heer.[Rom. 5:21]
6 Maar nu werden wij ontheven* vanaf de wet in welke wij stervend werden vastgehouden*, zodat wij slaaf zijn in nieuwheid van geest en niet in verouderdheid van letter. Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods. (SV)[Rom. 8:2] - Wij dan werden tezamen begraven* met Hem door de doop in de dood, zodat, zoals Christus werd opgewekt uit de doden door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen[Rom. 6:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Vrijstelling van de wet is alleen toepasbaar op hen die onder de wet waren. Aangezien de wet niet onrechtvaardig is, zoals de zonde dat wel is, maar rechtvaardig en heilig, gaan zij voort met dienen, niet langer naar de letter, maar naar de geest.


7 Wat zullen wij dan uitspreken? De wet is zonde? Moge het niet gebeuren! Maar ik kende de zonde niet, tenzij door wet, want bovendien had ik niet de begeerte waargenomen indien de wet niet zei: "Jij zal niet begeren." Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is. (SV)[Ex. 20:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

De verkeerde afleiding van het voorgaande is dat de wet zelf zonde is. Waarom zouden we anders ophouden haar letter te dienen? Of hoe maakt het anders zonde nog zondiger en vormt ze die om in een overtreding? Zonde wordt pas kenbaar in haar ware aard door de wet. In plaats van dat zonde onwetend onvermogen is, wordt ze het tegengestelde. Ze is actieve vijandigheid. De wet die scheen te zijn gegeven om het te regelen, wekte het alleen maar op. Zonde is slapend of dood, tot de wet komt en er leven aan geeft. De wet die aan de zondaar leven zou moeten geven, gaf leven aan de zonde. Ze zou de doodsklap moeten zijn geweest voor de zonde, maar ze werd de dood van de zondaar. Dit alles laat zien hoe nutteloos het is om zonde te reguleren of te overwinnen. Ze werkt niet alleen in duisternis en onwetendheid, maar vormt juist het licht om in een dienaar van de dood. De wet bood leven aan hen die er onder waren, op voorwaarden die, zonder de zonde, alles waren wat maar verlangd kon worden. Maar de zonde stelde ze niet alleen buiten werking, zodat zij geen voordeel konden halen uit haar voorzieningen, maar betrok hen bij de veroordeling er van door hun lusten op te poken tegen haar juiste geboden.


8 Maar de zonde, een aangrijpingspunt nemend door het voorschrift, bewerkt* in mij elke begeerte, want los van wet is de zonde een dode. want voor de wet was de zonde al in de wereld, maar zonde wordt niet toegerekend als er geen wet is;[Rom. 5:13]
9 Maar ik leefde eens los van wet, maar komend het voorschrift leeft* de zonde weer. Maar ik stierf.
10 En in mij werd het voorschrift gevonden*: dat tot in leven, dit tot in de dood. Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE! (SV)[Lev. 18:5]
11 Want de zonde, een aangrijpingspunt nemend door het voorschrift, misleidt*, en door haar doodt*, ze mij. En de HEERE God zeide tot de vrouw: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de vrouw zeide: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten (SV)[Gen. 3:13]
12 Zodat de wet inderdaad heilig is en het voorschrift heilig is en rechtvaardig en goed. Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt; (SV)[1Tim. 1:8]
13 Werd* dan het goede voor mij de dood? Moge het niet gebeuren! Maar de zonde, opdat ze als zonde zal verschijnen, bewerkt door het goede mijn dood, opdat de zonde overeenkomstig overtreffendheid zondares zal worden door het voorschrift. Maar de wet is er bij gekomen, zodat de overtreding zou toenemen. Maar waar zonde toeneemt, overstijgt de genade,[Rom. 5:20] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Uit de veronderstelling dat de wet, heilig en goed zijnde, hem betrok bij de dood, schijnt het dat wat goed is de oorzaak wordt van de dood. Maar dat is niet het geval. Het was niet de wet die de dood voortbracht, maar zonde, de wet misbruikend. De echte wet en kennelijke functies van de wet zijn heel verschillend. En om het echte doel te bewerkstelligen was het nodig dat ze niet aan de oppervlakte zou verschijnen. Het kennelijk doel van de wet was leven te geven aan allen die ze volhardend en voortdurend hielden. Omdat ze nooit aan iemand leven gaf, want niemand was in staat haar eisen te vervullen, schijnt het alsof de wet had gefaald in haar belangrijkste doel. En verder, omdat ze de lusten van zonde die slapend waren deed herleven, schijnt ze haar eigen doel te hebben verslagen. Maar het echte doel van de wet was de buitensporige zondigheid van de zonde te onthullen en daarin was ze zeer succesvol.


