De eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs
1 Korinthe
Hoofdstuk 2

Dit is een eigen SchriftWoord vertaling.

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 En ik, naar jullie toe komend*, broeders, kwam niet overeenkomstig superioriteit van woord of van wijsheid, aan jullie het getuigenis van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker aankondigend, want Christus zendt* mij niet om te dopen, maar om te evangeliseren, niet in wijsheid van woorden, opdat niet het kruis van °Christus leeg gemaakt wordt (SV)[1Kor. 1:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Welsprekende oproepen, logische argumenten of diepzinnige filosofie hebben geen plaats in de verkondiging van het evangeliegoede bericht. We dienen het woord te verkondigen, te getuigen van de waarheid. Het onderwerp is al geleverd door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Niets zou een beter beroep gedaan hebben op de Korinthiėrs dan de een of andere filosofie of een scherpzinnige lijn van redeneren. Maar geloof rust niet op rede, maar op een boodschap die ondersteunt wordt door kracht van de Geest van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Wat vandaag nodig is, is een terugkeer naar de eenvoudige, onopgesmukte verkondiging van het evangeliegoede bericht, de dood van ChristusGezalfde aan het kruis voor onze zonden en de opstanding van ChristusGezalfde voor onze rechtvaardiging. De kracht van dit goede nieuws is vandaag net zo groot als het bewezen heeft te zijn in Korintheverzadigd.


2 want ik oordeel* niet iets te hebben waargenomen in jullie dan JezusJAH redt ChristusGezalfde, en Deze gekruisigd zijnde. Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld. (SV)[Gal. 6:14]
3 En ik kwam* in zwakheid en in vrees en in veel siddering naar jullie toe, En de Heere zeide tot Paulus door een gezicht in den nacht: Zijt niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet. (SV)[Hand. 18:9]
4 en mijn °woord en mijn °proclamatie kwam niet in overredende woorden van menselijke wijsheid, maar in betoning van geest en van macht, Want ons evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in vele verzekerdheid; gelijk gij weet, hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil. (SV)[1Thess. 1:5]
5 opdat het geloof van jullie niet zal zijn in wijsheid van mensen, maar in macht van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
6 Maar wij spreken wijsheid onder degenen die volwassen zijn, maar niet wijsheid van deze °aion, noch van de oversten van deze °aion, die buiten werking wordt gesteld, Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren. (SV)[Filip. 3:15]
7 maar wij spreken wijsheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker in een geheim, dat °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker tevoren beschikt* had, vóór de aionen, tot in onze heerlijkheid. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Hoewel Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker de wijsheid van de wereld heeft afgewezen, is er een goddelijke wijsheid waarvan de wereld niets weet, die zelfs de heiligen pas gaan begrijpen wanneer zij volwassenheid bereiken. Deze wijsheid wordt ten volle ontvouwd in Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine’ latere brieven aan de Efeziėrs, Filippenzen en Kolossestad in Frygiė, in het binnenland van Klein Aziėnzen. Het kan, zelfs vandaag niet, gegrepen worden door vleselijke heiligen. Het is voor de geestelijke mens, die het einde van het vlees heeft gezien.

"Voor de aionen" laat zien dat de aionen of tijdperken niet eeuwig zijn in het verleden, maar een beslist begin hebben.


8 Niemand van de oversten in deze °aion heeft dit geweten, want indien zij het wisten*, kruisigden* zij nooit de Heer van de heerlijkheid. En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot (SV)[Luc. 23:34]
9 Maar zoals het is geschreven: "De dingen die het oog niet waarnam en het oor niet hoort* en in het hart van de mens niet opkwam*, die maakt °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker gereed* voor die Hem liefhebben." Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God! wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht. (SV)[Jes. 64:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

We moeten alleen ons eigen verlangen overwegen om hen die wij liefhebben te verrassen en voldoening te schenken, om ons een weinig bewust te worden van wat in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers hart is ten aanzien van ons. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geeft van Zijn Geest, opdat wij Zijn verdere geschenken kunnen begrijpen. Het geheim waar hier door Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine op wordt gehint kan geen ander zijn dan het geheim dat in zijn Efezetoegestaanbrief wordt ontvouwd, dat gebaseerd is op het geheim van ChristusGezalfde, of Zijn verhoging als het Hoofd van heel het universum. Als zodanig is Hij de Heer van heerlijkheid, want niemand op aarde, of in de hemelen, benadert de eer en waardigheid die de Zijne zal zijn in de aionen van de aionen.


10 Maar°Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker onthult* het ons door Zijn °geest, want de geest doorzoekt alle dingen, ook de diepten van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
11 Want wie van de mensen heeft de dingen van de mens waargenomen, anders dan de geest van de mens die in hem is; zo heeft niemand de dingen van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geweten, anders dan de geest van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks. (SV)[Spre. 20:27] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De apostel doet een beroep op onze eigen ervaring. Menselijke wezens kunnen elkaar begrijpen omdat ze dezelfde geest hebben. Maar dieren kunnen niet binnen gaan in de diepten van menselijke ervaring. Zo kan ook geen mens goddelijke dingen verstaan zonder de interpreterende aanwezigheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers heilige geest.


12 Wij nu namen niet de geest van de wereld in ontvangst, maar de geest vanuit °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, opdat wij de dingen onder God zullen waarnemen, genadig aan ons gegeven wordend, Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. 14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. (SV)[Joh. 16:13,14]
13 de dingen ook die wij spreken, niet onderwezen in woorden van menselijke wijsheid, maar in onderwijs van geest, geestelijke dingen met geestelijke woorden vergelijkend. en mijn °woord en mijn °verkondiging kwam niet in overtuigende woorden van wijsheid, maar in betoon van geest en kracht, (SW)[1Kor. 2:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

De Schrift legt vaak de nadruk op het karakter van de woorden die door de geest van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker worden gebruikt. Een grote mate van de huidige verwarring kan herleid worden naar de losse, on-Schriftuurlijke uitdrukkingen die worden benut. Er werd bij Timotheüsgodsvereerder op aangedrongen vast te houden aan het patroon van gezonde woorden. Indien dit waar is in de oorspronkelijke taal, hoe veel meer zouden we moeten pogen deze opdracht te vervullen!

De term "matching [CLV]" is weergegeven geworden met "vergelijkend". Maar de gedachte van de passage is niet de overeenstemming tussen geestelijke dingen, maar de aanpassing van geestelijke zaken voor de mensheid. Het is nutteloos een zielse mens geestelijke dingen te leren, want hij heeft niet de middelen om ze te vatten.


14 Maar een ziels mens ontvangt niet de dingen van de geest van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, want voor hem is het domheid. En hij kan het niet kennen, omdat het op geestelijk wijze wordt beoordeeld. Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt. (SV)[Joh. 8:47]
15 Maar de geestelijke mens beoordeelt inderdaad alle dingen, maar hij zelf wordt onder niemand beoordeeld. Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen. (SV)[1Joh. 2:20]
16 Want wie kende* het denken van de Heer, dat die Hem zal instrueren? Maar wij hebben het denken van ChristusGezalfde. Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen? (SV)[Jes. 40:13]




Terug naar de index.
Naar 1 Korinthe 3
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.