Notities bij de brief aan de Romeinen
deel 6
door G.L.Rogers

Het hart van het evangelie
Hoofdstuk 3:21-26

Net zoals de stem van de Wegbereider het riep, Bereidt de weg des Heren, zo bereidde de verontwaardiging van God de onthulling van de rechtvaardigheid van God door geloof. Het is ons duidelijk geworden dat God niet in vrede kan leven met zonde en dat Hij dat ook nooit zal kunnen. De wereld zou niet zijn wat ze is, als God niet vijandig stond tegenover de zonde. De werkelijkheid en de rechtvaardigheid van Gods verontwaardiging tegen de zonde is in het hele voorgaande betoog vastgesteld, wat niet zo zeer onze morele hulpeloosheid aantoonde, als wel het feit dat wij Zijn boosheid op verdorven wijze hebben uitgelokt en dat, als we gered willen worden, die boosheid op de een of andere wijze afgewend moet worden. Het eerste resultaat van de reddende kracht van God is niet een subjectieve verandering in de zondaar, een nieuwe gezindheid met een gedrag dat God plezier doet, maar een verlossing van de verontwaardiging die de verdorvenheid heeft uitgelokt. De eerste vraag is: "Hoe zullen we aan Gods wraak ontsnappen en toch de claims van rechtvaardigheid en geweten bevredigen?" "Onschuldig" heeft nooit zo zoet geklonken voor een beschuldigde misdadiger als de woorden van deze tekst klinken voor de schuldig verklaarde zondaar. Voor de troon van God staande zal geen Farizeeër ooit opscheppen over zijn superioriteit en geen tollenaar zal met zijn roep: "O God, wees mij, zondaar, genadig!" ongerechtvaardigd weggaan.

Het thema van 1:16,17 weer opnemend, wordt het evangelie ontvouwt; eerst als rechtvaardiging(3:21-4); dan als individuele en raciale verzoening(5); als heiliging(6 -8:17; als verheerlijking(8:8-39); in relatie tot het probleem van Israël's huidige terzijde stelling(9-11) en als transformatie(12-16).

Rechtvaardiging is het eerste en meest fundamentele feit van redding, fundamenteel ook voor het geheel van de Paulinische onthulling. Alleen Paulus predikt rechtvaardiging door geloof. Het succes van het evangelie onder zondaren is te danken aan het feit dat het ons in een rechtvaardige en heilige relatie tot God brengt. We zijn niet alleen verlost van de veroordeling die boven ons hoofd hing, maar we zijn verlost van iedere twijfel over Gods rechtvaardigheid. Het geweten wordt tot rust gebracht, ons morele gevoel bevredigd, maar boven al: we mogen zien dat Gods troon stevig is gegrondvest op rechtvaardigheid en recht.

21.

