Concordant Commentaar op de brief aan de Kolossenzen
door Wolter Brakshoofden
Toetst alles en behoudt het goede

versie 1.0
laatste mutaties 22 maart 2015
gebaseerd op een serie bijbelstudies door Andre Piet.
bron www.goedbericht.nl
de studies zijn te beluisteren op Salvation of all - de audio en video collectie
de Bijbelcitaten zijn uit de NBG vertaling uit 1951


Inleiding: Eén van de grote thema's van de Kolosse brief is hoop. De hoop van het evangelie is onvoorwaardelijk en universeel. Hoop gebeurt in gradaties / gefaseerd. Vergelijk het met een steen die je in een vijver gooit. Het begint met een kleine kring, waarna er steeds wijdere kringen zichtbaar worden. Zo is het ook met de hoop van het evangelie, eerst verzameld hij eerstelingen, de uitgeroepenen (Grieks: ek-klesia), vervolgens het volk Israël, daarna de volkerenwereld en aan het einde de ganse schepping.

Hoofdstuk 1

Kolossenzen 1: 1-5

"1 Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder, 2 aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader. 3 Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus [Christus], te allen tijde bij ons bidden voor u, 4 daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, 5 om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie."

(vers 1) "Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder."
Paulus is de schrijver. Bedenk dat hij Saulus heette en uit de stam van Benjamin kwam.
In Hand.13:9 lezen we : "Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld met de heilige Geest, zag hem scherp aan..."
Hier lezen we dat Saulus, de Benjaminiet, zich voor het eerst tot iemand uit de natiën richt (Sergius Paulus) terwijl een Jood (Elimas) dat probeert te verhinderen.
Bij die gelegenheid wisselt de naam van Saulus naar Paulus. En 'de Jood Elimas' wordt tijdelijk blind. Dit is een beeld van het Joodse volk dat tijdelijk ziende blind en horende doof werd. De bediening van Paulus wordt in Hand.13:9 gekarakteriseerd.

De naam van Paulus wordt 3 x in deze brief genoemd. Zie Kol.1:1, Kol.4:18 "Een eigenhandige groet van mij, Paulus" en Kol.1:23 "... en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie (...) en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben."

(vers 1)"...door de wil van God een apostel van Christus Jezus"
Er staat: door Gods wil. Het is dus niet Paulus zijn eigen keuze geweest. Hoe wij ook tegen werken, als God iets wil, dan gebeurt het altijd, een mens kan dat niet keren.
"...apostel". In het Christelijk jargon is het tot een term geworden die niet veel zegt.
Apostel betekend een afgevaardigde, een gevolmachtigde. Paulus is dus hoogstpersoonlijk afgevaardigd door Christus Jezus
"...van Christus Jezus". Die term komt 94x keer voor en uitsluitend in de brieven van Paulus. Jezus is de naam van de mens die hier op aarde wandelde. Sinds zijn doop in de Jordaan en later officieel door de opstanding werd Hij de Christus (=titel en betekent gezalfde). Hand.2:36 "dat God Hem èn tot Here énn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt."

De twaalf kenden Hem als Jezus die later de Christus werd.
Paulus kende Hem vanuit de hemel. Dus op het moment dat de gezalfde (Christus) uit de hemel met de hemelse heerlijkheid aan hem verscheen, kende Paulus Hem als Christus Jezus.

Daarmee is ook alles gezegd met welke autoriteit, met welke volmacht Paulus spreekt en schrijft. Hij schreef met de volmacht van degene die hem (Paulus) geroepen heeft, namelijk de autoriteit van de verheerlijkte Heer. Dat is dus een wezenlijke andere status dan Jezus die op aarde liep. Dat was de zoon in de vernedering.

(vers 1)"... en Timoteüs onze broeder."
Er staat letterlijk: Timoteüs de broeder. Timoteüs was een jonge medewerker. Hij betekende veel voor Paulus . Zie Fil.2:19-20 "Ik hoop in de Here Jezus Timoteüs spoedig tot u te zenden (...) Want ik heb niemand die zó eens geestes (met mij!) is, om uw belangen getrouw te behartigen."

(vers 2) aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader.
Heilig betekent apart gezet en dus afgezonderd tot. Men denkt in het algemeen dat een gelovige iemand is die naar de kerk gaat. Maar de vraag is altijd: WIE geloof je en WAT geloof je? Geloof veronderstelt dat je je vertrouwen stelt in wat iemand vertelt. De Kolossers geloofden Christus, de gezalfde die was opgewekt uit de doden. Zie daar een gelovige. (Tip: Kijk ALTIJD in de Schrift na of wat de spreker verteld of wat de schrijver opschrijft klopt!

"..te Kolosse". Paulus is niet in Kolosse geweest (Kol.2:1). De plaats bestaat niet meer, maar Kolosse lag in het zuidwesten van Turkije. Het lag vlak bij Laodicea (= Diospolis = stad van Zeus) en Hierapolis (= heilige stad). In Openb.3:14-22 lezen we over de rijkdom van Laodicea.
In Kol. 4:2 lezen we: "samen met Onesimus, mijn getrouwe en geliefde broeder, die een der uwen is." Onesimus kennen we ook uit de brief aan Filemon. Onesimus was de slaaf en Filemon was de Heer. De brief Filemon is in dezelfde tijd geschreven en zou je ook de 2e brief aan Kolossenzen kunnen noemen.
In die tijd was het gewoon dat een gemeente (ekklesia) in een huisgezin samenkwamen. zie Filemon 1:2 "...onze medestrijder, en aan de gemeente te uwen huize."

Daarbij is opmerkelijk dat een ekklesia ontstaat rondom een 'huisgezin'. Dus niet via een instituut of grote organisatie.

(vers 2)"..genade en vrede zij u van God, onze Vader"
Beginnend met genade en van daaruit vrede. De volgorde is van belang. Vrede is gebaseerd op genade. Genade is de Griekse groet, en vrede (sjalom) is de Hebreeuwse groet. Feitelijk is dat Paulinisch. De Jood die dacht een voorrangspositie te hebben is hij 'kwijt', doordat genade nu vooraan staat.
God de Vader. zie 1 Kor.8:6 "voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie (bron) alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here (= Gr.kurios = eigenaar), Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem."

(vers 3) "Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus [Christus], te allen tijde bij ons bidden voor u."
God is de Vader is de standaardformulering. En onze Here Jezus is de zoon.
"...wij danken...te alle tijde...bij ons bidden voor u."
De Kolossers stonden onder druk, en ze dreigden af te wijken van het goede bericht door boodschap van wet en werken. Toch dankt Paulus altijd. Dat is leven uit genade.

(vers 4) "daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt."
Hier lezen we dat Paulus er zelf niet is geweest. Hij had gehoord van hun geloof in Christus (de opgewekte uit de doden) Jezus (die op aarde leefde en stierf aan het kruis van Golgotha)
"...geloof" is gebaseerd op vertrouwen en op wat Hij doet, niet onze werken.
De bekende reeks lezen we in deze verzen terug: ...geloof... in vers 5...hoop .... en liefde (agape= belangeloze liefde)

(vers 5) "..om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie."
Van die hoop (=zekere verwachting) hadden zij gehoord. Omdat het een levend woord en een bericht is, geeft het hoop (verwachting), en omdat het een hele hoop hoop is, daarom wekt het liefde op. De hoop blijkt iemand te zijn. zie Kol.1:27 "de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid."
..."weggelegd.". Het is gereserveerd.
..."Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking (het woord) der waarheid, het evangelie.".
Ze hadden het woord van de waarheid gehoord. Waarheid berust op feiten. Leugens doen een mens afwijken van het goede bericht en belasten de mens, ze doen ook afbreuk aan de hoop. De blijdschap en dankbaarheid worden er door weggenomen.
Er staat letterlijk "...het woord van de waarheid van het evangelie." Het woord der waarheid = evangelie.

Paulus hamert er op bij de Kolossers dat ze niet zouden afwijken van het geloof! Hij roept op: laat je niet afbrengen van de hoop van het evangelie.

(vers 23) "indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie..."
Wat is de hoop van het evangelie? ...zie vers 20: "en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is."

Kolossenzen 1: 6-10

"6 ...dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen;
7 zoals gij het vernomen hebt van Epafras, onze geliefde mede dienstknecht, die voor u een getrouw dienaar van Christus is,
8 en ons ook kenbaar gemaakt heeft uw liefde in de Geest.
9 Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht,
10 om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God."

(vers 6) "in gehele wereld..."
Zie ook Rom.1:8 "omdat in de gehele wereld van uw geloof gesproken wordt."
Het gaat er hier NIET om dat degene die het verteld de kracht is, dus de voorganger of de predikant, maar het woord staat centraal. Het woord is kracht.

Zie ook 1 Thes.1:8 "..maar allerwegen is uw geloof, dat zich op God richt, bekend geworden."
Zodra Gods woord wordt verteld, wordt er over het woord gesproken. Dat kan positief of negatief zijn, maar zodra het woord PUUR klinkt, dan werkt het zaken uit.

(vers 6) "draagt het vrucht en wast het op."
Denk aan de gelijkenis van de zaaier. zie Math.13:18-23.
Zie ook Kol.1:23 "indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie."
Blijf staan in de hoop van het evangelie. Voorbeeld: een boom staat op één plaats en groeit omhoog. Geworteld op één plaats, en wijkt daar niet van af.
Zie ook Kol.2:6-7 "Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem, geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging."

(vers 6) De prediking der waarheid = het evangelie = "de genade Gods."
Tit.2:11 "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend (=redding) voor alle mensen, om ons op te voeden."
De genade boodschap van Gods reddende genade hadden de Kollossers van Epafras gehoord.
Genade voedt op (opvoedende genade). Wet voedt niet op.

(vers 6) "de genade Gods in waarheid hebt leren kennen."
"hebt leren kennen." Hier staat het Griekse woord: Epi-gnosis! zie ook vers 9.
Gnosis is weten. Wat er bovenuit gaat is Epi-gnosis = realiseren, boven kennis, beseffen
Je kunt iets weten, zonder de waarde te beseffen.
Het begint bij weten, pas daarna kan je het beseffen.
Bijvoorbeeld in opvoeding. Je geeft dingen mee zodat kinderen weten hoe het zit, maar alleen weten is niet genoeg, de waarde zal komen als ze gaan beseffen wat het betekent.
Het besef komt vaak door tegenslag, conflict, moeite, tegen gewerkt worden etc.
Ander voorbeeld: de waarde van gezondheid besef je vaak als je ziek bent.
(vers 7) "Epafras."
Paulus is zelf niet in Kolosse geweest.
Zie Kol.4:12 "Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht (slaaf) van Christus Jezus."
Zie Kol.4:13 "Want ik kan van hem getuigen, dat hij zich veel moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te Hiërapolis zijn."

(vers 8) "kenbaar gemaakt heeft uw liefde in de Geest."
De liefde voor wat kenbaar gemaakt?
Gezien de context: de liefde die gelovigen te Kolosse hadden voor Paulus.
Ze hadden Paulus nooit fysiek gezien (in vlees), maar zij hadden oor gehad voor het pure evangelie dat Paulus mocht herauten.

(vers 9) "sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben."
Geloof komt door horen. God opent het gehoor en Hij geeft zicht.
Het is dus niet omdat je het zelf hoort of zelf ziet!, maar HIJ is degene die je oren en ogen opent. Dat is geen populaire boodschap omdat de mens zelf dingen wil doen.
Het moeilijkste voor een mens is misschien wel dit principe loslaten.

(vers 9) "niet op voor u te bidden en te vragen."
Bij Paulus voert het danken altijd de boventoon. Paulus loopt over van dankzegging (Kol.2:7)
Paulus bidt niet voor aardse zaken . Uitzondering is de doorn in/voor het vlees (2 Kor.12), maar daar gaat het om de boodschapper van de tegenstander. Het antwoord is veelzeggend: "Mijn genade is u genoeg."

We danken omdat:
God in alles voorziet, Gods weg de beste is en "alle dingen ten goede medewerken voor hen die naar Zijn voornemen geroepenen zijn" (Rom.8:28).
(Rom.8:26) "want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen."
(Fil.4:19) "Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus."
(Fil.4:6) "Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God."

(vers 9) "dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt."
"rechte kennis" : ook hier staat epi-gnosis! Zie ook vers 6.
Epi-gnosis wordt weergegeven met herkennen, rechte kennis, leren kennen enz…
Rechte kennis is op zich niet fout vertaald, want rechte kennis is besef wat behoort te zijn, maar besef in de zin van realisatie is sterker. Wij zouden met besef van ZIJN wil VERVULD mogen worden. DAT is het grote onderwerp in Paulus zijn gebedsleven.
Epi-gnosis: Zie ook Rom.10:2 "Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand."
Het grondwoord wat hier vertaald wordt met 'verstand’ is wederom epi-gnosis. De vertaling zou dus zijn: zonder 'besef’. Het is bedekt. Ze zijn zeer ijverig, ze bestuderen de Thora, maar ze beseffen niet waar het werkelijk omgaat, namelijk om de opgewekte Christus.

Eucharistie = goede genade. Wij zeggen dankbaar en blij
Op het moment dat je besef krijgt van genade , ga je danken. Dan zie je omhoog. Je ontvangt het om niet en dat maakt blij. Dan wordt je overvloeiende in dankzegging.
Dat is niet afhankelijk van omstandigheden. Het zit in je hart. Hij geeft het in je hart.
Het eerste wat er gebeurt als je daarvan af keert, dan verdwijnt dankzegging en dus ook vreugde.

(vers 9) "in alle wijsheid en geestelijk inzicht."
Inzicht – in de grondtekst staat het Grieks woord 'sunesis’. Sun = samen. Het betekent de samenhang. Het idee van inzicht is dus de samenhang tussen dingen. Dat je het verband ziet van dingen.
Geestelijk inzicht is dat je het verband ziet van de wereldzaken en van de natuur met wat er geschreven staat. Dat geeft je leven rijkdom, omdat je dan weet dat alles spreekt van de ene God! Dan heeft dus alles waarde, en heb je dus een waardevol leven.
Wijsheid - Kol.4: 5 "Gedraagt (er staat wandelt) u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan."
Wijsheid is toegepaste kennis. Paulus spreekt over wat waarde heeft. Paulus zegt NIET wat wel of niet mag (dat is wet). Paulus stelt: wat is nuttig? Wat bouwt op? Wat is tot eer van Hem?

(vers 10) "de Heer waardig wandelen."
Dat is NIET: gedraag je zus en zo, moralistisch dus. Het gaat hier over dat we besef zouden hebben van Hem.
Wat betekent dan waardig wandelen? Dat je in je wandel de waarde van Hem weet te waarderen / weet in te schatten. Het gaat dus om de ontdekking, om het besef wat ZIJN waarde is!. Dus dat de waarde van Hem gereflecteerd wordt in je wandel.

(vers 10) "in elk goed werk vrucht dragen."
Aan 'vrucht' kan je zelf niets doen. Dat is Gods werk. Wanneer je de genade kent en Hem kent, dan ga je vrucht dragen. Niet wat je doet, of dat je snel of langzaam loopt, daar gaat het niet om. Het leven in dankzegging maakt het goed. Het besef van De ene God die alles plaatst, maakt het goed.
Religie kent een God, maar als je DE God mag kennen die alles plaatst, dan geef je Hem de eer en draag je vrucht.

Kolossenzen 1: 11-15

"11 Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld,
12 en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.
13 Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde,
in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.
15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping."

(vers 11) "Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd..."
Hoe wordt je bekrachtigd? Door het besef van wie de ene God is (zie de verzen hiervoor)
Er staat letterlijk met ELKE kracht bekrachtigd wordende (op elk gebied, op elk terrein)
De kracht van een mens stelt niet zo veel voor; een ziekte kan zich zo maar openbaren.
Elke dag worden we geconfronteerd met eigen zwakheden op elk gebied en op elk terrein. Maar Zijn kracht, daar gaat het om. Denk aan Fil.4:13 "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft."
Let op: je hoeft niet te bidden om kracht, maar dank op voorhand dat je verzekerd bent van Zijn kracht.

Wij vragen vaak om dingen die God op voorhand belooft. Wij vragen vergeving, maar dat hebben we op voorhand. Wij vragen: "wilt U in behoefte voorzien," maar God zal in AL onze behoefte voorzien. Het besef van dit soort zaken is een proces.

(vers 11) "...bekrachtigd naar de macht Zijner heerlijkheid..."
Hierover denken we altijd te klein. We hebben er geen idee van wat dat nu precies inhoudt.
In overeenstemming met de macht Zijner heerlijkheid bekrachtigd Hij!

