Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
2 Kronieken
Hoofdstuk 22

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 En de inwoners van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter maakten AchazjaAchazja = vast houdt Jah, zijn kleine zoon, in plaats van hem tot koning, want al de eersten werden gedood door de bende die met de Arabieren kwam naar het legerkamp. En AchazjaAchazja = vast houdt Jah, zoon van JoramJoram = JAH is verheven, regeerde als koning van JudaJuda = lof. 25 In het twaalfde jaar van Joram, zoon van Achab, koning van Israël, werd Ahaziah, zoon van Joram, koning van Juda.
26 Een zoon van twee en twintig jaren is Ahaziah toen hij koning werd. En hij regeerde een jaar in Jeruzalem. En de naam van zijn moeder is Ataliah, dochter van Omri, koning van Israël.
27 En hij gaat de weg van het huis van Achab en hij doet het kwade in de ogen van JAHWEH, zoals het huis van Achab, want hij is schoonzoon van het huis van Achab.
28 En hij gaat met Joram, zoon van Achab, naar de strijd met Hazael, koning van Aram, in Ramoth-Gilead. En de Arameeërs slaan Joram.
29 En Joram, de koning, keert terug om genezen te worden in Jezreël van de wonden die de Arameeërs hem sloegen in Ramoth-Gilead, bij zijn vechten met Hazael, koning van Aram. En Ahaziah, zoon van Joram, koning van Juda, ging af om Joram, zoon van Achab, te zien in Jezreël, zaait, verstrooit, want hij was gewond. (SW)
[2Kon. 8:25-29]

2 AchazjaAchazja = vast houdt Jah was een zoon van twee en veertig jaren toen hij koning werd, en hij regeerde één jaar in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter. En de naam van zijn moeder was AtaljaAtalja = verhoogd is Jah, dochter van OmriOmri = mijn deel is Jah.
3 Ook hij ging in de wegen van het huis van AchabAchab = broeder van (?=gelijk aan) de vader, want zijn moeder werd zijn raadgeefster, slecht handelend.
4 En hij deed het kwade in de ogen van JAHWEH, zoals het huis van AchabAchab = broeder van (?=gelijk aan) de vader, want na de dood van zijn vader werden zij zijn raadgevers, tot zijn verderf.
5 Ook ging hij naar hun raadgeving en hij ging met JoramJoram = JAH is verheven, zoon van AchabAchab = broeder van (?=gelijk aan) de vader, koning van IsraëlIsraël = strijder van God, naar de strijd tegen HazaëlHazaël = God ziet, koning van AramAram = hoog, in Ramot-GileadRamot-Gilead = hoogten in Gilead. En de Arameeërs sloegen JoramJoram = JAH is verheven neer.
6 En hij keerde terug om in JizreëlJizreël = God strooit, zaait, verstrooit genezen te worden van de slagen waarmee men hem sloeg in RamaRama = hoogte, bij zijn vechten tegen HazaëlHazaël = God ziet, koning van AramAram = hoog. En AzarjaAzarja = hulp is Jah, zoon van JoramJoram = JAH is verheven, koning van IsraëlIsraël = strijder van God, daalde af om JoramJoram = JAH is verheven, zoon van AchabAchab = broeder van (?=gelijk aan) de vader, te zien in JizreëlJizreël = God strooit, zaait, verstrooit, want hij was gewond.
7 En van Elohim kwam er een complete ondergang van AchazjaAchazja = vast houdt Jah, komend bij JoramJoram = JAH is verheven. En bij zijn komst ging hij uit met JoramJoram = JAH is verheven naar JehuJehu = JAH is Hij, zoon van NimsiNimsi = uitgetrokken, die JAHWEH zalfde om het huis van AchabAchab = broeder van (?=gelijk aan) de vader af te snijden.
8 En het gebeurde als JehuJehu = JAH is Hij met het huis van AchabAchab = broeder van (?=gelijk aan) de vader in het oordeel kwam, dat hij de oversten van JudaJuda = lof en de zonen van de broers van AchazjaAchazja = vast houdt Jah vond, die voor AchazjaAchazja = vast houdt Jah dienst verrichtten, en hij hen doodde.
9 En hij zocht AchazjaAchazja = vast houdt Jah en zij grepen hem toen hij zich verschuilde in SamariaSamaria = waker. En zij brachten hem naar JehuJehu = JAH is Hij en zij brengen hem ter dood. En zij begraven hem, want zij zeiden: "Hij was een zoon van JosafatJosafat = JAH is rechter, die ernstig JAHWEH zocht met heel zijn hart." En er was in het huis van AchazjaAchazja = vast houdt Jah niemand die energie had om het koningschap te behouden.
10 En AtaljaAtalja = verhoogd is Jah, moeder van AchazjaAchazja = vast houdt Jah, zag dat haar zoon dood was. En zij stond op en zij roeide heel het zaad van het koningschap van het huis JudaJuda = lof uit.
11 Maar JehosabatJehosabat = JAH is eed, dochter van de koning, nam JoasJoas = JAH heeft gegeven, zoon van AchazjaAchazja = vast houdt Jah, en zij steelde hem uit het midden van de zonen van de koning, die ter dood gebracht werden, en zij bracht hem en zijn voedster in het vertrek van de rustbanken. En JehosabatJehosabat = JAH is eed, dochter van koning JoramJoram = JAH is verheven, vrouw van JojadaJojada = JAH weet, de priester (want zij was de zuster van AchazjaAchazja = vast houdt Jah), verborg hem daar voor het aangezicht van AtaljaAtalja = verhoogd is Jah, en zij bracht hem niet ter dood.
12 En hij was bij hen in het huis van de Elohim, zich zes jaren verschuilend. En AtaljaAtalja = verhoogd is Jah regeerde over het land.


Terug naar de indexpagina
Naar 2 Kronieken 23
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.