Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
HebreeŽn
Hoofdstuk 8

   
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 Dit nu is de hoofdsom van de dingen die gezegd worden. Wij hebben zulk een Hogepriester Die gaat zitten* aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen, Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan een hemelse roeping, beschouwt* de apostel en hogepriester van onze įbelijdenis, Jezus (SW)[Hebr. 3:1] - Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. (SV)[Psalm 110:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Bij het tabernakel- en tempelgerei behoorde geen stoel. Het werk van de hogepriester was nooit voltooid en daarom ging hij nooit zitten in de heilige plaats. De opvallende tegenstelling is dat de Hogepriester van de nieuwe orde Zijn werk wel heeft voltooid en zit aan de rechterhand van de Majesteit in de hemelen. De "som" is dat de hemel zelf het heiligdom is: de Hogepriester is de Zoon van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. Zijn priesterlijk werk begon na Zijn hemelvaart (v 4). Ašronlichtbrengerisch priesterschap werd ingesteld in de SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt (Exo. 24), nadat IsraŽlstrijder van God verlost was geworden, en had als doel het volk te handhaven in de zegen van de verlossing.


2 dienstverrichter van de heilige dingen en van de waarachtige °tent, die de Heer opzet* en niet een mens. Hoe goed zijn uw tenten, Jakob! uw woningen, IsraŽl! 6 Gelijk de beken breiden zij zich uit, als de hoven aan de rivieren; de HEERE heeft ze geplant, als de sandelbomen, als de cederbomen aan het water. (SV)[Num. 24:5,6]
3 Want elke hogepriester wordt aangesteld voor het aanbieden van naderingsgeschenken en bovendien slachtoffers. Daarom is het voor Deze noodzakelijk ook iets te hebben dat Hij zal offeren.
4 Indien dan Hij inderdaad op aarde was, zou Hij ook nooit priester zijn van die de naderingsgeschenken aanbieden overeenkomstig de wet,
5 die als voorbeeld en als schaduw dienen van de ophemelsen, zoals in kennis gesteld door Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen, die op het punt stond de tent compleet te maken. Want zie, Hij zegt met nadruk: "Jij zal alles maken overeenkomstig het aan jou op de berg getoond wordende °model." wat een schaduw is van het komende, maar in het lichaam van įChristus (SW)[Kol. 2:17] - Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is. (SV)[Ex. 25:40] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

De tabernakel en het dienstbetoon er van waren gemodelleerd naar een hemels origineel; het was geen exacte kopie, maar een afschaduwing en gaf slechts de belangrijkste lijnen aan. De hemelse offers schijnen voornamelijk drankoffers of geschenken te zijn en kende waarschijnlijk geen andere offerslachtoffers dan het grote offer van ChristusGezalfde. De aardse kopie werd gegeven om de grote lessen te leren van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers rechtvaardigheid en heiligheid, en de menselijke ongeschiktheid en diens afstand tot Hem, alsook de weg van nadering die voor Hem aanvaardbaar is tot het ware Offer Zijn ziel uitgiet en een einde aan zonden maakt.


6 Maar nu is Hem een uitnemender dienstverrichting ten deel gevallen, omdat ook Hij Bemiddelaar is van een beter verbond, dat wettig is vastgelegd op betere beloften. Door dit alles is Jezus ook de zekerheid van een beter verbond geworden. (SW)[Hebr. 7:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

De hemelse tabernakel is niet geassocieerd met het verbond en de beloften die kwamen van de SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt, samen met het aardse model. Alles dat verbonden is met de nieuwe Middelaar is beter. Dit is in het bijzonder waar voor het nieuwe verbond dat Hij zal maken, wanneer de koninkrijk begint.