(vers 11) "...tot elke volharding en geduld MET blijdschap."
Dit is zoals het letterlijk in de grondtekst staat. Het bijzondere is dat de mens niet snel de combinatie volharding, geduld MET blijdschap kan maken.
Volharding heeft immers te maken met volhouden, het vermogen om vol te houden, ondanks tegenwind. En geduld heeft te maken met lankmoedigheid, het vermogen om te wachten ondanks dat jij het NU wil.
En die beide combineren met blijdschap. Dus tegenslag combineren met blijdschap.
Dat kan alleen maar als je besef (epi-gnosis) hebt van wie de ene God is en wat Hij bij machte is te doen in uw leven.

(vers 12) "...die u toebereid heeft..."
In het Nederlands kennen wij niet de taalvorm die hier in het Grieks staat. De aorist = een tijdvorm zonder tijd. Ongeacht wanneer.
Er staat dus letterlijk: niet de voltooid verleden tijd, het is toen gebeurt, maar die u toebereidt (de aorist vorm).

(vers 12) "...die u toebereidt voor het erfdeel..."
Het is een lotdeel. Je krijgt het toebedeeld, het is het deel wat je ontvangt.
Het is geen toeval (willekeurig), het is geen eigen keus. Hij maakt geschikt.

(vers 12) "...lotdeel der heiligen in het licht..."
Paulus werd ooit geroepen vanuit de hemel en werd omstraalt door licht.
Ten eerste: die roeping was geen eigen keus.
Ten tweede: het licht was zo intens dat hij drie dagen blind was.
We zullen eerst getransformeerd moeten worden om 'dat licht' aan te kunnen. Onze sterfelijke aardse lichamen kunnen dat helemaal niet aan.

(vers 13) "Hij heeft ons verlost ..."
Neen, hier staat ook weer de Griekse aorist vorm. Hij verlost (beveiligd), ongeacht de tijd.
Waaruit beveiligd of verlost Hij?

(vers 13) "Hij verlost uit de macht der duisternis."
Zie ook Efez.6:12 "want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen (...) tegen de wereldbeheersers dezer duisternis."
De term 'macht der duisternis' is een typering van deze wereld. Zie ook 2 Kor.4:4 "...de god dezer eeuw (eaoon = tijdperk) met blindheid heeft geslagen."
De tegenstander vertelt leugens, en u weet het, een leugen is een verdraaiing van de waarheid. Als je wandelt in de duisternis weet je niet waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat. Onze rijkdom is dat Hij ons daaruit verlost. We mogen beseffen dat (Rom.11:36) uit Hem en door Hem en tot Hem alle dingen zijn.

(vers 13) "en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde."
Vraag: is het koninkrijk toekomstig? gedeeltelijk, maar die gedachte is niet volledig.
Het koninkrijk is ook NU, maar het is verborgen, en straks zal het openbaar worden.
Zie ook Luc.19:11 "...dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden."
Er is een koning, die alle volmacht in hemel en op aarde gegeven is (Math.28:18), zijn domein (het universum - hemel en aarde-) is bekend. Het is alleen verborgen (Hebr.2:8), wij zien nog niet alles. Hij heerst in genade (Rom.6). Besef goed wat dat betekent. Dat betekent dus dat er momenteel NIET wordt ingegrepen bij overtredingen. Dat is het karakteristiek van deze tijd. Straks zal dat anders worden.

(vers 13) "...de Zoon zijner liefde."
Wat betekent dit? Je kan denken aan: Hij is de geliefde zoon.
Je kan ook denken aan: de Zoon waardoor God zijn liefde bewijst (zie ook Kol.1:20).
Beide zijn waar.

(vers 14) "...in wie wij de verlossing hebben..."
Verlossen heeft met losmaken te maken. Er staat letterlijk in wie wij de loskoping hebben.
Er is een prijs betaald zodat we vrij zijn (zie ook 1 Tim.2:6). We zijn Zijn eigendom.

(vers 14) "...de vergeving der zonde..."
Wij denken bij vergeving aan schuld die niet wordt aangerekend. Maar het is veel meer dan dat, er staat 'de loslating', 'de bevrijding'.
Zie ook Luc.4:19 "...om aan gevangenen loslating te verkondigen....in vrijheid" (2 x hetzelfde Griekse woord).
Er staat dus ...in wie wij de bevrijding hebben!
Maar wat zegt men? Tegen zonde moet je strijden. Dat is geen evangelie.
We HEBBEN de bevrijding van de zonde. Dank daarvoor. Dat is evangelie.
Zijn genade is de maatstaf. Hij geeft kracht, kijk omhoog.
Hij doet Zijn werk in ons. Kijk niet naar je eigen falen.

"Ja, ja dat is wel makkelijk," zegt men dan. Ja inderdaad, dank Hem daar voor!
Zie ook Rom.6:11 "Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij dood zijt voor de zonde."
Onze focus ligt op Hem, niet op onszelf

(vers 15) "Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping."

Vooraf: dit gedeelte is het hoogtepunt van deze brief. Omdat hier de glorie, de heerlijkheid van de zoon van Gods liefde, in al zijn luister wordt beschreven. Hier lezen we wie Hij, de zoon van Gods liefde, is.

Het Griekse woord voor beeld is 'eikon'. Dat is een beeltenis. Denk aan een munt waarop een beeltenis van een hooggeplaatste staat.
Men zegt Hij (Jezus) God is, maar er is één God. De onzienlijke. Onze Heer is het BEELD van de onzienlijke God. En let nu op: Adam was geschapen IN het beeld van God (zie Gen.1:27).
Zie ook 1 Tim.1:17 "De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de ENIGE God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid."
Zie ook Joh.1:18 "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders IS, die heeft Hem doen kennen."

(vers 15) "Hij is het beeld van de ONZICHTBARE God."
God is de onzienlijke en kan per definitie niet gezien worden. Joh.1:18 "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen."

(vers 15) "Hij is het BEELD van de onzichtbare God."
In Gen.1:26 wordt al gesproken over het beeld van God. Paulus refereert hier aan.
Gen.1:26 En God zeide: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis."
Letterlijk staat er niet 'naar ons beeld' , maar 'IN ons beeld'
Gen.1:27 "En God schiep de mens (Adam) naar IN zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij HEM; man en vrouw schiep Hij HEN."

(vers 15) "...de eerstgeborene der ganse schepping."
Hier wordt NIET gesproken over God de zoon, maar van de zoon van God.
De eerstgeborene van elk schepsel, van ieder creatuur. Heel belangrijk!.
De zoon van Gods liefde neemt een uitermate hoge positie in, maar hij is niet de Schepper,

Hij (de Zoon) is de eerstgeborene van elk schepsel. Hij is dus, hoe raar het misschien ook klinkt, een schepsel. Wel het hoogste, de eerste. Zo tekent Paulus dit in deze brief op.
Zie Luc.1:35 "...de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden."

De zoon van God is vele duizenden jaren NA Adam geboren, maar ver daarvoor, voor alle dingen, was de Zoon er al, namelijk als beeld en als woord.
Zie ook Joh.1:1 "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God."
Zie ook Joh.1:14 "Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond (getabernakeld)." De tabernakel werd 'vlees en bloed' doordat de twee mannen(*1) deze bouwden naar het voorbeeld, naar het model.
Zie Exod.25:9 "Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei."

Let op: de tabernakel was er al VOORDAT deze op aarde gebouwd werd. Het model was er namelijk al. Er was over nagedacht. Letterlijk was de tabernakel er toen hij gebouwd werd, feitelijk bestond de tabernakel er al als model, als beeld, als woord.

(vers 15) "...DE EERSTGEBORENE der ganse schepping."
Wat is een eerstgeborene?
Het heeft met (erf)recht te maken. Een eerstgeborene heeft recht op dubbel deel.
Opvallend: in de bijbel ziet u bijvoorbeeld in Genesis per definitie dat juist niet de eerstgeborene het eerstgeboorterecht erft.
Hij is de eerstgeborene, niet omdat Hij het eerst geboren is. Hij werd duizenden jaren na Adam geboren. Paulus verwijst in deze tekst (Kol.1:15) naar Psalm 89:28. Deze Psalm gaat over de Messias die zou komen, de zoon van David. Er staat (vers 28): "Ja, Ik (God) zal hem tot een eerstgeborene stellen, tot de hoogste van de koningen der aarde."
Hij wordt dus tot eerstgeborene GESTELD van elk creatuur. Dus tot de hoogste, belangrijkste, voornaamste etc. erfgenaam

Kolossenzen 1: 16-20

16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
17 en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem;
18 en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.
19 Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken,
20 en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.

(vers 16) "alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen."
Toen Adam geschapen werd, had God de laatste Adam op het oog.
Wie was er eerder? Antw.: het model, het beeld Gods. Adam is naar dat beeld geschapen. De zoon van Gods liefde was dus eerder.
ALLE dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.
Even terug. De zoon is de eerstgeborenen van elk schepsel, Hij (de zoon) is geen (mede)schepper!. Hij is het beeld waarin, waardoor, waartoe ALLES geschapen is.
God is De Schepper (enkelvoud).
Zie Job 9:8 "Hij spant geheel alleen de hemel uit."
Zie Jes.44:24 "Ik ben de HERE, die alles gemaakt heb; die de hemel heb uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht."

(vers 17) "en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan (samenhang) in Hem;"
De zoon was er al voordat er iets geschapen werd als woord(logos) en als beeld.
In de grondtekst staat voor het woord 'bestaan' een woord dat samenhang betekent. Hij is de samenbindende factor die alles bij elkaar brengt. Hij ligt aan alles ten grondslag. De schepping is een eenheid, de schepping is uit één beeld voortgekomen.

(Vers 18) "en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente..."
De gemeente. In de Griekse grondtekst staat het woord 'ekklesia'. Dit betekent het uitroepsel. Je wordt er uit geroepen. Het betekent ook vergadering. Je wordt dus uitgeroepen door God om samen (bij een te zijn) te zijn, en Hij is het hoofd daarvan.
→ In de Efeze brief gaat het over 'het lichaam' van het hoofd, met nadruk op wie/wat ekklesia is met de voorrechten
→ In de Kolosse brief gaat het over Hem die het hoofd is van het lichaam (de ekklesia). Wij zijn met Hem verbonden zoals een hoofd met het lichaam is verbonden. Paulus is de enige die er over spreekt. Let op: Wat hij bezit, bezitten wij! De ekklesia is veel nauwer verbonden met Christus dan de bruid.

(vers 18) "...Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is."
Zoals Paulus in de vorige verzen betoogt heeft dat Hij, de zoon van God, de basis van heel de schepping is, zo gaat hij nu spreken dat Hij ook het begin is van de nieuwe schepping!
Hier zien we weer het woord de eerstgeborene, dit keer gekoppeld aan 'uit de doden'. Was hij de eerste die uit de doden opstond? Nee. Maar zij die opstonden (bijvoorbeeld Jaïrus of Lazarus) stierven opnieuw. De Heer kreeg als eerste onvergankelijk LEVEN. De Heer was in ALLES de eerste, de belangrijkste, de hoogste.

(vers 19) "Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken."
De volheid van wat? Zie Kol.2:9 "In Hem woont al de volheid van de Godheid lichamelijk." Vergis u niet, dat is nogal wat. Hij is niet de Godheid, maar de volheid van de Godheid woont in Hem. Zo zal straks, bij de voleinding der tijdperken (aeonen), de Godheid in ALLEN wonen (zie 1 Kor.15:28)!
Het uitroepsel, de eerstelingen, delen in de heerlijkheid van de Zoon. U heeft dus ook de hoogste plaats.

(vers 20) "en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijn’s kruises..."
Dit staat in de aorist vorm. God maakt vrede.
Door het bloed van het kruis. Er staat 'stauros', een schandpaal.

(vers 20) "verzoening van het al."
Paulus tekent dit zelf op: de totale verzoening van het al!
Dit is de ultime hoop van het evangelie. God maakt vrede. Hoe doet Hij dat? Door het bloed van het kruis. Wat betekent dat? Door het kruis heen toont God dat geen vijandschap zo groot is, of Zijn liefde triomfeert over dat alles. Paulus is in zijn leven het voorbeeld. Hij was een vijand en God heeft hem veranderd van een vijand in een liefhebber.

(vers 20) "alle dingen" ...in Grieks 'ta panta'= het Al
De hele schepping, of het nu hemelse of aardse betreft, ALLES zal gewonnen worden door Zijn liefde. Het heeft niets te maken met onze medewerking, God doet het!

(vers 20) "...alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is."
Heeft u geteld hoe vaak 'ALLE' voorkomt in deze vijf verzen?
Hier staat 'de verzoening van het al.' Het woord 'alverzoening' is hier direct aan ontleent. En dat woord 'alverzoening' wordt door de Christelijke wereld 'vervloekt'. Terwijl het letterlijk in de Schrift staat. Neem bijvoorbeeld het woord 'drie-eenheid'. Dit komt niet voor in de Schrift. En dat is toch veelzeggend!

Nu moeten we scherp lezen: God zal het AL met Zich verzoenen. Er staat NIET: om Zich met het AL te verzoenen. God is NOOIT een vijand geweest. God heeft ook nooit Zijn toorn over zijn zoon aan het kruis uitgestort. Verzoenen heeft te maken met vijandschap. (zie vers 20 "..vrede gemaakt...") De wereld is vervreemd, de wereld is vijandig NAAR GOD toe.
Men denkt dat het kwaad in de wereld negatief is, maar het kwaad is niets anders dan een donkere achtergrond zodat Hij zijn liefde kan etaleren. Het is een min wat straks een plus zal worden.

(vers 20) "...hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is."
De verzoening van het AL is niet beperkt voor de mensheid, neen, het betreft alle vijanden (de overeheden, machten etc.) (*1). Gen.36:2 "Toen ontbood Mozes Besaleël en Oholiab en iedere man die kunstvaardig was, in wiens hart de HERE wijsheid had gelegd, ieder wiens hart hem drong om het werk te komen verrichten."

Kolossenzen 1: 21-24

21 Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend,
22 in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen,
23 indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.
24 Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente.

(vers 21) "Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend."
Nogmaals : verzoenen is NIET vereffenen van schuld. Zonde of schuld wordt bedekt, maar vijanden worden verzoend! Die twee hebben niets met elkaar te maken. Verzoenen = vijanden worden vrienden.
In het Christendom denkt men in het algemeen, je moet God 'pleasen', maar God is nooit een vijand geweest. De wereld is vervreemd en vijandig. Verzoening is GEEN generaal pardon.
In vers 20 werd gesproken dat door het bloed van het kruis de garantie er is dat er vrede (geen vijandschap meer) zal komen in het AL. Het woord 'thans' in vers 21 betekent dat zij die geloven NU al verzoend zijn, er is geen vervreemding meer.

(vers 21) "weder verzoend."
In het Nederlands zou je kunnen suggereren dat er al eerder verzoening had plaats gevonden en we nu weder(om) verzoend zouden zijn. Maar dat is niet de gedachte. Dit Griekse woord (apo katalasso = weder verzoenen) komen we nergens anders tegen. Het duidt op een horizontale en verticale verzoening! Zie Efez.2:15-16 "...om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens(heid) te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft."
In die nieuwe menshheid is er geen onderscheid meer in Jood en heiden.
Hier zien we dat vijandschap naar God toe zal worden veranderd in vrede, maar ook de vijandschap onderling (van mens naar mens). Dus alle conflicten / disharmonie onderling zal worden weggedaan.

(vers 22) "in het lichaam van zijn vlees, DOOR de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen."
"...DOOR de dood" = Hij stierf, lag in het graf en stond op ten derde dagen. Dit gaat om de opstanding.
"...om u heilig, onbesmet en onberispelijk..." Hier is niet de gedachte hoe God ons ziet, hoewel hij ons zeker in Christus ziet. Hij ziet ons namelijk aan hoe we straks zullen zijn, d.w.z. volmaakt. In deze context wil het zeggen: wat Hij NU in ons leven doet. Hoe Hij ons presenteert, hoe Hij ons voor Zich stelt. Zie Efez.5:26,27 "om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet."

Hij reinigt door het woord. Christus heeft de gemeente (ekklesia) lief. Hij heiligt en reinigt ons door het woord. Dat is wat de opgewekte Heer nu doet. Het woord wijst namelijk altijd op wie HIJ is. Dat doet stralen. Mensenwoord wijst op de 'do' en 'don’t '. Dat laat je niet stralen. Dat belast je.
Onderga (Hij doet het dus) het waterbad, de reiniging, van zijn woord, that's it!
Er wordt voor je gezorgd, je hoeft je geen zorgen te maken.
Een algemene bijbelse waarheid is: onderga het woord, de reiniging (als eerste), en AL het andere zal je geschonken worden.

