Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Jesaja
Hoofdstuk 33

Jesaja trad op van ca. 750 tot ca. 700 v.C.

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
ga met de muis op een groen woord staan, dan ziet u de betekenis)


1 Wee verwoester en jij die niet verwoest bent en die verraderlijk is terwijl zij niet verraderlijk met hem handelen. Wanneer jouw einde komt, verwoester, zal jij verwoest worden, wanneer jij het toppunt bereikt van verraderlijk handelen, zullen zij verraderlijk met jouw handelen.
2 JAHWEH, wees ons genadig. Op U hopen wij. Wees hun arm in de ochtenden, ja onze redding in de tijd van benauwdheid.
3 Vanwege het geluid van rumoer zwerven volken, vanwege Uw verhoging worden naties verstrooid.
4 En jullie buit wordt verzameld, zoals de verzameling van de kever, als de stormloop van hopsprinkhanen die tegen hem rondrennen.
5 Onneembaar is JAHWEH, want Hij verblijft in de hoogte. Hij vult SionSion = ruïne - verdorde plaats - een verschroeide plaats - verheven met oordeel en rechtvaardigheid.
6 En Hij wordt de betrouwbaarheid van jouw tijden, de beveiliging van reddingen, wijsheid en kennis is de vrees van JAHWEH - zij is Zijn schat.
7 Aanschouw, hun AriëlAriël = leeuw/leeuwin van God ieten schreeuwen buiten, de boodschappers van vrede huilen bitter.
8 De hoofdwegen worden troosteloos gemaakt, de passerende op het pad houdt op. Hij annuleert het verbond, hij verwerpt steden, Hij rekent een sterveling als niets.
9 Het land treurt en is krachteloos. LibanonLibanon = wit - bergen met eeuwige sneeuw wordt te schande gemaakt; het verwelkt. De SaronSaron = vlakte werd als de rotswoestijn, en BasanBasan - effen terrein, zonder stenen en KarmelKarmel = boomgaard schudden hun bladeren af.
10 Nu zal Ik opstaan, zegt JAHWEH, nu zal Ik verhoogd worden, nu zal Ik verheven worden.
11 Jullie zullen zwanger zijn van kaf, jullie zullen stoppel verwekken. Jullie geest is een vuur dat jullie zal verslinden.
12 En de volken zullen als verbrandingen van kalk worden, gerooide doornen; zij zullen in het vuur vernield worden.
13 Hoort, die van ver zijn, wat Ik deed, en weet, die dichtbij zijn, Mijn macht.
14 Zondaren in SionSion = ruïne - verdorde plaats - een verschroeide plaats - verheven zijn bang. Siddering houdt de verontreinigden vast. Wie van ons zal tijdelijk verblijven in een verslindend vuur? Wie van ons zal tijdelijk verblijven in aionisch gloeien?
15 Die gaat in rechtvaardigheden en die rechte dingen spreekt! Die winst van afpersingen verwerpt, die zijn handpalmen schudt tegen het hooghouden van een omkoopgeschenk! Die zijn oor samentrekt om niet te horen over bloedvergieten, en die zijn ogen toezegelt tegen het zien van kwaad,
16 hij zal verblijven op de hoogten. Bergvestingen van steile rotsen zijn zijn onneembare wijkplaats. Zijn brood wordt hem gegeven, zijn water is verzekerd.
17 Jouw ogen zullen de Koning waarnemen in Zijn schoonheid. Zij zullen een land van verre afstanden zien.
18 Jouw hart zal een alleenspraak houden over de angst. Waar is de schrijver? Waar is de weger? Waar is die de torens nummert? Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de redetwister van van deze °aion? Maakt* °God de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid? (SW) [1Kor. 1:20]
19 Het onbeschaamde volk zal jij niet zien, een volk dieper van lip dan verstaanbaar is, belachelijk van tongval; er is geen begrip.
20 Neem waar, SionSion = ruïne - verdorde plaats - een verschroeide plaats - verheven, ommuurde stad van onze afspraak! Jouw ogen zullen JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter zien, een zorgeloze hoeve. Zijn tent zal helemaal niet gedemonteerd worden, zijn pennen zullen helemaal niet opgebroken worden, tot bestendigheid, en al zijn touwlijnen zullen helemaal niet weggerukt worden.
21 Maar veeleer zal daar JAHWEH edel voor ons zijn. Een plaats van rivieren, waterwegen breed van kanten; geen schip van de roeier zal er over gaan en geen edele boot zal die oversteken.
22 Want JAHWEH is onze Rechter. JAHWEH is onze Statuutmaker. JAHWEH is onze Koning. Hij, Hij zal ons redden.
23 Jouw touwlijnen worden in de steek gelaten, zij zullen niet hun mast in hun onderstel vasthouden. Zij zullen het vaandel helemaal niet uitspreiden. Dan wordt een toenemende buit verder opgedeeld. verlamden plunderen de plundering.
24 En de vertoever zal helemaal niet zeggen: Ik ben ziek. Van het volk dat in haar woont wordt de verdorvenheid opgeheven.

Terug naar de indexpagina
Naar Jesaja 34
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.