21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen
Thans echter. Het voorkomen van deze woorden zorgen voor een prachtige studie naar contrasten tussen de toestand van de mens in zonde en onder genade. Ze markeren een keerpunt in Gods handelen en in onze individuele ervaring, en zijn een vreugdevolle overgang van verwachtte veroordeling naar een gratis rechtvaardiging. God, Die van de mens rechtvaardigheid vereist, deelt nu aan geloof een rechtvaardigheid van Zichzelf uit.
Er zijn zes karaktertrekken in deze rechtvaardigheid:
1. Ze is goddelijk: een gerechtigheid Gods, Die geen wisselende standaard van recht heeft. De ethische perfectie die in uiteenzetting van de wet door onze Heer wordt vereist was: "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is"(Matt. 5:48). Ze verlangde perfecte liefde naar God en mens. De rechtvaardigheid die in het evangelie wordt onthuld is goddelijk van oorsprong en niet, zoals Adam zou hebben bereikt, door gehoorzaamheid. Dat zou het resultaat zijn geweest van menselijke inspanning. Dan zou het van de mens gekomen zijn, dit komt van God(2 Kor.5:21; Filip.3:9; 1Kor.1:30; Rom.10:3). Ze verdraagt geen rivaal, kan niet worden aangevuld worden; ze eist onderwerping.
2. Het is openbaar geworden in het evangelie van Gods Zoon en bestaat in tastbare vorm in Christus, onze Rechtvaardigheid(1Kor. 1:30). Het is een uiting zoals die in 1:19, door sommigen onopgemerkt, hoewel ze is verkondigd in het evangelie. Deze publieke openbaarmaking werd uitgesteld tot het einde van het onderzoek van de mens onder de wet, omdat het absurd en onverenigbaar zou zijn rechtvaardigheid van God te verkondigen in een tijd waarin de wet vroeg om menselijke rechtvaardigheid. Op dit moment in het pleidooi heeft de wet haar werk gedaan. De bekendmaking komt daarom op tijd en gelegen. Gods methoden spreken elkaar nooit tegen. De ploeg van de wet doet z'n werk voordat het zaad van het evangelie wordt gezaaid. Ze nadien gebruiken zou de oogst vernielen.
3. Het is een buiten wet om rechtvaardigheid. Dat wil zeggen, het komt niet voort uit het houden van de wet; het is geen verdienste. Het komt niet voort uit het houden van de wet door Christus. Onder de test van de wet bleek Hij onafscheidelijk verbonden te zijn met rechtvaardigheid, met die rechtvaardigheid van God waarvan de wet "slechts" een afschrift is. Zijn menselijke rechtvaardigheid was een tastbare uiting van de goddelijke rechtvaardigheid. Geen geschonden wet kon Zijn dood opeisen. Als Hij alleen gestaan had als een individu, zonder oorspronkelijke en officiële banden met het hele ras, dan zou Hij de dood nooit hebben geproefd. Hij werd tot vloek gemaakt om mensen op te eisen uit de vloek van de wet, en daarom is rechtvaardiging niet door zijn wet-houdende leven, maar door Zijn wet-erende dood.
4. Het is Schriftuurlijk, waarvan de wet en de profeten getuigen. Het volledige bewijs wordt in hoofdstuk 4 gegeven. Het was voorafgeschaduwd in rituele typen, in wet en profetie, die noodzakelijkheden onthulden en pogingen opriepen. Ze werd getoond in het kleden van de gevallen, naakte Adam, nadat hij beoordeeld en veroordeeld was; afgebeeld in de gordijnen van de Tabernakel, waarin de onrechtvaardigen geen toegang hadden, maar beschermde door haar symbolische rechtvaardigheid hen die door middel van een bloedig offer de ruimte binnen gingen; tevoren aan Abraham gepredikt(Gal. 3:8) en op een wat bedekte manier bekend gemaakt in het hele beeld van de Hebreeuwse Schrift.

22.