(vers 23) "indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie."
Er staat NIET 'aangezien' gij slechts. Indien ...is dat een voorwaarde?
Hij doet Zijn werk door het woord. Er is geen andere weg. Het kan NIET buiten Christus om. Als je het van het vlees, van de mens zelf verwacht, is het resultaat verderf (Gal.6:8).
Als je afwijkt van de hoop wordt het hopeloos. Blijf dus welgegrond en standvastig staan op het woord. Dat is wat hier staat.
Zie 1 Kor.15:1-2 "Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn."
Mensen zijn bang om dit te lezen, omdat men denkt dat er iets afgepakt kan worden. Maar u bent verzegeld. Dat kan niet ongedaan gemaakt worden.

dat dan dat ons leven niet verloren kan gaan?
Jawel dat kan (voor dit leven). Dus je geluk, je vrede, je vreugde, alles wat Hij te geven heeft kan je verliezen in dit leven. In die zin dus.

Even tussendoor : 'Werk VAN de Heer' OF 'werk VOOR de Heer'. Bij het werk VAN de Heer is het ZIJN werk. Werk VOOR de Heer is het wat jij doet (of meent te moeten doen) VOOR de Heer. En dat laatste is mensenwerk.
Hoe wordt je overvloedig in het werk dat HIJ doet?
Door standvastig, onwankelbaar te blijven in het geloof.
In het geloof....dus NIET in werken. Een opdracht heeft te maken met werken, geloof heeft te maken met God die belooft te zullen doen.
Zie Rom.4:20 "maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf God eer."

(vers 23) "...niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie..."
Beter dan het woord 'hoop' is 'verwachting'. Hopen is niet zeker, verwachting is zekerheid dat het gaat gebeuren, denk maar 'in blijde verwachting'
Wat is de hoop van het evangelie? Zie vers 20, het is de verzoening van het AL. En dat is universeel en gegarandeerd en daarom is het een goed bericht.

(vers 23) "...dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben."
Er staat "..dat verkondigd is."
Hoezo ik Paulus? Aan hem is nu juist het evangelie van de voorhuid bekend geworden. Denk ook aan de uitspraken van Paulus, mijn evangelie (is heel bijzonder), is het evangelie dat door openbaring (niet van de mens) bekend is gemaakt.

(vers 24) "Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd..."
Let op ...Paulus verblijdt zich om wat hij lijdt. Dat is een bijzondere combinatie.
"Om uwentwil," dat zijn de natiën, de gelovigen uit de heidenen
De Efeze brief is een parallelbrief van de Kolossebrief. Zie Efez.3: "...om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangenen van Christus Jezus voor u die heidenen zijt. Dat wil zeggen de natiën..."

Wie zijn die 'u'? Wij denken vaak bij heidenen aan niet godsdienstige mensen. Het Griekse grondwoord is 'etnos' dat zijn de volkeren. Het gaat hier om jullie, de heidenen (etnos), de natiën zonder onderscheid.
Lijden met vreugde kan alleen als je beseft dat er een enige God is die alles een plaats geeft. Dat er niets zomaar gebeurt. De min in ons leven is een plus die nog niet af is.
Zie ook de Fillipenzen brief. In deze brief lezen we, hoewel Paulus gevangen was, over vreugde, over verblijden.

(vers 24) "en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente."
Vele vinden dit een moeilijk vers. Vanuit de theologie heeft men het idee: Christus moest sterven/lijden om de toorn, de straf op onze zonde, van God te ondergaan. Dit vind je NIET terug in de Schrift!

De gedachte met zo'n vers zou ook kunnen zijn: is het lijden van Christus niet genoeg geweest? Het kruis heeft NIETS met de toorn van God te maken. Het kruis van Golgotha maakt openbaar dat de mens vijandig is, en het was de Zoon die dat onderging en heeft verdragen. God bewees dat, zelfs als de mens Zijn Zoon aan het kruis sloeg, Hij liefheeft. Juist door deze daad kan God Zijn liefde bewijzen.

Terug naar het vers. Wat zou Paulus bedoelen met verdrukkingen van Christus?
Antw: Christus wordt nog steeds verdrukt, doordat de leden de verdrukking ondergaan. Het gaat om het Hoofd dat lijdt om het lichaam.
Zie Hand.9:4 "Saul, Saul waarom vervolgt gij MIJ?" Saulus vervolgde de gemeente (ekklesia). Hieruit blijkt dat de gemeente, de ekklesia, Christus is.
Als één lid lijd, lijden alle leden, het meest het hoofd. Dat is wat dit vers zegt.

Kolossenzen 1: 25-29

25 Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen,
26 het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen.
27 Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.
28 Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn.
29 Hiervoor span ik mij ook in, onder zware strijd, naar zijn werking, die in mij werkt met kracht.

(vers 25) "Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen."
Bediening...in de Griekse grondtekst staat 'oiko nomia’ = huis houding = een beheer.
In de S.V. staat: naar de bedeling. Hier ziet u waar de bedelingenleer van afgeleid is.
Maar er staat dus: mij heeft God het beheer (de huishouding) toevertrouwd. De huishouding waarin we NU leven, daar heeft Paulus het beheer van.
"...tot zijn volle recht te doen komen..." of in de S.V. "...om te vervullen het Woord Gods..."
Er wordt hier gezegd dat Paulus het woord van God vervult, compleet maakt, afgerond heeft. Hij is de apostel die het woord gecompleteerd heeft, dat wat ontbrak heeft Paulus aangevuld.
Zie ook 2 Tim.4:13 "Als gij komt, breng dan de mantel (kaft) mede, die ik te Troas bij Karpus liet liggen, en ook de boeken, vooral de perkamenten."
Paulus brengt net voor zijn sterven de bibliotheek (= de bijbel) letterlijk bij elkaar.

(vers 26) "het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen."
"..dat eeuwen." Deze vertaling zet u in de verkeerde richting, er staat dat (wereld) tijdperken.
Zie ook Rom.16:25 "naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen (wereld-tijdperken) verzwegen is geweest."
Zie ook Efez.3:5 "dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten."

(vers 27) "Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid."
"...hoe rijk.." Dat is een te magere vertaling. Er staat: de rijkdommen (meervoud) van dit geheimenis.
Zie ook (weer) Efez.3:8 "Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdommen van Christus te verkondigen."
"...onder de heidenen..." Er staat "onder de natiën."
"...Christus onder u, de hoop der heerlijkheid..." Onder u, onder de natiën. Dit geheimenis gaat over dat Israël tijdelijk ter zijde is gesteld, God maakt NU GEEN onderscheid in de natiën. Dat is een geheimenis! Dit was/is ook niet bekend bij Joden.

Een Jood zal zeggen, de Messias, zal straks zijn zetel hebben in Jeruzalem en zijn koninkrijk vestigen, Israël herstellen en dat zal het centrum zijn van een nieuw koninkrijk. Dat verwacht men op grond van profetie, en dat zal gebeuren, maar Paulus verteld hier het geheimenis: Christus onder jullie. Israël staat TIJDELIJK terzijde, er is NU GEEN onderscheid in de natiën. God doet nu 'heidens werk', en nogmaals, zal straks 'de draad weer oppakken' met Israël.

De profeten wisten hier niet van. Tegenwoordig zegt men dan, het staat niet in het 'oude testament’, want lees maar het is 'onnaspeurlijk'. Maar we vinden dit verborgen (bedekt) in het 'oude testament', bijvoorbeeld als Paulus spreekt over twee die één vlees zullen zijn.(Gen.2:24). in Efez.5 vers 32 lezen we: dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en [op] de gemeente. Normaal gesproken zouden we nooit aan Christus en de ekklesia denken als we Gen.2:24 lezen. Het staat er dus wel, maar verborgen, bedekt. Het is de wijze waarop God vandaag de dag werkt.

Een ander voorbeeld lezen we in Deutr.29. Daar vinden we een hele cryptische uitspraak die je zeker niet zou verwachten. Deutr.29:29 "De verborgen dingen zijn voor de HERE, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen."
Het voorgaande ging over Israëls verstrooiing onder de natiën en wat hen zou overkomen. Het volgende hoofdstuk gaat over het herstel, dat ze verzameld zullen worden uit de volkeren.
En hiertussen staat dan zo'n uitspraak. Als je Paulus kent, is dat dan niet moeilijk meer, juist op die plaats hoort deze cryptische uitspraak.
Let op : Paulus is dus een gids om de rest van de Schrift te lezen, en de verborgenheden te ont-dekken. Op elke bladzijde van de Schrift lezen we van Hem.
Denk bijvoorbeeld aan David en Adullam (1 Sam.22). Hij zou koning worden, werd verworpen en in verzamelde in het verborgene een volk, 'schorrie morrie'. Waar zou dit nu van spreken? Dit spreekt van deze 'tussentijd' waar Hij uit de natiën (geen onderscheid) een volk zal bereiden als eerstelingen.

(vers 28) "Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn."
...Paulus verkondigt geen wet, of iets, Paulus verkondigt HEM.
"...ieder mens". Geen beperkingen, wij verkondigen aan een ieder. Ze kunnen geloven als ze het te horen krijgen, dus vertel het.
"...ieder mens terechtwijzen". Bij terechtwijzen denken wij aan corrigeren, maar het gaat om attenderen.
"...onderrichten". Het gaat om leren. Besef goed dat we geen idee hebben wat de rijkdom precies betekent. Als we menen iets te weten: we zijn net het schip ingestapt voor een reis naar de andere kant van de oceaan, en we zijn net van wal gestoken. Daar staan we nu. Laat u niet weerhouden en onderzoek de schriften.
"...in wijsheid". Het is geen peptalk, of mensen brengen in staat van 'euforie'. Het heeft te maken met kennis. Kennis brengt bij Hem.
"...om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn..." Het gaat hier om volwassenheid.
Zie ook 1 Kor.14:20 "...wordt in het verstand volwassen." Dus volwassen in verstand en begrip. Je bent zelfstandig en in staat om je weg te gaan.

(vers 29) "Hiervoor span ik mij ook in, onder zware strijd, naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht."
"Hiervoor..." is een verwijzing naar het herauten van de boodschap van de verborgenheid. Aan Paulus was de boodschap van de verborgenheid bekend gemaakt. En wat was die boodschap? Antw.: Hun heeft God willen bekendmaken hoe rijk de heerlijkheid van deze verborgenheid is...Christus onder U (= onder de natiën). Dat was nieuw en niet bekend.
"...span mij in." Paulus was gedreven door Hem die in Paulus werkt met kracht (=Power)
"onder zware strijd..." Paulus was geen strijder, hij onderging strijd. Zijn goede bericht riep zoveel verzet op.
Zie ook 1 Tim.4:9-10 "Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard. Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen."
Hier zien we ook de inspanning en smaad die Paulus onderging.
Zie ook 2 Kor.6:5 "in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten..."
Zie ook 1 Thes.2:9 "Want gij herinnert u, broeders, onze moeite en inspanning. Terwijl wij nacht en dag werkten, om niemand uwer lastig te vallen..."
"...die in mij werkt met kracht..." Paulus klaagt niet, hij was zich bewust van de kracht die IN hem werkzaam is.
Zie Efez.3:7 "waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods, die mij geschonken is naar de werking zijner kracht." Denk niet te gering over die Kracht! Het woord doet krachtig zijn werk. zie ook 2 Kor.12:9-10


Hoofdstuk 2

Kolossenzen 2: 1-7

1 Want ik stel er prijs op, dat gij weet, hoe zware strijd ik te voeren heb voor u, en voor hen, die te Laodicea zijn en voor allen, die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees,
2 opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus,
3 in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn.
4 Dit zeg ik, opdat niemand u met drogredenen misleide.
5 Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u en ik zie met blijdschap de orde, die bij u heerst, en de hechtheid van uw geloof in Christus.
6 Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem,
7 geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging.

(vers 1) "Want ik stel er prijs op, dat gij weet, hoe zware strijd ik te voeren heb voor u, en voor hen, die te Laodicea zijn en voor allen, die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees."
"...hoe zware strijd." Zie Kol.4:12 "Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt(volwassen) en verzekerd bij alles wat God wil." Epafras zijn gebeden gingen niet over materiële omstandigheden, neen de gebeden waren gericht op het ont-dekken van de wil van God .

Wat is Gods wil? Dat alle mensen gered worden. Absoluut, maar lees ook 1 Thes.5:16-18 "Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u."
Paulus benadrukt altijd in zijn brieven de rijkdom die we HEBBEN. God werkt namelijk alle dingen mee ten goede voor hen die vooraf geroepen zijn. Als we dat beseffen, dus hoe (Kolossaal) rijk we ZIJN, dan dank je onder alles. We hebben kapitaal, de vraag is : is het dood kapitaal?

(vers 2) "opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus."
Waar gaat deze lange volzin nu over?
"... opdat hun harten getroost..." Er staat in het Grieks 'parakaleo'. Dat is er naast roepen. Zoals toeschouwers doen in een wedstrijd. Ze roepen, ze moedigen aan. Niet zozeer vertroosting en helemaal niet vermaning.
"...en zij in de liefde verenigd worden." Even een uitstapje naar het Hebreeuws. Liefde is éénheid of éénwording. Het Hebreeuwse woord voor liefde is: Ahava. De waarde van de Hebreeuwse letters van dit woord is dertien. Het Hebreeuwse woord 'Echad' heeft precies dezelfde waarde, namelijk dertien. Zie ook Deutr.6:4 "Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is één." God is één, God is liefde, alles komt uit één (God dus), alles bestaat door één (God dus), alles gaat weer tot één (God dus). Zijn liefde zoekt. Daar waar scheiding is maakt HIJ weer één.

De Hebreeuwse symboliek in de Hebreeuwse woorden 'Ahava en Echad,' met de getalswaarde dertien, vertelt van liefde, van eenheid. En laat nu net de getalwaarde van God (Jahweh) twee maal dertien zijn. Dertien betekent dus GEEN ongeluk, maar liefde, eenheid.
Paulus, hij die het genade evangelie mocht herauten, was de dertiende apostel!

Terug naar de tekst: zij (en door hen heen wij) zullen in de liefde één worden door de waarheid. Waarheid brengt bijeen, maakt één. Van de leugen zijn er veel.

(vers 2) "...tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus..."
Letterlijk staat er: "tot alle rijdommen (meervoud) van de volledigheid van het begrip (inzicht) tot besef van de verborgenheid van de God van Christus."
Toelichting begrip: inzicht is in verband zien, het geheel zien
Toelichting besef: 'epi gnosis' - is meer dan kennis, iets weten is één ding, maar het beseffen, dat is wat anders.
Toelichting verborgenheid: Israël staat tijdelijk ter zijde, het heil is naar de natiën gegaan, het koninkrijk is nu nog verborgen.
Zie ook 1 Kor.2:7 "maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) voor de (wereld)tijdperken voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid."
Het geheimenis Gods is ook iemand - vers 3: "..Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn."

(vers 3) "... in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn."
Eerder zagen we rijkdommen, hier zien we schatten staan. In Grieks staat er 'thesauros'. Na ontleding zie je de betekenis: 'geplaatst tot in morgen'. Je legt het weg voor morgen. Op een later tijdstip kan je er aanspraak op maken.
Zie ook Math.13:44. Omdat daar een schat gevonden word, kocht hij de akker (=de wereld) . Iedereen liep daar zomaar voorbij. Niemand wist van die schat. Zo is het nu ook, de geestelijke zaken zijn niet zichtbaar, zijn nu nog verborgen.
Deze huishouding, waar wij nu in leven, heet niet voor niets de huishouding (bedeling) van de verborgenheid.
We lezen : "in wie al de schatten der wijsheid..."
Wijsheid is in het Grieks sophia. Het Griekse woord is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van het Hebreeuwse woord 'tsofim'... zie 1 Sam.14:16 - de uitkijkposten van Saul te Gibea

Wijsheid heeft te maken met uitzicht. Kennis is inzicht, wijsheid heeft te maken met overzicht of uitzicht. Het woord geeft uitzicht, vaste verwachting.
Kennis. Is in het Grieks 'gnosis'. zie 1 Kor.13:2. Kennis is dat wat te weten is.

(vers 4) "Dit zeg ik, opdat niemand u met drogredenen misleide."
Drogredenen worden gekenmerkt door
(1) verkeerde/onjuiste aannames.
(2) misleidende conclusies.
Een mens laat zich gemakkelijk bedriegen. Voorbeeld van een uitspraak: ieder weldenkend mens weet toch dat ...? De aanname is: als iedereen zo denkt zal het wel waar zijn. Iets is waar of niet waar, dat heeft te maken met feiten. Een drogredenering is een schijn van logica. Voorbeeld: bij 25% van de dodelijke ongevallen is alcohol in het spel, bij 60% van de dodelijke ongevallen is koffie in het spel. Koffie is dus gevaarlijker dan alcohol. Of wat dacht u van deze: de theoloog heeft jaren gestudeerd, en weet jij het beter?

Paulus zag dit gevaar in Kolosse. Zie vers 8. Er waren mensen die met filosofie en traditie de Kolosse misleiden en daarmee van Christus af brachten.

(vers 5) "Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u en ik zie met blijdschap de orde, die bij u heerst, en de hechtheid van uw geloof in Christus."
Epafras had Paulus geïnformeerd. Paulus was naar de geest bij hen.
Kolosse was een gezonde geloofsgemeenschap. Er was orde en vastheid.

