Notities bij de brief aan de Romeinen
deel 85 - slot.
door D.H.Hough


De alleen wijze God.

Romeinen 16:25-27

"25 Hem nu, die bij machte is u te versterken (naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen,
26 maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken)
27 Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen. "
God is het onderwerp van de Schrift. Alhoewel het rechtstreeks te maken heeft met de gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël, met regels en instructies voor een juiste manier van leven of met de speciale roeping van de gelovigen van vandaag, is Gods Woord ontworpen om God bekend te maken. Het is niet alleen door te groeien in de verwerkelijking van God dat we de zegeningen kunnen genieten en de levens leven die ons in het Woord worden voorgesteld. Al wat is geschreven moet verbonden worden met de Godheid en Zijn heerlijkheid.

25 - 27.
Wij komen nu aan het einde van Paulus' brief aan de Romeinen, waar alle lofprijzing en heerlijkheid toegewezen worden aan de alleen wijze God. We herinneren ons dat de brief begon met ons te wijzen op het evangelie van God, wat gaat over Gods Zoon en de onthulling van Gods rechtvaardigheid, en wat Gods kracht is voor redding.
Doorheen heel de brief is de aandacht op God gericht geweest, op Zijn genade, Zijn kracht en liefde, alles samengevat in Zijn gift van Zijn Zoon. En deze nadruk blijft ons bij in de afsluitende woorden:

"Hem nu, die bij machte is u te versterken (naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken), Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen."

God is bekwaam.
De brief opende met een evangelie over Gods Zoon, Jezus Christus, onze Heer(1:1-5), de "kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft,"(1:16). Het sluit af met een uitdrukking van lof tot God, Die bekwaam is of "krachtig". Deze kracht heeft tot doel: het ons vestigen naar Paulus' evangelie en een bijzondere onthulling van Jezus Christus. Zelfs al moeten de specifieke onderwerpen onderscheiden worden, is er duidelijk een samenhang tussen de hier aanwezige thema's, die allemaal in verband staan met de heerlijkheid van God: God is groot in Zijn kracht; God brengt goed nieuws; God centreert Zijn werk rond Zijn Zoon, onze Heer, Jezus Christus.

Het evangelie is Gods kracht tot redding, en God heeft ook de kracht om ons in alle aspecten van Zijn goede nieuws te vestigen. Als het lijkt dat op dit moment niet veel mensen gevestigd worden in de volwassen onthullingen die via Paulus werden gegeven, dan betekent dit niet dat God niet in staat is geweest het in onze harten door te laten dringen. "Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus. "(2Kor. 4:6).

Dat God deze heerlijkheden sowieso voor wie dan ook wil laten schijnen in deze dagen van duisternis en menselijke trots, is bewijs van Zijn macht. Maar we verwachten niet dat dit bewijs erg zichtbaar is, zelfs niet voor de gelovigen in deze aion. Onze zegeningen zijn geestelijk, en we wandelen in geloof; op gelijke wijze is Gods vermogen om gelovigen in het geloof te bevestigen en hen tot volwassenheid te brengen, behoorlijk voor het zicht verborgen. Het was al zo in de dagen van Elia, toen de profeet zich heel alleen voelde, zelfs na de verbazingwekkende wedstrijd met de profeten van Baäl(1Kon. 18:17-19:14). Maar als Yahweh Zich toen onthulde in "het suizen van een zachte koelte"(1Kon. 19:12), hoe minder hoorbaar en zichtbaar zijn vandaag Zijn heerlijkheden voor de grote massa!

Helaas, over het evangelie van Paulus, en het geheimenis dat gedurende aionische tijden verzwegen werd, wordt vandaag nauwelijks nog gesproken, en we vragen ons af of de boodschappen van rechtvaardiging en verzoening wel bekend waren tijdens veel van de lange eeuwen in de afgelopen twee millennia. Toch kan het zo zijn dat zelfs in de "duistere eeuwen" God in deze onthullingen Zijn "zevenduizend" gevestigd en bewaard heeft, of misschien zeven honderd of mogelijk slechts zeven? We twijfelen er niet aan dat God bekwaam is om dit te doen, en over Zijn bekwaamheid wordt hier in Romeinen 16:25 gesproken.