22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, voor allen, en op allen die geloven; want er is geen onderscheid.(SV/CV)
5. Gerechtigheid Gods door het geloof van Jezus Christus. Sommigen vinden het doodgewoon dat dit het hier gaat over het geloof van de gelovige en dat Jezus Christus hier het onderwerp van het geloof is. Maar gaat het hier niet juist over het geloof waarin onze Heer Zelf, de Leidsman van alle gelovigen(Hebr. 12:2), onze verlossing bereikte? Het onderwerp van geloof is God, Die rechtvaardigt en Die Jezus, onze Heer, opwekt uit de doden(4:5,24).
Onze Heer vertrouwde God vanaf Zijn vroege kinderjaren(Psalm 22:9). Geloof droeg Hem door het vreselijke lijden van Zijn laatste dagen, en was een belangrijk en waardevol element in Zijn offer, een offer dat vrijwillig werd gegeven in de gehoorzaamheid van geloof, en niet als een werk der wet. Als de Ideale Mens triomfeerde Hij in geloof, waar alle anderen in hun ongeloof faalden. De uiting van goddelijke rechtvaardigheid werd mogelijk gemaakt door het geloof van Christus. Ons geloof in God is geworteld in Zijn geloof, een geloof dat tot zijn toppunt en volledige uitdrukking kwam aan het kruis. Hij spreidde aan de ene kant een geperfectioneerd geloof ten toon en aan de andere kant een geperfectioneerde redding. Hij geloofde dat God Hem uit die unieke dood, onder de vloek van de wet, en van die zonde die Hij voor ons was gemaakt, zou redden. Die redding werd volbracht en tot uiting gebracht door het feit van Zijn opstandingsleven. Zijn geloof dat God Hem zou redden uit de dood(Hebr. 5:7), maakte Hem de Onthuller van redding(Hebr. 2:10;5:9).
6. Het is voor allen, en op allen die geloven. Hier rijst een vraag over de correcte tekst. De woorden en op allen worden door sommige tekstcritici afgewezen. Als ze niet origineel zijn, dan is het moeilijk hun aanwezigheid in goede manuscripten te verklaren. De conclusie "indien echt, voegen deze woorden geen nieuwe gedachte toe" zou aan de andere kant hun weglaten door sommige kopiïsten verklaren. De conclusie dat ze geen nieuwe gedachte toevoegen is onjuist. Voor allen drukt een rassen-wijde bestemming uit voor Gods rechtvaardigheid, terwijl op allen de huidige toepassing laat gelden voor allen die nu al geloven. Het wordt over gelovigen uitgestrekt als een effectief schild dat hen tegen alle aanklagers beschermt. Wordt redding voorzien voor alleen de verkozenen, of zal ze worden uitgeroepen als voorzien voor allen, zonder beperking?
Zo hebben we een rechtvaardigheid door geloof in zes stappen kunnen onderscheiden van een wettelijke rechtvaardigheid, en dit wordt geuit in Christus.

23.

23 Want allen hebben gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods(CV)
De bestemming is voor allen, want er is geen onderscheid, want allen hebben gezondigd. Hoewel er vele onderscheiden worden gemaakt, door God en mens herkend, is niemand afgezonderd van de anderen door het feit dat hij niet heeft gezondigd. De fatsoenlijken en de verleidden, de nobelen en de schandelijken, de respectabelen en de onfatsoenlijken, allen zijn ze terug gebracht tot het algemene niveau van zondaar. Allen derven de heerlijkheid Gods; ze hebben de heerlijkheid verloren die hoort bij de mens die naar de gelijkenis van God werd gemaakt. De heerlijkheid is verdwenen en liet de schaamte achter van een naaktheid die bedekt moet worden. Toen Adam weigerde God te verheerlijken, verloor hij zijn heerlijkheidsbedekking, vandaar de noodzaak tot kleding. God kleedde hem en die kleding symboliseerde een rechtvaardigheid die zo heerlijk is dat de rechtvaardige in het koninkrijk van hun Vader zal schijnen als de zon. Verder wordt, naast de standaard die werd gesteld door de morele heerlijkheid van de Ideale Mens, van alle mensen bewezen dat ze te kort schieten.

Er is geen onderscheid in oordeel. Adam was een groter zondaar dan Eva(1Tim. 2:13,14), maar toch werden beide uitgewezen. Er was geen onderscheid bij de dood van de eerstgeborene tijdens de Paasnacht; de enig veilige plaats was onder het bloed. Er is geen onderscheid tussen ongelovigen: allen zijn verloren. Er is geen onderscheid in de voorziening van genade voor allen; zowel de Jood als de heiden worden zijn als zondaren gered.
Er is een onderscheid tussen de gelovigen en de ongelovige: het verschil tussen gered en verloren(1Kor. 1:18).

24.