(vers 6) "Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem."
Aanvaarden zou je kunnen weergeven met ontvangen.
Paulus gebruikt woorden als : welgegrond (Kol.1:23), wandelt in Hem
Toen de Kolossers gelovig werden, ontvingen zij Christus Jezus, de Heer. Ze ontvingen de boodschap van nieuw leven. Het gaat dus om niemand anders dan de Heer. Blijf daarbij. Het woord van God is dus genoeg, is voldoende. Zie ook 2.Tim.3:16 "heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig ... OPDAT de mens Gods volkomen zou zijn, tot alle goed werk, volkomen toegerust."

(vers 7) "...geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging."
"geworteld." Staat vast op één plaats (zie ook Kol.1:23) ...in het geloof, NIET werken.
"overvloeiende in dankzegging." Dit is typerend voor leven uit genade. Op het moment dat je beseft dat je ontvangt, kan je niets anders dan ervoor danken. Waar je hart vol van is, daar loopt de mond van over. Zie ook 1 Thes.5: "verblijdt u in de Here te alle tijden, bidt zonder ophouden...."
Het is geen peptalk. We weten dat elke min een plus wordt. Er is namelijk een God die alle dingen doet medewerken ten goede, DUS kan je danken onder alles.
Beste mensen. We hebben er geen idee van, we beseffen nog amper wat er voor schatten in de schatkamer van God liggen! Dank God, de Vader, daarvoor.

Kolossenzen 2: 8-15

8 Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,
9 want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk;
10 en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
11 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus,
12 daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
13 Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
14 door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
15 Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.

(vers 8) "Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming naar de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus."
Dit is een sleutelvers. "Ziet toe dat niemand u medeslepe." Het Griekse woord voor medeslepe heeft te maken met kapen of ontvoeren. Er waren 'kapers op de kust'. Paulus had daar over gehoord en daarom schrijft Paulus ook deze brief
"...door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming naar de overlevering der mensen..."
"...wijsbegeerte." Er staat filo(=houden van) sofie(wijsheid=uitzicht)
"...ijdel bedrog" is leeg bedrog.
"...naar de overlevering." Er staat: met de traditie. Algemene gedachten is: aan tradities mag je niet komen. Die zijn 'goed'.
"...met de wereldgeesten." In het Grieks staat 'stoicheia', en dat betekent de eerste beginselen, het ABC (eerste principes) waar deze wereld (ordening) uit bestaat.
Dus anders weergegeven: De infiltranten hadden filosofieën en bedrieglijke argumentaties die overeenkwamen met de (Joodse) tradities, maar die waren NIET in overeenstemming met Christus. Dus niet met Hem die was opgestaan uit de dood!

(Vers 9) "want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk." (Is het antwoord op het sleutelvers 8)
"...de volheid." Zie Kol.1:19 "want het heeft de ganse volheid behaagt in Hem woning te maken."
Hier lezen we wat die volheid is. De volheid der godheid woont in Hem.
Volheid. In het Grieks staat 'pleroma'. En dat heeft te maken met compleet maken. Dat wat aanvult. Bijvoorbeeld: het lichaam is het complement(volheid/aanvulling) van het Hoofd. Omgekeerd kan je net zo goed zeggen dat het complement van het hoofd het lichaam is.

Dat is het verschil tussen de Kolossenzenbrief en de Efezebrief
In de Kolossenzen brief is Christus de volheid (het complement) van de gemeente (het lichaam/de ekklesia).
In De Efezebrief is de gemeente (het lichaam/de ekklesia) de volheid (het complement) van Christus (Efez.1:23). Het is niet zo moeilijk te begrijpen. Wat is een lichaam zonder hoofd en wat is een hoofd zonder lichaam?

(vers 10) "en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht."
Er staat: jullie zijn in Hem gecompleteerd. Jullie zijn compleet in Hem. Als je Hem hebt, dan heb je ALLES. Je wortelt in Hem, je onttrekt 'voedsel' van Hem, en dat is voldoende.
God ziet ons aan in Hem. Hij is het hoofd van alle overheid en (vol)macht. Er is dus niemand die over ons macht kan claimen. Zie ook het parallel gedeelte in Efez.1:20,21 "door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw (tijdperk)."
Hij staat boven alles, wellis waar claimt Hij nu nog niet Zijn macht en is hij nu verborgen in het hemels heiligdom, maar Hij heeft die hoogste positie nu.
En nu waar het om gaat bij dit citaat uit Efeze 1 "En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld (zie ook Psalm.8) en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, vervuld (complement/volheid) met Hem, die alles in allen volmaakt."
Het lichaam is dus zijn vervulling. Wij bezitten dus ook die positie! Besef goed dat we met Hem in heerlijkheid zullen verschijnen, en dan met Hem die positie delen. Wauw!

(vers 11) "In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus."
"in Hem zijt gij ook ... met een besnijdenis ... geen werk van mensenhanden."
Wij zijn besneden. In de hoogste vorm. Menselijke besnijdenis is een ritueel, is een uitbeelding ergens van. De besnijdenis waar Paulus het hier over heeft is gebeurd. Hoe dan?
Door het afleggen van het lichaam van het vlees in de besnijdenis van Christus.
Normaal gesproken wordt bij een (menselijke) besnijdenis een STUKJE vlees weggenomen. In de tekst zien we dat er niet een stukje vlees wordt weggenomen, maar 'het mes wordt in het vlees (het lichaam) gezet'.
Bedenk: Alle vlees is als gras. Het vlees doet geen nut. De mens kan niets bijdragen. We zijn vergankelijk.
Als je in Hem geplaatst bent, dan ben je met Hem verenigt, en daarmee is het einde gekomen aan het vlees.

Het ritueel van de besnijdenis begint bij Abraham. Bij menselijke besnijdenis wordt iets weggenomen, of positief gezegd, er wordt iets zichtbaar. De vrucht wordt zichtbaar.
De uitbeelding van de besnijdenis is dat God leven voortbrengt uit de dood. Denk hierbij ook aan de Hebreeuwse symboliek in de woorden 'eik/eikel' en 'eed' – alah.
God zwoer aan Abraham een eed. Abraham was verstorven, kon geen nageslacht meer voortbrengen. Het vlees was er niet meer toe in staat, maar God ziet daar aan voorbij (aan het vlees), en brengt nieuw leven voort. Er ontstaat leven uit de dood. Abraham was immers verstorven.
Daarom gebeurt deze handeling bij jongetjes ook op de achtste dag. De achtste dag is eerste dag van de nieuwe week, het is ook de dag dat de Heer opstond. De 17e Aviv is in 1e maand van de Hebreeuwse kalender en betekent lente (denk aan Tel Aviv=heuvel van lente). Dat is de dag dat Heer Jezus opstond uit de doden, de dag na de sabbath (dus de achtste dag-het nieuwe begin). Terug naar de tekst

(vers 11) "...die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus."
De besnijdenis van Christus is dat Hij stierf op het hout op Golgotha, het 'mes werd in het vlees gezet'. Drie dagen later verrees Hij uit het graf.

(vers 12) "daar gij met Hem begraven zijt in de doop."
De Christelijke (kerkelijke) traditie denkt hierbij gelijk aan een ritueel, werk van mensenhanden. Maar Paulus heeft het over de doop IN Christus! Dus geen waterdoop, maar tot in één geest tot in één lichaam gedoopt (1 Kor.12:13); er komt geen druppel water bij kijken. De enige uitzondering vinden we in 1 Kor.1:17 waar Paulus dit zegt: "Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen."
Wij zijn ondergedompeld IN Hem.
Johannes doopte in de Jordaan, maar wat zij hij (Johannes dus)? Zie Luc.3:16 "IK doop u met WATER, doch Hij komt...die zal u dopen in GEEST en met VUUR."

(vers 12) "In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de van de werking van Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt."
De trouw van het werk Gods deed Hem opstaan. Het gaat hier niet over ons geloof.
Het idee van dit vers is: dat wij een eenheid met Hem geworden zijn (zie ook Rom.6).
Wij worden IN hem gerekend. Hij stierf, wij stierven met Hem. Hij werd begraven, wij werden met Hem begraven. Hij werd opgewekt uit de doden, wij (zijn lichaam / de ekklesia), die bij Hem worden ingerekend, worden mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods.
Denk bijvoorbeeld aan de (doods)Jordaan. Dat is in de Bijbel een embleem van dood en opstanding. Waar je doorheen moet om in het beloofde land te komen. Het is niet voor niets dat Johannes juist die locatie had uitgezocht om te dopen. Denk bijvoorbeeld ook aan de geschiedenis van Joshua die met het volk door de Jordaan trok, op naar het beloofde land. Altijd is het een beeld/type van sterven, begraven worden en daaruit opstaan.

(vers 13) "Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart dood ZIJN door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold."
"dood ZIJN door uw overtredingen." Zie ook Rom.6:11. God ziet ons aan dood voor de zonde, volmaakt en levend in Christus. Hoezo rituelen om beter voor God te komen? Hoezo beter worden? We zijn volmaakt en compleet IN Hem. Leef daaruit!. Laat je niet door godsdienstige autoriteiten onderwerpen (wat je wel en niet zou moeten doen)
"onbesnedenheid naar het vlees." Paulus schreef aan heidense (onbesnedenen) mensen. Maar, zegt Paulus, je bent WEL besneden IN HEM. In de ware besnijdenis. De mensen die prediken dat de Kolossers onbesnedenen zijn, daarvan zegt Paulus: "ze weten niet waar ze het over hebben." In de Filippenzenbrief noemt Paulus mensen die dat vertellen, zij verkondigen een VERsnijdenis (het verminken van het lichaam).
"levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold."
In het Grieks staat er voor 'kwijtschold' letterlijk genade-gevend. Het idee is dat het vreugde geeft.
Er staat dus eigenlijk : dat Hij aan onze overtredingen voorbij ziet. Het is om niet.
Bij overtredingen denken wij (misschien) aan wet, de gedachten is 'krenkingen'.
Je bent volmaakt in Hem. Je bent met Hem verbonden en in dezelfde positie geplaatst.

(vers 14) "door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen."
"bewijsstuk (handschrift) uit te wissen, dat door zijn inzettingen (besluiten)."
Ons woord 'dogma' is van het woord 'besluit' afgeleid. Een dogma is een besluit van mensen.
Zie ook Efez.2:15 "Doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft."
De wet der geboden, de Mozaïsche wet, bestaat in besluiten. God had zijn wet gegeven, de Thora, maar deze was ommuurd door menselijke besluiten. Allemaal andere nadere bepalingen, talloze documenten waarin staat aangegeven wat mensen moeten doen. Dat, wat mensen er van gemaakt hebben, dus tradities van mensen, dat 'bedreigde' de Kolossers.

Maar dat is vandaag de dag niet anders; men brengt de wet of een slap aftreksel daarvan. Als feitelijk voorbeeld: In het Calvinisme vertelt men dat we de sabbat zouden houden, nou sabbat... Men heeft er een dogma (besluit) van gemaakt dat het nu de zondag betreft. Of denk aan de besnijdenis, als een klein kind wordt gedoopt, leest men Psalm 105, waarbij de gedachte is (zie doopformulier): in plaats van de besnijdenis is nu de doop gekomen. Dat zijn dogmas, menselijke besluiten.

Zo is er ook het dogma van de drie-eenheid. Een menselijk besluit. God is één wezen, drie personen. Nee, er is één God, de Vader en de ZOON Jezus, die de Christus is.
"En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen."
Welke dogmas er ook zijn, deze tellen niet. Hij doet dat weg door het aan het kruis te nagelen.
Dogmas gaan er volledig aan voorbij dat we IN Christus compleet zijn. Zie Kol.2:10 "Gij hebt de volheid verkregen in Hem."

(vers 15) "Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd."
Nu zijn we weer bij de opstanding uitgekomen.
Hier wijst Paulus op wat er op de derde dag plaats vond. De overheden en machten kunnen politiek van aard zijn, of in de hemelse gewesten. Je hebt ook godsdienstige autoriteiten. Maar in feite maakt dat niet uit, omdat Hij gesteld is over ALLE overheden en machten.
"gezegevierd." Wat gebeurde er toen Hij begraven werd?
De godsdienstige autoriteiten (het Sanhedrin) hadden bij de politieke overheid (Romeinen) gevraagd om het graf te verzegelen met het zegel van de hoogste autoriteit (de keizer). Alle machten waren daar dus drie dagen lang bij vertegenwoordigd.
Toen de steen werd weggerold was dit de opstap tot de definitieve nederlaag voor alle machten en overheden. Door het verbreken van het zegel was Hij de grote overwinnaar, waarmee Hij hen openlijk te kijk heeft gezet. Hij heeft gezegevierd.

De conclusie?: (vers 16) "Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op een stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat."
Laat je niet beoordelen over godsdienstige rituelen.

Kolossenzen 2: 16-23

16 Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat,
17 dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.
18 Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken,
19 terwijl hij zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het gehele lichaam, door pezen en banden ondersteund en samengehouden, zijn goddelijke wasdom ontvangt.
20 Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen:
21 raak niet, smaak niet, roer niet aan;
22 dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen.
23 Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde en dient slechts tot bevrediging van het vlees.

(vers 16) "Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat."
Dit is een (tussen)conclusie
"oordelen." Er staat niet laat niemand u VERoordelen, hier staat nog iets sterkers, namelijk oordelen. Paulus verwijst hier naar de Mozaïsche wetgeving en alles wat eromheen stond (613 'wetten'). In wezen spreekt Paulus hier iedereen aan van elke stroming die gelovigen in Christus oordelen om wat ze wel of niet zouden eten of welke feestdagen men zou vieren. We zijn daarin vrij. Als voorbeeld hoe men oordeelt: In het concilie van Nicea zijn de data voor het vieren van Pasen vastgelegd. De onjuiste achterliggende gedachte is dat 'wij Christenen' Israël zijn geworden. Men heeft daarom bepaald dat als het Pasen samenvalt met het Joodse Pesach, dan moet het verschoven worden. De Goddelijke bepaling voor Israël was het Pascha. Dus als ons Pasen samenvalt met het JUISTE Pesach viering dan moet het verschoven worden.
"sabbat." Er staat een meervoud sabbatten(=staken/ophouden met werken).
Nogmaals, Paulus toont dat we vrij zijn, zie het volgende vers.

(vers 17) "dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is."
"schaduw van hetgeen komen moest." Nee, er staat: schaduw van het komende.
Dus de zaken die Paulus in het vorige vers noemt zijn een schaduw van dat wat komt.
Een schaduw is in zichzelf donker, maar bestaat bij de gratie van licht. De contouren worden zichtbaar! Dus in zichzelf is schaduw donker, macaber, heeft geen waarde. Denk bijvoorbeeld aan de offerdienst. Er wordt een onschuldig dier geslacht en op een verhoging gebracht en gaat in rook op. In zichzelf is het bloederig en duister. Maar als je weet waar het heen wijst/ op betrekking heeft, dan verandert de zaak compleet. Dan zie je dat het vooruitwijst naar hem die stierf, geslacht werd, opstond uit de doden en opsteeg tot een Gode lieflijke geur. Dan blijkt het te verwijzen naar nieuw leven. Dus het donkere van de schaduw verwijst naar het licht van het leven.

Zie ook Hebr.10:1 "want daar de wet slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen."
"terwijl de werkelijkheid van Christus is." Er staat: "terwijl het lichaam van Christus is."
Waar denkt Paulus aan bij het lichaam van Christus? De gemeente (ekklesia) is het lichaam van Christus (Kol.1:18). Met andere woorden, de schaduwen die God gaf, de bediening van de wet, van de stenen tafelen, de bediening van het 'stenen tijdperk' (is verouderd, is niet van dit genade tijdperk) verwijst naar het komende, naar Christus, naar het lichaam van Christus.

DUS: de schaduwen spreken van Christus en zijn lichaam!

We zijn niet onderworpen aan die bepalingen, het is volledig andersom, wij zijn het onderwerp van die bepalingen! Dat wil zeggen: al die schaduwen spreken van de Christus en zijn lichaam. Het lichaam was verborgen in vroegere tijden en Paulus mocht dit bekend maken.
Voorbeeld: Zie Gen.2: uit het lichaam van Adam is via een (doods)slaap Eva gebouwd. Paulus zegt dan: "dit geheimenis is groot, maar ik zeg ik met het oog op Christus en de gemeente" (ekklesia).Alstublieft. Dus als Adam zegt "dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees," dan spreekt hij profetisch al van Christus en de gemeente (ekklesia). Er wordt in verborgenheid al van gesproken in Genesis twee. Er zitten dus ook verborgenheden als er gesproken wordt van de spijzen en dranken en feestdagen en sabbatten, dus alles wat God gegeven heeft in 'het stenen tijdperk'. Het is dus een absurde gedachte dat wij daaraan onderworpen zouden zijn, al die bepalingen spreken van Christus en de gemeente (ekklesia), en dat bent u.