Paulus' evangelie.
God is bekwaam om ons te vestigen in de boodschap die Paulus "mijn evangelie" noemde. Over deze boodschap schreef A.E.Knoch:

"In de opening van [Romeinen] wordt ons verteld dat [Paulus] "afgezonderd" was voor het evangelie van God, over Zijn Zoon(Rom. 1:1-3). Dat dit een andere boodschap is dan die welke door de andere apostelen werd gebracht, is duidelijk, want hij was er voor "afgezonderd." Zelfs in het boek Handelingen, waar dit minder helder is dan Paulus' brieven aangeven, hebben we een verslag van deze scheiding en worden we hierin bevestigd door het feit dat in dat boek hij de enige is die Christus voorstelt als de Zoon van God(Hand. 9:20) en die het evangelie van God verkondigt. Dit is de prediking van de twaalf apostelen op dat moment geheel afwezig...."

"In de vier 'evangeliën' wordt rechtvaardiging nooit gepredikt. Het is waar, de Wijsheid en God worden er gerechtvaardigd en zondaren die zichzelf proberen te rechtvaardigen, maar slechts in één geval lezen we van een mens die gerechtvaardigd wordt. De Farizeeër rechtvaardigde zichzelf op grond van zijn eigen daden. In contrast hiermee wordt de tollenaar... gerechtvaardigd(Luc. 18:10-14)!!! Niet dat hij van de volheid van de zegen kon genieten zoals wij dat mogen, maar hij had het, in tegenstelling tot de Farizeeër, bij het goede eind... En toch is dit geval niet de rechtvaardiging van Paulus' evangelie..."

"Vergeving vroeg op zijn minst een correcte houding van denken of bekering, zonder welk haar uitoefening alleen maar het verkeerde ten gevolge zou hebben. Maar rechtvaardiging is van begin tot eind goddelijk. Terwijl de genade en liefde die het laat zien elke vergeving verbergt die aangeboden zou kunnen worden, is het toch de striktste rechtvaardigheid. Het is het gevolg van goddelijk beraad, dat ver vooraf gingen aan de komst van zonde en waarvan de vervulling nog te vinden is, lang nadat de zonde het toneel heeft verlaten."

"In deze korte schets van de leer van Paulus' "mijn evangelie", is het nodig op te merken dat dit nooit door enig ander geïnspireerd schrijver is opgetekend!! Hoewel Jacobus sprak over rechtvaardiging, is zijn rechtvaardiging door werken, volkomen het tegengestelde van het evangelie dat Paulus predikte...."
(A.E.Knoch, Unsearchable Riches, vol.54, pp.149,154,155,160.

Zo kunnen we zien dat Paulus in Romeinen heel veel nadruk legde op deze boodschap, die hij "mijn evangelie" noemde. Een nieuw tijdperk van onthullingen begint met de proclamatie van rechtvaardiging, grondig bezien in Romeinen 3:21-4:25 en opnieuw overdacht in het overeenkomend deel van 9:30-10:21. Hoewel het geval van Abraham in Genesis 15:1-6 een precedent levert voor rechtvaardiging door geloof, was Gods rechtvaardigheid nooit eerder zo duidelijk aangetoond als het nu bekend gemaakt werd door de gehoorzaamheid van Jezus Christus.

