Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
1 Koningen
Hoofdstuk 10

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 En de koningin van ShebaSheba = zeven, of: een eed hoorde van de faam van SalomoSalomo = man van vrede voor de naam van JAHWEH en zij kwam om hem met raadsels te beproeven. De koningin van het zuiden zal worden opgewekt in het oordelen met dit įgeslacht en zal het veroordelen; want zij kwam* van de einden van de aarde om de wijsheid van Salomo te horen*, en zie*, meer dan Salomo is hier (SW)[Matt. 12:42]
2 En zij kwam naar JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter met een uitermate gedistingeerd gevolg, kamelen die geurige stoffen droegen, en uitermate veel goud en kostbare stenen. En zij kwam bij SalomoSalomo = man van vrede en zij sprak tot hem al wat op haar hart was.
3 En SalomoSalomo = man van vrede vertelde haar al haar zaken. Er was geen zaak die voor de koning onduidelijk was die hij niet aan haar kon vertellen.
4 En de koningin van ShebaSheba = zeven, of: een eed zag alle wijsheid van SalomoSalomo = man van vrede en het huis dat hij bouwde,
5 en het voedsel van zijn tafel en het zitten van zijn dienaren en het staan van die zijn dienst verrichten en hun kleding en zijn schenkers en zijn opstijgoffer, dat hij deed opgaan in het huis van JAHWEH. En er was in haar geen geest meer.
6 En zij zei tot de koning: "Het woord dat ik in mijn land hoorde over uw zaken en over uw wijsheid was waarheid.
7 En ik geloofde de woorden niet, totdat ik kwam en mijn ogen zagen. En aanschouw!, mij werd de helft niet verteld. U voegde wijsheid en goedheid toe aan het bericht dat ik hoorde.
8 Gelukkig zijn uw mannen, gelukkig zijn uw dienaren, dezen die voortdurend voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen.
9 Hij is JAHWEH, uw Elohim, de gezegende, Die in u een behagen schept, u op de troon van IsraŽlIsraŽl = strijder van God gevend, vanwege JAHWEH's liefhebben van IsraŽlIsraŽl = strijder van God tot de aion. En hij plaatste u tot koning om oordeel en rechtspleging te doen."
10 En zij gaf aan de koning honderd twintig talentenEen talent is een gewichtsmaat. Onzeker is hoe zwaar een talent was. Schattingen lopen uiteen van 30 tot zelfs 60 kilo. goud en uitermate veel geurige stoffen en kostbare steen; er kwam niet meer van deze geurstof dan die de koningin van ShebaSheba = zeven, of: een eed in veelheid gaf aan koning SalomoSalomo = man van vrede.
11 En ook droeg het schip van ChiramChiram = mijn broeder is hoog, dat goud droeg van OfirOfir = in as veranderen, vanaf OfirOfir = in as veranderen hout van de almugbomen, uitermate veel, en kostbare steen.
12 En de koning maakte van het hout van de almugbomen inlegwerk voor het huis van JAHWEH en harpen en citers voor de zangers. Er kwam niet zo veel hout van de almugbomen, noch werd het gezien, tot aan deze dag.
13 En koning SalomoSalomo = man van vrede gaf aan de koningin van ShebaSheba = zeven, of: een eed al haar verlangen dat zij vroeg, afgezien van wat hij aan haar gaf naar de hand van de koning, SalomoSalomo = man van vrede. En zij wendde zich om en zij ging naar haar land, zij en haar dienaren.
14 En het gewicht van het goud dat tot SalomoSalomo = man van vrede in ťťn jaar kwam was zes honderd en zes en zestig talentenEen talent is een gewichtsmaat. Onzeker is hoe zwaar een talent was. Schattingen lopen uiteen van 30 tot zelfs 60 kilo. van goud,
15 naast dat van de mannen die verkenden en handelswaar van die handeldrijven en van alle koningen van ArabiŽArabiŽ = steppeland en van de gouverneurs van het land.
16 En koning SalomoSalomo = man van vrede maakte twee honderd grote schilden van buigzaam goud; zes honderd shekels goud bracht hij op op het ene grote schild,
17 en drie honderd kleine schilden van buigzaam goud - drie minasDe mina was oorspronkelijk een oosterse gewichtseenheid, die door de Grieken werd overgenomen. Een Atheense mina woog ongeveer 431 gram. goud bracht hij op op het ene schild; en de koning plaatste ze in het huis van het woud van de LibanonLibanon = wit. 26 En hij nam de schatten van het huis van JAHWEH en de schatten van het huis van de koning, ja hij nam alles. En hij nam al de schilden van goud die Salomo maakte. (SW)[1Kon. 14:26]
18 En de koning maakte een grote troon van ivoor en hij overtrok hem met schitterend goud.
19 Zes treden had de troon en een ronde top was op de troon, aan de achterzijde; en er waren armsteunen aan deze en deze kant voor de plaats van het zitten; en twee leeuwen stonden naast de armsteunen.
20 En twaalf leeuwen stonden daar op de zes treden, aan deze en aan deze kant; zo werd hij niet gemaakt voor alle koninkrijken.
21 En alle voorwerpen van drinken van koning SalomoSalomo = man van vrede waren van goud en alle voorwerpen van het huis van het woud van de LibanonLibanon = wit waren van goud, bladgoud. Er was geen zilver; er werd niet mee gerekend in de dagen van SalomoSalomo = man van vrede, voor niets.
22 Want de koning had een schip van TarsisTarsis = geelkleurige jaspis in de zee, met een schip van ChiramChiram = mijn broeder is hoog. Eťn maal per drie jaren kwam het schip van TarsisTarsis = geelkleurige jaspis, goud en zilver, slagtanden van olifanten en apen en pauwen dragend.
23 En koning SalomoSalomo = man van vrede was groter dan alle koningen van de aarde, naar rijkdom en naar wijsheid.
24 En heel de aarde zocht het aangezicht van SalomoSalomo = man van vrede, om van hem wijsheid te horen die Elohim in zijn hart gaf.
25 En men bracht ieder zijn erkenningsoffer: voorwerpen van zilver en voorwerpen van goud en gewaden en wapenuitrusting en geurige stoffen, paarden en muildieren, een zaak van jaar na jaar.
26 En SalomoSalomo = man van vrede verzamelde strijdwagens en strijdrossen; en er waren voor hem duizend en vierhonderd strijdwagens en twaalf duizend strijdrossen. En men geleidde hen in de steden van de strijdwagen en bij de koning, in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter. En Salomo krijgt veertigduizend paardenstallen voor zijn strijdwagens en twaalfduizend ruiters. (SW) [1Kon. 4:26]
27 En de koning gaf het zilver in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter als stenen en de ceders gaf hij als moerbeibomen, die in veelheid in het lage voorgebergte zijn. En hij zal voor zich geen vrouwen doen toenemen en hij zal zijn hart niet afwenden, en zilver en goud zal hij voor zichzelf niet buitengewoon doen toenemen. (SW)[Deut. 17:17]
28 En de import van de paarden die SalomoSalomo = man van vrede had, was uit EgypteEgupte = (egyptisch)land van (de god) Path - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en uit KeweKewe = ???; de kooplieden van de koning nemen uit KeweKewe = ??? tegen een koopprijs.
29 En een strijdwagen ging op en ging uit van EgypteEgupte = (egyptisch)land van (de god) Path - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) voor zes honderd zilverlingen en een paard voor honderd en vijftig. En zo deden zij door hun hand voor alle koningen van de Hethieten en voor de koningen van AramAram = hoog uitgaan.

Terug naar de indexpagina
Naar 1 Koningen 11
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.