(vers 18) "Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken."
Eerst hadden we gezien: 'laat niemand u oordelen', hier staat letterlijk: "laat niemand als scheidsrechter negatief oordelen." Er valt een prijs te behalen, niet door werken, maar door wat Hij door jou heen doet.
"door gewilde nederigheid en engelenverering." Er staat over een cultus van de engelen.
Hand.3:57 "gij Israelieten die wet ontvangen hebt op beschikking der engelen." YHWH werd niet gezien, het was door bemiddeling van engelen gegeven.
Gal.3:17 "zij is op last van God door engelen in de hand van een middelaar (Mozes) gegeven."
Hebr.2:2 "door bemiddeling van engelen gesproken."
Dus als Paulus het heeft over de cultus van de engelen, dan spreekt hij over de Mozaische wet, die gegeven was door bemiddeling van de engelen.
"als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken."
Laat je niet 'inpakken' door mensen die zeggen dat ze 'dingen hebben aanschouwd', die zeggen wat jij moet denken en wat jij moet doen. Die wel eens even vertellen 'hoe het zit'. Maar deze zijn opgeblazen (lijkt groot, is lucht) door het denken van het vlees. De gedachte is dan dat het vlees 'onderdrukt zou worden'.

(vers 19)

"terwijl hij zich niet houdt aan het hoofd." OF je leeft met Hem OF met wet.
"het hoofd, waaruit het gehele lichaam, door pezen en banden ondersteund en samengehouden."
"pezen." In het Grieks staat er 'haptomai' en dat betekent aanraking, contact.
"banden." In het Grieks staat er 'sun desmon' en dat betekent samenbinden, netwerken
"ondersteund." In het Grieks staat er 'epi choregeo' en dat betekent bevoorraden.
Er staat dus "waaruit het gehele lichaam, door contact`(netwerken) met elkaar wordt voorzien van voedsel (het woord)."
Het hoofd voorziet het lichaam van alles wat nodig is. Hoe? Doordat we met elkaar in contact staan. We voorzien elkaar dus van voedsel (zijn woord). De waarde van onderling contact ligt in de onderlinge aanmoediging/bemoediging. De één heeft de ander nodig, en de ander de één. Het lichaam is een organisme, GEEN organisatie.
[organisatie = georganiseerde groep mensen met een bepaald doel]
[Organisme = levend wezen]

Je behoort toe aan het lichaam door geloof. Je zegt "Amen" op Zijn woord. Je bent door één geest tot in één lichaam gedoopt (1 Kor.12:13). We vormen dus als gelovigen een eenheid.
De vraag is niet hoe wij dat regelen. Het lichaam (van Christus) wordt voorzien/geleidt door het Hoofd (Christus Jezus). Het hoofd ondersteunt/voorziet alles in het lichaam.
We hebben één hoofd. Stel dat je meerdere hoofden zou hebben, dan heb je een draak.

"zijn goddelijke wasdom ontvangt."
Er staat letterlijk: "groeiende in de groei van de God." Groei komt van God, niet van mensen. Het is Zijn woord dat levend is, en zo groeien we geestelijk. Zo komen we tot inzicht, tot werkelijk besef (epi gnosis) in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn.
Zie ook Efez.4:16 "en aan Hem ontleent het gehele lichaam als een wel sluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen (door elke aanrakingen van de voorzieningen) naar de kracht (maat) die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde." In liefde, het heeft te maken met geven. Geef het woord door aan elkaar. Deel het woord, daar wordt u zelf rijk van.

Laat je niet onderwerpen door religie en menselijke godsdienst. Hij is het hoofd, Hij zorgt voor groei, tot inzicht, tot verstaan, tot besef. Dus werkelijk leven met kracht met vrede met vreugde en met hoop, daar gaat het om! Een organisatie maakt zich daar niet druk over, maar het hoofd wel. Dat is Hem ook volledig toevertrouwd. Daarom, zie op het Hoofd, hou Hem vast.

(vers 20) "Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen."
"Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten."
Voorbeelden van teksten die benoemen dat wij samen met Christus gestorven zijn:
Gal.2:19 "want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven."
Dit betekent: de wet veroordeelde mij, daardoor ben ik door de wet gestorven. Op het moment dat je dood ben, heft de werking van de wet zich op; OF op een andere manier gezegd, over doden heeft de wet geen heerschappij meer. En dan pas begint het leven, zegt Gal.2:19.
Gal.2:20 "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik." Zo rekent/ziet God ons.
Gal.6:14 "..in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld."
Rom.6:6 "dit weten wij immers, dat onze oude mens mede gekruisigd is." Hij stierf. Wij stierven met hem. Hij werd begraven, wij zijn met Hem begraven (dat is onze eenmaking met Hem). Hij stond op, en wij zijn met Hem opgewekt.
2 Kor.5:15 "daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is." Dus zijn zij allen gestorven. Dus wij zijn met Hem gerekend.

"Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten."
"aan de wereldgeesten." Er staat: aan de eerste beginselen van de wereld.
"waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen?"
Paulus zegt, wij leven niet in deze wereld. Zie Kol.3:1 "zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is." En wij maar denken dat deze wereld zo belangrijk is.
"geboden opleggen." Er staat waarom worden jullie gedogmatiseerd. Dogma betekent besluit. In deze teksten gaat het om godsdienstige besluiten. Wat voor besluiten? Zie volgende vers.

(vers 21+22) "raak niet, smaak niet, roer niet aan; dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen."
"roer niet aan." De gedachte is: kom niet in contact met.
"teloorgaan." Letterlijk staat er: 'tot teloorgaan'.
Dus de besluiten: raak niet, smaak niet, roer niet aan , DIE gaan teloor. Die gaan ten onder. De menselijke besluiten zullen uiteindelijk achteruitgaan, zullen vallen, zullen ten onder gaan.

(vers 23) "Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde en dient slechts tot bevrediging van het vlees."
"eigendunkelijke godsdienst." Van de wet van Mozes kan je nog zeggen: God heeft ooit Zijn wet gegeven aan één volk tot een bepaalde tijd. Tot op Christus(*1). Maar wat er in Kolosse gepredikt werd was eigendunkelijke godsdienst, van de Grieken de filosofie, van de Judaisten de 'godsdienstige' stromingen van Judaisten.
Men had allemaal 'ismen' bij elkaar verzameld, maar het geheel is 'man made'. Een eigen willige cultus.
"nederigheid." Men predikt onderwerping aan ... Dat lijkt nederig maar dat is het allerminst.
"kastijding van het lichaam." Er staat letterlijk het niet sparen van het lichaam. En dat is een typisch 'ding' van godsdienst. Denk aan sexualiteit. Daar heeft godsdienst altijd problemen mee. Men lijkt het vlees te onderdrukken, maar in werkelijkheid bevredigt men het vlees (is slechts voor eigen ego). Denk aan: de wet is slecht de prikkel van het vlees

(*1 In Romeinen 10 noemt Paulus, Christus '[het] einde van [de] wet'. Daar waar de wet eindigt, daar begint Christus. De wet zegt, dat wie doet wat zij opdraagt, zal leven (Rom.10:5). De keerzijde daarvan is: ongehoorzaamheid leidt tot de dood. Daarmee is niet alleen de positie van Israël onder de wet beschreven, maar feitelijk de toestand van alle mensen, als nakomelingen van Adam (Rom.5:12). Het principe van wet leidt tot de dood, maar juist in dat einde komt Christus in beeld. Christus, dat is immers degene die uit de doden opstond.)



Hoofdstuk 3

Kolossenzen 3: 1-5

1 Indien gij dan met christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.
2 Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.
4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
5 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, die niet anders is dan afgoderij.

(vers 1) "Indien gij dan met christus opgewekt zijt."
Het idee hier is niet indien dan, maar: aangezien gij/jullie dan.
We zijn met Hem opgewekt, als gelovigen zijn we verbonden met Hem. In de Nederlands taal zit een mooie extra verwijzing, want opgewekt is ook blijmoedig.
Zie Kol.2:13 "tezamen opgewekt door het geloof van de werking Gods."
Zie Efez.2:5 "mede levend gemaakt met Christus."
Rom.6:4 "we zijn dan met Hem begraven door de doop (in christus) in de dood, opdat gelijk Christus, uit de doden opgewekt is, zo ook wij in nieuwheid des levens"
We zijn dus verbonden met Hem die de dood achter zich heeft gelaten. Dus er is een nieuw leven.

(vers 1) "ZOEKT de dingen, die boven zijn, waar Christus is."
Hier is het verborgen, dus zoekt het boven. Hoe doe je dat, de dingen die boven zijn zoeken? Door meditatie? Nee, zie Joh.5:39 "onderzoekt de Schriften, die zijn het die van mij getuigen."
Waar is de Christus te vinden? Door de Schriften te openen.

(vers 1) "gezeten aan de rechter(hand) Gods."
Zie Psalm 110 (de meest aangehaalde tekst in het 'Nieuwe Testament'). Daar zijn deze woorden aan ontleend.
Hebr.8:1 -spreekt van Psalm 110- De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen. Paulus had al zeven hoofdstukken lang gesproken over de tabernakel, over Melchisedek.
De hoofdzaak is dat wij een hogepriester hebben gezeten rechts van de troon majesteit. Waar de Psalmen dus al over spraken. Rechts betekent een voorrangspositie, heeft te maken met verhoging. Zo heeft links met vernedering te maken.
Hebr.10:12 deze echter is (De Ware Hogepriester dus), na één offer voor de zonden hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterzijde van God.
Voor de 'menselijke' priesters stond er geen stoel in de tabernakel/tempel. Waarom? Het werk was nog niet af.
Hij is nu gezeten. Wat doet Hij nu? Zie Rom.8:34 "Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die voor ons pleit."
Wat bedoelt hij met 'die voor ons pleit?' Hij behartigt de belangen van de ekklesia. Hij wast met het woord.

(vers 2) "BEDENKT de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn."
Vers 1 begon met ZOEKT, vers 2 begint met BEDENK.
Onze gedachten gaan uit naar de dingen die boven zijn. Maar let op: het is geen ontvluchting van de aardse zaken, of een gedachte dat aardse zaken geen betekenis meer zouden hebben. Juist deze Kolosse-brief benadrukt de betekenis van aardse dingen: denk aan het huwelijk (man en vrouw), werk (verhouding van heren en slaven), relaties (ouders en kinderen). Juist in deze zaken kan je bedenken wat boven is. Je bent met je hoofd in de wolken, maar met je voeten (wandel) sta je hier op aarde.
Een voorbeeld. Kol.3:17 "en AL wat gij doet met woord of werk, doet het ALLES in de naam van de Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!"

(vers 2) "niet die op de aarde zijn."
Hij heeft het hier over leringen die je vertellen (nadruk leggen) wat je wel of niet zou mogen doen. Bijvoorbeeld: eten en drinken, rituelen, besnijdenis, waterdoop. Alles waar we het hiervoor over hebben gehad. Laat je niet onderwerpen aan 'die rituelen'. Nogmaals (Kol.2:16,17), wij zijn zelf het onderwerp van de rituelen.

(vers 3) "Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God."
"Want gij zijt gestorven." Hoezo? de gedachte is: je bent verbonden met Hem die opgewekt is uit de doden, dus je bent ook met Hem verbonden die gestorven is (een paar voorbeelden, zie Rom.6, Gal.2, Gal.6)

(vers 3) "en uw leven is verborgen met Christus in God."
Concordant staat er: "en het leven van jullie is verborgen, samen met de Christus in de God."
Wat is dat leven van ons? Zie vers 4: ons leven is Christus.
"Verborgen." In Kol.1:26 wordt gesproken over de verborgenheid die aionen lang verborgen is geweest. Paulus maakt dat bekend. Het is verborgen in het OT, en dus is het er te vinden.
"Verborgen." Kol.2:3 "Christus in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn." Alle wijsheden zijn dus in Christus.
Ons LEVEN is niet zichtbaar in deze wereld. De 'gelovigen' willen zich altijd manifesteren in de wereld. Men wil zich zichtbaar maken. En daarom ook die drang naar rituelen, om een zichtbare organisatie (instanties/instituten) te maken. Maar: Christus is verborgen, dat is de bedoeling!. Nu wacht Hij af tot het juiste moment. Wij ook. We leven ons leven, met onze voeten op de aarde

(vers 4) "Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid."
Er staat: wanneer de Christus wordt gemanifesteerd.
Wanneer zal dat zijn? Zie Hos.6:2 "Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten." (2 Petr.3:8 voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag)
Als Christus verschijnt in heerlijkheid dan WORDT de duisternis verdreven!. Wij hoeven NU geen pogingen te doen om de duisternis (de nacht) te verdrijven; wij schijnen nu als lichtjes in de nacht. Hoe donkerder de nacht, hoe meer de lichtjes zichtbaar zijn.

"ons leven." Het is belangrijk om te beseffen dat wij nu bezig zijn om te sterven. Dat klinkt naar. Maar iedereen zal sterven. Straks ontvangen we LEVEN met hoofdletters, zonder stervensproces. Dat LEVEN is heerlijkheid.

"heerlijkheid." Zie 2 Thes.1:10 "Wanneer hij komt (= zijn parousia=aanwezigheid) om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen (temidden van alle), die tot geloof gekomen zijn."
De gedachte hier is dat de wereld met verbazing Hem zal zien die tezamen is met de heiligen. Dus de wereld ziet Hem + de heiligen. Niet: de gelovigen zullen hem zien. Het woord IN geeft aan TEZAMEN.
Zie Zach.14:4 "Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts …(vers 5) en de Here (YHWH), mijn God zal komen, alle heiligen met Hem."

(vers 5) "Doodt DAN de leden, die op de aarde zijn..."
Let op, het is een conclusie van het voorgaande. Het is niet maar... Maar is een tegenstelling, als je denkt: tegen de voorgaande verzen staat nu wat IK moet doen. IK moet de 'leden doden' die op aarde zijn. Dan denk je het woord 'maar' erin. Paulus zegt, aangezien dit zo is, dood DAN. Het is GEEN tegenstelling maar logica.

Verschil doden en versterven.
Maar het wordt nog mooier. Voor het woord 'doodt' staat in de Griekse grondtekst het woord (G3499) 'nekrosate' en dat betekent versterven.
Versterven is wat anders dan dood maken!. Versterven is overlijden doordat er geen voedsel/vocht meer ingenomen/gegeven wordt. De tekst spreekt van 'doe versterven' dan de leden die op aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht Dus laat versterven = geef geen voedsel aan hoererij, onreinheid, hartstocht, dan verdwijnen deze problemen vanzelf Strijd er niet tegen, maar geef het geen aandacht (voeding). Dat is wat Paulus zegt.
Als je zelf gaat strijden door te proberen, dan verlies je het ALTIJD. Nee, richt je aandacht op boven.
Een overwinningsleven is niet een leven waarbij wij strijden. Zie Rom.8:37 "wij zijn meer dan overwinnaars."
Hoezo MEER dan overwinnaar? In sport termen: je kan verliezen, gelijkspelen of winnen.
We delen in de overwinning van Hem, ZONDER dat wij 'de strijd hebben hoeven te strijden', dan ben je dus meer dan overwinnaar.
Je staat 's ochtends op. Je dankt hem dat Hij alles geeft wat we nodig hebben en dat we voor Hem mogen leven.
En de zonden dan? Hoezo, welke zonde? Nee, je leeft vanuit de overwinning. Je dankt dat Hij Zijn werk in en door ons doet.
Ja, ja , dat is makkelijk. Inderdaad, dat is leven uit genade.

(vers 5) "de leden."
Leden (is anagram) = delen. Het gaat niet om onze lichamelijke leden (armen of benen), maar om zinloze dingen. Dus laat versterven de leden, de dingen die aards zijn en geen connectie hebben met boven.

(vers 5) "hoererij, onreinheid, hartstocht, die niet anders is dan afgoderij."
Als eerste noemt hij hoererij (Gr. porneia). Wij kennen dat als porno. Dat heeft te maken met 'koopwaar'. Je geeft je lichaam als het ware weg als ware het koopwaar.
Zie 1 Kor.6:16 "Weet gij niet, dat wie zich aan hoer hecht, één lichaam met haar is?"
Seksuele gemeenschap is: de twee worden één. Eenwording is ook een uitbeelding van trouw.
Paulus verwijst hier naar de eerste hoofdstukken van Genesis. Naar Adam en Eva die één vlees zijn. De gedachte is, één vlees zijn is voor het leven. (Mat.19:6). Die eenheid wordt bij hoererij verbroken.
Hoererij is een 'containerbegrip'. Overspel, incest, etc. valt allemaal onder het kopje hoererij.
Bij Israël is er ook sprake van hoererij. Israël was de vrouw van God. Er was een huwelijksverbond gesloten, dus waren ze gehuwd. Er was een woning (het land), er was een bruidsschat betaald. Israël had ook het ja-woord gegeven aan de man (de Here). Als ze dus andere goden naliepen, was dit hoererij.
"onreinheid" (of onzuiver). Onreinheid kan seksueel zijn, maar dat hoeft niet. Alles wat niet zuiver is valt onder deze categorie.
"hartstocht" op zich is niet verkeerd. Er staat in de grondtekst het woord: passie. Het gaat hier om verkeerde hartstocht. Er zit ook een verband naar liefde en lijden.
"hebzucht" betekent meer hebben. Hebzucht wil zeggen, je wil meer en meer. Je hebt nooit genoeg. Dat is precies de wereld. Je hebt rust als je weet dat er één is die voorziet.
Het (telkens) meer willen hebben geeft aan dat je onvrede hebt. We zijn te-vrede, we geven God de eer voor wat Hij geeft. Rijk is degene die genoeg heeft!

