Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Sefanja
hoofdstuk 2

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 Raapm jezelf bijeen! Raapm jezelf bijeen, natie waar niet naar wordt verlangd!
2 Voordat een statuut wordt verwekt passeert de dag als rommel, voordat de hitte van de boosheid van JAHWEH over jullie komt, voordat de dag van boosheid van JAHWEH over jullie komt,
3 zoekm JAHWEH, alle nederigen van het land die Zijn verordening verricht hebben, zoekm rechtvaardigheid, zoekm nederigheid. Misschien zullen jullie verborgen worden in de dag van boosheid van JAHWEH.
4 Want GazaGaza = de sterke zal verlaten worden en AskelonAskelon = het vuur van de schande of ik zal gewogen worden tot een troosteloosheid. AsdodAsdod = krachtig - in het middaguur zullen zij haar uitdreven. En EkronEkron = landverhuizing of ontworteld zal neergehakt worden.
5 Wee de inwoners van het district van de zee, de natie van de Keretieten! Het woord van JAHWEH is tegen jullie, KanašnKanašn = purper (-land), land van Filistijnen! En Ik zal jou vernietigen tot er geen inwoner zal zijn. 29 Het moet niet zo zijn, Filistea, dat jij blij bent, want de knuppel van jouw slaan is gebroken, want van de wortel van de slang zal een gele adder uitgaan en zijn vrucht is een vliegende, brandende slang.
30 En de eerstgeborenen van de armen grazen en de behoeftigen zullen rusten in vertrouwen. En Ik breng jouw wortel ter dood in de hongersnood en jouw overblijfsel zal die doden.
31 Huil, poort, schreeuw het uit, stad; ontbonden worden allen van jou, Filistea, want van het noorden komt rook en er is geen eenzame in zijn aangewezen plaatsen. (SW)
[Jes. 14:29-31]

6 En het district van de zee wordt een hoeve, weidegronden van herders en ommuringen van een kudde kleinveen.
7 En het district wordt voor het overblijfsel van het huis van JudaJuda = lof; daarop zullen zij grazen. In de huizen van AskelonAskelon = het vuur van de schande of ik zal gewogen worden zullen zij zich in de avond neerleggen, want JAHWEH, hun Elohim, zal hen opmerken en Hij zal hun gevangenschap omkeren.
8 Ik hoor de smaad van MoabMoab = (afstammend van) de vader en de beschimpingen van de zonen van AmmonAmmon = van een stam, die Mijn volk smaden, en zij maken zich groot tegen hun grens. 1 Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Moab en om vier zal Ik het niet terugnemen, vanwege zijn tot kalk branden van de beenderen van de koning van Edom.
2 En Ik zend vuur in Moab en het verslindt de burchten van Kerioth. En in een tumult sterft Moab, met geroep, met het geluid van een shofar.
3 En Ik snij de rechter af uit haar midden en al haar leiders zal ik doden, zegt JAHWEH. (SW)
[Amos 2:1-3]
- 13 Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Ammon en om vier zal Ik het niet terugnemen, vanwege hun openrijten van een zwangere uit Gilead, om hun grensgebied wijder te maken.
14 En Ik steek een vuur aan tegen de muur van Rabbah en het verslindt haar burchten, met een roepen in de dag van de strijd, met een storm in de dag van de wervelwind.
15 En hun koning gaat in de deportatie, hij en zijn leiders samen, zegt JAHWEH. (SW)
[Amos 1:13-15]

9 Daarom is het, zo waar Ik leef, zegt JAHWEH van legermachten met nadruk, de Elohim van IsraŽl, dat MoabMoab = (afstammend van) de vader zal worden als SodomSodom = branden en de zonen van AmmonAmmon = van een stam als GomorraGomorra = onderdompeling, uitgespoelde plaatsen van de stekelige acanthus en een opgraving van zout en een troosteloosheid tot aan de aion. Het overblijfsel van Mijn volk zal hen plunderen en het restant van Mijn natie zal hun lotbezit nemen. En JAHWEH veroorzaakte regen over Sodom en Gomorra, zwavel en vuur van JAHWEH uit de hemelen. (SW) [Gen. 19:24]
10 Dit zal voor hen zijn in plaats van hun praal, omdat zij smaden en zij zich groot maken tegen het volk van JAHWEH van legermachten.
11 Vreeswekkend is JAHWEH tegen hen, want Hij zal alle elohims van de aarde schraal maken. En allen van de kusten van de naties zullen tot Hem aanbidden, ieder uit zijn plaats.
12 Ook jullie, Kusieten*1), zij zullen door Mijn zwaard gesneuveld zijn!
13 En Hij zal Zijn hand uitstrekken tegen het noorden en Hij zal AssurAssur = vlakte vernietigen en Hij zal NinevťNinevť = woning of woonplaats plaatsen tot een troosteloosheid, een dorre plaats zoals de wildernis. Jouw herders sluimeren, koning van AssyriŽ! Jouw nobelen tabernakelen. Jouw volk is verspreid over de bergen, en er is niemand die bijeen brengt. (SW) [Nahum 3:18]
14 En bijeengedreven kudden zullen in haar midden neerliggen, elk dier van de natie. Ook de pelikaan, ook de egel zullen in haar bolkapitelen overnachten. Een stem zal zingen in het raam. Droogte is in het bekken, want de ceder zal ontbloot worden.
15 Dit is de vrolijke stad die in vertrouwen woont, die in haar hart zegt: Ik, en nog alleen ik. Hoe werd zij tot troosteloosheid, een neerligplaats voor het dier. Elk die aan haar passeert zal sissen, hij zal zijn hand heen en weer bewegen.

Noot:
1 - Kusieten - waarschijnlijk EthiopiŽrs


Terug naar de indexpagina
Naar Sefanja 3
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.