14 Want wij hebben waargenomen dat de wet geestelijk is. Ik echter ben vleselijk, verhandeld zijnde onder de zonde. Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen. (SV)[Psalm 51:7]
15 Want wat ik bewerk weet ik niet. Want wat ik niet wil, dit praktiseer ik; maar wat ik haat, dit doe ik. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

Dit is de ervaring van iemand die zijn dood niet aan zonde en wet wijt, maar die druk bezig is met het houden van de letter van de wet. Hij ondervindt dat de wet van zonde in zijn leden veel krachtiger is dan de wet van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, die een beroep doet op zijn denken. Hij wil het goede doen, maar kan het niet. Hij doet dingen die hij haat te doen, en daarom wijt hij zijn ellende aan de inwonende zonde, die bezit had genomen van zijn lichaam. Hij is een te betreuren gevangene. Dit zal de ervaring zijn van allen die zich ernstig inspannen om Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker te behagen door de letter van de wet te gehoorzamen die al verbroken was voordat ze het volk bereikte (Exo. 32:19).


16 Indien ik nu dit doe wat ik niet wil, dan stem ik toe dat de wet ideaal is.
17 Maar nu bewerk ik het niet meer, maar de in mij inwonende zonde.
18 Want ik heb waargenomen dat in mij geen goed huist (dat wil zeggen, in mijn °vlees), want het willen ligt naast mij, maar het ideale bewerken niet. En de HEERE zag, dat de verontwaardiging des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was. (SV)[Gen. 6:5]
19 Want ik doe niet wat ik wil, het goede; maar wat ik niet wil, het kwade, dit praktiseer ik.
20 Indien ik nu dat doe wat ik niet wil, bewerk ik het niet meer, maar de in mij huizende zonde.
21 Dus vind ik de wet: dat als ik het ideale wil doen, in mij het kwade er naast ligt.
22 Want ik verlustig mij samen met de wet van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker overeenkomstig de binnenmens,
23 maar ik bekijk een andere wet in mijn °leden, oorlogvoerend tegen de wet van mijn °denken, en mij in krijgsgevangenschap brengend in de wet van de zonde, die in mijn °leden is. Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet. (SV)[Gal. 5;17]
24 Ik, diep ongelukkig mens! Wie zal mij uitredden vanuit dit °lichaam van deze °dood? Genade!Zie Commentaar 2 [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Wat is het antwoord op de roep van deze te betreuren man? Het is genade! Er is geen andere verlossing mogelijk. Dit brengt ons terug naar waar deze uitweiding begon, de heerschappij van genade aan het einde van het vijfde hoofdstuk. Het is alleen wanneer we de keizerlijke heerschappij van genade erkennen, ons buiten alle mogelijkheid van veroordeling stellend, of we nu zondigen of niet, dat we echte vrijheid en kracht hebben die voldoende is om niet alleen tot stand te brengen wat door de wet werd vereist, maar ook die hogere taken die ver uit gaan boven de rechtvaardige vereisten van de Sinaïnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt. Dan zullen we niet te betreuren en zelf betrokken zijn, maar blij en jubelend in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, in Wiens gunst we ons koesteren, en Wiens genoegen we zijn, in ChristusGezalfde.

[Commentaar 2]
Commentaar

24

Genade: Niet in de WH/NA en TR, maar wel in een aantal belangrijke handschriften


25 Ik nu dank °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, door JezusJAH redt ChristusGezalfde, onze °Heer! Dus, dan, ben ik inderdaad zelf met mijn °denken slaaf voor de wet van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, maar met het vlees voor de wet van zonde. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus. (SV)[1Kor. 15:57]



Terug naar de index.
Naar Romeinen 8
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.