Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
2SamuŽl
Hoofdstuk 11

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 En het gebeurde bij het terugkeren van het jaar, de tijd van het uitgaan van de boodschappers, dat DavidDavid = lieveling JoabJoab = JAH is Vader zond, en zijn dienaren met hem, en heel IsraŽlIsraŽl = strijder van God, en zij ruÔneerden de zonen van AmmonAmmon = van een stam en zij belegerden RabbaRabba = grote (stad). En DavidDavid = lieveling zat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter. 26 En Joab vecht tegen Rabba van de zonen van Ammon, en hij verovert de stad van het koninkrijk.(SW)[2Sam. 12:26]
2 En het gebeurde, als het avond werd, dat DavidDavid = lieveling opstond van zijn bed en wandelde op het dak van het huis van de koning. En hij zag vanaf het dak een vrouw zich baden en de vrouw was uitermate goed van verschijning.
3 En DavidDavid = lieveling zond en hij deed navraag naar de vrouw en hij zegt: "Is deze niet BatsebaBatseba = dochter van de eed, dochter van EliamEliam = mijn God is oom (beschermer), vrouw van UriaUria = mijn licht is Jah, de Hethiet?"
4 En DavidDavid = lieveling zond boodschappers en hij nam haar. En zij kwam tot hem en hij lag met haar neer. En zij heiligde zichzelf van haar onreinheid en zij keerde terug naar haar huis.
5 En de vrouw werd zwanger. En zij zond en zij vertelde het aan DavidDavid = lieveling en zij zei: "Ik ben zwanger".
6 En DavidDavid = lieveling zond naar JoabJoab = JAH is Vader: "Zend mij UriaUria = mijn licht is Jah, de Hethiet!" En JoabJoab = JAH is Vader zond UriaUria = mijn licht is Jah naar DavidDavid = lieveling.
7 En UriaUria = mijn licht is Jah kwam bij hem en DavidDavid = lieveling vroeg naar het welzijn van JoabJoab = JAH is Vader en naar het welzijn van het volk en naar het welzijn van de oorlog.
8 En DavidDavid = lieveling zei tot UriaUria = mijn licht is Jah:  "Daal af naar jouw huis en was jouw voeten!" En UriaUria = mijn licht is Jah ging uit het huis van de koning en een portie eten van de koning gaat achter hem aan.
9 En UriaUria = mijn licht is Jah lag neer in het portaal van het huis van de koning, met alle dienaren van zijn heer, en hij daalde niet af naar zijn huis.
10 En men vertelde het aan DavidDavid = lieveling, zeggend: "UriaUria = mijn licht is Jah daalde niet af naar zijn huis." En DavidDavid = lieveling zei tot UriaUria = mijn licht is Jah: "Kwam jij niet van de weg? Waarom daalde jij niet af naar jouw huis?"
11 En UriaUria = mijn licht is Jah zei tot DavidDavid = lieveling: "De kist en IsraŽlIsraŽl = strijder van God en JudaJuda = lof wonen in hutten, en mijn heer JoabJoab = JAH is Vader en de dienaren van mijn heer legeren op de oppervlakte van het veld! En ik, zal ik in mijn huis komen om te eten en om te drinken en om te liggen met mijn vrouw? Uw leven en het leven van uw ziel, indien ik deze zaak doe!"
12 En DavidDavid = lieveling zei tot UriaUria = mijn licht is Jah: "Zit ook vandaag in deze plaats. En morgen zal ik jou heen zenden." En UriaUria = mijn licht is Jah zat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter in die dag en in de volgende dag.
13 En DavidDavid = lieveling riep hem en hij at voor zijn aangezicht en hij dronk. En hij maakte hem dronken. En hij ging in de avond uit om te liggen in zijn bed met de dienaren van zijn heer. En hij daalde niet af naar zijn huis.
14 En het gebeurde in de ochtend dat DavidDavid = lieveling een brief schreef aan JoabJoab = JAH is Vader en hij zond hem door de hand van UriaUria = mijn licht is Jah.
15 En hij schreef in de brief, zeggend: "Doet UriaUria = mijn licht is Jah gaan tot tegenover het aangezicht van het ontoegevende gevecht; keert terug van achter hem, zodat hij wordt neergeslagen en hij sterft."
16 En het gebeurde bij het bewaken van de stad door JoabJoab = JAH is Vader, dat hij UriaUria = mijn licht is Jah stelde op de plaats waarvan hij wist dat daar mannen van dapperheid waren.
17 En de mannen van de stad gingen uit en zij vochten met JoabJoab = JAH is Vader en er vielen van het volk, van de dienaren van DavidDavid = lieveling. En ook UriaUria = mijn licht is Jah, de Hethiet, stierf.
18 En JoabJoab = JAH is Vader zond en men vertelde aan DavidDavid = lieveling alle woorden van het gevecht.
19 En hij gaf de boodschapper instructie, zeggend: "Wanneer jij alle zaken van het gevecht die je tot de koning spreekt beŽindigt,
20 dan kan het gebeuren indien de woede van de koning opgaat, hij tot jou zegt: Om welke reden kwamen jullie dichtbij de stad? Om te vechten? Weten jullie niet dat zij schieten vanaf de muur?
21 Wie sloeg AbimelechAbimelech = mijn vader is koning, zoon van Jerub-BesetJerub-Beset = schande neer? Gooide niet een vrouw de maalschijf van de rijdereen onderdeel van het maalsysteem voor het malen van graan van de muur en stierf hij in TebesTebes = glans? Waarom kwamen jullie dichtbij de muur? En jij zegt: Ook uw dienaar UriaUria = mijn licht is Jah, de Hethiet, stierf." En een vrouw werpt een stuk van de molensteen op het hoofd van Abimelech en kneust zijn schedel. (SW)[Richt. 9:53]
22 En de boodschapper ging en hij kwam en hij vertelde DavidDavid = lieveling alles waarvoor JoabJoab = JAH is Vader hem zond.
23 En de boodschapper zei tot DavidDavid = lieveling: "Want de mannen waren machtig over ons en zij gingen naar ons uit in het veld, maar wij kwamen over hen tot aan het portaal van de poort.
24 En de schutters schoten op uw dienaren vanaf de muur en er stierven van de dienaren van de koning. En ook uw dienaar UriaUria = mijn licht is Jah, de Hethiet, stierf."
25 En DavidDavid = lieveling zei tot de boodschapper: "Zo zal jij zeggen tot JoabJoab = JAH is Vader: Het moet niet zo zijn dat deze zaak kwaad is in jouw ogen, want zoals deze en als deze verslindt het zwaard. Versterk je gevecht tegen de stad en sloop haar. En bemoedig hem!"
26 En de vrouw van UriaUria = mijn licht is Jah hoorde dat UriaUria = mijn licht is Jah, haar man, stierf. En zij rouwklaagt over haar bezitter.
27 En de rouw ging voorbij en DavidDavid = lieveling zond en hij haalde haar binnen, naar zijn huis, en zij is voor hem tot vrouw. En zij baarde voor hem een zoon. En de zaak die DavidDavid = lieveling deed was kwaad in de ogen van JAHWEH.

Terug naar de indexpagina
Naar 2SamuŽl 12
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.