1 Korinthe
Hoofdstuk 4
Dit is een eigen SchriftWoord vertaling.
|
| |
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis. Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 Laat een mens ons zo rekenen, als assistenten van en beheerders van geheimen van .
[Commentaar]
2 Hier wordt het overigens gezocht in de beheerders: opdat iemand betrouwbaar gevonden zal worden.
3 Nu is het voor mij het minste dat ik onder jullie beoordeeld zal worden, of onder de menselijke dag. Maar ik beoordeel mijzelf ook niet.
4 Want van niets ben ik mij bij mijzelf bewust, maar niet in dit werd ik gerechtvaardigd. Maar die mij beoordeelt is de Heer.
[Commentaar]
5 Daarom: oordeelm niets vóór de periode, totdat ook maar de Heer zal komen, Die ook de verborgen dingen van de duisternis aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal een ieder vanaf de lof krijgen.
[Commentaar]
6 Deze dingen nu, broeders, geef* ik een ander aanzien tot in mijzelf en , vanwege jullie, opdat in ons jullie zouden leren niet te staan boven wat is geschreven, opdat niemand van jullie opgeblazen zal worden, de een boven de ander en tegen de ander.
7 Want wie onderscheid jij? En wat heb jij dat je niet in ontvangst nam*? En indien jij ook in ontvangst nam*, waarom beroem jij je alsof niet in ontvangst nemend*?
8 Jullie, reeds oververzadigd zijnde, zijn* reeds rijk, jullie zijn* koning buiten ons om. En och, dat jullie echt koning zijn, opdat ook wij samen met jullie koning zouden zijn*!
-
[Commentaar]
9 Want ik men dat ° ons, de afgevaardigden, als laatsten aantoont*, als vlakbij de dood, zodat wij een theater waren geworden* voor de wereld én voor boodschappers én voor mensen.
10 Wij zijn dom vanwege , maar jullie zijn verstanding in . Wij zijn zwak, maar jullie zijn sterk, jullie zijn glorieus, maar wij zijn ongeëerd.
11 En tot het uur van dit moment hebben wij honger en hebben wij dorst en zijn wij naakt en worden wij met vuisten geslagen en zijn wij zonder vaste standplaats.
[Commentaar]
12 En wij zwoegen, werkend met de eigen handen. Wij worden gescholden? Wij zegenen. Wij worden vervolgd? Wij verdragen.
-
13 Gelasterd wordend? Wij roepen op. Wij waren geworden* als vuilnis van de wereld, uitschot van allen, tot op dit moment.
14 Ik schrijf deze dingen niet om jullie verlegen te maken, maar als mijn geliefde kinderen attenderend.
15 Want in het geval dat jullie tienduizenden kindergeleiders zullen hebben in , toch hebben jullie niet vele vaders, want ik verwekte* jullie in , door het .
[Commentaar]
16 Ik roep jullie dan op: Wordm mijn nabootsers!
[Commentaar]
17 Vanwege dit zend* ik jullie , die mij een geliefd kind is en trouw in de Heer, die jullie zal doen terugdenken aan mijn °wegen, die in , zoals ik die overal in elke ekklesia onderwijs.
18 Sommigen zijn opgeblazen* geworden alsof ik niet tot jullie zou komen.
19 Maar ik zal vlug naar jullie toe komen, in het geval dat de Heer zal willen; dan zal ik niet weten van het woord van die opgeblazen zijn, maar de macht.
20 Want het koninkrijk van ° is niet in een woord, maar in macht.
21 Wat willen jullie? Dat ik naar jullie toe zal komen met de roede, of in liefde, bovendien in een geest van zachtmoedigheid?
[Commentaar]
Terug naar de index.
Naar 1 Korinthe 5
|
|
© www.schriftwoord.nl U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.
|