24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.
Gerechtvaardigd worden is in het Grieks grammatisch moeilijk. Er zit een gebroken constructie in de zin, wat nogal karakteristiek is voor Paulus. Gerechtvaardigd schijnt afhankelijk te zijn van allen die geloven(vers 22). Rechtvaardiging is een wettelijke uitdrukking die in rechtbanken wordt gebruikt, waar de aangeklaagde wordt veroordeeld of vrijgesproken. Ze veroorzaakt geen rechtvaardigheid, noch is het een herscheppende kracht. Het betekent niet dat, hoewel je fout was, je vergiffenis krijgt. Een rechter kan mildheid tonen, maar nooit vergeven. Noch in klassieke-, noch in heilige Griekse literatuur is er een citaat te vinden waar het werkwoord "rechtvaardigen" de betekenis heeft van rechtvaardig maken. In al de volgende teksten betekent het dat een persoon of ding rechtvaardig wordt verklaard. "Wie een goddeloze vrijspreekt en wie een rechtvaardige veroordeelt, deze beiden zijn de Here een gruwel"(Spr. 17:15). Zou het een gruwel zijn om een boos mens rechtvaardig te maken? "Maar hij wilde zich rechtvaardigen..."(Luc. 10:29). Hij wilde niet dat iemand hem rechtvaardig maakte; hij dacht dat hij dat al was. "Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uw woorden"(3:4). Moet Hij gecorrigeerd worden? Rechtvaardigen is altijd rekening geven van rechtvaardigheid. Dit is een thema voor een heel boek, en niet voor korte, niet met elkaar verbonden stukjes zoals deze.

Rechtvaardigheid wordt toegerekend aan hen die geloven. Wie deze leer afwijst als immoreel, bezit maar een oppervlakkig begrip. Het is geen wettelijk verzinsel of truc. God noch mens zijn misleid over degene die wordt gerechtvaardigd. Het is het karakter van de Rechtvaardiger en Zijn Geschenk dat telt. Terwijl Hij rechtvaardigt, houdt Hij in het oog dat Hij handelt met de goddeloze(4:5). Er wordt niets gezegd van een overdracht aan ons van Christus' verdiensten, die dan weer ons verdienstelijk zou maken. Indien wij verdienstelijk zouden zijn, dan zouden we geen rechtvaardiging nodig hebben, noch zouden we veroordeeld kunnen worden. God ziet een gelovige in Christus niet aan voor wat hij is, maar voor wat Christus is! Het enige dat verschil maakt tussen een gerechtvaardigde en de niet gerechtvaardigde is geloof. Een president of gouverneur kan een bewezen crimineel gratie geven, maar ze kunnen hem niet rechtvaardigen. Hoe ze dat zouden moeten doen is voor hen een onoplosbaar probleem, een probleem dat alleen door God opgelost kan worden. Zij hebben geen reddingskracht, maar Zijn redding en oplossing van het probleem is Christus, de kracht en de wijsheid van God. Dat Christus Zijn leven en rechtvaardigheid aan de gelovige zal uitdelen is een heerlijk feit, maar rechtvaardiging is niet de verlossing van zonde, maar van verdiende veroordeling en wraak. Dat heeft geloof niet veroorzaakt; geloof is niet een geestelijk koopkrachtig betaalmiddel. Het is veel meer de lege hand die ontvangt, het oog dat het landschap aanschouwt, zonder ook maar iets aan de schoonheid er van bij te dragen. De voor de mens kosteloze manier van onze rechtvaardiging benadrukt de afwezigheid van menselijke verdienste.

Gerechtvaardigd uit Zijn genade. Bestudeer het voorkomen van het woord "genade" in deze brief en in het bijzonder in haar contrasten(11:6). Het herhaalt en benadrukt de kosteloosheid van rechtvaardiging. De oorzaak ligt in Gods hart. "Omdat Ik het wil" is Zijn reden om genadig te zijn. Genade is alleen mogelijk waar er zonde is. Gods genade is Zijn hoogste heerlijkheid en de enige hoop van de zondaar. Genade is voor God kostbaar, alleen mogelijk gemaakt door de verlossing die is in Christus Jezus. Let op de stappen! Een gratis rechtvaardiging komt naar ons op een genadevolle manier, en achter genade zit een bereikte verlossing, en verder terug is de transactie aan het kruis. Gods genade is niet een onrechtvaardig gedogen van zonde. Het is een synthese van de liefde en de rechtvaardigheid van God, tevoorschijn gebracht door de verzoening van hun respectievelijke eisen. God kan genadevol zijn, omdat Hij de vereisten van de wet van rechtvaardigheid heeft bevredigd en tegelijkertijd verlossing voor zondaren heeft bereikt.