Een geheim.
Over het geheimenis dat sinds aionische tijden verzwegen is, schreef broeder A.E.Knoch:

" 'Het evangelie van God' was al eerder beloofd door "zijn profeten... in de heilige Schriften"(Rom. 1:2). Maar die geschriften zullen tevergeefs doorzocht worden als men ook maar een spoor van het geheimenis wil vinden, dat God 'verzweeg' in de voorbije aionische tijden, toen de profeten leefden. Ook Paulus zelf, tijdens zijn bediening, die toen vrijwel compleet was(Hand. 19:21; Rom. 15:19,25) had het geheimenis niet verkondigd uit overlevering, want er wordt gezegd dat het 'thans geopenbaard' is door zijn profetische geschriften(Rom. 16:26). De aionische God vaardigde het bevel uit om het aan alle natiën te verkondigen, vanwege de gehoorzaamheid van het geloof...."
(A. E. Knoch, Unsearchable Riches, vol.53, p.55.)

Dit geheim wordt geïdentificeerd met de boodschap van de verzoening, naar voren gebracht in Romeinen 5 en 11, en in 2Korinthe 5, waar we lezen:

"En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd."
(2Kor. 5:18,19)

Dit zijn heerlijke onthullingen van God, die spreken van Zijn genade en liefde voor ons. Maar ze zijn met name heerlijke onthullingen, omdat ze niet alleen spreken van zegeningen voor ons, maar omdat ze daarenboven de diepten van Gods heerlijkheid onthullen.

De aionische God.
God verzweeg Zijn doelstelling van verzoening tijdens de aionische tijden die vooraf gingen aan het kruis, maar als de "aionische God" houdt Hij niet alleen sommige dingen gedurende hele aionen van tijd verborgen, Hij maakt ook Zijn geheimen bekend op de door Hem bepaalde momenten in de aionen. Hier wordt een van de heerlijkheden van God onderstreept. Onze God is de God van al de aionen en van de werken die tijdens de aionen uitgewerkt worden. De zinsnede die in de King James vertaling wordt gebruikt, "the everlasting God"(de eeuwige God) neigt er toe God op afstand te zetten, in een ander gebied dan waar wij zijn, waar tijd en verandering weinig betekenis hebben. Het spreekt van iets dat buiten ons begripsveld ligt. Maar de woorden "aionische God" herinneren ons er aan dat God hier aan het werk is, waar wij zijn, in de aionen. Hij werkt de doelstelling uit die Hij heeft met de aionen. Daarom zijn veranderingen en aanpassingen in Zijn onthulling allemaal door Hem ingegeven, op uitdrukkelijk bevel van de aionische God.

Gehoorzaamheid van het geloof.
Het gebruik van de opvallende uitdrukking "gehoorzaamheid van het geloof", in Romeinen 1:5 en nu in 16:26, vraagt om nadere overdenking. In beide gevallen wordt gehoorzaamheid van het geloof verbonden met de opdracht die God aan Paulus had gegeven voor de natiën. In de voorafgaande eeuwen had de aionische God gehoorzaamheid verbonden aan Zijn werken van fysieke verlossing en bescherming, voor het tonen van Zijn macht aan Israël in de wildernis en in het land, en om de instructies van de wet te kennen te geven. Maar nu, in Paulus' evangelie, is gehoorzaamheid iets dat voortkomt uit het geloven van dat evangelie. Er zijn geen wondertekenen, geen boven-natuurlijke voorzieningen van fysieke kracht of zichtbaar maken van vurige toorn, om de gehoorzaamheid aan ons op te leggen. God vertelt ons veeleer dat we om niet gerechtvaardigd worden in Zijn genade, door de verlossing die is in Christus Jezus(Rom. 3:24). Hij laat ons weten dat, hoewel we vijanden waren, we met Hem verzoend werden door de dood van Zijn Zoon(Rom. 5:10).

Door dit goede nieuws te geloven worden we naar gehoorzaamheid geleid. Dit patroon van geloofsgehoorzaamheid, ons geleid worden door Gods geest, ons logisch dienstbetoon, wordt in het bijzonder in Romeinen 6-8 en 12-15 duidelijk gemaakt.

27.
God zij de glorie!

"Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen."
In volkomen overeenstemming met onze apostel worden we naar deze afsluitende lovende woorden geleid. Een doxologie is een uitdrukking die God lof toewuift, en dit is een doxologie der doxologieën geweest.

