Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezra
Hoofdstuk 1

Het boek Ezra gaat over gebeurtenissen in de periode 538-450 v.Chr.

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)

DE STRUCTUUR VAN HET BOEK EZRA
1:1-4.   Het volk - vrijmaking.
1:5-2:70.     De terugkeer onder Zerubbabel.
3:1-6.       Het altaar - bouw en feest.
3:7-6:22.       De tempel - inwijding en feest.
7:1-8:36.     De terugkeer onder Ezra.
9:1-10:44.   Het volk - wijding - hervorming.


1 In het eerste jaar van CyrusCyrus = herder of zon, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig, om het woord van JAHWEH af te sluiten dat kwam door de mond van JeremiaJeremia = verhogen doet Jah, wekte JAHWEH de geest van CyrusCyrus = herder of zon, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig, op. En hij deed een stem passeren in heel zijn koninkrijk, en ook in geschrift, zeggend: 11 En heel dit land wordt tot een woestenij, tot troosteloosheid, en deze naties dienen de koning van Babel zeventig jaren. 12 En het zal zijn als de zeventig jaren vervuld zullen zijn, dat Ik gericht zal brengen op de koning van Babel en die natie, zegt JAHWEH met nadruk, en op het land van de ChaldeeŽn, voor hun verdorvenheid. En Ik zal hen plaatsen tot aionische troosteloosheden. (SW)[Jer. 25:11,12]
2 "Zo zegt CyrusCyrus = herder of zon, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig! JAHWEH, Elohim van de hemelen, gaf aan mij alle koninkrijken van de aarde en Hij vertrouwde mij toe om voor Hem een huis te bouwen in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, dat in JudaJuda = lof is. 28 Die tot Cyrus zegt: Mijn herder! Want hij zal al Mijn verlangen uitvoeren, tot Jeruzalem zeggend: Zij zal gebouwd worden, en de tempel: Zij zal gefundeerd worden (SW)[Jes. 44:28]
3 Iedereen van jullie onder al Zijn volk, zijn Elohim zal met hem zijn. Hij zal opgaan naar JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, dat in JudaJuda = lof is; en men zal het huis bouwen van JAHWEH, Elohim van IsraŽlIsraŽl = strijder van God. Hij is de Elohim die in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is. 22 En in het eerste jaar van Cyrus, koning van PerziŽ, om het woord van JAHWEH te vervullen, door de mond van Jeremiah, wekte JAHWEH de geest van Cyrus, koning van PerziŽ, op, en hij doet een stem rondgaan door heel zijn koninkrijk en ook in een brief, zeggend:
23 Zo zegt Cyrus, koning van PerziŽ: Alle koninkrijken van het land gaf JAHWEH, Elohim van de hemelen, aan mij. En Hij droeg mij op voor Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda is. Ieder onder jullie van heel Zijn volk, JAHWEH, zijn Elohim, zij met hem. En hij zal op gaan. (SW)
[2Kron. 36:22,23]

4 En elke overgeblevene van alle plaatsen waar men tijdelijk verblijft, die zullen de mannen van zijn plaats hem assisteren met zilver en met goud en met goederen en met beesten, met het vrijwillige offer voor het huis van de Elohim dat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is."
5 En de hoofden van de vaders van JudaJuda = lof en BenjaminBenjamin = zoon van de rechterzijde - gelukskind stonden op, en de priesters en de Levieten, iedereen van wie de Elohim zijn geest opwekte om op te gaan om het huis van JAHWEH te bouwen dat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter was.
6 En allen die rondom hen waren moedigden hun handen aan met voorwerpen van zilver, met goud, met goederen, met beesten en met kostbare geschenken, nog afgezien van al het vrijwillige offeren.
7 En koning CyrusCyrus = herder of zon deed voorwerpen van het huis van JAHWEH uitgaan, die NebukadnezzarNebukadnezzar = Nabu, bescherm de erfzoon deed uitgaan uit JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter en hij ze in het huis van zijn elohim had gegeven.
8 En CyrusCyrus = herder of zon, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig, deed ze uitgaan door de hand van MitredatMitredat = geschenk van (de zonnegod) Mitras, de schatmeester, en hij nummerde ze uit aan SesbassarSesbassar = (de zonnegod) Sin, bescherm de erfzoon, de vorst voor JudaJuda = lof.
9 En deze was hun census: dertig platte schotels van goud, duizend platte schotels van zilver en negen en twintig alternatieven,
10 dertig kleine bokalen van goud, vierhonderd en tien duplicaten van kleine bokalen van zilver, en duizend andere voorwerpen.
11 Alle voorwerpen van goud en van zilver waren vijf duizend en vier honderd. SesbassarSesbassar = (de zonnegod) Sin, bescherm de erfzoon deed het allemaal opgaan bij het opgaan van de deportatie van BabelBabel = verwarring naar JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter.

Terug naar de indexpagina
Naar Ezra 2
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.