Verlossing omvat alles wat wordt bedoeld met vrijkoping. Daarachter ligt al de weelde van inzettingen die de Mozaïsche wet bevat over Pasen, de offers en het werk van de Bloedverwante Verlosser. Het omvat ook de toekomstige verlossing van ons lichaam(Rom. 8:23;Efe. 4:30). Hier is het rechtstreekse resultaat een genadige rechtvaardiging van veroordeling en wraak. De bereikte verlossing is in Christus Jezus. Deze typisch Paulinische uitdrukking relateert altijd aan de verheerlijkte Christus, niet de historische Christus. En het is in Hem, als opgestane en verheerlijkte, dat de vrijkoping bestaat, gerealiseerd en compleet. De ongeoorloofde toevoeging "voor ons" leidt af van de waarheid(Hebr. 9:12). Er is voor ons een verlossing, omdat de kracht van God het heeft volbracht en het is in Christus Jezus, Die onze Verlosser(1Kor.1:30). Het is van ons, niet door Hem, maar in Hem, en wordt niet buiten Hem om genoten.

25.

Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden;
Hoe wordt verlossing mogelijk gemaakt? Dit vers laat zien hoe het ging en wat het kostte. Hem heeft God voorgesteld. Op twee andere plaatsen (1:13; Efe 1:9) betekent dit werkwoord duidelijk "tot doel gesteld", maar het zelfstandig naamwoord moet met "voorop gezet doel" en "toonbrood" worden vertaald(Rom. 8:28; Matt. 12:4). "Voorgesteld" past beter bij de context dan "ten doel gesteld", en komt overeen met "gemanifesteerd", "om te laten zien", uitdrukkingen die te maken hebben met publiciteit. God Zelf stelt, als Zijn voorziening, Christus voor als Zoenmiddel in Zijn bloed. Hij maakte Christus tot een publiek spektakel voor het oog en hart van ieder nadenkend wezen, daarmee een zichtbare demonstratie gevend van Zijn persoonlijke rechtvaardigheid, waarop een beroep gedaan kan worden. God is tevreden met een offer waarin Hij Zelf heeft voorzien(Rom. 8:32; 1Joh. 4:10). De verlossing is in Christus als Iemand Die God voorstelde verzoenende kracht.

Het was offerbloed dat van de troon van God tussen de cherubs een genadezetel maakte, of een zoenmiddel, en zo een ontmoetingsplaats werd voor God en de zondige mens(Ex. 25:22). De verzoenende werking waardoor het ongenoegen van God werd weggenomen, lag in Zijn bloed. Het directe doel van verzoening is: het uiterste gevaar dat het hele menselijk ras bedreigt te voorkomen. Het heeft te maken met de verontwaardiging van God die vanaf 1:18 weerklinkt. De dood van Christus was het einde van die verschrikkelijke trein van oorzaken, door welke zonde wraak en dood bewerkte. Zijn dood wordt in deze context niet weergegeven als de methode waarmee God onze harten wint, maar die beledigde rechtvaardigheid verzoent en aanstormende doem voorkomt(5:9). Christus bezat en voldeed de volledige vereisten van het recht. Geen enkel theologisch pleidooi is zo krachtig als de hier gegeven feiten. Ze vinden hun uiteindelijke opheldering in de verlossing, eerst bereikt in Christus, Die is opgestaan en verheerlijkt, en dan in gerechtvaardigde zondaren, die vrede hebben door geloof in Zijn bloed. Dit geloof is specifiek. Het accepteert Gods voorziening van een verzoenend Slachtoffer. Het ondersteunt Christus' aanvaarding van de rechtvaardige straf, en is tevreden met Gods oordeel over onze zonde. Rechtvaardigend geloof wordt geboren wanneer het ziet dat God ons oordeelt aan het kruis van Christus, en ons redt in Zijn verlossing.