7 Want indien het eerste onberispelijk was, zou er nooit plaats worden gezocht voor het tweede.
8 Want tot hen zegt Hij verwijtend: "Neem waar, de dagen komen," zegt de Heer, "En Ik zal met het huis van IsraŽlstrijder van God en met het huis van Judalof een nieuw verbond voltooien, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

Weinig uitdrukkingen zijn zo ongelukkig verwarrend als "het Nieuwe Testament". Het Griekse woord voor "testament" en de Hebreeuwse tegenhanger dragen nooit de gebruikelijke betekenis van een laatste wilsbeschikking of wettelijk instrument voor het afstaan van eigendom na de dood. Ze zijn nauwe verbonden met ons "verbond" of "contract". Over de Griekse Schrift spreken als "het Nieuwe Testament" en over de Hebreeuwse als "het Oude Testament", is zeer misleidend, want in feit wordt het nieuwe verbond al in het "Oude Testament" gevonden. Jeremiaverhogen doet JAH geeft het volledig weer (Jer. 31:31-34). Het is nog niet van kracht geweest en "Nieuw Testamentische tijden" zullen pas komen na de tijd van de grote verdrukking, wanneer JAHWEH IsraŽlstrijder van God en Judalof terug roept naar Zichzelf. In waarheid is het nieuwe verbond helemaal niet voor de naties, hoewel, uiteraard, een groot deel van het "Nieuwe Testament" speciaal voor de naties is.

Het "oude verbond" is niet de Hebreeuwse Schrift, maar de overeenkomst die met IsraŽlstrijder van God bij de berg SinaÔnaar de woestijn Sin, waarin de berg ligt werd gesloten. Ze was tweezijdig. Het volk stelde voor hun deel te doen en JAHWEH het Zijne. Zij beloofden Hem te gehoorzamen, maar faalden daar akelig in en als gevolg daarvan kon Hij Zijn beloften om hen te zegenen niet vervullen. Het nieuwe verbond dat Hij met hen zal maken, nadat zij hersteld zijn in hun land en hun MessiasGezalfde hebben ontvangen, is radicaal anders dan het oude. Het volk heeft er geen enkel actief aandeel in. Alles hangt af van JAHWEH. En daarom zal het niet falen. De wet was op stenen geschreven, maar zal nu op hun harten geschreven worden. In plaats van een straf te eisen voor iedere inbreuk, zal Hij genadig zijn. In plaats van Zich hun zonden en wetteloosheden te herinneren, zal Hij die uitwissen. In plaats van een "verzoening" of "bedekking" voor zonde, gemaakt door het bloed van bokken en kalveren, zal het bloed van ChristusGezalfde ze volkomen weg doen. Op dit moment hebben we het oneindig hogere voorrecht van vertrouwen in Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zelf, niet in Zijn beloften of Zijn verbonden. De wet is niet geschreven op onze harten, maar werden ter dood gebracht door de wet door het lichaam van ChristusGezalfde. Wij zijn niet een hergeboorte, maar een nieuwe schepping.


9 niet overeenkomstig het verbond dat Ik maakte met hun °vaders in de dag dat Ik hun °hand vastpakte om hen uit te leiden vanuit het land van Egypte (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (t.o.v. de witte woestijn), ziende dat zij niet blijven* in Mijn °verbond en Ik hen veronachtzaam*," zegt de Heer.
10 "Want dit is het verbond welk verbond Ik met het huis van IsraŽlstrijder van God zal maken, na die °dagen," zegt de Heer, "Mijn wetten gevend in hun °denkwijze. En op hun harten zal Ik ze opschrijven en Ik zal voor hen tot Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zijn en zij zullen voor Mij tot volk zijn. Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden; (SV)[Hebr. 10:16]
11 En zij zouden zeker niet ieder zijn °medeburger onderwijzen en ieder zijn °broeder, zeggend: "Ken de Heer," omdat allen Mij zullen waarnemen, vanaf hun kleine tot hun grote.
12 Want Ik zal beschuttend zijn over hun °onrechtvaardigheden en aan hun °zonden en aan hun °wetteloosheden zou Ik niet nog langer herinnerd worden." Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van IsraŽl en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; 32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE; 33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van IsraŽl maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggend: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. (SV)[Jer. 31:31-34]
13 Door "nieuw" te zeggen heeft Hij het eerste oud gemaakt. Nu is het oud gemaakt wordende en het vergrijsd zijnde is de verdwijning nabij.




Terug naar de index.
Naar Hebreeën 9







   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.