Kolossenzen 3: 6-12

"6 om welke dingen de toorn Gods komt.
7 Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefde.
8 Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond.
9 Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd,
10 en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper,
11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.
12 Zo doet dan aan, als door God uitverkorenen heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld."

(vers 6) "om welke dingen de toorn Gods komt over de kinderen (zonen) der ongehoorzaamheid."
Paulus leert dat we verbonden zijn met Christus en bevrijd zijn van de toorn Gods. We hebben dus niets met de toorn van God te maken. We zijn gerechtvaardigd, dus geen onderwerp van de toorn.
"Toorn": er staat "de verontwaardiging." Toorn is het tonen van afkeer. Toorn hoeft niet per definitie negatief te zijn.
Zie Rom.1:18 "want de toorn Gods wordt geopenbaard van de hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid ten onder houden."
Hoe demonstreert God dan die toorn ? niet door lichtstralen en donder en bliksem, zoals in de dag van de toorn het geval zal zijn (zie Openbaring); nee, tot drie maal toe lezen we in Rom.1 dat God de mensheid overgeeft aan... God trekt dus 'zijn handen' daarvan af, Hij laat 'het los'... van die goddeloosheid en ongerechtigheid van de zonen der ongehoorzaamheid.
Zie Efez.4:26 "geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan."
Hier zien we dat toorn niet altijd negatief hoeft te zijn. Paulus zegt hier dit: Laat dus plaats voor de toorn, een uiting van boosheid mag soms plaatsvinden/kan op zijn plaats zijn, maar beheers het (tel tot tien) en laat het tijdelijk zijn.
Gods toorn is ALTIJD tijdelijk en is NOOIT een DOEL!. Het is een middel tot correctie.
Het is een demonisch idee! dat God eindeloos zou toornen. Ps.30:6 "want een ogenblik duurt zijn toorn, een leven lang zijn welbehagen."

(vers 7) "Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij (jullie mv.) erin leefde."
Het was destijds ook jullie leefwereld.

In het algemeen: vers 8 gaat over de oude mens (gedrag), vers 12 bespreekt wat past bij de nieuwe mens

(vers 8) "Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond."
De S.V. geeft terecht weer: "maar ook nu, legt ook gij dit alles af." Er staat geen 'moeten'.
Wat we zien is dit: hoe moderner de vertaling, hoe meer men ONTERECHT de lezer opdringt dat zij zaken zouden moeten.
Kijk het na in een concordantie :

  • De S.V. geeft +/- 130 maal 'moeten' weer,
  • De NBG51 geeft +/- 610 maal 'moeten' weer,
  • De NBV geeft +/- 2270 keer moeten weer.

Laat u geen zand in de ogen strooien, u moet 'niets'! U mag danken voor wat u ontvangen heeft.

(vers 8) Terug naar de tekst: "maar ook nu (maar thans), legt ook gij dit alles af."
Hetzelfde woord voor 'afleggen' komen we in Hand.7:58 tegen. Daar staat dat men hun klederen aflegde bij Saulus.
Paulus koppelt gedrag aan kleding. Paulus geeft aan dat gedrag niet iets is dat bestreden moet worden of waarvoor we in therapie zouden gaan, nee, Paulus is veel laconieker, hij geeft aan dat gedrag is als kleding.

Kleding geeft weer wat 'bij jou past of wat past bij de gelegenheid'. Bij een bepaalde status (in Christus zijn) hoort een bepaalde kledingstijl, namelijk: innerlijke ontferming, goedheid, zachtmoedigheid en geduld etc.. De kleding 'toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond' past niet bij ons, Wat doe je? Trek andere kleding aan. Zo simpel is het.
Opmerkelijk is het verschil: begeerte-'geef geen voedsel meer' <–> uitingen agressie-'als een kleed afleggen'
Eerder in vers 5 lazen we over begeerte (seksuele begeerte, hebzucht etc.), daar zegt Paulus van: laat dat versterven, geef het gen voeding, geef het geen aandacht meer
Hier in vers 8 gaat het over uitingen van agressie, daarvan zegt hij, leg dat af als een kleed / dat past niet bij je.

"kwaadaardig." Een raar woord, wat is het nu? Kwaad of aardig? (grapje tussendoor). Kwaadaardig is: in de aard is het kwaad. Het zijn boze intenties bij de ander veronderstellen. Als je gedrag van een ander negatief kan uitleggen, dan dit vooral niet nalaten. Roddel is in wezen ook kwaadaardig, namelijk de ander bewust in een negatief daglicht plaatsen.
"laster." Er staat in het Grieks 'blasfemie'. Het kan Godslasterlijk zijn, maar het is laster. Het beschadigt de ander. Dat jasje past ons niet.
"vuile taal." Hoeft niet perse over obscene taal/seksueel getinte taal te gaan. Het gaat over gemene taal uit uw mond. Het gaat over de agressieve uitingen.

(vers 9) "Liegt niet meer tegen elkander."
Er staat letterlijk: weest niet liegende naar elkaar toe. Liegen in het Grieks is pseudo. En dat betekent vals of schijn. Paulus spreekt ook van pseudo(=schijn) apostelen, dus onecht, niet conform de waarheid.
Waarheid heeft de natuurlijke neiging om aan het licht te komen. Net zoals een bal die je onder water wil houden, naar boven komt zodra je deze onder water loslaat.
Deze aioon is boos, waarom? Omdat deze gekenmerkt wordt door leugen. Leugen is niets anders dan verdraaide waarheid.
De Schrift is de waarheid, is solide, is betrouwbaar. Wij, die de waarheid hebben leren kennen geven geen valse voorstellingen. Dat zijn zeldzame eigenschappen!
Er is niets zo belangrijk in een huwelijk, in een geloofsgemeenschap, in een bedrijf etc. als de waarheid te spreken.

(vers 9) "daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd..."
Hier lezen we het motief. Het 'afleggen' hier is een ander (Grieks) woord dan het 'afleggen' wat we eerder tegenkwamen. Hier is het uittrekken.
Oude mens – Gr.paleo = oud in de zin van 'antiek/over de datum'
Zie Rom.6:6 "dit weten wij immers, dat onze oude mens mede gekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden."
Zie Efez.4:22 "dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt."

(vers 10) "en de nieuwe aangedaan hebt."
Staat in de aorist vorm, dat is een tijdloos feit, dus er staat: en de nieuwe aandoet.
Nieuw staat hier voor jong, vers, jeugdig.

(vers 10) "die vernieuwd wordt tot volle kennisbesef naar de beeld van zijn Schepper."
Hier wordt over nieuwe gesproken als tegenstelling van oud, dus niet als jong, vers, jeugdig.
"vernieuwen." Er staat in dat we naar boven toe vernieuwd worden. Het is een passieve werkwoord vorm. dus je ondergaat die vernieuwing (zie ook Rom.12:2).
Het is een proces, je hoort telkens nieuwe dingen. Het begint bij kennis, weten wie Hij is, en daarna zal er door het proces heen telkens meer besef komen.
Daardoor krijgt jouw leven ook meer waarde.(zie ook 2 kor.4:16)
"tot volle kennis." Er staat in het Grieks: epi gnosis = op kennen. Kennis is weten, maar dit (epi-gnosos) gaat boven kennis uit, het is beseffen.
Je kan veel weten, maar soms is 'het kwartje nog niet gevallen'.
Hoe zou je zaken kunnen beseffen als het je nooit verteld is? Daar begint het mee.
Hoe leer je daarna of hoe komt het besef? Vaak doordat je ergens in de praktijk tegenaan loopt.
"beeld." Paulus had al eerder in Kol.1:15 verteld wie het beeld /icoon is van de onzichtbare God. Christus dus. Christus is niet als eerste geschapen, maar van elk schepsel neemt Hij de eerste plaats in.
"naar het beeld" = in overeenstemming met het beeld van de schepper

(vers 11) "waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije."
Paulus noemt hier een lijst van tegenstellingen die geen enkele rol daarin spelen (dus over de zaken die hij besprak in de vorige verzen)
De zaken die Paulus gaat noemen veroorzaken in deze wereld conflicten: Griek en Jood is een cultureel en nationaal verschil. In de ekklesia speelt Griek en Jood geen rol.
"Besneden of onbesneden," dus godsdienst, speelt geen rol. In die nieuwe mensheid speelt dat geen rol.
"Barbaar en Skyth" is geen tegenstelling, maar een versterking. Een barbaar is onbeschaafd, een Skyth was een summum daarvan. Maar ook dat speelt geen rol.
"Slaaf en vrije" is een maatschappelijk verschil. Dus je hebt een hoge status of minder. Paulus zegt in alle is Christus (de opgewekte/de levende), dus ook hier speelt het geen rol.

In het algemeen : vers 8 gaat over de oude mens (gedrag), vers 12 bespreekt wat past bij de nieuwe mens.

(vers 12) "Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld."
"Doet dan aan." De gedachte is niet: trek er iets extra's overheen aan, maar verwissel je kleding. Paulus vergelijkt gedrag met kleding (zie eerdere verzen).
Je hebt een nieuwe identiteit ontvangen in Christus Jezus en daar hoort nieuwe kleding, nieuw gedrag bij.
"als uitgekozenen van God." God kiest uit. Dat is nooit exclusief, nooit uit-sluitend, maar in-sluitend om anderen te bereiken! Het is instrumenteel.
"heiligen." Mensen die geheiligd zijn. U bent apart gezet/geheiligd. De termen hier komen overeen met termen die we tegenkomen voor de afdelingen (heilige en heilige der heilige).
"geliefden." Geliefd (agape-belangeloze liefde) door God.
"doet dan aan."
Let op dat bepaalde geestelijke zaken gekoppeld worden aan fysieke aspecten/delen; bijvoorbeeld: denken ~ hersenen, liefde ~ hart, gevoelens ~ ingewanden
"innerlijke ontferming" (heeft met ingewanden te maken) ~ je bent emotioneel betrokken bij de ander. Dat past ons. Niet koud opstellen, maar ontfermen
"goedheid." Er staat vriendelijkheid. Dat ligt dicht bij goedheid. Het is ook een passende eigenschap om je vriendelijk op te stellen.
"nederigheid." Een eigenschap die niet bepaald veel in de wereld wordt gevonden. Nederigheid heeft te maken met de vrucht van de geest (Gal.5). Nederig opstellen - zie Rom 12:3 "koestert geen gedachten hoger dan uw voegen."
"zachtmoedigheid." Een wat ouder Nederlands woord. Het heeft met mildheid te maken. Je zoekt de nuance.
Even tussendoor: de laatste twee woorden (nederig en zachtmoedig) komen ook terug in Math.11:28-30 "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven."
Hij heeft het hier over alle die vermoeid en belast zijn door al die zware geboden die hen door de geestelijke leiders waren opgelegd. Daar gingen zij onder gebukt. In plaats van dat het woord hen licht, vreugde, rust en uitzicht gaf, maakte de geestelijke leiders hen 'gefrustreerd'. De Heer belooft rust door zijn woord (dat is zijn juk)
En dan nu het vers waar het om ging: vers 29-30 – "want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen want mijn juk is zacht en mijn last is licht."
Zie ook Jes.28:10-12 "Want het is wet op wet, wet op wet, eis op eis, eis op eis, hier wat, daar wat. Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk spreken Hij, die tot hen gezegd heeft: Dit is de rust, geeft de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet horen."

"geduld." Heeft met lankmoedigheid, verdragen en volhouden te maken.
Geduld zijn we ook tegengekomen in Kol.1:11-12 "Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader."
Geduld met blijdschap – Dat kan alleen met behulp van God's genade. Want als een mens geduld kan opbrengen, dan is dat zelden met blijdschap. Die blijdschap is het bewijs dat het daadwerkelijk voortkomt uit genade.

Kolossenzen 3: 13-17

"13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
14 En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.
15 En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar.
16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.
17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!"

(vers 13) "Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft."
Geduld koppelen we aan situaties waarin je terecht bent gekomen. Aan zaken die je niet in de hand hebt. Denk aan ziekte. Het elkaar verdragen heeft te maken met geduld met mensen hebben. Niet zozeer "verdraagt de situatie," maar "verdraagt elkaar." Dat kan in huiselijke omstandigheden zijn, of in de werksfeer, of onder geloofsgenoten. Het gaat om mensen met wie je regelmatig omgaat/contact hebt, wiens onhebbelijkheden zichtbaar worden, en vergeet vooral niet die jou onhebbelijkheden zien. We accepteren de ander zoals hij of zij is. Dat is een machtige eigenschap.

(vers 13) "vergeeft elkaar [schenk elkaar genade], indien de een tegen de ander een grief heeft."
Er staat letterlijk "verleen elkaar genade," maak die ander blij. Dat gaat veel verder dan vergeven. Vergeven is ik zal het je niet betaald zetten, maar begenadigen of genade verlenen is: de ander doet jou dingen, en desondanks beantwoord ik met vreugde, met de ander blij maken. Genade verlenen en verdragen zijn Goddelijke attributen
"gelijk ook de Here u vergeven genade bewijst heeft, doet ook gij evenzo."
Als je die Heer kent, doe dan evenzo naar de ander. Het gaat hier om de praktijk. Daar waar grieven zijn, beantwoordt je met genade. Dat is wat anders dan gaan praten.
We zijn onbeschuldigbaar. Zo zien we elkaar (ook) aan. Dat beseffen we. Dan is er vreugde.
Het is een levensstijl, een houding. Die houding bewijst zichzelf.

(vers 14) "En doet bij dit alles boven al deze dingen de liefde aan, als de band der volmaaktheid."
"Liefde." Er staat in het Grieks 'agape', dat is de belangeloze Goddelijke liefde.
"band der volmaaktheid." Letterlijk staat er: "welke is de samenbinding." Een band is iets samenbinden. De functie van 'agape', de liefde Gods, is de band van de volwassenheid. Maar er zit ook in voleindigen, voltooien. Liefde maakt alles volmaakt.
Voorbeeld: Er zijn onvolmaaktheden genoeg. Sommige mensen onthouden ze ook altijd. Daar wordt je trouwens niet blij van. En toch is er iets dat alles volmaakt maakt, dat is de liefde. Als een kind weet dat zijn ouders echt van hem/haar houden, hem/haar accepteren, zich voor hen geven, dan worden al die onvolmaaktheden bedekt, worden onvolmaaktheden niet geteld, onvolmaaktheden bestaan als het ware niet meer.
(zie ook 1 Kor.13:7 "alles bedekt zij.")

(vers 15) "En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harte scheidsrechter zijn."
"de vrede van Christus." Gaat het over de vrede die Hij (het hoofd) nu heeft? Jazeker, maar ook over de vrede die Hij in zijn lichaam (de ekklesia) tot stand gebracht heeft.
Zie ook Efez.2:15 "om in Zichzelf, vrede makende, de twee (Jood en heiden) tot één nieuwe mens te scheppen en de twee tot één lichaam verbonden, weder met God verzoenen."
"regere in uw harten." Er staat: scheidrechter zijn. Zie ook Kol.2:17. Dus "laat de vrede van Christus scheidsrechter zijn in jullie harten."
Niet de wet is de 'spel regel' (scheidrechter) in de ekklesia, maar de vrede van Christus. En dit staat tegenover de vijandschap die het gevolg is van de wet der geboden. We zijn geroepen in één lichaam en daar is vrede, omdat de muur die er ooit stond is 'afgebroken'.
"en weest dankbaar." Er staat: "wordt 'goede genade'=dankbaarheid." Het is de weerklank van genade. Dus: wordt dankbare mensen (als uitwerking van).
Dankbaarheid getuigd van rijkdom. Je beseft dat wat je ontvangen hebt. Dankbaarheid is in essentie vreugde.