Zo is het een echt passend einde voor deze brief, waarin de heerlijkheden van God uitgelegd werden. Hij heeft Zijn rechtvaardigheid gemanifesteerd, die bestemd is "voor allen"(Rom. 3:21,22), de weg geopend heeft voor vrede en toegang tot het werk van de verzoening(5:11) en Zijn liefde heeft uitgegoten, die standvastig is in alle situaties(5:5; 8:35-39). Deze rijkste van alle zegeningen zijn alle bereikt "door Christus Jezus", ook wanneer deze afsluitende woorden van lof tot ons komen.

Wat nu indien God niet de Ene en Enige God zou zijn, Die een doelstelling uitwerkt doorheen de aionen? Alle goede nieuws van de Romeinenbrief zou dan in twijfel getrokken mogen worden. Onze zegeningen zouden slechts voorbijgaande dromen zijn. Paulus' brief aan de Romeinen heeft de aandacht gericht op de Enige God die deze titel waard is. Hij is de soevereine Plaatser, de Ene Die Zijn goddelijke rechtvaardigheid vestigt en toont, Die vrede maakt en de weg opent naar de toegang tot Zijn aanwezigheid, Wiens liefde groot en zeker is, Die werkt in de levens van Abraham en Isaäk, van Jacob en Ezau en Farao en in de geschiedenis van Israël en de natiën, Die ons roept en ons als gelovigen de wereld in stuurt, terwijl Hij altijd onze harten tot rust brengt in verwachting van de heerlijke vrijheid van de kinderen van God.

De Romeinenbrief heeft ook duidelijk gemaakt dat Gods wijsheid niet te evenaren is. Ze bestaat uit het niet zijnde tot aanzijn te roepen(Rom 4:17). Ze bestaat uit het overgeven van Zijn Zoon voor zondaren(Rom. 5:8; 8:32). Ze bestaat uit het verzoenen van Zijn vijanden door de dood van Zijn Zoon(Rom. 5:10). Ze bestaat uit het verheerlijken, rechtvaardigen en uitroepen van hen die Hij tevoren had bestemd, in plaats van op hen te wachten totdat ze Hem door hun eigen onafhankelijke willen kiezen(Rom. 8:30). En over hen die Hij roept leren we in 1Korinthe 1:26-28 dat zij deel zijn van de dwaasheid, de zwakte en de verachtelijke dingen van de wereld.

Gods wijsheid is diep(Rom. 11:33). Ze richt zich op het woord van het kruis(1Kor. 1:18-31). Ze is aangetoond door Christus Jezus, door Zijn geloof en Zijn gehoorzaamheid. Ze bestaat uit geven, en dat "om niet".

Tenslotte...
De doxologie is gericht op Gods grote toekomst, waarvan de resultaten in de aionen der aionen bereikt zullen worden. In de huidige aion is de mens een zondaar die gebrek heeft aan de heerlijkheid van God(Rom.3:23), maar als gelovigen verheerlijken wij "in de hoop op de heerlijkheid Gods"(Rom. 5:2). In ons lijden lopen we vooruit op de aionen waarin God echt verheerlijkt zal worden, hoewel ons lijden niet zulk een heerlijkheid verdient(8:18). God Zelf heeft deze wereld aan vruchteloosheid onderworpen, maar Hij heeft dat gedaan "in de verwachting" dat de schepping zelf bevrijd zal worden van de slavernij van de verdorvenheid en verlost naar de heerlijke vrijheid van de kinderen van God(8:20,21). Wat ligt er toch een vooruitzicht van heerlijkheid voor ons! Dit is goed nieuws van en over onze grote God.

Aan God zij de glorie in de aionen der aionen.
Amen!




Dit artikel is afkomstig uit U.R.Magazine, jaargang 80, pagina 273
Uitgave van Concordant Publishing Concern

Voor meer delen uit deze serie, klik hier



www.schriftwoord.nl