De vraag waarom verzoening noodzakelijk is komt nu aan de beurt. Allereerst gaat het er om Gods geduld te rechtvaardigen. Zijn doel was Zijn rechtvaardigheid ten toon te spreiden, die ter discussie werd gesteld door Zijn verdraagzaamheid ten opzichte van zondaren, daar Hij de zonden,die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden. Verdraagzaamheid die aan zonden voorbijgaat zonder het toepassen van terechte bestraffing, is allesbehalve te bewonderen in een rechter. Het leidt niet naar een betere morele orde, maar veeleer naar anarchie. Voorbijgaan is geen kwijtschelding; het schafte de straf niet af, maar stelde ze uit. Vierduizend jaar lang scheen God Zijn taak, om als Heerser de juiste straf voor zonden uit te delen, te verzaken. Tegen David en anderen zei Hij: "Ik heb uw zonden weggedaan."
Abraham geloofde God en het werd hem als rechtvaardigheid aangerekend. Maar wat gebeurde er met zijn zonden? Het recht leek te slapen en de Rechter werd door Zijn mildheid in opspraak gebracht. Hij was genadig, maar dat ging schijnbaar ten koste van het recht. Het was alsof Darius, vanwege zijn liefde voor Daniël deze had gered uit de leeuwenkuil, ten koste van het breken van zijn eigen wet(Dan. 6:15). Zelfs de beste mensen hebben zo weinig eigen verdienste, dat wanneer God hen aanvaardt, Zijn rechtvaardigheid ter discussie wordt gesteld. Het lijkt dat Hij de zonde niet zo zwaar laat wegen, en onverschillig staat ten opzichte van sommige van de zonden van de mensen. De rechter wordt veroordeeld wanneer de schuldige wordt vrijgesproken.

Maar God stelde het uit tot Hij de zonde volledig zou oordelen aan het kruis. Daar voerde Hij de volledige straf uit en toonde Hij, alle twijfel terzijde schuivend, Zijn rechtvaardigheid. De tragedie van het kruis is de maat van wat de mens verdient. Van Adam tot Christus is aan de zonde voorbij gezien. De zonde regeerde in de dood, er kwamen grote oordelen, maar geen daarvan hield zich bezig met de zonde. Tussen Adam's zonde en zijn oordeel plaatste God een belofte. Tussen God en de zonde was er altijd een beschermende belofte, totdat Christus aan het kruis "tot zonde werd gemaakt". Toen, voor de eerste en laatste keer, sloeg God de zonde zoals die het verdiende. Er was geen geduld of voorbijgaan in die vreselijke crisis. Gods rechtvaardigheid werd getoond in de passende straf die aan zonde werd opgelegd. Het uitstel van straf tijdens al de generaties werd veroorzaakt doordat het kruis, al voor de eeuwen begonnen, al aanwezig was geweest in het goddelijk plan.

Wanneer een rechter niet afgedwaald raakt van de lijn van zijn plicht door de illustere naam of hoge sociale en financiële positie van een overtreder, dan ontvangt de wet ongewone eer van de resolute integriteit die niet toestaat dat rang de overtreder beschutting geeft tegen het recht. Maar welke eer wordt gegeven aan rechtvaardigheid wanneer de Rechter Zelf de zonde en de volledige straf op Zich neemt? Abraham is het enige type van God als Vader, en zijn offer van Izaäk stelt op goddelijke wijze het offer van God voor. "God zal Zichzelf een lam voorzien". Hij leverde het Verzoenend Slachtoffer. Wij zijn te klein en geestelijk te dof om de worsteling van het verlies en de pijn van Zijn eigen hart te kunnen schatten, toen Hij Zijn vlekkeloze en gehoorzame Zoon verbrak. Hoe kostbaar onze verlossing voor de Vader en de Zoon was, dat kunnen we niet meten, maar we kunnen wel iets begrijpen van de ontzagwekkende eer die aan de wet van rechtvaardigheid werd gegeven. God heeft de zonde niet verzacht of er een uitvlucht voor gezocht. We kunnen pas de zonde te zien zoals God die ziet, totdat we gaan zien hoe Hij er mee omging toen die werd toegedicht aan Zijn Geliefde. Hij roept ons op getuige te zijn van het vertoon van Zijn rechtvaardigheid. Laten we er naar kijken totdat we iets gaan zien van de aanstotelijkheid en tragedie van de zonde.