(vers 16) "Het woord van de Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten."
"het woord van Christus wone rijkelijk in u." Bij velen is de gedachte: dat zijn de woorden die Jezus hier op aarde sprak. De naam Jezus is de naam van de mens. Christus is geen naam, maar een titel. Het betekent gezalfde, en dit hoort bij zijn opstanding.
In Hand. 2:36 lezen we: "dat God Hem EN tot Heer(=titel) EN tot Christus(=titel) gemaakt heeft."
woord van Christus is dus het woord dat de opgewekte Christus heeft gesproken, in het bijzonder vanuit de hemel. De opgewekte Christus is in het bijzonder verschenen aan Saulus en vervolgens heeft de opgewekte Christus zijn woord gegeven aan Paulus. Gedurende 40 dagen heeft de Opgewekte ook gesproken tot zijn discipelen.
De evangeliën zijn dus het woord van Jezus.
"wone rijkelijk in u." Letterlijk staat er: het woord van Christus laat het in u woning maken, rijkelijk. Dus in jullie binnenkant thuis zijn.
"zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst." In alle wijsheid lerende.
"en terechtwijst." Tja. Terechtwijzen staat er NIET. Er staat 'gedachten-plaatsen'. Het is in gedachten plaatsen, attenderen. Dat kan een terechtwijzing zijn. Maar wij associëren dat vaak met een correctie, maar het gaat er hier om dat we elkaar er op attent maken.
Wij vertellen niet wat de ander moet doen of hoe hij moet denken (dat is wettisch), dat is onze zaak niet. We verdragen elkaar. Bij de een gaat het proces snel, bij de ander wat langzamer
"en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten." In sommige gemeenschappen is er discussie wat er gezongen mag worden. Soms zie je deze drie-deling terug in een dienst. Wat is een psalm? Ja, zal u zeggen, dat is één van de 150 hoofdstukken. Dat is correct. Als je het vanuit de Griekse taal benadert, dan zie je dat het Griekse woord voor 'psalmen' betekent 'tokkelen', instrumentaal begeleiden (een snaarinstrument). Er is niets dat er op wijst dat er destijds een 'zangbundel' was. Dat er muziek gemaakt werd, dat is waar. De primaire reactie van vreugde is dat er muziek gemaakt wordt.
"lofzangen." Er staat 'Hymne', en dat zijn inderdaad lofzangen
"geestelijke liederen." 'Geestige' liederen. Dus in de zin van geest ~ vreugde. Liederen die rijk aan geestelijke inhoud zijn.
"Gode dank brengt in uw harten." Maar er staat: in de genade zingende, in de harten van jullie naar God
Waar vind die muziek plaats? in je hart. Het gaat dus over muziek in je hart. Daar is namelijk ook de vreugde. De uiting is dan opgewekte vrolijke muziek.

Kolossenzen 3: 17-25

17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem
18 Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here.
19 Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet ruw tegen haar
20 Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is welbehaaglijk in de Here.
21 Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden
22 Slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensen behagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren. Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen Gij weet toch, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dienst Christus als heer. Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht terugontvangen, en er is geen aanzien des persoons.
23 Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen;
24 gij weet toch, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dient Christus als heer.
25 Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht terugontvangen, en er is geen aanzien des persoons.

(Vers 17) "En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus."
God doet alles door Zijn zoon, wij danken God de Vader door de Heren Jezus (Zijn zoon).
Zie ook 1 Kor.10:31 "of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods."
Als je dankt en spreekt van Zijn heerlijkheid, dan krijg je ook een Heer-lijk leven. Je ziet dan een veel bredere horizon.

Let op hoe nu vertalingen het volgende gedeelte aanvangen:

  • de NBG zegt: de christelijke huisregels
  • de S.V zegt: de huiselijke plichten

En door deze inbreng te geven, laten de vertalers hun eigen interpretatie zien. Men denkt: in het voorgaande heeft Paulus gesproken over genade, voorrechten en danken, MAAR nu komen de plichten of zoals de reformatie zegt: "het is wet en genade." En die gedachte zie je hier terug. En dat is dus een grote foutieve inbreng!
Het volgende gedeelte vloeit voort uit het voorgaande. Paulus beschrijft hier wat genade voortbrengt. Het gaat erover hoe de genade in huiselijke sfeer werkt. Dus hoe genade werkt in huiselijke relaties. Iets waar je blij mee bent dat maakt ook dat je beter functioneert.

Het juiste kopje boven deze komende verzen had dus moeten zijn: De huiselijke genade.

(vers 18) "Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here."
Eerst even dit. Er staat in de grondtekst dit: "de vrouwen weest onderdanig aan de mannen (als groep dus)".
"onderdanig": Gr. hupo tasso = onder zetten. Iets wat je eronder plaatst. In actieve zin betekent het Griekse woord 'hupo tasso' onderwerpen, zoals men vijanden onderwerpt; in passieve zin betekent het: onderworpenen zijn, de onderworpene ondergeschikt zijn.
Het gaat er hier in deze tekst niet om dat de mannen actief zouden onderwerpen, maar dat de vrouwen (passief) ondergeschikt zouden zijn vanuit de genade gedachte. Het heeft met gezagsverhoudingen te maken zoals we in Rom.13 lezen dat wij de overheden onderdanig zouden zijn. De overheden zijn boven ons gesteld. Nogmaals, dat heeft met gezagsverhouding te maken. We zijn er niet minder belangrijk om. De overheid zou juiste leiding geven, en wij schikken ons daar naar.

Het is opvallend dat in dit gedeelte diverse gezagsverhoudingen genoemd worden:
vrouwen ↔ mannen, kinderen ↔ vaders, slaven ↔ heren
Het heeft niets te maken dat sommigen minder waard of minderwaardig zouden zijn, maar meer met de 'leider van een team' en 'een deelnemer' (onder geplaatste) van een team.
In onze taal zien we mannelijk en vrouwelijk terug, maar in onze maatschappij mag er geen verschil zijn.

De bijbelse gedachte is dat mannelijk het beeld is van God de schepper, en vrouwelijk het beeld van de schepping.
Nogmaals, het heeft niets met meer- of minderwaardig te maken. Een man wordt geacht een heer des huizes te zijn. Heer staat voor eigenaar. In vers 17 staat gelijk het betaamt in de Heer. De verhouding is dus van een vrouw tot een man als tot de Heer.

In 1 Petr.3:16 lezen we dat Petrus zegt: "weest ondergeschikt aan uw man gelijk Sara ook deed en Abraham mijn heer noemde."
In Gen.18:12 lezen we: "zal ik wellust hebben terwijl mijn heer oud is?"
Een heer is niet een baas, maar beschermd; een heer is verantwoordelijk voor het geluk wat hem is toevertrouwd. Een man is dus verantwoordelijk voor zijn vrouw.
Terug naar de tekst. Er staat dus dit: "vrouwen erkent je man als man, als echtgenoot, als heer van het huis. Geef hem de ruimte om man te zijn."

(vers 19) "Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet ruw (bitter) tegen haar."
"liefhebben" is hier in het Grieks 'agape,' belangeloze, gevende liefde. Dat is onvoorwaardelijke liefde. Dus niet de ander lief vinden, maar de ander lief hebben. Je hebt je vrouw lief, dus je geeft haar de ruimte.
"en weest niet 'ruw' tegen haar." Het woord dat hier staat en men onterecht vertaalt met ruw betekent bitterheid.
De valkuil van een man is bitterheid/ruwheid. Bitterheid staat tegenover genade/vreugde.
Even terug naar vers 17: "En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem." DANKEN (genade) staat tegenover bitterheid

(vers 20) "Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is welbehaaglijk in de Here".
Van de vrouw wordt gezegd: "neem een houding aan om de heer te erkennen."
Van kinderen wordt gezegd "geef gehoor aan." Gehoorzaam ~onder horende, is dus luisteren, gehoor geven aan.
Een ouder eist dus niet. Daarnaast zou een man zijn taak doen (vrouw liefhebben en als vader in genade op treden), en de vrouw haar taak doen (heer erkennen en kinderen in genade voorleven)
Nogmaals: in deze tekst (vers 17-22) wordt gesproken over hoe een huis in genade wandelt.

(vers 21) "Vaders, prikkelt (provoceert) uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden."
Als eerste dit. Prikkelen zie 2 Kor.9:2 "en uw ijver heeft de meeste tot navolging geprikkeld." Dat is positieve prikkeling. Hier gaat in deze tekst over een vorm van prikkelen die moedeloos (zonder gevoel/murf/ontmoedigt) maakt.
Ouders zouden hun kinderen prikkelen. Niets mis mee. Maar wel zo dat ze gestimuleerd worden, aangemoedigd worden.
Paulus spreekt hier over vaders (of ouders) die de lat zo hoog leggen voor het kind, dat het moedeloos wordt.

(vers 22) "Slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensen behagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren."
Wij kennen in dit land geen slavernij (lijfeigenen) meer.
Paulus schrijft nooit dat hij tegen slavernij is of dat wil veranderen. Paulus vertelt: gehoorzaamt je heer, je bent van hem. Je bent onderhorig aan de heer (in dit geval naar het vlees).
"niet in ogenslavernij." Dat betekent: Op het moment dat je 'werkgever' kijkt, dan doe je extra je best. Dat is dus om de mens te behagen om 'je beter voor te doen dan je ben'.
"maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren."
In het begin van dit vers werd gesproken 'naar het vlees'. Paulus doelt hier op: dat als je dient (naar het vleselijke), doe je dat om de Heer, om de geestelijke Heer! In alle eenvoud.

(vers 23) "Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte."
Er staat hier niet van harte maar vanuit de ziel. De mens heeft geen ziel maar IS een ziel (zie Gen.2:7 "alzo werd de mens tot een levende ziel"). Het gaat erom dat als je genade kent, je dit werk vanuit het hart doet, "als voor de Here en niet voor mensen."
Daar waar je genade kent, ga je optimaal functioneren. Zo ook hier, wat tot slaven gezegd werd.
Zie ook Tit.2:9 "De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn in alles, het hun naar de zin maken zonder tegenspraak of oneerlijkheid, maar alle goede trouw bewijzen, om de leer=onderwijs van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken."
Je wandel (als slaaf) is zodanig (omdat je genade kent) dat het een sieraad is, want zie vers 11 "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen."
Een slaaf bevindt zich vaak in duistere/zware omstandigheden, maar daar, in duisternis, straalt het licht sterker tegen zo'n donkere achtergrond.
Dat is geen plicht (denk aan hoe de vertalers hebben vertaald: "de huiselijke plichten") maar een voorrecht.

(vers 24) "gij weet toch, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis (lotdeel) zult ontvangen. Gij dienst Christus als heer."
De slaven worden hier aangesproken. Wees je er van bewust dat het lotdeel/erfdeel je compensatie is.
Met andere woorden: je krijgt te weinig? Je wordt als slaaf vernederd? Paulus zegt, don't worry, de compensatie zal je ontvangen. Je dient toch immers Christus de Heer (Kurios). Je bent van Hem.

(vers 25) "Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht terugontvangen, en er is geen aanzien des persoons."
"onrecht." Ditzelfde woord wordt vertaald in Openbaring als "schade toebrengen."
Het gaat er hier niet over dat bij de wederkomst de Heer jou het onrecht zou doen terug ontvangen. Bij de wederkomst wacht heerlijkheid en een erepodium (Grieks bema). En ja, alle ongein van de mens (hout, hooi en stro) zal verbranden, maar daar gaat het hier niet over.
Het gaat er hier over dat: als je als slaaf je heer onrecht doet en tegen de lamp loopt, dan zal je van je aardse heer 'de rekening gepresenteerd krijgen'.


Hoofdstuk 4

Kolossenzen 4: 1-6

Heren, betracht jegens uw slaven recht en billijkheid; gij weet toch, dat ook gij een heer in de hemel hebt.
2 Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt
3 en bidt tevens voor ons, dat God een deur voor ons woord opene, om te spreken van het geheimenis van Christus, ter wille waarvan ik ook gevangen zit.
4 Dan zal ik het zó in het licht stellen, als ik het behoor te spreken.
5 Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte.
6 Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven.

In het vorige gedeelte heeft Paulus aangegeven dat als je de genade hebt leren kennen wat dat voor uitwerking heeft voor de verhoudingen in huiselijke / werkkring (Kol.3:18-4:1). Hier gaat hij verder met de verhouding slaaf~heer

(vers 1) "Heren, betracht jegens uw slaven recht en billijkheid."
Dit is logisch. Je mag van een heer die genade kent verwachten dat hij billijk is, proportioneel.
"Gij weet toch, dat ook gij een heer in de hemel hebt."

Vanaf vers 2 worden de gelovigen in het algemeen weer aangesproken.

(vers 2) "Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt."
"weest daarbij waakzaak en dankt." Maar zo staat het er niet
Er staat: "weest waakzaak in dankzegging." Het waakzaak zijn is danken!
Het volhouden in gebed is dus dat wij danken!
Wees alert dat je bidden bijvoorbeeld geen vraaglijstje is: wil U ...…zegenen (nee, Hij zegent= dankgebed), wil U nabij zijn (nee, Hij is nabij) enz.

Paulus heeft eenmaal gebeden voor aardse omstandigheden en het antwoordt wat hij kreeg was: "Mijn genade is jou genoeg."
Het gebed wat Paulus bidt heeft altijd betrekking op het woord en het zicht op het woord.
We bidden (elkaar toe) dat we besef zouden krijgen van zijn wil, dat we besef zouden krijgen van de rijkdom van Zijn genade, dat we verlichte ogen van het hart zouden ontvangen.

En het bidden voor onze praktische zaken van elke dag? Het bidden voor het leven van elke dag? Daar danken we voor.
Natuurlijk mag je al je wensen bekend maken bij Hem en bij voorbaat dank je omdat OF Hij het geeft OF Hij geeft het niet omdat Hij iets beters voor je heeft. Wij vragen zilver, Hij geeft goud. Alleen dat besef maakt al dankbaar.

(vers 3) "en bidt tevens voor ons, dat God een deur voor ons woord opene."
Er staat: "biddende ook aangaande ons, dat de God zou openen voor ons VAN het woord." Wat is dat? Tot onlangs was de gedachte dat God een gelegenheid zou geven waardoor we zouden kunnen spreken. Het: "deur VAN het woord" is iets anders. De deur VAN het woord is je mond
Het bewijs: zie de parallelle bijbel gedeelte in Efeze 6:19 "ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken."

"om te spreken van het geheimenis van Christus."
Zie ook hier "om te spreken."
"Geheimenis." Dit is een verborgenheid van Christus. Eerder in deze brief sprak Paulus hier over. Zie Kol.1:27 "Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid."
De verborgenheid heeft alles te maken met dat wat God in deze tijd (deze huishouding) doet. Israël staat namelijk tijdelijk ter zijde, het heil is naar de natiën gegaan en de boodschap is aan de heidenen toevertrouwd en Christus is verborgen.
Alles wat God vandaag doet is verborgen. Aan Paulus is dat geopenbaard.
"ter wille waarvan ik ook gevangen zit."
Er staat: "ter wille ik ook gevangen zit." Paulus zat gevangen als uitbeelding van Israëls ongeloof.

(vers 4) "Dan zal ik het zó in het licht stellen, als ik het behoor te spreken."
'het' slaat hier op het geheimenis van Christus.
"behoor" hier staat nu juist voor 'moeten'. Als het gaat om de boodschap deed Paulus geen concessie.

(vers 5) "Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte."
Er staat letterlijk: "wees in wijsheid wandelende gericht op degene die buiten zijn."
Hen die binnen zijn, zijn de huisgenoten van het geloof. In wijsheid wandelen heeft te maken met je verstand gebruiken, dus dat wat je weet, daarin wandelen.
Het Griekse woord 'sofia' komt etymologisch van sofim – wachttoren.
Wijsheid heeft te maken met uitzicht, dingen in verband kunnen zien. Dat kan alleen als je op de hoogte gebracht bent, in Christus, daar is ons leven verborgen in God.
"ten nutte": wil zeggen uitkopen/uitbuiten, dus de gelegenheid waarnemen. Als de gelegenheid zich voordoet, maak daar gebruik van.
Voorbeeld van een gelegenheid: 1 Petr.3:15 "altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is."
U die het woord kent, bent gezegend. Zegen is bedoeld, voor u als uitverkorenen, om een middel te zijn in Zijn hand om een ander te bereiken.

(vers 6) "Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven."
"Het woord van jullie zij te allen tijden 'aangenaam'." Nee, er staat 'genade'. Dus ons spreken zou altijd in genade zijn!
Zie Kol.3:13 "en vergeeft elkander [geef elkaar genade], indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven genade bewijst, doet ook gij evenzo."
In de Schrift staat wet tegenover genade. Wet zegt : jij moet dit en dat doen. Spreken in genade is je bewust zijn van je voorrechten. Daarover in dankbaarheid spreken, en dat laten schitteren.

Ter herinnering: in vorige studiedelen hebben we gesproken over opvoeding. We stimuleren en voeden (elkaar of) onze kinderen op in genade. De essentie van opvoeden in genade is niet (elkaar of) je kinderen vertellen wat zij MOETEN doen. Nee, je vertelt HOE de dingen ZIJN. Je informeert ze. Ze zullen dan zelf in hun leven dingen gaan ondervinden.
Je wordt niet alleen maar wijs door te horen, maar vaak door schade en schande. Dus vertel wie Hij is en wat Hij in hun leven kan doen. Daar gaat wijsheid van uit.