26.

Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
Twee zaken worden getoond door middel van verzoening: eerst, Gods rechtvaardigheid, schijnbaar ter discussie gesteld door Zijn verdraagzaamheid; en, ten tweede, een methode waardoor Hij op een rechtschapen manier de goddelozen kon rechtvaardigen. Het verdedigt Gods handelen met de zonden die begaan werden vóór de kruisiging en ook onderschrijft het Zijn methode in het huidige tijdperk. Had Hij de volledige straffen voor zonde uitgedeeld aan de zondaren, dan zou Hij Zichzelf rechtvaardig getoond hebben, maar Zijn doelstelling om de oneerbiedigen te rechtvaardigen kon niet worden bereikt door het uitvoeren van de straf. Verzoening heeft God verdedigd, maar meer nog heeft het Hem in staat gesteld om op rechtschapen manier de zondaar rechtvaardig te verklaren; het heeft het verleden afgedaan en schept het evangelie voor het heden. Twee dingen zijn bereikt. Eerst: het feit dat God Zelf rechtvaardig is in Zijn rol als Rechter en Uitvoerende; en twee: Gods rechtvaardigheid als Rechtvaardiger. Het probleem, dat ten koste van zoveel werd opgelost, is hoe deze karakters en activiteiten te verenigen zijn, want er kan geen evangelie zijn voordat God de oneerbiedigen kan rechtvaardigen, noch kan er een evangelie zijn voordat Gods rechtvaardigheid is gehandhaafd. In Christus Jezus is alles gedaan om de functies van de Rechter van de zondaar en Rechtvaardiger van de zondaar te harmoniseren. De dood van Christus was verzoenend, omdat hierin Gods verontwaardiging tegen de zonde en het oordeel over de zonde uiteindelijk werd uitgedrukt. Door te sterven nam Christus Zelf de zonde in z'n totaliteit op Zich, als de afzichtelijke werkelijkheid die het voor God is. De verzoening lost het probleem op, want het toont Gods rechtvaardigheid in oordeel, gehoor gevend aan Zijn wet, daaraan voldoende, en tegelijkertijd de zondaar een rechtvaardig platform gevend in Christus. "Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem" (2Kor. 5:21). Het was Zijn geloof, dat de oorsprong is van ons geloof, waarmee Hij de verlossing bereikte van de zonde die Hij gemaakt was en de dood die daarvoor de straf was. Als we in gedachten houden dat Hij Die leed de Hoogste autoriteit was, dan zien we de perfecte gehoorzaamheid. Want Christus ging naar het kruis en stierf als Koning. Hij, aan Wie alle oordeel was gegeven, werd gehoorzaam tot de dood en ontving de straf die Hij eigenlijk Zelf zou moeten opleggen! Zoals we deelnemen aan Zijn geloof in God, zo wordt Hij voor ons tot Rechtvaardigheid gemaakt.
Gezegend zijn de mensen die religieuze rechtvaardigheid verwerpen en niet langer van binnen lichtgeraakt zijn door het feit dat de rechtvaardigheid die ze nodig hebben van God moet komen en alleen in Christus gevonden kan worden! Zijn rechtvaardigheid is niet een gecorrigeerde voortzetting van onze eigen "Toren van Babel rechtvaardigheid", maar komt als geheel anders dan de onze, namelijk als de Zijne. Zolang we zoeken naar een rechtvaardigheid buiten God, wijzen we Christus af, samen met de vreugde van het ondervinden dat Hij onze honger stillen en ons stormachtige geweten tot vrede kan brengen.


Dit artikel is afkomstig uit U.R.Magazine, jaargang 20, pagina 329. Uitgave van Concordant Publishing Concern

Voor meer delen uit deze serie, klik hier


www.schriftwoord.nl