"niet zouteloos." Er staat: "met zout besprengt" = in genade. Het idee van zout is hier dat het de smaakmaker is. Zout is ook bederfwerend. Dus Zijn genade brengt smaak en is bederfwerend
"gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven." Er staat: "Wetende hoe je moet antwoorden aan een ieder."
Iedereen krijgt vragen of komt in een gelegenheid. Paulus stelt: zorg dat je de Schrift kent, dat je weet wat er staat (zoals het Paulus was toevertrouwd).
Het is zo belangrijk dat je weet, niet dat je de ander vertelt wat hij moet doen, Nee, vertel wat er in de Schrift staat. De wereld leeft in duisternis, ze hebben geen weet van wat de Schrift zegt. Terwijl men snakt naar...

Vaak zitten gelovigen met vragen: Hoe zit het nu? Zijn er wel antwoorden te vinden?
Neem kennis van wat de Schrift zegt en vertel het. Geef eerlijke antwoorden op de vragen die gesteld worden. Niet meer, maar ook niet minder.
Als Petrus, een eenvoudige (ongeletterde) man, op de pinksterdag een hele passage uit Joel kon citeren, geeft dat aan dat hij wist wat er stond geschreven. Hij wist wat hij zou zeggen.

Kolossenzen 4: 7-12

"7 Van al mijn omstandigheden zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar en mede dienstknecht in de Here, u op de hoogte brengen.
8 Ik heb hem juist daarom tot u gezonden, dat gij zoudt vernemen, hoe het met ons staat en dat hij uw hart vertrooste.
9 samen met Onesimus, mijn getrouwe en geliefde broeder, die een der uwen is. Zij zullen u van alle omstandigheden hier op de hoogte brengen.
10 Aristarchus, mijn medegevangene, laat u groeten, en Marcus, de neef van Barnabas – over hem hebt gij opdracht gekregen; ontvangt hem, indien hij bij u mocht komen
11 en Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers zijn voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost zijn geweest.
12 Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil."

Vanaf dit vers komt er nu een nieuwe passage: Besluit en groet

(vers 7) "Van al mijn omstandigheden zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar en mede dienstknecht in de Here, u op de hoogte brengen."
Tychikus komt een aantal keren voor in Handelingen. Tychikus kwam uit Asia (zie Hand.20:4). Asia was in eerste instantie het westen van Turkije. Later is Asia ons bekende Azië geworden en noemde men Turkije Klein Asia.
Tychikus was de geliefde broeder en getrouwe dienaar (diakonos). Betrouwbaar zijn is belangrijk. Paulus kon er van op aan. Hij was eerlijk.
De Kolossenzenbrief lijkt in veel opzichten op de Efezebrief. Tychikus is degene geweest die deze brieven heeft overhandigt.
Zie Efez.6:21 "Opdat ook gij van mij moogt weten, hoe het mij gaat, zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar in de Here, u alles bekendmaken."

(vers 8) "Ik heb hem juist daarom tot u gezonden, dat gij zoudt vernemen, hoe het met ons staat en dat hij uw hart vertrooste."
"Dat hij zou vertrooste de harten van jullie."
Zie ook Efez.6:22 "Met dit doel heb ik hem tot u gezonden, dat gij onze omstandigheden zoudt weten en hij uw harten zou vertroosten."

(vers 9) "samen met Onesimus, mijn getrouwe en geliefde broeder, die een der uwen is. Zij zullen u van alle omstandigheden hier op de hoogte brengen."
Onesimus was trouw en geliefd. En hij kwam uit Kolosse. De brief krijgt nu kleur.
Onesimus komen we namelijk ook tegen bij Filemon 1:10 . Filemon is een persoonlijke brief. Het is een voorbeeld wat genade kan doen in het leven van een mens. In dit geval bij een slaaf en bij een heer.
In Filemon 1:10-11 staat: "kom ik u een verzoek doen voor mijn kind, dat ik in mijn gevangenschap verwekt heb, Onesimus die vroeger onbruikbaar voor u was, nu zeer bruikbaar, zowel voor u als voor mij."
Paulus zegt dat Onesimus gewekt is door het woord. Onesimus betekent rendabel of winstgevend. Onesimus was 'vertrokken' bij zijn heer en was daarna tot geloof gekomen en nu was hij BRUIKBAAR geworden
Paulus zegt dit nu, achteraf gezien. "Want hij is misschien wel daarom een tijdlang weg geweest, opdat gij hem voorgoed zoudt terug hebben, nu niet meer als slaaf, maar als meer dan slaaf, als een geliefde broeder, in hoge mate voor mij, hoeveel te meer dan voor u"(Filemon 1:15,16).
Als je nu terug gaat naar de eerste verzen van Filemon dan lezen we: "Paulus, een gevangene van Christus Jezus, en Timoteüs, de broeder, aan de geliefde Filemon, onze medearbeider, aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medestrijder, en aan de gemeente te uwen huize."
Waarom lezen we dit? Omdat we nu meer zicht krijgen op de Kolossenzenbrief. Onesimus was een Kolosser, hij was een slaaf van Filemon en tot geloof gekomen.
De ekklesia van Kolosse kwam dus samen in het huis van Filemon. Van een aantal gemeente weten we dus dat ze samenkwamen in een huis van iemand (bijvoorbeeld Korinthe in het huis van Gajus).

(vers 10) "Aristarchus, mijn medegevangene, laat u groeten, en Marcus, de neef van Barnabas – over hem hebt gij opdracht gekregen; ontvangt hem, indien hij bij u mocht komen."
Aristarchus komen we tegen in Hand.19:29 "En de stad werd een en al verwarring en zij stormden als één man naar het theater en sleurden Gajus en Aristarchus, Macedonische reisgenoten van Paulus, mede."
Later bij Filemon komen we hem ook tegen, zie vers 24. Hij was een mede-arbeider.
Marcus de neef van Barnabas. Als we nu de geschiedenis in Hand. 15:37-39 lezen, krijgen we beter zicht op relaties.(Hand.15:37-38) "En Barnabas wilde ook Johannes, genaamd Marcus, medenemen; maar Paulus bleef van oordeel dat men niet iemand bij zich moest hebben, die hen na Pamfylië had verlaten en zich niet met hen tot het werk had begeven. En er ontstond een verbittering, zodat zij uiteengingen en Barnabas met Marcus naar Cyprus voer."
Vaak zie je dat afkomst of bloedband wordt gebruikt voor opvolging. Maar in geestelijke zaken gaat het om capaciteit en kwaliteit ipv bloedband.
Let nu op wat Paulus over Marcus zegt in 2 Tim.4:11-13 "Haal Marcus af en breng hem mede, want hij is mij van veel nut voor de dienst. Tychikus heb ik naar Efeze gezonden. Als gij komt, breng dan de mantel mede, die ik te Troas bij Karpus liet liggen, en ook de boeken, vooral de perkamenten."
Hier lezen we dat Marcus, na het incident in Hand.15, tot veel nut is voor de dienst.
"over hem hebt gij opdracht gekregen; ontvangt hem, indien hij bij u mocht komen."
Paulus geeft deze opdracht speciaal om 'het incident van Hand.15'. Zij zouden hem gewoon ontvangen.

(vers 11) "en Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers zijn voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost zijn geweest."
Jezus met de bijnaam Justus (de rechtvaardige)
Marcus en Justus zijn enigen uit de besnijdenis en zijn de medewerkers voor het koninkrijk Gods. Er staat letterlijk: "die mij tot troost zijn GEWORDEN."
Dat is van belang, want Paulus had vele medewerkers die veel voor hem betekende in gevangenschap. Marcus en Justus zijn tot troost in gevangenschap geworden.
Even ter zijde. Dit vers wordt ook aangehaald als bewijs dat Lucas geen Jood zou zijn. En dat dus niet alle schrijvers van het 'N.T.' Joods zouden zijn. Maar dat staat er niet!

(vers 12) "Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus."
Epafras kwamen we al in het begin tegen. Epafras was degene die de Kolossers het evangelie had verteld (Kol.1:6). De gemeente (ekklesia) was ontstaan, NIET gesticht. Dat doet men bij een organisatie. Paulus en zijn medewerkers waren nooit bezig om te stichten, nee, er ontstonden gemeenten. Dus zodra een paar mensen het woord horen en geloven en bijeenkomen, dan ontstaat er een ekklesia. De Kolossers hadden Paulus nooit gezien (zie Kol.2).

(vers 12) "Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus."
Epafras was een Kolosser. Een dienstknecht, er staat letterlijk "een slaaf" van Christus Jezus
Zie Kol.1:7 7 "zoals gij het vernomen hebt van Epafras, onze geliefde mede-slaaf, die voor u een getrouw dienaar van Christus is."
Zie Filemon 1:23 "Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus, laat u groeten."

(vers 12) "altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil."
Epafras was begaan en had zorg voor de gemeente in Kolosse, want we lezen dat hij altijd 'strijdende' was in gebed voor de Kolossers.
De strijd had te maken met de invloeden van buitenaf op die gemeenschap. Er waren Judaïsten binnen gekomen die hen van hun standplaats wilde afbrengen en geboden wilde opleggen. Zij wilde hen met filosofieën belasten.

Paulus stelt door deze brief heen: hoezo andere filosofieën? Hoezo allerlei geboden en leringen van mensen of rituelen uit de wet? Jullie (Kolossers) zijn compleet in Hem (Christus Jezus). Jullie hebben alles in Hem (Kol.2:3 "in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn"). Epafras wist dit, en daarom worstelde hij in gebed.

Let op wat hij bidt: "dat gij moogt staan, volwassen en volkomen verzekerd."
"staan." Wil zeggen staande blijven (zie Kol.2:7 "geworteld (is staan op één positie) en dan opgebouwd (staan op een solide fundament) wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is (door Epafras), overvloeiende in dankzegging").
Volkomen verzekerd in alles van de wil van De God. Het gaat hier niet om wat God wil in jouw leven. Dat klopt gedeeltelijk, maar het gaat verder. Het gaat om de wil van De God.
God "wil dat alle mensen gered worden" (1 Tim.2:4).

Kolossenzen 4: 13-18

13 Want ik kan van hem getuigen, dat hij zich veel moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te Hiërapolis zijn.
14 De geliefde geneesheer Lucas en ook Demas laten u groeten.
15 Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeente bij haar aan huis.
16 En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen.
17 En zegt tot Archippus: Zorg dat gij de bediening, die gij in de Here aanvaard hebt, ook vervult.
18 Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Gedenkt mijn gevangenschap. De genade zij met u.

(vers 13) "Want ik kan van hem getuigen, dat hij zich veel moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te Hiërapolis zijn."
De brief eindigt met hoe deze begon. In Kol.1 vers 9-10 lazen we eerder: "Daarom houden OOK wij (dus samen met Epafras) sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, 10 om de Here waardig te wandelen" (–> waardig wandelen kan alleen als je beseft wie hij is, als je Hem weet te waarderen).
Het gaat dus NIET om hoe jij je gedraagt. Nee, het gaat om de binnenkant. Het gaat om besef van wie Hij is. Dan wordt elke stap die je zet waardevol en dus waardig. Het komt er op neer dat je beseft hoe rijk je bent. God wil dat we daarvan vervult zijn!

Weet u het nog? In geduld MET blijdschap. Dat kan een mens niet, hoor. Dus geduldig zijn MET blijdschap. Zorg neemt blijdschap=genade weg.
Paulus getuigde van Epafras dat hij veel pijn en moeite heeft (vanwege de bedreigingen in Kolossen, zie vers 12), maar ook van hen die in de steden woonden van Laodicea en Hiërapolis.
Paulus bidt nooit voor gezondheid, of aardse carrière of aardse omstandigheden. Hij dankt God voor het feit dat Hij geeft wat nodig is, en meer dan dat. En dat er voor ons gezorgd wordt.

(vers 14) "De geliefde geneesheer Lucas en ook Demas laten u groeten."
Lucas is de schrijver de boeken Handelingen en het evangelie Lucas.
Het boek Handelingen is eigenlijk de tweede brief van Lucas. (zie Hand.1:1 "Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren").
Lucas is vele jaren betrokken geweest bij, en heeft meegereisd met Paulus.
Zie Filemon 1:24 "en Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas, mijn medearbeiders."
In 2 Tim.4:11 "Alleen Lucas is nog bij mij."

"en ook Demas laat u groeten."
Zie 2 Tim.4:10 "Want Demas heeft mij uit liefde voor de tegenwoordige wereld verlaten. Hij is naar Tessalonica vertrokken."

(vers 15) "Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeente bij haar aan huis."
Ze kwamen samen in een huis. Waarschijnlijk is het huis van Nymfa te Loadicea

(vers 16) "En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen."
Let op: Paulus zegt: "dat gij ook die UIT Laodicea u laat voorlezen." Hoezo een brief uit Laodicea? Welke brief is dat?
Paulus doelt hier zeer waarschijnlijk op de 'brief die wij noemen de Efezebrief'.
brief die wij kennen als 'de Efezebrief' is dus eigenlijk niet de brief AAN de Efeziers, maar een rondzendbrief in die streek.

Dit kan je opmaken uit het volgende:
(1) De woorden 'in Efeze of te Efeze' in Efez.1:1 ontbreken in twee belangrijke handschriften. (Efez.1:1 "Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die [te Efeze] zijn").
(2) Als je Hand.19 leest (vers 9 en 10) zie je dat Paulus twee jaar lang dagelijks studie gaf in de school van Tyrannus te Efeze. Als je nu de brief Efeze neemt, vind je geen enkele toespeling daarover. Sterker nog, in Efez.1:15 lees je dat Paulus GEHOORD heeft van hun geloof. En dat is opvallend als je twee jaar lang dagelijks studie hebt gegeven.
Met andere woorden: als de brief die wij kennen als de brief aan de Efeziers, daadwerkelijk aan hen geschreven was, dan zou Paulus het niet van horen zeggen hebben. Paulus noemt ook geen namen en persoonlijke toespelingen ontbreken in zijn geheel.

(3) De Kolossenzenbrief en (wat wij noemen) de Efezebrief zijn kennelijk tegelijkertijd bezorgd door Tychikus. Lees bijvoorbeeld Kol.4:7,8 & Efez.6:21,22

(4) Er zijn vele overeenkomsten tussen de Kolossenzenbrief en wat wij noemen de Efezebrief qua structuur, aanleidingen, thema's (lichaam / hoofd) en formuleringen (zie bijvoorbeeld Kol 3:16 "Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten." Nu gaan we naar de Efeze 5:19 "en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte").
Er speelden dezelfde zaken in Laodicea als in Kolosse. Dat is de aanleiding, plus voorgaande, dat we met redelijke zekerheid kunnen stellen dat wat wij de Efezebrief noemen in ieder geval een rondzendbrief was die in de gehele streek werd voorgelezen. De brief was dus ook niet specifiek aan Laodicea.

(vers 17) "En zegt tot Archippus: Zorg dat gij de bediening, die gij in de Here aanvaard hebt, ook vervult."
Archippus zijn we ook al eerder tegengekomen. In Filemon vers 2.
"zorg dat gij de bediening." Er staat letterlijk: focus op. Waarop? De dienst. Welke dienst? De context gaat over lezen en voorlezen van brieven. Dus we nemen aan dat het daar om gaat.
"die je van de Here aanvaart hebt." Het staat er iets ander. "Die je ontvangen hebt."
"ook vervult." Zo vertaald is de suggestie dat het een verwijt is. Maar Paulus moedigt hem aan. Hij zegt: "Focus op de dienst die je ontving in de Heer dat je die vervult."

(vers 18) "Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Gedenkt mijn gevangenschap. De genade zij met u."
Zie 2 Thes.3:17, of 1 Kor.16:21
In Rom.16:22 "Ik, Tertius, die de brief op schrift gebracht heb, groet u in de Here." Tertius was de secretaris van Paulus. Paulus heeft deze brief dus niet zelf geschreven.
In Gal.6:11 lezen we dat Paulus zegt: "Ziet, met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf!"
Dat Paulus iets aan zijn ogen had is aanneemlijk, want ook in Gal.4:16 lezen we een sterke toespeling: "Want ik kan van u getuigen, dat gij, ware het mogelijk geweest, uw ogen uitgerukt en ze mij gegeven zoudt hebben."
Er waren ook valse brieven in omloop! Zie 2 Thes.2:2 "dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, ... hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn."

(vers 18) "Gedenkt mijn gevangenschap. De genade zij met u." Paulus zegt: gedenkt mijn banden (boeien). Zie ook 2 Tim.2:8-9 "Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie, waarvoor ik kwaad lijd en zelfs boeien draag als een misdadiger."

Maar het woord van God is niet geboeid, het woord van God maakt vrij!!


Heeft u een woord gelezen waar u meer over wil lezen, vul het dan hieronder in.




www.schriftwoord.nl